Don Kirshner werd in New York geboren op 17 april 1934. Aan de hand van een aantal artikelen en interviews wil ik hier een en ander over zijn leven en carrière vertellen.
Het begin: Bobby Darin
Don was de zoon van een joodse kleermaker. Vanuit Boca Raton (Florida) keek hij samen met een redacteur van de Washington Post in 2004 terug op wat hij allemaal beleefd had. Het was in de jaren vijftig begonnen met zanger Bobby Darin (1936-1973).
    David Segal: “He starts with his high school days, as a jock who aspired to play for the Yankees. By the age of 18 [in 1952], he’d written and recorded a song with a friend he’d heard playing the piano at the Long Island beach club where he was a bellhop. The song went nowhere, but a couple years later he was drinking an egg cream in a candy store when a mutual friend introduced him to a slight and supremely confident young man named Walden Robert Cassotto. He told Kirshner that he was going to be a star. 
   ‘I’ll never forget it’, Kirshner says. I said to him, ‘Show me what you’ve got’’. 
Cassotto, soon famous as Bobby Darin, played a few songs on a friend’s piano. Kirshner was so impressed he immediately announced that the two would team up and become the biggest thing in show business. The beginning wasn’t glamorous. Their first songwriting job was for the Orange Furniture Store in Orange, N.J., which paid the duo $500 for this ditty: 
   ‘For value you can’t beat - Start talking to your feet - Hop a bus and come with us - To 205 Main Street - We’re going to Orange Furniture Store’. 
   Other jingles followed, the pair composing on a piano at Upsala College, where Kirshner was a student, Darin writing the music, Kirshner the lyrics. There was never any question, though, who had the musical talent.
   ‘Bobby was everything I couldn’t be’, Kirshner says. ‘He was an actor, he could impersonate people, he could sing, read music. He had beyond-incredible talent. I lived through him’”.
Het tweetal schreef een tijdje samen wat liedjes en probeerde die bij platenmaatschappijen te slijten. Ze wisten een entree te krijgen bij Atlantic, het bedrijf van Ahmet Ertegun. Bobby werd er als artiest gecontracteerd. 
   Darin werd een ster. Weldra bereikte hij de top van de hitlijsten met songs als ‘Splish Splash’ (1958), ‘Dream Lover’ (1959) en vooral met zijn vertolking van ‘Mackie Messer’ (1928), geschreven door Kurt Weill en Bertolt Brecht en omgezet in ‘Mack The Knife’.
   Bobby and Don bleven vrienden. Segal: “Darin was co-starring in a movie with ‘Gidget’ sweetheart Sandra Dee, and when the two needed a quiet place away from the paparazzi to get married, they chose Kirshner’s New Jersey apartment.
   Darin caught on and made a fortune”.
433 2 Bobby Darin KirshnerBobby Darin, Don Kirshner
Aldon Music
Don Kirshner ontdekte dat je in de popmuziek veel geld kon verdienen. “He had seen enough royalty checks to recognize the earnings potential of a chart-topper. Better than real estate, Don would tell anyone who would listen. This rock thing looked beautiful, and the people writing the songs, he realized, were mostly grown-ups who were only guessing at what teenagers would want to hear”.
In een interview met Rodney Burbeck van Music Week (1978) gaf Don meer details. “Kirshner’s early ambition was to be a pro basketball or baseball star and helped to pay his way through college with a basketball scholarship. His sporting life was a flop and his writing partnership with one Walden Cassotto got little further than the odd song and radio jingle before Walden changed his name to Bobby Darin and went on to a more rewarding career as a singer.
    The period was the middle Fifties, Kirshner was in his early 20s, rock ’n’ roll, newly christened by a New York disc jockey called Alan Freed, was in its infancy. Kirshner had got a taste for this new exciting music business and in 1958 teamed up with ex-guitarist Al Nevins to form a publishing company called Aldon Music”.
    In 1978 vatte Kirshner zijn eerste stappen in de muziekbusiness als volgt samen: “When I came into the music business I was struggling writing with Bobby Darin earning 35 dollars a week and living off my wife’s unemployment cheque. In those days the music and record business was a small business compared to films and television, and it’s ironical that now music and records is the big business”.
