Terug naar hoofdinhoud

69 - Naar Frankrijk in 2002 – wat herinneringen

 

 

Begin 1992 leerde ik Greetje Suman kennen. Het duurde niet lang of we hadden iets met elkaar, meer zelfs. Bij Greetje bleek het reizen in haar bloed te zitten, of, zoals we tegenwoordig zeggen, in haar dna. Met haar moeder (Annie Suman-Ruis) stapte ze kort na onze eerste ontmoeting (bij Van der Valk in Sassenheim) in het vliegtuig richting de Verenigde Staten. Een ver familielid trouwde en daar wilde ze bij zijn. Met Cora van der Plaats, haar bovenbuurvrouw vloog ze een paar maanden later naar Nepal.

 

Naar Frankrijk in 1992

 

Dat was nog maar het begin. Vanaf het moment dat we samen optrokken en samen gingen wonen in de Frans Halslaan 69 te Oegstgeest, bracht Greetje me op de hoogte van haar ervaringen. Ze was bij de KLM gaan werken (op de afdeling personeelszaken) om te kunnen reizen naar verre landen. Ze was al geweest in Californië, Canada, New York, Israel, Japan, Venezuela en diverse Afrikaanse landen. Weldra maakten we plannen om samen op stap te gaan.

    In het voorjaar van 1992 stapten we in mijn Peugeot (LP 35 YV) richting Frankrijk. Uit een ‘eerder leven’ had ik de gewoonte over gehouden om in dat land gebruik te maken van Michelin-boekjes en -kaarten. Groene Michelins voor eventuele bezichtigingen, rode met name voor de hotels en restaurants.

    Op weg naar het zuiden over de Route Soleil had ik met mijn gezin vele malen Nancy met zijn Place Stanislas ‘beneden’ zien liggen en wilde er eindelijk wel eens heen. Ook Greetje was er nooit geweest. Een mooie aanleiding dus om die kant uit te gaan. In het dorpje Hachimette (bij Lapoutroie), niet ver van Colmar in de Elzas, vonden we een hotel (A La Bonne Truite) dat voorzien was van een rode R. Dat betekende, wist ik, een goede keuken en een aantrekkelijke prijs. In de Michelin kon je het (ook) in het Engels lezen: “You may like to know of restaurants with moderately priced menus, that offer good value for money and serve carefully prepared meals, often of regional cooking”.

    Het pakte voortreffelijk uit. De kir, zuurkool en meer brachten ons in de juiste stemming”.

 

1 Bonne TruiteA La Bonne Truite

 

 

Terug in 2002

 

Greetje en ik maakten niet alleen samen vliegreizen naar verre landen (zoals de VS, China, Vietnam, Birma, Iran, India en Sri Lanka). Frankrijk was nooit ver weg voor korte of wat langere uitstapjes. We kochten een fietsenrek om achter op de auto te plaatsen, zodat we op een handige plek konden parkeren om vervolgens per ‘bicyclette’ naar de plekjes te fietsen waar we wilden rondkijken. Dat deden we onder meer in de zomer van 2002, tien jaar na die eerste tocht, die ons gebracht had naar Colmar, Nancy, Breisach, Redu, Baccarat en andere plekjes.

 

Van Duitsland naar Frankrijk

 

Op 1 augustus 2002 reisden we eerst nog naar Keulen voor een bezoek aan Ute en Ludwig Keller, Duitse vrienden, die Greetje via de KLM had leren kennen. Drie dagen later reden we Frankrijk binnen. We vonden een onderkomen in Relais du Château Mensberg (Manderen, Sierck-les-Bains), net over de grens, waar we al eens eerder gelogeerd hadden.

    Vanaf die ‘vaste plek’ besloten we die zelfde dag nog een bezoek te brengen aan Thionville aan de Moesel. Ook dat was zo’n stad waar je over de snelweg altijd in volle vaart langs reed en steeds dacht: daar zou ik wel eens willen stoppen. Dat deden we dus op 4 augustus 2002.

    De auto konden we makkelijk parkeren op een groot plein aan de rand van de stad: in Yutz. Dat kwam goed uit. We haalden de fietsen van de auto. Op ons gemak staken we de rivier over, het centrum in van de stad met ruim 40.000 inwoners.

 

Thionville

 

In de Michelin van Lotharingen, Vogezen en de Elzas (de ‘groene’ uit 1994) lazen we dat de stad (Theodonis villa) er als kasteel in het begin van de middeleeuwen gesticht was door de Merovingers. Karel de Grote (748-814) zou er graag gekomen zijn – het was ‘Une des résidences favorites de Charlemagne’.

