De jaren zeventig waren een goeie tijd voor de muziekbusiness. Steeds meer nieuwe popgroepen manifesteerden zich met succes. Hun aanhangers gingen albums in plaats van singles kopen – of erbij. Denk aan internationale namen als Crosby, Stills, Nash & Young, Deep Purple, Pink Floyd, Fleetwood Mac, ABBA, Eagles, Queen, Jethro Tull, Led Zeppelin, Dire Straits, Supertramp, Roxy Music enzovoort.
   De fans beschikten over meer geld dan ooit om een grote verzameling elpees naast hun stereo-installatie neer te zetten. Voor in de auto kochten ze vaak voorbespeelde musicassettes, dan hoefden ze geen moeite te doen om hun elpees thuis op cassette over te zetten. Van sommige artiesten bestond de totale omzet voor soms een kwart uit mc’s.
 
 
 
Punk en disco
 
 
Tegen het eind van de seventies veranderde de situatie door twee stromingen. Met name de Britse muziekpers maakte zich sterk voor (Britse) punk-muziek. Groepen als de Sex Pistols en de Clash werden nadrukkelijk naar voren geschoven. Wie niet voor punk viel ging niet meer met de tijd mee, was de stelling.
   Zeker buiten het Verenigd Koninkrijk sloeg punk ondanks alle aandacht in de (voornamelijk geschreven) media niet erg aan. De singles van de punk-groepen hadden vaak meer een anarchistisch en links-agressief karakter dan een aansprekende melodie met bijbehorende tekst. ‘Iedereen’ ging wel kijken uit interesse of om er bij te horen. Maar buiten het eigen Britse land kwamen er geen punk-albums op de markt die in mega-aantallen over de toonbank gingen. Punk-musicassettes werden in Nederland zelfs nauwelijks verkocht.
 
 
  319 1 Saturday Night Fever
 
 
De tweede stroming was disco-muziek. De media, die punk prezen als vernieuwend, zetten zich scherp af tegen deze nieuwe vorm van dans-muziek. Disco was immers commercieel en dat was, zeker in die tijd, een vies woord.
   Het platenkopend publiek, van zeer jong tot behoorlijk oud, liet zich in die tijd buiten Engeland door de pop-critici maar weinig beïnvloeden. Disco-artiesten als Gloria Gaynor en Donna Summer braken door. Na verloop van tijd kon een all-round act zich nauwelijks meer permitteren om disco-muziek te negeren in zijn of haar aanpak.
   De grootste verkopen waren er voor de soundtracks van drie disco-films: ‘Saturday Night Fever’, ‘Grease’ en ‘Thank God it’s Friday’. Uit eigen ervaring weet ik [HK] dat er van die eerste twee albums in die tijd elk (veel) meer dan 700.000 dubbelalbums verkocht werden. Het cassette-aandeel was hoog. Singles als ‘Grease’, ‘You’re the one that I want’, ‘Night Fever’, ‘Staying Alive’ en ‘Last Dance’ waren niet aan te slepen. Disco-muziek was, in tegenstelling tot punk (en new wave), populair bij een groot gedeelte van de bevolking.
 
 
Veranderingen
 
 
Het enorme succes van de disco film-soundtracks was aanleiding voor een nieuwe manier van denken in de top van de muziekindustrie. In de New York Times legde Hugh Prestwood het in 1990 vast:
   “When I first came to New York, record companies were signing a lot of offbeat acts, never thinking ‘platinum’ but rather that they might sell 10,000 to 20,000 units initially and later on maybe break 100,000. Trying to find a ‘literate’ audience with those numbers in mind was realistic. This was the climate when acts like Bob Dylan and Joni Mitchell were signed. But in the 70’s monster albums (like the Bee Gees’ ‘Saturday Night Fever’, among others) began to reorient the record companies’ thinking about how to make the most money. The end result of this thinking is that today acts that aren’t believed to have platinum potential don’t get signed by major labels”.
   Met andere woorden: platenmaatschappijen bouwden geen acts meer van de grond op. Ze gingen alleen nog maar voor mega-bestsellers. De stelling van Prestwood is een beetje overdreven, maar in de kern geef ik [HK] hem gelijk.
 
