Als je afgaat op de Britse verslaggeving van de moordpartijen aan het Birmese hof in 1879, waren het echtgenote Supalayat en haar moeder die de almachtige Thibaw, koning van ‘leven en dood’, ertoe brachten zijn familie, zo veel als mogelijk was, uit te roeien.
   Evenals Pontius Pilatus waste Thibaw zijn handen in onschuld. “He mourned for his brothers that were slain. He was a kind-hearted boy, and this was a most bitter, most terrible thing that had happened to him”.
   Om veilig op zijn troon te kunnen zitten was het ombrengen van zijn broers onvermijdelijk geweest. “While he was reposing in his new grandeur, giddy with the glory that had come to him suddenly and unexpectedly, he found that he must pay a bitter price for it. The steps of the throne were the corpses of his father’s sons. Could there be a more terrible awakening from a young dream of greatness and a love that this was? He never quite forgot it. But his throne was safe”, zo legde Harold Fielding het vast in Thibaw’s Queen.
 
 
29 1 SupalayatSupalayat
 
 
Niet uitzonderlijk
 
 
In zijn boek over Birma maakte ook James Scott duidelijk dat wat in 1879 gebeurde niet uitzonderlijk was. “The custom of putting to death all dangerous rivals of a new king was without doubt almost a recognised thing in Burma whenever there was a new sovereign”.
   In 1882 schreef hij: “Many Burmans defend it warmly, on the plea that it secured the peace of the country. Where there are so many of the royal blood, the appointment of one to the supreme power, could not but lead to discontent, breaking out into open rebellion when the slighted found themselves strong enough to feel hope of success for a rising”.
   Wat kort daarvóór gebeurd was, hoorde gewoon bij het systeem van opvolging in Myanmar.
 
 
Een meisje aan het hof vertelt
 
 
Het boek van Fielding had een speciaal karakter. De auteur ging na de val van het koninkrijk in 1885 op zoek naar Birmezen, die hem bijzondere dingen konden vertellen over wat er de laatste jaren in Mandalay had plaatsgevonden.
   Voor zijn boek, dat in 1899 verscheen, wist hij contact te leggen met een meisje dat in de jaren 1881-1885 in het paleis gewoond had. Zij was, zoals hij het noemde een ‘maid of honour’, een piepjonge hofdame, in 1872 geboren.
   Fielding: “She saw but with childish eyes, heard but with childish ears. But what she had seen or heard she was willing to tell me, and I was very willing to hear”.
   Aan zijn lezers legde Fielding uit dat hij door haar verhalen beter begreep wat anderen hem vertelden. Bovendien kwam hij tot de conclusie dat alles wat hij van haar hoorde correct bleek te zijn. Kinderen (en dronken mensen) spreken nu eenmaal de waarheid luidt het spreekwoord. “Children are very candid chroniclers. They do not criticise. They do not think a thing is so because it ought to be. They see and they hear, and they tell what they have known”.
   Voor het meisje, wier naam hij niet noemde, waren Thibaw en Supalayat geen staatshoofden, maar mensen die nu eenmaal de rol vervulden waar ze toe geroepen waren, ‘acting much as others would if placed in the same position and surroundings’.
   Laten we haar voor het gemak ‘M’ noemen.
 
 
‘Supalayat hield van Thibaw’
 
 
M was ervan overtuigd dat Thibaw en Supalayat een goed stel vormden. “She always loved prince Thibaw when no one ever supposed he would be king. I am sure that if he had not been king at all, she would have married him just the same. It was the man she wanted, not the king”. Maar, voegde Fielding eraan toe: “Of course that he was king was so much the better”.
   Daarmee wilde M niet goed praten wat fout was. “She [Supalayat] was very self-willed, very ambitious, very passionate, very cruel sometimes. But of all her passions, this was the greatest, her passion for the king”.
 
