Zoeken


Eind jaren vijftig, toen teenagermuziek de westerse wereld veroverde, waren de meeste idolen solo-artiesten. Bekende voorbeelden uit die tijd zijn Elvis Presley, Cliff Richard, Buddy Holly, Connie Francis, Peter Koelewijn, Lydia en Fats Domino. Wat de groepen betreft, die bestonden uit zangers-zangeressen of fungeerden als begeleiders van de grote sterren: Jordanaires, Crickets, Teddy Bears, Impalas, Drifters, Melody Strings, Rockets, Shadows. Puur instrumentale groepen traden op als de Ventures, Tornadoes, Tielman Brothers, Johnny & the Hurricanes, Virtues, Champs enzovoort.
   Dat veranderde in de jaren zestig. Europese beatgroepen, die bijvoorbeeld lange avonden in West-Duitse clubs maakten, hadden vaak eigen zangers. Zo kreeg je de Beatles, Searchers, Rattles en nog veel meer. ‘Iedereen’ trok naar onze oosterburen omdat er met hard werken goed geld te verdienen was.
 


The Platters (manager-eigenaar Buck Ram rechts)

 
In sommige gevallen gaf de leider direct een naam aan de groep. Dat was geen nieuw verschijnsel. In de zwarte muziek van de jaren vijftig had je al Billy Ward & The Dominos, Buck Ram & The Platters of Lucky Millinder. De leiders waren in feite de managers en/of eigenaars. Zo had je in Engeland later John Mayall en zijn steeds van bezetting veranderende Bluesbreakers. Maar ook Manfred Mann met Paul Jones (later Mike d’Abo) als het gezicht van de groep. En niet te vergeten de Spencer Davis Group met Stevie Winwood.
 

Spencer Davis

 
Spencer Davis (eigenlijk: Davies) is op 17 juli 1939 in Wales (omgeving Swansea) geboren. Aan popjournalist Keith Altham vertelde hij in 1966 hoe het allemaal begonnen was. Spencer had de oorlog nog bewust meegemaakt. “As an infant of two or three I can remember the last period of the World War. I can remember my home town, Swansea, under attack, with green and white flares lighting the sky. My father was in the Services and we were always on the move”.
   Als jongetje zong hij in een koor maar wilde meer. Spencer kreeg een mondharmonica. Dat was niet genoeg. Herman, een oom uit Nederland, liet hem horen hoe mooi een mandoline kon klinken. Spencer wilde een gitaar. Hij kreeg echter een accordeon cadeau. Meteen trok hij er als straatmuzikant mee rond om geld te verdienen.
   Halverwege de jaren vijftig werd de muziek serieus. “These were the years of Chris Barber’s Jazz Band for me. I bought my first guitar. A diabolical thing with a butterfly drawn on the front. I learned three chords and listened to Lonnie Donegan”. Evenals andere jongens viel Spencer op skiffle-muziek. The Saints heette zijn eerste groepje.
   Naar eigen zeggen was hij op academisch niveau steeds in de weer om talen te studeren. Zo leerde Spencer Duits, Spaans en Frans. Tijdens de vakanties trok hij met zijn gitaar rond. “During the holidays I busked around Europe with my guitar. When I got to Paris I erected a small placard saying ‘Please help a poor student on his trip around the world’. I became known as the musician from the Left Bank and did well enough on the South Coast of France from the Americans who stay in luxury hotels”.
 

250 2 Gedächtniskirche
Gedächtniskirche in Berlijn
 

Ook in Berlijn was Spencer regelmatig van de partij. Toen hij beroemd was vertelde hij over zijn ervaringen bij de Gedächtniskirche aan de westkant van de Muur. “I spent my early days making a living by playing guitar on the steps of the church. ‘Does Your Chewing Gum Lose Its Flavour On The Bedpost Overnight’ [van Lonnie Donegan] was something of a tourist attraction, played on my 12-string guitar. In the evenings I played at the Eden Playboy club for 10 marks (about a pound) a night”.
 

