Zoeken




Platenmaatschappij CBS (Sony, Columbia) heeft heel wat coryfeeën aan de top gehad: A&R-mannen Mitch Miller en John Hammond en presidenten als Goddard Lieberson, Clive Davis, Walter Yetnikoff en Tommy Mottola.
   In 2005 somde Walter Yetnikoff (r. 1975-1990) de belangrijkste CBS artiesten aller tijden op: Bruce Springsteen, Billy Joel, Bob Dylan, Barbra Streisand, James Taylor, Michael Jackson en Leonard Bernstein (Paul Simon liet hij wegens onenigheid bewust weg). Over Billy Joel wil ik het nu speciaal hebben. Dat doe ik op basis van tal van artikelen en interviews in binnen- en buitenland.

Communistische grootvader 
 


Grootvader Karl Joel

 
Joel (zonder trema) is op 9 mei 1949, geboren in de Bronx (New York). Karl Amson Joel, zijn joods-Duitse grootvader van vaders kant (1889-1982) vluchtte met zijn gezin via Zwitserland en Cuba naar Amerika. Vader Helmut (later: Howard) was een nog in Duitsland geboren concert-pianist. Rosalind Nyman, zijn moeder, was van joods-Engelse afkomst.
   Over Billy’s achtergrond noteerde de Nederlandse journalist John Oomkes uit diens mond: “Ik kom uit een familie van Franklin D. Roosevelt-aanhangers en sociaal-democraten. In New York bestond een grote gemeenschap van joodse vrijdenkers en radicalen. Mijn opa [van moeders kant] was anarchist en communist – een heel intelligente man. Hij nam me op schoot en vertelde me van zijn avonturen in de Internationale Brigade die [in de jaren dertig] in Spanje tegen Franco vocht. Veel Amerikanen kennen de Spaanse Burgeroorlog helemaal niet en weten niks van Franco. Dat is vreemd als je beseft dat het de eerste anti-fascistische oorlog  was. Je had veel lef nodig om daar als Amerikaan op eigen houtje te gaan vechten. Omdat hij tegen Franco gevochten had kon mijn grootvader in de jaren vijftig [het begin van de Koude Oorlog] niet aan werk komen”.
   In zijn verslag maakte Billy Joel er blijkbaar geen melding van dat de Sovjet-Unie onder leiding van Stalin eveneens een militaire rol speelde in de Spaanse Burgeroorlog.
 

Van klassiek tot popmuziek

 
Aan het huwelijk tussen zijn ouders kwam definitief een einde toen Billy Joel een jaar of acht was. Eerder al was hij, in de voetsporen van zijn vader, begonnen met piano spelen. “Ik leerde spelen toen ik een jaar of vier was. Aan lessen had ik echter een hekel. We hadden een ouwe Lester-piano in huis. Mijn vader speelde er hele dagen op. Ik probeerde hem in het wilde weg na te doen maar bracht er natuurlijk niet veel van terecht. Toen sleepte mijn moeder me naar een lerares, die bovendien balletles gaf. Heel vernederend. In haar huis stonk het altijd”.
 


Moeder Rosalind Nyman

 
Aan de Britse popjournalist Tom Hibbert vertelde Joel dat hij als jongetje liever zelf componeerde dan het werk van beroemde componisten uitvoeren. Zijn moeder vond het allemaal prachtig.
   “I was playing advanced pieces at a very young age. What I’d do was I’d make up classical pieces. My mum would be in the next room listening to me when I was supposed to be practising and rather than playing that was on the note paper I’d just start playing my own classical music and she’d say, ‘Oh, you picked that up quickly. What is it? Oh, it’s Mozart’.
   And the next day I wouldn’t remember what I played the day before so I’d make up something else and she’d say, ‘That’s good. What’s that? Oh, that’s the second movement’.
   By the end of the week I hadn’t learnt anything but I’d written this beautiful five part symphony and I’d go to the piano teacher and she’d beat the shit out of me because I was supposed to learn the notes”.
    Joel vergeleek zijn eigen situatie met die van de blinde artiest Ray Charles. “Look at Ray Charles. Can he read notes? He can’t even see – so how the hell could he read music?”
   De grote ommekeer voor Billy kwam toen hij de Beatles begin 1964 zag optreden in het tv-programma van Ed Sullivan. Hij was veertien jaar. De Beatles, vooral John Lennon, waren (vond hij) heel anders dan de idolen van kort daarvoor: Pat Boone, Fabian en Frankie Avalon. “These Beatles were working class guys”. De anarchistische verhalen van zijn grootvader, lijkt, vonden weerklank bij hem in de popmuziek.
 
