Terug naar hoofdinhoud

137 - Theophiel Verbist schrijft brief aan de Heilige Kindsheid in Brussel.

 

In 2005, twintig jaar geleden, mocht ik mijn proefschrift over het leven van Ferdinand Hamer (1840-1900) in de senaatskamer van de Universiteit Leiden verdedigen. De in Nijmegen geboren priester was in het najaar van 1865 als jongste van een viertal katholieke missionarissen op diverse schepen naar het noorden van China gereisd. Ten noorden van de Grote Muur kwamen ze terecht in Xiwanzi, hun voorlopige eindbestemming.

   Ferdinand had zich aangesloten bij de Congregatie van het Onbevlekte Hart van Maria, gevestigd in het dorp Scheut bij Anderlecht (België) – in het Frans: Congrégation du Coeur Immaculé de Marie (afgekort CICM). In de praktijk werden ze Scheutisten genoemd.

 

Scheutisten naar China in 1865

 

Theophiel Verbist (1823-1868) was in 1862 de stichter van de congregatie. Als gevolg van de nederlaag van de Chinezen in de tweede opiumoorlog (1856-1860) werd hij vanuit Rome aangespoord om zich exclusief te gaan bezighouden met het missiewerk in het keizerrijk. In het door het Westen opgelegde vredesverdrag werd het voor de vertegenwoordigers van de Kerk eindelijk mogelijk om formeel bekeringswerk te gaan verrichten, waar dat lange tijd onmogelijk was.

 

1 VerbistFerdinand Verbist

 

Verbist deed wat hem gevraagd werd. Samen met Ferdinand Hamer, Frans Vranckx en Alois Van Segvelt reisde hij via Rome, Marseille, Egypte, Ceylon, Hongkong en Peking naar een voor hem nog volkomen onbekend gebied. Een Franse missieorde, die van de Lazaristen, had naar het gebied buiten de Muur moeten uitwijken. Na 1860 kon die zich opnieuw vestigen in het ‘eigenlijke’ China. De paters van Scheut waren vanuit België overgekomen om hen in Xiwanzi af te lossen.

 

Heilige Kindsheid (Sainte Enfance)

 

De missionarissen van Scheut hadden er bij aankomst in Xiwanzi nauwelijks een idee van waar ze terecht gekomen waren. Elf maanden later was dat enigszins anders. Verbist voelde zich geroepen om een brief te schrijven aan de Belgische tak van de Heilige Kindsheid (Sainte Enfance), een Franse organisatie die in 1843 in het leven was geroepen ‘tot het dopen en vrijkopen der ongelovige kinderen in China en andere afgodische landen’.

   Heel wat vrouwen – ze werden zelatrices genoemd – deden hun best om geld in te zamelen ter ondersteuning van de missie. Het was zaak om hen steeds bij het missiewerk te betrekken.

 

2 Xiwanzi

Op 25 november 1866 stuurde stichter Verbist, die de leiding van Scheut op zijn schouders gekregen had, vanuit Xiwanzi een lange brief (in het Frans) naar de dames in Brussel. Louise De Mortier (1841-1932), een confidante, trad op als secrétaire-trésorière. Veel correspondentie ging in de Franse taal.

   Meteen aan het begin van zijn brief liet de stichter niet na om de medewerksters van de Kindsheid te bedanken voor hun inzet.

   “Je considère comme un devoir de stricte justice de vous adresser le premier rapport, quelque incomplet qu’il soit, sur l’état de l’Oeuvre de la Ste-Enfance en Mongolie. N’est-ce pas en effet par la forte impulsion que vous avez donnée à l’Oeuvre et à la belle recette de cette année que vous avez imposé en quelque sorte au Conseil central de Paris l’acquittement d’une dette de reconnaissance envers la Belgique en favorisant ses missionnaires en Chine!”