Als je goed liedjes kon schrijven was je welkom bij Al en Don. Het tweetal vestigde zich met Aldon Publishing in een verzamelpand op Broadway 1650. Jonge ambitieuze jongelui grepen hun kans. Onder hen Carol Klein (Carole King), Gerry Goffin, Neil Sedaka, Howard Greenfield, Jack Keller, Neil Diamond, Barry Mann, Cynthia Weill, Ron Dante, Tony Orlando.
    Dante omschreef Don als ‘a very lovely guy, like your favourite uncle’.
Kirshner richtte zich niet op de grote namen van het moment, of uit het verleden. Met het aantrekken van nieuw talent wist hij goedkoop te opereren. Bovendien kon hij zelf het initiatief houden. “The thrill to me was to sign a Carole King and Gerry Goffin and give them fifty dollars a week, like Mann and Weill and Sedaka and Greenfield, and watch them grow. And to take Tony Orlando when he was 16 to the Copa to watch Bobby Darin and say to him ‘one day you’ll play here’ and to see him play there.
    To me to nurture talent and see it succeed is the most exciting and glamourous turn-on in the world”.
433 3 Don Kirshner Carole King Gerry GoffinDon Kirsher, Carole King, Gerry Goffin
Don ontdekte dat de beslissers bij de gevestigde platenmaatschappijen, zoals Mitch Miller (Columbia) en Milt Gabler (Decca), vanwege hun leeftijd weinig binding hadden met de nieuwe popmuziek. Ze konden niet goed meer beoordelen of een liedje hitkansen had. Aan Burbeck gaf hij een voorbeeld. 
    “Gerry Goffin and Carole King had just finished a song called ‘Will You Still Love Me Tomorrow’. I took it to Mitch Miller at CBS with Johnny Mathis in mind. I was excited at just getting an appointment with him – he was very hot at the time with Guy Mitchell, Frankie Laine, Rosemary Clooney and Mathis.
    In those days if you didn’t get a song with Mitch or maybe Milt Gabler at Decca you didn’t get anywhere; they were controlling the market place. Anyway Mitch said nice song but…
    It was the best thing that ever happened to me. I took the song to Florence Greenberg at Scepter and of course it was a hit for The Shirelles” – een nummer één om precies te zijn.
Don kwam tot de conclusie dat je niet afhankelijk moest zijn van de grote muziekconcerns. Wilde je wat bereiken dan moest je het zelf aanpakken. Talent was er volop als je je oren maar open zette. Vanuit zijn kantoor op Broadway spoorde hij zijn medewerkers niet alleen enthousiast aan om zich met toepasselijke liedjes te richten op de opgroeiende Amerikaanse jeugd.
    Zodra een popartiest een grote hit had, zette hij zich in om met zijn bedrijfje een toepasselijke opvolger aan te leveren. Dat kon bijvoorbeeld een antwoord-plaat zijn of een pakkende song in de stijl van de hit.
Kirshner trad bovendien als manager en producer van zijn secondanten op. Met de aan hem verbonden artiesten maakte hij demonstratie-opnamen – demo’s. Daar was hij al mee begonnen toen hij nog met Bobby Darin samenwerkte. Toen ving hij bot met de liedjes die zij samen schreven voor sterren als Billy Eckstine en Frankie Laine. In een biografie van Bobby Darin was te lezen: “Bobby, with his chameleon-like skills, provided demos that sounded like carbon copies of the original singers”.
    Met de redacteur van Record World borduurde Don nog wat door op de kwaliteit van de demo’s. “The incident with Mitch Miller [over ‘Will you still love me tomorrow’] had made me think, and I said to myself that I had to do our own thing. I could pick songs as well as those people and produce them as well. In fact our own demos were so good I had to lay back on them.
    They were so good when I walked in with a Barry Mann or Neil Sedaka or Carole King demo the a&r men would get frustrated because they wanted creative approval. I was getting turned down because our demos were too good.
    I had to say to my writers ‘just do piano and voice – we’re getting killed’”.