    In die tijd waren er geen echte hoofdsteden, had ik tijdens mijn studie geschiedenis (1995-2000) moeten leren. De keizer trok met een groep getrouwen door het gebied waar hij het voor het zeggen had. Waar hij kwam had hij een plek (‘palts’). De mensen moesten hem en zijn gezelschap dan maar onderhouden, totdat hij weer verder trok. Het was een vorm van belasting zonder dat er geld aan te pas kwam. Soms wordt die aangeduid als ‘herendiensten’.

 

Thionville maakte ook aanspraak op allerlei belegeringen: in 1558 door hertog Frans van Guise (1519-1563), in 1642 door Condé (1621-1682) en in 1792 tijdens de Franse Revolutie, noteerde ik in het verslag dat ik tijdens de reis schreef – aan de hand van wat we lazen, fotografeerden en meemaakten.

 

Joseph Hugo en Victor Hugo in Thionville

 

Joseph Hugo

 

Onder Napoleon werd Thionville met succes verdedigd door generaal Joseph Hugo (1773-1828), de vader van de bekende schrijver en politicus Victor Hugo (1802-1885). Op een plein troffen we een groot standbeeld van Hugo senior aan met daaronder een tekst in steen van zijn beroemde zoon. Dat waren blijkbaar de woorden die hij uitsprak toen hij Thionville op 3 augustus 1871 bezocht. De stad was verwoest door het Pruisische leger – in een oorlog die overigens in 1870 door de Fransen zelf begonnen was.

    In 2002 beschikten we nog niet over een mobieltje met ingebouwde camera. Foto’s maken deed je met een ‘rolletje’. Je moest dus enigszins zuinig zijn. Papier had ik op dat moment niet bij me.

    Op straat vond ik een luciferdoosje. Daarop schreef ik de tekst die Hugo junior in 1871 uitgesproken zou hebben : “J’ai vu pour la première fois Thionville, que mon père avait gouverné, defendue et sauvée en 1814 et 1815. Mon père avait laissé cette ville intacte. Je l’ai trouvé en ruines. Il l’avait laissé libre. Je l’ai trouvée prisonnière. Et au nom de mon père j’ai promis à Thionville dans un avenir prochain la vie, la liberté et la patrie”.

 

3 Diedenhofen ThionvilleDiedenhofen (Thionville) aan de Moesel

 

Thionville was tijdelijk een Duitse stad geworden: Diedenhofen. Victor Hugo en andere Fransen zworen wraak. Na (en door) de Eerste Wereldoorlog kwam de stad weer in Franse handen.

    Op diverse plekken vonden we herinneringen aan wat wij de ‘Franse tijd’ zijn gaan noemen. Dat kan mede door generaal Hugo gekomen zijn. Het beeld stond op de Place Lazare Hoche, de generaal die zo’n goede vriend van de Nederlandse patriot Herman Daendels was. En het park langs de Moezel heette er ‘Parc Napoléon’.

    Op het ‘Place de la liberté’ vonden we een beeld van maarschalk Foch. De straten waren, zoals vaak, genoemd naar Vauban, Jeanne d’Arc, Charles de Gaulle, Clemenceau en Joffre, kortom we waren echt in Frankrijk. Op een pleintje dronken we samen een glaasje Fischer-bier, daarna luisterden we in het park nog naar een Franse hippy en toen werd het weer tijd om terug te fietsen naar onze auto.

 

Nancy

 

4 Place StanislasNancy – Place Stanislas

 

De volgende dag – vanuit een nieuwe verblijfplaats – reden we met de auto in de richting van Nancy, het einddoel van ons eerste uitstapje in 1992. Is het wel verstandig om terug te gaan naar een plek waar je wel eens geweest bent? Je bewaart de beste herinneringen aan die ontdekking. De tweede keer is het (bijna) geen ontdekking meer. Je herkent wat je al eerder gezien hebt. Dat is een andere ervaring en die kan wel eens teleurstellend zijn, was/is mijn ervaring.

    Aan de westkant van Nancy, hoofdstad van Lorraine oftewel Lotharingen, reden we eerst door de Avenue de Boufflers. Daarna parkeerden we de auto in de Rue de la Côte. Zo konden we ons met de fiets laten afzakken naar het centrum van de stad. Een heerlijk gevoel, want in Nancy troffen we nauwelijks identieke weggebruikers aan. Voor auto’s leek het een crime in deze stad, en wij konden ons frank en vrij snel bewegen.

