Zoeken

 
 
In 1969 maakte Jack de Nijs als ontdekker, liedjesschrijver en producer zijn eerste grote hit. In dat jaar bereikte ‘Antoinette’ van Leo den Hop een klassering in de top 10 van de Veronica top 40. Je kunt het verhaal vinden in deel 1 van de serie over Jack de Nijs.
   Het bleef niet bij Leo den Hop. Binnen een paar jaar was de naam van Jack de Nijs en JR Productions, het bedrijf dat hij samen met Henk Voorheijen (1939-2012) runde, verbonden met artiesten en groepen als Clover Leaf, Moan, Road, Nick MacKenzie, André Moss, Peter Wiedemeijer, Tony Bass, Sjakie Schram, Ria Valk, Donna Lynton, Cock van der Palm, Jack Jackson, Jan Boezeroen, de Shorts, Zangeres zonder Naam en Wil de Bras. En natuurlijk Jack Jersey, hij zelf als een Nederlandse Elvis Presley.
   Een andere ontdekking was die van het duo Frank & Mirella, Frank Mortiers en Mirella Jacobs. Frank kwam op 29 juni 2017 op bezoek en vertelde mij [HK] een verhaal over zijn leven en muzikale loopbaan, waar Jack de Nijs een belangrijke rol in speelde.
 
 
301 1 Frank Mortiers
Frank Mortiers
 
 
 
Opera en Italiaanse muziek
 
 
Frank Mortiers, op 25 juli 1945 in Bergen op Zoom geboren (Lievevrouwestraat), groeide als kind niet op in een gezin met popmuziek. Zijn vader hield wél van opera, vooral grote stemmen als Beniamino Gigli. Op zondagmiddag werd er thuis naar het opera-programma van de Vlaamse radio geluisterd. Frank werd aangemoedigd om in een knapenkoor te gaan zingen. Als leerling van de mulo ging hij tevens regelmatig onder leiding van een actieve leraar naar de Vlaamse Opera, niet ver weg in Antwerpen, waar hij opvoeringen meemaakte van ‘Faust’, ‘La Bohème’, ‘Aida’ en de ‘Parelvissers’ van Bizet.
 
Frank kon zich nog goed herinneren hoe hij op de lagere school voor eerst bewust in aanraking kwam met populaire Italiaanse platen, die zijn oudere zus van vakantie had meegebracht. Enzo Gallo (‘La Pansé’) en Renato Carosone (‘Ricordate Marcellino’) waren de namen van Italiaanse artiesten die hij in die tijd leerde kennen en die hem altijd bij waren gebleven.
   Italiaanse muziek was populair in de westerse wereld in die tijd. Domenico Modugno (‘Volare’, ‘Piove’) maakte indruk tijdens het Eurovisie Songfestival. Rocco Granata (‘Marina’), Tony Dallara (‘Come Prima’), Marino Marini, Caterina Valente, Salvatore Adamo, ze wisten met hun liedjes en grammofoonplaten heel wat te bereiken. De Amsterdammer Carel Verbrugge haalde de top in eigen land door dat Italiaanse repertoire als Willy Alberti te vertolken.
   Amerikaanse artiesten van Italiaanse afkomst als Frank Sinatra, Dean Martin (‘That’s amore’), Louis Prima (‘Buona Sera’), Perry Como, Bobby Darin, Connie Francis en Bobby Rydell (‘Volare’) wisten eveneens een grote carrière op te bouwen.
 
 
Popmuziek
 
 
Groot-Brittannië stond gedurende die zelfde jaren vijftig in het teken van de skiffle-muziek. Lonnie Donegan was de koning van de skiffle, die ook in Nederland met de meest eenvoudige instrumenten beoefend werd. In Voorburg bijvoorbeeld was een jonge Hans Vermeulen zanger en leider van Sandy Coast Skiffle Group.
   Mortiers: “Tijdens mijn schooltijd in Bergen op Zoom trad ik als drummer op in een skiffle-groep. We deden het repertoire van Lonnie Donegan maar ook dat van de Everly Brothers en liedjes als ‘Cotton Fields’”.
 
 
301 2 entreekaartje Cliff Richard
entreekaartje, bewaard door Frank Mortiers
 
 
In zekere zin volgde Frank de trends van het moment. Begin jaren zestig was Cliff Richard een van zijn favoriete artiesten. Tijdens zijn diensttijd manifesteerde militair Mortiers zich eveneens in de muziek. Hij werd lid van een soldatenkoor. “Dat was handig want we moesten veel repeteren en dat ging gewoon in diensttijd. Met het koor hebben we nog eens in Den Haag opgetreden, samen met bekende artiesten als Ciska Peters, die ik bewonderde. Ik moest mijn schroom overwinnen om bij haar een foto met handtekening te vragen. Die foto heb ik altijd bewaard”.
 
