Zoeken



 
Het jaar 1959 leverde in Nederland nummer één hits op voor Billy Vaughn (‘Sail along silvery moon’), Kingston Trio (‘Tom Dooley’), Chris Barber / Monty Sunshine (‘Petite Fleur’) en Caterina Valente (Sweetheart, my darling, mijn schat’). Muziek Parade, het blad dat maandelijks een Nederlandse top 20 afdrukte, liet zien hoe populair het Italiaanse repertoire was. Liedjes als ‘Come Prima’, ‘Una marcia in fa’ en ‘Piove’ stonden maand in, maand uit, in vele versies genoteerd.

In september 1959 verscheen Rocco Granata voor het eerst in de Nederlanse top 20 van MP. Een maand later – in die tijd was er weinig verloop in de hitlijsten – steeg ‘Marina’ van 13 naar 6 om in november definitief door de te stoten naar de nummer één positie. Drie maanden lang bleef Rocco Granata als hoogste geklasseerd in Nederland. In juni 1960 stond ‘Marina’ nog steeds op nummer 15. De autobiografie van de zanger meldt dat er van zijn single alleen bij Delahay Records van Hans Kellerman waarschijnlijk 300.000 exemplaren in Nederland verkocht zijn. Behalve zijn eigen versie waren er in Nederland toentertijd bovendien uitvoeringen genoteerd van Willy Alberti, Bueno de Mesquita, Dutch Swing College band, Jack Sterling, Max van Praag, Nando Caselli en Will Brandes.
 

Internationale exploitatie

 

232 1 met René van Hoogten 1962

Rocco Granata en René van Hoogten (1962)

 
Italiaanse muziek was niet alleen populair in Nederland. Italianen woonden en werkten sowieso in veel westerse landen. Een sterke song als ‘Marina’ had dus alle kansen om ook elders te scoren. René van Hoogten, met wie Granata in zee was gegaan voor de internationale exploitatie van zijn repertoire, ging meteen aan het werk.
   Rocco: “René kende de internationale muziekwereld. Hij had ook goede contacten in de VS, en woonde er trouwens [ook]. Ik stond hem vijftig procent van de uitgaverechten af voor de hele wereld. René verkreeg het copyright en zou in de hele wereld met uitgevers subuitgaven afsluiten. Wat de opname betreft zou hij ook de master rights beheren voor de hele wereld, met uitzondering van de Benelux en de Duits sprekende landen, die door Jules Nijs zouden worden gecontroleerd”.
   Het was zaak zo snel mogelijk de Amerikaanse markt te bewerken. Als je in Amerika een hit had kon je een heleboel geld verdienen. Bovendien lag de rest van de westerse wereld dan voor je open.
   Van Hoogten wist dat er kapers op de kust waren. ‘Marina’ werd meteen door Amerikaanse artiesten opgenomen. Bovendien was er een versie van Willy Alberti. Alberti (eigenlijk: Carel Verbruggen) was in 1959 succesvol met Italiaans repertoire. ‘Zowel ‘Piove’ als ‘Una marcia infa’ bereikten de Nederlandse hitlijsten. Alberti was onder de indruk van ‘Marina’ en liep er meteen mee naar zijn producer Jackie Bulterman.
   Phonogram, de platentak van het wereldconcern Philips, liet er geen gras over groeien. Na korte tijd verscheen zijn cover van ‘Marina’ met succes op de Nederlandse markt. Via een KLM-piloot, hoorde Granata, belandde diens versie na korte tijd in ‘het land met de ongekende mogelijkheden’.
   Van Hoogten stelde: “Rocco, we moeten naar Amerika en onze originele opname daar voorstellen of jouw versie gaat verloren. Steeds meer artiesten nemen ‘Marina’ op”.
   Er verschenen in de VS op dat moment versies van Jackie Noguez (op Jamie Records), Tony Martin (RCA Victor), Joe Vina (Allied). Mickey Callen (Colpix) en Gilberto Ensemble (Music Hall).
  