Spencer ontdekt Stevie Winwood, ‘nog in korte broek’

 
Spencer speelde bovendien gitaar bij optredens van de University Jazz Band. Amerikaanse rhythm & blues ging hem interesseren. Bij een van de concerten, aldus Keith Altham in 1966, ontdekte hij begin jaren zestig het Muff-Woody Quartet. Davis was een jaar of 22, pianist Stevie Winwood negen jaar jonger en liep volgens hem nog in korte broek rond. “When they played a gig in pubs they used to have to hide Stevie as he was still wearing short trousers. Anyway a few months after hearing them first I got a regular gig at a pub in Birmingham – I didn’t fancy it solo so the boys joined me”.
   In een interview met Harold Bronson in 1971 gaf Spencer meer details over het ontstaan van de Spencer Davis Group.
   “The original Spencer Davis Group, with Peter York [drums] and Muff and Stevie Winwood, started out as the Rhythm and Blues Quartet – we called ourselves the RBQ for want of a better name, It started out when I used to sing at a jazz club. I did a gig in Birmingham – when I went to the university there. There I saw the Muff-Woody Jazz Band: Muff [Winwood] played guitar, [zijn jongere broer] Stevie piano, they had a trumpet player and a bassist and a drummer and a trombonist. Steve would play the melodies besides singing. He was doing a Ray Charles solo [‘Georgia on my mind’] and it just sounded great and knocked me sideways.
   I went to the Golden Eagle – this is late 1963, my final year in university. I just played an interval spot and just tore everybody up – the song was ‘Got my mojo working’ by Muddy Waters. They offered me the residency at the club and headline. I rounded up Steve and said, ‘Let’s form a band, because I know so many songs and you know so many’”.
  

Begin van de Spencer Davis Group

 
Stevie wilde wel meedoen, vertelde Davis, op voorwaarde dat zijn oudere broer Muff er ook bij mocht zijn. Dat had nóg een voordeel. Muff dronk niet en had een rijbewijs.           
   Met het rhythm & blues-kwartet trokken de muzikanten door Engeland: eerst Manchester, daarna Londen. “Because of Steve and the things we were playing we had a reputation for being musical, for being bluesy, and the people liked us. We played reasonably and simply. It was a great band”. In Londen verscheen Chris Blackwell op het toneel. Die nam de groep onder contract.
   In 1965 liet de Spencer Davis Group voor het eerst van zich horen. Ik [HK] kan me nog goed herinneren dat ik onder de indruk was ‘I can’t stand it’, ‘Strong Love’en hun versie van ‘Every little bit hurts’, een cover van de hit van Brenda Holloway op Motown in 1964.
   Blackwell, die opgroeide op het eiland Jamaica, bracht zijn Jamaicaanse ontdekking Jackie Edwards (1938-1992) in contact met de Britse groep. Hun samenwerking leidde in 1965 tot de Britse nummer één-hit ‘Keep on running’.
   Aan Keith Altham vertelde Spencer Davis dat ‘Keep on running’ bij toeval tot stand gekomen was. De nieuwe single zou ‘Look Away’ zijn. Spencer Davis: “Jack Baverstock, our recording manager, at the last moment decided it was not commercial. We had to look around frantically for a last minute replacement. We found the substitute on the flip side – ‘Keep on running’.
   At one time we had a piano on the number and took that off. Then we tried a girl chorus but it was also dispensed with. Finally, we got the sound we wanted with a fuzz box attached to Steve’s guitar. It gives that slightly distorted growling tone you can hear on the record. I believe the Stones used the same effect on ‘Satisfaction’”.
 


