590 - Richard Cole wordt tourmanager van Led Zeppelin
Hoe kom je iets te weten over wat zich afspeelt in een groep? Bij mijn onderzoek naar de geschiedenis van de popmuziek valt me steeds op dat er in artikelen en interviews betrekkelijk weinig persoonlijke achtergronden belicht worden. De media houden zich vooral bezig met de actualiteit, nieuwe opnamen, nieuwe toernees.
Pas achteraf krijg je te horen wat zich achter de schermen afgespeeld heeft. Memoires zijn dan interessante bronnen. Die kunnen afkomstig zijn van de artiesten, maar ook van mensen die zakelijk betrokken waren bij de muziek of ogenschijnlijk vanaf de zijlijn opereerden.
Bij Led Zeppelin fungeerde Richard Cole (1946-2021) als tourmanager. Hij was de rechterhand van Peter Grant (1935-1995), hun manager. Na de dood van John Bonham in 1980, dat het einde van de groep betekende, en die van Grant, publiceerde hij (samen met ghostwriter Richard Trubo) het boek Stairway To Heaven. Op de omslag vond je het woord ‘Uncensored’. Geen censuur dus. De groep bestond al lang niet meer en Peter Grant was niet meer in leven.

Om te beginnen vertelde Cole een en ander over zijn eigen achtergrond. “Before the dawning of the Led Zeppelin era [1968], I had worked as tour manager with nearly a dozen other rock bands”.
Hij ging nog verder terug, naar zijn jeugd in Kensal Rise (Londen). Over zijn vader schreef Cole: “He was a metal architect who helped build the elaborate doors on the Bank of England”. Dat was nog vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Zijn vader vertelde verhalen over Britse politici als Gladstone (1809-1898) en Israeli (1804-1881). Zelf had Richard meer belangstelling voor Elvis Presley en de Everly Brothers. Hij wilde zijn vrije tijd in platenwinkels doorbrengen. In plaats daarvan nam zijn vader hem mee naar het het British Museum en het Britse parlement.
Jeugdige belangstelling
Richard wist zijn zin door te drijven. Op 13-jarige leeftijd, in 1959 dus, kochten zijn ouders een platenspeler voor hem. “Immediately, I began building a library of 45s”. Hij wist singles te bemachtigen van Amerikaanse artiesten als Elvis Presley, Ricky Nelson, Buddy Holly en Chuck Berry. Met zijn single ‘Good Golly, Miss Molly’ maakte Little Richard een verpletterende indruk op het jongetje.
Twee jaar later werd Richard min of meer van school gestuurd en moest zich zelf zien te bedruipen met slecht-betaalde baantjes, vaak in de bouw. Een harde leerschool. Zijn belangstelling voor de popmuziek was er niet minder om. In 1997 herinnerde hij zich nog hoe hij toentertijd onder de indruk was van ‘Crying’ (Roy Orbison) en ‘The Lion Sleeps Tonight’ (Tokens).
Richard wilde graag drummer worden. “I bought myself an old drum set, hoping that I could unearth some latent musical talents”. Maar al snel kwam hij erachter dat hij het talent miste van grote voorbeelden als Gene Krupa en Buddy Rich.
Gene Krupa
Roadmanager
Dan maar iets anders in de muziek, bedacht hij. In de Flamingo (Londen) maakte hij een optreden mee van de Nighttimers. Het viel hem op dat de leden van die groep zelf hun spullen opruimden. Dat was toch de taak van een roadmanager.
Richard stapte af op saxofonist Mick Eve, die nog eens bij Georgie Fame had gespeeld. Waar is jullie roadmanager, vroeg hij hem.
Toen hem duidelijk gemaakt werd, dat die bij de groep vertrokken was, bood hij aan diens plaats in te nemen. “I’m looking for a job as a road manager”, verklaarde hij spontaan. Cole wist zich met halve waarheden te verkopen. Maar de groep was nauwelijks in staat hem te betalen.
Dat was geen probleem. “I was finally in the music business”. Begin 1964 zette hij er zijn eerste schreden. Zo kwam hij ‘overal’.