Don besloot om zijn songwriters hun eigen liedjes op de plaat vast te laten leggen. Veel van die opnamen wist hij onder te brengen in de platenindustrie. Neil Sedaka scoorde met ‘Oh Carol’ (RCA), Tony Orlando met ‘Halfway to Paradise’ (Columbia) en Barry Mann met ‘Who put the Bomb’ (ABC). 
    Alsof het nog niet genoeg was zette hij zijn eigen platenmaatschappij op, Dimension Records. Daarop hits als ‘It might as rain until September’ (Carole King), ‘The Loco-Motion’ (Little Eve) en ‘Chains’ (Cookies).
Columbia Pictures was bereid flink in de beurs te tasten om zo’n succesvol iemand binnen te halen. Het bedrijf telde in 1963 maar liefst drie miljoen dollar neer voor de aankoop van hetgeen Kirshner en zijn partner uit het niets tevoorschijn hadden gehaald – gewoon door met een goed oor naar het talent van die tijd te (kunnen) luisteren. 
    Don, 28 jaar geworden, zoon van een kleermaker, werd niet alleen miljonair, maar ook directeur van Screen Gems Columbia, het muziekbedrijf van de filmmaatschappij. Een van de songs, waarvan hij nu de uitgever was geworden, heette ‘You’ve lost that loving feeling’ en was geschreven door Barry Mann, Cynthia Weill en Phil Spector, die het op de plaat zette met de Righteous Brothers. De single werd een nummer één hit, de song werd een van de meest lucratieve copyrights aller tijden.
    Het muziekbedrijf was tevens betrokken bij films als ‘Lawrence of Arabia’ en ‘Born Free’ – en bij de muziek van de Amerikaanse tv-series ‘Bewitched’ en ‘I Dream of Jeannie’.
433 4 Righteous BrothersRighteous Brothers
Monkees en Archies
In die tijd waren de Britse Beatles de grote wereldveroveraars. Hun films werden kassuccessen. Met muziekfilms viel geld te verdienen, zullen ze bij Columbia Pictures gedacht hebben. 
   David Segal in 2004: “In 1965, Kirshner asked for, and was granted, one-third of all the musical profits from a new, made-for-TV band [The Monkees] being formed by Columbia. The idea was to translate the Beatles movie ‘A Hard Day’s Night’ to the small screen. The music would sell the show, and the show would sell the music. 
    Kirshner was in charge of the songs, which is why the ‘Prefab Four’ had tracks written for them by people like Neil Diamond (‘I’m a Believer’) and Goffin and King (‘Pleasant Valley Sunday’, which was inspired by the couple’s drive to Kirshner’s house in the suburbs). Wedding the Monkees to Kirshner would yield two No. 1 albums”.
Door de rock-pers werd Kirshner niet vriendelijk bejegend om zijn bemoeienis met de Monkees. 
    In 1972 reageerde hij als volgt: “They called the Monkees a manufactured group. Really it’s a matter of attitude. I don’t believe you can sell the public anything they don’t believe in or don’t want to buy. But if you analyse it, everything’s manufactured. All great records are in some way or another. The word is just terminology, like bubblegum.
   It’s just something you agree on or you don’t. All I’m saying is the Partridge Family [met David Cassidy] were a manufactured group, and they have one of the highest-rated television shows in the States. They sell a pile of singles and albums”.
De platen van de Monkees werden uitgebracht op het Colgems-label, een samenvoeging van Columbia Pictures en Screen Gems.
    Don had een goede zakelijke overeenkomst voor zich zelf weten te maken: “I was earning more than the president of Columbia Pictures”. 
    Maar dat had, liet Kirshner in de media afdrukken, tot gevolg dat hij zijn positie bij het filmbedrijf moest opgeven. Als gevolg van het succes werd Don door de directie van Columbia Pictures ontslagen.
    Een andere reden voor het ontslag was dat de Monkees de ambitie hadden gekregen om ‘betere muziek’ te maken. Van verdere samenwerking was geen sprake meer. “Screw the Monkees, I want a band that won’t talk back”, zou Kirshner verklaard hebben.
433 5 Monkees met Don KirshnerMonkees met Don Kirshner
De voormalige directeur was korte tijd ontmoedigd. Het talent dat hij ontdekt had was hem ontnomen. Hij moest nieuwe wegen inslaan. Dat deed Don, en niet zonder succes, verklaarde hij later.