Jackie Edwards

 

Al in 1965 was duidelijk hoe belangrijk de uitstraling van Stevie Winwood was. “Although Spence is primarily concerned with providing good music, he is shrewd enough to realise the appeal of Steve Winwood”, kon je in New Musical Express lezen.
   Spencer Davis was het er helemaal mee eens. “Steve gets most of the fan mail in the group. I see him emerging as ‘the face’ in the group, rather like Paul Jones did with Manfred Mann. Because the group bears my name does not necessarily mean I am the only one of any importance”.
   Muff Winwood, die voor accountant had gestudeerd, legde de kwaliteiten van vier leden van de groep in één zin nog eens uit: “The Spencer Davis group has got a spokesman (Spencer), image (Steve) a publicist (Pete York) and a business man – me”.
 

1966

 
De eerder genoemde Britse popjournalist Keith Altham volgde de verrichtingen van de groep op de voet. In april 1966 liet hij zich door Spencer ophalen bij een metrostation. De leider van de groep was er financieel warm bij komen te zitten. In zijn nieuwe blauwe Mini Cooper S demonstreerde hij allerlei snufjes, inclusief de ingebouwde stereo-apparatuur. Voor de groep had hij een nieuwe tour-bus gekocht, voor zich zelf een nieuw huis, waar je de platen eveneens in perfect stereo kon afdraaien. Die ochtend had hij alle Beatles-albums opnieuw aangeschaft, nu in stereo. Alleen Bill Wyman van de Stones had nóg betere apparatuur. Die had er maar liefst vijfhonderd Engelse ponden aan besteed, wist Spencer.
   Intussen had ook ‘Somebody help me’ de top van de Britse hitlijsten bereikt, opnieuw een song van Jackie Edwards. In snel tempo deze keer. “‘Somebody Help Me’ has moved so fast that it’s really caught us with our trousers down”.
   In zijn artikel wekte Altham de indruk dat Spencer Davis moeite had het succes te verwerken. “With his second number one, a second child on the way, a brand new car, new house, new band wagon and a stereogram just acquired, Spence is as happy as a six-year-old who has suddenly discovered Christmas has come eight months earlier this year”. De belastingdienst (afdeling ‘income tax’) had de artiest bovendien weten te vinden.
   Tijdens de thee bij Spencer Davis en zijn vrouw Pauline werd nog eens gedemonstreerd hoe mooi stereo-platen klonken. Dat was onder meer het geval bij ‘I’ve been loving you too long’ van Otis Redding en ‘Did you ever have to make up your mind’, een track van de nieuwe Loving Spoonful-elpee. En passant werd duidelijk gezegd dat de opvolger van twee hits niet per sé een song van Jackie Edwards zou zijn. Davis en Winwood waren eigen liedjes aan het schrijven. (die opvolger, ‘When I come home’ (van Edwards en Winwood), kwam niet hoger dan een klassering op 12).
   Altham werd weer keurig bij een ondergronds metro-station afgezet en kon zijn stukje voor de New Musical Express gaan schrijven.
 


Keith Altham (1965)


 

Hoe lang blijft Stevie Winwood nog in de groep?