Een optreden van de Rolling Stones deed hem beseffen wat er in de hoogste regionen van de popmuziek aan de hand was. “Girls in the audience were absolutely hysterical – screaming, crying, moaning, lunging toward the stage. Some even peed in their knickers, actually creating streams of water that converged into a single river where the sloping seats joined the front of the stage. This was unbelievable”.
Richard stelde zijn doelstellingen bij, wilde zich omhoog werken. Hij stapte over naar Unit 4 + 2, de groep die met ‘Concrete and Clay’ de nummer één-positie in Engeland had weten te bereiken. Een volgende stap maakte hij naar de High Numbers, die weldra hun naam veranderden in The Who.
The Who
Naar eigen zeggen maakte Cole mee hoe de groep aan zijn handelsmerk kwam, het vernielen door Pete Townshend van zijn gitaar. De eerste keer was dat per toeval gegaan. “Peter whirled his guitar and accidentally struck its neck on a very low ceiling above the stage. It happened with such force that the neck fractured. Peter stood stunned for just a moment, surveying the damage. Then he shouted, ‘Goddamn it!’, gritted his teeth, and erupted in wild anger, suddenly flailing the guitar furiously and recklessly”.
Het publiek genoot. “As the demolition continued, the crowd roared its approval”.
Ook drummer Keith Moon was destructief van aard. “Townshend and Moonie [Keith Moon] were mutilating expensive instruments and, in the process, the band’s balance sheet, too”.
Voorlopig kostte een optreden meer dan het opleverde, tot verdriet van bassist John Entwistle en zanger Roger Daltrey. “This is absolutely ridiculous. We lose money every night we play. We’d come ahead just by not showing up!”, zou Entwistle geschreeuwd hebben.
Townshend wist zijn zin door te drijven. Zo moest het blijven. “This is something we do. It’s part of the show. The fans love it. So accept it!”
De gitarist kreeg het gelijk aan zijn kant. “Fortunately, as the band began to earn more money, the destruction became a more tolerable business expense and little stood in the way of the Who’s success”.
Pete Townshend
Drugs
Cole was in een wereld gekomen waar drugs een prominente rol speelden. “They were an easy source of pleasure”. Drummer Keith Moon en hij konden er maar niet van afblijven, met alle gevolgen van dien. “I began to feel that my days with the Who were numbered”. Hij werd aan de kant gezet omdat hij roekeloos in het verkeer reed, aangehouden werd en tijdelijk zijn rijbewijs kwijtraakte. Eigen schuld, bekende hij in zijn memoires.
Peter Grant
Richard slaagde er later in werk te vinden bij Peter Grant, de manager van een flink aantal groepen, zoals de New Vaudeville Band (van ‘Winchester Cathedral’) en de Yardbirds (‘For Your Love’).
Grant was een imposante figuur, legde hij uit eigen ervaring vast toen hij voor het eerst bij hem werd toegelaten. “When I walked into Grant’s office for the first time, he was sitting comfortably behind an oversized desk. It was a large office , benefitting a man like Peter, who was one of the biggest fellows I had ever met”.
Alleen al de manier waarop hij overeind kwam! “It seemed to take him forever just to stand all the way up. At six foot-six [bijna twee meter], he was an imposing presence”. Geen wonder dat Peter in het verleden gefunctioneerd had als uitsmijter en worstelaar.
Bij die eerste ontmoeting met Cole had Grant al een aardige carrière in de muziekbusiness achter de rug. “He became the British tour manager for American performers like the Everly Brothers and Little Richard, during which time he developed a show no-mercy attitude toward anyone who crossed him.
I heard the story that one evening, he pummeled a rock promoter who tried to cheat Little Richard out of a few pounds. Not only did Peter’s anger send the poor fellow to the emergency room, but Peter also punched out several cops who had been called in to quiet the disturbance. For Peter it was just like being back in the wrestling ring”.
