Beat-acts kwamen in de sixties overal vandaan. Uit Amsterdam: Johnny Kendall & de Heralds, Z.Z. & de Maskers, Hunters, Outsiders, Lords. Uit Den Haag: Motions, Golden Earrings, Q65, Jay Jays, InCrowd, Haigs, Hu en de Hilltops. Uit Voorburg: Sandy Coast. Uit Delft: Tee-Set. Uit Eindhoven: Phantoms en protestzanger Armand. Uit Assen: Cuby & the Blizzards. Uit Haarlem: Rob Hoeke en protestzanger Boudewijn de Groot. Uit Beverwijk: de Bintangs. Uit Volendam: de Cats en Left Side. Enzovoort.
   Maar wat kwam er uit Rotterdam.
Weinig of niets. Rotterdam had z’n haven en voetbalclubs: Feyenoord, Xerxes en Sparta. In Rotterdam werd gewerkt. Amusement vond je in de kroegen bij de haven. Jukeboxen. Zangers als Jaap Valkhoff, Kees Korbijn en Cock van der Palm. Het orkest van John Paay. Als gevolg van het bombardement in de oorlog op 14 mei 1940 was er geen oud centrum. Geen ruimte voorlopig voor (beat)groepen.
 

Nieuw op 24 in de top 40: ‘Tomorrow’ van de Condors

 

 

 
Maar in 1967 gebeurde er iets bijzonders. Op 14 januari van dat jaar verscheen in de top 40 de single ‘Tomorrow’ van de Condors. Niet onderaan op 39 of 40, maar nee: in één keer op nummer 24. Zo bekend waren die plaat en de groep nu ook weer niet. De Condors kwamen uit Rotterdam. Had de grote stad, met honderdduizenden inwoners, nu ineens een eigen topgroep? Het leek haast te mooi om waar te zijn.
   Kink, naar eigen zeggen ‘Nederlands grootste beatkrant’, plaatste al op 21 januari 1967 een grote kleurenfoto van de Condors op de voorpagina – met daaronder: ‘Verbazingwekkende doorbraak van Condors’.
   Basgitarist van de groep, Peter Lahaye, wierp zich op als ‘muzikaal leider’. Hij had zowel de a- als de b-kant geschreven van wat een gigantische hit leek te gaan worden. Lahaye reisde naar de Kink-redactie om een en ander uit te leggen en vooruit te kijken naar een glanzende toekomst.
 

Muzikaal leider Peter Lahaye legt het allemaal uit

 

Peter Lahaye had ervaring. Hij was een tijdje basgitarist geweest in de gitaargroep René & his Alligators. Dat werk als beroepsmuzikant was hem niet goed bevallen. Aan de muzikale capaciteiten van gitarist René Nodelijk lag het overigens niet. René was volgens hem de beste beat-gitarist van Nederland.
   Met een vies gezicht legde Peter uit hoe hij dat leven ervaren had: “Die verschrikkelijke sfeer, dat ongeregelde leven – daar kan een mens nooit moreel gezond bij blijven. Vooral niet als je, zoals wij in die tijd, veel in nachtclubs optraden. Casablanca in Amsterdam bijvorbeeld”.
   Lahaye huiverde nog, legde hoofdredacteur Hans Born vast. “Altijd knokkende kerels en dan die vieze wijven. De jongens kon het niet schelen. Die vonden het geloof ik wel leuk. We traden toen elke avond op. We verdienden goed. Zo’n vijfhonderd gulden per week”.
   Peter was niet uit dat hout gesneden. “Het geld kon het voor mij niet goed maken. Ik ben voor een gezonde maatschappij”.
   Nadat hij René Nodelijk en de andere Alligators verlaten had, was het volgens hem weldra afgelopen met die groep. “Ze zijn snel bergafwaarts gegaan. Ze hadden veel te veel optredens. Het publiek had er genoeg van. Ze konden geen prijs meer vragen”.
   Platenmaatschappij Phonogram (in Amsterdam en Hilversum) zag de bui al hangen. Volgens Peter hadden de Jumping Jewels er een hogere prioriteit. “Bij Phonogram hebben we met de Alligators een paar platen gemaakt. Maar we moesten steeds genoegen nemen met dingen die de Jumping Jewels niet wilden gebruiken”.
   De Jumping Jewels werden de Jay Jays. Met het tamelijk ruige ‘Bald Headed Woman’ scoorde de groep in 1966 nog een top tien-hit.
 

