Kees Baars, op 17 oktober 1951 geboren in Amsterdam, hoorde aanvankelijk weinig rockmuziek thuis. Zijn ouders hielden van operette en Franse chansons. Als ze een film met mooie muziek gezien hadden, bijvoorbeeld een met zangeres Doris Day in de hoofdrol, later ‘West Side Story’ (1961), kochten ze de soundtrack-elpee.
   Een eigen eerste muzikale ontdekking, begin jaren zestig, was Cliff Richard met zijn begeleiders, de Shadows. Vooral ‘Dancing Shoes’ maakte indruk. “Ze hadden een eigen geluid, droegen dezelfde pakken en speelden op echte gitaren”, hoorde ik toen hij op 9 december 2021 op bezoek kwam. 
 
In het boek Ouwe Pik heeft Kees Baars onlangs zijn memoires laten optekenen door popjournalist Jaap van Eik, die optrad met Herman Brood, Cuby en Rick van der Linden. Het boek staat niet alleen vol met smakelijke verhalen, maar geeft een goed inkijkje in wat zich achter de schermen afspeelde. Ik [HK] heb er werkelijk van genoten en doe dat nog steeds. Echt een aanrader als je wilt begrijpen hoe het in de Nederlandse rock-business toeging.
 
 
442 1 boek Baars

 
 
Hoe Kees in de popjournalistiek terecht kwam
 
 
Een jongere broer van zijn vader, oom Aart Baars (geb. 1920), had als pianist-entertainer jarenlang een goede boterham verdiend. Aart, een joviale man, een flierefluiter, had onder meer samengewerkt met Ted de Braak.
   Toen het schnabbelen uit de mode raakte wist hij een baan te verwerven in de muziekindustrie. Als plugger van Artone deed Aart met tassen vol platen in Hilversum de ronde. Bij de omroepen werkten meer (voormalige) artiesten. Ze deden bovendien sessiewerk in de Hilversumse studio van Phonogram. Aart was een goede prater, wist zich makkelijk een entree te verwerven. Volgens Kees kostte het hem dan ook weinig moeite om zijn dochter, Gonnie, niet alleen als zangeres bij Artone onder te brengen (‘Alle jongens willen vrijen’) maar ook als presentatrice van Tienerclub bij de KRO-radio.
 
Kees Baars: “Op verjaardagen kregen mijn oudere broers Rob en Gerard en ik altijd Artone-plaatjes van hem. Zodoende hoorden we in de eerste helft van de jaren zestig liedjes van Chuck Berry (Chess), Joey Dee (Roulette), Supremes, Little Stevie Wonder (Motown), Little Richard (Specialty), Newbeats (Hickory), Dion DiMucci, Byrds, Moby Grape en Janis Joplin (CBS). 
   Het mooie was dat ik als jochie af en toe mee mocht naar tv-opnames”.
   Kees was erbij toen Stevie Wonder zich voor het eerst in Nederland liet zien. Een andere keer maakte hij kennis met ZZ (Bob Bouber) en de Maskers, die bij Artone onder contract stonden en met Chubby Checker hadden samengewerkt. Andere popartiesten bij het bedrijf, dat door CBS gekocht werd, waren Eddy Becker, Margie Ball, Euson & Stax en de Shuffles (met Albert West).
 
 
442 2 Gon en Aart BaarsAart Baars met echtgenote
 
 
Kees maakte duidelijk dat hij op zijn oom leek. Hij genoot van het leven, liet veel aan het toeval over en pakte kansen als die zich voordeden. Zo kwam hij stap voor stap verder. Terwijl hij nog op school zat, en studeerde, liet Kees zich inspiren door de stevige muziek van Britse groepen als The Who, Cream, Jimi Hendrix Experience, Led Zeppelin, Deep Purple en Black Sabbath.
   “Vanuit Amsterdam Noord ging ik vaak met de pont ‘naar de stad’, zoals wij dat toentertijd noemden. Ik was op de openingsavond van Paradiso in 1968, waar Pink Floyd optrad. Op 29 september 1969 was ik bij de wereldpremière van de rockopera ‘Tommy’ door The Who in het Concertgebouw. Vier maanden later speelden ze nog eens in dezelfde zaal en was ik er andermaal bij. Wat een geweldige live-band was dat!”
 
