Terug naar hoofdinhoud

591 - Bep Ogterop (1909-1993), pedagoge voor zingende teenagers

 

Popmuziek begon in de Verenigde Staten van Amerika. De Nederlandse jeugd raakte in de ban van wat zich aan de overkant van de Atlantische Oceaan op muzikaal gebied aan het ontwikkelen was – muziek van en voor teenagers. De Amerikaanse idolen werden nagevolgd. Er kwam een jeugdige Nederlandse Elvis Presley: Pim Maas, een jeugdige Nederlandse Pat Boone: Piet Sybrandy. Enzovoort.

De Nederlandse professionele muziekwereld wist voorlopig geen raad met deze trend. Die wereld bestond voornamelijk uit mannen van een eerder tijdperk. Ze waren meestal behoorlijk muzikaal geschoold – in tegenstelling tot de jongelui die droomden van een toekomst in de stijl van hun idolen. De meesten waren, zoals dat tegenwoordig heet, laag opgeleid. Het mulo-diploma was al een hele prestatie. Vanuit de muzikale elite bij de omroepen en de muziekindustrie werden de zingende teenagers niet echt serieus genomen.

    Een sprekend voorbeeld was het begin van de carrière van Peter Koelewijn. Zijn opname van ‘Kom van dat dak af’ (1959) zou wellicht nooit uitgebracht zijn als platenmaatschappij Bovema in Heemstede niet aangemoedigd was door Ko de Kloet (VARA-radio) die er op bezoek kwam en de beslissers over de streep wist te trekken. Bovema’s opnameleider en studiobaas Ger Hali walgde van dat soort klanken.

 

1 Koelewijn 1960 ME
Peter Koelewijn in Muziek Expres, juni 1960

 

Achtergrond van Bep Ogterop

 

De zingende teenagers, was de conclusie, moesten geschoold worden. Ze werden geacht te leren hoe ze hun stem moesten gebruiken. Bep Ogterop (1909-1993) leek de ideale persoon om het jonge goed onder handen te nemen. Vader Albertus Ogterop (1878-1942), hoofd van een lagere school, dirigeerde zijn eigen schoolkoor. Al op jeugdige leeftijd zou dochter Bep een innerlijke behoefte gehad hebben om ook zelf leiding te geven. Toen ze elf was begeleidde ze het koor van haar vader, op de HBS gaf ze leiding aan een koortje van medescholieren.

    Bep had een ijzeren wil. De wens van haar vader om lerares Duits te laten worden, legde ze naast zich neer. Om muzieklessen te kunnen volgen, nam Bep allerlei baantjes aan. Vanaf 1930 presenteerde ze zich als pianobegeleidster en dirigente van amateurkoren. Zelf zingen deed ze ook met muziek uit opera’s en oratoria. Voor de radio (vanaf de jaren dertig) zong Bep onder het pseudoniem Rita de la Roche als ze op de ‘lichte’ toer ging.

    Behalve als altzangeres in het klassieke genre ontwikkelde Bep zich tevens als zangpedagoge, zoals ze dat van huis uit had meegekregen.

Vlak voor de oorlog zond een bevriende concertmeester zijn dochter naar Bep Ogterop om te vragen of zij het meisje zangles wilde geven. De man zag in Ogterop een pedagogisch-muzikaal talent en zo begon haar loopbaan als zangpedagoge. Daarnaast zette ze tijdens de oorlog haar concertpraktijk als altzangeres voort. Bovendien werd ze gevraagd om in jury’s van amateur-artiesten haar mening te geven. Ze werkte in die hoedanigheid begin jaren vijftig samen met deejay Pete Felleman en impresario Lou van Rees.

 

Bep drilt

 

Dagblad De Tijd gaf in 1954 een inkijkje in de aanpak van Bep Ogterop. Ze was gevraagd om een muzikale rol te spelen in het leger. De kop van het artikel: ‘De luchtmacht gaat zingen. Bep Ogterop drilt 65 recruten’.

    Ogterop, 45 jaar, was ingehuurd om de jonge soldaten te laten doen wat ze moesten doen. Dat leek haar wel toevertrouwd. “De voorposten van het luchtmachtkoor hadden bij de radio aangeklopt. Als de tijd van oefenen voorbij was, zou het koor vijftig minuten zendtijd krijgen. De AVRO zou dan proberen om Vera Lynn erbij te halen.