 

Een virtuele ontdekkingsreis

 

Verbist vond dat hij maar eens wat meer moest vertellen van het missiegebied waar de paters van het Onbevlekte Hart van Maria begonnen waren zich in te zetten. “Ik weet niet of U zich een juist idee kunt vormen van de omvang van de missie die aan ons is toevertrouwd. Als U wilt, gaan wij samen de ronde maken langs onze grenzen, aan de hand van een goede kaart.

   Als U zich dan van Peking naar het noorden wendt, zult U noodzakelijkerwijze de Grote Muur ontmoeten. Steek die over en U bent in Mongolië”.

 

Verbist nam de zelatrices ‘virtueel’ bij de hand en leidde ze naar het oosten tot aan het punt waar de Sri-Mouren door de Muur stroomde. “Daar moet U een tijdje uitrusten en op krachten komen. Want nu moeten we omhoog naar het noorden”.

   Een flinke onderneming: “Na immense woestijnen en bijna onbegaanbare bergketens doorkruist te hebben, zijn we aangekomen bij de Amour-rivier [op de grens van Mantsjoerije, China, met Siberië, Rusland]”. Terecht schreef hij dan ook: “Steek die niet over dames, want dan zouden we ons in Siberië bevinden en onze jurisdictie strekt zich niet uit over dit aards paradijs.

   Laten we daarom naar het westen gaan. Maar ik waarschuw U dat U zich moet wapenen, met kracht, met moed, met geduld, en met dikke kleren. Want maandenlang moeten we bergen beklimmen die U, als U ze ziet, al doen huiveren.

   Als we tenslotte, met Gods genade, aan de westkant van onze grenzen zijn aangekomen, bevinden we ons ten noorden van het Hemels Gebergte [Tian Shan]. Als we hier even uitrusten denk ik dat U niet weinig klaagt van de omvang van ons vicariaat [missie-bisdom]. Europa is niet groter [HK!] .

   Nu dalen we af naar het zuiden. Bij het meest zuidwestelijke punt zouden we op bezoek kunnen gaan bij de Mongolen van Kokonor [het huidige Qinghai], maar dat zou ons te ver voeren. Laten we daarom maar de immense steppen van de Eleut-Mongolen doortrekken, de Gele Rivier over en het land van de Ordos binnentrekken. Nu zijn we weer in de buurt van onze resudentie in Xiwanzi”.

   Het missiegebied, door vier paters bemand, was dus van gelijke orde als heel Europa…

 

3 Tian ShanTian Shan

 

Missiegebied te groot

 

Of ze wilden of niet, de vier Scheutisten moesten wat doen om effectief te werk te kunnen gaan. Hij legde nog eens uit: “Hoe lang zal deze reis duren, zult U vragen?

   Ik weet het niet dames. Alles wat ik U kan zeggen is dat twee onverschroken missionarissen, [de Lazaristen] Huc en Gabet, eens [in 1845] vanuit het oostelijk gedeelte van ons vicariaat naat Tibet trokken en daarbij het land van de Ordos- en Kokonor-Mongolen doortrokken. Deze heren lieten geen tijd verloren gaan en toch kostte het hun achttien maanden om Lhasa, de hoofdstad van Tibet, te bereiken.

   Maar, zult U zeggen, dat is verschrikkelijk. Het is toch onmogelijk om zo’n groot gebied te besturen.

   U hebt gelijk. Als wij dat gebied in zijn geheel zouden willen evangeliseren, zou ik bij U moeten aankloppen voor gigantische bedragen en een leger van priesters. Bovendien zouden we een Mongools seminarie moeten stichten, want de taal van de Mongolen is volstrekt anders dan het Chinees”.

   En die taal was voor de Europeanen al moeilijk genoeg.

