Van 1995 tot 2000 studeerde ik in deeltijd geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Een van de colleges die ik er volgde was Amerikaanse geschiedenis met Eduard van de Bilt als docent. In die tijd kwam ik bovendien in contact met Ir. R.P. (Rob) Peters, de drijvende kracht achter de stichting Nederland – Verenigde Staten.
    Op verzoek van Peters verzorgde ik vanaf 1999 een column over onderwerpen en personen uit de Amerikaans-Nederlandse geschiedenis. Hieronder deel vier uit die reeks.
 
 
Dominee H.P. Scholte en zijn emigratie naar Pella op de prairie van Iowa
 
 
 
Pella was de hoofdstad van het Griekse Macedonië, de stad van waaruit Alexander de Grote zijn verovering van het Perzische rijk begon. Alexander de Grote heeft in Azië tientallen steden gesticht die hij meestal naar zichzelf, Alexandrië noemde.
    Maar in Israel aan de overkant van de Jordaan in de Decapolis bouwden de Macedoniërs een oud stadje (Bihil) om tot Pella. Toen de Romeinen onder Vespasianus in 70 na Chr. Israel veroverden, verlieten de Christenen de stad Jeruzalem en vonden een schuilplaats in Pella.
    ‘Pella’ werd synoniem voor toevluchtsoord. Dat bleef het tot in de negentiende eeuw, toen de Nederlandse dominee H.P. Scholte naar het Verre Westen van Amerika trok en daar een nieuw toevluchtsoord, een nieuw Pella, uit de grond stampte.
 
 
Soldaat en theoloog 1831-1832
 
 
Hendrik Pieter Scholte werd in 1805 in Amsterdam geboren. Zijn grootvader hield zich bezig met de raffinage van suiker, zijn vader fabriceerde kistjes voor de suikerindustrie. Hendrik werkte als leerling in de fabriek van zijn vader, maar hij was ook geïnteresseerd in kunst.
    In de jaren twintig overleden zijn vader, zijn grootvader, zijn moeder en zijn broer kort achter elkaar. In plaats van in de voetsporen van zijn (groot)vader te treden en fabrikant te worden, verkocht Scholte het familiebedrijf en verhuisde naar Leiden om daar theologie en filosofie te studeren, een misschien wat ongebruikelijke stap.
    Hij werd zelfs soldaat in 1831 toen de Leidse studenten, de Vrijwillige Leidse Jagers, deelnamen aan de Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen die zich onafhankelijk van Nederland verklaard hadden. Een jaar later, in 1832, kreeg Scholte zijn bul in de theologie. En op 20 december trouwde hij met Sara Brandt, de dochter van een voormalige (suiker)klant van zijn vader in Amsterdam.
 
 
15 1 Leidse Vrijwilligers
Vrijwillige Leidse Jagers
 
 
Afscheiding
 
 
H.P. Scholte werd als dominee beroepen in Doeveren en andere plaatsen in Noord-Brabant. Een teruggetrokken leven op het platteland was echter niet voor hem weggelegd. Scholte ging zich roeren in de godsdienstpolitiek van koning Willem I. Hij verzette zich tegen de vrijblijvendheid van de Nederlands Hervormde Kerk en hield vast aan de Dordtse Synode.
    Zóver ging het conflict dat het tot een Afscheiding kwam, waarvan Scholte samen met onder anderen predikant H. de Cock uit Ulrum de leider werd. Na veel geharrewar, waarbij Scholte werd vastgezet maar vrijgesproken door de rechtbank, vond in maart 1836 de eerste synode plaats van de afgescheiden kerken, en wel in Amsterdam in de suikkerrafinaderij ‘De Drie Fonteynen’, de fabriek van de weduwe van Brandt.
 
 
Aardappelziekte
 
 
Halverwege de jaren veertig ging het niet goed met Scholte. Zijn vrouw, moeder van vijf dochters, overleed op 37-jarige leeftijd. En in Europa brak de grote aardappelziekte uit die vooral katastrofaal was in Ierland, maar ook in Nederland onheil veroorzaakte. In 1845 kostte een mud aardappelen één gulden, een jaar later tien gulden!
    Menige Europeaan, inclusief Scholte, zag het einde der tijden naderen of op zijn minst een grote revolutie, en dacht aan emigreren. Een groep Nederlanders, onder leiding van Willem van der Hucht, trok naar Java en werd later bekend als de ‘Heren van de Thee’ (denk aan het boek van Hella Haasse). Maar ook Amerika, met godsdienstige vrijheid, lonkte.
    Dominee A. Hartgerink uit Toledo, Ohio, schreef een brief met het voorstel ‘eene Kolonie te vestigen met leeraren, kerken, scholen en alles’. Op 15 april 1846 werden in Arnhem de ‘Grondslagen der Vereeniging van Christenen voor de Hollandsche Volksverhuizing naar de Vereenigde Staten in N. Amerika’ opgesteld. Op eerste Kerstdag werd in Utrecht een vereniging van die naam opgericht.
 