 
Aan het einde van het jaar had de Spencer Davis Group opnieuw een enorme hit, deze keer met ‘Gimme Some Loving’. Voor het eerst was er nu sprake van een hoge Amerikaanse klassering in de Billboard-lijsten. Voor dat land was er een eigen versie van de song gemaakt – door Stevie Winwood alleen, kon je in de New Musical Express lezen. Als je op het label kijkt was Stevie Winwood, inmiddels 18 jaar, de (enige) componist. Bij latere versies vind je dat het nummer drie componisten telde: behalve Stevie ook broer Muff en Spencer Davis. Wat zat hier achter?
   Op 11 november 1966 schreef Keith Altham over problemen binnen de groep. Tijdens een optreden in het tv-programma ‘Top of the Pops’ leek het wel alsof de jongens niet meer communiceerden en al zeker niet meer met elkaar. “There was the strange case of the group who did not appear to be talking to each other or anybody else. With the possible exception of Pete York, the Spencer Davis drummer, who sat in splendid isolation in the deserted dressing room begging for cigarettes and talking to anybody about nothing at all, the silence was deafening!”
   Altham slaagde er desondanks in aan Muff Winwood te vragen wat er waar was van de geruchten dat Stevie van plan was uit de groep te stappen.
   Het antwoord was ontwijkend. “‘Yes’, said Muff happily. ‘And we’re all going with him’”.
   De journalist liet zich niet afschepen. Regelmatig hoorde je over fricties. Hoe zat het daarmee?
   Opnieuw kreeg hij geen duidelijk antwoord. “‘We don’t have differences of opinion’, said Muff diplomatically. ‘We have arguments, maybe, but no more than any other group’”.
   Ook wist hij nog een en ander te ontfutselen over wie ‘Gimme Some Loving’ werkelijk geschreven had. Het auteurschap, hadden ze blijkbaar ontdekt, was van groot belang voor de inkomsten. Altham omschreef het als volgt: “I discovered that the new hit, ‘Gimme Some Loving’, was written by Steve during a rehearsal at the London Marquee some weeks ago. Stevie: ‘I laid out the organ passage and wrote the words in one evening’.
   ‘Steve wrote the words, and the music was a group thing’, Spencer corrected”.
   In november 1966 was duidelijk dat de leden van de groep niet langer elkaars beste vrienden waren.
 


Spencer Davis Group


 
Een maand later, op 17 december 1966, schreef Altham opnieuw over de groep, deze keer vanuit Berlijn, waar Spencer Davis nog eens als talenstudent had opgetreden.
   Stevie Winwood was er niet bij. Hij zou zich in de stad Fulda bevinden, wist Altham. Aan Spencer liet hij een Duits tienerblad zien met daarin de woorden ‘Spencer and Stevie Winwood are deadly
rivals’.
   In Berlijn noteerde Altham uit de mond van Spencer Davis: “It’s funny really. I’ve said it before and I’ll say it again – when Stevie wants to leave he’ll do it. At the moment we’re happy to play together – this ‘deadly enemies’ bit just isn’t on. We’ve known one another too long. I expected Stevie to emerge as the face of the group – he’s young and single. It’s a good thing for us”.
   Er zou dus niets aan de hand zijn in 1966.
 

1967

 
Begin 1967 was de Spencer Davis Group helemaal arrivé. Ogenschijnlijk hadden de leden van de groep door ‘Gimme some loving’ een geweldige toekomst voor de boeg.
   Aan een redacteur van het Nederlandse maandblad Muziek Expres vertelde Stevie dat hij uit was op roem en wat al niet meer. “Roem is de beste kick. Elke keer als ik mijn naam in de krant zie, heerlijk! Roem is liefde en geluk”. In het nieuwe jaar hoopte hij eigenaar te worden van een ‘gele Rolls Royce met rode wielen en een groene radiator, en een buitenhuisje’, was althans in ME te lezen.
 


Advertentie Phonogram in Muziek Expres, januari 1967


 
Platenmaatschappij Phonogram benadrukte de rol van de jonge artiest in advertenties voor ‘Gimme some loving’: “Vooral Stevie (zanger, organist, componist) is in zeer grote vorm”.
   In een recensie voor de nieuwe single ‘I’m a man’ benadrukte ook New Musical Express hoe centraal de rol was die Stevie speelde. “Stevie Winwood wrote the song with the group’s new record producer Jimmy Miller. It starts off with a long instrumental introduction that adds fresh layers of
sound as it builds into Steve’s frenetic vocal. Conga drums and other Latin effects are spiced in to make one of the most dramatic records the group have ever released. Steve sings in the same urgent style he used on ‘Gimme some loving’”.
 