Tijd om zelf in een bandje te gaan spelen. Van originele muziek was nog geen sprake. Niet voor niets trad de groep op als de Echoes. Billy noemde het een jukebox-band. Je hoefde bij wijze van spreken maar op de knop te drukken en zij speelden het. Joel werd tot zanger gebombardeerd. “We did Righteous Brothers, Ronettes, Beatles, Stones, Kinks, and some of that American garage stuff – Standells, Sam The Sham and the Pharaohs, Question Mark and the Mysterians, Cannibal and the Headhunters, Joey Dee and the Starliters, twist music, anything that was on the radio”.
 


 
Het begon allemaal met door de katholieke kerk georganiseerde avondjes onder het mom van ‘Teen Canteen’. Niet alleen had hij succes bij de meisjes. Er werd ook nog wat verdiend, kreeg Tom Hibbert te horen. “That was the first time that girls had ever looked at me and after the show the priest gave us five bucks each and I thought, You mean we get paid for this! That was it”.
   Het leven van een artiest bleek z’n aantrekkelijke kanten te hebben.
 

Sessie-muzikant

 
Als je Billy Joel mag geloven speelde hij in de jaren zestig mee op een paar grote hits, die door Shadow Morton geproduceerd werden.
   “Tijdens een optreden van de Echoes kwam er iemand op me af. Hij vroeg of ik piano wilde spelen bij een plaat-opname. In zijn kelder in Levittown, Long Island, waren de Dynamic Studio’s. Ik kreeg de bladmuziek van twee liedjes voor mijn neus. Het ene heette ‘Leader of the Pack’, het andere ‘Remember, walking in the sand’.
   Toen kwam Shadow Morton [1941-2013] binnen, een wat vreemde man. Hij had een bril met donkere glazen op en een cape om. Hij gedroeg zich alsof hij de Phil Spector van de Amerikaanse oostkust was, of wilde worden. Morton praatte met wilde, theatrale woorden – wilde meer ‘donder’ en ‘purper’ horen. Zenuwachtig zat ik daar. Het was mijn eerste ervaring in een opname-studio. Aan een van de (andere) muzikanten vroeg ik zachtjes: ‘Wat bedoelt hij met meer ‘purper’?”.
   Het antwoord was niet moeilijk. De gitarist maakte duidelijk dat hij wat harder op de toetsen moest beuken.
   “Een paar uur later stond ik weer buiten. Voor mij was het vreemd dat ik het (in)zingen niet meemaakte. Ik wist niet eens voor welke artiesten de opname bedoeld was. Maar een tijdje later [in 1964] hoorde ik ‘Remember, walking in the sand’ van de Shangri-Las op de radio. Ik realiseerde me dat ik de pianist was. ‘Wait a minute, that’s me!’, ging door mijn hoofd.
   Toen ik het aan de andere jongens van de Echoes vertelde, vroegen ze me meteen hoeveel geld het opgeleverd had. Ik moest bekennen dat ik geen cent ontvangen had. Ik begon me te realiseren dat Shadow jongens als mij aangetrokken had om kosten te besparen. Ik heb hem nooit meer gezien. Ik geloof dat het voor hem eindigde met de groep Vanilla Fudge, die hij eveneens met donder en bliksem produceerde. He was weird”.
   Joel maakte geen melding van twee andere Shadow Morton-successen; de single ‘Society’s Child’ van Janis Ian (1965) en het album ‘In-a-gadda-da-vida’ (Iron Butterfly, 1968). Bovendien was Morton betrokken bij de carrière van groepen als Isis en de New York Dolls. Het was dan ook geen toeval dat Johnny Thunders, gitarist van de Dolls, een cover opnam van ‘Give him a great big kiss’ (Shangri-Las).
   Joel had nóg een bijzondere ervaring als sessie-pianist. “In 1966 of zo werd me gevraagd of ik wilde meespelen in een commercial voor Bachman’s Pretzels. We reden naar de ranch van Chubby Checker in Philadelphia. Daar zag ik een gouden plaat – een dubbele gouden plaat zelfs. Zoiets had ik nooit eerder gezien. Met ‘The Twist’ bereikte Chubby twee keer de eerste plaats van de hitlijsten. Ik was zeer onder de indruk en kon geen woord meer uitbrengen.
   Het ‘reclame-liedje’ schreven we bij Chubby thuis. Ze hadden hem gevraagd vanwege de kreet: ‘A pretzel with a new twist! Bachman!’.
   Door het woord Bachman kwam ik zelf nog op een idee. ‘Aan het eind zal ik op een orgel een stukje Bach spelen. Het is toch Bach, man!’
   Iedereen vond het een een geweldig concept”.
 

