43 - Raymond Buve (1933-2026), oorlogskind en hoogleraar geschiedenis
Enkele jaren geleden, tijdens de coronacrisis, ben ik lid geworden van sociëteit de Harmonie in Oegstgeest. In dat illustere gezelschap ontmoette ik diverse wetenschappers, die verbonden waren aan de Universiteit Leiden. Een van hen was historicus R.Th.J. ‘Raymond’ Buve, die met een zekere regelmaat van zich liet horen door het geven van lezingen. Ik vond hem vooral fascinerend in zijn betoog over de Azteken in Mexico – met name over de bestuursstructuur, die de Spaanse veroveraars aantroffen na 1500.
Lofrede
Naar aanleiding van zijn overlijden op 24 januari van dit jaar schreef Patricio Silva een lofrede op de website van de universiteit. Daarin: “Professor Buve kan zonder twijfel worden gezien als de nestor van de Latijns-Amerikastudies aan onze universiteit. Hij kon als geen ander naar Latijns-Amerika kijken vanuit diverse disciplinaire invalshoeken.
Buve was in staat om bij zijn zeer gewaardeerde colleges gebruik te maken van inzichten afkomstig uit de geschiedkunde, antropologie, sociologie en politicologie. Dit was het resultaat van zijn academische vorming en vooral van de diverse werkzaamheden die hij in de loop van zijn lange wetenschappelijke carrière heeft uitgeoefend.
In de loop van de tijd werd hij een erkende eminentie op het gebied van de geschiedenis van de Mexicaanse deelstaat Tlaxcala. Er was praktisch geen detail van de turbulente geschiedenis van die regio dat hij niet kende. Als je hem over diverse facetten van de Mexicaanse revolutie in Tlaxcala hoorde vertellen, kreeg je vaak echt het gevoel dat hij al die gebeurtenissen zelf aan den lijve had meegemaakt”.

Dictatuur
In zijn presentaties en gesprekken, die ik met hem mocht hebben, zette Raymond zich af tegen elke vorm van dictatuur – vooral die van Franco, welke hij zelf had meegemaakt. Maar het geheugen van de man, die op 1 juli 1933 in Den Haag werd geboren, ging veel verder terug. In zijn memoires, getiteld Stilzitten is geen optie (2020) omschreef hij die datum met: “Hitler was precies vijf maanden aan de macht en had zijn dictatuur al gevestigd”.
Raymond uitte zich niet trots op de politieke ideeën van zijn ouders. “Ze waren geporteerd voor de Vlaamse vereniging Verdinaso”. Die zette zich in voor een Groot Diets Rijk, de Groot-Nederlandse gedachte. “Beiden namen deel aan demonstraties in Gent en een boycot van de Franstalige Gentse universiteit. Mijn felle moeder werd na deelname aan een studentenrel in 1928 door de Belgische Rijkswacht over de grens gezet”.
Het Verdinaso had, schreef Buve, ‘als doel om via een anti-parlementaire en anti-democratische weg, onder een autoritair regime, solidariteit tussen de klassen tot stand te brengen’. Hij wees op de invloed van het fascisme van Mussolini en het corporatisme van de Portugese dictator Salazar.

Werkproblemen
Vader Wim Buve was als commies op Economische Zaken diep onder de indruk geraakt van de landbouw- en voedselpolitiek van het Duitse Derde Rijk. “Zoals hij zelf verklaarde, adopteerde hij langzamerhand de sociaal-economische ideeën van het Derde Rijk. Hij vond hierin een richtlijn waarin ook voor Nederland belangrijke economische perspectieve lagen voor de in de jaren 1930 in crisis verkerende agrarische sector”.
Zijn ouders waren geen aanhangers van de NSB. In hun ogen was Mussert een softie en weinig principieel. Toen de oorlog uitbrak hadden ze zich dan ook niet aangesloten bij de NSB en waren tegen de Groot-Germaanse gedachte van Mussert.
Zijn vader was anderszins in grote problemen gekomen. Nederland stelde zich neutraal op tijdens de Eerste Wereldoorlog en daarna. “Mijn vader schond als ambtenaar die neutraliteit door gegevens door te geven aan de Duitsgezinde referendaris Van der Hoeven. Op grond van zijn functie had hij inzage in lijsten van Nederlandse schepen die door de Britten werden aangehouden”. Dat kwam uit.