Stevie Winwood stapt uit de groep

 
Op 4 maart 1967 was Steve Winwood, 18 jaar, geen lid meer van de Spencer Davis Group, legde Chris Welch vast in het artikel ‘Stevie Winwood: Why I Quit’ (Melody Maker). Manager Chris Blackwell had het hem zelf verteld. In de inleiding sprak Welch over ‘The Great Break Up’ en noemde de scheiding ‘onverrnijdelijk’.
   “After three years of building up one of the most popular and consistent groups in the country they have taken the decision that has been rumoured for years. Spencer and Stevie will move on to carve new careers. They have made their last records together and have already played their last club date in England. Spencer will re-form his group and carry on with replacements for Stevie. The group will swell to a five-piece, as it is impossible to replace Stevie with less”.
   Voor de Spencer Davis Group was er, dankzij ‘Gimme some loving’, voorlopig geen vuiltje aan de lucht. Er stonden langdurige toernees gepland voor Hongarije, Scandinavië en vooral de Verenigde Staten.
 


Chris Blackwell


 
Chris Blackwell legde uit wat er aan de hand was. “Three years ago, when he first signed with the group, it was agreed Steve would be free to go his own way, when he had solidified the musical direction of his outstanding talent. Steve isn’t just a pop star. He has a fantastic voice and musical ability and he looks great too. He’s a young kid and with all the praise he has had it would be very easy to stagnate and he’s strong enough to realise he could have been just a teenage genius who didn’t have a chance to develop further.
   He’s only 18 and he’s been working like a son of a bitch for three years and he needs to learn to live like an 18-year-old for a bit, to be his own master and not have to go to a gig and be pulled off stage every night. He’s an artist in the true sense of the word.
   The reason for the split is because it’s time for them to go in different directions. It’s a completely amicable agreement. Musically they were drifting apart. I’m sure both can be successful.
   Steve will be the one taking the gamble. The general public haven’t a clue who Stevie is. It’s Spencer's name that has been on all the records. Spencer has the name. It’s his face in all the pictures and he has done all the interviews. There is no doubt in my mind that Steve will be successful. He has the talent and Spencer has the talent to spot replacements for Stevie. He has already got one or two people in mind”.
   Uit deze woorden bleek opnieuw dat Stevie Winwood uit was op eigen roem.
 
Stevie Winwood wilde zelf een en ander uitleggen aan de lezers van Melody Maker. “I’ve been thinking about the split for as much as two years. Right from the beginning it was understood that I would leave.
   I felt there was nothing more I could do in the group, although as it happens I have left just as we have had a big hit in the States [‘Gimme Some Loving’]. But I’m prepared to walk out on that. Really I have enjoyed everything I’ve done with the group and Spencer. But now I don’t. That’s why I’m leaving”.
   Stevie liet zich, zo gaat dat in zulke gevallen, positief uit over de toekomst van de Spencer Davis Group. “I think Spencer will carry on and there’s nothing to stop him. In fact, I’ll be very pleased if they carry on and it hasn’t come as a big shock to them. I don’t think I’m exactly walking out on them. It was just something that had to be done sometime”.
   Winwood was van plan het voorlopig rustig aan te doen. Hij hield zich op dat moment bezig met muziek voor een film. Stevie was naar eigen zeggen ook in de ban van Indiase muziek geraakt. Bovendien wilde hij muziek gaan studeren. “I’ll be resting for a while at first, although it won’t be so much resting as working on writing. I’ll study myself – in my secret retreat”.
   Het ‘buitenhuisje’ waar hij over vertelde aan de redacteur van Muziek Expres?
 

Nieuwe Spencer Davis Group

 
In Kink was begin mei 1967 te lezen: “Spencer Davis heeft z’n nieuwe groep kompleet. Behalve hij zelf en drummer Pete York bestaat de SDG voortaan uit Eddie Hardin (orgel) en Phil Sawyer (leadgitaar). Er zal geen vaste leadsinger zijn, vocaal krijgen ze allemaal, behalve Pete, hun deel.
   Zoals bekend wil Spencer zelf de leadvocal doen op de eerst volgende single. De nieuwe line-up zal te zien zijn op het Modern-Veronica-feest op 3 juni in Rotterdam”.
   Het optreden van de nieuwe groep viel volgens sommigen enigszins tegen. “The Spencer Davis Group was als grote attractie aangekondigd, maar kwam deze belofte lang niet na. Spencer Davis was wellicht een beetje nerveus, omdat achter de bühne een deurwaarder op hem stond te wachten, die beslag wilde leggen op zijn beschikbare gelden en goederen”.
 