    “At the time I was down because my whole business and writers were taken away. Not realising at the time that it was the best thing that ever happened to me because at the time it is a very traumatic experience.
    They also fired my long time business partner Herb Moelis and together we set out to build an entertainment company Kirshner Entertainment Corporation and the first thing I said was how can we go out and outsell the Monkees? We came up with the Archies and people tell me ‘Sugar Sugar’ was the biggest single record in the history of the business”.
‘Sugar Sugar’ werd uitgebracht op het Calendar-label, een onderdeel van zijn nieuwe bedrijf Kirshner Entertainment. Ron Dante was de zanger. De song, die eerder door de Monkees zou zijn afgewezen, werd uitgegeven door Kirshner Music.
    Een andere ontdekking was de groep Toomorrow, met daarin zangeres Olivia Newton John.
433 6 Archies KirshnerArchies met Don Kirshner
Don Kirshner in de media
Kirshner had ervaring op tal van terreinen opgebouwd: de platenindustrie, het uitgeven van muziek, produceren, management, televisie en film. In de jaren zeventig, na de film ‘Woodstock’, zette hij zich in om rockmuziek aan het televisie-kijkend publiek te presenteren. Door tevens op een verwant FM-radiostation af te stemmen kon je de muziek in optimale vorm beluisteren. Opnieuw was hij vernieuwend in de weer. In 1972 verklaarde hij: “In my business I try to be a trendsetter. I try to anticipate which way the market will swing”.
    Contacten met het ABC-concern leidden evenwel niet tot resultaat: “He wanted to showcase newcomers to rock and they wanted the big names”.
    Opnieuw besloot Don om dan maar op eigen houtje te handelen. Zo kwam Don Kirshner’s Rock Concert tot stand. Het programma was zo succesvol dat vakblad Billboard hem in 1975 ‘perhaps the hottest man today in music television’ noemde.
Twee jaar later, in 1977, bouwde Kirshner de formule van het programma uit. Roman Kozak in Billboard: “With ‘Rock Concert’ quietly going into its fifth year, and other Kirshner Enterprises television projects in the works, Don Kirshner is returning to dome his energies to the music and record industries.
    ‘A major part of my time is now devoted music and records’, says Kirshner. ‘I have the best people in television. and we have invested a lot of money for them to handle that area. Now that it’s established I will let it go its own way. My efforts are going to be in my first love, music publishing and records.
    I specialize in talent’, he says, indicating he intends to build a broad roster of commercial acts for Kirshner Records. To build up has roster Kirshner says he has three people in addition to himself looking for talent. With his tv show, he says, he is able to be in contact with just about every produccr and agent in the country, giving him access to many new acts”.
433 7 Don Kirshner Rock Concert

Don had al een nieuwe groep onder zijn hoede genomen, Kansas.
    Kirshner: “What I am doing with Kansas, is what I did in Aldon, Screen Gems and Columbia Pictures, and that is build new writers. Melodies are coming back. You are going to see people want to dance more. Lyrics are going to be more important and meaningful. Jazz will be a more predominantforce. And I think from time to time there will be a visual group like Kiss”.
Menige popcriticus zag Kansas niet zitten. In Oor liet Fer Abrahams bijvoorbeeld weten dat hij bij een concert van de groep ‘bijna in slaap gevallen was’. Maar, evenals bij andere ontdekkingen van Don Kirshner besliste het publiek anders. Alle albums van Kansas, uitgebracht op Kirshner Records, gingen in enorme aantallen over de toonbank, vooral ‘Leftoverture’ (1976) en ‘Point of Know Return’ (1977).
    De single ‘Dust in the wind’, geschreven door bandlid Kerry Livgren, bereikte niet alleen een toppositie in de VS, maar ook een hoge klassering in Nederland. Elk jaar is de song terug te vinden in de top 2000, afgelopen jaar op plek 260.