 
301 3 Ciska Peters fanfoto
Ciska Peters fanfoto, bewaard door Frank Mortiers
 
 
Toen het tijdperk van de beatgroepen aanbrak was Frank betrokken bij de groep Nineteenth Dimension, deze keer niet als drummer maar (voortaan) als zanger. Ludwig Lehmans speelde er een prominente rol als gitarist, aldus Mortiers. Niet voor niets maakte hij later carrière bij de Tielman Brothers. “We deden het repertoire van de Beatles, Stones, Kinks, Small Faces maar ook dat van John Mayall en zijn Bluesbreakers”.
   Van het een kwam het ander. Bij de groep Art Gallery draaide het om close harmony-zang. In die tijd waren er zanggroepen als de Ivy League, Hollies, Crosby, Stills & Nash, Beach Boys en de door Frank bewonderde Mama’s en Papa’s. In Nederland wisten de Buffoons en de Shuffles met dat genre eveneens hits te maken.
   Frank: “Het koortje van Art Gallery bestond uit drie meisjes, waarvan Mirella Jacobs er één was. We voerden songs als ‘I’ll never fall in love again’ (Burt Bacharach), ‘Put your hand in the hand’ (Ocean), ‘Let it be me’ en ‘Michael row the boat ashore’ (Highwaymen) uit”.
 
 
Clover Leaf
 
 
In de omgeving waar Frank woonde was de door Jack de Nijs ontdekte Clover Leaf eind jaren zestig de meest aansprekende groep. Frank Mortiers: “Achmed Albar was een geweldig goede zanger. Als hij niet naar Indonesië terug gegaan was had hij hier veel kunnen bereiken”.
   Andere leden van Clover Leaf waren Eugène den Hoed, drummer Adrie Voorheijen (broer van Henk Voorheijen, zakelijk partner van Jack de Nijs) en bassist Jacques Verburgt.
   Evenals bij Leo den Hop (‘Antoinette’) zorgden Jack de Nijs en Henk Voorheijen ervoor dat er commerciële singles kwamen en dat die de hitlijsten van Veronica bereikten. In het najaar van 1969 verscheen de Polydor-single ‘Time Will Show’ in de top 40, weldra in diezelfde lijst gevolgd door ‘What kind of man’, ‘Don’t spoil my day’ (1970), ‘Oh what a day’ en ‘Tell the world’ (1971).
   In de regionale kranten kon je anno 1969 lezen: “‘Time will show’ is een nummer van Jack de Nijs, de man die ook verantwoordelijk is voor ‘Antoinette’ en ‘Gina Lollobrigida’ [Tony Bass]. Het is een nummer in de Cats en Bee Gees-sfeer. Commercieel ligt deze plaat wel goed”.
   En in 1970: “Clover Leaf is een van de weinige popgroepen die lange tijd zonder wisselingen in de bezetting heeft bestaan. Al die tijd hebben de leden van de groep bijna dagelijks gerepeteerd met als gevolg dat ze nu niet alleen een sterke sound en een uitgebreid eigen repertoire hebben opgebouwd, maar ook dat alle leden veelgevraagde sessiemuzikanten zijn in de Polydor-studio’s [in werkelijkheid: opnamen van andere JR-artiesten. Polydor had geen eigen studio].
 
Op de bühne wordt het succes voornamelijk bepaald door de Arabische zanger Achmed Albar, een jongen met een enorme krullenkop en een melodieuze maar krachtige stem. Hij is de man die de show maakt. De rest ondersteunt. Alle leden van de groep volgen nog steeds muzieklessen.
   Underground of progressieve pop hoeft overigens van Clover Leaf niet verwacht te worden. De groep speelt alle nummers die het publiek vraagt. De eigen sound wordt bepaald door de strakke en zeer deskundige muzikaliteit. Het is geen heavy rock, geen country.
   Achmed: ‘Als het maar goed klinkt. We willen gewoon fijne muziek maken die in de smaak valt. Door veel studeren kunnen we alle dingen spelen die de mensen vragen’”.
   Frank was onder de indruk van de groep die onder de vleugels van Jack de Nijs heel wat successen op zijn naam wist te schrijven.
 