 


 
Rondom de single van de groep bestond eveneens verwarring. Hitweek: “Spencer Davis kondigde al een tijdje geleden een nieuwe single aan. Hij zou ‘Time Seller’ heten, een werkje van Spencer en zijn nieuwelingen Eddie Hardin en Phil Sawyer. De releasedatum zou 28 juli zijn (Engeland), maar bij Fontana wist men van niks. Daar wilde men ‘Back with my baby’ uitbrengen, een oude koei, waarop Stevie Winwood nog zingt. Spencer vond het maar niks, en nu gebeurt er voorlopig niks. Op 28 juli vertrekt de groep voor een toer naar de Verenigde Staten”.
   Het pakte anders uit, in Nederland althans. Heel wat mensen in ons land waren enthousiast over het nieuwe repertoire. Op 2 september 1967 verscheen ‘Time Seller’ in de top 40 en steeg door naar een derde plaats. Zo’n hoge klassering had de Spencer Davis Group hier niet eerder weten te bereiken. Nederland was echter een uitzondering. In Engeland kwam ‘Time Seller’ niet hoger dan op nr. 30 en in Amerika op het randje van de Billoard hitlijst: nr. 100. Na ‘Time Seller’ was het in commercieel opzicht nagenoeg afgelopen met de nieuwe Spencer Davis Group. Hits zaten er in elk geval niet meer in.
   In de popbladen verdween de naam Spencer Davis geleidelijk uit de kolommen. Maar Keith Altham was weer van de partij toen de groep in de zomer van 1968 in Engeland optrad tijdens het achtste Britse jazz- en blues-festival. Spencer was nog steeds ‘one of the most pleasant people one could wish te meet’. Davis tourde met allerlei muzikanten nog steeds regelmatig door de VS. In Engeland maakte de groep volgens Altham echter geen geweldige indruk. “Spencer’s band proved to be far more bluesy than before. Their numbers have got longer and more fluid, but I still prefer the days of things like ‘Keep On Running’. ‘Norwegian Wood’ I enjoyed most and was happy to listen to the organist who, whether he likes to admit it or not, is still very much like Steve Winwood”.
 
In 1972 woonde Spencer officieel in Amerika, schreef Caroline Boucher. Van zijn mooie huis in Londen en andere aantrekkelijke aardse zaken had hij waarschijnlijk afstand moeten doen nu er geen ‘cashflow’ meer was. Het kan snel gaan in de popmuziek, naar boven en naar beneden.
   “He is now a registered resident of the United States with a house in Los Angeles”. Volgens de Engelse journaliste zat er weinig anders op. “He left this country to escape his rather clogging image - the Spencer Davis of ‘Keep On Running’ and ‘Gimme Some Loving’ which hung around his neck like lead-weights when he was trying to do very different things”.
   Spencer Davis: “I broke down so many times I didn’t know what was going on - I think it’s had a bad effect on my marriage. One Christmas they were talking of bankruptcy”.
   Op het financiële vlak kwam er, gelukkig voor hem, redding op het dieptepunt van zijn loopbaan. “The only thing that saved my life was being co-author of ‘Gimme Some Loving’. I know Steve Winwood got the credit but it was a co-written thing”.
   Tijdens allerlei interviews vertelde Spencer trots over het succes van ‘Time Seller’ in Nederland. Nu de Engelsen hem niet meer zagen zitten ging hij maar op het Europese continent spelen. Richard Thompson wilde wel meedoen en Sandy Denny had hem haar drummer uitgeleend. In Amerika trad hij meestal als duo met Peter Jameson op. Hij moest wel want, nu hij geen hits meer maakte, werd hij voor tienduizenden dollars aangepakt. In zekere zin werkte Davis, ondanks de opgebouwde naamsbekendheid, weer een beetje op het niveau waar hij zich tien jaar eerder bevond tijdens zijn buitenlandse trips met alleen gitaar.
 