 
Brieven uit Amerika naar Europa
 
 
Hendrik Baarendregt was op 2 oktober al vooruitgetrokken. Op 14 december 1846 schreef hij vanuit St. Louis aan de Mississippi aan zijn ‘zeer geachte Leeraar en Broeder in den Heere’. Na een zeer stormachtige reis was hij op 19 november in New Orleans aangekomen. “Merkelijk had de Heere ons bijgestaan”.
    Baarendregt maakte kennis met stoomboten die ‘hoe ook de wind waait, de schepen uit zee haalt’. Aan het thuisfront gaf hij goede raad wat toekomstige reizigers allemaal moesten meenemen: onder andere boter, kaas, suiker, pruimen, zoete koek, jenever, mosterd, zout, koffie en thee, ‘alsmede eenige huismiddelen voor ongesteldheid’.
 
 
H. P. Scholte arriveert in New York en Iowa
 
 
15 2 H P Scholte
H.P. Scholte
 
 
Al in mei 1847 was Scholte zelf in New York en tevreden kon hij aan Utrecht melden: “De kerken zijn hier alle uitmuntend, en het gezang heerlijk”.
    Scholte was lyrisch over een nieuw gebied bij St. Louis: “In Iowa zijn de verkiezingen der regeringspersonen voor den nieuwe staat ten einde gebragt, en zoo ik verneem op zeer goede menschen gevallen. Het volk van Iowa heeft met overgrote meerderheid gestemd tegen de toelating van huizen waar men sterke drank verkoopt… Men houdt dit als bewijs van de meerdere zedelijkheid en deugdelijkheid van dien staat”.
    Het duurde dan ook niet lang of Pella in Iowa werd het toevluchtsoord waar Scholte en anderen van gedroomd hadden. Scholte koos de namen voor alle straten, bouwde er zijn kerk, opende een bank en begon een krant. De dominee werd postbode, notaris, school-inspecteur en makelaar in land. En uiteraard was hij geïnteresseerd in de politiek. Op 4 maart 1861 was hij zelfs present bij de inauguratie van president Abraham Lincoln in Washington.
 
 
Slangen, indianen, kaas, cash en wolven
 
 
Op 26 mei 1922 blikte Marie Hasselman, 84 jaar oud, in Pella’s Weekblad nog eens terug op die eerste jaren in Pella. Ze herinnerde zich de prairiebranden en de slangen. Indianen kwamen bedelen om eten maar ze hielden niet van koekjes!
    Een groot probleem voor de Nederlanders was de Engelse taal. Zo had een Nederlander een paard geruild voor twee koeien en een heleboel ‘cash’. De man was tevreden en vertelde over zijn transactie aan zijn vrouw, maar die was boos – wat moesten ze met zoveel ‘kaas’ doen, die zou alleen maar bederven. De man werd teruggestuurd om een betere deal te maken, totdat hij het misverstand begreep.
    Marie Hasselman was blij dat er in Pella ’s nacht geen wolven meer om hun houten huis huilden, die waren nu verder naar het westen getrokken. Ze had met haar vader dominee Scholte horen preken in Pella. En ze was blij dat haar ouders indertijd van hun ouders toestemming gekregen hadden voor de gevaarlijke reis naar Amerika. De toestemming was slechts verleend op een bijbels citaat: “U zullen, also op Mozes beên, wanneer uw pad loopt door de zee, geen golven overstromen”…
 
 
15 3 Pella in onze tijd
Pella in onze tijd
 
 
Harry Knipschild, augustus 2000, 4 maart 2017
 
Clips
 
* Pella, Macedonië
* Pella, Iowa, 2011
* Oud-Nederlands praten in Pella
 
Dit artikel werd in september 2000 gepubliceerd in het Informatiebulletin van de stichting Nederland – Verenigde Staten