 
301 4 Clover Leaf
Clover Leaf
 
 
Jack de Nijs ontdekt Frank & Mirella
 
 
Eind 1971 kwam Frank Mortiers voor het eerst oog in oog met Jack de Nijs te staan. Inmiddels was hij zanger geworden van een groep die zich Midnight Special noemde, met Indische jongens en Mirella Jacobs, die als enige overgebleven was van de drie Art Gallery-achtergrondzangeressen.
   Frank en Mirella waren uitgenodigd om een viertal (Engelstalige) liedjes te komen zingen op een personeelsfeest van het in Roosendaal gevestigde kledingbedrijf Van Gils. Dries Patijn (later bekend als saxofonist André Moss) deed de aankondigingen. Patijn had bovendien Jack de Nijs getipt om eens naar de zanger en de zangeres te komen luisteren. Jack was toch altijd op zoek naar nieuwe artiesten om namens JR platen mee te maken? Dries kondigde het tweetal aan met de woorden: “Spits je oren Jack, hier komt een goed duo”.
   Personeelschef van Van Gils was pianist Henk Taal, die nauw met Jack de Nijs samenwerkte, onder andere bij het schrijven van liedjes.
   Het optreden van het duo maakte onmiddellijk indruk op de producer. Nog vóór ze uitgezongen waren stormde Jack op hen af, liet weten dat hij zeer onder de indruk was en nodigde het tweetal uit om meteen na het weekend bij hem op kantoor te komen. Daarna maakten ze met onder andere ‘Michael Row The Boat Ashore’ de act af waar ze mee begonnen waren.
 
Mortiers was in 1971 nog geen (volledig) beroepsartiest. “Ik had allerlei baantjes om voldoende geld bij elkaar te verdienen. Zo gebeurde het dat ik op maandagochtend in een busje van kruidenier De Gruijter, voor wie ik de boodschappen rondbracht, bij JR Productions kwam voorrijden.
   Jack was nog steeds enthousiast. We konden zo een contract tekenen bij JR. Jack zou voor de liedjes en de productie zorgen en platenmaatschappij Bovema in Heemstede, met wie JR kort daarvoor een exclusieve overeenkomst gemaakt had, perste de platen en deed de distributie in het hele land.
   In één opzicht werden we totaal verrast. Tot dan toe had ik alleen Engelstalig repertoire gezongen. JR wilde juist Nederlandse, door Jack de Nijs geschreven liedjes met ons opnemen. Hoewel Mirella en ik daar moeite mee hadden lieten we de kans om met een succesvolle producer platen te maken niet lopen. We zetten onze handtekening. Mirella en ik waren plaatartiesten geworden, twee dagen na het optreden bij Van Gils”.
 
 
Het begin van Frank & Mirella als plaatartiesten
 
 
Hoe ging dat in het begin, vroeg ik Frank.
   “Ik kan me lang niet alles meer herinneren”, antwoordde hij. “We hadden in Roosendaal een kontrakt getekend met JR. Die zouden ons ook de royalties betalen voor de verkochte platen. Maar tegelijk werden we bij Bovema eveneens als hun artiesten beschouwd.
   De platenmaatschappij had Len Del Ferro, een Italiaan, ingehuurd om alle Bovema-artiesten constant te coachen. Of ze wilden of niet. Wij werden regelmatig in Holland verwacht. Als Mirella en ik samen op de bühne stonden was zij een en al beweging en ik had de gewoonte om ‘als een soort anker’ rustig te blijven zingen. De Italiaanse coach had daar andere gedachten over. Hij wilde ook mij (overdreven) in beweging krijgen. We reden dan ook niet met een prettig vooruitzicht naar hem toe”.
 
In de biografie van Frank & Mirella op hun website kun je lezen: “De uitgebrachte eerste single ‘Met Jou Alleen’ werd geen hit maar zorgde wel voor landelijke naamsbekendheid”.
   Frank: “Ik weet niet meer hoe het precies ging. Ik geloof dat de naam ‘Op Losse Groeven’, het [enige] tv-programma voor Nederlandstalige muziek, eigendom was van JR. Er bestond zoiets als een overeenkomst. Als wij een plaat maakten, hit of niet, konden we er van uitgaan dat we die binnen de kortste keren in het programma van de TROS-televisie mochten presenteren. JR maakte ook ‘Op Losse Groeven’-elpees waarvoor soms aparte opnamen van bekende hits gemaakt moesten worden. Ik weet nog dat we een keer naar de studio van Bovema gingen om daar, onder leiding van Peter Nieuwerf, opnamen voor zo’n ‘Op Losse Groeven’-elpee in te zingen”.
   Bij de opnamen voor singles ging het anders?
   Frank: “Dan werkten we met technicus Dick van Velden in de Relight Studio in Hilvarenbeek, later met Willem Steentjes in de Stonesound-studio in Roosendaal. Na enkele jaren had JR in die stad een groot eigen pand, inclusief een moderne studio, met Steentjes opnieuw achter de knoppen in de kelder van het gebouw”.
   Welke rol speelde Jack bij de opnamen?
   Frank: “Jack schreef nagenoeg alle liedjes. Daarover was geen discussie. De Vlaming Martin De Haeck zorgde voor de arrangementen die Jack in zijn hoofd had. Jack bepaalde, ook in de studio, precies wat er moest gebeuren en wanneer het goed genoeg was om op plaat uit te brengen”.
   JR had steeds meer artiesten onder contract. Was er een soort van familieband tussen die artiesten onderling?
   Dat bleek nauwelijks het geval te zijn. Het leek erop of alle JR-artiesten hun eigen weg bewandelden onder de productionele leiding van Jack de Nijs.
 