Van Genk naar New York

 


Advertentie voor Rocco Granata in Amerika

 
Van Hoogten slaagde er in een overeenkomst voor Rocco Granata te maken met Laurie Records in New York. Het label, gerund door Robert en Gene Schwartz, deed het goed. Een topgroep was Dion & the Belmonts, met hits in 1959 als ‘Teenager in love’. Dion (di Mucci) en de Belmonts waren van Italiaanse afkomst. In 1959 schoot Laurie bovendien raak met de Europese hit ‘Morgen’ van de in Kroatië geboren Ivo Robic. Laurie was de ideale platenmaatschappij voor Rocco Granata, zou je denken.
   Op 9 november 1959 verscheen ‘Marina’ op 75 in de top 100 van Cashbox, zowel in de versie van Rocco Granata als die van Willy Alberti. In die week bezette ‘Mack the knife’ (‘Mackie Messer’) van de Italiaanse Amerikaan Bobby Cassotto (artiestennaam: ‘Darin’) de bovenste positie in de Amerikaanse hitlijsten.
 
Voor de jongeman, die was opgegroeid in Calabrië en met zijn accordeon vanuit de Belgisch-Limburgse mijnstreek geopereerd had als muzikant, was het zaak het vliegtuig in te stappen voor het grote avontuur. Granata: “Eerst werd ik nog ontvangen op het gemeentehuis van Genk. De Vespa-club had voor een erehaag van Vespa’s gezorgd en stond mij op te wachten. Naast de burgemeester en de rest van het gemeentebestuur waren onder meer ook de Italiaanse vice-consul en mijn vroegere muziekleraar Coninx present.
   Mijn ‘fanclub’ had voor een verrassingsfeest gezorgd. Het hele gezelschap van het gemeentehuis ging bovendien mee. Als ik mijn ogen sluit kan ik ze nog allemaal zien zitten. Iedereen wilde erbij zijn. De mensen stonden op stoelen en tafels en zelfs tussen het orkest. Het was een ongelooflijk feest.
   Ik kreeg nog de gevreesde inspuitingen, toen verplicht voor Amerika. Dan vertrok een hele bende, een karavaan auto’s van vrienden die er absoluut bij wilden zijn om ons uitgeleide te doen. We reden allemaal verkeerd tot we tot stilstand kwamen voor een kerkhof.
   Mijn vrienden huilden toen ik vertrok. Mijn moeder is wellicht recht naar de kerk gegaan om een kaars te branden. Ik moest onmiddellijk na aankomst een telegram sturen”.
   Samen met René Van Hoogten en Jules Nijs maakte Rocco zijn eerste vlucht – via Londen naar New York.
 
De aankomst op La Guardia Airport ging niet ongemerkt voorbij. “Er was een grondige controle op de luchthaven. De zwarte douanier had nog nooit een accordeon gezien. Een instrument? Wat is dat voor instrument? Bewijs maar eens dat je er kunt op spelen! Zo zat ik daar op mijn valies in de hal van La Guardia en speelde op mijn Stradella-accordeon terwijl honderden mensen in de rij stonden aan te schuiven en begonnen te applaudisseren. Eindelijk mocht ik buiten”.
  

Optreden in Carnegie Hall

 


Connie Francis en Rocco Granata in Carnegie Hall (November 1959)