Behalve ‘gemakzucht’ waren er nog meer redenen voor zo’n policy op het hoogste niveau. De studio’s werden steeds beter. Dat was mooi natuurlijk. In plaats van op twee sporen-recorders op te nemen, kwam er apparatuur met vier sporen, acht sporen, zestien sporen, 32 sporen enzovoort. De mogelijkheden om de best mogelijke sound tot stand te brengen leken haast onbeperkt. Maar de techniek moest wel betaald worden. De prijzen van studio-uren schoten omhoog. Bovendien deden de groepen er mede daardoor steeds langer over om een album te voltooien.
   In de tijd dat de studiokosten nog betrekkelijk laag waren, hoefden de platenmaatschappijen ook nog geen hoge royalties te betalen. Zo had de industrie alle ruimte om met nieuw talent te experimenteren. Dat veranderde toen de artiesten gedurende langere periode de studio in wilden, om steeds hogere royalties (en voorschotten op die royalties) vroegen en de productie in eigen hand wilden nemen.
   De artiesten wilden ook steeds meer ‘rechten’. Mochten ze bijvoorbeeld wel ‘gedwongen’ worden om hun songs (‘eeuwig’) onder te brengen bij een muziekuitgeverij, die soms eigendom van de platenmaatschappij was? Was de platenmaatschappij, die de opnamen financierde, wel (blijvend) eigenaar van de muziek die de artiesten tot stand hadden weten te brengen?
  
‘Saturday Night Fever’ en de andere soundtracks waren eenmalige projecten. De topmensen in de muziekindustrie deden met name in Amerika grote investeringen in fabrieken en distributiecentra omdat ze ervan overtuigd waren dat de bomen tot in de hemel zouden blijven groeien. Dat was evenwel niet het geval. Vanaf 1980 kwam de muziekindustrie in een ongekende crisis terecht. Die werd nog versterkt doordat de consumenten steeds meer muziek thuis gingen kopiëren.
   De komst van de compact-disc leek de redding, maar veel verkoop vond plaats door herexploitatie van bestaand repertoire. De mensen deden afstand van hun oude langspeelplaten en schaften hun dierbare ‘oude’ muziek op cd aan.
 
 
319 2 Thriller
 
 
Het moge duidelijk zijn: de marges kwam onder druk te staan. Voor medewerkers van platenmaatschappijen werd het moeilijker om te experimenteren met creatieve beginnende acts. Ze werden er op allerlei manieren toe aangezet om ‘op zeker’ te gaan. Dat gold ook voor de mensen aan de top van de bedrijven. De aandeelhouders vervingen in zekere zin muziekliefhebbers door advocaten, accountants en marketeers, die weinig of geen echte band met de artiesten hoefden te hebben. Alles draaide maar om één ding: de jacht naar die mega-seller. Die behoorde je in huis te hebben. Met steeds minder artiesten en platen moest je steeds meer omzet maken.
   ‘Thriller’ van Michael Jackson was een mooi voorbeeld. Country & western-artiest Garth Brooks gaf anno 1992 een mooi inkijkje in het reilen en zeilen aan de top, zoals bij Sony, het Japanse concern dat CBS Records gekocht had. “De hele muziekbusiness maakt zich zorgen over wat Michael Jackson heeft aangericht. Sony heeft bijna een miljard dollar in zijn carrière voor de komende tien jaar geïnvesteerd, maar ‘Bad’ heeft precies de helft verkocht van [voorganger] ‘Thriller’ – en ‘Dangerous’ doet het nog minder. Begrijp me goed, Michael is qua verkoopcijfers een verhaal apart, maar wat heb je er als platenmaatschappij aan als al die wereldrecords de investering nog niet terugverdienen?”
 
Janis Ian, aan wie dit artikel als voorbeeld gewijd is, typeerde de nieuwe aanpak in 2002 als volgt: “Je hebt heel slimme mensen in de platenindustrie. De hele bedrijfstak is veranderd. De laatste jaren zijn veel muziekbedrijven, ook in de VS, in buitenlandse handen geraakt. Mensen werken niet meer hun hele carrière bij hetzelfde bedrijf. Ze komen binnen vanuit een bedrijfskundige opleiding en ze laten op de muziekwereld hun corporate business model los”.
 
Popjournalisten zetten zich meer en meer af tegen de conservatieve aanpak van de muziekindustrie, die nieuw echt creatief talent nauwelijks kansen bood. Veel groepen gingen hun eigen albums maken en lieten die vaak via kleine maatschappijtjes (indies) distribueren.
 