 

 


Peter Lahaye had de Condors niet zelf opgericht. Hij was er later bijgekomen. De Condors noemden zich eerder trouwens ‘Freddie Scott en de Condors’. In het verleden namen ze twee plaatjes op bij RCA. Peter: “Dat was spul dat Johnny Kendall en de Heralds, toen RCA’s topgroep, niet wilden hebben”. Het waren Nederlandstalige versies van ‘Good Golly Miss Molly’ (Swinging Blue Jeans) en ‘Buona Sera’ (Louis Prima).
   Freddie Schot (‘Scott’) verdween. Peter Lahaye kwam. Als muzikaal leider begon hij de groep te hervormen. Iedereen moest kunnen zingen. Ed de Gelder was de nieuwe slag-gitarist. Hij studeerde op de HTS. Aad Ras speelde solo-gitaar. “Aad gaat binnenkort ook een gitaar-orgel bespelen. Niet het dure Vox-apparaat maar een speciaal voor hem in Rotterdam gebouwd experiment”. Marc Schreijnders nam het voortouw bij de zang. Ben Schaap, de drummer, was de enige oer-Condor. Aan de universiteit van Utrecht studeerde hij bovendien niet-westerse sociologie, was allemaal in Kink te lezen.
 
Peter Lahaye, de nieuwe basgitarist, had duidelijk de macht overgenomen bij de Condors. Voortaan speelden ze op de bühne vooral melodieuze nummers van de Beatles, Beach Boys en Searchers. Hun single hadden ze in de Haagse GTB-studio opgenomen. Ondanks de hoge hitnotering kleefden er nog wat gebreken aan. Daar was Peter eerlijk in. “Te weinig breaks, nog iets te saai, koortje te veel op de achtergrond. Op de volgende plaat wordt dat anders. Dat moet een grote hit gaan worden”.


 

Nette kleding

 


Hans Born, 1966

 
De Condors maakten niet alleen beschaafde muziek, ze droegen ook nette kleding. Hans Born: “De Condors-outfit is zo ouwerwets dat ze nu bijna weer progressief zijn: Spaanse smokings (met zo’n luxe motorracersband om de lendenen), zorgvuldig kort gehouden haar en hier en daar een baardje”.
   Er was sprake van een optreden in ‘Voor de vuist weg’ en/of ‘Moef Ga Ga’. Konden ze in smoking wel op de televisie komen?
   De groep was er klaar voor. Onder druk van het plotselinge succes hadden ze besloten hun smokings in dat geval te verwisselen voor een soort ruimtevaartkostuums, overall-achtige pakken met koppels, laarzen en felle kleuren. De hitartiesten waren zelf echter niet zo gelukkig met die pakken, onthulde Peter. “Maar ja, als we voor de televisie komen en zo, moeten we wel iets bijzonders hebben”.
 