“In november 1939 [enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, door de Duitse inval in Polen] werd mijn vader gearresteerd wegens hulp bij spionageactiviteiten. Eind maart 1940 werd hij veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Na de capitulatie van Nederland op 18 mei 1940 werd hij, volgens hemzelf, op verzoek van de Duitsers, weer vrijgelaten”.
Er was echter geen ontkomen aan. “Toen Hitler in najaar 1940 de opdracht gaf dat de Nederlandse leden van Verdinaso lid moest worden van de NSB, werden ook mijn ouders lid. Dat deden ze vooral in de hoop dat dit mijn vader een baan zou opleveren”. Buve senior werd vanwege het incident evenwel niet vertrouwd en bleef zonder werk. Solliciteren in het Derde Rijk leverde voorlopig evenmin werk op.

Naar Olst en Duitsland
Het gezin kwam terecht in de lege villa van de eigenaar van de Deventer Koekfabriek te Olst. Pas in 1943 kon Wim Buve aan de slag: bij het NAF, het Nederlandsch Arbeidsfront – al dan niet in een ondergeschikte positie. Een jaar later, na de paniek van Dolle Dinsdag (5 september 1944), ging zijn vader in Duitsland werken voor het Deutsche Arbeidsfront (DAF), in de omgeving van Berlijn. “Op tijd vluchtte hij voor de Sovjet troepen. (Op 11 juni 1945 via Vlodrop terug naar Nederland, waar hij ingesloten werd in het Bewaringskamp in Den Haag. In de gevangenis van Scheveningen moest hij zijn celstraf van 1939 alsnog uitzitten)”.
Moeder Mariëtte Buve bleef met het gezin achter in Olst. Zij en de kinderen werden er flink gepest. Raymond gaf wat voorbeelden. “De fietsen van mijn broer Jeroen en mij werden regelmatig in een beek naast de school gegooid. Broer Brick werd met Sinterklaas als fout kind in de zak gestopt. Die werd dicht gebonden en buiten gezet. Dochter Cunera kon niet gedoopt worden”.
Moeder Buve vluchtte met haar kinderen en 65.000 andere NSB’ers naar de oosterburen. Ze kwamen terecht in de gymnastiekzaal van een school op de Lünenburgerheide. Op dat soort plekken, wist hij, was sprake van tekort aan voedsel, en een overvloed van luizen en vlooien. “Men was er niet welkom. Als landverraders werden ze niet gerespecteerd en het platteland zat al vol met vluchtelingen uit Duitse steden”.
Samen met broer Jeroen werd Raymond in oktober 1944 door zijn vader opgehaald en naar Berlijn meegenomen. Vanwege de bombardementen door de geallieerden zat hij er in de kelder. “We gingen [ook] op het dak naar het centrum [van Berlijn] kijken. Het was één grote vuurgloed met veel ontploffingen en tijdbommen”.
aanvallen op Berlijn
Alleen in Sudetenland
Wim Buve deed vanuit Berlijn zijn best om zijn oudste jongens een beter oord te bezorgen. Met een kindertransport kwamen ze uit in Sudetenland, het huidige Tsjechië, dat in 1938 door de nazi’s geannexeerd was.
Het gezin was helemaal uit elkaar gevallen. Vader zat in Berlijn, moeder op de Duitse heide, Raymond en Jeroen in een tehuis van de Hitlerjugend. Na korte tijd werden ook de twee broertjes van elkaar gescheiden. Raymond, 11 jaar, moest het maar alleen zien te redden!
In een dorp ten noorden van Praag (Dlascovice) maakte hij elke ochtend mee dat de nazivlag gehesen werd, dat het Horst Wessel-lied gezongen werd en dat er flink gesport werd, ook in de sneeuw.
Overal waar hij kwam, kun je in zijn memoires lezen, werd het jongetje vijandig bejegend: in Nederland, Duitsland en Sudentenland. Bovendien viel ook in materieel opzicht de bodem onder zijn bestaan weg. De verzorging liet te wensen over. Geplaveide wegen, gas en elektriciteit ontbraken. “Water kwam uit pompen of putten. Het was een heel corvee als het je beurt was om water te halen. Het vroor dat het kraakte. We hadden te weinig kleren om van schoenen niet te spreken”.