 

Weldra stonden wij (op het Place de la Croix de Bourgogne) voor een groot stenen Lotharings monument, met op de voorkant het dubbele kruis, omhoog gehouden door een ridder, 1477, allerlei wapenschilden en de tekst: “Bataille de Nancy, 5 janvier 1477. Ici la victoire de René II assura l’indépendance de la Lorraine et fixa les destinées de la France”.

   In onze belevingswereld wordt de slag bij Nancy, waarbij Karel de Stoute (Charles le Téméraire) sneuvelde, meestal als een tegenslag gezien voor het nieuwe Nederlands-Bourgondische rijk, maar hier werd die overwinning juist gevierd. Dat was even wennen. Op de achterkant was nog een tekst ingebeiteld: “En l’an de l’incarnation, mil quatre cens septante six [1476], veille de l’apparition fut le duc de Bourgogne occis, et en bataille icy transis, ou croix suis mise pour mémoire. René, duc des Lorrains, mercy, rendant a dieu pour la victoire”. Gode zij dank voor de overwinning!

 

5 1477Hier zou Karel de Stoute gesneuveld zijn

 

Op de fiets door Nancy

 

Langs het station fietsten we op ons gemak in de richting van het Place Stanislas, voor een kopje koffie daar. Het gouden plein is genoemd naar Stanislas Keszcynski, de onttroonde koning van Polen die door Lodewijk XV hertog van Lotharingen werd. Om het hoekje troffen we het beeld van de ‘graveur’ Jacques Callot (1877), inwoner van Nancy die de 30-jarige oorlog in beeld schijnt gebracht te hebben. En al fietsende kwamen we voor de tweede keer op de plek waar Karel de Stoute gevallen was, bij de middeleeuwse stadspoort Porte de la Craffe (1336), bij een Arc de Triomphe, en bij het standbeeld van generaal Drouot, volgens onze beroemde historicus Jacques Presser een ‘knorrige man, die geen ander plezier kende dan zijn kanonnen en zijn bijbel’.

 

Op onze rondrit belandden we bij de Saint Epvre basiliek, gewijd aan een bisschop uit de 6e eeuw. De kerk was pas in de 19e eeuw gebouwd en stond nu in de steigers. We ontdekten dat keizer Frans Joseph van Oostenrijk de bouw ‘mede had mogelijk gemaakt’. En dat de kerk in 1869 was ingewijd door de componist Anton Bruckner.

 

Missie-onderzoek in Nancy

 

In 2000 had ik mijn studie geschiedenis in Leiden afgerond. Gesponsord door de universiteiten van Nijmegen en Leiden was ik begonnen aan een onderzoek dat in 2005 zou resulteren in een proefschrift over de Nederlandse bisschop Ferdinand Hamer in China.

   De Nijmegenaar betrok nogal wat geld van een Franse missie-organisatie, de Sainte-Enfance, die bij ons Heilige Kindsheid genoemd werd. Het genootschap zette zich vanaf 1843 in om heidense kinderen voor het katholieke geloof te winnen.

 

In het reisverslag schreef ik: “Terwijl we in de basiliek rondliepen, bedacht ik ineens dat de oprichter van de Heilige Kindsheid, Charles de Forbin-Janson [1785-1844], ooit bisschop van Nancy was geweest. Bij navraag hoorden we dat ze daar in die kerk niet van gehoord hadden, maar dat we ons beter konden vervoegen bij de officiële kathedraal.

   Dus wij weer verder op onze tweewielers en weldra stonden we voor de ‘goede’ kerk. Binnen troffen we een gezelschap aan dat daar iets te betekenen had. Wij legden ons verhaal uit. Forbin-Janson – nee, daar hadden ze nog nooit van gehoord.

   Ze keken mij een beetje vreemd aan, Greetjes tante Wil Ruis zou zeggen ‘alsof ze snot zagen branden’. Maar ik hield vol en toen liepen ze met ons naar de zogenaamde bisschopskapel. Als de man echt bisschop geweest, zo werd mij streng verteld, dan moest hij hier hangen. En anders was mijn verhaal een fabeltje!