   

 

Bar-pianist

  
Billy Joel manifesteerde zich in een aantal rockgroepen. Na de Echoes werd hij lid van de Hassles. Die hadden meer een eigen geluid. Aan het einde van de jaren zestig werd er niet meer zo in singles maar in concept-albums gedacht. Groepen als de Beatles (‘Sgt. Pepper’) en Beach Boys (‘Pet Sounds’) begonnen ermee.
   Shadow Morton zette die trend bij Atlantic Records voort met Vanilla Fudge, die volgens Joel eerder optraden als The Pigeons, en Iron Butterfly. De Hassles gingen eveneens op die toer. “It was mostly blue-eyed soul or else what you’d do is you’d do versions of other people’s hits and you’d slow them up like all psychedelic, like the Fudge did with ‘You Keep Me Hangin’ On’”. Het meegaan met de trend zette zoden aan de dijk. De Hassles werden regionaal behoorlijk populair.
   Als helft van het duo Attila (1970) ging Billy meer op de show-toer. Bovendien produceerde hij behoorlijk wat lawaai. Joel: “It actually pre-dated the popular heavy metal. It was right around the time Led Zeppelin’s first album came out and we were gonna destroy the world through amplification. It even says that on the liner notes of the Attila album. The liner notes are brilliant: ‘a screaming invincible wave of destruction, it left in its wake half the civilised world in shock and bleeding submission. It was a sword and a flame... Attila!’”.
   Na het uiteenvallen van Attila zag Billy, 20 jaar, het helemaal niet meer zitten. Zijn vriendin gaf hem de bons. Hij had geen cent en geen plek om te wonen. Er zat weinig anders op dan zelfmoord te plegen. “I got suicidal. I decided I was going to do myself in. So I took all these pills and I thought I was dead but I woke up and I was in the hospital. And that just made me more depressed. I couldn’t do it right. I was still alive. I couldn’t even do that one simple thing right”. Kort daarna deed hij een tweede poging om een einde aan zijn bestaan te maken.
   Op een dieptepunt in zijn leven werd hij geholpen door Michael Lang, organisator van het Woodstock Festival, en platenproducer Artie Ripp. Hulp van ‘zakenmensen’ was uiteraard niet vrijblijvend. Ze wilden zich wel voor hem inzetten, maar dan moest hij iets terugdoen. Joel verklaarde in 1987, toen hij een grote ster geworden was: “I got a lawyer and he looked at my contract and he said, ‘Well, you signed away your publishing, you signed away your royalties, you signed away any money you can make playing live, you signed away everything’”.
   Blijft de eeuwige vraag: wat is beter: in je eentje aan je carrière en inkomsten werken of bereid zijn dat gedeeltelijk op te offeren aan mensen die zich zakelijk voor je inzetten?
 
Aan Tom Hibbert vertelde Billy Joel dat hij vanwege de contracten die hij getekend had naar Californië wegvluchtte om er (onder de naam ‘Bill Martin’) een anoniem bestaan als barpianist te leiden. In de Executive Lounge maakte hij kennis met serveerster Elisabeth Weber Small, met wie hij weldra in het huwelijk trad.
   Een incident in de bar was van betekenis. “One night this guy came in, I think he was Japanese or Korean, and he was drunk and he had a gun and he was pointing it at the barman and pointing it at the patrons and you know that old thing about when a fight breaks out the band should just play an up tempo number – don’t stop playing, play, play, play, get everybody up and happy?
   Well, I started playing ‘God Bless America’. I don’t know why because the guy was obviously oriental. But he stopped, he just dropped the gun and people started singing ‘God Bless America’
and the police came and led him quietly away and I was the hero of the night. I got good tips that night. Ah, the power of music”.
   Door die ervaring kwam Joel op het idee de song ‘Piano Man’ te schrijven. Dat werd voor hem de doorbraak. Billy kwam onder contract bij een grote platenmaatschappij. Daar was hij trots op. “It was on Columbia records. Dylan was on Columbia so I thought that was really hip”.
 