Stevie Winwood

 
Vanuit Nederland bekeken leek het in 1967 wel of Spencer Davis het zou winnen van Stevie Winwood. In het maandblad Muziek Parade kon je in het najaar in elk geval lezen: “Stevie Winwood is jarenlang het etiket geweest van The Spencer Davis Group. Zijn ‘soul’-stem, zijn meesterlijke beheersing van piano en orgel, maakten hem tot een artiest van de eerste orde. Een internationaal hoog aangeschreven artiest met het predikaat ‘wonderkind’.
   Stevie droeg de Spencer Davis Group. Zonder hem was deze groep onbestaanbaar, dacht men. Toen Stevie in maart van dit jaar besloot de groep van Spencer te verlaten, veroorzaakte dat nogal wat deining. Als reden gaf hij op de muzikale stilstand van de groep onder leiding van Spencer Davis. Iedereen verwachtte dan ook, dat deze groep zou instorten zonder het muzikale genie Stevie Winwood.
   Gelukkig voor de Spencer Davis Group bleek het tegendeel waar. Ook zonder Stevie en zijn broer Muff Winwood, die ook meteen maar uit de groep was verdwenen, blijkt Spencer Davis toch hits te kunnen maken. En wat voor! ‘Time Seller’ is een kraker van de bovenste plank”.
 
Minder positief was MP over Traffic, de nieuwe groep van Stevie Winwood. “Stevie slaagde erin drie musici bij elkaar te krijgen, die met hem onder de naam Traffic zouden gaan samenwerken: Chris Wood, Jim Capaldi en Dave Mason. Enigszins tegen de zin van Stevie in werd na korte tijd al een eerste plaat van Traffic op de markt gebracht [‘Mr. Fantasy’]. Het werd een hit, maar met minder sukses dan Stevie verwacht had. Hij vond ook dat de groep beslist nog niet klaar was om nu al een belangrijke rol in het hitwezen te gaan vervullen. Aan bühne-presentatie was nog niets gedaan en ook de muzikale samenwerking in de groep was nog niet helemaal volmaakt.
   De groep bevond zich nog in het stadium van de experimenten en was beslist nog niet klaar om de rol te gaan vervullen, die verwacht werd na het sukses van [de single] ‘Paper Sun’.
   Stevie besloot dan ook alle aanbiedingen zoveel mogelijk aan de kant te schuiven en zich met de groep beter voor te bereiden op een nieuw sukses, Ook Stevie’s instelling tegenover de groep was beslist anders dan in het Spencer Davis tijdperk. Toen voelde hij zich misbruikt door Spencer Davis, omdat hij als belangrijkste man slechts een bescheiden plaatsje op de achtergrond kreeg toebedeeld van Spencer Davis. Nu, in zijn rol als schepper van de groep, voelt hij zich meer bij het geheel betrokken en heeft hij nog maar weinig interesse in glansrollen die hem persoonlijk veel publiciteit opbrengen.
   De groep is nummer één en dan komt pas het individu Stevie Winwood, als lid van de groep. Toch kan hij ondanks deze goede en sympathieke bedoelingen niet voorkomen, dat de publiciteitsmedia de groep Traffic aan hem ophangen. Zowel de klankkleur als de presentatie van de groep wordt voor een groot gedeelte toegeschreven aan Stevie Winwood en waarschijnlijk niet ten onrechte.
   Onder druk van manager Chris Blackwell is de groep ondertussen uit de rust van Stevie’s buitenhuis in Berkshire Downs, waar bijzonder hard gewerkt wordt aan presentatie en repertoire. In het volle licht van de internationale publiciteit gekomen. ‘A Hole in my Shoe’ werd uitgebracht en kan zonder meer worden beschouwd als een hit van wereldklasse”.
 


