Zoeken

 
 
Billie Holiday werd 107 jaar geleden geboren als Eleanora Fagan. Over het begin van haar leven liet ze in haar autobiografie, Lady Sings The Blues (1956, vertaald door Martin Schouten), optekenen: “Mam en pa waren nog kinderen toen ze trouwden. Hij was achttien, zij was zestien, en ik was drie.
   Mam was werkster bij een blanke familie. Toen die ontdekten dat zij een kind zou krijgen zetten ze haar op straat. Pa’s ouwelui kregen ook zo ongeveer een beroerte toen ze ervan hoorden. Het waren echt mensen van de betere stand en dat dit soort dingen wel eens in hun wijk van Oost-Baltimore gebeurde, dat was nog nooit bij hen opgekomen.
   Maar de kinderen waren allebei arm. En als je arm bent word je gauw groot. 
   Het is een wonder dat mijn moeder niet in het verbeteringsgesticht is terecht gekomen, en ik in het weeshuis, Maar Sadie Fagan hield van mij, vanaf de tijd dat ik alleen nog maar een steek onder de gordel was als zij vloeren boende. Zij ging naar het ziekenhuis en gooide het op een akkoordje met de vrouw die daar aan het hoofd stond. Zij zei dat ze de vloeren wel zou boenen en op die andere krengen zou passen, die daar lagen om hun kinderen te krijgen, om zo voor haar en voor mij te betalen. En dat deed ze. Mam was dertien op die woensdag, 7 april 1915, in Baltimore toen ik werd geboren”.
   De zangeres dicteerde haar herinneringen aan William Dufty, kort nadat ze voor het eerst een tournee door West-Europa gemaakt had. Dat was in de eerste maanden van 1954, vijf jaar voor haar dood  in 1959.
   Billie was 38 jaar toen ze, samen met haar man-manager Louis McKay, in onze contreien rondtrok.
 
 
457 1 boek

 
 
 
Kopenhagen
 
 
Europa was voor haar een droom. “Elke zwarte muzikant wilde er naartoe, vooral omdat ze er minder werden gediscrimineerd dan in de Verenigde Staten. De groep kwam op 11 januari 1954 in Kopenhagen aan. Zoveel sneeuw had Holiday nog nooit gezien en op een vliegveld nog nooit zoveel fans. Honderden mensen met bloemen lachten en schreeuwden tussen de verslaggevers en fotografen in”, schreef K. Schippers een halve eeuw later in NRC Handelsblad.
   Billie: “We zouden ongeveer veertig concerten geven in dertig dagen – soms twee per nacht, in Zweden, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Holland, Zwitserland, Italië en Frankrijk. Daarna zou ik als solo-attractie naar Engeland gaan”.
 
Naar eigen zeggen werd ze warm opgevangen in Kopenhagen. “Op het vliegveld werd ik voorgesteld aan een dokter die daar met zijn dochter van twaalf was. Ze vertelden me hoeveel ze van me hielden, dat ze elke plaat kenden die ik ooit gemaakt had.
   Toen de dokter mij mijn neus hoorde snuiten was hij een en al bezorgdheid. Ik kon hoog of laag springen, maar ik moest en zou met hem mee naar zijn huis, zodat hij me iets tegen de verkoudheid kon geven. Hij gaf me wat medicijn, dat ik in suiker moest laten trekken en dan doorslikken. Het deed me denken aan mijn grootmoeder, die koololie of kerosine in suiker liet trekken. Ik slikte het en mijn hele heesheid verdween. Toen kwamen ze aandragen met al dat waanzinnige Deense eten”.
 