Kees verdiende stevig bij door als chauffeur en roadmanager op te treden van amusementsorkesten als de Makkers (‘Zomerzon’) en Millionaires. Als student Nederlands aan de Gemeente Universiteit Amsterdam (nu UvA) kwam hij in goed contact met Bert van de Kamp (1947-2020), die voor Oor schreef. “Zijn hart lag bij Lou Reed en Van der Graaf Generator. Ik stond bekend als een enthousiaste hardrocker. Op een goede dag in 1975 vroeg Bert me: ‘Wil jij niet eens een albumrecensie schrijven over een hardrockband? [Straydog]’”
   Toen dat positief uitpakte belde hoofdredacteur Jan-Maarten de Winter hem op. “Wil je even langskomen?”
   Kees: “In de Lange Leidsedwarsstraat kreeg ik de vraag of ik het vaker wilde doen”. In het boek legde hij uit dat je meestal zo begon als popjournalist – eerst recensies schrijven, daarna concertverslagen doen. Dan kwam het moment dat je mocht interviewen, het echte werk.
   Hoe dan ook, door in te haken op toevallige omstandigheden werd Kees Baars redacteur van de vooraanstaande Nederlandse popkrant.
 
 
Queen
 
 
Kees leerde het vak door Van de Kamp te vergezellen als die op reportage ging. Hij mocht ook aan het woord komen als Bert interviews deed met groepen als Grand Funk Railroad, Uriah Heep en Blue Oyster Cult. “Daarna had ik genoeg gezien en gehoord om het zelf te gaan doen. Ik wist wat voor vragen hij stelde, hoe hij het gesprek opbouwde en met platenmensen en artiesten omging”.
   Queen was een van zijn favoriete groepen – al vanaf 1973. Toen Kees voor het eerst aanwezig mocht zijn op de redactievergadering stelde hij Queen dan ook als onderwerp voor. Maar de jonge redacteur kwam van een koude kermis thuis. De anderen vonden het een ‘kutband’. In de redactie, ontdekte hij, zaten allemaal eigenwijze eikels; ieder had zo zijn eigen afgebaken terreintje.
 
Kees, 26 jaar, liet zich niet uit het lood slaan. Zonder enige steun van zijn achterban belde hij met platenmaatschappij EMI. Hij kreeg een cassette van het gloednieuwe album ‘A Night At The Opera’ toegestuurd. “Voor het eerst in mijn leven hoorde ik ‘Bohemian Rhapsody’ dat als single zou worden uitgebracht”.
   In de Engelse bladen las Kees dat Queen eind november 1975 in Londen zou gaan optreden. Daar wilde hij bij zijn, ook zonder backing van Oor. Aan de Nederlandse platenmaatschappij legde hij voor: “Ik wil ze graag interviewen. Ik ga met mijn eigen auto. Brandstof en overtocht regel ik zelf wel. Boeken jullie dan een hotel?”
   Met hulp van EMI maakten Kees en fotograaf Anton Corbijn de oversteek. Omdat de single een succes geworden was, belandden ze in een euforische stemming. “We mochten alles. We mochten overal bij zijn, interviews doen, mee naar het feest na afloop van het concert”.
   Volgens Kees waren de jongens van Queen beduusd. “Komen jullie helemaal uit Nederland?”
 
 
442 3 Queen in Londen 1975Queen in Londen, 1975
   
De redactie van Oor had door het succes intussen bakzeil gehaald. De nieuwe medewerker werd dan ook met open armen ontvangen omdat hij op het juiste moment met een exclusief verhaal op de proppen was gekomen: ‘Het Grote Queen Interview’, twee grote pagina’s in het dubbeldikke kerstnummer van 1975.
   “Achteraf riep ik tegen iedereen: ‘Ik wist dat het een grote hit zou worden. Ik wist dat de groep zou doorbreken’. Maar dat wist ik natuurlijk helemaal niet. Het was een pure gok. Wat mij in het allerergste geval zou kunnen gebeuren? Dat EMI de hotelkosten terug wilde hebben als Oor het verhaal niet wilde plaatsen. Dan had ik pech gehad”.
 