   Ik keek rond en het duurde niet lang of ik zag aan de muur een ovalen bord, gewijd aan ‘Karolo, Augusto, Mariae, Josepho, e comitibus Forbin-Janson, Nanceiensium et Tullensium, per annos XX episcopo’. Daarop werd ook duidelijk vermeld: “Operis a sacra Jesu Infantia Nuncupati fundatori’.

   De notabelen van de kerk stonden ‘met open mond’ toe te kijken. Met een grote sleutel maakten ze zelfs het hek van de kapel voor me open zodat ik een foto kon maken. En als ik meer wilde weten, er was nog ergens een klooster in de stad, met nonnetjes, misschien konden die er iets over vertellen”….

 

De foto gebruikte ik later in mijn proefschrift. Waar een reis door Frankrijk goed voor kon zijn…

 

6 Forbin Janson Nancy

Fietsen

 

Op 6 augustus planden we geen toeristische activiteiten. We zouden eens lekker gaan fietsen in de omgeving van Frouard, waar we ons hotel hadden. Op de kaart hadden we gezien dat er, hoog boven ons, ergens een fort moest zijn en dat je er kon fietsen. Wij reden dus met de auto, en de fietsen achterop, door het dorp Frouard en gingen de hoogte in.

   Toen we niet meer verder konden, haalden we de fietsen te voorschijn en maar trappen. Dat bleek niet zo’n eenvoudige zaak, want er was nauwelijks een weg. Dus voorlopig maar even lopen met de fiets in de hand. Na verloop van tijd kwamen we uit op een soort bospad, dat soms omhoog, soms omlaag ging. Maar meestal stevig omhoog. We zaten tussen de bomen, op een hoogvlakte. Het was warm weer en rondom ons zagen we regelmatig bramenstruiken.

   Na een flink eind fietsen, onder andere langs een gesloten legerplaats, kwamen we op een open plek uit. Daar waren wat sportvelden en er stonden primitieve huisjes. Allemaal aardig, maar waar was het fort nu eigenlijk? Toen we verder doorfietsten begon het een beetje te regenen en ontdekten we dat we niet goed verder konden.

   We besloten maar om te keren en via de bekende weg terug naar onze auto. Toen brak een grote bui los. We zochten een goed heenkomen onder een paar bomen bij de open plek en wachtten daar het moment af dat we weer konden fietsen. Dat duurde gelukkig niet zo lang. Ondertussen waren we tot de conclusie gekomen dat die open plek met die huisjes het fort was. Alles bij elkaar een leuke fietstocht, maar we wilden toch nog wel wat meer doen op deze dag.

 

Sinterklaas in Frankrijk

 

Zo kwamen we op het idee om op zoek te gaan naar St. Nicholas-de-Port. Ik had in de Michelin gelezen dat daar een kerk was ‘met twee sterren’. Het plaatsje lag ergens in de richting Lunéville, de stad waar Napoleon in 1801 nog eens een belangrijk verdrag met Oostenrijk had gesloten.

 

Omdat we zouden gaan fietsen hadden we geen grote kaart bij ons, dus het werd een beetje improviseren met de plattegrond van Nancy in de hand. Langs de oostkant van de Moesel reden we vanaf Frouard door allerlei dorpjes en voorsteden van Nancy, zoals St. Max, en langs het plaatselijke stadion. Toen we de stad met enige moeite waren uitgekomen zaten we op een weg naar Art sur Meurthe en reden we waarschijnlijk in de goede richting. Rechts van ons was allerlei industrie. Maar daartussen zagen we ineens een grote basiliek te voorschijn komen.

 

7 St Nicholas de PortSt. Nicholas-de-Port

 

In het dorp draaide alles om die kerk. En in de kerk draaide alles om Camille Croué Friedman (1890-1980), een ‘Amerikaanse’ inwoonster van het dorp die bij haar overlijden ‘une somme fabuleuse’ had nagelaten om de basiliek terug te brengen in zijn originele ‘beauté et splendeur’, zo lazen we op een groot bord dat op de gevel was aangebracht. Daar zal haar familie blij mee geweest zijn!

   De kerk was opgedragen aan de goedheiligman, Sint Nicolaas, bisschop van Myra in Turkije, overleden op 6 december 334. Hij staat bekend als de grote kindervriend.

   Hier hoorden we de legende hoe hij dat geworden zou zijn. Drie gevluchte kinderen kregen een maaltijd bij een slager. Maar ná de maaltijd gingen zij de vleeston in. Zeven jaar later kwam Sinterklaas bij de slager op bezoek en wilde zijn vlees wel eens proeven. De slager werd bang en vluchtte, en de goede Sint ging naar de vleeston en liet de kinderen eruit komen, die juist weer bij zinnen gekomen waren. Een mooi verhaal, zoals ze in onze tijd niet meer gemaakt worden.