Cole had zelf ook een imposant figuur. Zoiets kwam soms van pas als er bij optredens conflicten waren. Maar Peter Grant was in dat opzicht een klasse apart, wist hij.
Tijdens die eerste ontmoeting vertelde Cole een en ander over wat hij allemaal al gedaan had, in de hoop dat Grant hem een baantje zou bezorgen.
Dat lukte. “Well, Cole, the tour manager’s job with the New Vaudeville Band is open. I can pay you twenty-five pounds a week. Do we have a deal?”, zou Grant aangeboden hebben. Als tourmanager was je de assistent van de manager en chef van de gewone roadmanagers.
Richard deed stoer. “Not yet. Thirty pounds a week, that’s what I need. Take it or leave it!”, met die woorden reageerde hij, althans zo liet hij het in zijn boek afdrukken.
Grant wist niet wat hij aan moest met zo’n antwoord. Dat was hij niet gewend. Cole was zelf verbaasd dat hij dat had durven zeggen. “I was feeling anxious sitting across from this oversized man”. Later, liet hij optekenen, had hij van Grant gehoord: “I wasn’t used to people talking to me like that. But on balance, I figured it was a good sign. I doubted you would take shit from anyone”.
Grant toonde zich bereid wat meer te betalen. “We shook hands”. Hij mocht meteen beginnen – maar onder één voorwaarde, zo bleek: “He was shaking his index figure at me. ‘I never want to hear that you’ve repeated anything that goes on in this fucking office. If you do. I’ll cut your ears off. Cut ’em right off!’”
Pas na de dood van Peter Grant publiceerde Richard Cole zijn ervaringen.
Peter Grant
Yardbirds, New Yardbirds, Led Zeppelin
Binnen de organisatie van Peter Grant maakte Richard Cole het einde van de Yardbirds mee. Gitarist Jimmy Page, die Eric Clapton en Jeff Beck bij die groep was opgevolgd, had ambities om verder te komen. Hij slaagde erin eigenaar van de groep en de naam te worden en ging aan de slag om leden voor een nieuwe Yardbirds-groep om zich heen te verzamelen.
In eerste instantie probeerde hij Steve Marriott (van de Small Faces) als zanger aan te trekken. Vergeefs. ‘He wasn’t interested’ werd hem meegedeeld. Ook zijn tweede keus, Terry Reid, haakte af. Die had een exclusieve verbintenis met producer Mickie Most.
Terry wilde wel helpen. “There’s one guy you should look at. His name is Robert Plant. He’s with a band called Hobbstweedle”. Robert en Jimmy konden het meteen met elkaar vinden. Bij Page thuis raakten ze aan de praat over hun muzikale smaak. Jimmy liet Robert een liedje van Joan Baez horen, ‘Babe, I’m Gonna Leave You’. Plant pakte een gitaar en zong de song op zijn manier – tot wederzijds genoegen. “The chemistry was there. Robert was on board”.
Voor Robert was het een enorme stap vooruit om lid te worden van een groep met Jimmy Page. “The young singer was so happy he wanted to scream for joy, but restrained himself, at least until he was out of earshot of Pagey [Jimmy Page]”.
Robert Plant speelde nóg een rol in het tot stand komen van de nieuwe Yardbirds. Hij deed een goed woordje om ook John Bonham, zijn vriend, in de groep op te nemen. “Don’t make any decisions about your drummer until you’ve seen him play” zei hij tegen de nieuwe eigenaar van de groep. “It’s hard to describe. I don’t think anyone plays the drums like him. I know no one plays them better”.
Het vierde lid, John Paul Jones, trok zelf aan de bel. Hij bood zich als basgitarist aan en werd aangenomen.
Volgens Cole konden de vier muzikanten het snel geweldig met elkaar vinden. Na wat oefenen gingen ze op toernee naar Denemarken en Zweden. Dat hoorde hij tijdens een telefoongesprek in Amerika, waar hij als tourmanager met de Jeff Beck Group op pad was, nóg een groep die zich door Grant liet managen. Grant aan de telefoon: “Richard, Pagey thinks this band could be incredible. It looks like things are going to move fast for them. They could be very big very soon”.