Kassabel in Amerika

 
In Amerika ging de kassabel luidkeels rinkelen. De single ‘Piano man’ werd een hit. Een album met die titel en de song erop schoot door naar een verkoop van vier miljoen stuks. Dat was nog maar het begin. Elk album dat Billy Joel sinds die tijd op de markt bracht verkocht miljoenen exemplaren. Vooral ‘The Stranger’ (1977) deed het met zeven miljoen stuks heel erg goed. Zoiets hadden ze bij CBS (Columbia) niet eerder meegemaakt. Andere elpees die met ‘gewoon platina’ of met vele malen platina aansloegen waren onder meer ‘Streetlife Serenade’, ‘Turnstiles’, ‘52nd Street’ en ‘Glass Houses’.
 
In Europa was er van een echte doorbraak echter geen sprake. De meeste singles die in Nederland werden uitgebracht bleven redelijk onopgemerkt. De hoogste notering in de top 40 kreeg ‘She’s always a woman’: op 12. Van de albums bracht ‘Glass Houses’ (1980) het er nog het beste af: 15 - als je tenminste afgaat op de LP-hitparade van de Stichting top 40.
   In Engeland hadden ze nog minder behoefte aan iemand als Billy Joel. De Britten hadden hem niet nodig, ze hadden hun eigen ‘piano man’: Elton John. Pas in 1978 wist Billy Joel in Engeland voor het eerst de hitlijsten te bereiken. Dat was met ‘Just the way you are’. Het duurde nog vijf jaar voor er in dat land een top-tien klassering in zat.
   De Engelse popjournalist Robin Katz wijdde in 1979 enkele artikelen aan de Amerikaanse superster. “His live concerts have generated millions of dollars. Not since Elton John has a single rock act - all the other major stars are groups like the Bee Gees and the Stones - made such an impact”. Katz schreef een groot gedeelte van het succes (en de inkomsten) toe aan de inzet van Elizabeth Weber Small, de voormalige serveerster die met Billy trouwde en zijn manager werd. Elizabeth was in staat geweest om al die contracten, die Billy zonder nadenken getekend had, aan te pakken. “The majority of the general public might never have heard of Billy Joel if Elizabeth hadn’t taken that job as a cocktail waitress. For it is Elizabeth who has steered Billy to the success he now enjoys. She is not only his wife but also his manager, taking a financial cut just like any other manager would.
   In show business it is rare enough for a husband to manage his wife successfully. But a woman managing her husband? It was virtually unthinkable until Mrs. Billy Joel, came along. But she is a special kind of lady”.
 

v.l.n.r. Elizabeth Weber, Walter Yetnikoff, Billy Joel (1981)

 
Billy Joel bevestigde een en ander: “I wouldn’t be where I am today, if it wasn’t for Elizabeth. Almost single-handedly she has done what no team of managers ever could have done for me. I had a bit of success before she became my manager. I mean, I’d sold a lot of records. I sold a million copies with one album and single, ‘Piano Man’, but I was up to my ears in debt and bad contracts. There seemed no way out.
   One day, kind of as a joke, I turned to Elizabeth and said: ‘Hey, Lizzy, you could do a better job. Why don’t you manage me?’ I laughed.
   Liz didn’t. The next day I was sitting in my apartment when an army of secretaries and businessmen arrived. Elizabeth had taken me literally. She was taking over my career with, of course, my blessing. In fact, it took her three years to finally buy out all the contracts because at the time she didn’t have any more money than I did. But she did do one helluva good job”.
   Billy Joel had zijn zakelijke lot dus helemaal in handen van zijn vrouw (en haar familie) gelegd. Dat pakte goed uit, totdat er in 1982 een einde aan hun huwelijk kwam.
 