 
301 5 Jack de Nijs in 1974
Jack de Nijs (1974)
 
 
Jack moet geweldig in de weer geweest zijn. Voor al zijn artiesten schreef hij liedjes, singles en albums, had hij in zijn hoofd hoe die gearrangeerd moesten worden, gaf leiding tijdens de opnamen en was, samen met Henk Voorheijen, direct betrokken bij de promotionele en zakelijke perikelen van het snel groeiende bedrijf. Bovendien werd hij zelf steeds meer artiest. In het Nederlands maakte hij platen onder zijn eigen naam (‘Sofia Loren’, 1970), in het Engels eerst als Ruby Nash (‘Blame it on the summer sun’, 1971) en vanaf 1973 als Jack Jersey.
 
 
Succes
 
 
Dankzij de gezamenlijke krachtsinspanningen van Frank & Mirella, Jack de Nijs, JR, Bovema en de TROS-tv duurde het niet lang of er kwamen echte (Nederlandstalige) hits. Op 7 juli 1973 verscheen het zangduo voor het eerst in de top 40. Dat was met het nummer ‘Cher Ami’, een song van Jack de Nijs (en ‘H. Haast’) met op de b-kant ‘In onze luchtballon’, dat niet alleen door De Nijs maar ook door Henk Taal, personeelschef van Van Gils, geschreven was.
   De hit zorgde voor steeds meer optredens. Frank: “Ik werd gebeld door René Frijters die vanuit Tilburg opereerde en een management- en boekingskantoor runde. Hij was geïnteresseerd om ons overal in het land te boeken en onze zaken te behartigen. René was, achteraf gezien, een beetje te voorzichtig met het vragen van op onze populariteit gebaseerde gages. Bovendien was hij onvoldoende ingevoerd in ‘Hilversum’ maar hij zorgde er wel voor dat we veel werk kregen”.
 
 
301 6 René Frijters
René Frijters
 
 
Een nieuw tijdperk
 
 
‘Cher Ami’ werd gevolgd door ‘Verliefd verloofd getrouwd’, een single die in 1973 opnieuw een top 20-hit voor het duo opleverde. Maar wat klasseringen in de top 40 betreft was het voorlopig afgelopen. Wat daarvan de reden was kon Frank mij niet vertellen.
   Zelf had ik er wel een theorie over. Allereerst moest radio Veronica in 1974 als zeezender door nieuwe wetgeving uit de ether verdwijnen. De overgebleven publieke omroepen namen in hun radio-programmering slechts weinig ‘volkse’ muziek op en zeker als die in de eigen taal was.
   Een aardig voorbeeld van de sfeer in het Gooi na 1974 vond ik in een artikel over het tv-programma ‘Disco Circus’ van de TROS-tv. In maart 1977 was presentator Joop Thonhäuser ontslagen door de omroep. Joop werd geacht de artiesten aan te kondigen. Maar bij het populaire duo had hij er grote moeite mee. “Frank en Mirella kan ik niet door m’n strot krijgen”, verkondigde hij. Door die uitspraak verdween Thonhäuser van het scherm.
 
 
Ontwikkelingen bij JR Productions
 
 
De uitstekende band van JR Productions met de TROS had een bijzonder effect op de resultaten van JR. Muziek van JR-saxofonist Dries Patijn (André Moss), voortgekomen uit de begeleidingsgroep van Wil de Bras, werd als TROS-tv tune gebruikt. Het resultaat: van André Moss werden enorme aantallen elpees verkocht.
   Een ander aspect was dat Jack de Nijs zich steeds meer als de artiest Jack Jersey manifesteerde. Hij nam een album in Nashville op, maakte tv-specials in verre landen (voor de TROS-tv). In het begin was dat nog ‘tegen wil en dank’, suggereerde hij althans, maar Jersey en Moss hadden zoveel succes met singles, albums en musicassettes dat hun rol bij het maken van omzet voor JR Productions – het kan niet anders – overheersend werd.
   Dankzij die albums groeide JR snel. Misschien wel te snel. Steeds meer artiesten kwamen er onder contract bij de zo succesvolle productiemaatschappij in het Brabantse Roosendaal. In die stad verrees een eigen bedrijfspand met een moderne eigen studio. Jack kon het alleen niet meer aan als de creatieve persoon. Hij delegeerde zijn rol naar mensen als Jack Verburgt en Peter Nieuwerf. Naar zijn zeggen stonden er in de tweede helft van de jaren zeventig enkele tientallen mensen bij JR op de loonlijst. Hoe lang kon dat goed gaan?
 