 
De mensen van Laurie Records brachten Rocco Granata meteen onder de aandacht bij de Amerikaanse Italianen. Daar zou zeker een markt zijn voor ‘Marina’. Waarschijnlijk op instigatie van de platenmaatschappij organiseerde de Italo-Amerikaanse impresario Erberto Landi op zondag 22 november 1959 een Italiaanse avond in Carnegie Hall.
   Landi werkte samen met Robert Lesberg, personality marketing-merchandising specialist, die zich eerder met succes had ingezet voor Connie Francis. Connie (eigenlijk: Franconero) had in 1959 grote hits met onder meer ‘Lipstick on your collar’ en ‘Among my souvenirs’.
   De grote ster van die avond was natuurlijk Connie Francis zelf. Maar de uiterst populaire zangeres introduceerde die avond in Carnegie Hall de zanger van ‘Marina’. In het door Granata bewaarde programmablad is te lezen: “Connie’s special guest – in person – from Italy – First American appearance, Rocco Granata, singing his great hit ‘Marina’”. De avond werd gepresenteerd door choreograaf Lou Spencer en rock & roll deejay Alan Freed.
   Alvorens in Amerika te mogen optreden moest Granata allerlei hindernissen nemen. “Ik mocht eerst niet optreden in Amerika want ik was geen lid van het syndicaat van de artiesten. Goed, ik kocht een lidkaart [als zanger]: 300 dollar. Maar blijkbaar was meneer ook accordeonist. Dus moest hij zich ook als muzikant aansluiten: nog eens 300 dollar. Eindelijk waren alle documenten in orde en was alles betaald”.
   Alvorens in Carnegie Hall op te treden kreeg Rocco te maken met choreograaf Spencer. “Het was niet zo eenvoudig. Eerst moest ik een paar danslessen en lessen bewegingsleer volgen bij een dansleraar. Ik zou leren ‘waardig’ op een podium te komen en welke houding een artiest aanneemt als hij op het podium is. Deze lessen kostten me zo’n 1000 dollar.
   Van Spencer moest ik me voorstellen zonder accordeon. Van hem moest ik zeggen: ‘Ladies and gentlemen, I am happy to be here in New York’”.
   Spencer wilde Granata neerzetten als de opvolger van her Italiaans-Amerikaanse Mario Lanza. Maar op het beslissende moment dacht Rocco: “Ik ben Rocco’. Ik pakte mijn accordeon en liep er gewoon het podium mee op, zoals ik altijd doe. Ik hoorde de joelende menigte mijn naam scanderen en zag de balkons overvol met wuivende mensen”.
   Een ontmoeting met Connie Francis, en niet te vergeten: haar alles bepalende vader, maakte indruk. Vader Franconero was afkomstig uit Calabrië, de geboortestreek van de familie Granata. “Hij kwam naar mij toe, omhelsde me alsof we elkaar al jaren kenden. Ik hoor hem nog ‘paesan!’ (landgenoot) zeggen. Tegen zijn op dat moment beroemde dochter zei hij: ‘Connie, jij zou meer liedjes moeten zingen in de stijl van Rocco!’”
   Kortom, 22 november 1959 was voor Granata een dag om nooit te vergeten.
 

‘Marina’ stijgt door op de Amerikaanse hitlijsten

 


Amerikaanse Hitparade (Billboard, december 1959)

 
Voor de plugging van zijn single was het natuurlijk van belang om in goed bekeken tv-programma’s te komen. Laurie wist hem te plaatsen in programma’s van Tab Hunter (hit: ‘Young Love’) en Tommy Sands (‘Teenage Crush’).
   Tijdens een van de tv-programma’s had Rocco een bijzondere ervaring. “Toen ik op het podium kwam stormde er een groep jonge mooie meisjes op me af. Ze krijsten en trokken aan mijn kleren. Ik wist niet wat mij overkwam. Na het optreden namen ze hun handtasje weer op en wandelden weg”.
   Zou het zo ook gegaan zijn bij het tv-optreden van al die andere teenager-idolen? Was het krijsen bij bijvoorbeeld Elvis Presley (Ed Sullivan Show) het werk van ingehuurde vrouwelijke figuranten?
   Granata deed bovendien de ronde langs diverse radiostations. Hij maakte er niet alleen een praatje met de deejay die live in de uitzending zat. Soms werd onverwacht meer dan improvisatie van hem verwacht. Rocco: “Ik hoorde een deejay zeggen: ‘En nu gaat onze gast uit Europa, Rocco Granata, voor ons ‘Marina’ en nog enkele andere Italiaanse liedjes zingen’. We hadden helemaal niets afgesproken over andere liedjes. Ik had geen tijd om te overleggen. Ik speelde en zong Italiaanse liedjes waarvan ik zelfs de tekst niet kende en die ik ter plaatse van een nieuwe tekst voorzag. Als ik er nu nog aan terug denk, tril ik nog”.
   Door alle publiciteit bleef ‘Marina’ doorstijgen in de Amerikaanse hitlijsten. De single bereikte bij Billboard de 31ste plaats en versloeg daarmee de versie van Willy Alberti. Het succes van de bladmuziek (bijna in de top 10) bewees al in 1959 dat ‘Marina’ een ijzersterke song was. De song kreeg van BMI (Broadcast Music, te vergelijken met Buma-Stemra) meteen al een onderscheiding. Als klap op de vuurpijl zette ook Dean Martin (Dino Crocetti) ‘Marina’ op de plaat.
   Laurie Records geloofde zo zeer in Rocco Granata dat er tijdens zijn verblijf in Amerika een album met (andere) Italiaanse muziek werd opgenomen onder leiding van Joe Zito, de man die hem eerder muzikaal begeleidde tijdens zijn optreden in Carnegie Hall. De hit ‘Marina’ werd er als trekker aan toegevoegd.
   Alles bij elkaar wisten Rocco Granata en René van Hoogten heel wat te bereiken in New York. De (on)kosten en opnamekosten waren voor rekening van Laurie Records, maar werden wel verrekend met de royalties van de plaatverkopen. Dat was gebruikelijk in de muziekindustrie. Voorlopig werd in de VS dan ook weinig of niets verdiend, maar wel bekendheid en roem verworven.
   Rocco maakte van de gelegenheid gebruik om zijn relaties te honoreren. Zo stuurde hij vanuit New York een ansichtkaart naar platenwinkel de Harp in Maastricht. Eigenaren Nellie en Henk Severs waren er zo trots op die te ontvangen dat ze de kaart hun hele leven bewaard hebben.
 


