Skip to main content

499 - Bee Gees: retour Engeland-Australië

 

 

De laatste maanden zijn er weer enkele boeken over de geschiedenis van de popmuziek verschenen. In Crazy Man Crazy, kijkt Bill Haley junior terug op het leven van zijn vader, die met ‘Rock Around The Clock’ in de jaren vijftig de westerse wereld veroverde.

   Samen met ghostwriter Paul Morley neemt Chris Blackwell in The Islander zijn langdurige carrière als ‘platenbaas’ van Island onder de loupe. Blackwell speelde een intensieve rol bij Bob Marley, Stevie Winwood, Cat Stevens en U2.

 

Twee decennia geleden schreven Hector Cook, Môn Hughes en Melinda Bilyeu een dikke pil over de Bee Gees (‘the ultimate biography’). In die tijd leefde de tweeling Maurice en Robin Gibb nog. Dit jaar publicerde Bob Stanley een veel dunner boek, dat op de omslag tussen aanhalingstekens wordt aangeduid als ‘the definitive biography’. Dat is natuurlijk onzin. Naarmate de tijd vordert verschuift steeds het perspectief.

   Hoofdstuk 3 van de ‘oude’ biografie had als titel ‘Children of the world’. De nieuwe biografie van Stanley heeft dezelfde titel: Children of the World. In dit artikel wil ik het hebben over de broertjes Gibb, die in 1958 straatarm hun geboorteland verlieten om samen met hun ouders in Australië een nieuw leven op te bouwen. Negen jaar later kwamen ze terug en werden in één klap beroemd.

 

 

499 1 boek Bee Gees

 

Orkestleider Hugh Gibb

 

Vader Hugh Gibb (1916-1992) groeide op in de tijd dat grote orkesten, big bands, de toon zetten. Grote namen waren Tommy & Jimmy Dorsey, Artie Shaw, Duke Ellington, Benny Goodman, Louis Prima, Ozzie Nelson, Guy Lombardo en Glenn Miller. De orkesten in Amerika (en Engeland) maakten muziek voor een dansende menigte. Het was een komen en gaan van muzikanten in die orkesten. In de crisistijd na de Wall Street Crash (1929) was het vaak hard vechten voor je bestaan.

   Hugh, geboren in de Noord-Engelse stad Manchester, formeerde als drummer een eigen orkest. Tijdens een van de optredens danste hij met zangeres Barbara Pass op de muziek van ‘Moonglow’ (song van Irving Mills, 1933) en ‘I’m in the Mood for Love’ (Jimmy McHugh, 1935). De romance die daaruit volgde, leidde tot hun huwelijk op 27 mei 1944. Hun kinderen kregen de namen Lesley, Barry, Robin, Maurice en Andy.

 

 

499 2 Barbara en Hugh Gibb 1944Barbara en Hugh Gibb (1944)

  

Voor muzikanten was er volop werk in de oorlog. Dienstplichtig of niet, hun werd een rol toebedeeld om de soldaten van entertainment te voorzien. Hugh Gibb zorgde voor amusement in Douglas, hoofdstad van het eiland Man (in de Ierse Zee) – ver weg van het door de nazi’s bedreigde Londen.

  

Familie Gibb zit aan de grond

 

 Aan het tijdperk van de grote big bands kwam na de oorlog een einde. Stanley: “The big band scene was mutating as its costs spiralled. Smaller groups were becoming popular, such as the Nat Cole Trio and the George Shearing Quintet”.

   Gibb probeerde het ook met een klein combo, maar wist het noodzakelijke inkomen niet meer te verwerven. Weldra moest hij ander werk zoeken, zoals het bezorgen van brood in de omgeving van bakkerij Quirk’s. Toen zelfs dat niet meer lukte verhuisden Barbara en Hugh terug naar Manchester. Vanwege gebrek aan geld konden de Gibbs niet eens meer bij elkaar blijven. Waar ze maar konden vond ieder een verblijfplaats.

   Stanley demonstreerde met een voorbeeld hoe arm ze waren. Midden in de winter moest Barry in korte broek naar school. Het vroor zo hard dat hun kraan ’s morgens bevroren was. Na school speelde hij met een kapotte fiets – zonder banden. 