 
Het karakter van Supalayat
 
 
Thibaw, die pardoes op de troon gezet was, leek volkomen ongeschikt om als absoluut heerser op te treden. De nieuwe, jonge koningin was daar juist wel geschikt voor, als je afgaat op de literatuur.
   Mooi was ze volgens M niet. “She was not beautiful”. Maar je kon er wat aan doen om aantrekkelijk voor te komen. “She always cared for herself to make herself admired. Her manners to those she loved were as the charm of a magician. And her voice was as clear as a silver gong thrilling across the evening waters where all is still”.   
   Om het kort door de bocht te zeggen over de mensen in haar omgeving: “They either loved her or hated her. She was very proud and very fierce. When she hated, she never forgave”.
   Niemand, en zeker geen andere vrouw, mocht tussen haar en de koning komen. Evenmin mocht haar waardigheid aangetast worden. “Whenever she heard that any woman was trying to come between her and the king she became like a mad thing. There was nothing she would not do”.
   In zo’n geval ging Supalayat tot het uiterste. “Either would death be than suffer such things”.
 
 
29 2 Fielding

 
Supalayat aan de macht
 
 
Aanvankelijk had Supalayats moeder nog een en ander in te brengen. Sinpyumashin had er immers voor gezorgd dat de monnik aan de macht kwam. “It seemed as if the queen-mother was to be supreme”. De koning was een doetje.
   Dat duurde niet lang. Supalayat kwam in actie. “She began to act”. Haar echtgenoot maakte ze duidelijk dat zijn ministers te veel beslissingen namen. “You are king but in name. Let us stop all this”, liet Fielding (in het Engels) afdrukken.
   Wat de koningin zei deed de koning. Stap voor stap ontnam Thibaw aan zijn ministers de mogelijkheid om naar welbevinden te handelen. Als een onderdaan voor iets veroordeeld was hoefde hij maar naar de koningin te gaan om vrij te komen. Aan haar echtgenoot legde zij dan uit dat zo’n minister zijn boekje te buiten ging. Thibaw was toch ‘koning over leven en dood’.
   Op basis van hetgeen hij van M hoorde schreef de Brit: “The queen tried to govern by herself. She rejected even all advice”. Bewust liet ze de koning het tegenovergestelde besluiten dan hetgeen zijn ministers besloten hadden. “A minister had but to suggest anything to have it rejected at once”.
   Zo ging Myanmar naar de bliksem. “When a government is all centred in the king and everything depends on him, then, should he not prove a strong man, all authority is gone. And the king was a boy. The country became a prey to the palace clique”.
 
De gevolgen bleven niet uit. “Trouble came upon the kingdom”. Ambten waren te koop. De gouverneurs verzwegen wat er in hun regio aan de hand was. De belastingopbrengst liet te wensen over. Rovers trokken door het land. Zelfs het weer werkte niet mee. “The rain failed. The crops were short. The people suffered. Upper Burma was never a rich country. Now it became poorer”.
 
 
James Scott oog in oog met koning Thibaw
 
 
Vanwege het Britse optreden in zijn land wenste de nieuwe koning geen Europeanen te woord te staan. “Thibaw swore a royal oath by the sacred hairs of Gautama [Buddha], by the Lord, the Law and the Assembly, the three precious things, that he would never look on a white man again”, legde James Scott vast.
   Maar toen de bodem van de schatkist bereikt was, veranderde de vorst van mening. Als je flink betaalde was hij bereid je te ontvangen. De Birmese ministers slaagden erin de koning te verlossen van de eed die hij gedaan had. “His majesty’s ministers speedily found means of relieving the king from his solemn oath”.
 
Scott was geen kapitalist, schreef hij. Dan was het wat moeilijker. Dan kwam je bij een van de ministers terecht. Daar hoorde je: “His majesty is too busy, working hard all day at affairs of state”.
   De procedure ging verder. “You regret the circumstance extremely, make the minister a present of a few hundred rupees, and continue to deplore your bad luck”.
   Het was een spelletje. “Then he brightens up suddenly, recollects that on such and such a day his majesty is possibly free. He will find out and do his best for you”.
   De volgende dag was het onderhoud met de koning geregeld.
   Terwijl hij op blote voeten door het paleis moest lopen, viel het Scott op dat de spijkers in de vloer verdwenen waren. Nu lagen er tapijten. Een uur wachten was niet nodig. Ook werd hij niet, zoals bij vader Mindon gebruikelijk was, met een verrekijker bekeken. Over het voorkomen van de koning maakte Scott een vergelijking. “Mindon was embarrassing. Thibaw was embarrassed. He comes alone, except that there is a page with cheroots”.
 