 

 

Uitstraling in Europa

 
Het succes in Amerika zal ongetwijfeld hebben bijgedragen om de verkoop van ‘Marina’ in Nederland te continueren. Zoals gezegd bleef de single nog tot in juni 1960 in de top 20 van Muziek Parade geklasseerd staan. Maar ook in Nederland wist Rocco (voorlopig) geen royalties te ontvangen. De kleine platenmaatschappij Delahay ging in 1960 namelijk failliet. Inkomsten waren er natuurlijk wel van de auteursrechten. In Amerika had je BMI (en ASCAP), in Nederland Buma-Stemra, in België SABAM, in Duitsland GEMA, in Italië SIAE enzovoort. Zo’n overkoepelende organisatie zorgde goed voor z’n leden. Dat gold niet alleen voor de platen, maar tevens als je song in het openbaar ten gehore werd gebracht. Het duurde soms wel een lange tijd voor je het geld kreeg waar je recht op had.
   Aan die inkomsten moest ook Granata aanvankelijk wennen. “Van SABAM ontving ik mijn eerste cheque, een voorschot voor de verkoop en uitvoeringsrechten van ‘Marina’ in het buitenland. Het was een cheque van twee miljoen frank. Ik was erg verrast en dacht dat het een vergissing was”, is in de autobiografie te lezen.
   Ook de optredens leverden door het succes steeds meer en hogere inkomsten op.
           

Italië

 
Rocco ging in de meeste landen in zee met kleine platenmaatschappijen. Die waren vaak actiever dan de grote concerns, maar ook minder betrouwbaar als het om uitbetalen van royalties ging. Dat bleek niet alleen in Nederland, maar tevens in zijn geboorteland Italië. Bluebell Records had belangstelling. Maar: “De directeur [Toni Casetta] was niet opgetogen met het arrangement. Hij wilde de accordeon eruit gooien en vervangen door een tiental violen. Hij vergat dat de opname in Brussel volledig live was gebeurd en dat de accordeon niet op een afzonderlijk spoor stond. Ik zou speciaal voor hem een volledig nieuwe opname moeten doen. Ik was niet akkoord”.
   Even leek het erop dat Rocco’s ‘Marina’ helemaal niet in Italië werd uitgebracht, althans niet door Bluebell. Het succes elders in de westerse wereld had evenwel zo’n uitstraling dat Bluebell alsnog de originele opname wilde verhandelen. “Tegen zijn zin bracht hij dan toch de plaat uit met het oorspronkelijke arrangement. ‘Marina’ werd een komeet in de Italiaanse hitparade. De verkoop stevende in 1960 af op één miljoen”. Ook hier gebeurde meer. “In 1961 waren er al 60 versies op de markt. Veel artiesten probeerden mij te imiteren. De grote orkesten en de violen werden de laan uitgestuurd en de accordeons in de studio binnengehaald”.
   Plaatroyalties waren er niet, vertelde Rocco. Toen er uitbetaald moest worden ging Bluebell, evenals Delahay, failliet.
   Wielrenner Fausto Coppi, wereldkampioen (in 1953) en meer dan eens winnaar van de Tour de France en de Giro van Italië, overleed op 2 januari 1960. Hij was nog maar veertig jaar. Heel Italië was in rouw gedompeld. Op de radio hoorde je alleen maar klassieke muziek. Maar toch ook ‘Marina’ van Rocco Granata. Het lied had een bijzondere betekenis voor de wielrenner. Zijn dochter had hij Marina genoemd.
   Door het succes ging er voor Rocco Granata bovendien een droom in vervulling. In 1961 werd hij uitgenodigd deel te nemen aan het songfestival van San Remo, het programma dat hij als jongetje in België altijd beluisterde. Samen met Sergio Bruni haalde hij de finale. Die gebeurtenis maakte grote indruk. Rocco was nog maar 22 jaar. “De façade van het casino baadde in het licht. De palmbomen tekenden zich donker af tegen het witte palazzo. De genodigden waren allemaal in avondkledij. Ik zag Eddie Barclay en alle notabelen van de Italiaanse muziekindustrie.
   Wat voelde ik me plots klein. Ik bibberde een beetje. Ik probeerde me moed in te spreken en zei tegen mezelf: ‘Rocco, je hoeft geen schrik te hebben. Al zijn er dan honderden miljoenen toeschouwers en luisteraars, iedereen heeft maar één hoofd. Dus ga je echt maar zingen voor één mens’. Mijn schrik verdween. Het leek wel een toverformule want ik liep zonder enige angst het podium op”.
    