 

Het gezin had geen inkomen, geen huis. Het duurde nog tot in 1955 voor ze weer samen konden wonen. Hugh pakte alles aan. Hij vond werk als verkoper van koelkasten en televisie-toestellen. Maar de armoede bleef. Van de buren kregen de kinderen af en toe wat brood toegestopt omdat ze er zo slecht uitzagen.

   De jongens van Hugh en Barbara groeiden op als schoffies. Barry gaf het later toe: “We were sort of delinquents. We were always on the streets”. Regelmatig werd hij door de politie opgepakt en (voorwaardelijk) gestraft. Zo kon het niet doorgaan.

   Stanley: “One policeman suggested there was another country that could handle the rambunctious Gibbs, maybe one on the other side of the world”.

   In 1958 stapte het voltallige gezin op de boot naar Australië.

 

Muziek

 

 



 

Muziek was er genoeg in het gezin – om naar te luisteren maar ook om te zingen. Op jeugdige leeftijd liet Barry van zich horen met ‘Home on the range’ van Gene Autry (1907-1998), een van zijn favoriete artiesten. In 1955 leerde hij hoe je ‘Rock Around The Clock’ op gitaar kon spelen.

   Toen zijn broertjes wat ouder waren gingen ze samen zingen. “At Oswald Street they used to lean against a wall in the playground, tell jokes and sing”. Vader Hugh haakte er op in. Hij liet zijn zoontjes niet alleen luisteren naar Glenn Miller en Bing Crosby, maar ook nadrukkelijk naar de samenzang van de (zwarte) Mills Brothers. 

 

 

499 4 Mills Brothers

Vanwege hun onaangepaste gedrag waren de broertjes Gibb op veel plaatsen niet welkom met hun zang. Ze moesten het maar samen zien uit te vinden. Dat werkte.

   Zus Lesley leidde haar broertjes een nieuw muzikaal tijdperk in. Barry later: “We were experiencing all sorts of music. Suddenly our sister brings home the Everly Brothers’ ‘Bye Bye Love’ and ‘Devoted To You’, and all these beautiful harmonies. From then on, it was listening to the Everly Brothers, being influenced – we want to do this, this is what we want – and finding the first juke boxes, listening to these new pop records”.

   Vader Gibb constateerde dat zijn zoontjes er alles aan deden om om ontdekt te worden. “Their whole lives revolved around waiting to be discovered. They’d stand on street corners singing songs like ‘Wake Up Little Susie’. They had to have an audience”.

   De Gibb-broers deden als de Rattlenakes mee aan amusement in de pauze van een speelfilm. Ze mochten in de bioscoop playbacken op de muziek van een 78 toeren plaat. Barry, die zijn gitaar had meegenomen, liet de plaat uit zijn handen vallen. Stanley: “Instead of miming to the 78, they took the stage and sang the Everly Brothers’ ‘Wake Up Little Susie’ in three-part harmony”.

 

Australië

 

 Tijdens de overtocht naar het verre continent, lieten de drie kinderen van Barbara en Hugh Gibb opnieuw muzikaal van zich horen. ’s Avonds kropen ze frequent uit hun bed. In pijama zongen ze als Barry en de Twins liedjes van de Everly Brothers voor de passagiers. Op 1 september 1958, de twaalfde verjaardag van Barry, meerden ze aan in Perth, op de westkust van Australië. Aan de andere kant van het land, in Redcliffe ten noorden van Brisbane, vond de familie een nieuw thuis.

 

In Australië trad de politie hardhandig op tegen jonge criminelen als de drie broertjes. Barry, Robin en Gibb beseften dat ze anders moesten gaan leven. Barry: “We always thought we could get away with things. But the Australian police, that’s not like England. You don’t want to mess with these people. We found that out real quick”.

   In Redcliffe werd je hard aangepakt als je betrapt werd op winkeldiefstal. De jongens kozen eieren voor hun geld. “We decided never to break the law again”.

   Het ging niet altijd goed. Barry werd nog een keer ontslagen als assistent van een kleermaker omdat hij ‘vergat’ het door hem ontvangen geld in de kas te stoppen.

 

Met hun zang en liedjes als ‘Lollipop’ (Chordettes) en opnieuw ‘Wake Up Little Susie’ wisten ze de aandacht te trekken en zelfs wat geld te verdienen. Langzaam maar zeker werden ze ontdekt. Twee mannen in Brisbane, autohandelaar Bill Goode en discjockey Bill Gates, staken een helpende hand toe. Bij die gelegenheid ontstond een nieuwe naam voor de drie zangers. Het tweetal had dezelfde initialen als Barry, de oudste van het stel. Barry, Robin en Maurice kregen de naam BGs, later Bee Gees.