Goodnight Saigon

 
Tot aan de scheiding liep de carrière van Billy op rolletjes. Daarna ging het een stuk moeizamer. Tijdens de opname van het album ‘Nylon Curtain’ kreeg de piano man een motorongeluk, waarbij hij zijn rechter pols en de duim van zijn linkerhand brak.
   Niet iedereen was even enthousiast over het album. De verkoop in Amerika was – voor iemand als Billy Joel – nogal teleurstellend. In Nederland schreef Bart Jungmann: “Billy Joel glijdt bijna onderuit. Het is niet zijn beste album.  De echte fan van Billy Joel zal zich aan deze nieuwe plaat zeker geen buil vallen, maar als kennismaking met zijn werk is wel een andere langspeler te noemen”. Blijkbaar moesten nog heel wat Nederlanders voor het eerst kennis maken met de muziek van Joel. Een van de tracks, ‘Goodnight Saigon' werd in de recensie van 9 oktober 1982 omschreven als een ‘melo-drama’.
   Jungmann: “‘The Nylon Curtain’ is een variant op ‘iron curtain’, het ijzeren gordijn”.
   In een artikel begin 1983 legde Hans Piët vast: “‘Goodnight Saigon’ is het relaas van de afgrijselijke Vietnam-oorlog, bekeken door de ogen van bange soldaten die in de oerwouden de meest vreselijke dingen meemaakten. Zelf heeft Billy Joel nooit gevochten: ‘Ik kwam onder de dienstplicht vandaan door te vertellen dat ik mijn moeder onderhield. Ik bracht echter geen cent binnen. Later, toen ik opnieuw werd opgeroepen, brak er brand uit in het kantoor waar mijn dossier lag opgeslagen. Het duurde een jaar voordat ze het terugvonden. De nummers 1 tot 196 werden opgeroepen. Ik had nummer 197’”.
   Toppop zond wekenlang een aangrijpend filmpje uit. In die tijd was Ronald Reagan president van de Verenigde Staten geworden. In Amerika groeide zijn populariteit. In Europa daarentegen werd hij door heel wat mensen als een ‘havik’ gezien. Het waren de dagen van steeds meer en ‘betere’ atoomwapens in het westen (Navo) en oosten (Warschaupact). In Nederland werd regelmatig gedemonstreerd tegen
Amerikaanse kernwapens.
 

 
Een kritische single als ‘Goodnight Saigon’ wist nauwelijks door te dringen tot de Amerikaanse hitlijsten. Anders was dat in Nederland. De ‘entertainer’ Billy Joel kreeg hier in zekere zin het imago van protestzanger. Hij was de juiste man op de juiste tijd op de juiste plaats. ‘Goodnight Saigon’ bereikte begin 1983 de bovenste plaats van de Nederlandse top 40. Nederland was (naast Vlaanderen) het enige land ter wereld waar ‘Goodnight Saigon’ een grote hit werd – én een klassieker. Radio Twee van de Publieke Omroep riep de song enkele jaren geleden een paar keer uit tot de populairste plaat van de jaren tachtig.
   Aan een Nederlandse journalist vertrouwde Joel in 1990 toe. “Mijn album ‘The Nylon Curtain’ kwam op een moment dat Hollywood Vietnam nog moest ontdekken. De [Amerikaanse] platenmaatschappij noemde het commerciële zelfmoord. De officials luisterden en riepen in koor: ‘Waarom geef je ons deze shit? We willen de Billy Joel-ballade en de Billy Joel-hit zoals we die kennen’.
   Ik zei: ‘Luister even. Ik doe gewoon wat ik doe. Ik doe Billy Joel niet even. Ik maak wat ik besluit te maken. Hoe ik me op dat moment ook voel’.
   Het is [goed] je in te zetten voor de echt belangrijke zaken. De affaires die voor mij echt belangrijk zijn, bestaan uit die gevechten waarvan de uitkomst bepaalt of de wereld waarin wij leven nog enige kans heeft. Gevechten over politieke vrijheid, over de verbetering van het milieu – de slag om dingen die ik alleen maar kan aanduiden als de Goeie Zaak, de eerlijke, rechtvaardige samenwerking. Als je niet meer vecht ben je dood. Toen ik tiener was dacht ik dat ik later kalm, kaal, dik, vertegenwoordiger in verzekeringen en Republikein [de partij van Ronald Reagan] zou zijn. Niks van terecht gekomen. Ik ben nog steeds even idioot als op mijn twintigste”.
   Joel begreep dat zijn politieke opstelling hem in de VS niet bij iedereen populair maakte. “Mijn naam staat op verscheidene zwarte lijsten van ultra-rechtse groeperingen in Amerika”.
 