Thibaw zag er niet koninklijk uit, toen Scott bij hem op bezoek mocht komen. “He appeared in a soiled white short coat and a plain check pattern, yellow silk pasoh, such as any ordinary townsman might wear. He had neglected his toilet”.
   Op zijn houding was eveneens het een en ander aan te merken toen hij, alsof iemand hem naar voren duwde, tevoorschijn kwam. “He walks hurriedly to the couch, kicking off his slippers on the way, and throws himself upon it. He falls to examining his finger-nails and the carpet.
   Thibaw looks very ill at ease, and has an occasional glance at us out of the tail of his eye. He suddenly gets up and vanishes as rapidly as he appeared”.
   Zo werd je door de koning van Myanmar ontvangen.
 
 
Leven aan het hof
 
 
De jonge hofdame van Supalayat vertelde aan Scotts landgenoot wat zich achter de schermen afspeelde. Zij was overigens niet de enige die de koningin terzijde stond. Er waren er zo’n zeshonderd, inclusief een katholieke non.
   M legde uit dat veel van die meisjes aan het hof in feite gijzelaars van hun vader waren. “Some of us were daughters of Shan chiefs and other princes. I think many were kept in the palace so that their fathers might keep true to the king”.
 
M, dochter van een Chinese vader, kreeg een eigen taak binnen de organisatie. “I was made to roll cigarettes for the queen. She smoked many cigarettes. She did not like the Burmese cheroots. And so I would sit behind her and roll her cigarettes, and listen to her talk”.
   M vertelde dat Supalayat en Thibaw bijna altijd samen waren. “She always wanted to be with him”.
 
Er werden veel kinderspelletjes gespeeld achter de schermen. Supalayat en soms ook Thibaw deden gewoon mee – met verstoppertje bijvoorbeeld. “There was hide-and-seek in the gardens. One of us would hide, and the others would come and look all over the place. The queen too would hide and we would look for her”.
   Nu ging het anders. “It was not a proper thing to find the queen. So the princesses and the maids of honour would go wandering about in all the wrong places”.
   M maakte zelf mee wat de consequenties waren als je haar wist te vinden. “I could see her kneeling on a little hill behind a clump of bamboos. Everyone who looked could see. I went up and found her”. Met alle gevolgen van dien. “I thought I was very clever”. Maar: “She boxed my ears. She was angry”.
   Als de koning mee deed, was hij de enige die haar mocht vinden.
 
 
29 3 Thibaw net echtgenotesThibaw met zijn twee echtgenotes
 
 
De meisjes aan het hof moesten er pico bello uitzien in hun zijden jurkjes (meestal roze) die maandelijks vernieuwd werden. Elke maand negen nieuwe jurkjes. “You were never allowed to wear an old skirt. It was always necessary to be smart before the queen”.
   Meestal droeg de koningin ook zo’n jurkje, maar van de meisjes werd verwacht dat ze op zo’n dag een andere keuze in hun garderobe maakten.
   Hoe konden ze dat weten, was de vraag van Fielding.
   Dat was niet zo moeilijk. “When we went on duty we would peep and see, hiding behind someone else. And if we found we had on a skirt like the queen wore, we would run away and change quickly and return”.
 
Twee keer per jaar maakte de koning een groots gebaar aan zijn directe onderdanen. Dan strooide hij met geld. Supalayat en haar meisjes waren erbij. “He would throw fifty thousand rupees or more. It was such fun to see them scrambling. All the soldiers would come and the attendants, men and women, and make a great crowd and fall over each other in their haste to get the money.
   Where a handful of rupees fell, twenty people would fall on top of the other”.
   Supalayat had plezier. De meisjes lachten, maar van meedoen was geen sprake. “I was one of the queen’s maids of honour. Maids of honour did not scramble for money”.
  