 
Gouden tijden voor Frank en Mirella
 
 
Na ‘Cher Ami’ en ‘Verliefd verloofd getrouwd’ bleven de echte hits voor het duo uit. Wel verschenen er heel wat singles op de zogenaamde tipparade, een lijstje van dertig nummers die (nog) niet in de top 40 geklasseerd stonden. Het was een combinatie van hittips door de deejays in Hilversum en indicaties van platenwinkeliers en –maatschappijen die een goede verkoop signaleerden. Nederlandstalige klasseringen duidden vaak op omzet in de winkels en dus populariteit in het publiek.
   Door de manier waarop de hitlijsten samengesteld worden, weet ik [HK] uit eigen ervaring, dat een Nederlandstalige single veel meer exemplaren dan een buitenlandse popplaat moest verkopen om de sprong van de tipparade naar de gewone hitlijst te maken.
   In de tweede helft van de jaren zeventig kwam er nog een ander verschijnsel op gang, vooral buiten de randstad. Op de gewone radio hoorde je nog maar weinig Nederlandstalige populaire muziek. Na het verdwijnen van de zeezenders voldeden zogenaamde piratenzenders aan de voort durende vraag van de mensen. Die ‘primitieve’ radiostations zonden vaak uitsluitend repertoire à la Frank & Mirella uit. En er werd naar geluisterd. Bovendien lagen dat soort artiesten goed in de markt als het op optredens aankwam.
   Liedjes als ‘Niemand anders’, ‘Op dat plein’, ‘Ga je met me mee’, ‘Amore’ en ‘De deur staat altijd open’ bereikten wel de tipparade maar niet de top 40. (Dat gebeurde nog wel met het Engelstalige ‘Good Times’ in 1977). Maar ondanks gebrek aan gewone airplay werden die Frank & Mirella-singles wél bekend en populair.
 
In 1978 werd Frank Mortiers, die al enkele jaren met Mirella Jacobs samenwoonde, geïnterviewd door een verslaggever van het Limburgsch Dagblad.
   Frank: “Wij verkeren in een merkwaardige positie. Een grote hit hebben we [al lang niet meer] gehad. Onze singles zijn [niet] verder gekomen dan de tipparade. Ondanks dat hebben we een berg werk”.
   Frank wees op het verdwijnen van succesvolle duo’s als Mouth & MacNeal, Big Mouth & Little Eve, Sandra & Andres, Rosy & Andres, Theo (Diepenbrock) en Marjan, Cees (de Wit) en Marjan, Vader Abraham met Wilma, Vader Abraham met Mieke enzovoort.
   “Er blijven steeds minder zangduo’s over. Of ze nu succesvol zijn of niet, ze gaan allemaal uit elkaar. Het feit dat wij bij elkaar blijven is dat we samenwonen. Buiten de zakelijke relatie die andere duo’s alleen hebben komt dan de privé-relatie en die zorgt ervoor dat het duo blijft bestaan. Kijk naar Saskia en Serge die wonen ook samen en zijn mede daardoor al tien jaar actief. Daarbij heb je dan ook nog het voordeel dat alle inkomsten in één potje gaan waardoor het voortbestaan van het duo in financieel opzicht zeer zeker verantwoord is.
   Dat we nooit geen echte hit hebben gehad vind ik niet zo erg, er [wordt] niet zo gek veel aan verdiend. Een single dient alleen maar als promotie en die hebben we, gelukkig, op dit moment niet zo hard nodig omdat we toch elke dag werk hebben. We hebben de reputatie opgebouwd dat we live steengoed zijn (dat hoor ik tenminste van anderen) en het is ongelooflijk hoe zich dat rondspreekt.
   Door het verdwijnen van al die duo’s kwam het werk bij een beperkt groepje terecht en daar zaten wij toevallig bij.
   Het is ook niet meer teruggelopen. Daarbij was dat net de periode waarin regelmatig de Losse Groeven-shows op TV te zien waren. Voor Nederlandse artiesten was dat een geweldig programma want heel veel mensen, die normaal niet aan TV toekwamen, kregen in dit programma een kans. In totaal hebben we negentien keer TV gehad in die vijf jaar. Dat is toch niet zo’n gek aantal. Zonder de Losse Groeven-shows zou dat aantal beperkt zijn gebleven tot vijf keer”, aldus Mortiers.
 