Concerten in de Sovjet-Unie

 
Ondanks ‘Goodnight Saigon’ bleef Billy Joel een vedette in Amerika. De Sovjet-Unie nodigde de populaire maar omstreden Amerikaan in 1987 uit om in Moskou en Leningrad concerten te komen geven. Zijn optreden van 2 augustus 1987, in Leningrad, werd rechtstreeks door de Amerikaanse én Sovjet-televisie uitgezonden. Billy Joel: “Het was een kwestie van wederzijds vertrouwen, want ik had natuurlijk van alles kunnen zeggen, met alle risico’s vandien”.
   Helemaal ongemerkt ging het niet. Een organisatie van studenten, die opkwam voor de joden in de Sowjet-Unie, oefende kritiek uit op de toernee: “Het is tragisch dat Billy Joel, wiens muziek miljoenen boeit, concerten gaat geven in Rusland. Hij zou nooit naar Zuid-Afrika gaan, waar de mensenrechten miskend worden. Hij hoort ook niet naar Rusland te gaan, waar refuseniks, joden die geen uitreisvisum voor Israel krijgen en gewetensgevangenen in eenzaamheid leven en honderdduizenden het elementaire recht op emigratie ontberen”.
 

Billy Joel in Moskou, 26 juli 1987


 
In de Sowjet-Unie, voormalig bondgenoot van Noord-Vietnam, zong Billy ‘Goodnight Saigon’. Joel: “Toen ik ‘Goodnight Saigon’ in Rusland zong, zaten de Sovjets nog in Afghanistan. Het publiek identificeerde zich met die song, hoewel ik in het begin moeite had om via de tolk duidelijk te maken dat ik juist geen voorstander was van oorlog.
   Eerst kreeg ik een fluitconcert – totdat ik liet vertalen dat ‘Goodnight Saigon’ ging over vrienden van mij die op amper 20-jarige leeftijd in Vietnam moesten vechten. Degenen die terug kwamen waren op slag oud geworden, zo vertelde ik, en zij waren de gelukkigen, want zij kwamen tenminste terug. Toen hield het gefluit op”.
   In Rusland waande Joel zich anno 1987 terug in de sixties, vertelde hij in 1990 aan journalist Oomkes. “Het kwam het bij me over alsof je daar in de jaren zestig rondliep. Het voelde aan alsof daar de jaren zestig nog moesten beginnen. Russen grijnsden als je dat tegen hen zei. Nu wij de jaren negentig ingaan, beleven zij de sixties.
   Ik trad in Moskou en Leningrad op met dezelfde installatie als waarmee ik in Madison Square Garden speel. Ik geloof niet dat ze ooit eerder zo’n kolossaal, westers geluid hadden gehoord. Ik zelf was dan ook niet degene over wie ze zich het meest opwonden. Ze kenden me amper, denk ik. Maar daar had je die westerse popster die al die elektronische troep had meegenomen.
   Als ‘Goodnight Saigon’ begint, hoor je de rotorbladen van een helikopter naderbij komen. Dat geluid kwam tijdens het konsert door 64 speakerboxen. Je zag de Russen rondkijken: waar is die helikopter? Waar gaat-ie landen? Aan het eind van die song kreeg ik een vorstelijk applaus, als teken dat ik de taal-barrière werkelijk had doorbroken. Ze hadden begrepen dat ik alleen maar wilde zeggen: oorlog is hel, oorlog stinkt, om het even wiens oorlog het is”.
 

‘Geen zakentype’