 

De algemeen overste van de Scheutisten legde aan de dames van de Sainte-Enfance in Brussel uit dat het viertal zich voorlopig maar concentreerde op het zuidoosten van hun missiegebied, dat door de auroriteiten in Peking als een Chinese provincie beschouwd werd. “De bevolking van het eigenlijke China [het gebied ‘binnen de Muur’] is zo exuberant dat jaarlijks duizenden families de Grote Muur overtrekken om een stukje land te zoeken in de valleien en steppen van Mongolië. De Mongolen, gewend aan hun nomadische leven, wijken noodgedwongen voor de vloed van de Chinese emigratie”.

 

4 Gabet en Huc 1851Gabet en Huc

 

Qing-dynastie in de knel

 

Het moest Verbist in de afgelopen maanden duidelijk geworden zijn wat de gevolgen van het langzaam ineen storten van het keizerrijk onder de Qing-dynastie waren – zeker na de nederlaag in de tweede opiumoorlog.

   Door het binnenvallen van de West-Europeanen aan de oostkust, door de veroveringen van de Russen in het noorden, door de Witte Lotus-rebellie en het vervolg, de Taiping-opstand (1850-1865), de Nian-opstand (vanaf 1851), de opstanden van de moslims en allerlei plaatselijke onrust, was de keizerlijke macht steeds minder in staat om de ‘hemelse harmonie’ te handhaven.

 

Als gevolg van het geweld was de voedselproductie en -distributie onder druk komen te staan. En dat terwijl de bevolking snel groeide. In het jaar 1800 bestond de bevolking van China uit ongeveer 330 miljoen mensen. In 1850 waren er 120 miljoen Chinezen meer. En terwijl alleen al de Taiping-rebellie het leven kostte aan – naar schatting – twintig miljoen mensen, groeide het aantal inwoners in de tweede helft van de negentiende eeuw met nog eens vijfentwintig miljoen tot 475 miljoen Chinezen.

   In de negentiende eeuw breidde de bevolking van China zich ondanks alle rampzaligheden met bijna de helft uit.

   Diegenen die geen uitzicht meer hadden op een menswaardig bestaan, en daartoe op de een of andere manier in staat waren, weken uit, onder andere naar het gebied waar de missie van Scheut eind 1865 was neergestreken.

 

5 Heilige KindsheidHeilige Kindsheid (Sainte-Enfance)

 

De hulp van de Heilige Kindsheid was meer dan welkom, liet Verbist weten. “Mesdames, que c’est à la Sainte-Enfance que nous avons dû nos plus douces émotions et que partout où nous avons mis pied à terre en Chine l’Oeuvre de la Sainte-Enfance est regardée comme l’Oeuvre providentielle par excellence pour ce malheureux pays. Aussi n’entend-on qu’un concert de louanges et d’admiration pour cette sainte association”.

   De strijd tegen het heidendom moest gewonnen worden. De Kindsheid hielp daarbij voortreffelijk.“Missionnaires, prêtres chinois, chrétiens, sont tous heureux et fiers d’y trouver, dans leur lutte avec le paganisme, un argument irrésistable en faveur de la vérité chrétienne, et de pouvoir opposer à la cruauté et à l’égoïsme des païens la charité et le dévouement qu’inspire la religion de Jésus-Christ”.

 

Geld nodig

 

Er was extra geld nodig. De Scheutisten hadden de rol van de Lazaristen overgenomen. Maar de Franse missieorganisatie had een flinke schuld achtergelaten. En dan te bedenken dat ze de zorg voor vijfhonderd weesmeisjes op zich genomen hadden. “Dieu a permis, Mesdames, que dès le début de nos travaux nous sentions la responsabilité que nous avons prise en adoptant cinq cents orphelines que nous avons trouvées dans les établissements de l’Oeuvre en Mongolie”.

   Die schuld was inmiddels opgelopen tot ruim 36.000 Franse francs. Dat was niet al te netjes, vond hij. De Lazaristen hadden toch geld ontvangen bij de jaarlijkse verdeling in Parijs.