 
Janis Ian bij Verve Records
 
 
Zangeres Janis Ian (ware naam Janis Fink, geb. in New York, 7 april 1951) maakte de boven genoemde ontwikkelingen persoonlijk goed mee. In de jaren zestig experimenteerde Verve Records (onderdeel van MGM) lustig met bijzonder talent. Unieke acts als de Mothers of Invention (met Frank Zappa), Tim Hardin, Richie Havens, Blues Project en Velvet Underground (met Lou Reed en John Cale) kregen er een kans. Het streven was niet om onmiddellijk een top 40 hit te creëren maar gewoon bijzondere dingen te doen.
   Janis Ian kwam eveneens bij Verve terecht.
 
 
319 3 Janis Ian Societys Child
 
Janis was anno 1967 een jong meisje met unieke ideeën, die zich vooral uitten in gewaagde onderwerpen. Popjournaliste Loraine Alterman, werkzaam bij de Detroit Free Press, legde het vast: “It’s almost frightening how hip Janis Ian is at the age of 15. Not many 40-year-olds perceive as much as this New York singer and writer. Just listen to her first album called simply ‘Janis Ian’ (Verve) and you’ll know what I mean.
    Janis first achieved a degree of fame - to some it was notoriety – for her first single, ‘Society’s Child’, which is included in the album. The song tells about a white girl who is dating a negro boy, but lets society pressure her into dropping him.
    Most radio stations around the country refused to play it (they figure they’re not in business to offend anyone), but it was a beautifully and tastefully done record. And it showed that here was a girl with guts and talent.
    Although Janis is tiny - under five feet tall – she’s got a lovely voice and she interprets her songs with wit and charm - and sarcasm when need be.
    Subjects of the songs range from a prostitute (‘Pro Girl’) to a girl unwanted by her parents (‘Janey’s Blues’). In the latter the mother goes to the club to play golf and the father stays home to play with the maid. The parents ‘stayed together for the sake of the child’, Janis says, but the child is still rejected.
    One of the Janis’ main themes is the great gap in understanding between older and younger people. Her lyrics show a maturity way beyond her years. Watch out for Janis Ian. She’s going to shake up a lot of people, just as Bob Dylan did”.
 
Ondanks de afwezigheid van ‘airplay’ wisten de mensen van Verve, onder wie de ‘zwarte’ a&r-man Tom Wilson en general manager Jerry Schoenbaum, te scoren. De single ‘Society’s Child’ van Janis Ian bereikte zowaar een veertiende plaats in de hitlijst van Billboard. Het was een productie van Shadow Morton, die eerder de Shangri-Las en wat later Vanilla Fudge op de plaat vastlegde.
 
 
Janis Ian op Columbia Records: At seventeen
 
 
319 4 Janis Ian At Seventeen
 
Na ‘Society’s Child’ verscheen Janis Ian jarenlang niet meer met singles of albums in de bestseller-lijsten. Het leek wel of het jonge meisje een eendagsvlieg geweest was. Na diverse niet te verkopen albums kwam er een einde aan haar loopbaan bij Verve. Een langspeelplaat bij Capitol in 1971 was even weinig succesvol als haar recente muzikale producten bij die eerste platenmaatschappij.
    In 1973 bracht Roberta Flack het kleine zangeresje terug in de spotlights door ‘Jesse’ als opvolger van ‘Killing me softly with his song’ als single uit te brengen. Wellicht was dat aanleiding voor CBS Records om Ian onder contract te nemen. Voor die platenmaatschappij maakte Janis Ian albums als ‘Stars’, dat het redelijk deed, en ‘Between the lines’ dat haar in 1975 naar de top bracht.
    De single ‘At Seventeen’ was geen commercieel liefdesliedje, integendeel. Daarin zong Janis onder meer: “I learned the truth at seventeen. That love was meant for beauty queens. And high school girls with clear skinned smiles”.
    In ‘At Seventeen’, een Amerikaanse nummer één hit beschreef Janis zichzelf als een lelijk en onaantrekkelijk meisje: “We all play the game, and when we dare. We cheat ourselves at solitaire, inventing lovers on the phone, repenting other lives unknown, that call and say - come on, dance with me, and murmur vague obscenities - at ugly girls like me, at seventeen”.
 