 
Billy Joel was niet alleen in Moskou en Leningrad. Al enkele jaren had hij een nieuwe levenspartner, Christie Brinkley. Het succesvolle Amerikaanse fotomodel had hem eerder geholpen bij het maken van de clip ‘Uptown Girl’, zijn enige grote hit in Engeland.
   Eind jaren tachtig zette Joel zijn management, de familie van Elisabeth Weber Small, aan de kant. Die zouden hem niet geholpen maar bedrogen hebben.
   Billy Joel in 1990: “Ik ben geen zakentype, hoewel ik nu leer hoe ik zakelijk moet optreden. Ik moet wel. Ik heb mijn management ontslagen. Ze hebben me bestolen en bedonderd. Ze hebben alles wat ik heb vergaard meegenomen en weggemaakt. Geïnvesteerd in gokken op de renbaan, investeringen in huizenprojecten. Alles foetsie. Slechte lui – wat zeg ik – rotlui. Klootzakken. Ja, ik weet dat ik eerder in dergelijke spelletjes ben gestonken. Eerst zo’n jaar of twintig terug [Michel Lang, Artie Ripp], toen zo’n tien jaar geleden door de vrouw van wie ik gescheiden ben en nu dit. Je zou denken dat je bij de derde keer wel enige ervaring opgedaan.
   Ik heb niet al mijn songrechten. Ik betaal nog steeds forse bedragen af om alles in handen te krijgen. Geld dat naar mijn ex-en en ex-managers gaat. Het is voor leken moeilijk te begrijpen: hoe kan een songschrijver nou niet de rechten bezitten van zijn eigen werk? Hoe kan een moeder nou niet haar eigen kinderen ‘eigen’ noemen? Zo sterk zijn mijn gevoelens over mijn songs. Het zijn mijn kinderen. Ik heb ze gebaard. Maar zo werkt de zakenwereld nu eenmaal – en wij artiesten zijn stompzinnig als het om zaken gaat. We denken niet over ons werk in termen als produkt-eenheden. We houden geen omzetcijfers of grafieken bij. Zakenlui denken over jou in die termen. En ze zijn heel goed bereid al je winst af te romen.
   Ik pas misschien wel zo goed bij CBS omdat ik ondanks mijn gebrek aan zakelijkheid carrière heb gemaakt. Ik zelf wilde op dat label zitten omdat het de platenmaatschappij van Bob Dylan en Paul Simon was. Dylan vertegenwoordigde voor mij alles wat een songschrijver zou moeten zijn.
   Vóór hem had je Leiber & Stoller, Carole King en Jerry Goffin, de mensen die voor anderen schreven. Dylan maakte van een song zijn eigen terrein. Hij drukte zichzelf in een liedje uit. Hij nam de taal van de dichters, verbond die met rock & roll en maakte het resultaat populair. De beelden die hij gebruikte waren het begin van een hele intellectuele ontwikkeling in de popmuziek. Opeens kon je hersens hebben en toch pop maken. Vóór Dylan was het uitsluitend anti-intellectuele muziek. Dylan bracht het intellect in.
   Ik ben naar de rechtbank gestapt – niet eens omdat ik hoop geld terug te krijgen, maar ik wil een eind aan de oplichterspraktijken [van mijn voormalige familie] maken”.
 

 

 
In het vakblad Billboard kon je de details lezen in een artikel van Larry Flick met als kop: ‘Billy Joel sues former manager for $90 million’.
   “New York – Billy Joel has filed a $90 million lawsuit against his former manager and ex-brother-in law Frank Weber, accusing him of misappropriation millions of dollars in recording royalties and tour funds over the last 10 years.
   According to papers filed September 25 in State Supreme Court here by Joel’s attorney, Leonard Marks, Weber has ‘maliciously defrauded’ Joel sinds 1979. During that time, the suit alleges Weber was annually paid millions of dollars in management commissions, as well as receiving additional funds from Joel’s tours and record royalties.
   Also named in the suit were Weber’s wife, Lucille, his brother-in-law Richard London, and two other in-laws.
   The suit’s key allegations claim Weber:
   * Misappropriated $2.5 million in unauthorized interest-free loans from Joel’s funds and cost the singer upward of $10 million through risky investments, including horse-breeding and real estate transactions.
   * Had a personal stake in many of the investments, a fact Joel claims he was never made aware of.
   * Double-billed the singer for production costs for music videos shot by a Weber-controlled company.
   * Obtained loans from CBS Records for Joel using the songwriter’s copyright as collateral to the company. The papers claim that Weber falsely assured Joel that he still had title to his works.
   In addition to the $90 million damages, Joel seeks to void his 1980 agreement with Weber and block him from receiving further compensation”.
   Was Billy Joel wel zo onzakelijk als hij zich in de media voordeed?
 