De ideeën van Peter Lahaye

 
Hans Born viel zo wat van zijn stoel af toen hij hoorde wat de muzikale voorkeur van de leider van de Rotterdamse beatgroep was: Mantovani, Italiaanse orkestjes, operette en (folkgroep) Peter, Paul & Mary.
   Door die namen te noemen gaf Lahaye impliciet al aan dat de Condors anders waren dan, pak weg, Q65 of Outsiders. “We zijn altijd voor nette kleding geweest. Nu vallen we er door op. We zijn vrijwel de enigen. We houden natuurlijk wel rekening met de zaal. Soms zijn er alleen maar van die nozempjes. Dan treden we wel eens op in gekleurde overhemden en zo. Maar wij krijgen die langharigen haast nooit. Het is altijd het iets oudere en beschaafde publiek dat naar ons komt luisteren. Maar die luisteren dan ook. Wij schepen de mensen niet af met versterkersgeloei. We spelen nooit keihard”.
   De Condors, maakte hij duidelijk, waren ‘progressief’ bezig. De Rotterdammers wisten welke kant het op ging met de popmuziek. Daar haakten ze goed op in. “Het publiek begint genoeg te krijgen van al dat ruige geëxperimenteer. Ze willen gewoon prettige, vakkundig uitgevoerde muziek – het liefst verpozing in een nette tent, waar niet al dat gajes komt, muziek waar je tenminste bij kan praten”. In dat soort zaken kwam hij zelf ook in zijn vrije tijd. Naar de beatmuziek van het moment luisterde hij nooit, verklaarde hij.
   De beatmuziek van dat moment, januari 1967, bestond bijvoorbeeld uit ‘Happy Jack’ van The Who, ‘Hey Joe’ (Jimi Hendrix), ‘I feel free’ (Cream), ‘Let’s spend the night together’ (Rolling Stones), ‘Friday on my mind’ (Easybeats) en ‘Good Vibrations’ (Beach Boys). Dat soort platen vond je zowel in de Britse als in de Nederlandse top 40.
   Succesvolle vaderlandse pop-acts in de top 40 van 14 januari 1967 waren de Outsiders met ‘Touch’ (10), de Shoes met ‘Standing and Staring’ (15), de Cats met ‘What a crazy life’ (33) en Motions-zanger Rudy Bennett met ‘How can we hang on to a dream’ als nieuwe binnenkomer op 34. Maar, eerlijk is eerlijk, met hun RCA-single ‘Tomorrow’ waren de Condors tien plaatsen hoger binnengekomen dan Rudy Bennett!


 

 

‘Beat van internationale klasse’

 
De Condors hadden ook een echte manager. Dat was een Rotterdamse zakenman, de vader van drummer Ben Schaap. Hans Born: “De meeste managers hebben wel iets weg van moeders die voor hun kinderen een onverbiddelijke grote toekomst weggelegd zien en die iedereen aanvliegen die een vinger naar hun kroost uitsteekt. Bij Schaap is dat instinct heel sterk ontwikkeld”.
   De popjournalist liet Schaap senior zelf aan het woord: “Ik heb de jongens onder mijn hoede genomen en ga nu bewijzen dat ze Nederlands topgroep zijn. Een half jaar geleden wist ik dat ze niet alleen geestelijk maar ook muzikaal rijp waren voor de top. Ik besloot dat ik ze ook inderdaad naar die top zou brengen. Ik verzeker u dat ‘Tomorrow’ in de top tien komt en hun volgende plaat in de top vijf. Daar sta ik garant voor.
   Méér nog, wij zullen in Engeland en Amerika bewijzen dat in Nederland beat van internationale klasse gemaakt wordt”.
   De hoofdredacteur van Kink wekte met zijn tekst de indruk dat hij de Condors niet helemaal serieus nam. Aan het einde van het artikel van 21 januari 1967 schreef hij dan ook te verwachten dat de manager na zijn krachtige uitspraken over het toekomstige wereldwijde succes zou uitbarsten in een krachtig “Lang leve de Condors + driewerf hoera”. Maar: “Hij wist zich te bedwingen”.
 

Hitparade-zwendel?