 

8 Sinterklaas kinderenSinterklaas met de drie kinderen

 

In de kerk werd dankzij het geld van Camille (de enige échte Sinterklaas) met gouden verf geschilderd. Daar lazen we het verhaal van de speurtocht, door zeelui uit Bari, naar de resten van Sint Nicolaas, toen zijn geboorteland door de moslims was veroverd. Wie zoekt, die vindt, vooral als er niemand bij is om het te controleren.

   Zo werd het stoffelijk overschot in 1087 overgebracht naar het nog steeds katholieke Italië. Op dat moment was er in Bari een inwoner uit Lotharingen in de buurt die op zijn wens een relikwie van de heilige mocht meenemen. Het spreekt voor zich dat wonderen niet uitbleven.

   Jeanne d’Arc kwam op bezoek (1429), op weg naar de hertog van Lotharingen. Er werd een kapel gebouwd (1102), een kerk (1193), en na de grote overwinning op Karel de Stoute (1477) deze basiliek. Daar trokken ze wel zeventig jaar voor uit. In die tijd hadden de mensen immers nog niet zo’n haast. Bovendien werd Sint Nicolaas de patroonheilige, niet alleen van de kinderen, maar ook van Lotharingen, en van de schippers. Daarom was het zo gek nog niet dat er in het stadje een industrie-haven was. Een website leerde ons dat het sinterklaasfeest, dat hier overigens groots gevierd wordt op 6 december, gebaseerd is op een ‘heidens’ feest van rondtrekkende kooplui. Want die cadeautjes moeten toch ergens vandaan komen….

   Zo noteerde ik onze ervaringen van 6 augustus 2002.

 

Terwijl ik dit schreef moest ik denken aan de interessante boeken die Michiel de Jong recentelijk publiceerde over Sinterklaas en Zwarte Piet. Na uitvoerig onderzoek kwam de historicus tot de conclusie dat het huidige negatieve beeld, dat we van Zwarte Piet hebben, of dat ons door activisten wordt opgedrongen, onjuist is.

   Aan het bestaan van Sinterklaas hoeven we sinds 1972 niet meer te twijfelen. Althans als we afgaan op de woorden van VVD-politicus Hans Wiegel, die tijdens een betoog aangaf: “De mensen worden opgevoed in de politiek van de illusie. Sinterklaas bestaat. Daar zit ie – achter de tafel”. De tv-camera bracht Joop den Uyl (1919-1987) in beeld.

 

Brienne

 

Als je je eenmaal bezig houdt met geschieden kun je je tijdens uitstapjes moeilijk inhouden. We zeiden wel eens: Greetje gaat op vakantie, Harry gaat op reis.

   In het reisverslag legde ik vast: “In de mist vertrokken we in zuidwestelijke richting. Wat zou deze dag ons brengen? Via Toul en St. Dizier kwamen we in steeds mooier weer terecht. Nadat we een meertje links gepasseerd hadden waren we wel toe aan een kop koffie ‘mit Beilage’. We belandden in een chauffeursrestaurant, waar we lekker in het zonnetje aan het gebak zaten, terwijl de trucks één voor één aan de overkant gingen parkeren voor de wat steviger hap.

   Het doel van deze tocht was een bezoek aan Brienne-le-Château, het plaatsje waar Napoleon tussen 1779 en 1784 zijn militaire opleiding volgde. Dat moet een inspirerende plek geweest zijn, want – zo bleek – na afloop van die studie kon hij het maar niet laten om zijn lessen in praktijk te brengen, en niet geheel zonder succes.

   Het kasteel van Brienne, gebouwd tussen 1770 en 1778, had intussen een wat meer hedendaagse bestemming gekregen: in plaats van een militaire academie was het een instituut voor psychotherapie geworden. De militaire barakken waren verplaatst naar de velden in de omgeving.

   Het kasteel was al van ver te zien – het lag in het verlengde van de weg die ons naar Brienne bracht. In een park zagen we het standbeeld van de grote burger van Brienne: ….Sylvain Valée (1773-1846).