Mirella constateerde in een interview hoe bekend hun liedjes waren ondanks het uitblijven van een klassering in de top 40. De uitzendingen van de etherpiraten waren waarschijnlijk nog niet goed tot hen doorgedrongen. “De mensen zingen onze, ook onbekende, singles mee. Dan krijg je toch de indruk dat ze onze platen elke dag horen. Jammer genoeg is dat echter niet zo. De man die onze platen schrijft en produceert, Jack Jersey, snapt er ook niks van en hij kan toch weten hoe je een hit moet maken. Maar we hoeven niet te klagen, we hebben meer werk dan menig ander Nederlandse artiest die regelmatig hits scoort”.
 
 
301 7 Verliefd verloofd getrouwd
 
 
Veel kilometers
 
 
Mirella Jacobs klaagde nog een beetje dat de gages van Nederlandstalige artiesten niet hoog waren. Er moest dan ook hard gewerkt en enorm veel gereden worden om een goed inkomen te verwerven.
   Frank: “Het optreden zelf is niet zo vermoeiend, maar het reizen... Het werkterrein strekt zich uit van Maastricht tot Groningen en dat betekent soms dat je voor een optreden van een half uur, twee of drie uur in een auto moet zitten. In de weekends doen we meestal twee optredens per avond en dan is het natuurlijk de zaak van ons management om die zo kort mogelijk bij elkaar te boeken. Maar we hebben het ook gehad dat we om acht uur in de buurt van Assen stonden en om twaalf uur in Helmond. Ik kan je vertellen dat je dan liever geen artiest bent.
   Het is natuurlijk een geweldige job die we hebben omdat je altijd met plezier in aanraking bent. De mensen die wij ontmoeten hebben altijd lol omdat ze van hun vrije tijd aan het genieten zijn. Het duurt dan ook nooit langer dan vijf minuten om ze aan het meezingen te krijgen. En dat geldt overal, of het nou bejaarden, militairen of kinderen zijn.
   We passen daarvoor natuurlijk wel ons repertoire aan. Soms geheel Nederlands, soms geheel Engels. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld niet in een kort tijdsbestek drie of vier keer terugkomen op eenzelfde plaats. Maar dat is ook niet noodzakelijk. Feest is er toch. Altijd en overal”.
 
 
Fraaie bungalow
 
 
Het door hard werken verkregen succes uitte zich na enkele jaren tevens in een mooie woning. Voor Henk Kamies aanleiding om er in de Telegraaf een reportage met foto’s van te maken. “Frank en Mirella begonnen in een flatje in Bergen op Zoom, verhuisden naar een bungalow in Halsteren, om nu – na een jaar – in Alphen te belanden”, schreef hij. “In het Brabantse Alphen genieten Frank en Mirella sinds kort van hun fraaie bungalow in de wijk ’t Zand, gelegen te midden van de bossen. Die paar jaar dat ze in de showbusiness zitten, is het ze behoorlijk voor de wind gegaan”.
   Kamies: “Bij de bungalow behoort een stuk bos, waarin de konijntjes en een ontelbaar aantal vogels huist en waar ook de eekhoorntjes speels dartelen. Rust overheerst de gehele omgeving”.
   Frank: “Moet je nagaan dat we, wanneer we ’s avonds, of meestal ’s nachts, thuiskomen van een optreden en ik het pad naar de garage oprijd, de konijnen en herten in de koplampen van de auto hebben. Is dat niet geweldig?”
 