 
Born nam de uitspraken van de Condors juist wél serieus. Vooral toen bleek dat de single ‘Tomorrow’, die zo hoog was binnengekomen in de top veertig, niet doorsteeg tot in de Nederlandse top tien. Integendeel. Het plaatje bleef nog kort geklasseerd op plaats 22 en verdween weer snel uit de hitlijsten. Op 8 april 1967 publiceerde Hans een nieuw artikel met de kop: ‘Hitparade zwendel?’
   De redacteur van het weekblad had de gang van zaken rond ‘Tomorrow’ niet vertrouwd en was op onderzoek uitgegaan. Het samenstellen van de top veertig door radio Veronica vanaf begin 1965 ‘was één keer uit de hand gelopen’. Namen werden niet expliciet genoemd. Maar voor de goede lezer was meteen duidelijk om wie het ging.
   Born: “Dat was toen een vrij onbekende Rotterdamse groep opeens in de top 30 sprong. De argwaan bij Veronica werd gesust doordat het plaatje echt wel commerciële kwaliteiten had. Kink kwam er echter al gauw achter dat de muzikanten zelf in grote oplagen hun eigen produkt hadden ingeslagen en wel precies bij die platenzaken die op de Veronica-lijst stonden. Niemand kan zoiets verbieden overigens”. Maar toch...
   Voor wie nog twijfelde welke plaat bedoeld werd, vertelde de journalist dat één van de leden van de groep jeugdleider van beroep was. Peter Lahaye was jeugdleider in Den Haag, schreef hij in het eerdere artikel. Onderzoek had uitgewezen dat Peter niet alleen zelf actief was geweest in het opkopen van de eigen single. “Hij had zelfs de de bezoekertjes van zijn buurthuis op pad gestuurd. De voorraad werd door de manager van de groep, een huis-aan-huis zakenman, met korting van de hand gedaan, zodat de kosten van dit stuntje nog niets een zo gek hoog opliepen”.
 


Uit de Top 40 van 14 januari 1967

 

Het belang van in de hitparade staan

 
Het ging Hans Born er niet om de Condors in een kwaad daglicht te stellen. Met het voorbeeld ‘Tomorrow’ legde hij bloot wat de voordelen waren van een klassering in de hitlijsten. De hitparade was bedoeld om weer te geven wat in de afgelopen week het meest verkocht was. Een vaststelling achteraf dus. In werkelijkheid was het nu anders. Een plek op zo’n lijst bepaalde je toekomst. Er was sprake van een keerpunt.
   “De hitparade is een belangrijke factor in de popbisnis. Een plaats in de top veertig is belangrijk voor een zanger, zangeres of groep, omdat het de ‘publicity-machine’ in werking zet: Radio Veronica, de tienerprogramma’s van Hilversum, de dicht-bekeken teevee-pop-shows, de pop-pers, waarvan vooral de maandbladen zich strikt aan de top-veertig houden, de tienerpagina’s van dag- en weekbladen.
   Een plaats op de hitparade kan een sneeuwbaleffect onder het platenkopend publiek veroorzaken en daar kan een lieve duit mee gemoeid zijn.
   Logisch dus dat er over de hitparade in popbisnis-kringen veelvuldig wordt gediscussieerd. Logisch ook, dat de belangrijkste hitparade, die van Veronica (en Kink), daarbij het meest ter sprake komt.
   Wie regelmatig met beatmusici, managers, producers en aanverwante figuren praat komt al gauw tot de conclusie, dat het nooit aan een plaat zelf ligt als ie niet in de Veronica top 40 komt. Oorzaken daarvan kunnen alleen zijn: het nummer staat niet ingeschreven bij de uitgeverij van Veronica. Er zat geen bankbiljet in het hoesje van het aan Veronica gestuurde presentie-exemplaar. Joost de Draayer vindt het geen leuk plaatje. Jan van Veen heeft ruzie met de verloofde van de zuster van de roadmanager van de groep. Het nummer wordt enorm goed verkocht in Beemsterzwaag, Heeg, Loon op Zand, Hendrik Ido Ambacht, Tegelen, Lochem, Tull en ’t Waal en (natuurlijk) Tjietjerksteradeel maar de platenzaken in die plaatsen staan nou toevallig niet op Veronica’s lijst”.
 
Smoesjes, aldus Hans Born. “In werkelijkheid komen er aan het samenstellen van de Veronica-hitparade weinig hartstochten te pas. Op maandagmiddag bellen enkele Veronica-figuren de lijst van platenzaken af. Iedere zaak geeft dan de twintig best verkochte platen van de afgelopen week op. De platenzaken liggen verspreid over het hele land (de bekende producer die beweerde dat de Outsiders altijd zo hoog komen omdat Veronica voornamelijk zaken in Amsterdam belt, kakelt dus onzin).
   Na het bellen is het een kwestie van punten optellen. Daar hebben de voorliefdes van Joost, de belangen van Jan van Veen en de relaties van Cowboy Gerard dus niets mee te maken. Die zouden alleen hun invloed kunnen uitoefenen op de plaatsing van de onderste regionen van de top 40 waar soms verschillende platen met eenzelfde punten-aantal bungelen. Weinig kans op corruptie dus”.
 