Door zijn aanpak had Baars ook een relatie met Queen verworven. Hij werd, is in het boek te lezen, uitgenodigd om de groep in Frankfurt tijdens een toernee te interviewen.
   Opnieuw blufte hij: “Ik ga alleen als ik Freddie Mercury kan spreken”.
   In eerste instantie hoorde Kees: “Freddie doet geen interviews meer”.
   Hij hield vol. Zijn aanhouden werd beloond. “Een paar dagen later werd ik door EMI gebeld. ‘Het management heeft met Queen gesproken. Freddie wil graag met je praten’”.
   Kees: “Zo zat ik kort daarop zeker een uur lang in een riante vijfsterrensuite met een uiterst relaxte en goed gehumeurde Freddie Mercury. Het eerste wat hij opmerkte was dat hij nog heel goed wist dat ik hem gesproken had in Londen voordat de band beroemd was. ‘That makes you a friend of Queen’, zei hij lachend’”.
   Dat liet Baars zich geen twee keer zeggen. “Heel brutaal vroeg ik of ik een foto van hem mocht maken.
   ‘Nou oké, bij wijze van uitzondering dan’”.
 
 
442 4 Freddie MercuryFreddie Mercury poseerde voor Kees Baars
 
 
Naar Amerika
 
 
De Queen-reportage was een goede start bij Oor. Weldra had Kees een uitstekende verstandhouding met hoofdredacteur De Winter en werd hij er regelmatig op uitgestuurd om artiesten te interviewen. In vele gevallen namen de platenmaatschappijen de kosten dan voor hun rekening. In het boek van de pop-journalist kun je heel wat van die verhalen lezen, korte en lange, zoals ontmoetingen met Rush, Van Halen, Billy Joel, Styx, Cheap Trick, Joe Cocker, Paul McCartney, Boston, Mick Jagger, Ozzy Osbourne, Alice Cooper, noem maar op. 
   Sinds Ouwe Pik verschenen is, bleek dat er nog veel meer verhalen te vertellen zijn, zodat er over enkele maanden een supplement zal verschijnen.
 
Een van zijn mooiste ervaringen, in de popkrant en het boek vastgelegd, was die met Meat Loaf. Het album ‘Bat Out Of Hell’ kreeg eerder geen enthousiast onthaal bij de redactie. Op 16 november 1977 wijdde Fer Abrahams er maar weinig woorden aan:
   “Deze plaat doet je verlangen naar de nieuwe elpee van Bruce Springsteen, want aan dit soort epigonisme, gapperij hebben we mooi niks. Ondanks het feit dat zanger Meat Loaf en komponist Jim Steinman (beiden werkzaam bij het satiriese National Lampoon) de hulp hebben gehad van gitarist en producer Todd Rungren (hier geveld door een forse tik van de Phil Spector molen), zijn maatjes Utopia, pianist Roy Brittan en drummer Max Weinberg uit Springsteen’s E Street Band en saxofonist Edgar Winter, is deze langspeler een dubieuze plaat geworden. Het klinkt als Springsteen, die plotseling top 40-liedjes heeft geschreven. Terug naar af”.
   In hetzelfde nummer prees de redactie de albums van de Sex Pistols (‘Never Mind The Bollocks’), David Bowie (‘Heroes’), Mink DeVille (‘Mink DeVille’), Talking Heads (‘77’), Jan Akkerman (‘Jan Akkerman’), Leonard Cohen (‘Death Of A Ladies’ Man’) en ELO (‘Out Of The Blue’). Die vond je in de zogenaamde Elpee Oase.
 