 
Charly Prick
 
 
Tegen het einde van de jaren zeventig kwam er een einde aan de samenwerking van Jack de Nijs met Henk Voorheijen. JR Productions hield op te bestaan. Voor De Nijs braken er rampzalige tijden aan. In de Telegraaf kon je lezen: “Zanger Jack Jersey, die enige jaren geleden met zijn ‘In the still of the night’ nog een top ster was en die talrijke gouden platen kreeg, zit financieel volkomen aan de grond. Er is beslag gelegd op zijn één miljoen gulden kostende villa in Roosendaal, zijn auto, het paard van zijn vrouw en andere bezittingen. In totaal zou de eens zo welgestelde zanger 1,2 miljoen gulden schuld hebben.
   Het beslag is gelegd op verzoek van zijn jarenlange boezemvriend Henk Voorheijen, die zijn vriendschap met Jack Jersey ineens ondergeschikt moest maken aan een keihard zakelijk conflict. Jack Jersey en Henk Voorheijen waren samen directeur van JR produkties, een platenproduktie-maatschappij die artiesten als Jack Jersey, André Moss, Frank en Mirella en Donna Lynton onder contract had. Deze produktiemaatschappij werkte veel voor EMI-Bovema.
   Maar enige tijd geleden zei deze maatschappij bij het tweede vijfjaarscontract, dat men alleen nog met Jack Jersey door wilde gaan als artiest, maar niet met JR produkties. Jack Jersey wilde zijn carrière als artiest doorzetten en koos Bovema. Zijn oude vriend was hierover verbolgen. De firma JR produkties had immers door de stap van Jersey, zoals Voorheijen het zei, ‘het bestaansrecht’ verloren. Nu de ster de firma had verlaten was deze in waarde gedaald.
   Voorheijen stelde zich echter wel op het standpunt dat hij door het contract dat hij met Jersey had, nu ook het recht had op zijn verdiensten bij Bovema. Het bleek echter dat Jersey alleen de royalties ontving. Voorheijen meende daar ook recht op te hebben. Er kwam een kort geding waarin hij [Voorheijen] gelijk kreeg”.
 
 
301 8 Henk Voorheijen
Henk Voorheijen
 
 
De Maastrichtse muziek-ondernemer Charly Prick sprong in het gat dat er gevallen was door het verdampen van JR. Frank: “Charly nam contact met me op. Hij beschikte over de rechten en backingtapes van een Duits nummer [een hit van het Duitse duo Adam en Eve] en vroeg of wij er belangstelling voor hadden. Toen ik positief reageerde verzocht hij mij bovendien een Nederlandse tekst voor ‘Die versunkene Stadt’ te maken. Zoiets had ik niet eerder gedaan. Achteraf heb ik geconstateerd dat de titel van het nummer in de tekst niet voorkomt”.
   Vervolgens werd ik [HK] als A&R manager van Polydor door Prick benaderd. Hij bood mij de rechten aan van het nummer ‘Ça c’est la vie’ van Frank & Mirella. Die single, volgens het label geproduceerd door Jack Verburgt en geschreven door Henny Vrienten, was de eerste van het duo op het Polydor label.
 
 
De verzonken stad
 
 
“Ça c’est la vie’ kwam zoals gebruikelijk weer op de TROS-tv en werd aardig verkocht. Met een tweede plaat, ‘Als Melina zingt’, ging het wat minder.
   Na enige tijd kwam er in de handel opnieuw vraag naar die eerste Polydor-single. Die vraag werd niet tot stand gebracht door de publieke omroep, daar hoorde je Frank & Mirella immers niet. Maar in die tijd lieten de piratenzenders steeds meer van zich horen. De etherpiraten constateerden dat het publiek enthousiast reageerde als ze b-kant ‘De verzonken stad’ lieten horen.
   De single werd opnieuw in roulatie gebracht en met veel moeite lukte het mij persoonlijk om de TROS te bewegen een korte versie (amper 90 seconden) in ‘Op Volle Toeren’ op te nemen. De uitzending kwam tot stand in de bloemenveiling te Rijnsburg. Dat was voldoende. De combinatie van een aantal illegale zenders en een korte presentatie bij de TROS was voldoende om ‘De verzonken stad’ naar de top van de hitlijsten te brengen. Er werden bijna 100.000 exemplaren van de single verkocht, plus enkele tienduizenden stuks van het er aan gekoppelde album.
   Frank en Mirella hadden voor het eerst in hun carrière een echte, grote hit. Op het label werd Charly Prick als producent genoemd (en Disko Charly als muziekuitgever). Toen er veel later een album van het duo op K-Tel verscheen dook de naam van Jack de Nijs evenwel op als producer. Had dat te maken met de rechtszaak die op dat moment liep tussen de twee voormalige vrienden De Nijs en Voorheijen?
 