   “Nos prédécesseurs, par des circonstances bien indépendantes de leur volonté, loin de pouvoir nous partager un peu des 20 000 F qu’ils avaient reçus du Conseil central, n’avaient pu eux-mêmes suffire aux exigences de l’Oeuvre, et de plus, avant de quitter définitivement las Mongolie ils nous ont légué une dette de 36 312 F contractée pendant les dernières années de vraie disette pour cette contrée”.

   De Scheutisten hadden dus dringend geld nodig. In heel wat missiebrieven was een oproep te vinden om geld te geven, veel geld. De missionarissen hadden altijd geld nodig: als het slecht en ook als het goed ging. In het laatste geval zou het met extra geld nog beter gaan.

 

Het weer

 

Verbist liet niet na om iets te vertellen over hoe het weer was in de regio waar hij met zijn drie medebroeders vertoefde. Het kon er in de zomer wel veertig graden boven nul zijn, en in de winter veertig graden onder nul.

   In de grotwoningen werden die temperatuursverschillen enigszins getemperd, legde hij uit. Maar het was er wel flink droog.

   “La Mongolie, en effet, semble subir un changement notable dans la température. Le froid de 40 degrés ne se fait plus guère sentir que sur la crête de nos montagnes; dans nos vallête de nos montagnes; dans nos vallées il devient supportable, mais par contre le printemps et l’été sont devenus des saisons d’une sécheresse telle, les eaux de pluies et de sources sont devenues si rares que la terre refuse ses produits, et qu’ils se renchéissent du double et du triple”.

De paters hadden gelukkig nog wat geld achter de hand. “Dieu a déjà récompensé le sacrifice que nous avons fait du petit fond de réserve que nous possédions pour parer aux éventualités fâcheuses et si fréquentes en missions, en l’employant tout entier à nourrir nos petits enfants pendant le long hiver que nous avons traversé”.

 

Ook het weer was goed geweest. Maar zonder voldoende geld kon het werk van de Heilige Kindsheid in China niet floreren.

   “Il vient de nous accorder une moisson comparativement bonne et je ne sais pas mais j’ai le pressentiment qu’il bénira tellement vos efforts, Mesdames, que l’augmentation de l’Oeuvre en Belgique pendant les années qui vont suivre permettra à l’Administration générale d’accorder un secours extraordinaire à la Mongolie et de liquider ainsi sa dette, seul moyen de mettre l’Oeuvre sur une voie régulière”.

 

Seminarie en weeshuizen

 

Xiwanzi lag midden in het missiegebied waarop ze zich met een handvol paters concentreerden. Er was een seminarie om jonge Chinezen op te leiden voor het priesterschap. Op diverse plekken vond je weeshuizen waar kinderen werden opgevangen. Chinese paters, die door de Lazaristen waren opgeleid, staken een helpende hand toe.

   “Notre séminaire de Siwantse est situé dans la partie centrale du Tcheli [Zhili]. En vingt jours on peut se rendre de notre séminaire dans le Koantong [Guandong], partie orientale de notre mission. Le Koantong est divisé en deux districts: au sud celui de Hiamiaoeulkeou – Pagode Inférieure – administré par Monsieur Van Segvelt; la Sainte Enfance y a un établissement qui compte une cinquantaine d’enfants; au nord celui du Hechoei [Zwarte Wateren] administré par Monsieur Hamer qui a également son asile avec vingt-quatre orphelins.

   Dans le Sik’eouwai [Xikouwai], partie occidentale de notre mission, nous avons également deux résidences: au nord celle de Chepaeultai à laquelle nous pouvons nous rendre en dix jours, au sud celle de Eulchesanhao qui n’est située qu’à quatre jours d’ici. Dans chacune de ces résidences nous avons un prêtre chinois auquel nous espérons adjoindre bientôt un prêtre européen”.

   De missie, leek, was in elk geval goed georganiseerd.

 

Uitbreiding naar het oosten

 

Natuurlijk waren er plannen om nieuwe missieposten te stichten. Jehol [Chengde] stond op het programma. In die stad waren al heel wat christenen.