Sovjet-leger in de aanval, voorjaar 1945
De Russen waren bovendien in aantocht. “We hoorden het kanongebulder”. Op een oorlogskaart konden ze met gekleurde spelden zien hoe de frontlinies steeds dichter bij kwamen. Noodzakelijke hulp van de bevolking was ver te zoeken, en dat terwijl de leiding geen middelen meer had.
Op de vlucht
Bang voor de aanstormende Russen sloegen de jongens op de vlucht. Het zal februari of maart 1945 geweest zijn. “Om vijf uur in de ochtend, de nog natte was in mijn mandje, naar het station. Treinen reden midden in de nacht vanwege het gevaar van vijandelijke vliegtuigen”. Bij aankomst elders (Hostomitz) moesten ze in een sneeuwstorm lopen naar een kolenmijn, waar ze zich in het badhuis konden wassen.
Ze belandden opnieuw in een Hitler Jugendheim. De leiding ging er vandoor. “Vanaf dat moment was het ieder voor zich en géén God voor ons allen, want die had het kennelijk elders te druk”.
Raymond en zijn medevluchtelingen moesten zien te overleven. “We aten alles wat er nog in vuilnistonnen zat, bevroren en wel. We begonnen ook te stelen. Met tien man overvielen we de lokale bakker en een slager. Ik sloeg een oude vrouw met een plank op haar hoofd en pakte haar brood af. Van een andere vrouw stalen we de zuurkool. Ze bleef huilend op de grond liggen”.
De bevolking kwam in opstand tegen de indringers. “We vluchtten in de sneeuw naar het station en sprongen op een passerende goederentrein. In de industriestad Aussig zagen we kans schoenen te stelen en in een bakkerij in te breken”.
Raymond bevond zich in de omgeving van Theresienstadt. “Tijdens een rooftocht zagen we hoe mensen, die er probeerden te ontsnappen geëxecuteerd werden”.
Theresienstadt
Bendes van zwervende kinderen
Terecht stelde Raymond, de latere hoogleraar, dat hij tot de vele bendes van zwervende kinderen hoorde die in de laatste periode van de oorlog uit zo’n één miljoen bestonden. “Je leefde van diefstal, desnoods met geweld, en probeerde op goederentreinen te springen om verder te komen. Je wist niet waarheen”.
Zijn bende, die westwaarts trok, maakte ook een luchtaanval mee. “Het sein voor luchtalarm was een rood vlaggetje op een station. De trein stopte, wij eruit en onder de trein – totdat we erachter kwamen dat er naast ons een munitietrein stond, dus wij snel het veld in. Die trein werd getroffen, de machinist gedood. Onder ons waren er ook twee doden. Een nieuwe locomotief bracht ons naar Passau. Van die stad [bij München] stond niets meer overeind”.
Ervaringen onderweg
Raymond, nog steeds 11 jaar, probeerde zijn geboorteland te bereiken. Maar zijn trein bleef steken in Simbach, dichtbij Braunau, de geboorteplaats van de Führer. “Het was vechten om een boterham. We liepen door de straten te bedelen om een broodkorst. Je belde ergens aan en zei dat je zo’n honger had en in dagen niets gegeten. Dan was je reuzeblij met een paar gekookte aardappelen”.
Raymond kwam tevens in aanraking met een gevangenentrein. “Als je een aardappel door de tralies in de beestenwagons gooide, vochten ze erom. De mensen hadden gestreepte kleding aan. Het moet geweest zijn begin mei 1945 in het laatste stukje Zuid-Duitsland, nog niet bezet door de Amerikanen. We konden zien hoe Duitse bewakers twintig lijken van verhongerden uit de trein haalden. Er werden [ook] gevangenen doodgeschoten en die lieten ze naast onze trein liggen”.
Bevrijd door de Amerikanen
In de omgeving van Braunau werd Raymond door de Amerikanen bevrijd. “We werden er ergens in mei 1945 heengebracht. Ik ben nog bij het geboortehuis van Hitler geweest”. Ook aan de andere kant van het strijdtoneel was er voorlopig niets te krijgen: ‘geen eten en geen drinken’.