 
457 2 ScandinaviëScandinavië, Buddy de Franco links, Leonard Feather midden
 
 
Nederland
 
 
Terwijl Billie in het noorden optrad als trekker van een ‘Jazz Club USA’-groep, kondigde het Algemeen Dagblad aan dat er op 23 januari een jazz-manifestatie zou plaatsvinden in het Amsterdamse Concertgebouw, acht dagen later gevolgd door twee concerten in het gebouw voor K en W in Den Haag.
   “Uiteraard roept de naam van de zangeres Billie Holiday, als solo ster van het gezelschap, onmiddellijk de gevoelens wakker van hen, die de jazz vanaf de opkomst in New Orleans en Harlem volgen. Uit de tijd dat de idee van een jazz-show nog in het achterhoofd van mannen als Paul Whiteman moet hebben geschemerd, stammen de blues en de warme voordrachten van Billie Holiday.
   Sindsdien is zij een begrip geworden. De vrouw, die uit een minimum van materiaal put, maar die met haar oude songs als ‘Driving Me Crazy’, ‘Lover Man’ en ‘Billie’s Blues’ een muzikaal terrein open legde, waarop tientallen vrouwelijke vocalisten, gekleurde zowel als blanke, later hun artistieke prestaties bouwden. Vraag de grootsten onder hen, van een Ella Fitzgerald tot June Christy toe, wie hun lieveling van de jazz is en spontaan komt de naam van Billie het eerst naar de lippen.
   In Baltimore geboren, zette deze prachtige artieste haar eerste stappen in de wereld van de jazz, als vijftienjarig meisje in het restaurant van haar moeder te Harlem. Tussen het borden wassen door. Haar eerste verdiensten waren fooien van luisteraars, die misschien meer door haar expressieve gezicht nog dan door haar liedjes waren bewogen. Via een debuut bij de groep van Eddie Condon, waarvoor zij een tientje per week incasseerde, klom Billie vrij snel nog op tot recettes van drie getallen per zes dagen”.
 
Een verslaggever van het Parool was erbij in Amsterdam. Hij omschreef Billie als ‘blueszangeres’. “We kenden haar van grammofoonplaten en uit Amerikaanse kranten – een vrouw met een harde, heerlijke stem, die zo ongeveer alles heeft moeten doormaken wat in dit Amerikaanse jazzleven mogelijk is. Een jeugd in de goot, honger, dan opeens roem. Daarna de lieden die op haar geld afkwamen – onder meer haar eerste man [Jimmy Monroe], die er vele duizenden door jaagde – en vervolgens de verdovende middelen, de marihuana-sigaret, de heroïne”. In haar stem kon je het volgens hem horen.
   “De laatste jaren had [weekblad] Time over haar een soort vaste rubriek: Billie Holiday in het ziekenhuis – voor een behandeling tegen overmatig gebruik van verdovende middelen, ‘dope’, zoals dat heet – uit het ziekenhuis, uit, in, uit, enzovoorts”.
 
Tijdens het concert, meldde het AD, had er een incident plaatsgevonden. “Nadat ze, begeleid door pianist Carl Drinkard ‘Cry For You’ en ‘My Man’ gezongen had, zette zij de tragische ballade ‘Strange Fruit’ in. Het is een aangrijpend lied, waarvan het lynchen van een neger het hoofdthema vormt.
   Niet tot alle toehoorders in de zaal scheen dit door te dringen, want er werd gelachen, blijkbaar omdat er op een jazzfeest nu eenmaal altijd wat te lachen valt.
   Billie was echter zo geschokt door dit beledigende gelach, dat zij haar zang abrupt afbrak en van het podium wegsnelde. Het kostte de organisatoren van het feest heel veel moeite haar weer voor het voetlicht te brengen”.
 
De man van het Parool zocht de zangeres op in de kleedkamer. Veel interesse had ze niet om met hem te praten. “Louis McKay porde haar nadrukkelijk in de rug: ‘It’s the press, Billie’”.
   “Billie krabbelde overeind. Iemand presenteerde haar een sigaret.
   Zij duwde de hand weg, greep in haar tas, diepte een andere, strootjesachtige sigaret op, en inhaleerde gretig en diep. Ze knapte zichtbaar op, liet zich in haar bontjas hijsen, poseerde. ‘Ik zal zelfs lachen’, zei ze bitter.
   Op haar rechterwang prijkte een grote pleister. In Duitsland was ze gevallen.
   Opeens draaide ze zich om. Fotografen interesseerden haar niet meer. Ze greep een bierfles. Gulzig drinkend stapte zij de kleedkamer uit, bierfles en sigaret in één hand.
   Wij probeerden met haar te praten.
   Ze duwde haar manager opzij. ‘Hou je mond, Louis’, en snauwde ons toe: ‘Dit is een rot tournee. Ik doe dit nooit meer. Om negen uur vanmorgen kwam ik met de bus uit Keulen. Dat kan ik niet – iedere avond maar weer werken, optreden. Morgen Brussel. Ik voel me ziek, het is allemaal verschrikkelijk rot”.
 