433 8 Kansas

In het begin van de jaren tachtig trok Don zich terug uit de muziekbusiness. Bij die gelegenheid schreef Greg Shaw: “Most people who have been in the musical business 25 years can claim to have discovered a few major talents. What Kirshner did is a lot more impressive: he almost single-handedly reshaped rock ’n’ roll, taking a rude music of the streets that was foundering after an initial explosive heyday, applying for the first time high standards of craft and professionalism, and moulding it into a pop industry of greater size, complexity, efficiency and profitability than ever before. And at the same time he contributed mightily to America’s musical heritage”.
In de Washington Post keken David Segal en Don Kirshner, 70 jaar geworden op 17 april 2004, nog eens terug: 
    “Back when rock was in its diapers, Kirshner hired a group of now legendary young songwriters and coaxed from them hit after hit, including ‘Up on the Roof’, ‘Breaking Up Is Hard to Do’, ‘Will You Love Me Tomorrow’ and the most played radio song of all time, ‘You’ve Lost That Loving Feeling’. In a creative frenzy that lasted about four years, he and his team composed and published dozens of hits, turning the company he co-founded into the center of the pop universe. 
   Kirshner stayed in the game until the early 1980s, as the unforgettably monotone host of a TV show, ‘Don Kirshner’s Rock Concert’. Throughout its nine-year run, ‘Rock Concert’ was about the only place you could catch Lynyrd Skynyrd, Sly & the Family Stone or Devo, giving U.S. audiences a first glimpse at acts that, in some cases, even Kirshner had yet to lay eyes on. 
    There was more – feuds, setbacks, triumphs, fame as an icon of leisure-suit uncool thanks to his wooden on-screen patter for ‘Rock Concert’. Later, once MTV had stampeded the airwaves, Kirshner retired”.
Met Bobby Darin was het allemaal begonnen, bevestigde Don Kirshner. “I discovered him”, liet hij optekenen.
    Helemaal gelukkig was Kirshner niet, ondanks alle successen die hij had weten te creëren met zijn gouden oren en gevoel voor talent. “He’s being snubbed, almost systematically. The sorest spot is the Rock and Roll Hall of Fame, which has yet to induct him in its ‘non-performer’ category, and worse, keeps inducting pishers like Jann Wenner, the editor of Rolling Stone magazine. The whole thing is a little too clubby, he frowns, and he’s not in the club. Why is Jann Wenner in if he’s not?
    ‘I’d like to know. I don’t want to sound like sour grapes, but I believe I should have been one of the first three or first five inducted. Seriously. I mean, they’ve got people in there that I trained, and I’m not in? It bothers me, on principle’”. 
Bij zijn overlijden, op 17 januari 2011, kon je niet alleen een nietszeggende tekst op Nu.nl vinden, maar ook een uitgebreid artikel van Adam Sweeting in de Guardian. 
    Sweeting bevestigde nog eens dat Kirshner de laatste jaren van zijn leven als frusterend had ervaren, vooral zijn afwezigheid in de Rock and Roll Hall of Fame. “My body of work is as big as anyone’s and nobody knows the half of it”.
    Don Kirshner moest het hebben, niet van zijn eigen talent, had hij beseft, maar van zijn voortdurende zoektocht naar het talent van anderen, had hij in 1993 laten weten. “Maybe it’s because I don’t read or write music – and I guess I live vicariously through these people, because I don’t have the talent myself – but, you know, I’m the man with the golden ear”.
Harry Knipschild
26 augustus 2021
‘Columbia Screen Gems ups Don Kirshner’, Billboard, 12 september 1964
‘Toomorrow’ – the new Monkees?’, Melody Maker, 15 februari 1969
James Johnson, ‘Don Kirshner: I discovered Carole King’, New Musical Express, 12 februari 1972 
Roman Kozak, ‘Kirshner Emphasis On Records Will Renew!’, Billboard, 14 mei 1977
Rodney Burbeck, ‘To nurture talent and see it succeed is the greatest turn-on in the world’, Music Week, 1 april 1978
Fer Abrahams over Kansas, Oor, 10 januari 1979
Greg Shaw, ‘Don Kirshner’, The History of Rock, 1982 
David Segal, ‘Return of the hit man’, Washington Post, 20 december 2004
‘Muziekpromoter Don Kirshner (76) overleden’, Nu.nl, 18 januari 2011
Adam Sweeting, ‘Don Kirshner’, Guardian, 18 januari 2011