Doorbraak in Duitsland

 
Niet in alle landen lukte ‘Marina’. In het altijd moeilijke egocentrische Engeland, waar de single op Oriole verscheen, was er geen succes. Het communistische oostblok erkende westerse auteursrechten niet en betaalde nooit iets. In Frankrijk bracht Eddie Barclay de plaat van Rocco Granata uit. Barclay had bovendien de sub-publishing van ‘Marina’. Rocco: “Barclay maakte een Franse cover met zangeres Dalida. Niet mijn versie maar die van Dalida haalde de top van de Franse hitlijsten”. Geld kwam er dus toch binnen omdat ‘Marina’ nu eenmaal zijn compositie was.
   In Duitsland werd de single uitgebracht bij Electrola, de Duitse vestiging van EMI. Dat bedriijf was goed voor zijn geld (plaat-royalties). Ondanks tal van Duitse covers viel het publiek voor de originele uitvoering van Rocco Granata. “Ik werd uitgenodigd om de Gouden Hond van Electrola / His Master’s Voice in ontvangst te nemen voor de verkoop van één miljoen exemplaren. Caterina Valente [eveneens van Italiaanse afkomst en succesvol in Duitsland] was de eerste om me geluk te wensen. Wist ik dat deze Gouden Hond, de Nipper, de meest begeerde erkenning in Europa was. De artiest moest in die tijd één miljoen exemplaren verkocht hebben in één kalenderjaar”.
   Vanzelfsprekend trad Rocco op voor de Duitse televisie. Sinds het succes deed hij dat niet meer met zijn ‘internationale quintet’. “Mijn muzikanten konden er [weer] niet bij zijn. Terwijl voor mij de internationale deuren open gingen, gingen ze voor hun dicht. Zij werkten allemaal in de mijn en konden hun vrouw niet alleen laten. Spijtig. Ik had hen graag meegenomen”.
 


Rocco Granata en Jules Nijs

 
Behalve voor de tv en op tal van bühnes in het land, werd Rocco Granata bovendien gevraagd voor een film. Rocco: “In 1960 belde Jules Nijs mij. Hij zei dat hij telefoon gehad had van de Duitse filmmaatschappij CCC in Berlijn. Of ik in een film zou willen zingen en acteren. De film zou ‘Marina’ heten. Ik zou 2.500 Duitse mark per dag verdienen”.
   In zijn boek en ook tijdens ons gesprek in Kapellen maakte Granata duidelijk dat hij verre van tevreden was over het werk van Jules Nijs. Zijn manager was niet in staat hem goed zakelijk ter zijde te staan. Hij sprak bovendien zijn talen niet en al helemaal geen Italiaans. Bij het contract over Rocco’s rol in de film had hij vergeten de kleine lettertjes in het contract te lezen. Als gevolg daarvan miste Granata een groot deel van de inkomsten die hem voor ogen gesteld waren.
   In Kapellen liet Granata me weten dat hij al ter plekke zonder Nijs aan het onderhandelen geslagen was. Toen de producer hem vroeg om zowel ‘Marina’ als ‘Manuela’ in de film te vertolken was het Rocco zelf die (met grote moeite) 50.000 Duitse marken hiervoor wist te bedingen. Het duurde niet lang of aan de zakelijke relatie tussen de artiest en Nijs kwam een einde. “Ik weet niet eens of hij nog in leven is”, vertelde Granata me tijdens mijn bezoek.
   Met zijn ervaringen in de showbusiness en alles wat fout gegaan was ontwikkelde de zanger/accordeonist zelf steeds meer commerciële capaciteiten. Nijs lijkt daarbij een blok aan het been geworden te zijn – en bovendien een onnodige kostenfactor (vijftien à twintig procent van de inkomsten). In New York was Granata al begonnen met een studie van de Engelse taal.
 