 
457 3 Billie met bierBillie Holiday in Amsterdam (met flesje bier)
 
 
De journalist bevestigde haar uitspraken. “We hadden haar ’s middags uit de bus zien komen, gebroken, wankelend, een doek over het gezicht, omdat het zo gezwollen leek.
   Ze stond nu wat vreemd te zwaaien, terwijl ze zeker niet dronken was. Haar donkerbruine ogen hadden iets zwevends, soms leken ze alles om haar heen te zien, soms ook niets. ‘Ik wil naar bed, morgen moet het weer’. Ze gromde iets. Opeens een schreeuw: ‘Louis, Louis’.
   Haar manager snelde toe.
   Ze ging weg. Hij ondersteunde haar, sloeg haar (ongetwijfeld zeer kostbare) bontmantel dicht. Ze had de bierfles nog steeds in de hand”. 
Klarinettist Buddy de Franco, een andere muzikant in Jazz Club USA (‘een intelligente, snelle jongen’), merkte op: “Zo is ze al drie dagen. Dat is de marihuana, de dope. Maar ze gaf een fijne show, nietwaar? Dat doet de dope ook”.
 
Een journalist van het Algemeen Dagblad meldde naar aanleiding van haar optreden in Den Haag: “Blueszangeres Billie Holiday stamt in rechte lijn van de beroemde Bessie Smith af. Ze viel aan het eind van haar programma niet flauw, zoals in haar eerste Amerikaanse jaren, maar wel had zij het goed bezette gebouw voor K en W overtuigd van haar oprechtheid in klassieke en moderne blues, haar zuiverheid van vocale stijl en haar zingen met het hart”.
 
 
457 4 Billie in den HaagBillie Holiday in Den Haag (Gé Bakker, GTB, zorgde voor het geluid)
 
 
België en Duitsland
 
 
Aan België had Billie goede herinneringen. Zonder Louis was ze gaan stappen. “We hebben er heel wat afgelachen. Toen ik de hotelkamer binnenkwam lag hij in bed te slapen. Ik gooide een schoen naar hem. Hij schoot het bed uit en ik rende de gang op met hem achter me aan, schreeuwend en poedelnaakt. Het hele hotel wist ervan”.
   In Duitsland maakte ze de Koude Oorlog mee, maar nog vóór de bouw van de Muur. “In Berlijn heb ik vogels ontmoet van achter het IJzeren Gordijn, die overkwamen voor het concert. Zonder het zelf te weten heb ik een tegenbezoek gebracht. Ik zwierf door de westelijke zone met [impresario] Leonard Feather – gewoon een beetje rondkijken. Hij ontdekte dat we in de oostelijke [Russische] zone waren en hij probeerde me gauw weer naar de westelijke sector te jagen”.
   Holiday liet zich niet ringeloren. “Ik was er nou eenmaal en dan kon ik net zo goed eens een kijkje nemen. Leonard probeerde me aan mijn verstand te brengen dat ik in moeilijkheden kon raken. Ik zei dat dat geen argument was, dat ik overal in moeilijkheden kon raken. ‘Ik kom uit Baltimore, ik weet van niets. Ik wil een kijkje nemen achter het IJzeren Gordijn om te zien of het er rood of blauw of groen is’. Dat deed ik. Er was niemand die ons wat in de weg legde”.
 