Het paleisleven leek op een koninklijke speeltuin, althans voor een hofmeisje.
 
 
Het echtpaar
 
 
In Myanmar was het gebruikelijk dat de koning zich liet omringen met vier koninginnen en een grote hoeveelheid prinsessen, dochters van zijn vazallen. Dan kwamen de zonen, die hem konden opvolgen, vanzelf wel.
   Bij Thibaw en Supalayat was het anders. De jonge koningin had het voor het zeggen. Tussen haar en de koning geen andere vrouwen.
 
Al in 1879 was Supalayat in verwachting. Evenals bij andere berichten uit het exotische Myanmar werd de westerse wereld op de hoogte gebracht. Ook nu kon je in Nieuwe Gorinchemsche Courant lezen wat zich in Mandalay afspeelde.
   “Te Mandalay zijn de priesters, sterrenwichelaars en waarzeggers het eens geworden, dat het eerstdaags door de bevalling van de voornaamste koningin Supalayat te verwachten kind van de koning een knaap zal zijn. Naar aanleiding van deze profetie heeft koning Thibaw voor zijn toekomstige erfgenaam, de aanstaande ‘koning van de opgaande zon, heer van de witte olifant, van het gouden regenscherm, enz.’, een wieg laten bouwen, die ƒ250.000, gekost heeft.
   De wieg is uit mango-hout vervaardigd, hetwelk van binnen en van buiten met dik goud is belegd. Bovendien is het bedje van buiten nog op het kostbaarst versierd en met diamanten, robijnen en andere edelstenen overladen. In de wieg ligt een zacht kussen, met groen fluweel overtrokken en met borduursel rijk bezet.
   In plaats van enige oude vrouwen, zoals in Birma geschiedt, zal de wieg door een zelfwerkend mechanisch toestel, dat zich laat opwinden en dan verscheidene dagen achtereen kan gaan, in beweging worden gebracht. Deze inrichting is door een Italiaan uitgevonden. Koning Thibaw moet er zich uitstekend mee amuseren. De wieg hangt aan gouden koorden. Voor de jongen is reeds een uitzet van 5.000 rupees gekocht.
   De priesters, wichelaars en waarzeggers kruipen bij elkaar van angst tegen de tijd van de bevalling, wanneer misschien zal blijken dat een dochter geboren is”.
 
Supalayat baarde een zoon, maar een lang leven was hem niet beschoren. De volgende kinderen van het echtpaar waren allemaal meisjes. De koningin wist niet voor een directe troonopvolger te zorgen.
 
Het monogame huwelijk van het tweetal kwam onder druk te staan, bleek uit de verhalen van M. De koning ging vreemd. Hij liet een maîtresse zelfs als page het paleis binnen smokkelen.
   Toen de verhouding uitlekte greep Supalayat in. “At last the queen found out. In a thought, in a moment, before the king had even time to realise that he was discovered, before the girl had time to attempt to escape, she and her father and all those who had taken in the plot, were seized and executed”.
   M: “The queen was like a mad thing. There could be no forgiveness. She was older now and stronger and her power was established. All those who plotted against her must understand that they staked their lives”.
   Fielding wilde weten, hoe de koning gereageerd had op het handelen van zijn echtgenote.
   De Brit begreep er niets van, werd hem door M uitgelegd. “If you had ever seen the queen you would not ask that. No one could stand against her when she was angry. Not the ministers, nor the king, nor any one. It was better to face a tigress. Everyone bent and shivered before her. The king was but a foolish schoolboy before her. When the queen was angry, she was queen and king too, and there was no one beside her in power”.
   De oudere zus van Supalayat bleef kinderloos. Zo kwamen er geen koningszonen in Myanmar.
 