In hoofdstuk 6 ('Meat Wie? Meat Loaf') legde Kees vast hoe het meestal toeging. “De betreffende platenmaatschappij betaalde mijn vliegreis, vaak heel comfortabel business class, en bijvoorbeeld drie nachten hotel. Maar wat ik dan deed, was een andere platenmaatschappij opbellen en zeggen: ‘Luister, ik zit dan en dan in New York en als jullie nou regelen dat ik die en die kan interviewen, betalen jullie dan een paar nachten hotel?’
   ‘Ja hoor’.
   Op die manier waren mijn extra kosten gedekt, regelde ik diverse interviews en bezocht ik de clubs. Soms was ik er wel tien dagen of twee weken. Niet alleen in New York, maar ook in L.A. Kwam ik zo maar met drie, vier of vijf verhalen terug”.
   Op het vliegveld en bij het hotel stond regelmatig een limo klaar om de journalist(en) zo aangenaam mogeljk te vervoeren en van dienst te zijn, zoals toen hij een bezoek bracht aan Brad Delp (1951-2007), de frontman van CBS-groep Boston. “We vlogen naar New York. Bij aankomst stonden er drie limo’s klaar om ons naar het hotel te brengen.
 
 
442 5 Brad Delp thuisBrad Delp (frontman van Boston) thuis
 
 
De volgende ochtend stonden de limo’s er weer, want de zanger van Boston woonde onder de rook van de stad Boston. Daar zijn we naartoe gereden. We zijn een hele middag bij die gozer thuis geweest, erg gezellig. We konden met hem praten en spelletjes doen. Hij was natuurlijk hartstikke rijk geworden van het debuutalbum ‘Boston’ [1976, met ‘More Than A Feeling’]. Op de benedenverdieping had hij een biljartkamer, flipperkasten, jukeboxen en van alles en nog wat, plus heel veel televisies – hij woonde in een enorm groot huis.
   De limo’s brachten ons terug naar New York.
   De volgende ochtend hoorden we: ‘Mocht je een limo nodig hebben, stel je wilt ergens naar toe, dan mag je dit nummer bellen’. Kwam je beneden en stond de limo op je te wachten.
   Gaat dat zo hier, dacht ik. Je voelde je zelf bijna een rock ster”.
 
 
Met Lois Marino (CBS) naar Meat Loaf in San Francisco
 
 
In Amerika had Kees een goede verstandhouding met Lois Marino, werkzaam bij platenmaatschappij CBS. Tijdens ons gesprek in Oegstgeest hoorde ik dat de contacten met een Nederlandse journalist ook werkten voor Marino’s positie binnen het bedrijf. Er was dus sprake van een win-win situatie. Bij Meat Loaf resulteerde dat in een artikel met de titel ‘Broodje Warm Vlees’, een vrije vertaling van de artiestennaam van Marvin Aday.
   De hoofdredacteur leidde het artikel in. “Stel je voor: een kolossale 250-ponder met vet, lang haar en een babyface, een schaars gekleed, slank en knap meisje met prachtige zwarte krullen en een zevenmans begeleidingsgroep, die staat als een huis. Niet alledaags.
   Dit verhaal zal gaan over Meat Loaf, de twaalf ambachten dertien ongelukken Dik Trom uit Amerika, waarvan eind vorig jaar het enigszins merkwaardige en intrigerende album ‘Bat Out Of Hell’ verscheen. 
   De meningen over die elpee lopen nogal uiteen en variëren van Springsteen-jatwerk tot geniaal meesterwerk. Hoe het ook zij, over de live-optredens is iedereen het eens: Meat Loaf geeft met zijn groep een denderende en verpletterende show weg die je nog lang bij blijft. Een Meat Loaf konsert moet je niet zien, nee een Meat Loaf konsert moet je ervaren. Dan begrijp je ook waarom deze bulldozer na ieder optreden met zuurstof op adem geholpen moet worden.
   Onze Baars mocht hem in San Francisco de fles geven, zodat een interview mogelijk werd. De zwaarste jongen uit de popmuziek”.
 