 
Naar Engeland
 
 
In Engeland volgde men de tournee van Billie Holiday door het Europese continent. Een optreden van haar in Groot-Brittannië was moeilijk. De conservatieve Britse vakbonden verhinderden vaak dat Amerikaanse artiesten er een werkvergunning kregen. Er moest dan moeizaam een uitwisseling met Engelsen georganiseerd worden.
   Dat lukte niet altijd. De groep van Leonard Feather kreeg geen kans om zich in Engeland te vertonen. “Union difficulties prevent the appearance of these instrumentalists in England”, meldde New Musical Express. Maar, onder auspiciën van het Britse blad, werd het Billie toegestaan een paar keer solo op de planken te staan, mits ze zich door Britse muzikanten wilde laten begeleiden. 
   “The New Musical Express is proud to announce that we have secured for her first visit to Great Britain, the world-famous American jazz singer, Billie Holiday. She will make a three-day lightning visit to this country next month, and her major engagement will be an evening concert at the Royal Albert Hall on Sunday, February 14. At this event, Billie will be supported by Jack Parnell and his newly augmented orchestra”, werd in de eigen kolommen afgedrukt.
   De belangstelling leek overweldigend. “As this concert is only a little more than three weeks ahead, the demand for tickets will be tremendous, especially as this will be Billie’s first and only scheduled appearance in England, so we do advise our readers to secure their tickets immediately to avoid disappointment”.
 
Voor wie het niet precies wist, werd over haar leven medegedeeld: “Billie Holiday, who was born in Baltimore thirty-eight years ago, first became known to jazz fans all over the world when Benny Goodman employed her on a record date in 1934.
   She subsequently waxed extensively with Teddy Wilson, in addition to making innumerable discs under her own name, commencing in 1936 and continuing to the present day.
   For a while Billie sang with the Artie Shaw and Count Basie bands, but she has been recognised as a strong solo attraction in the States since the early ’forties. In 1946, she appeared with Louis Armstrong in the film ‘New Orleans’ and just over a year ago she was featured at the Carnegie Hall in New York, as part of Duke Ellington’s Silver Jubilee Show.
   The winner of countless popularity polls, Billie is also the favourite singer of many of her fellow stars, notably Peggy Lee. Her much-prized records include ‘Easy Living’, ‘Porgy’, ‘There Is No Greater Love’, ‘Crazy, He Calls Me’, and ‘Lover Man’”.
 
De Engelse weekbladen New Musical Express en Melody Maker hielden hun lezers op de hoogte van hoe het Billie Holiday tijdens haar tournee verging. Zij was de ster van Jazz Club USA las je in de verslagen van hun correspondenten in met name Scandinavië. 
   In Stockholm was Billie duidelijk de vedette op een internationaal jazz-festival. Iedereen had op haar gewacht. “The incomparable Billie Holiday was announced, and into the spotlight she moved, as beautiful as an evening in Hawaii.
   Her hoarse, strange, but breathtakingly moving voice has the same bitter beauty as Charlie Parker’s alto sound – and the same deep feeling for jazz. Even though she said she was not at her best this evening, how can we tell you in a few words how we felt when we heard her sing the glorious ‘My Man’, or ‘Lover Man’? Billie tore great chunks from our hearts every time she opened her mouth. To me here is the jazz singer of all time!”
   Max Jones en Sinclair Traill, redacteuren van Melody Maker keken uit naar haar komst. Eindelijk. “The year opens well for us, despite the worst the Musicians Union can do to jazz. Our favourite and (we hope) yours, the great Lady Day, is in Europe and booked for Britain. Like most elderly jazz lovers, we have revered Billie Holiday for nearly twenty years [door te luisteren naar platen], and to see her will be another old ambition accomplished.
   Hearing her for the first time in person, so late in her troubled career, can hardly make up for all the years we should like to have heard her”.
 
 
457 5 Max Jones 1950

 
De redactie van Melody Maker kende de ins en outs van de muziekwereld. In een artikel over Billie werd verwezen naar de grote rol die John Hammond gespeeld had – en speelde. “This remarkable man cropped up all over the New York jazz scene of the thirties.
   He had a hand in getting work for Fletcher Henderson, Count Basie, Teddy Wilson and Benny Goodman at one time or another: he put Wilson with the Goodman Trio, rediscovered Meade Lux Lewis, brought Albert Ammons and Big Bill Broonzy to New York, encouraged Mary Lou Williams as a ‘single’, and gave a break to dozens of talented negro artists who deserved one.
   It seems strange that one man could have such influence. But then Hammond was always a dedicated man and, of course, a rich one. He is still working with jazz and still writing about it”.
 