    Via de radio kwam Bep Ogterop tussen de zanglustige dragers van ’s lands wapenrok terecht om het zangpedagogisch werk ter hand te nemen. Het was een heel karwei, maar na enkele repetities was ze zelf even enthousiast als de zangers. Iedere donderdagavond liepen in de kantine van de Van Helsdingen-kazerne luitenants, vaandrigs, sergeants, korporaals en soldaten braaf toonladders op en af. Het kostte nogal wat moeite, maar iedereen was een en al leergierigheid.

    Bep Ogterop wist de discipline te handhaven op een manier, die barse instructeurs versteld deed staan. Ze had het koor duidelijk haar bedoeling uiteengezet. ‘Ik leer u zo zingen, dat we in de toekomst ook klassieke nummers kunnen brengen’”.

 

2 Bep Ogterop

 

Eigengereidheid

 

In een artikel maakte Henk van Gelder (1946-2025) duidelijk dat Ogterop op steeds meer terreinen actief was. Vanaf 1952 leidde ze de zanggroep Harten Vijf in de Snip & Snap-revue van producent René Sleeswijk. Ze produceerde grammofoonplaten met het kinderzangkoor De Knipperbollen en dirigeerde amateurkoren als het Amsterdams Operakoor en het Haarlems Operakoor –  laatstgenoemd koor droeg vanaf 1957 de naam Operakoor Bep Ogterop”.

    Van Gelder: “Ogterops carrière als zangpedagoog verliep voorspoedig. Haar werkterrein was breed: wie in de lichte sector wilde zingen, gaf ze lessen in expressie, ademhaling, beweging en overtuigingskracht, terwijl haar lessen aan zangers met klassiekere aspiraties veel technischer getint waren”.

 

Van de liefde kwam lange tijd weinig terecht. Pas op 48-jarige leeftijd trad Bep in het huwelijk met Rudolf Knaven, tenor bij het Amsterdams Operakoor. Dat ze zo laat trouwde schreef ze toe aan haar ‘eigengereidheid’. In een interview bekende ze: “Eerlijk gezegd was ik helemaal niet van plan om verliefd te worden, want ik had het veel te druk”.

 

Nieuwe artiesten onder leiding van Bep Ogterop

 

Vanaf de tweede helft van de jaren vijftig zag je de naam Bep Ogterop voortdurende opduiken in de pers. Jonge artiesten met ambitie konden bij wijze van spreken niet om haar heen. Zo meldde de Telegraaf op 22 juni 1956 dat Annie Palmen (1926-2000) regelmatig voor de KRO-radio mocht gaan optreden. “Annie, die in Beverwijk woont, was onder anderen Miss Haarlem en Miss Zandvoort. De nog jonge zangeres, een alt, is een leerlinge van Bep Ogterop”.

 

Annie Palmen

 

Begin 1960 werd bekend dat Joke van den Burg bij de Skymasters de plaats van Greetje Kauffeld als vaste vocaliste zou gaan innemen. De Emmer Courant wijdde er een artikel aan – met daarin: “Haar optreden met The Skymasters en haar sinds kort begonnen lessen bij Bep Ogterop zullen Joke van den Burg weinig tijd laten voor haar geliefde winkelen en voor het luisteren naar grammofoonplaten van haar favorieten, onder wie men naast Frank Sinatra, Peggy Lee, Sarah Vaughan en Rita Reys ook Willy Alberti aantreft”.

    Greetje Kauffeld had zich al onderworpen aan de aanpak van Ogterop, evenals Corry Brokken, Kitty Knappert, Sylvia de Leur, Milly Scott, Lia Dorana, Sonja Oosterman en Liesbeth List.

 

4 Corry Brokken

 

Geen man

 

Weekblad Libelle organiseerde in die tijd een reportage over Ogterop. Het artikel begon met een uitspraak van de pedagoge: “Men ziet mij vaak voor een man aan. Zoals u ziet ben ik een vrouw”. Lachend vertelde ze: “Bep van Klaveren is een bokser en Bep Rowold dirigeert The Skymasters. Allebei mannen. En zo denken de mensen: die Bep Ogterop zal ook wel een man zijn.