Beïnvloeding bij het tot stand komen van de top 40?

 
Volgens Hans Born ging het er bij Veronica dus eerlijk aan toe begin 1967.
   “Waar wel kansen op beïnvloeding van de top 40 liggen, dat is: bij de platenzaken en daar zijn in het verleden wel eens pogingen toe ondernomen. Veronica had zestig hitgevoelige platenzaken uitgekozen. Dat wil dus zeggen, zaken met een grote omzet in het populaire vlak. Voor de platenjongens was het niet zo moeilijk te gissen welke zaken dat waren. Zo kon het dus gebeuren dat platenhandelaren van een vertegenwoordiger van een platenmaatschappij een fles gedestilleerd of een ander relatiegeschenk kregen aangeboden met het knipogende verzoek ’s maandagsmiddags tegenover Veronica even die-en-die plaat bij de toptien te noemen.
   Zo kon het dus gebeuren dat platenhandelaren van een overijverige producer gratis stapeltjes van een pas uitgebrachte single kregen met de boodschap: ‘Maandagmiddag heb je ze allemaal verkocht, als je begrijpt wat ik bedoel’”.
   Hans Born had zelf een en ander meegemaakt.
   “Het kon gebeuren dat de adjunct-directeur van een kleine, pas beginnende platenmaatschappij met zeer veel top 40-hits Kink stotterend per telefoon verzocht toch vooral niets te publiceren van wat hij zich de vorige dag had laten ontvallen over de wijze waarop zijn maatschappij sommige plaatjes een zetje de hitladder op had gegeven. De goede man was helemaal in de war, want hij had er met ons helemaal niet over gesproken”.
   Via de platenhandel kon je de samenstelling van de top 40 dus proberen naar je hand te zetten.
  

Problemen bij de samenstelling van een hitlijst

 
Het maken van een hitparade was in Nederland (de top 40 vanaf 1965) een tamelijk nieuw verschijnsel. Hitlijsten waren er wel eerder, maar heel erg veel stelden ze niet voor, meen ik me te herinneren. Vaak werden ze met losse hand samengesteld. De makers schroomden natuurlijk niet hun eigen zakelijke belangen in de lijst te verwerken. Maar dat deed er voorlopig meestal niet heel veel toe. De hitlijst was immers min of meer een afspiegeling van verkoop die al had plaatsgevonden. Maar geleidelijk aan werd het anders. De top 40 en andere lijsten kregen meer een functie die niet op het verleden maar op de toekomst gericht was.
   Tot op de dag van vandaag blijkt hoe moeilijk het is om de juiste criteria te hanteren bij de samenstelling. Moet een hitlijst de afspiegeling zijn van ‘populariteit’? Zo ja, hoe meet je die? ‘Verkoop’ leek mooi maar hoe kwam je achter de juiste cijfers en hoe interpreteerde je die? In hoeverre moest je die spreiden over het hele land, tot in de dorpjes (met weinig inwoners) waar ook beatgroepen met veel enthousiasme aan de weg timmerden? Hoe moest je gegevens ‘wegen’? Wat deed je als de verkoop voor een groot deel door belanghebbenden plaats vond? Ook anno 2014 gebeurt dat, maar dan in digitale vorm. Hans Born stelde al in 1967 dat je zo iets niet kon verbieden. Degene die wist welke winkels door Veronica gebeld werd, had een geweldig voordeel. Die hoefde geen geld te ‘verspillen’ bij andere verkooppunten.
   In hoeverre telde, telt, de stem, dat wil zeggen: de smaak van wat wel eens de zwijgende meerderheid wordt genoemd? Je kunt een bepaalde opname prachtig vinden. Maar als je niet onmiddellijk naar een ‘winkel’ gaat om die te ‘kopen’ telt je ‘stem’ niet mee. Ouderen, denk ik, zullen om die reden aanzienlijk minder bepalend (geweest) zijn voor een hitlijst dan jeugdige fanatieke aanhangers van een nieuwe jonge pop-act. Daardoor lijkt het alsof ‘muziek voor een groot publiek’ relatief minder populair is dan je zou denken.