 
442 6 Meatloaf 1977 12 10 RWlancering Meat Loaf, 12 december 1977
 
 
In het boek deed Kees verslag hoe het gegaan was. “Ik verbleef in New York. Lois Marino, de dame van CBS met wie ik altijd dealde, zei: ‘We hebben net een nieuwe artiest getekend. Hij heet Meat Loaf, hij doet morgenavond een showcase in San Francisco. Zullen we daar naartoe gaan?’
   ‘Nou dat lijkt me leuk’, sprak ik luchtig. Wie zou zo’n kans laten lopen. ‘Lois liet me in New York een cassette van ‘Bat Out of Hell’ horen, die indruk op me maakte en me definitief over de streep trok’”, vertelde hij in ons gesprek.
   
Baars: “De volgende dag samen naar San Francisco gevlogen – vijf uur vliegen en drie uur tijdsverschil. Het bleek te gaan om een soort presentatie in een club met tafeltjes en stoeltjes: The Old Waldorf. Er konden misschien 150 of 200 mensen in. 
   Meat Loaf was getekend en een stelletje bobo’s kwam even kijken. We gingen eerst een hapje eten. Ik zag onder anderen Todd Rundgren, producer van het Meat Loaf album, Fee Waybill, zanger van The Tubes, Boz Scaggs, en nog een paar van die bekende hoofden. Die liepen daar gewoon rond”.
 
In zijn memoires bekende Kees: “De show van Meat Loaf vond ik fantastisch. Ik was echt totaal overdonderd. Na afloop gingen we naar de kleedkamer om handjes te schudden. We moesten even wachten, omdat Meat Loaf met zuurstof moest worden opgelapt. Na een kwartiertje was hij weer in het land der levenden en heb ik hem en componist-pianist Jim Steinman [1947-2021] geïnterviewd. 
   ‘Zo, kom jij uit Nederland, de andere kant van de wereld?’.
   Ze waren erg aardig en open, en vertelden alles”.
 
Na terugkomst bracht Kees verslag uit van zijn Amerikaanse reis. Toen hij Jan-Maarten op de hoogte bracht van zijn uitstapje naar het optreden van Meat Loaf in San Francisco moest hij een en ander uitleggen. Het album bleek tot dan toe weinig indruk gemaakt te hebben op het platenkopend publiek, in Nederland niet en elders al evenmin. 
   De hoofdredacteur van Oor had echter zoveel vertrouwen in Baars dat hij zijn interview wel wilde plaatsen. “Als jij het een goede plaat vindt, schrijf het verhaal dan maar”, hoorde hij. “Dus schreef ik een artikel dat in Oor kwam te staan. Met een door mijzelf gemaakte foto erbij”.
 
 
De doorbraak van Meat Loaf
 
 
Toen Kees naar Londen overstak voor Queen, had de Britse groep al een aardige bekendheid, onder andere door de single ‘Killer Queen’ en het album ‘Sheer Heart Attack’ (1974). Bij Meat Loaf was daar begin 1978 geen sprake van. Wat Meat Loaf allemaal gedaan, uitgeprobeerd had, was bij het publiek tot dan toe onbekend. Het album ‘Bat Out Of Hell’ leek in eerste instantie de vergetelheid in te gaan.
   Daar kwam verandering in. Steve Popovich, ex-werknemer van CBS, die een eigen label begonnen was, Cleveland International, en dat door CBS liet distribueren, wist met veel moeite wat aandacht voor zijn artiest te genereren in eigen land. In Nederland was een film van het optreden van de artiest met de song ‘Paradise By The Dashboard Light’ terecht gekomen bij Lex Harding van Veronica.
   Kees: “Omdat er iets was uitgevallen besloot Lex om de clip uit te zenden, op een zaterdagavond, tussen twee programma’s in. ‘Gooi die clip van Meat Loaf er maar in’, had hij uitgeroepen”.
   Het eenmalig vertonen van dat nummer werkte baanbrekend. “Nederland ontplofte. Binnen no time stonden single en album op één. Daar zijn ze maandenlang blijven staan”.
   Het was puur geluk voor Kees Baars, bekende deze ruiterlijk. Hij had er niets mee te maken.
 