Bij ons was ‘At Seventeen’ geen hitsingle. Maar ‘Fly too high’ (1979), ‘The other side of the sun’ (1980) en ‘Don’t leave tonight’ (een door Eric Boom geproduceerd duet met Conny Vandenbos, eveneens in 1980), haalden wél de top 40 in Nederland.
 
 
319 5 Janis Ian met Eric Boom kopie
Janis Ian met Eric Boom
 
 
Een nieuwe tijd voor Janis Ian
 
 
In Amerika ging het anders. Na ‘At seventeen’ verscheen Janis Ian niet meer in de hitlijsten. In de ontwikkelingen na ‘Saturday Night Fever’ en ‘Grease’, waarbij de muziekindustrie meer en meer mikte op mega-sellers, kreeg de zangeres (waarschijnlijk) geen gehoor meer bij de grote platenmaatschappijen. Voor zover ze nog muziek maakte verschenen haar opnamen bij kleine bedrijfjes.
    Haar privéleven was zonder de gebruikelijke muziekbusiness-glamour. Na een mislukt huwelijk (1978-1983) begon ze in 1989 een vriendschap met een vrouw. In 1993 kwam Janis formeel uit de kast en in 2003 trad ze met haar vriendin in het Canadese Toronto in het huwelijk.
    In een Oor-interview, anno 1979, gaf de artieste al aan anders te zijn – ‘een vrouw die zich bewust is van haar eigen kracht’.
 
 
Internet
 
 
Door de ontwikkelingen met het internet ontstond er een nieuwe situatie in de muziekbusiness. Weldra kon je muziek gratis downloaden. Jeroen van Bergeijk in 2000: “Dankzij het razend populaire programma Napster is het tegenwoordig een fluitje van een cent gratis aan de allernieuwste muziek te komen. Napster is een programma om MP3-bestanden uit te wisselen. Napster fungeert als een intermediair tussen internetgebruikers”.
    In NRC Handelsblad gaf Herbert Blankesteijn later meer details: “In 1999 richtte Shawn Fanning, een 19-jarige student, Napster op, een bedrijf dat het uitwisselen van muziek naar een nog niet eerder vertoond niveau bracht. Op de website van Napster kon je geen muziek downloaden, maar wel een programma. Aan dit programma kon je, zodra het was geïnstalleerd, kenbaar maken welke bestanden je op je eigen pc wilde delen met andere Napster-gebruikers – via internet.
   Napster maakte een database waarin stond welke liedjes bij wie te vinden waren, en de klanten konden vanaf hun pc deze database doorzoeken. Was de bezitter van een gezocht deuntje online, dan kon het downloaden beginnen. Dat ging zonder tussenkomst van de bedrijfscomputer van Napster, rechtstreeks van de ene gebruiker naar de andere – peer to peer oftewel p2p.
   Binnen de kortste keren had Napster tientallen miljoenen gebruikers die muziek uitwisselden of hun leven ervan afhing”.
 
 
319 6 Napster
 
De top van de muziekindustrie verzette zich. Aan de lopende band probeerde bijvoorbeeld de Recording Industry Association of America (RIAA) een einde aan de optredende ‘misstanden’ te maken. Een goed verkopende act als de Duitse groep Metallica voelde zich benadeeld door het substantieel terugvallen van inkomsten en stelde zich met succes op achter het RIAA-optreden.
    Marie-José Klaver, eveneens in 2000: “Door de vele processen die de RIAA, die honderden platenmaatschappijen vertegenwoordigt, aanspant tegen MP3-websites en bedrijven als Napster.com ontstaat de indruk dat MP3 een illegaal medium is. Dat is natuurlijk niet zo. Wie een cd of een cassette koopt, mag een kopie voor eigen gebruik maken. Pas wanneer de gekopieerde muziek verspreid wordt, dat wil zeggen aan anderen gegeven of verkocht of in het openbaar afgespeeld, moeten er auteursrechten aan de makers worden betaald. Er zijn ook artiesten die hun muziek gratis in MP3-formaat aanbieden”.
    Een van de eerste artiesten die dat al eerder gedaan had was de creatieve cameleon David Bowie, die de tijdgeest zoals altijd goed aanvoelde. Al in 1996 legde Jeroen van der Kris vast: “De nieuwe single van David Bowie, ‘Telling Lies’, is uitsluitend verkrijgbaar op Internet. Liefhebbers kunnen het nummer gratis downloaden; Bowie vraagt er geen geld voor. De enige die geld zal verdienen is de PTT. Met een gemiddelde computer en modem kost het al gauw een uurtje of twee om het bestand binnen te halen. Maar dan kun je ook genieten van cd-kwaliteit”.
 