    Misschien komt het ook wel omdat ik het Haarlems Operakoor dirigeer. Dat zijn honderd vijfentwintig mannen en vrouwen. Zo’n groot gezelschap leiden vindt men al gauw mannenwerk. Ik heb eens een dame op les gekregen, die het angstvallig voor haar man verzweeg. Die wilde niet dat ze zangles kreeg van een man. Pas nadat hij me had leren kennen – ‘O, neemt u mij niet kwalijk mevrouw’, zei hij toen. ‘hoe had ik dit nu kunnen weten’ – liet hij zijn vrouw met een gerust hart gaan. Hij was een beetje jaloers natuurlijk.

    Elke week komen er brieven, die beginnen met ‘Geachte heer Ogterop’. En door de telefoon heb ik het ook vaak. Als ik met mijn vrouwenstem vraag waarmee ik ze van dienst kan zijn, hoor je geïrriteerd: ‘Ja, ik wil met Bep Ogterop spreken. Wilt u hem even roepen?’

    Dan zeg ik, en ik heb daar steeds weer schik in: ‘Nou daar spreekt u mee’, waarmee het even stil wordt aan de andere kant van de lijn. In gedachten zie ik dan dat verbaasde gezicht”.

 

Bep nam vooral meisjes onder handen. “Vriendelijke orkestleiders sturen meisjes met veelbelovende stemmen naar haar toe. En daar in haar enigszins sombere studeerkamer beginnen vele carrières. Onder haar leerlingen zijn de meisjes verreweg in de meerderheid. Er zijn maar weinig jongemannen onder. ‘Er zijn nu eenmaal veel minder mannen dan meisjes, die solo willen zingen’, heeft de ervaring haar geleerd. ‘U ziet het al op de lagere school’, zegt ze, ‘jongens schamen zich ervoor. Die durven niet en vinden het mal om alleen voor de klas te staan. En dat gevoel blijft heel lang zitten’”.

 

Nederlandse idolen voor teenagers

 

Zoals eerder gezegd, in de muziekwereld was er behoefte aan iemand die ook mogelijk toekomstige pop-artiesten (in die tijd: teenager-idolen) het zingen bij kon brengen. Ogterop leek onmisbaar. Ze was in 1960 bijvoorbeeld van de partij om de Nederlandse Pat Boone, Piet Sybrandy, het vak bij te brengen. Het tijdschrift Eva deed verslag. “Pat Boone is zijn idool; hij heeft waardering voor Mario Lanza. Piet is een veelzijdige jongeman. Vroeger deed hij veel aan sport, en eens was hij zelfs kampioen turnen van West-Friesland. Maar de muziek is wel zijn fort. ‘In een program’, zegt hij, ‘dat algemeen is, probeer ik steeds zoveel mogelijk afwisseling te brengen. Iets dat jongeren fijn vinden, zing ik, en dat waar ouderen meer voor voelen’.

    Piet Sybrandy  is die blonde jongen met zijn gitaar, die wel eens Pat Boone van Nederland wordt genoemd. Die vergelijking gaat niet helemaal op. Hij mag dan al een ietsje hebben van die onverstoorbaar-glimlachende, ernstig-opgewekte Amerikaan, voor de rest is hij helemaal Piet.

    Tuinbouwscholier uit Enkhuizen, die aanvankelijk zakenman zou worden maar van dat plan afstapte door zijn talent met flair een liedje te kunnen brengen.

    Bep Ogterop zorgde ervoor, dat zijn sonore bariton volle, zuivere tonen produceerde, en ten slotte kreeg Piet het bepaald druk. Eerst trad hij alleen op voor teenager-clubs, later voor radio en televisie”.

 

5 Piet Sybrandy

In het Dagblad voor Amersfoort verklaarde Ria Valk in 1961: “Ik heb al drie jaar zangles bij Bep Ogterop. Daar heb ik veel geleerd: ik kan nu als ik wil een hele avond schreeuwen zonder de volgende dag schor te zijn”.