 
Conflict met de Britten
 
 
29 4 Britse troepen
Britse troepen in Mandalay (1885)
 
Supalayat verhinderde bovendien dat een handelsconflict met de Britten opgelost werd, vernam de auteur van Thibaw’s Queen. Er dreigde oorlog. De situatie was zo ernstig dat de koning al zijn minsters bij elkaar riep. Moest er gevochten of onderhandeld worden, was de vraag.
   De kinwun mingyi, die er samen met de moeder van Supalayat voor gezorgd had dat Thibaw op de troon gekomen was, adviseerde de koning om het conflict bij te leggen. Uit de mond van M tekende Fielding op wat het meisje vanachter de koningin opving. “I have seen the armies of the English. They are very numerous and very well armed. My lord’s army cannot yet fight with them”.
   Om de strijd met de Britten aan te binden moest het Birmese leger aanzienlijk versterkt worden. “In a few years the army will be better trained and more numerous and the king may have friends among the other nations [zoals de Fransen]. He can bide his time and strike when the blow will tell. But it would not be wise to make war”.
 
Het advies van de minister schoot bij Supalayat in het verkeerde keelgat, legde de auteur vast. “She had always hated him because he often gave advice contrary to hers. He was for going softly and carefully while the queen was always in a hurry”.
   De koning had het zwijgen bewaard. Het meisje wist wel waarom. “I do not think he liked the idea of war, even successful war. He was a religious man, and had been told that all war is evil”.
   M was het niet met Thibaw eens. “Such men should not be kings. Great kings are those who are savage and cruel, delighting in ravaging other countries and killing the people, making the rest slaves. Great kings are those who rejoice in conquest and in the death and misery of others. They are robbers and murderers in high places. King Thibaw was not like this”.
 
Supalayat, 25 jaar, nam het heft in handen. Zonder haar echtgenoot te raadplegen pakte zij het woord. Ze zou onder meer verkondigd hebben: “Sooner shall we die with our soldiers than live with chains of words about our necks. All this talk of defeat is the talk of old men and cowards. There is no fear. The brave soldiers shall soon conquer the enemy and drive him back into that black sea when he came, sea devil that he is”.
   Wat Thibaw vond deed er niet toe.
   De koningin besefte wat ze teweeg gebracht had. “Slowly one by one tears came into her eyes. She put her hands over her face and cried. The tears ran down her fingers and dropped from her rings, and a sob came out of her throat”.
 
 
Feest tijdens de oorlog met de Britten
 
 
Bij het oprukken van de Britse troepen was er weinig tegenstand. De oorlog werd wel eens een ‘militaire picknick’ genoemd. Maar niemand durfde aan de koningin te vertellen dat de Birmezen aan de verliezende hand waren. Alleen goed nieuws bereikte het paleis in Mandalay. “It was said that there had been a great fight and many men killed. But in the end the king’s ships had been victorious and two English steamers were taken”.
 
Omdat het zo goed leek te gaan was er alle aanleiding om een groot feest te organiseren. Thibaw en Supalayat zaten op een verhoging. M, achter de koningin, zag hoe er beneden gedanst werd tot laat in de nacht. “The lights were so bright that outside the night seemed very dark. Actors made speeches on the greatness of the king and queen and the value of their armies. They laughed at the foreigners, and at the idea that they could come and do any hurt to the kingdom”.
   M: “No one slept all that night in the palace. They were drunk with the beginnings of victory”.
 
 
De waarheid
 
 
Langzamerhand drong het tot Supalayat door dat er weinig reden was om feest te vieren. Het meisje moest haar volgen toen ze op onderzoek uitging. “I went behind her with the golden box of tobacco and the cigarette papers”.
   In de tuin waar ze eerder verstoppertje had gespeeld moest ze een meisje bij de koningin brengen. Dat ging moeilijk want het kind was bang voor Supalayat.
   Eindelijk kreeg de echtgenote van de koning te horen hoe er in de stad gepraat werd. “She said that her father and mother talked of the fighting, and how our soldiers had run away, and that the foreigners had taken a fort and killed many of our people, and were advancing up the river”.
   Haar ouders hadden al noodzakelijke maatregelen getroffen. Al het goud en zilver was in de grond gestopt. “Her mother had told her she must give up her gold bangles to be buried, for the wicked foreigners were coming to Mandalay and would steal them all”.
   Andere meisjes vertelden een soortgelijk verhaal.
 