 
319 7 Bowie Telling Lies
 
Janis Ian en het gratis downloaden
 
 
In het begin van het nieuwe millennium, 2002, liet ook Janis Ian van zich horen. Haar grote succes dateerde al weer van een kwart eeuw daarvoor. Een interview met de zangeres liet journalist Herbert Blankesteijn dan ook beginnen met de woorden: “Grote hits heeft Janis Ianis na de jaren zeventig (‘At seventeen’, ‘Run too fast’) niet meer gehad”.
    Dat had haar carrière echter niet wezenlijk in de weg gestaan: “Ze maakt nog altijd platen en treedt regelmatig op”. Door het gratis downloaden van muziek had haar loopbaan naar eigen zeggen juist een positieve wending genomen. Op basis van die ervaringen schreef Janis een artikel – in eerste instantie voor het vakblad Performing Songwriter Magazine. Maar door het nieuwe medium, het internet, gingen haar woorden de hele wereld over. 
   Blankesteijn: “Dit jaar heeft ze op internet een hartstochtelijk pleidooi gehouden voor het gratis downloaden van muziek. Het artikel waarin ze dat deed is inmiddels in negen talen vertaald en heeft op meer dan duizend sites gestaan. De interviewers staan weer in de rij, en de verkoop van haar cd’s is verdrievoudigd”.
 
Janis Ian stelde zich, zoals in liedjes en interviews altijd al gebleken was, strijdbaar op in de spraakmakende publicatie. “Ben ik bang vrienden en kansen te verliezen, of mijn tiende Grammy-nominatie, door dit artikel te publiceren? Nou en of. Maar soms zijn dingen gewoon verkeerd, en als ze zo verkeerd zijn, moet iemand er wat van zeggen”.
   Aan de medewerker van NRC Handelsblad legde de artieste telefonisch uit: “Ik ben begonnen met research voor dat artikel in de veronderstelling dat het gratis downloaden slecht was. Na drie maanden onderzoek had ik de tegenovergestelde mening: gratis downloaden is waarschijnlijk het beste dat de industrie is overkomen sinds de uitvinding van de grammofoonplaat.
   Downloaden is niet schadelijk voor de industrie, maar juist gunstig. Ik weet niet of dat eeuwig zo blijft, maar als op dit moment iets gratis te downloaden valt, bevordert dat de verkoop. Naar aanleiding van mijn eigen artikel ben ik zelf nummers gaan aanbieden. Daarop zijn de verkoopcijfers van mijn cd’s met 300 procent gestegen, en dat zijn juist de cd’s waarvan ik nummers weggeef. En afgezien van het introduceren van gratis downloads hebben we niets veranderd, dus daar moet het door komen”.
 
Janis Ian stond niet meer onder contract bij een grote platenmaatschappij, die erop uit was grote aantallen van een nieuwe cd te verkopen. Zoiets was voor haar al lang niet meer weggelegd. Daarom kon ze over de nieuwe ontwikkelingen zeggen: “Toen Napster [inmiddels opgekocht en onschadelijk gemaakt door het Duitse bedrijf Bertelsmann] nog bestond, had ik te maken met honderd jongelui per maand die bij Napster een of meer liedjes van me hadden gedownload, en dan naar mijn site kwamen. Van die honderd per maand kochten er vijftien een cd. Geen platenmaatschappij doet moeite voor 180 cd’s per jaar. Maar dat leverde me $2.700 op, en voor mij is dat veel. En dat alleen al via de [eigen] site; extra verkoop in de winkels zit daar niet bij. Ook tel ik niet de mensen mee die zo naar mijn optreden zijn gekomen.
   Ik snap niet dat platenmaatschappijen niet zien dat Napster iets geweldigs had kunnen zijn voor de verkoop, als ze ermee hadden samengewerkt. Als de muziekwereld via Napster een stuiver per download had gevraagd, hadden ze een half miljoen dollar per dag verdiend, zonder kosten. In plaats daarvan hebben ze Napster willen beteugelen”.
 