Wat is de rol van de makers van de lijsten? Die hebben ook belangen. Er is meer dan alleen een eventuele zakelijke interesse. Ze moeten populair blijven bij hun eigen achterban. Als ze dat niet goed doen verdwijnen ze uit het centrum van de ‘macht’ met alle gevolgen van dien. De ‘makers’ spelen veelal een rol in de media. Muziek die op sommige radiozenders afgespeeld wordt telt mee bij de samenstelling van een hitlijst. Daar staat geen ‘verkoop’ of publiciteitsmeting tegenover. Hetzelfde geld voor het (gratis) aanklikken van een filmpje op bijvoorbeeld YouTube. Enzovoort. Zoals ook in andere facetten van de samenleving zijn de media steeds meer gaan bepalen wat we ‘populair’ vinden of behoren te vinden.
   Het onderwerp is mooi genoeg om in de toekomst verder uit te diepen.
 


Condors

  

De Condors in de hitlijsten van 1967

 
In zijn artikelen over de Condors en het samenstellen van de hitlijsten in 1967 eindigde ‘Nederlands grootste beatkrant’ met de opmerking: “Dit geintje [‘Tomorrow’ van de Condors] is aanleiding geweest voor Veronica om het aantal op te bellen zaken drastisch uit te breiden. Het zijn er nu zoveel dat er steekproeven kunnen worden genomen, altijd met een minimum van zeventig zaken. Daardoor is het praktisch ondoenlijk en zinloos geworden de platenzaken te ‘bewerken’.
   Desalniettemin zullen verrassende ‘sprongen’ nauwkeuriger dan ooit onder de loupe worden genomen. We kunnen dus gerust stellen dat de Veronica hitparade volkomen ‘safe’ is, nog safer dan-ie (op die ene keer na) al was”.
 


 'Wanted' op Tania Records

 
Blijft de vraag hoe het verder ging met de Rotterdamse groep. Vader Schaap en Peter Lahaye waren ervan overtuigd dat hun volgende single in de top vijf zou belanden. Vervolgens zouden de Condors, netjes gekleed, Engeland, Amerika en de rest van de wereld veroveren met hun beschaafde beatmuziek.
   Op 6 mei 1967 sprak een niet met naam genoemde redacteur van Kink met de heer Grit, de ‘platenmanager van de Condors’. Grit lachte volgens hem ‘geheimzinnig’ toen hij vroeg hoe het met zijn topgroep stond. Er was een nieuwe Condors-single, getiteld ‘Wanted’. Die was niet op RCA verschenen maar op Tania, het eigen label van Grit. Van enige erkenning of succes was geen sprake. “Het bleek geen waardige opvolger van het zo goed gelanceerde en begeleide ‘Tomorrow’”.
   Lag dat aan de kwaliteit van de single? Kwaliteit is een nogal subjectief gegeven. Waarom had het grote RCA-concern (Inelco in Nederland) die plaat (of een ander nummer) niet met groot vertoon in de handel gebracht? Was men bang voor een reactie uit ‘Hilversum’?
   Die vraag valt waarschijnlijk niet meer te beantwoorden.
   Meneer Grit had nog hoop op de toekomst. “We hebben nu een elektronisch mondorgel. Dat gaan we gebruiken op de volgende single. Er moeten toch kansen liggen voor een groep als de Condors”.
   Van de Condors hebben we niets meer vernomen. Hun singles uit 1967 worden in 2014 via het internet nog wel te koop aangeboden. ‘Tomorrow’, is op de website Nederbeat te lezen, is niet zo duur: “Deze single kom je zo vaak tegen”. Bij ‘Wanted’ ligt dat anders. Ongetwijfeld zijn er minder exemplaren van geperst. De opvolger van de top 40-plaat heeft volgens Nederbeat een verzamelwaarde van maar liefst 35 euro.
 