Richard Cole
Eerste album van Led Zeppelin
Op verzoek van Jimmy Page werd een studio geboekt: Olympic in Londen – en dat terwijl er niet eens een contract met een platenmaatschappij was. De kosten namen ze zelf voor hun rekening, Peter Grant en Jimmy Page ieder de helft. Treuzelen was er dus niet bij; in het tijdsbestek van dertig uur hadden ze muziek voor een heel album op tape gezet. “They didn’t waste a minute”.
Jimmy Page en John Paul Jones hadden de supervisie. Vanwege de kosten probeerden ze het album als een soort live-optreden vast te leggen. De totale studiorekening bedroeg minder dan 1800 Britse ponden.
Volgens Cole was iedereen zo enthousiast dat besloten werd te kappen met de naam Yardbirds. Volgens hem had hij er zelf mee te maken gehad. “Led Zeppelin was a name that had emerged from a conversation I had months earlier with Keith Moon and John Entwistle in New York while I was touring with the Yardbirds. Moon and Entwistle were growing weary of the Who and were kidding about starting a new band with Jimmy Page. ‘I’ve got a good name for it. Let’s call it Lead Zeppelin, ’cause it’ll go over like a lead balloon’”
Cole vertelde Jimmy Page over het gesprek. Die moest lachen, liet hij in het boek optekenen. Maar: “It apparently stuck in his mind. Ultimately Jimmy changed the spelling of ‘lead’ to ‘led’, thus avoiding any possibility of mispronunciation”.
Zonder Richard Cole dus geen Led Zeppelin, was zijn conclusie.
Hoe dan ook, er was een nieuwe groep geboren: Led Zeppelin.

Het begin van Led Zeppelin
In Stairway To Heaven schreef Richard dat de Britse jeugd aanvankelijk weinig belangstelling had voor Led Zeppelin. Bij de eerste optredens was er weinig publiek en dat reageerde bovendien niet enthousiast. “The early audiences were sparse. They reacted as though they couldn’t be bothered. There was polite applause from the crowds. It was a sobering experience for the entire band”.
Peter Grant pakte het probleem aan. Hij wendde de blik naar de overkant van de Atlantische Oceaan. Een andere group, Cream (1966-1968, Eric Clapton, Jack Bruce, Ginger Baker, manager Robert Stigwood) had daar bakken met geld verdiend met concerten en albums op het Atlantic label. Cream hield er in 1968 mee op.
Grant wist Atlantic-directeur Ahmet Ertegun voor zich te winnen. Led Zeppelin zou de plaats en dus ook het succes van Cream kunnen overnemen. Volgens Cole wist hij een voorschot van 200.000 dollar los te peuteren voor een platencontract.
Atlantic pakte de zaken stevig aan. In een persbericht kon je lezen dat de muziek van de nieuwe supergroep volgens insiders vergeleken kon worden met die van Cream en de eveneens succesvolle Jimi Hendrix Experience.
De leden van de groep konden hun voordeel doen met hun aandeel in het voorschot op royalties. In 1997 wist Cole nog dat drummer John Bonham meteen een Jaguar XK 150 kocht van zijn deel van de ‘buit’.
Led Zeppelin naar Amerika
Peter Grant, die ervaring in Amerika had met groepen als de Yardbirds, Animals, Herman’s Hermits en de New Vaudeville Band, liet de thuismarkt, Engeland dus, voorlopig links liggen. Amerika was mogelijk een goudmijn.
Nog vóór het album op de markt kwam organiseerde hij er een toernee langs trendy plekken – in New York, San Francisco, Boston, Denver en Detroit. “Let’s give it a shot”, zo formuleerde hij zijn aanpak.
Richard Cole werd voorlopig ingezet als tourmanager eind 1968. Hij verbleef al in Los Angeles. In zekere zin was het zijn eerste ervaring met de groep. “I knew Jimmy Page from the Yardbirds tour earlier in the year and figured anything he touched would, by definition, be first-class. My expectations were further boosted during several phone calls with Peter Grant, during which his enthusiasm and optimism about Zeppelin seemed to grow more profuse with each subsequent conversation”.