 
Erkenning
 
 
Aan de overkant van de Atlantische Oceaan konden ze niet goed overzien wat er in Nederland aan de hand was. “Meat Loaf zat gewoon in Amerika en hoorde van zijn platenmaatschappij dat hij in Nederland een gigantische ster was geworden. Dus wat dacht die man? Dat komt door die Kees Baars die hier laatst was! Terwijl ik er helemaal niets mee te maken had. Zijn ervaring met Steve Popovich had hem geleerd dat je soms maar één mannetje nodig hebt die in je gelooft.
   Meat Loaf zei tegen de platenmaatschappij: ‘Kun je Kees uitnodigen om naar Amerika te komen? Dan doen we een interview en gaan we leuke dingen doen’.
   Ik kreeg een telefoontje van CBS: ‘Meat Loaf wil je graag in New York ontvangen, je bedanken en fêteren en nog eens geïnterviewd worden’”.
   Kees, de vrijbuiter, liet het zich allemaal aanleunen, hoorde ik. “Ik heb niets gezegd, de mythe maar in stand gehouden”. 
   In het boek: “Ik ben een paar keer met Meat Loaf uit eten geweest. Erg gezellig, want Marvin zoals ’ie echt heet, was gewoon een toffe peer. Hij was er nog steeds van overtuigd dat die Kees de machtigste man in de Nederlandse muziekbusiness was. Als je met hem een interview doet, sta je gelijk op nummer één.
   Ik heb hem maar wijselijk in die waan gelaten”.
 
 
442 7 Meat Loaf en Kees BaarsMeat Loaf en Kees Baars
 
 
Toen de popjournalist voor de tweede keer op bezoek ging bij Meat Loaf (die zich onder vier ogen met Marvin liet aanspreken) was er heel wat gebeurd. “Ook in Amerika en talloze andere landen had hij de status van superster gekregen”.
   Lex Harding hoorde van CBS, de Nederlandse platenmaatschappij, dat Baars op het punt stond naar de VS te vliegen om de beroemde artiest opnieuw voor de popkrant te interviewen. “Hij belde me op. ‘Ik hoor dat jij voor Oor Meat Loaf gaat doen’. Wil je niet een filmpje maken voor Countdown?’
   ‘Countdown? Wat is dat?’
   ‘Dat is een nieuw popprogramma op tv, ik ben er net mee begonnen voor Veronica en heb goeie content nodig. Als jij een filmpje maakt daar, van het interview met Meat Loaf, dan zenden wij het uit’.
   ‘Hoe doe je dat?’
   ‘Kom maar even langs, dan leg ik je precies uit hoe het gaat’.
   Ik naar Hilversum toe. Hij had in New York al een cameraploeg gehuurd via een correspondent van de Nederlandse omroep. Kon je gebruik van maken. Dan belde je: ‘Ik heb een cameraploeg nodig, daar en daar, zo laat’. Dat waren gewoon Amerikaanse boys die het voor hun beroep deden.
   ‘Je moet een beetje leuke ruimte uitzoeken’, zei Lex. ‘Dan zet je Meat Loaf neer, je gaat naast de camera zitten, je stelt vragen en hij antwoordt’.
   Leek me niet zo moeilijk”.
 
Onervaren als hij was vond Kees een plekje in een wolkenkrabber. Hij zette de artiest op een bankje neer voor een raam met uitzicht op Central Park en de skyline van New York. “Ik heb dat filmpje gemaakt, het blik met de film in mijn koffer gestopt en terug in Nederland aan Lex gegeven. Die belde me een paar dagen later op dat ze de film hadden ontwikkeld en dat ze het resultaat prima vonden.
   Korte tijd later werd het uitgezonden in Countdown. Niemand anders had iets van Meat Loaf. Lex had hem exclusief. En dat had hij te danken aan het feit dat ik was uitgenodigd”.
   Toeval, allemaal toeval. Maar het had goed uitgepakt. In december 1980 werd in Muziek Expres een reportage gemaakt over het vak van popjournalist. Bij die gelegenheid werd Kees Baars uitgenodigd om zijn verhaal te vertellen. Door zijn geslaagde escapades kon de Oor-journalist, wellicht met een glimlach, stellen: “Ik kan mijn gang gaan. Als ik wil schrijf ik over een Midden-Amerikaanse groep met drie Nederlandse fans”. 
 