 

 499 5 Everly

 

In maart 1960 mochten de BGs allerlei liedjes voor het eerst op de televisie zingen. Gibb senior, ervaren in de showbusiness, begon zijn opgroeiende kinderen te boeken. “They sang in dockside clubs, with sailors enjoying drinking contests”. Het ging er soms ruw aan toe. Het bleef Barry goed bij: “We saw people sitting at tables having fights. We’d do shows where water would pour in through the galvanised roofs”. Vader Gibb ging weer achter het drumstel zitten, Maurice speelde bas en Robin piano. Succes hadden ze met de liedjes van de Brit Lonnie Donegan. Vooral ‘My Old Man’s A Dustman’ (1960) ging er goed in.

   Hugh bleef zijn jongens wijzen op de samenzang van de Mills Brothers. Die vielen op omdat ze volgens hem zo professioneel waren.

   Maurice hoorde uit zijn mond: “When you’re on stage you smile, because if you feel like crap, people will feel like crap too”. Bovendien gaf hij vanuit zijn ervaring allerlei adviezen toen ze stapje voor stapje aan de kust een wat groter publiek wisten te bereiken, onder andere door hun vertolking van ‘What’d I say’ (Ray Charles, 1959). “My father knew exactly what all those audiences wanted. Any bit of comedy would have them laughing their heads off. Robin was the funny one. Barry was the older brother, looking after us. It was always a visual comedy”. 

 

 

Sydney

 

 

Langzaam maar zeker zorgden de drie broers voor het totale inkomen van het gezin. Om verder te komen verhuisden ze naar Sydney. Zo kwamen ze terecht bij platenmaatschappij Festival. Bovendien werden songs van Barry ook door anderen gezongen, zelfs met succes. Dat zal voor extra inkomen gezorgd hebben.

   Met hun liedjes volgden ze in Australië wat in de VS en Engeland de trend was: eerst country muziek (Johnny Horton), de producties van Joe Meek en daarna waar de Beatles mee voor de dag kwamen. In zekere zin concurreerden ze met de Easybeats, een andere groep die bestond uit voormalige Europeanen (onder wie twee Nederlanders).

   Niet alle import-Australiërs bleven op het zuidelijke continent. Het westen was in oorlog met het communistische Vietnam. De regering overwoog om jonge mannen als dienstplichtige militairen naar het gebied te sturen – om de Amerikanen terzijde te staan. Dat voelde als een reële bedreiging en was aanleiding om retour Groot-Brittannië te gaan, als ze de kans kregen. Dat deden Colin Peterson en Vince Melouney, met wie de Gibb-broers waren gaan samenwerken als de Bee Gees.

   Hulp kregen de Bee Gees ook van de Brit Bill Sheperd (1927-1988), die ‘thuis’ had samengewerkt met Anthony Newley, Gene Vincent en Joe Meek. Evenals de Gibbs belandde hij bij Festival. In 1965 creëerde Shepherd een eigen geluid voor de Bee Gees met de single ‘Wine and Women’.

   

Eerste ‘hit’

 

 

Bob Stanley gaf aan hoe belangrijk dat nummer was. Eerdere probeersels hadden weinig uitgericht. “Bill Shepherd, the Bee Gees and Hugh Gibb all felt like ‘Wine and Women’ had a good chance of finally breaking chart duck. They weren’t going to allow Festival to screw this one up. What’s more, they saw a way in”.

 

 

499 6 Bee Gees Wine and women

 

Gelijktijdig als in Nederland (bij radio Veronica) kreeg Australië in die tijd zijn eigen hitparade (Kent Report). “If you were anywhere on this list then you suddenly had a platform”.

   In Engeland had Brian Epstein een grote hoeveelheid singles van ‘Love Me Do’ gekocht om zijn pupillen, de Beatles, voor het eerst in de hitlijsten te krijgen. In Australië deden de Bee Gees hetzelfde in het klein. Zo vermogend als Epstein waren ze niet.

   Stanley citeerde wat Robin later had uitgelegd. Ze zochten uit welke zes winkels in Sydney benaderd werden voor het samenstellen van de lijst. “That was all we needed. You didn’t have to sell many records to get on the actual Sydney record charts. We arranged for our fan club to meet us on the steps of Sydney Town Hall. It wasn’t hard to rendez-vous, because there were only six of them”.