 
301 9 Frank  Mirella Verzonken Stad
 
Charly Prick had met ‘De verzonken stad’ een goede formule gevonden voor het maken van hits met Frank Mortiers en Mirella Jacobs. Er zat echter een addertje onder het gras. Er kwam een einde aan de privé-relatie tussen Frank en Mirella. Maar professioneel gingen ze gewoon door, zeker met dit enorme plaatsucces.
   Mirella raakte evenwel zwanger. Dat gaf problemen bij de optredens. Frank: “Op een avond reed ik naar Drachten, waar we samen zouden optreden. Onderweg vernam ik van Mirella dat ze die avond vanwege haar zwangerschap niet wilde optreden. Sterker nog, ze zei dat ze besloten had helemaal niet meer op te treden. Niet alleen had ik bij de organisatie in Drachten een en ander uit te leggen. Bovendien besefte ik dat er iets moest gebeuren om het plaatsucces, dat eindelijk gekomen was, te continueren”.
   Op haar website legde Mirella haar besluit als volgt uit: “1981 kwam de grootste hit van Frank en Mirella uit, ‘De verzonken Stad’. 1981 was ook het jaar dat ik besloot om in de anonimiteit te gaan, maar heb daarna niet stil gezeten wat betreft de muziek. Ik heb door de jaren heen, heel veel ervaringen opgedaan in geluids studio’s, als vocal backing voor diverse artiesten. 1993. Ik heb een try-out optreden gelanceerd op ’n indische avond. Dat werd goed ontvangen door de Indische en Molukse gemeenschap, waardoor ik weer intensief ben gaan optreden op Indische Kumpulans en Pasar Malams”.
 
 
Een andere Mirella
 
 
In een recent interview met de Stem legde Frank het vervolg uit. “‘Mijn relatie met Mirella was al twee jaar voorbij. Net toen we die hit hadden, stopte Mirella met zingen. Ik wilde verder en vond Marjan Kampen. Ze had ervaring als duozangeres van Theo en Marjan [en Cees en Marjan], zij hadden hits gescoord als ‘Hé schat, weet je dat’ en ‘Hela, kom met me mee ja!’”.
   Waarom werd het duo niet Frank en Marjan? De originele Mirella liet toen aan de bladen weten dat ze het niet fair vond dat een ander met haar naam en hit ging strijken.
   ‘Platenmaatschappij Polydor wilde het zo houden, die oefende druk uit. Frank en Mirella was een merknaam. Mirella had er zelf voor gekozen om te stoppen’”.
 
 
301 10 Een nieuw begin
Frank met Marjan Kampen, de nieuwe Mirella
 
 
Zo bleef de naam Frank & Mirella bestaan, ook bij de komst van Marjan, die onder die voorwaarde bereid was ‘in te stappen’ omdat ‘De verzonken stad’ een enorme hit was voor het grote publiek. Met Marjan als Mirella kwamen er nieuwe hits als ‘Vissers van San Juan’ (met Frank opnieuw als tekstschrijver), ‘Manuel’ en ‘Wat ik zou willen’ (‘Ay no digas’, Chris Montez). Jack de Nijs, die een geslaagde comeback maakte met de productie ‘Comment ça va’ (van de Shorts), trad opnieuw op als producer. Later nam Peter Koelewijn die rol over. Jack de Nijs overleed in 1997.
   Tot en met de dag van vandaag is Frank de stabiele factor van het duo gebleven. Na Marjan Kampen werkte hij met Karin Goverde (dochter van JR-artiest Jan Boezeroen), opnieuw met Mirella Jacobs en nu met Francis van den Berg. In een eigen recente biografie is te lezen. “Het duo staat nog altijd met grote regelmaat op het podium. Van stil zitten is geen sprake”...
 
 
Harry Knipschild
11 juli 2017
 
Clips
 
 
 
Literatuur
 
‘Duo succesvol door gezinsverzorgster’, onbekende krant, 1972
‘Frank & Mirella. Verliefd, verloofd, getrouwd’, Poptelescoop, 27 april 1974
Willem Hoos, ‘De enorme successen van Jack de Nijs’, Veronica, 8 juni 1974
‘“Frank en Mirella kan ik niet door m’n strot krijgen”’, Limburgsch Dagblad, 25 maart 1977
Willem-Jan van de Wetering, ‘Frank & Mirella. Een hit is broodnodig’, Hitkrant, 15 april 1977
Henk Kamies, ‘Zo wonen Frank en Mirella’, Telegraaf, 11 maart 1978
‘Frank en Mirella: geen hits en toch het meest gevraagd’, Limburgsch Dagblad, 27 mei 1978
‘Play-back: meer dan een aardigheidje’, West-Brabant Koerier, 16 augustus 1984
Jan Joosten, ‘Nieuw begin voor Frank & Mirella’, Zondagkrant, zj
Mirella Jacobs, ‘Over mij’, website Mirella Jacobs, gedownload 30 maart 2010
‘Mirella’, website Indo-rock, gedownload 17 oktober 2010
‘Biografie Frank & Mirella’, website Frank & Mirella, gedownload 3 juli 2014
Frank Timmers, ‘“Spits je oren, hier komt een goed duo”’, BN De Stem, 27 september 2016