Blind Faith (Stevie Winwood vooraan)


 
Traffic kwam voorlopig niet echt van de grond. Dave Mason verliet de groep om een solo-carrière te beginnen. In 1969 trad Stevie toe tot de ‘supergroup’ Blind Faith, met Eric Clapton (ex-Cream, Bluesbreakers, Yardbirds), Ginger Baker en Rick Grech. Mede dankzij de single ‘Well Alright’, een song van Buddy Holly, was Blind Faith in ons land inderdaad een supergroep. In het thuisland niet. Blind Faith hield na enkele maanden alweer op te bestaan. Stevie werd nu lid van Ginger Baker’s Airforce. In 1970 werd Traffic voor de tweede keer opgericht (zonder Dave Mason), hetgeen resulteerde in het album ‘John Barleycorn must die’, dat een hoge klassering kreeg in de album hitlijst van het Amerikaanse blad Billboard.
   Het duurde nog een hele tijd vóór Stevie Winwood werkelijk de erkenning kreeg die hij op basis van zijn muzikale capaciteiten verdiende.
 
Harry Knipschild
8 februari 2016

Clips

* Lucky Millinder met Annastine Allen, Let it roll
* Jackie Edwards, Keep on running, 1965
* Spencer Davis Group, Keep on running, 1965
* Stevie Winwood met Spencer Davis Group, Georgia on my mind
* Spencer Davis Group, Gimme some loving, 1966
* Interview met Spencer Davis Group in Helsinki
* Spencer Davis Group, Time Seller, 1967
* Blind Faith, Well allright, Hyde Park, Londen, 1969
* Traffic, John Barleycorn must die (album), 1970

Literatuur
 
Keith Altham, ‘‘Keep On Running’ was originally the flip reveals Spencer Davis’, New Musical Express, 31 december 1965
Keith Altham, ‘Spencer Davis: he’s deep, very deep’, New Musical Express, 4 februari 1966
Keith Altham, ‘Muff Winwood: shy guy’, New Musical Express, 18 februari 1966
Keith Altham, ‘Spencer Davis Group: ‘Somebody’ makes No. 1 - but too quickly for Spence’, New Musical Express, 15 april 1966
Keith Altham, ‘Feuding Spencer Davis Group’, New Musical Express, 11 november 1966
Keith Altham, ‘Spencer Davis played on church steps’, New Musical Express, 17 december 1966
Advertentie Phonogram in Muziek Expres, januari 1967
‘Gesprekje met the Spencer Davis Group’, Muziek Expres, januari 1967
‘Spencer Davis Group, ‘I’m a man’’, Melody Maker, 14 januari 1967
Chris Welch, ‘Stevie Winwood: Why I Quit’, Melody Maker, 4 maart 1967
‘Spencer Davis Group compleet’, Kink, 6 mei 1967
‘Acht uur durende beatmarathon werd financieel een flop’, Leeuwarder Courant, 5 juni 1967
‘Winwood’s Traffic loopt lekker. Met Spencer’s groep wat minder?’, Hitweek, 21 juli 1967
‘Stevie’s nieuwste naam is The Traffic’, Muziek Parade, november 1967
‘Stevie Winwood weer op de voorgrond’, Teenbeat, mei 1968
Keith Altham, ‘The Eighth National Jazz and Blues Festival’, New Musical Express, 17 augustus 1968
Dave Marsh, ‘The return of Spencer Davis’, Creem, maart 1971
Harold Bronson, ‘Spencer Davis’, Phonograph Record, juni 1971
Caroline Boucher, ‘Spencer Davis. ‘Waiting for the next crack-up’, Disc and Music Echo, 3 juni 1972