 

Napoleon

 

9 sneeuwballen in Brienne 1822
Sneeuwballen in Brienne (1822)

 

Het is overigens een vraag of Napoleon zich wel op zijn gemak voelde in het gloednieuwe kasteel. De geschiedenisboeken zeggen dat hij er flink gepest werd omdat hij met een Corsicaans accent praatte. Maar de toekomstige keizer beet van zich af door een specialist te worden in het gooien van sneeuwballen.

   In een van zijn opstellen op de militaire school deed hij verslag van de Engelse bezittingen in Afrika, zo grondig, dat zelfs ‘St. Helena, een klein eiland’ er niet in ontbreekt, zoals ik gelezen heb in een biografie van de Duitse historicus Martin Göhring.

   En op de een of andere manier had Napoleone Buonaparte iets met het stadje. Toen hij er op 3 april 1805 doortrok (hij was toen pas een paar maanden keizer) schonk hij al 12.000 frank om het herstel mogelijk te maken van de plaatselijke kerk die tijdens de revolutie flink beschadigd was, zo lazen we in het boekje dat we in die kerk kochten.

   In 1814 was de keizer terug, nu om Frankrijk, en natuurlijk ook zichzelf, te verdedigen tegen de geallieerde troepen van dat moment. Daarbij werd flink gevochten en heel wat straten in Brienne bleken genoemd naar generaals die gesneuveld zijn op 29 januari van dat jaar, onder anderen admiraal Baste.

   Het was flink koud, de ijzige wind en sneeuw drongen door de gebroken kerkramen. In de kerk werden de gewonden verzorgd. Om het een beetje warm te maken werden de kerkbanken als brandhout gebruikt. En wat belangrijker was: de keizer zelf kwam iedereen een woord van troost brengen, vriend én vijand.

   Na de slag bij Waterloo, en verbannen naar Sint Helena, bedacht Napoleon hoe belangrijk Brienne voor hem geweest was: “Pour ma pensée, Brienne est ma patrie: c’est là que j’ai ressenti mes premières impressions d’homme”. Hij trok 1,2 miljoen ‘gouden’ francs van zijn erfenis uit om de kerk te laten opknappen en een nieuw gemeentehuis van Brienne de laten bouwen.

 

10 Napoleon BrienneMonument voor Napoleon in Brienne

 

Dat gebeurde uiteraard pas tientallen jaren later, in de tijd dat zijn neef Napoleon III aan het bewind was. Er kwam een nieuw stadhuis, met boven de ingang een portret van Napoleon I, voorzien van de keizersadelaar. En ervoor een beeld van Napoleon als militaire cadet, de hand ‘op Napoleontische manier in zijn jasje gestoken’ en eronder de ‘herinnering’ uit Sint Helena. In feite heeft Napoleon al dit vertoon dus zelf betaald”.

 

Vakantie

 

Die dag deden we ook gewoon weer alsof we op vakantie waren.

   “Het was intussen zo zonnig geworden dat we in een jachthaven aan een meer ten zuiden van de stad (Dieuville) de fietsen van de auto afhaalden. In het begin reden we nog over een mooi fietspad, met wuivende zonnebloemen om ons heen. Maar niet veel later vernauwde de weg zich tot een bospad. Bovendien hadden de plaatselijke insecten zich tijdig van mijn komst op de hoogte gesteld. Hele legers, die misschien in Brienne op school gezeten hadden, vielen in slagorde aan. Nog weken daarna kon ik mijn bulten en schrammen (van de bramenstruiken) tellen.

   Maar wat geeft dat als het leuk is. We maakten een stop aan de rand van het water, waar een plezierboot had aangelegd en waar je kon waterskiën of zwemmen. Verderop was een stuwdam. Daar kon je met de fiets overheen en dan in een grote bocht langs het meer langzaam weer terug naar de jachthaven.

   De zon had heerlijk geschenen, we hadden een mooi kleurtje gekregen en het ijsje na afloop ging er wel in. Dat jaar was de euro ingevoerd als betaalmiddel, ook voor Frankrijk. Om te kunnen betalen haalde ik een biljet van 50 euro tevoorschijn. Dat had ik niet eerder gedaan”.

Het bovenstaande is een klein gedeelte van hetgeen we allemaal ondernamen, meemaakten en zagen tijdens de trip. Er is nog meer dan genoeg stof om terug te kijken op ons verblijf in de regio ten zuiden van België.

 

Harry Knipschild

14 maart 2026

 

Clips

* Thionville

* Nancy

* Michiel de Jong over Sinterklaas

* St Nicolas de Port

* Napoleon en Brienne

  • Raadplegingen: 383