Supalayat begreep nu dat het einde nabij was. “As she listened her face grew whiter and whiter and her eyes larger”.
   M kreeg te horen dat jonge meisjes nog niet geleerd hadden om te liegen dus dat het wel waar zou zijn. “It is the ministers and generals who dare not tell me the truth”, was eindelijk tot de vorstin doorgedrongen.
 
 
Einde van het koninkrijk Myanmar
 
 
29 5 krantverslag in Britse krant
 
 
Het einde was nabij. Vanuit haar kamer hoorde M een onbekend geluid. “I did not know what it was. I could see no thunder storm. The sky was blue, with little white clouds flecked across it. I could not make it out”.
   “Did you hear no sounds?” werd haar gevraagd.
   “I said yes, a sound of thunder far away”.
   “It was the great guns of the English firing down the Irrawaddy river”, kreeg de dertienjarige hofdame te horen.
 
Een aantal collega’s had meteen de benen genomen. M niet. Ze was nog aanwezig bij een paar spoedvergaderingen van het koninklijke echtpaar en de ministers. Moesten de Birmezen verder vechten of niet?
   Supalayat vond van wel. “She would have fought. If she had been king, there would have been no surrender. But they were all against her, even the king. Her power lay only in her influence over him, and it was shaken. For it was she who had forced the war. Her speech was not so strong nor so assured as before”.
   Deze keer besliste Thibaw dat er niets anders opzat dan zich onvoorwaardelijk over te geven.
 
Na afloop van de vergadering trokken Supalayat en Thibaw zich terug. “In the dark the king and queen walked to and fro and talked to each other in broken sentences. We saw that there were tears in their eyes”.
 
 
Afscheid van Mandalay
 
 
De volgende ochtend trof M de koningin samen met haar moeder aan. Lange tijd hadden ze geen woord met elkaar gewisseld. “But now, in their desperate trouble, they came together again. They wept and put their arms about each other”.
   Samen beleefden ze de dageraad. “Far away behind the Shan mountains the morning came clear and fresh, a spring of silver light. The silver turned to gold, and the gold to pink and crimson. We watched it slowly growing brighter in the gardens, brighter and brighter”.
   Mandalay kwam tot leven. “The birds called in the garden so merrily as they flitted from tree to tree. The fish leapt in the water tanks. The flowers opened their hearts to the day”.
   M: “We watched it all sitting there, knowing we should see it no more”.
   Naar eigen zeggen wilde het meisje Supalayat niet in de steek laten. Ze vertrok pas toen ze er opdracht toe kreeg. Maar van een afstand keek ze tot het laatst toe.
 
Supalayat hoorde dat het Britse leger de hoofdstad van het land was binnengetrokken en door de straten marcheerde.
   M: “Suddenly she threw herself upon her face on the white pavement. Her hair fell about her and she wept. The queen rose upon her knees and beat her breasts with her hands and cried aloud that she only had brought ruin upon the king and the country”.
   Het was allemaal haar schuld, zou ze op dat moment bekend hebben.
   M: “Again she threw herself upon the white pavement and beat it with her hands, and her whole body shook with sobs. She lay there upon the flags of the courtyard”.
   Een van de meisjes hielp haar overeind. “She knotted up her hair and arranged her disordered dress, brushing off the dust”.
   Nog één keer werden de overgebleven hofdames toegesproken. “The foreigners are upon us. You have just time to escape from this palace where misery has come”.
 
Volgens M werd het gevangen genomen echtpaar, Supalayat en Thibaw, na de overgave nog eens extra vernederd door de Britten. De voormalige onderdanen moesten toekijken.
   “One of the ordinary bullock carts with trotting bullocks, used as hackney carriages in the city, was procured, and the king and queen were put therein. Other carriages followed with attendants, and, escorted by mounted infantry, the procession started from the palace to the shore. It was dark when they came to the steamer landing-place”.
   De koning aarzelde om over te stappen op een Britse boot.
   Supalayat greep in. “The queen went forward and put her hand in that of the king. She led him up the way to the steamer as a mother leads her child when it is lost and afraid. They went on board the steamer and my queen was lost to me for ever”.
 