 
Billie Holiday en de Britse pers
 
 
Max Jones, redacteur van Melody Maker, was voortdurend in de omgeving van de zangeres – vanaf haar aankomst op het vliegveld. “After three weeks of touring in Scandinavia, Germany, Switzerland, Holland and France with Leonard Feather’s Jazz Club, Billie Holiday arrived in London on Monday”.
   De artieste kreeg geen kans om tot rust te komen. “From the airport, Billie went straight to her hotel in Piccadilly to meet the press. Tired, and obviously anxious to relax, she was closely questioned by lay press reporters about ‘her trouble’ and the fact that she is not permitted to work in New York cabaret”.
   Vanwege haar veroordelingen als drugsverslaafde werden aan Billie allerlei beperkingen opgelegd om op te treden op plaatsen waar alcohol geschonken werd. De artieste legde het geduldig uit. “I can’t work in any place in New York that sells whisky. Why whisky? Well, it’s a city ordinance or something. I guess they’re stuck with it.
   I’m trying to get my police card back. You know, I’m not the only one. Some kids been in trouble two or three times; are still working. So why pick on me? Somebody’s got a hand in it, somewhere, some kind of politics. That’s what I’m squawking about”.
   De discriminatie had niet met haar huidskleur te maken, zei ze. “I don’t think it’s because I’m a negro or anything like that. I guess somebody has to be the goof”. Manager McKay wees op de consequenties. Het scheelde haar jaarlijks 75.000 dollar aan inkomsten.
 
De pers bleef haar belagen – aanleiding voor Max Jones om de discussie een andere wending te geven. Hij vroeg hoe ze aan haar bijnaam Lady Day kwam.
   Billie hapte meteen toe. “That’s been going on since 1938. I was given that title by Lester Young, the President. I was with Count Basie’s band for a time, and Lester used to live at home with my mother and me. I  named him the President [‘Prez’] and he named me Lady and my mother Duchess. We were the Royal Family of Harlem. 
   I used to be crazy about his tenor playing, wouldn’t make a record unless he was on it. He played music I like, didn’t try to drown the singer. Teddy Wilson was the same, and trumpet player Buck Clayton. Lester’s always been the president to me; he’s my boy”.
 
 
457 6 Billie met Lester YoungBillie Holiday en Lester ‘Prez’ Young
 
 
Billie kwam op gang tegenover de Britse pers. Ze nam een slok whisky, constateerde dat die niet gekoeld was. “I hate it without ice”, zei ze.
   Terwijl iemand met ijswater kwam aangelopen, praatte ze door, nu over haar jeugd. Wat had ze genoten van jazzmuziek. “I have to mention Louis Armstrong [Pops] and Bessie Smith. Many the whipping I got for listening to their records when I was a child.
   I used to run errands for a madam on the corner. I wouldn’t run errands for anybody, still won’t carry a case across the street today, but I ran around for this woman because she’s let me listen to all Bessie’s records, and Pops’ record of ‘West End Blues’.
   I loved that ‘West End Blues’ and always wondered why Pops didn’t sing any words to it. I reckoned he must have been feeling awful bad. When I got to New York, I went to hear him at the Lafayette Theatre. He didn’t play my blues, and I went backstage and told him about it.
   I guess I was nine years old then. Been listening to Pops and Bessie ever since that time. Of course, my mother considered that kind of music sinful; she’d whip me in a minute if she caught me listening to it. Those days, we were supposed to listen to hymns, or something like that”.
 
 
Max Jones volgt Billie Holiday in Engeland
 
 
Jazzliefhebber en journalist Max Jones (1917-1993) en zij konden het goed met elkaar vinden. De redacteur van Melody Maker greep de gelegenheid van haar eerste Britse tournee aan om met haar op te trekken. Zijn verslag kreeg ‘Max Jones spends a holiday with Billie’ als kop mee.
   Jones was erbij toen de vocaliste voor het eerst in Engeland optrad, in de Free Trade Hall van Manchester. Het applaus was overweldigend constateerde hij. “The almost unbelievable had happened. Lady Day was behind a Manchester microphone, wearing a black dress with a gold thread in it, diamond necklace and earrings, and a patch of silver-sprayed hair a little to one side – where the gardenias used to be pinned.
   She smiled slightly in acknowledgment and rocked into ‘Billie’s Blues’, then a tastish ‘All Of Me’, a beautiful ‘Porgy’, ‘I Cried For You’ and a rather weird ‘Them There Eyes’ on which she and pianist Carl Drinkard seemed to travel separate ways.
   This was really it – for me and. I’m sure, most of the 3,000 people there. I had gone into the hall with the conviction that Billie was the best lady singer still on the jazz scene. So the performance was a confirmation rather than a discovery”.
 