   Stanley: “£200 meant 400 singles, enough to get them to number thirty-five. After that, airplay and momentum saw it go to number nineteen in Sydney, number twenty-five in Brisbane and number forty-seven on the nationwide Kent Music Report”.

   Barry Gibb: “It did an enormous amount for us in the country”.

 

Zou Bill Sheperd die truc aangedragen hebben? In Europa gebeurde dat wel vaker. De Nederlandse groep The Shuffles (met Albert West) bijvoorbeeld wist met die aanpak ‘Cha La La I Need You’ de top 40 binnen te duwen, werd later met enige trots toegegeven. Hun aanpak leverde de Brabanders zelfs een gouden plaat op, voor de verkoop van 100.000 stuks.

In 1966 hadden de Bee Gees een echte hit in Australië met het liedje ‘Spicks and Specks’. Dat die single voor hun doorbraak in Nederland zorgde wordt in de twee Bee Gees biografieën niet vermeld. Nederland was, voor zover mij bekend, het eerste niet-Australische land waar de Bee Gees een hit hadden.

   ‘Spicks and Specks’ was beïnvloed door Roy Orbison, de zanger en componist van ‘Pretty Woman’ (1964).

   Stanley: “It was melancholy in the extreme, and a perfect canvas for Robin’s tremulous, emotional voice. ‘I think that came from our admiration for Roy Orbison [aldus Barry Gibb]. Robin loved Roy Orbison’”.

 

499 7 Spicks Specks 13 mei 1967
13 mei 1967, Veronica top 40

 

 

Terug naar Engeland

 

In 1966 reisden de Brits-Nederlandse Easybeats terug naar Europa. Tijdens onze ontmoeting in museum RockArt verklaarde Harry Vanda nadrukkelijk dat ze dat niet gedaan hadden om uitzending naar Vietnam te vermijden – maar omdat Australië te beperkt was. 

    Stanley: “Emigrating suddenly became a hot topic for teenage Australians. The Easybeats had shown it could work by signing a deal with [platenmaatschappij] United Artists and moving to London in June 1966; by the end of the year they would be in the UK top ten with ‘Friday On My Mind’”.

   De Bee Gees voelden zich geroepen hetzelfde te doen. Op 3 januari 1967 stapten ze weer op de boot, nu terug naar Engeland.

   Eerder, op 25 november 1966, had vader Hugh een brief geschreven aan Brian Epstein, manager van de Beatles en andere Britse groepen. Stanley: “The Bee Gees are planning a trip to London, he told them, and they would need representation. ‘The eldest boy, Barry, is acknowledged to be the topwriter in this country. At the time of writing they have a hit record, ‘Spicks and Specks’, which has just reached the no. 3 position in every state in Australia. We quite realise this does not mean much overseas, but considering the enormous size of Australia, this is considered quite a feat here’”.

   Het leek een beetje op een bedelbrief – niet geschoten, altijd mis. Misschien had hij zo’n soort brief ook aan anderen in Engeland gestuurd.

   Vader Gibb had er wat platen en proefpersingen bij gedaan. Een eventueel antwoord werd niet afgewacht. 

 

Ook tijdens de retourreis zongen de broertjes tot vermaak van de medepassagiers – liedjes als ‘Twist and Shout’ en ‘Puff The Magic Dragon’. Vanwege hun Australische hit ‘Spicks and Specks’ werden ze ditmaal herkend. Tijdens een stop in India maakte Maurice van de gelegenheid gebruik om een sitar te kopen – met dat instrument experimenteerde Beatle George Harrison immers.

   Drummer Colin Peterson, met wie de broers in Australië hadden samengewerkt, wachtte zijn vrienden op 6 februari 1967 op. Hij bracht het gezin vanaf de kade in Southampton naar Hendon, waar ze voorlopig konden wonen.

 

 

Engeland: toeval, toeval

 

 

Barry Gibb en zijn vader probeerden contacten in Londen te leggen. Ze schoten raak bij Robert Stigwood (1934-2016), een Australiër die het een en ander het weten te bereiken in Londen – onder meer als manager van John Leyton, de zanger van ‘Johnny Remember Me’ (1961). Robert slaagde er later in zakenpartner te worden van niemand minder dan Brian Epstein. Er was zelfs sprake van dat hij Brian als manager van de Beatles zou opvolgen.