Terugblik op carrière

 
In de Engelse en Amerikaanse media zijn de afgelopen jaren een aantal artikelen verschenen waarin Billy Joel, met nieuwe heupen, intussen voor de vierde keer getrouwd, terugkijkt op zijn loopbaan. ‘Goodnight Saigon’ is in die interviews geen onderwerp van gesprek. Het lijkt soms of die song daar niet bestaan heeft. Financieel lijkt het hem zeer voor de wind te gaan. Maar hij is wel enkele malen opgenomen in afkick-centra.
   In 2009 overzag hij, samen met Ray Waddell, nog eens hoe het allemaal gegaan was. Hij had zich altijd loyaal opgesteld, verklaarde hij, zelfs ten opzichte van zijn ex-managers. “I tend to be loyal to a fault. Sometimes I stay with people when it’s gone beyond the point where I should have been loyal, like my ex-managers”.
   Zijn muzikale belangstelling was intussen nogal veranderd. “I’m writing a different kind of music now. I’m writing instrumental music and thematic music. To what end, I really don’t know. It may end up being a movie score, some of it could be symphonic, it could end up being songs. I’m writing themes. I’m just not writing songs like I used to. I stopped writing songs back in the early ’90s. I’m not really interested in songwriting these days, I’m interested in music writing. I’m much more comfortable with a more abstract form of writing. I like the idea of music speaking for itself.
   I kind of rediscovered classical music. Back in the early ’90s I was listening to the Beethoven symphonies and that had such incredible impact on me, recognizing that this music is just so evocative and so well-written and well-composed, so emotional and moving. I wanted to try and do that. Not that I could ever be Beethoven. But I was going to try and give it a shot”.
   Joel voelde zich bovendien nog steeds gelukkig bij platenmaatschappij Columbia Records (Sony). “I’ve had a very good relationship with Columbia Records. There are always some key people. Clive Davis was the guy who originally signed me. Goddard Lieberson, who took over after Clive, was a very musical man. I had a lot of respect for him. When Walter Yetnikoff came in, that made a very big difference in my career as well. Walter was personally interested in my career and directed the company to help us with our budget for touring. We weren’t necessarily having hit records all the time, and Walter thought I was going to be an important artist for the label and gave us a lot of tour support”.
   Het leven was goed voor hem als artiest. “I don’t think there will ever be a time when I stop being a musician. Possibly not being a performer, possibly not recording anymore, but I will always be a musician”.  
 
Harry Knipschild
26 november 2015

Clips

* Shangri-Las, Remember walking in the sand, 1964
* Hassles, You've got me hummin', 1967
* Billy Joel (Bill Martin), Piano Man
* Billy Joel, She's always a woman, 1978
* Billy Joel, Goodnight Saigon, 1982
Billy Joel, Christie Brinkley, Uptown Girl, 1983
* Billy Joel in Moskou, juli 1987
* Billy Joel, Goodnight Saigon, 2008
* Bachman pretzels, 2015
* Internationale aspecten van Spaanse Burgeroorlog  

Literatuur
 
Robin Katz, ‘Billy Joel: Power Behind The Throne’, Daily Mail, 22 februari 1979
Robin Katz, ‘Billy Joel: Redefining a Rock Star’, Man About Town, maart 1979
Bart Jungmann, ‘Billy Joel glijdt bijna onderuit’, Leidsch Dagblad, 9 oktober 1982
Hans Piët, ‘Billy Joel maakt rijk-geïllustreerde muziek’, Leidse Courant, 25 februari 1983
‘Billy Joel op toernee naar Rusland’, Leidse Courant, 4 mei 1987
Tom Hibbert, ‘Billy Joel: We All Make Mistakes’, Q, september 1987
‘Joel in Rusland’, Leidsch Dagblad, 20 juli 1988
Larry Flick, ‘Billy Joel sues former manager for $90 million’, Billboard, 7 oktober 1989
John Oomkes, ‘Billy Joel en het jeugdig gevoel op middelbare leeftijd’, Leidsch Dagblad, 26 mei 1990
‘Piano Man Billy Joel weds 23-year-old’, China Daily, 3 oktober 2004
‘Billy Joel in afkickcentrum’, Telegraaf, 16 maart 2005
Frank Jansen, ‘Walter Yetnikoff. “Liegen, bedriegen, stelen, ik deed het allemaal”’, Aloha, juni 2005
‘‘Goodnight Saigon’ populairst bij Radio 2’, Leidsch Dagblad, 16 juni 2005
‘Billy Joel not motivated to write pop songs’, CNN, 3 mei 2007
Ray Waddell, ‘Q&A: Billy Joel at 60’, Billboard, 30 april 2009