Je kon nog verder gaan, bedacht de journalist. Hij vroeg haar: “U biedt een aantal nummers aan op uw site. Zou u nog cd’s verkopen als u de hele inhoud van uw cd gratis beschikbaar zou stellen?”
   Janis Ian: “Daar zijn studies naar gedaan, en sommige zeggen van wel en andere van niet. De meeste studies die er zijn, zijn gemaakt door mensen die iets tegen downloaden hebben en hun onderzoek doen met als enige doel in de rechtszaal aan te tonen dat downloaden schade oplevert. Maar toen Napster werd uitgeschakeld, daalden de muziekverkopen in de twee maanden daarna met een procent of vijf. In de twee jaar daarvoor stegen de verkopen. Aan die statistieken werd niet gerefereerd”.
   De artieste was bereid om verder te gaan zodra dat mogelijk was. “Wij kunnen om technische redenen niet meer dan een nummer per week aan mijn site toevoegen. Over een jaar wordt het interessant, als mensen op mijn site een hele cd bij elkaar kunnen sprokkelen”.
 
 
‘Meer inhoud’
 
 
Was die technische ontwikkeling dan niet gevaarlijk voor de muziekbranche, luidde de vraag.
   Ian: “Je houdt het niet tegen, daarom moet je het leren gebruiken. De filmindustrie is slim geweest. Ze hebben geprobeerd het opnemen van films op video onmogelijk te maken, maar de rechter heeft dat verhinderd. Toen zijn ze 180 graden gedraaid, en ze zijn films op video gaan verhuren en verkopen. Dat levert nu meer geld op dan de exploitatie in de bioscopen.
   Om dvd’s geaccepteerd te krijgen moesten ze meer inhoud bieden. Als je nu een dvd koopt krijg je een massa extra’s. Gesprekken backstage, een interview met de regisseur, screentests, noem maar op. Een film downloaden heeft geen zin als je al die extra’s kunt krijgen voor twintig dollar. Dat zouden wij ook moeten doen, opgevoerde cd’s, met live-opnamen, clips van de artiest, backstage-opnamen en dat soort dingen. Ik geloof dat de meeste concurrenten zo’n verrijkte cd zouden kopen ook als ze alles zouden kunnen downloaden”.
   Was er dan niemand die last had van gratis downloads?
   “Hooguit een paar supersuccessen als Celine Dion. Wij profiteren ervan. Elke groep of artiest die geen contract kan krijgen bij een grote maatschappij, kan nu een miljoenenpubliek bereiken voor weinig geld, cd’s verkopen en mensen naar concerten halen”.
  
 
Optredens worden belangrijker voor inkomen
 
 
Bewust of niet bewust, Janis Ian had intussen ontdekt dat het geven van concerten voor je inkomsten als artiest belangrijker aan het worden was dan het verkopen van cd’s. Aan Sheila Gogol van Oor bekende ze in 1979 nog onomwonden: “Ik vind optreden stom werk. Als vak heb ik gekozen liedjes te schrijven. Maar helaas moet ik, om platen te kunnen maken, optreden”. In 2002 haalde ze mensen naar haar concerten door haar liedjes gratis op het internet te zetten.
   Het zingen van je eigen liedjes op de bühne leverde bovendien auteursrechten op, een andere bron van inkomsten. Janis Ian: “Ik ben niet voor downloaden zonder toestemming van de artiest. Ik ben niet tegen auteursrechten. Ik ben wel tegen de voorstelling van zaken die de RIAA geeft, dat ze optreden in het belang van de artiesten. Ik heb de pest in dat zoveel van mijn muziek niet meer te krijgen is, behalve illegaal op internet”.
   Janis Ian moest besefte dat ze praktisch moest zijn. In 1979 legde ze nog uit: “Ik zou tevreden zijn als ik mijn tijd kon besteden aan schrijven en platen maken”. Nu moest er weer ouderwets gewerkt worden en op alle mogelijke manier centjes binnen halen. 
 