    Muziekblad Tuney Tunes publiceerde in 1963 een artikel over het begin van de loopbaan van de toen 21-jarige ambitieuze Imca Marina. “Als secretaresse bij een koelkastenfabriek toog Imca naar Groningen. Het zingen werd niet vergeten en er werden op vele amateurwestrijden eerste prijzen weggesleept. Ze schreef in voor een auditie van radio-uitzendingen: vijf voor Luxemburg, één voor Hilversum. Imca was er blij mee, doch wilde méér. Zij nam lessen in muziektheorie en ademhalingstechniek.

  Haar stem werd gehoord via de streekomroep RONO in de vier noordelijke provincies en spoedig daarna werd de eerste plaat een feit. Dat was omstreeks half oktober 1959. Ze kwam voor de eerste maal in ‘Pas Geperst’ op 28 november 1959 en de plaat oogstte gunstige kritieken. Op advies van Cor Steyn kwam Imca in Amsterdam wonen en begonnen lessen te volgen bij Bep Ogterop, een studie die tot op de huidige dag voortduurt”.

 

Letty Kosterman op bezoek

 

Letty Kosterman (1935-2017) wilde er het fijne van weten en ging bij haar op bezoek op de Bilderdijkkade in Amsterdam – een oud, hoog huis. Een afspraak maken was niet moeilijk. “U bent van harte welkom”, kreeg ze aan de telefoon te horen. Letty was aangenaam verrast: “Bep Ogterop heeft door de telefoon een lichte aardige stem en spreekt met duidelijk gemak. Ze mist de overdreven toon en de te nadrukkelijk uitgesproken medeklinkers van sommige zangleraressen”.

  Naast haar voordeur een groot bord met daarop “Bep Ogterop, leerares solozang’.

  Kosterman: “Die twee ee’s vond ik niet in overeenstemming met de jonge stem en ook niet helemaal, hoewel wat meer, met de vrouw die ik binnen ontmoette. Ze is vrij fors, niet groot en heel vriendelijk. Ze heeft blond haar met grijs erdoor en een knap gezicht met grijsblauwe ogen. Ze droeg een lichtgroen vestje, dat haar iets zachts gaf”.

  De journaliste gaf een idee van de ontvangstruimte. “Ik zat een ogenblik alleen in de grote kamer, die prettig gemeubileerd was en natuurlijk een piano bevatte. Een lichte”.

  Haar echtgenoot zorgde voor een kopje thee. “‘Knaven’, zei hij, lachte vriendelijk en verdween weer”.

 

6 Rudolf KnavenRudolf Knaven en het aanrecht

 

Ogterop liet zich prijzend uit over haar huwelijkspartner. “Hij zingt ook. Oorspronkelijk een van mijn leerlingen. Rudolf Knaven, ’n heel mooie tenor. Vroeger was hij kok-banketbakker en nu is hij ook in het vak. Maar hij kookt nog altijd voor me. Het is een schat en we zijn heel gelukkig. Schrijft u dat er gerust in, want gelukkige huwelijken zie je niet zo veel meer tegenwoordig”.

 

Over haar eigen loopbaan vertelde Ogterop: “Ik ben op mijn achttiende jaar begonnen met zangles te nemen. Ik wou graag actrice worden, maar mijn hele familie vond dat vreselijk. Nou ja, het waren dan ook allemaal onderwijzers. Ik moest naar kantoor. Achteraf uitstekend, want ik spreek daardoor vloeiend talen, kan stenograferen en typen en dat kan ik, met veel buitenlandse leerlingen best gebruiken. Neem nog een bonbon. U hoeft niet te denken om de lijn”.

  Over zich zelf liet de pedagoge weten: “Ik heb in mijn karakter een paar mannelijke trekjes. Ze denken ook vaak dat ik een man ben. Ik geef ik vreselijk graag leiding en kan me moeilijk schikken naar een ander. Ik wou vroeger altijd schooltje spelen – ik was juf – en ik zat altijd in schoolbesturen. Ik ben lange tijd oratorium- en operazangeres geweest en als vanzelf ben ik… nou ja, na ontzettend veel studie, hoor – ben ik zanglerares geworden. Ik heb van veel koren de leiding gehad – en nóg. Radiokoren en zo en binnenkort heb ik met een koor een televisie-uitzending. Nee, dat is niet de eerste keer, hoor! Oh nee”. Ze lacht en is er helemaal in. Ze zit er gezellig en ontspannen bij en vertelt met veel enthousiasme en duidelijke liefde voor haar vak. En ze beweegt zich gracieus.