   “Vous remarquerez, Mesdames, que c’est de Siwantse à la partie orientale que la distance est la plus considérable, aussi avons-nous l’intention d’établir sous peu une nouvelle résidence à Jehol, jolie ville avec résidence impériale, située à six jours d’ici.

   Nous détacherions cette ville et les environs du district de Hiamiaoeulkeou et nous ne doutons pas que d’ici à peu de temps elle devienne le centre d’une florissante chrétienté. Indépendamment d’un grand nombre de catéchumènes nous comptons déjà à Jehol environ deux cents chrétiens qui réclament avec les plus vives instances l’honneur de posséder au milieu d’eux un prêtre européen”.

 

6 Jehol

Ook in het westen van het missiegebied was meer dan werk aan de winkel om gehandicapte kinderen te helpen. Die liepen de rest van de familie maar in de weg.

   “La partie occidentale a deux asiles et une ferme avec des terres assez considérables mais de nulle valeur et d’un bien petit produit. La partie extrême du Sik’eouwai a quarante orphelins à sa charge et Eulchesanhao cent soixante-sept. La ferme sert d’hospice à dix ou douze petits malheureux estropiés de corps et d’esprit.

 

In Xiwanzi zelf was het nog drukker.

   “Tout naturellement l’Oeuvre a pris son plus grand développement au centre même du vicariat à Siwantse, séjour obligé du missionnaire. La Sainte-Enfance y a quatre-vingt-deux petites orphelines internes, cent dix-neuf placées en nourrice; dans le nombre des internes elle compte six insensées, sept aveugles, deux estropiées, toutes soignées par onze vierges chinoises.

   Si vous vous donnez la peine d’additionner les chiffres fournis, vous trouverez, Mesdames, un total de près de cinq cents enfants à la charge du vicariat de la Mongolie.

   L’Oeuvre a encore six baptiseurs et deux pharmacies: la plus importante est à Tchoukiakou ville située à douze lieues d’ici, l’autre à Siwantse même”.

 

De Belgische zelatrices moesten maar eens beseffen wat het allemaal kosttte om de Heilige Kindsheid in stand te houden.

   “Donnons à chaque enfant pour nourriture, habillements, chauffage 15 centimes par jour et nous aurons déjà dépensé à la fin de l’année 27 000 F. Il nous reste l’entretien des bâtiments, de nos pharmacies et de nos vierges si dévouées à l’Oeuvre. Ah! je vous laisse à juger Mesdames, ce qu’il faut de prudence et de parcimonie pour suffire à tout, même avec le beau subside de 30 000 F et pour ne pas contracter des dettes au nom de la Sainte-Enfance”.

 

Of ze wilden of niet, vanwege al die kosten waren de missionarissen gedwongen om zich zeer terughoudend op te stellen om nog meer jonge kinderen onder hun hoede te nemen.

   “L’état préciaire de l’Oeuvre m’a obligé à prendre des mesures extrêmes et douloureuses. Tous nos baptiseurs ont été suspendus de leur fonction jusqu’à nouvel ordre; ordre encore a été donné aux chrétiens spécialement mis aux aguets de ne plus rechercher les enfants païens et de n’en accepter qu’au cas où ils se croiraient complice de meurtre, s’ils ne les emportaient pas”.

 

Problemen oplossen

 

Als je Verbist mag geloven, leidde zijn aanpak tot een bijzondere situatie. “Op een dag trof ik alle vrouwen [‘maagden’] in tranen aan. Op hun knieën smeekten ze me om mijn besluit terug te draaien. Vier jonge meisjes waren kort daarvoor omgekomen”.