Zo hoorde hij: “You better brace yourself, Richard. You won’t believe their sound. It’s sensational”.
Richard haalde de nieuwe groep op in Los Angeles. Met zanger Robert Plant had hij wat moeite. Het was zijn eerste bezoek aan de VS. “From the beginning, he had an aura of arrogance around him – arrogance coupled with anxiety – that created a shell that was difficult to penetrate. Robert appeared nervous about what awaited him. He was moody, irritable and tense. Robert seemed genuinely upset about being there. You could feel his nervous stomach a block away”.
Het eerste optreden van Led Zeppelin in de VS vond plaats in Denver. Daar mocht de groep optreden in het voorprogramma van Vanilla Fudge, een andere Atlantic-act. Die hadden het gemaakt met enkele albums en hun versie van ‘You Keep Me Hangin’ On’ (oorspronkelijk van de Supremes). De muziekliefhebbers waren voor die groep gekomen, niet voor Led Zeppelin dus.
De Britten lieten zich niet uit het veld slaan. Over de zanger schreef hij bij die gelegenheid: “Robert, his flaxen curls aglow under crimson lights, his shirt half open, pranced barefoot across the stage, striking contorted poses with Mick Jagger confidence, releasing his high-voltage voice toward the heavens”.
“I loved it”, kreeg hij na afloop van een opgeluchte Plant te horen. “It was good, wasn’t it? It was good”.
Voor Richard Cole was het concert in Portland (Oregon) het hoogtepunt van de eerste Amerikaanse Led Zeppelin-toernee. Hij was vooral onder de indruk van drummer John ‘Bonzo’ Bonham. “He seemed possessed during his marathon drum solo, blasting through a powerful thunderbolt of rhythm. For ten minutes, the rest of the band was offstage, watching from the wings, stunned by Bonzo’s blinding, energetic performance”.
Bassist John Paul Jones en Richard Cole keken toe. De tourmanager liet zich ontvallen: “Jesus Christ. Bonzo is incredible. This whole band is incredible!”
Jones was het helemaal met hem eens. Cole: “He winked at me. He knew it, too. We all felt that Led Zeppelin was going to be monstrous”.
Led Zeppelin (1969)
Cole wordt vaste tourmanager
Richard Cole begreep dat hij met deze groep raak geschoten had. Hij wilde een onderdeel van het succes zijn. “If Led Zeppelin was going to be the next supergroup, I wanted to be part of the coronation”.
Hij smeedde het ijzer toen het heet was. Peter Grant vloog vanuit Londen helemaal naar San Francisco om te proeven hoe goed het in Amerika ging. Cole greep zijn kans toen hij zijn baas naar het hotel bracht. “I’m fed up with fucking around with all these other bands tou’re sending me with. I want to stay with Zeppelin. They’re going to be big”.
Grant was even stil. Richard was bang dat hij ontslagen zou worden. Het tegendeel bleek het geval te zijn. Uit zijn mond hoorde hij: “Okay, Cole. When they’re on the road, you’ll always be with them”.
De eerste woorden die de vaste tourmanager uitte waren: “Damn it, thank you, Peter”.
Richard kon zich in 1997 nog herinneren hoe opgewonden hij bij die gelegenheid was.
Er volgde een tweede optreden in San Francisco. Led Zeppelin moest openen voor Taj Mahal en Country Joe (McDonald) and the Fish. Volgens Cole maakte het voorprogramma, Led Zeppelin dus, veel meer indruk op het jeugdige publiek dan de hoofdact, die bekend stond om zijn politieke boodschappen en zwarte humor – bijvoorbeeld over de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam.
Na afloop kreeg hij van Jimmy Page te horen: “This is a turning point for us, Richard. When a supporting band starts overshadowing the headliner, you know something’s happening. Brace yourself for a pretty thrilling ride”.