Jarenlang had Max alleen maar kunnen luisteren naar haar uitvoeringen op grammofoonplaten. In februari 1954 hoorde hij dat haar interpretatie van het ‘origineel’ afweek. Dat was soms wennen. “The only doubt I had was whether she could possibly sound as good as she does on records. The answer, in the round, is yes, though one tends (illogically) to be disappointed when she departs from a cherished interpretation like, say, ‘Porgy’ or ‘Fine and Mellow’”.
   Het was voor hem geweldig om Billie eindelijk van nabij mee te maken. “As a singer, she grew famous, and as a singer she knocks us out – with that personal phrasing and timing, uncanny control of pitch, and the emotion her voice conveys – though her appearance, as I say, administers the final blow.
   On stage she looks calm and dignified; but she also looks warm and sounds warm, and her whole attitude seems spontaneous and very, very hip (I can think of no English word that describes her as well).
   Billie’s performance moved me more than any of her others – perhaps because it was my first Holiday concert; perhaps because the hall was good, the crowd dead silent, and I was positioned to catch every vocal inflection and every gesture of face, hand and shoulder”.
 
Het concert was niet helemaal vlekkeloos. De apparatuur liet het afweten. “At Manchester she was very happy until the microphone gave up after ‘Blue Moon’, her eighth number. She then gave us ‘My Man’, unaided by electricity (most wonderful it sounded from the front rows), then retired without doing the encores, ‘I Only Have Eyes For You’ and ‘Strange Fruit’”.
   Ondanks het mankement was Billie meer dan tevreden. Toen organisator Harold Pendleton zijn excuses aanbood, zei ze: “Forget about it. That was such a sweet little guy who came out and apologised and brought me another mike (this one didn’t work either)… He apologised so much I felt short of as if I’d ruined his show. When you go back be sure to tell him I love him”.
   Billie was vrolijk en hongerig. Tijdens het feestje naar aanleiding van haar eerste Britse concert bestelde ze een t-bone steak. Van Amerikaans voedsel had de kok van haar hotel evenwel nooit gehoord. Het deed er niet toe. Volop werden er foto’s gemaakt. 
 
Verder ging het naar Nottingham, voor een optreden in de Astoria Ballroom. Na een repetitie met voor haar onbekende begeleiders (de eis van de Britse muzikantenvakbond) ging Billie op verkenning uit. “She slipped out to do some shopping and boost her spirits with a tomato juice and several milk chocolates. Like most performers, she never eats a meal for some hours before a concert”. Aan Max Jones vertelde ze dat het café waar ze whisky dronk, de Horse and Groom, leek op de pubs die ze vroeger in films over Engeland gezien had.
   Zo kwam ze, al pratende, op haar artiestennaam, zo anders dan Eleanora, waarmee ze in de burgerlijke stand was ingeschreven. “I was a real boy when I was young”, hoorde Max, “and my old man called me Bill. You see – he wanted a boy and Mama a girl, so they were both satisfied. My real name’s is Eleanor, but almost everyone calls me Billie, excepting Basie and Billie Eckstine. To this day they still call me William.
   Of course, if I go to my home town, Baltimore, someone will shout out ‘Eleanor’. And nobody answers. I’m looking round and thinking, ‘where the hell’s Eleanor?’”
 