 
Terug in Myanmar
 
 
Het voormalige koningspaar werd elders in het Britse koloniale rijk ondergebracht. Thibaw overleed in 1916, ruim dertig jaar later, in Ratnagiri, niet ver van Bombay (India, Mumbai). Supalayat wist niet te bereiken dat haar echtgenoot op Birmese bodem begraven werd.
   In 1919 mocht ze wonen in Rangoon, de Britse hoofdstad. Een nieuw verblijf in Mandalay werd haar niet toegestaan. Op 24 november 1925 kwam ze er te overlijden.
 
 
Eigen waarneming in 2006
 
 
29 6 Victoria monument 1909Victoria monument (1909)
 
 
In januari 2006 reisden Greetje en ik door Myanmar. Op zondag 15 januari, na een bootreis over de Irrawaddy naar Mandalay (in navolging van de Britse ‘militaire picknick’) zetten we er voet aan wal. Onze gids liet meteen het Victoria-monument uit 1909 zien. De Britten hadden het geplaatst ter ere van de Britse vorstin die in de kolonie de plaats van Supalayat had overgenomen.
   Ons hotel (Swan Mandalay, eigendom van de regering) was gelegen tegenover het herbouwde koninklijk paleis. Toen we langs de nieuw-aangelegde gracht, de lange muren en een gesloten poort eromheen reden werd mijn aandacht getrokken door een gigantisch bord waarop de Birmese militairen, die aan het bewind waren hun ideologie ten toon leken te verspreiden, namelijk dat zij de nationale zaak nooit zouden opgeven.
   Het paleis was tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Japanners veroverd. Op 20 maart 1945 ging het houten gebouw in vlammen op. Tegen het einde van de twintigste eeuw lieten de militairen het opnieuw neerzetten. “Young males had to contribute one day’s labour per month”, was in onze reisgids te lezen: een eeuwenoude zuidoost Aziatische aanpak, belasting betalen in de vorm van civiele dienstplicht (‘herendienst’).
 
De ‘verboden stad’ van Mandalay was het militaire hoofdkwartier van de tweede stad van Birma geworden. Bij binnenkomst onder leiding van een gids zagen we de soldaten in legergroen overal druk in de weer. Het koninklijke gebouwencomplex, achter de militaire barakken gelegen, zag er uit als een leeg skelet. Hofleven ontbrak natuurlijk volkomen. Er waren nauwelijks bezoekers en het leek erop alsof de nieuwbouw al weer wat in verval was. We zagen kopieën van de grote wachttoren, zwembadje en tientallen houten gebouwen.
 
 
29 7 Supalayat mausoleummausoleum Supalayat
 
Een week eerder, op 8 januari 2006, wisten Greetje en ik in Rangoon (Yangon) het grafmonument van Supalayat te bezoeken. Op die plek waren vier gebouwtjes door een hek van de buitenwereld afgezonderd. Hier was bovendien de laatste rustplaats van U Thant (1909-1974), in de jaren 1961-1971 secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Bovendien was er het graf van Khin Kyi, moeder van politica Aung San Suu Kyi, die in 2006 huisarrest had.
   Wij waren ‘niet aangemoedigd’ om deze plek te bezoeken. Geen wonder dat we er pas in de avondschemering arriveerden. Zelf foto’s maken lukte dan ook niet meer. Maar zo stonden we dan in het donker toch even op een historische plek, een monument ter ere van Supalayat, de laatste koningin van Myanmar. Een wilskrachtige vrouw.
 
 
Harry Knipschild
3 juni 2020
 
 
Literatuur
 
Nieuwe Gorinchemsche Courant, 1879
Harold Fielding, Thibaw’s Queen, Londen 1899
Shway Yoe (James George Scott), The Burman. His life and notions, New York 1963 (1882)
William J. Topich, Keith A. Leitich, The History of Myanmar, Santa Barbara 2013
Ronit Ricci (ed.), Exile in colonial Asia, Honolulu 2016