   Op verzoek bezocht de pater een oude vrouw. “Ze hield een meisje, bedekt met een grote sluier, vast. Plotseling scheurde ze de sluier weg en liet ons een klein monster zien. Het meisje, 24 jaar oud en nog geen meter lang, had twee vleesuitsteeksels in de vorm van hoorns op haar bovenlip. Het was afschuwelijk om te zien. De arme heidense vrouw probeerde haar kind steeds te redden, tegen de wil van haar familie.

   Ik ben oud zei ze. Ik ben aan het eind van mijn krachten. Ik kan niet langer vechten. Heb medelijden met dit kind en haar moeder. Als ik haar naar de familie moet terugbrengen, dan is dat haar dood”.

   Verbist besloot om het meisje op te nemen. “Geloof niet, dames”, rapporteerde hij, “dat dit kind geen intelligentie heeft. Ondanks het feit dat haar taal uit geschreeuw bestaat, kan ze zich goed uitdrukken. Nu leert ze de catechismus en wil gedoopt worden”.

   Verbist gaf meer voorbeelden. Het geld uit Brussel, leek de boodschap, was dus goed besteed. Brieven uit de missie hadden vaak een ‘wervend’ karakter.

 

7 Annalen KindsheidIn de Annalen vond je veel verhalen

 

In de tehuizen van de Heilige Kindsheid waren meestal uitsluitend jongens te vinden. Verbist legde uit waarom. Het had met de Chinese samenleving te maken. “Jongetjes worden verhandeld, verkocht, maar zelden aan christenen. Soms verkopen de mannen die, zoals ze ook vrouwen verkopen als ze niet meer genoeg hebben om hen te voeden. Anderen hopen er gewoon aan te verdienen”.

   In China waren vrouwen en kinderen het bezit van de man.

 

Verbist besefte dat ze met vier geestelijken niet overal tegelijk konden zijn. Maar de zelatrices hoefden zich geen zorgen te maken over het geld dat ze naar China stuurden. “We zullen een nieuwe missiepost nooit onbeheerd achterlaten. Er blijft altijd een vroom en ijverig persoon ter plekke, die voor de ongelovige kinderen zorgt”.

   De helpers van de missionarissen konden een cadeau verwachten. “Hetzij een groot kruisbeeld voor de familie, zeer in trek, een groot beeld of een mooie rozenkrans”.

   De aanpak van de Scheutisten was de afgelopen maanden niet zonder resultaat gebeleven. “Ik heb al een prachtig resultaat geboekt. Een van de  priesters, actief in de regio, overhandigde me een lijst van 277 doopsels”.

   Het aantal doopsels werd nauwkeurig bijgehouden. Elk jaar deed een missiebisschop verslag van het hetgeen hij bereikt had. Zo’n verslag werd in Frankrijk behandeld. Daar werd besloten hoe de subsidies over alle bisdommen ter wereld verdeeld werden. Als het tegen zat werd er om meer geld gevraagd. En ook als het goed ging. Dan kon er immers extra ‘gescoord’ worden.

 

Doop van een kind

 

Verbist zat op z’n praatstoel. In het verslag vertelde hij hoe hij er zelf in geslaagd was een kind te dopen. Elke kans moest je aangrijpen. “Samen met een jonge Chinese priester en een knecht was ik op weg. Ik was nog niet gewend om veel paard te rijden. Na een stuk rijden had ik er behoefte aan om even rust te nemen”.

   De Europeaan kwam in een Chinese herberg terecht. Daar heerste grote opwinding. Er was een kind met pokken. Zijn toestand baarde de ouders grote zorgen.  

   Verbist had tijdens zijn verblijf begrepen dat men een hoge dunk van de westerse wetenschap had. Daar kon je gebruik van maken. De vader van het kind kwam in actie. Blijkbaar hoorde de pater dat er eerst gediscussieerd en ruzie gemaakt werd. De vader diende zich vervolgens aan. “Le père vint me faire la prostration solennelle [de kowtow] et m’inviter à visiter son petit malade”.