  ‘Weet u wat zo fijn is? Ik speel goed piano, dus kan alles begeleiden. Maar zet er vooral bij, dat ik niet alleen in de lichte muziek lesgeef. Ik ben begonnen als lerares in klassieke solozang en heb nog veel klassieke leerlingen’”.

 

Letty: “Als ik haar vraag of de overschakeling van de klassieke muziek naar het lichte genre indertijd moeilijk was, lacht ze weer:
  ‘Helemaal niet. Ik hou van lichte muziek. Alles wat vrolijk is, vind ik lekker. Dansen ook. De enige moeilijkheid was, dat er nog niemand was, die les gaf in dat genre. Iedereen deed maar wat. Ik ben het helemaal gaan uitdokteren. Mijn eigen stijl heb ik gevonden en ik heb er veel succes mee gehad. soms ben ik wel eens verbaasd. Zo werkte ik indertijd met een heel onbekend meisje, dat gauw hees was, als ze zong.

  Ze vorderde fantastisch, want ze had veel talent en nu kent iedereen haar. Corry Brokken! Ze komt nog regelmatig les nemen. Een uitstekende leerlinge. Nadat zij eens voor de radio had gezegd, dat ze veel aan mij te danken had, stond de telefoon niet meer stil. En nu zijn er al zo veel beroemde namen bij me geweest en nog zijn ze er: Greetje Kauffeld, Sonja Oosterman, Lia Dorana, Jan van der Most, Ellen Cramer. Ontzettend veel. Ik wil niemand vergeten, maar. O, wacht. Caro van Eyck nog en een heleboel acteurs en actrices voor stemverbetering en zang. Voor zingen komt het vooral aan op dictie en een goede voordracht’”.

 

Of Ogterop nog wensen had?

  “Ja zeker heb ik die. Ik hoop dat ik lang gezond blijf en heel lang en veel en goed mag blijven werken, want ik kan er niet buiten! En als ik oud ben – nee, mijn leeftijd zeg ik niet – dan wil ik buiten wonen en veel dieren om me heen hebben. Geiten, konijnen, en ook een aap. We zijn dol op dieren! Verder is mijn werk mijn hobby en ik ben overgelukkig, dat ik dit allemaal doen mag”.

 

Moeder van de lichte muze

 

Een paar jaar later werd Ogterop de ‘moeder van de lichte muze’ genoemd. Ze had zich inmiddels ook ontfermd over Conny van den Bos, Hans Boekhout, Imca Marina, Conny van Solingen en Rob de Nijs. “Dan zijn we beslist nog niet volledig”, werd er bij geschreven.

   Wat we nu duiden als popmuziek werd in 1963 nog ‘lichte muziek’ genoemd. “Ze is een van de weinige Nederlandse zang-pedagogen, die haar talenten ook in dienst van de lichte muze heeft willen en kunnen stellen. Met het logische gevolg, dat vele zangers en zangeressen van het lichte lied graag van die diensten gebruik hebben gemaakt en nog maken”.

   “Waarom ik ook het lichte lied doe? Omdat ik er veel van houd”, legde ze uit.

   Door de grote toevloed was de pedagoge wel kritisch. “Bep Ogterop bepaalt altijd tevoren nauwkeurig wat er precies is. In de eerste plaats moet er achter de stem een artiest, een persoonlijkheid schuil gaan. De zanger of zangeres moet immers begrijpen, wat hij doet en zingt.

   Na enkele liedjes weet Bep Ogterop meestal wel of ‘het er in zit’.

 

Het kan wel eens gebeuren, dat zoiets pas groeit als de leerling ouder wordt. Maar dan hebben ze het risico zelf gedragen. Want na dat eerste voorzingen, geeft Beg Ogterop eerlijk en openhartig haar mening. Ziet zij voor de kandidaat geen brood in ‘het vak’, dan krijgt hij dat onomwonden te horen. Wil men toch doorgaan? Goed, maar dan voor eigen risico. Wanneer zij echter vermoedt, dat ‘het materiaal’ aanwezig is, zal zij zich met hart en ziel wijden aan de vorming, niet slechts van de stem maar ook van de artiest(e). Want niet alleen staan er dan zang- en ademhalingsoefeningen, muziek- en solfèlessen en andere onderdelen van het zang- en muziekprogramma te wachten, ook voordracht en houding zullen hun aandacht krijgen. En zo nodig worden de leerlingen naar lessen in vreemde talen gezonden”.