 

Toevallig had Roland Rennie, nieuwe directeur van Polydor in Londen, besloten om de Festival-single ‘Spicks and Specks’ uit te brengen. En, opnieuw toevallig, stond Barry Gibb de volgende dag bij hem op de stoep, in de hoop een contract voor de toekomst bij de platenmaatschappij te kunnen afsluiten. Het kwam Rennie goed uit dat Barry Gibb op dat moment bij hem aanklopte. Met een goede manager zouden de Bee Gees best wel eens succesvol kunnen worden. De directeur van Polydor belde Stigwood, die bij het bedrijf van Brian Epstein op zoek was naar eigen talent. En toevallig had Robert de brief met proefplaten behandeld toen die vanuit Australië bij Epstein in Londen arriveerde.

   Stigwood liet er geen gras over groeien. Hij belde het telefoonnummer van de familie in Hendon en kreeg moeder Gibb aan de lijn. Bij terugkomst van Barry en Hugh liet ze weten dat ze die dag een meneer ‘Stickweed’ aan de lijn had gehad.

 

Samen met Colin Peterson mochten de broers hun repertoire op de band zetten in een studio, die eigendom was van Brian Epstein. 

   Stigwood was enthousiast over het resultaat. Op 24 februari 1967, een paar weken na hun aankomst in Southampton liet hij hen een exclusief contract tekenen. Hij zou voortaan optreden als hun manager, muziekuitgever en platenbaas.

   Door hun handtekening te zetten waren de Bee Gees in één klap verbonden met het muziekimperium van de Beatles, de meest populaire popgroep van de wereld. Bovendien was het voor Stigwood van belang om binnen dat imperium zijn eigen groep te hebben. Die rol gingen de uit Australië teruggekeerde Bee Gees spelen.

 

 

Aan de slag: ‘New York Mining Disaster 1941’

 

 

De carrière van de Bee Gees kwam nu in een stroomversnelling. Een paar maanden eerder zaten de jongens met hun familie nog ver weg op het zuidelijk halfrond. In maart 1967 namen ze ‘New York Mining Disaster 1941’ op, een song uit de pen van Barry en Robin Gibb. 

   Stanley: “Stigwood loved it. This was their first Polydor single. All you heard was what sounded like an acoustic guitar that seemed to come through the window of an abandoned shack, a deathly bass drum from some pagan ritual, and a lone cello. On top of that were the brothers’ tight, almost Celtic harmonies”.

   De biograaf uitte zich in superlatieven. Hij vergeleek de single met de doorbraak van de eerste rock & roll keizer in 1956, elf jaar eerder. “It was the unlikeliest, gloomiest, most minimal debut hit by a major act since Elvis Presley’s ‘Heartbreak Hotel’. It was eerie in the extreme, ripe with claustrophobia and real death”.

   In Nederland waren de Bee Gees al bekend dankzij ‘Spicks and Specks’. Met hun nieuwe single bereikten ze al snel een toppositie in de Veronica hitlijst. Maar ook elders, zonder die ‘basis’, was er sprake van uitbundige reacties. Voor het eerst verschenen de Bee Gees in de Britse charts, op nummer 12.

 

Wederom was er sprake van toeval. In die dagen kwam er een contract tot stand tussen Polydor in Londen en Atlantic in Amerika. Polydor ontving de rechten van het materiaal van Atlantic in New York. In ruil daarvoor verwierven de Amerikanen een eerste optie op de producties van de Britten. 

   Dat pakte goed uit, aldus Stanley. De kopstukken van Atlantic zagen de uit Australië teruggekomen jongens meteen zitten. Atlantic bevond zich in een overgangsfase. De platenmaatschappij had een aanzienlijke groei doorgemaakt met soul-artiesten als Aretha Franklin, Sam & Dave, Otis Redding en Arthur Conley. Er waaide echter een nieuwe wind in de muziekbusiness, die haarfijn werd aangevoeld door mensen als Ahmet Ertegun en Jerry Wexler: blanke pop- en rockmuziek. Precies op het goede moment presenteerde Polydor de Bee Gees aan de nieuwe collega’s in Amerika. 