‘Duitsland, mijn tweede thuis’ is niet voor niets de titel van een hoofdstuk in de autobiografie van de artiest. Rocco: “Ik toerde en toerde in Duitsland. Duitsland werd mijn thuisbasis. Daar nam ik de meeste van mijn volgende singletjes op, tientallen singletjes.
   In de nacht van 12 op 13 augustus 1961 maakte ik mee dat men begon met het bouwen van de Berlijnse Muur. Zo werd het Duitse publiek in twee gesplitst. Om in de toenmalige DDR te gaan optreden moesten er vooraf een heleboel documenten ingevuld worden en aangiften gedaan. Ik moest bijvoorbeeld iedere keer met mijn accordeon naar het douanekantoor in de Antwerpse haven gaan, waar er een loodje met een zegel werd aangehangen”.
   Het succes in Duitsland gaf Rocco een bijzondere status in de DDR. “Ik zag de lange rij van mensen die op documenten of stempels wachtten, hoorde het gesnauw van ‘wachten!’, ‘In de rij staan’, ‘morgen terugkomen’. Het engelengeduld van die brave burgers zal me steeds bijblijven”.
   Voor de beroemde artiest was het anders. Van zijn West-Duitse impresario Zenzen had hij gehoord: “Rocco, jij moet niet wachten in de rij. Je wordt verwacht en je kunt gewoon recht naar het loket gaan”. En zo ging het ook in de praktijk. “Ik deed het met loden voeten en ik werd inderdaad vriendelijk ontvangen aan het loket. De mensen in de wachtende rij lachten mij toe, knikten en maakten plaats. Ik vond het vreselijk. Machtsmisbruik stuitte mij zo tegen de borst”.
  

Een nieuwe hit: Buona notte bambino

 


Heinz Gietz (1924-1989)

 
‘Marina’ heeft een dominante rol gespeeld in het leven van Rocco Granata. Maar gelukkig voor hem bleef het niet bij dat ene liedje. Rocco schreef heel wat songs, voor zichzelf en voor anderen. “Voor Angelo Biondi schreef ik ‘Buona notte bambina’ in het Italiaans. We brachten het uit, maar zonder succes”. In Nederland verscheen die single op het Artone-label, dat na het faillissement van Delahay de Granata-platen uitbracht. Zonder groot succes overigens.         
   De nieuwe compositie van Granata speelde een dominante rol. Omdat zijn contract met Electrola voor de Duitse markt afliep werd hij benaderd door Heinz Gietz en Günther Ilgner. De topmensen van het Duitse bedrijf kwamen naar Brussel om hem een voorstel te doen voor een nieuwe overeenkomst. Rocco: “Ik had een hoog voorschot kunnen vragen want, ‘Marina’ buiten beschouwing gelaten, hadden de drie singles die daarna kwamen telkens ook meer dan 500.000 exemplaren verkocht”.
   Tot verbazing van Gietz en Ilgner wilde Granata geen voorschot hebben. Naar eigen zeggen poneerde hij: “Ik wil helemaal geen voorschot. U moet mij echter garanderen, zwart op wit, dat mijn volgende opname, die ik in het Duits zal doen, nummer één, twee of drie wordt in de Duitse hitparade. Ik heb hier een singletje van een productie die ik gemaakt heb met een andere artiest [Angelo Biondi]. Het is een compositie van mezelf en ook de Italiaanse tekst is van mij. Het plaatje heeft niet goed verkocht maar ik geloof er rotsvast in dat het een hit kan worden als ik het in het Duits zing”. Rocco had nóg een wens: “De opname (master-rechten) zou mijn eigendom zijn. Ze mochten van de royalties alle productiekosten aftrekken”.
   Het tweetal nam de plaat mee naar Keulen. “Na een week belden ze me. Het contract lag klaar. Mevrouw Verard, werkzaam bij een Duits radiostation, had een tekst gemaakt. Paul Kuhn deed de productie op basis van het Angelo Biondi-arrangement. In Duitsland werd ‘Buona notte bambino’ een miljoen keer verkocht. Electrola had woord gehouden”.
 