 
457 7 Billie in Baltimoreherinnering aan Billie in Baltimore
 
 
Londen
 
 
Die nacht reisden Billie Holiday, Louis McKay en Max Jones naar Londen, voor het grote concert. De journalist zat achter het stuur van zijn auto. Billie wilde op tijd zijn om met het orkest van Jack Parnell te repeteren. “‘You probably won’t hear a word out of me until we get to that hotel’, Billie promised, and fell immediately to sleep”.
   Jones had de verwarming flink aangezet, met als gevolg dat hij droog kwam te staan. “Billie was awakened in deep, dark country, to find the car stationary, bonnet up and wreathed in steam. In an effort to promote American standards of heating, I had shut the radiator for too long: the hose had blown off, and the last of the water was now gone with the wind”.
   Het kostte moeite om verder te komen, die nacht van 13 op 14 februari 1954. “There was no garage open for 46 miles, the way we were going, and only the unstinted help of a Bingham policeman, who (clad in pyjamas, coat and slippers) brought up reserves of water and tools, got its mobile by one in the morning”.
   Billie werd wakker. Vrolijk was ze niet meer. “I’m cold and disgusted. Take me to an air station, a railroad station, anywhere there’s something goin’. Only get me out of this car”.
   Even later kreeg Max de vraag voorgelegd: “How much damn’ farther we got to go?”
   Zachtjes werd haar aan het verstand gebracht: “We’re nearly there, Lady, it’s just a few miles. You go to sleep”.
   Toen ze eindelijk verder konden rijden, zag Max op een bord hoe ver hij nog te gaan had: 110 mijl,  bijna 180 kilometer. Jones besefte dat hij handelend moest optreden. “I dipped the headlights in time”.
 
Om half zes in de ochtend kon Max Jones zijn passagiers in het Piccadilly Hotel afleveren. Later die dag werd er gerepeteerd en vond het concert plaats. “In the evening she gave a splendid performance of 15 songs at the Albert Hall, ending – as she likes to do – with ‘Strange Fruit’. Billie gripped an audience of some 6,000”.
   Aan het einde van een lange dag werd er gedronken op het succes van haar tournee. In een gesprek liet Billie zich ontvallen: “I still love Max in spite of the car ride”.
   In zijn verslag had de journalist het laatste woord: “I hope she means it”.
 
 
Herinnering van Billie Holiday
 
 
457 8 Max Jones met Billie en LouisMax Jones met Billie en Louis
 
 
Een jaar later was Billie Holiday haar Europese tournee nog niet vergeten. In Lady Sings The Blues noemde ze hem ‘de man van mijn leven’. “Max kwam ons ophalen. Ik had hem nog nooit gezien. Hij wist dingen over me die ik zelf allang had vergeten. Na een paar minuten was het of ik hem mijn hele leven gekend had”. 
   Voor Billie was er geen betere stad dan Londen. “Na de persconferentie, die Max voor me geregeld had, ging ik ’s morgens mijn kamer uit om de schoenen te pakken die ik in gang had gezet om ze te laten poetsen. Daar stond mijn foto op de voorpagina en wat ik gezegd had ernaast gedrukt. Ze hadden het zelfs letterlijk afgedrukt en er geen onzin van gemaakt. In Londen waren ze geweldig”.
 