 
442 8 Kees Baars in Muziek ExpresKees Baars in Muziek Expres
 
 
Meat Loaf en Steve Popovich
 
 
Kees was vooral als medewerker van Oor naar New York gevlogen om een reportage van maar liefst vier pagina’s te maken over de man wiens populariteit hij in januari 1979 op een lijn stelde met die van John Travolta, de ster van de films ‘Saturday Night Fever’ en ‘Grease’.
   In het interview legde de artiest, afkomstig uit Dallas (Texas) nog eens uit hoe moeizaam zijn carrière verlopen was. Meer dan tien jaar had hij van alles aangepakt, moeten aanpakken om het hoofd boven water te houden. Hij had diverse keren geprobeerd in de popmuziek succes te hebben en zelfs een album gemaakt bij Motown. Hij had opgetreden in de cast van Hair en in die van de Rocky Horror Show. Marvin had zowel ervaring in de muziek en als acteur. Via Ted Nugent was hij in contact gekomen met Jim Steinman en Todd Rundgren.
   Het album maakten ze in eigen beheer maar ook door crowdfunding in de muziek industrie. RCA, Bearsville en Warner Brothers kwamen met wat geld over de brug, maar haakten af toen de knoop echt moest worden doorgehakt. “We hebben”, aldus Meat Loaf, “de plaat opgenomen met mijn toenmalige vriendin Ellen Foley en musici als Edgar Winter, Roy Bittan, Max Weinberg, Kasim Sulton, en Roger Powell, terwijl Todd zelf gitaar speelt.
   Het was de bedoeling dat Warner Brothers hem uit zou brengen. Maar toen het eenmaal zo ver was, bleek dat men geen cent wilde uitgeven voor promotie. Dat was dus een lelijke tegenvaller. Onze manager is toen met de tapes naar produktiemaatschappij Cleveland International gegaan, die op haar beurt weer een kontrakt had met Epic [onderdeel van CBS]. Bij Epic wilden ze wel geld uitgeven voor promotie en dus is de plaat uiteindelijk bij Epic uitgekomen”.
   Zonder Steve Popovich (1942-2011) was het album wellicht nooit op de platenmarkt verschenen en had niemand ‘Paradise By The Dashboard Light’ gehoord. Die ene persoon, Steve Popovich, had de doorslag gegeven. Hij had zich sterk gemaakt om CBS aan het werk te houden, met als beloning een verkoop van tientallen miljoenen exemplaren.
 
Meat Loaf legde aan Baars uit: “We merkten dat de plaat goed begon te verkopen in die plaatsen waar we gespeeld hadden. Bij Epic geloofden ze dat eerst niet. Toen de plaat na zes weken slechts een paar duizend had verkocht wilden ze stoppen. Het heeft ons heel wat moeite gekost ze ervan te overtuigen dat ‘Bat Out Of Hell’ meer tijd nodig had dan andere platen en dat ze moesten doorgaan met de promotie”.
   Waarom was Meat Loaf nog niet in ons land geweest vroeg Baars zich af.
   Meat Loaf: “Ik ben met de hele groep even op Schiphol geweest toen we moesten wachten op het vliegtuig naar Duitsland. Het probleem lag bij de Nederlandse organisatoren. Wij wilden heel graag in Nederland optreden , maar geen enkele organisator wilde ons boeken. En nu zijn we nota bene in Nederland het populairst van heel Europa! Omdat de mensen ons gezien hebben. Ik ben blij dat ons filmpje uitgezonden is”.
   Het acteer-verleden had een dominante rol gespeeld in de snelle doorbraak van Meat Loaf en ‘Paradise By The Dashboard Light’, kun je wel stellen.
 