Om te overleven moest hij met andere kinderen maar aan voedsel zien te komen. “Bij Duitse opslagplaatsen van rugzakken, veldflessen en botervlootjes haalden we die eruit en verkochten ze voor eten”.
Totdat er hulp kwam. “De Amerikanen brachten de kinderen bij Beierse boeren, die de kinderen moesten bijvoeden en voor ze zorgen totdat ze konden worden teruggestuurd”. Raymond kwam terecht in een kamp voor displaced persons. “Daar werden vele honderden zwerfkinderen geselecteerd op herkomst om ze daarna terug te sturen”.
Dat terugsturen, begin juni 1945, was geen eenvoudige zaak. “In goederenwagons – daar waren wel al lang aangewend – gingen we via Straubing, Regensburg en Neurenberg naar het noorden”. Hij hoefde niet meer op rooftocht. “We kregen een blik voedsel en daar zat in: rolletjes biscuits, repen sugar (suiker), pakjes fruit, boter, chocolade en nog wat dingen”.
De hygiëne in de goederentrein was niet optimaal. “We zaten op een hoop stro. Er zat het nodige ongedierte in”.
Raymond constateerde dat er van Neurenberg niets meer overeind gebleven was. “Zover het oog reikte, puin, puin en nog eens puin”. In Mainz bespeurde hij ‘een sterke lijkenlucht’. De rit eindigde in de Belgische stad Namen. “Met de stoomtram naar het nabijgelegen Andenne, waar we ondergebracht werden in een schoolgebouw”.
Bij het schrijven van zijn memoires kon de latere Leidse hoogleraar het zich nog goed herinneren: “We spraken een allegaartje van Duits, Tsjechisch, Nederlands en Frans. Want de kinderen kwamen overal vandaan”.
Neurenberg 1945
Terug naar Nederland
Raymond was nog niet thuis. En wat was thuis? Zijn vader was weer in de gevangenis beland. Toen zijn moeder na terugkomst uit Duitsland in ‘haar’ villa te Olst arriveerde, werd ze door de Binnenlandse Strijdkrachten gearresteerd. Haar vijf kinderen werden alleen achtergelaten. Brick, zijn broertje, 8 jaar, moest al bedelend voor zijn vier kleine zusjes zorgen. Totdat ze bij een door nonnen gedreven tehuis voor ouderen werden ondergebracht.
In die tijd probeerde Raymond Nederland te bereiken. Om vanuit Namen in Brussel te komen mocht hij zowaar in een personenwagen over het spoor rijden. Twee jaar later, in 1947, schreef hij in een zelfgemaakt verslag: “We moesten allerlei kaarten invullen, DDT-poeder tussen onze kleren en een bad nemen. In de gangen hingen allerlei vlaggen – van oranje blanje bleu tot de halve maan van Turkije. Na drie dagen met de trein station du Nord en met de trein langs Mechelen, Antwerpen naar Rozendaal in Nederland”.
Terug in Nederland
Raymond, 12 jaar, was nog niet thuis. In eerste instantie werd hij ondergebracht in het katholieke Oudenbosch, in een jongensinternaat – vandaar naar een school in Bergen op Zoom en daarna naar Klavervelde, een nabij gelegen jeugdherberg. Het jongetje was de oorlog nog niet ontwend: “We vonden het heel spannend om vuurtjes te stoken en dan vanachter een kruiwagen er kogels in te gooien”.
Raymond had intussen moeten ontdekken dat het huis van zijn moeder in Olst verlaten was. Gelukkig wist hij het telefoonnummer van oma Droog in Heemstede nog. Zo kwam hij in contact met haar dochter Nel, die in Hulst woonde. De terugtocht naar Holland kon weldra aanvangen. “Het was een hele reis. Bij Moerdijk gingen we met een pont over het Hollands Diep. Op 15 augustus 1945 kwam ik met een legertruck in Heemstede aan”.
Klavervelde
Heropvoeding
In 1947 werden de kinderen gedwongen om de ervaringen van het gezin op te schrijven. Zusje Cunera eindigde haar relaas met de woorden: “Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind?”
In zijn memoires sprak Raymond over ‘een lange periode van gewenning, van heropvoeding – goeddeels zonder de ouders’.