 

Van het luchtmachtkoor had Bep intussen afscheid genomen ‘omdat ze onder meer door de sterk wisselende bezetting niet de resultaten kon boeken, die ze zichzelf als minimum-eis meende te mogen stellen’. Intussen doceerde ze enige jaren aan de academie voor kleinkunst, waarvan Bob Bouber (later van ZZ & de Maskers) directeur was.

 

Nieuwe Oogst 1963

 

Voor Bep Ogterop was 1963 misschien wel het hoogtepunt van haar optreden in de populaire, de lichte muziek. Tal van ondernemende artiesten bekenden dat ze zich door haar lieten onderwijzen, onder wie Rob de Vries en Ansje van Brandenburg.

   De pedagoge was in dat jaar bovendien gevraagd om – samen met Skip Voogd en Cor Lemaire – van de partij te zijn in de jury van ‘Nieuwe Oogst’. In dat tv-programma, anno 1961, waren de Tielman Brothers al eens zwaar bekritiseerd voor hun optreden, dat je nu op You Tube kunt zien.

   Ogterop werd in de pers aangevallen vanwege haar ongezouten kritiek, die live op de televisie werd uitgezonden. In de Telegraaf kon je lezen: “Bep Ogterop meende een 18-jarig kind ten overstaan van miljoenen kijkers te moeten toevoegen: ‘Men zegt, dat u voor uw plezier zingt, maar dat is dan alleen uw eigen plezier, want anderen doet u er geen genoegen mee’”.

   De tv-recensent vond het ‘grof, grievend en kwetsend en stellig niet de opbouwende kritiek, die deze jury verondersteld werd te uiten’.

 

7 Bep Ogterop Nieuwe Oogst 1963
Bep Ogterop, jurylid in Nieuwe Oogst (1963)

 

Nederland stond op z’n kop. Een week na de uitzending (op 31 augustus) waren de gemoederen nog niet gekalmeerd, liet Leo Riemens afdrukken. In het Vrije Volk werd gesproken over een ‘openbare terechtstelling’.

   Volgens Ogterop zou de schuld gelegen hebben bij de platenindustrie. “Die waagt veel te gemakkelijk een gokje met een stemmetje. Als zo’n stemmetje voor het publiek moet optreden, blijft er soms niets over”. Ogterop had zich verdedigd met de woorden: “Wij zijn geen kindermeisjes bij de televisie”.

   Het commentaar in het Vrije Volk: “Wij begrijpen, dat zangpedagogen als mevrouw Ogterop ernstig verontrust zijn. Ze willen wat doen. Maar daar is de openbare terechtstelling, voor het kijkglas, niet de geschikte weg voor. Kinderen van 16, 17 jaar mag je echt nog wel een beetje behoedzaam aanpakken. Je kraakt ze niet in het bijzijn van honderdduizenden. Je brengt ze doodgewoon niet voor de camera, als ze er niet geschikt voor zijn. Geen kindermeisje? Natuurlijk niet, maar liever ook geen beul”.

 

Bep Ogterop, 54 jaar, zette geen stap achteruit. Ze verklaarde: “Het is juist een door de lof van moeder, vader, ooms en tantes verblind meisje af te remmen als ze van het zingen haar beroep wil maken en daarvoor geen talent heeft. Het is veel erger als ze later als zangeres tot deze ontdekking komt. De deelnemers aan Nieuwe Oogst wisten wat hun te wachten stond. Een zeer kritische beoordeling. Dit programma wil duidelijk als stimulans werken voor het werkelijke talent en daarnaast de toevloed afremmen van al die jongens en meisjes, die menen dat zij zijn geroepen voor een loopbaan als artiest”.

 

Bep Ogterop in 1964: andere tijden

 

Bep Ogterop werd langzamerhand berucht om haar uitspraken. Begin 1964 ging ze in gesprek met Mary van Velzen van de Volkskrant. In die dagen zetten de Beatles de muziekwereld op hun kop. Geen woord daarvan in het interview. Het tweetal leefde nog in het tijdperk van teenageridolen als Anneke Grönloh.