 
442 9 reporterKees Baars, reporter
 
 
Hoe ging het verder?
 
 
Tijdens het gesprek in Oegstgeest wees Kees me er terecht op dat het slecht afliep met Steve Popovich, die zich zo had ingezet voor ‘Bat Out Of Hell’. Ondanks de enorme verkoopaantallen werden hem jarenlang geen royalties uitbetaald door CBS. Hij had een slechte overeenkomst gemaakt met het bedrijf, zodat bijvoorbeeld andere niet-geslaagde projecten eerst gecompenseerd moesten worden. Popovich zette alles op alles, zelfs zijn gezondheid. Toen hij eindelijk zijn gelijk wist te halen bleek dat Steve meer geld aan advocaten had moeten betalen dan hij aan het succes van Meat Loaf verdiende. In 2011 kwam hij te overlijden.
   In interviews met zijn zoon Steve junior op het internet is te lezen wat Popovich allemaal moest doorstaan. Alleen daaraan zou ik een artikel kunnen wijden.
   
Voor Kees Baars ging het leven verder. Na die eerste elpee raakte hij zijn belangstelling voor Meat Loaf een beetje kwijt. In de opvolgers van ‘Bat Out Of Hell’ hoorde hij meer van hetzelfde. 
   Door het tweede interview met Meat Loaf in New York, dat door Veronica op televisie werd uitgezonden, kreeg Kees nieuwe kansen, die hij niet verloren liet gaan. Zo werd hij vaste redacteur bij Countdown, dat jarenlang een populair tv-programma van Veronica was, en vaste presentator van het radio-programma Countdown Cafe. Meer avonturen volgden – in het boek Ouwe Pik kun je er uitgebreid over lezen. 
   Kees is actief gebleven. Evenals Lex Harding heeft hij een eigen radio-station op het internet: Baars Classic Rock (‘de meeste gitaarsolo’s ter wereld’). Samen met zijn voormalige Oor-chef Jan-Maarten de Winter, organiseert hij tevens jaarlijks op het Leidseplein in Americain (nu Hard Rock Hotel) een druk bezochte bijeenkomst van ‘mensen uit het vak’.
 
 
442 10 Kees Baars en Jan Maarten de Winter 2017Kees Baars en Jan-Maarten de Winter, Leidseplein 2017
 
 
Harry Knipschild
15 december 2021
 
Clips
 
* Cliff Richard, Dancing Shoes
* Who, Pinball Wizzard, 1969
* Makkers, Zomerzon, uit 1972
* Queen, Bohemian Rhapsody
* Boston, More than a feeling
* Meat Loaf, Rocky Horror Show
* Meat Loaf, Paradise by the Dashboard Light, 1977
* Kees Baars aan het woord, 2021
 
 
Literatuur
 
Kees Baars, ‘Queen vorstelijk schouwspel’, Oor 17 december 1975
Kees Baars, ‘Circus Queen’, Oor, 1 juni 1977
Fer Abrahams, recensie ‘Bat Out Of Hell’, Oor, 16 november 1977
‘Meat Loaf at the Bottom Line’, Record World, 10 december 1977
Kees Baars, ‘Broodje Warm Vlees’, Oor, 31 mei 1978
Kees Baars, ‘Meat Loaf’, Oor, 10 januari 1979
‘De popjournalist’, Muziek Expres, december 1980
‘Sony ordered to pay $5 million in Meat Loaf dispute’, Billboard, 23 november 2007
‘The Brutal 35-Year War Between Sony, Stephen Popovich & Meat Loaf’, Billboard, 29 april 2014
Warren Kurtz, ‘Fabulous Flip Sides of Cleveland International Records with Steve Popovich, Jr. and Jonah Koslen’, Goldmine Magazine, 23 november 2020
Jaap van Eik, Kees Baars. Ouwe Pik, 2020 (te bestellen bij boekenbestellen.nl)