Grootmoeder Droog-Deckers zorgde voor de heropvoeding. “Dat zal niet gemakkelijk geweest zijn”, bekende de hoogleraar in 2020. “Ik wilde bijvoorbeeld niet in bad, dat vond ik volstrekt onnodig. Ik was grof in het taalgebruik en vervelend tegen visite”.
Raymond wilde niet naar school. Oma moest hem zelf bij de broeders in Heemstede afleveren. Het jongetje had natuurlijk een leerachterstand . Hij moest de zesde klas overdoen.
Op school werd hij (weer) flink gepest. Zijn oma slaagde er met haar sociale netwerk in om daar een einde aan te maken. Bij het katholieke onderwijs hoorde vanzelfsprekend ook het opbiechten van je zonden. “Ondanks het mooie weer in september 1945 trok ik mijn regencape aan en deed de kap ervan voor mijn gezicht toen ik de biechtstoel in de Maria Hemelvaart kerk in Heemstede binnen ging, want ik had natuurlijk wel het een en ander op mijn kerfstok”, herinnerde hij zich.
Raymond werd opgevangen in de katholieke wereld. “Dat heeft goed gewerkt”. Met katholieke vrienden was zijn herintegratie in de naoorlogse samenleving van essentieel belang. Raymond belandde bij de padvinders, de verkenners en ging op zomerkampen.
Normalisering
Zijn oma zorgde ervoor dat Raymond voortaan mentaal ‘bijgewerkt’ werd. “Dagelijks moest ik de Nieuwe Haarlemsche Courant lezen. Via de radio, waar ik dagelijks naar moest luisteren, werd ik niet alleen op de hoogte gebracht van wat er in het Derde Rijk was gebeurd. Ze heeft ook aan ont-ideologiseren gedaan. Alles wat betrekking had op het proces in Neurenberg [1945-1946] was voor mij verplichte kost”.
Het lijkt erop dat Raymond tot andere ideeën kwam. Dat gaf nog wel eens problemen. Zijn moeder kwam in 1947 vrij uit een kamp voor ‘foute’ ouders. Ook na de oorlog strookten haar ideeën niet met die van haar zoon. “Mijn ouders hebben ons altijd voorgehouden dat we toch niet konden begrijpen wat hen had bezield. Ik heb mijn moeder medio jaren zestig eens een boek over de NSB te lezen gegeven. Ze zei dat men er niets van had begrepen”.
Raymond bleek een intelligente jongeman te zijn. In 1952 wist hij een studie aan het gymnasium te voltooien. Ondanks het ondergane ‘normaliseringsproces’ was men zijn oorlogservaringen nog niet vergeten, zo bleek toen hij daarna in dienst moest. “Vanaf november 1952 werd ik onmiddellijk geconfronteerd met mijn verleden. Ik was vermoedelijk de enige met de opleiding gymnasium die slechts gewoon soldaat kon zijn en nooit meer dan dat. Terwijl de andere gymnasium-kennissen naar de officiersopleiding gingen, kwam ik, in Grave als gewoon soldaat, in de Compagnie Zware Mitrailleurs”.
Raymond Buve
Zoals we weten is Raymond Buve goed terecht gekomen. In 2022 maakte ik kennis met de voormalige hoogleraar. Ik hing aan zijn lippen als hij over zijn ervaringen in Spanje onder Franco en in Mexico aan het woord was.
Buve liet zich per taxi naar de sociëteit in Oegstgeest brengen en weer ophalen. Vorig jaar kwam hij buiten ten val en wist niet meer overeind te komen. Zijn buren zagen hem uren later nog liggen en schoten te hulp. Buve kon er laconiek over praten. Terwijl hij in zijn tuin op de grond lag, besefte hij dat zijn einde nabij was. Toch wist hij nog te overleven. omdat zijn buren uit het raam keken. Begin januari 2026 zou hij voor de leden van de Harmonie nog een lezing geven, maar die moest worden afgezegd. Op 24 januari is hij op hoge leeftijd overleden.
Ik ben blij dat ik hem heb leren kennen.
Harry Knipschild
14 juli 2026
Clips
* Bommenwerpers over Berlijn 1944
* Theresienstadt, propaganda film
* Interview met Raymond Buve, januari 2026
- Raadplegingen: 407