   De missionaris wist wat hem te doen stond. Ogenschijnlijk onverschillig verklaarde hij zich bereid om het kind te onderzoeken. Daarvoor moest echter eerst het hoofd gewassen worden. Met het water werd het jongetje meteen gedoopt en kreeg de naam Augustus.

   De medische behandeling bleef echter zonder resultaat. “Le petit Auguste, bientôt après son baptême, était allé compléter dans le ciel la première petite phalange d’anges que j’avais eu le bonheur d’envoyer auprès de Dieu avec mission d’y représenter dans leur adoration et dans leur amour les membres de la famille la plus dévouée peut-être que la Sainte-Enfance compte en Belgique”.

 

De Scheut-overste vertelde in zijn lange brief nog van een andere bijzondere ervaring. Tijdens een van zijn tochten was hij in een dorp gekomen met zowel heidenen als bekeerlingen. Een oude vrouw had hem gevraagd of ze heidense kinderen mocht dopen als de ouders erom vroegen. Dat deed ze niet zo maar, hoorde de missionaris. Eenmaal gedoopt waren die kinderen intelligenter en aardiger dan toen ze nog heidenen waren. Dat had hij niet voor het eerst ontdekt. Christelijke kinderen, wisten de onderwijzers, hadden een meer ontwikkeld verstand dan heidense kinderen.

   “Les maîtres d’école ne s’en cachent pas, ils donnent aux enfants chrétiens une grande supériorité, reconnaissant qu’ils ont l’esprit bien plus développé, la conception bien plus facile que les enfants païens”.

 

8 Mongoolse wolfMongoolse wolf

 

Verbist vertelde ook van een jong meisje dat door haar ouders (in nood ?) achtergelaten was. Dat gebeurde wel meer, liet hij de vrouwen in Brussel weten. Zo werden ze een prooi van de wolven in de omgeving. Deze beesten, aldus de Belg, veroorzaakten bijna dagelijks onheil in de regio – tot in Xiwanzi toe. Daar was recentelijk een van de kinderen door een wolf opgegeten. Andere kinderen waren gebeten, tientallen schapen waren door de wolven gedood.

   “A Siwantse même malgré toutes les précautions des chrétiens un de leurs enfants en a été dévoré, cinq ou six autres mordus plus ou moins grièvement, et quarante-huit moutons ont péri sous leurs dents”.

   Het door hem gevonden kind was met veel liefde opgevangen. De maagden hadden het van top tot teen gewassen en haar fatsoenlijk gekleed.

 

De heidenen, aldus Verbist, waren vol bewondering voor hetgeen dankzij de Heilige Kindsheid mogelijk was geworden. “Ils admirent et louent une générosité et une tendresse don’t ils n’avaient pas idée et don’t ils sont incapables”. De Chinezen beseften echter zelf niet welke organisatie achter al dat goeds zat. Maar hij, Verbist, maakte steeds mee waartoe de giften van de Belgische zelatrices toe leidden. Van ‘boven’ werd het gewaardeerd.

   “Dieu seul le sait, et il sait aussi combien nous nous estimons maintenant heureux d’avoir contribué un peu peut-être au développement dans notre chère patrie, d’une Oeuvre si puissante pour lui rendre au ciel et sur la terre la gloire qui lui est due, et si efficace pour enrichir de mérites, celles qui comme vous, Mesdames, s’y dévouent”.

   In zijn lange brief nam de missieoverste dankbaar afscheid van de dames in België: “Veuillez agréer, Mesdames, l’assurence de notre vive reconnaissance et l’expression des sentiments de très haute considération avec laquelle j’ai l’honneur d’être, Mesdames, votre très humble et très obéissant serviteur”.

Verbist had zijn werk goed gedaan. De missie van Scheut werd vanuit de Heilige Kindsheid voortdurend ondersteund.

 

9 Sainte Enfance Notre DameSainte-Enfance in de Notre Dame (Parijs)

 

Harry Knipschild

19 april 2025

 

  • Raadplegingen: 124