 

Volgens Stanley en anderen waren er meer kapers op de kust. Brian Epstein zou het trio hebben willen onderbrengen bij Capitol in Los Angeles, van waaruit de Beatles in 1964 met succes gelanceerd waren. Robert Stigwood zou Atlantic evenwel hebben doorgedrukt: “He wanted Atlantic Records because they had recently signed Cream, the blues rock power trio he also managed”.

   Mijns inziens is dit onjuist. Alle nieuwe Britse Polydor acts moesten contractueel eerst aan Atlantic aangeboden worden. Dus ook de Bee Gees.

 

499 8 Shepherd BillBill Shepherd

 

 

Robert Stigwood liet niets aan het toeval over. Op 1 april liet hij de Bee Gees optreden in het voorprogramma van het eerste Britse Fats Domino-concert, waar ‘iedereen’ naar uitkeek. Ertegun was erbij. Opnieuw werkten de broers samen met Colin Peterson en Vince Melouney.

   Bill Shepherd werd als arrangeur eveneens bij het opbouwen van hun muziek betrokken, met name bij het tot stand komen van hun eerste Polydor-album: “Shepherd delivered career-moulding orchestral arrangements – the brothers asked for strings and he provided them, no holds barred. He shaped their sound, effectively becoming a member of the group. Shepherd’s arrangements would become integral to the Bee Gees’s records, making them stand apart from the largely blues-influenced groups emerging in 1967 London”.

 

Ook Atlantic pakte de samenwerking met het platenbedijf in Londen voortvarend aan. Jerry Wexler, die zich had ingezet voor soul-muziek, stuurde een aantal singles naar Amerikaanse radiostations. Op het witte label zouden slechts twee letters gestaan hebben – de ‘b’ aan het begin en de ‘s’ op het einde – althans dat is het verhaal. Wie zouden dat kunnen zijn? 

   Hoe dan ook, de marketingcampagne van Atlantic sloeg aan. Evenals in Nederland en Engeland verscheen ‘New York Mining Disaster 1941’ in een mum van tijd in de hitlijst van Billboard.

 

 

499 9 Bee Gees Ertegun StigwoodBee Gees Ertegun Stigwood

 

 

Het vervolg

 

 

Terecht stelde Bob Stanley in zijn boek dat de Bee Gees beter begeleid werden dan de eerder genoemde ‘Australische’ Easybeats, die het met ‘Friday On My Mind’ geweldig goed gedaan hadden. Maar een opvolger was uitgebleven. United Artists, een nieuwe platenmaatschappij in Engeland, had niet veel ervaring. Dat de twee componisten van de Easybeats (Harry Vanda en George Young) over veel talent beschikten kwam pas later uit de verf.

   De samenwerking van Polydor en Atlantic pakte veel beter uit. Barry werd in New York in contact gebracht met Stax-Atlantic artiest Otis Redding. Zo kwam ‘To Love Somebody’ tot stand.

   De Bee Gees werden een hitmachine. De ene single was nog niet uit de charts verdwenen of de volgende kwam er al aan, zeker in Amerika en Nederland.

   In ons land, dat een rol speelde bij de doorbraak in Europa, kon het bij wijze van spreken niet op. Tussen 1967 en 1969 bereikten de Gibbs zeven keer de nummer één-positie in de Veronica top 40, zelfs nadat Robin uit de groep gestapt was. Robin was intussen in het huwelijk getreden met Molly Hullis, secretaresse van Robert Stigwood. Maar hoe dan ook, de terugkeer van de familie uit Australië had niet beter gekund.

 

Harry Knipschild

26 juli 2023

 

Clips

* Mills Brothers, I ain't got nobody, 1932

* Gene Autry, Home on the range, 1952

* Everly Brothers, Wake up little Susie, 1957

* Bee Gees, Wine and Women, 1965

* Bee Gees, Spicks and specks, 1966

 

 

Literatuur

 

‘Let op Bee Gees’, Kink, 18 maart 1967

‘Brian Epstein, de man met de gouden handjes’, Kink, 22 april 1967

Mike Gormley, “Bee Gees Long Climb To The Summit’, Ottawa Journal, 22 september 1967

Hector Cook, Andrew Môn Hughes, Melinda Bilyeu, The Ultimate Biography of The Bee Gees. Tales of The Brothers Gibb, Omnibus Press, 2003 (2001)

Bob Stanley, Bee Gees. Children of the World, Nine Eight Books, Londen 2023

  • Hits: 1707