   Ogterop: “Ik ken dat meisje niet. Ik vind dat ze erg leuke dingen doet. Dat meisje [Anneke] is van binnenuit een artieste, met een natuurlijk gebaar, natuurlijke gratie. Ze heeft prachtig materiaal, maar ze gebruikt het niet goed. Ze schreeuwt en ze zit af en toe op haar keel te drukken. En haar uitspraak is abominabel. Dal wordt nu nog wel geaccepteerd, omdat ze een teenager is. Maar dat kan geen stand houden als ze ouder wordt. Haar type kan wel bewaard blijven, maar ze zou het kunnen vervolmaken. Vooral die uitspraak”.

 

Ogterop balanceerde op het raakpunt van lichte en klassieke muziek. Dat werd haar niet altijd in dank afgenomen. “In klassieke kringen word ik als een soort gangster beschouwd. Daar denken ze: die lichte muziek, dat doe je zo even, daar is geen kunst aan. Maar zo is het beslist niet. Voor beide vakken zijn bepaalde grondslagen wel uniform, maar op een gegeven moment loopt het helemaal uit elkaar. Er zijn zoveel verschillende genres in de lichte muziek en ik weet – omdat ik midden in die wereld zit – welk soort stemgebruik je voor een bepaald genre moet hebben.

  Daarom bestudeer ik van elke leerling eerst de mogelijkheden. Want als iemand uitgesproken geschikt is voor het Franse chanson, moet je hem heel anders aanpakken dan iemand die Hollands of jazz of Italiaans moet gaan zingen. Het is vreselijk moeilijk om al die genres uit elkaar te houden en elk liedje in zijn eigen stijl le brengen”.

 

Het was een jubileumjaar voor Ogterop. “Dertig jaar geleden zette ik mijn eerste voet over de drempel van de AVRO-stndio. En met september is het 25 jaar geleden dat ik begon met lesgeven. Ik heb het altijd in me gehad: een enorme dosis energie om mensen te stuwen. Dat is geen verdienste van me, daar ben ik mee geboren. En daarbij heb ik het gevoel dal ik geestelijk contact heb, dat je de mensen uit hun moeilijkheden kan helpen. In zo’n les komt het vaak tot een vertrouwelijk gesprek. Dan vind ik het fijn als ik kan helpen met raad en daad.

  Als leerlingen voor de eerste maal bij mij komen, zijn ze vaak een beetje bibberig. Maar na tien minuten zijn ze erover verbaasd dat ze zich zo op hun gemak voelen. Want voor de buitenwereld heb ik de naam gekregen van erg kritisch en streng te zijn. Vooral sinds die tv-uitzending van Nieuwe Oogst. Er is geen cabaret of ze beginnen erover. Ja, Wim Kan heeft zelfs gezegd dat Marlene Dietrich niet durfde op te treden omdat ze gehoord had dat ik in de zaal zat: Dat vond ik enig, daar heb ik van genoten.

  Maar als je mensen leidt, vooruit wilt helpen, dan moet je kritisch zijn. Ik kan wel steeds mooi, mooi roepen, maar daar is niemand mee gebaat. Het artiestenleven is een leven vol klappen en wie gewend is aan strenge maatstaven, is daar het best tegen bestand.

  Maar natuurlijk moet je niet alleen moeilijk zijn. Aan de hand van hun prestaties moet je ook zelfvertrouwen aankweken. Daar zijn mijn leerlingen ook echt blij mee: ‘U geeft me zo’n zelfvertrouwen’, zeggen ze vaak en dat is heerlijk”.

 

Ogterop had nog een advies voor nieuw talent als ze moesten optreden: “Geen hutspot eten, of erwtensoep. Want het is slecht ademen niet een opgezette maag. Ook geen melk drinken of chocola snoepen, want dan komt er slijm in de weg te zitten. Om soortgelijke redenen geen pap eten, geen noten. Eet iets lichts en liefst helemaal niets. Een zure appel is altijd aan te bevelen, en ook gorgelen met citroensap is goed”.