Richard voelde zich één met de leden van Led Zeppelin. Hij zag zijn toekomst helemaal zitten – als ze maar bij elkaar bleven. “If this band can stick together and not let their personalities and their egos get in the way of the music, they could be one of the longest lasting in show business” liet hij zich in die tijd ontvallen.
Het werk van de tourmanager
In een apart hoofdstuk, ‘Life on the road’, haalde Cole herinneringen op aan de problemen die hij tijdens die eerste optredens voor zijn kiezen kreeg – en ook over zijn gewone werkzaamheden.
“As well as providing physical security for the band and making sure that their equipment was set to go at every venue, I had the responsibility of taking charge of all the flight and hotel arrangements”.
In het begin was er geen geld in overvloed. Ze vlogen als gewone passagiers, zelfs als touristen. “We pinched pennies on air fares by milking TWA’s ‘Discover America’ plan, saving us 50 percent on every connection”. Ze logeerden meestal in goedkope Holiday Inn-hotels. Van limousines was geen sprake. Om zich te verplaatsen maakten ze gebruik van huurauto’s.
Op het vliegveld van San Francisco wilde het verhuurkantoor geen zaken doen met Led Zeppelin. Ze hadden immers geen creditcard bij de hand. “No credit card, no rental car”.
Cole bleef drammen. Hij beloofde het personeel vrijkaartjes. Vergeefs, wie was Led Zeppelin!
Cole verloor zijn geduld, liet hij later optekenen. “I lost my cool. I pulled $6,000 in cash out of my pocket, threw it on the counter and shouted, ‘I’ll buy the goddamn car! Just give me the fucking keys, Now!”
Dat hielp. “The clerk backed away trembling, hurriedly filled out the paperwork, and pushed the keys toward me. ‘You guys are crazy!’ she said, choking back tears. Maybe so, but we finally had a car”.
Richard Cole (links) met Led Zeppelin
In het boek vertelde Cole nog over een andere belevenis tijdens die eerste Amerikaanse toernee. De groep was op een vliegveld vast komen te zitten na hun optreden in het ijskoude Spokane (in de noordelijke staat Washington). “An arctic blizzard had moved into the region and was increasing in intensity. Our flight was cancelled”. Hun volgende concert, in Los Angeles, stond op het programma.
Robert Plant kon de kou niet langer verdragen. “Get us out of this fucking deep freeze. Charter us a plane if you have to”, kreeg Cole te horen.
Daar was geen geld voor. Cole snauwde de zanger to: “And who’s gonna pay for it. Should we take it out of your damn wages?”
Cole wist het probleem op te lossen. In een huurauto reden ze honderden kilometers door het barre klimaat naar het vliegveld van Seattle om van daaruit op te stijgen.
Het was geen prettige rit. “The band climbed into the car and I got behind the wheel. The road conditions started out bad – slush and snowbanks – and it only deteriorated. As we slipped and slid, the visibility became worse. And I was becoming more anxious”.
Cole probeerde er nog een grapje van te maken. “Did you guys have your wills made out?”
Niemand lachte. Cole moest iets anders bedenken. “I reached into the backseat and grabbed a bottle of whiskey. I handed it to Bonzo. We passed the bottle around and everyone had a few swigs”.
Het was een wonder dat ze het vliegveld levend wisten te bereiken kon je in zijn lange verslag van de ‘trip’ lezen.
Robert Plant was ziedend over wat hem was aangedaan. “I’m gonna get you fired, Cole. Either that, or I’m gonna kill you”.
Ondanks dat bleef Richard Cole in functie tot het einde van Led Zeppelin in 1980.
Het leven van een tourmanager ging niet altijd over rozen. In een volgend artikel meer informatie over zijn ervaringen als man op de achtergrond bij een van de topgroepen in de jaren zeventig. Zijn memoires zijn interessant om te lezen.
Harry Knipschild
3 mei 2026
Clips
* Led Zeppelin, Whole Lotta Love
* Richard Cole, Led Zeppelin, aankomst Amsterdam, 1972
* Led Zeppelin, Stairway to heaven
- Raadplegingen: 288