Gordon

 
Het beïnvloeden van hitlijsten is altijd een item geweest. Zelfs Brian Epstein deed het met de eerste Beatles-single ‘Love me do’. De laatste tijd staat de Nederlandse artiest Gordon in het nieuws. Op 18 oktober 2013 bijvoorbeeld haalde Erik de Zwart, voorzitter van de Stichting Nederlandse Top 40, uit naar Gordon. “Hij belazert de boel. Ik denk dat hij zijn eigen platen opkoopt”.
   Gordon stond in de Top 100 (van GfK) op één met ‘Kom eens dichterbij’. Ten onrechte, aldus De Zwart. “Als hij met droge ogen verkondigt dat al die plaatjes van hem zijn gedownload door consumenten, dan moet hij een wel héél erg lange Pinokkio-neus krijgen. ‘Zijn ‘tranen van blijdschap’ zijn eerder tranen van de pijn in zijn portemonnee. In plaats van Nederland te bedanken, denk ik dat hij vooral zichzelf dankbaar moet zijn. En zijn platenmaatschappij [Berk Music] die hem erbij geholpen heeft om al die platen op te kopen”. In de top 40 nam ‘Kom eens dichterbij’ positie 38 in en kwam ook later niet hoger dan op 25. Na zes weken was de hit van Gordon al uit die lijst verdwenen.
   De discussie rond Gordon in 2013 gaf nog eens aan dat de samenstelling van een hitlijst afhankelijk is van de criteria die je aanlegt. Want, zoals Hans Born, het al in 1967 stelde: op zichzelf is er niets op tegen dat een artiest zijn eigen platen koopt.
   Maar toch...
 

 
Harry Knipschild
13 augustus 2014

 

Op 3 januari 2017 meldde Theo Joosten per e-mail:
 
“De groep [Condors] is van oorsprong opgericht in IJsselmonde door Jan v.d. Waarde, Theo Joosten, Ben Schaap,  en Joppe van Riemsdijk. We speelden in een zaaltje van de duivenvereniging maar toen dat te klein bleek verhuisden we naar de Dordtsestraatweg in Rotterdam. De naam van de zaal ben ik vergeten.
   Er werd door ons een zanger gezocht. Dat werd Freddy Schot. In het begin gingen we door het leven als Freddy Scott en the White Strangers. Vlak daarna kregen we bericht uit Engeland dat deze naam al gevestigd was. Zodoende ontstond de naam Freddy Scott en de Condors.
   De vader van Ben Schaap zag wat in deze groep en investeerde in apparatuur, kleding enzovoort.
   In het begin dat Schot toetrad ontstond er een hevig dispuut over zijn zangkwaliteiten en er was onenigheid tussen de twee solo-gitaristen, waarvan ik er een was. Ik besloot eind 1960 er uit te stappen. Ik ben gaan varen en heb mij nooit meer bemoeid met de groep. Verder zie het relaas zoals door u is opgetekend”.


Clips

René & the Alligators, Guitar Boogie, In the mood, 1962
* Jay Jays, Baldheaded woman, 1966
* Condors, Tomorrow, 1966
Cream, I feel free
* Beach Boys, Good Vibrations, 1966
* The Who, Happy Jack, 16 januari 1967
* Condors, Wanted, 1967
* Gordon, Kom eens dichterbij, 2013   

Literatuur
 
Hans Born, ‘Voor iets ouder beschaafd publiek: Condors, vreemde vogels op de hitparade’, Kink, 21 januari 1967
‘Inelco actief’, Kink, 4 februari 1967
Hans Born, ‘Hitparade zwendel?’, Kink, 8 april 1967
‘Elektries mondorgel’, Kink, 6 mei 1967
‘Erik de Zwart beschuldigt Gordon van manipulatie hitlijst’, nu.nl, 18 oktober 2013