 
Herinnering van Lou van Rees
 
 
457 9 Lou van ReesLou van Rees
 
 
Niet iedereen had dezelfde herinneringen. Lou van Rees (1916-1993) bijvoorbeeld. In 1982, 28 jaar later, nam hij afscheid als impresario. Bij die gelegenheid keek hij terug op zijn ervaring in januari 1954. Een mooie gelegenheid, vond Van Rees, om uit eigen geheugen verhalen te vertellen, waar of niet waar. 
   “Begin jaren vijftig. Telefoon. Ene meneer Van Rooyen uit Koog aan de Zaan. ‘Ja, dag meneer Van Rees, ik hoor dat u Billie Holiday naar Nederland brengt’.
   Ik zei: ‘Ja dat klopt en als u haar voor vierduizend gulden wilt hebben, ik heb nog een plaatsje open’. Hij zei: ‘Dat is dan afgesproken’.
   Wat-ie makkelijk kon zeggen, omdat ze in de Zaanstreek in die tijd gek waren met jazz. En Billie Holiday. Ja dat was natuurlijk wel eventjes wat.
   Okay, Billie had opgetreden in Amsterdam, ik bracht haar naar Krasnapolsky en zei: ‘Ga nou even rusten, dan komt er straks een taxi en die brengt je naar Koog aan de Zaan’.
   Ik ging vast vooruit en stond te wachten in de Waakzaamheid. Twaalf uur: geen Billie. Half één, geen Billie. Eén uur: geen Billie. Dus die zaal begon onrustig te worden. Om maar te zwijgen van die Van Rooyen. Die had natuurlijk de blitz gemaakt door aan te kondigen dat Holiday in de Waakzaamheid zou optreden.
   Dat begon nu als een boemerang te werken. Niks Holiday – Van Rooyen was een ordinaire oplichter. Wie had ooit kunnen denken dat Billie Holiday in Koog aan de Zaan zou willen optreden.
   Van Rooyen werd bloedlink en begon mij uit te kafferen. Maar echt: ik snapte er niets van. Ik ‘Kras’ opbellen. ‘Nee meneer Van Rees, mevrouw Holiday is niet meer op haar kamer. Ze is om half twaalf met een taxi vertrokken’.
   Ik zei tegen Van Rooyen: ‘Geen paniek, ze is onderweg. Het zal de stomme pont wel weer wezen’. Die had je daar toen nog. Bij de Hembrug.
   Kwart over een, geen Billie. Ik naar mijn auto. Een Fiat. Ik was bang van mezelf, zo hard reed ik. Zelfs de politie kon me niet bijhouden, want die reed op de Haarlemmerdijk met loeiende sirene een bloemenwinkel binnen. Je moet een beetje geluk hebben in dit vak. Ik holde naar de kamer van Billie, niemand te zien. Totdat ik opeens hoor: ‘Eeeeh’, of woorden van gelijke strekking. Lag ze onder het bed met de injectiespuit nog in haar arm. Zo stoned als een aap. Ik maakte een handdoek nat, sloeg daarmee in haar gezicht en riep: ‘Billie, Billie, you’ve got a concert to do’. Maar dat had ik net zo goed tegen een schildpad kunnen roepen, want ze gaf geen kik.
   Terug naar Koog aan de Zaan. Als er nog veertig mensen in de Waakzaamheid zaten, was het veel. Maar Billie was nog steeds niet van deze wereld. Ik pakte haar vast: ‘You do ten steps and then you feel the microphone. And then you sing ‘Nice work if you can get it’’. Dat was in die tijd haar openingsnummer.
   Ze ging het toneel op, pakte die microfoon, zong de eerste regel: ‘Holding hands at midnight’. Ik slaakte een zucht van verlichting en ineens, ze zakte zo in elkaar – met de microfoonstandaard in haar handen. Werelddrama in Koog aan de Zaan ’s nachts om drie uur. Ik keek naar Van Rooyen, asgrauw, hij keek naar mij, ook asgrauw. Ik zei: ‘Weet je wat jij moest doen, je moest die vierduizend gulden maar in je zak houden. Ik groet u’”.
   Zo stond het afgedrukt in de kranten.
 
 
457 10 Louis en Billie na haar overlijden 1959Louis McKay en Billie Holiday, na haar overlijden (1959)
 
 
Harry Knipschild
2 juni 2022
 
Clips:
 
 
 
Literatuur
‘Jazz-Club USA in Koog aan de Zaan’, Parool, 8 januari 1954
‘Klinkende jazznamen in Concertgebouw’, Algemeen Dagblad, 16 januari 1954
‘Billie Holiday scores in Sweden – Special Report’, New Musical Express, 22 januari 1954
‘Billie Holiday booked for Britain’, New Musical Express, 22 januari 1954
‘Billie Holiday liep weg’, Algemeen Dagblad, 25 januari 1954
‘Billie Holiday – ziekenhuis in en uit’, Parool, 28 januari 1954
Max Jones, Sinclair Traill, ‘Lady Day’, Melody Maker, 30 januari 1954
‘Jazzclub USA’, Algemeen Dagblad, 1 februari 1954
Max Jones, ‘Lady Day says: Lester Young gave me ‘title’’, Melody Maker, 13 februari 1954
‘Max Jones spends a holiday with Billie’, Melody Maker, 20 februari 1954
Vic Bellerby, ‘The Art of Holiday’, Melody Maker, 27 februari 1954
‘Lou van Rees houdt het voor gezien’, Leeuwarder Courant, 20 maart 1982
Billie Holiday, William Dufty (vert. Martin Schouten), Lady Sings The Blues, Amsterdam 1987 (1956)
David Margolick, Strange Fruit. Billie Holiday, Café Society and an early cry for civil rights, Canongate 2002 (2000)