 

Nieuwe Oogst 1964

 

8 André van Duin in 1963André van Duin in 1963

 

Ook in 1964 was er weer een Nieuwe Oogst. Ogterop maakte opnieuw deel uit van de jury. De winnaar was deze keer geen zanger, maar een ‘bandparodist’: André van Duin, 17 jaar, die playbackte op de klanken van onder anderen Little Richard (‘Ready Teddy’), Neil Sedaka (‘Breaking Up Is Hard To Do’), Cliff Richard (‘Forty Days’), Chubby Checker (‘Let’s Twist Again’), Swinging Bluejeans (‘Twist & Shout’) en de Trashmen (‘Surfin’ Bird’).

   Zou de zangpedagoge André nog van advies hebben kunnen voorzien? Dat lijkt me onwaarschijnlijk. De tijdgeest was helemaal veranderd. Slechts een enkeling, zoals Boudewijn de Groot in 1967, liet nog weten zangles van haar te hebben. Dat gold ook voor Astrid Nijgh (“Ik zat in Beverwijk op school, dus elke woensdag, hup, trammetje naar Amsterdam”).

 

9 Astrid Nijgh

Henk van Gelder sloot zijn artikel als volgt af: “Tot op hoge leeftijd bleef Bep Ogterop lesgeven. Zij was de kostwinner; haar echtgenoot beëindigde zijn werkzaamheden als tenor en fungeerde voortaan als ‘huisman’. Op 4 april 1993 overleed Bep Ogterop in haar woonplaats Amsterdam, in de ouderdom van 83 jaar”.

 

Harry Knipschild

3 juni 2026

 

Clips

* Luchtmachtkoor olv Bep Ogterop

* Corry Brokken, Eurovisie Songfestival

* Annie Palmen, Wat een geluk, 1960

* Anneke Grönloh, Paradiso 

* Ria Valk, Rocking Billy

 

Literatuur

Dagboekenier, ‘Goede muziek’, Parool, 14 februari 1953

‘De luchtmacht gaat zingen’, Tijd, 9 februari 1954

J.J.L. van Zuylen, Radio- en televisie-encyclopedie voor Nederland en België, Amsterdam 1956

‘Nieuwe stem bij KRO: Annie Palmen’, Telegraaf, 22 juni 1956

‘Joke van den Burg – nieuwe zangeres’, Emmer Courant, 4 januari 1960

‘Zij leerde ze allemaal zingen’, Libelle, 4 februari 1960

Letty Kosterman, ‘Vele beroemdheden nemen nog dagelijks lessen bij Bep Ogterop’, Dagblad voor Amersfoort, 18 maart 1960

‘Piet Sybrandy, een Nederlandse Pat Boone’, Eva, 26 maart 1960

‘Ria Valk’, Dagblad voor Amersfoort, 7 oktober 1961

‘Imca Marina’, Tuney Tunes, maart 1963

‘Bep Ogterop: moeder van de lichte muse’, Gooi- en Eemlander, 2 maart 1963

‘Rob de Vries neemt zanglessen’, Telegraaf, 27 april 19630

‘Ansje van Brandenberg in team voor Knokke’, Ons Noorden, 10 juni 1963

‘Nieuwe Oogst bracht reeks debutanten. Grove uitspraken van juryleden’, Telegraaf, 2 september 1963

‘Kindermeisje’, Vrije Volk, 4 september 1963

Leo Riemens, ‘Nog steeds deining om Nieuwe Oogst’, Telegraaf 7 september 1963

‘Bep Ogterop: We zijn bij de televisie geen kindermeisjes’’, 8 september 1963, Vrije Volk

‘Nieuwe Oogst’, Friese Koerier, 13 september 1963

Brigitte, ‘Tienersterren van de toekomst’, Telegraaf, 28 december 1963

Mary van Velzen, ‘Bep Ogterop heeft een eigen stem in de lichte muze’, Volkskrant, 11 januari 1964

‘Imca Marina. Het kleine Groningse meisje met een gouden toekomst’, Nieuwe Holevoet, 9 mei 1964

‘Boudewijn de Groot’, Hitweek, 14 april 1967

‘Zangpedagoge Bep Ogterop (83) overleden’, NRC, 5 maart 1993

‘Astrid Nijgh’, NRC, 18 mei 2001

Henk van Gelder, ‘Ogterop, Alberta Bernarda (1909-1993), Huygens ING, 16 november 2017

  • Raadplegingen: 265