 
319 8 RIAA
 
Tip van Janis
 
 
Janis had nog een tip voor de grote platenmaatschappijen, waar ze in het verleden een onderdeel van was: tegen een lage vergoeding downloaden.
   Ian: “Ik geloof dat de meerderheid van consumenten graag betaalt als ze op een site kunnen vinden wat ze zoeken. De prijs moet dan redelijk zijn en het betalen makkelijk. Bij een lagere prijs per stuk verkoop je veel meer en verdien je meer geld: dat is kapitalisme op zijn best. De fout die mijn branche maakt, is dat ze die grote hoeveelheden willen verkopen voor een hoge prijs.
   De muziekindustrie moet een gezamenlijke site oprichten, waar je voor een fractie van een dollar per nummer alles kunt downloaden. Op zo’n site zou je ook materiaal kunnen zetten dat niet meer verkrijgbaar is op cd. Op dit moment kunnen artiesten niets doen met muziek die niet meer leverbaar is, omdat de contracten met de platenmaatschappijen dat verbieden. Die muziek is nu dood, afgezien van de verkrijgbaarheid op internet. Laten ze nou een jaar met zo’n site experimenteren. Anders weten we nooit wat er gebeurt”.
   Janis Ian wist dat ze niet de enige was die er zo over dacht. “Ik ken een behoorlijk aantal artiesten die het met me eens zijn, maar niet zoveel die dat hardop durven zeggen. Ook hardwaremakers hebben gebeld en steun betuigd, en of ik hun telefoontje geheim wilde houden. Zelfs managers van platenmaatschappijen lieten me weten dat ze het volkomen met me eens waren, maar dat ik hun naam niet mocht gebruiken. Alanis Morisette heeft getuigd bij het Congres dat de muziekindustrie niet voor haar sprak. Dat is heel dapper, maar je moet gearriveerd zijn om je dat te kunnen permitteren”.
 
 
319 9 Alanis Morisette
Alanis Morisette
 
 
***
 
 
Het artikel en het telefonische interview met iemand als Janis Ian, dat Herbert Blankesteijn op 6 september 2002 in NRC Handelsblad liet afdrukken, gaf mijns inziens een mooi beeld van de ontwikkelingen die in steeds hoger tempo plaatsvonden rond de millennium-wisseling.
   Dankzij de nieuwe digitale technieken zijn de ideeën van de songwriter en zangeres anno 2018 al meer verwezenlijkt dan ze toen in haar uitspraken voor mogelijk hield. De verkoop van schijven, cd’s of vinyl, zijn al lang niet meer de belangrijkste bron van inkomsten en daardoor het hoogste doel van popmuzikanten. In onze tijd wordt er vooral geld verdiend met ouderwetse optredens, vroeger een doel om platen te verkopen. En natuurlijk nog veel meer met het verwerven van rechten, via het internet (streamingdiensten als Spotify) en andere vormen van merchandising.
  
Harry Knipschild
7 februari 2018
 
Clips
 
* Janis Ian, Society's child, 1967
* Roberta Flack, Jesse
* Janis Ian, At seventeen, 1976
* Janis Ian, Fly too high, 1979
* Alanis Morisette, Hand in my pocket
* Napster-documentaire, New York Times
 
Literatuur
 
Lorain Alterman, bespreking eerste album van Janis Ian, Detroit Free Press, 26 maart 2967
‘Jerry Schoenbaum’, Record World, 20 juli 1968
Robin Katz, ‘Janis Ian: The Ugly Duckling That Laid A Golden Egg’, Sounds, 5 juni 1976
Caroline Coon, ‘Society’s Child Grows Up’, Melody Maker, 12 juni 1976
Sheila Gogol, ‘Janis Ian: ‘Het is een akelig gevoel om verantwoordelijk te zijn voor het gevoelsleven van wereldvreemden’, Oor, december 1979
Hugh Prestwood, ‘Aiming at the majority’, New York Times, 25 februari 1990
Jip Golsteijn, ‘Cowboy [Garth Brooks] op 1’, Telegraaf, 8 februari 1992
Owen Keehnen, ‘At 42: Lesbian Legend Janis Ian Comes Out’, Chicago Outlines, september 1993
Jeroen van der Kris over nieuwe single van David Bowie, NRC, 12 september 1996
Jeroen van Bergeijk over Napster, NRC, 18 februari 2000
Marie-José Klaver over Napster, NRC, 29 mei 2000
Herbert Blankesteijn, ‘Janis Ian verdient aan gratis downloaden. Je bereikt een miljoenenpubliek’, NRC, 6 september 2002
Herbert Blankesteijn over Napster, NRC, januari 2004
Willem Bemboom, ‘Janis Ian’, Aloha, november 2004