Nederland: CNR, de Harp en Rudi Carell

 
Na het verdwijnen van Delahay was Rocco Granata in zee gegaan met Artone voor de Nederlandse markt. Zonder succes had die platenmaatschappij de single van Angelo Biondi uitgebracht.
   “Ik had in 1963 een goede verstandhouding met John Vis. Ik ging naar Haarlem waar ik hem mijn opname van ‘Buona notte bambino ‘liet horen. Aan zijn bewegingen en aan de blik in zijn ogen zag ik dat hij de single niet goed vond. En inderdaad, zoals ik al zo vaak gehoord had, kwam het bekende excuus: ‘Ja, Rocco, het is een mooi lied, maar’”....
   Granata was er zich van bewust dat hij in feite geen verplichtingen meer bij Artone had. Daarom kon hij zeggen: “Meneer Vis, u hoeft niets meer te zeggen. U krijgt deze single niet meer. Ciao”.
 


Hans van Zeeland

 
Rocco verliet het pand in de Kruisstraat en reed door naar een andere platenmaatschappij: CNR in Scheveningen. In de autobiografie is te lezen: “Ik kwam er zonder afspraak aan en vroeg aan de secretaresse of ik de directeur kon spreken. Ik kende zelfs zijn naam niet. Het bleek mogelijk. Ze bracht mij het kantoor binnen van een beleefde, goed uitziende, music-minded en vriendelijke heer, Hans van Zeeland. Bij deze heer had ik meteen een heel goed gevoel.
   Hij luisterde naar de opname en vol enthousiasme riep hij twee van zijn medewerkers in zijn kantoor, pr-man Pierre van Ostade en Gert van der Meent, van de verkoop. Van Zeeland speelde de opname nog eens. Zijn mensen waren in de wolken en zeiden: ‘Dat wordt een succes’.
   Gert van der Meent belde meteen naar de Harp in Maastricht. Hij liet Henk Severs het bandje via de telefoon beluisteren. Toen hij de hoorn neerlegde, sprong Gert omhoog. Hij zei dolblij: ‘Rocco, deze man heeft 3.000 stuks besteld!’”
 


Gert van der Meent

 
De nieuwe overeenkomst moest gevierd worden. “We gingen naar een restaurant in Scheveningen. Daar zat tv-maker Rudi Carell aan het tafeltje naast ons. Hij kwam me begroeten. Ik stelde hem de mensen van CNR voor en zij deden het verhaal van de enthousiaste winkelier die meteen 3.000 plaatjes had besteld.
   Rudi zei: ‘Rocco, als het liedje zo goed is, dan moet je het zeker in mijn show komen zingen’”.
   Dankzij de Maastrichtse platenhandelaar Severs mocht Granata zijn Duits-talige single in het veel-bekeken programma presenteren. Het resultaat, aldus de artiest: “CNR kon de bestellingen niet meer bijhouden. Ik kreeg korte tijd later al een gouden plaat. In België en Nederland werden er [samen] 500.000 exemplaren verkocht”.
   Voor de tweede keer had Granata een superhit. Over het niet betalen van royalties heb ik hem niet gehoord deze keer.
 

Rocco Granata wordt eigenaar van zijn eigen song ‘Marina’

  
Het is ondoenlijk om in twee artikelen de hele muzikale loopbaan van Rocco Granata aan de orde te stellen. Behalve als zanger trad hij weldra tevens zelf op als platendirecteur. Rocco maakte tal van grote hits met Vlaamse artiesten. Bovendien werkte hij weer opnieuw samen met Hans Kellerman, nu directeur van Negram. Als gevolg daarvan was hij in de weer voor Nederlandse groepen als de Tee Set en de George Baker Selection (waarvan sommige titels inclusief sub-publishing). Cardinal Records maakte tevens de eerste opnamen met de Karina’s, later bekend als Maywood. Granata had zelfs, voor veel geld, de rechten kunnen verwerven van Reprise, de platenmaatschappij van Frank Sinatra. Maar dat ging hem te ver.
    In het hoofdstuk ‘De blanco cheque’ heeft Granata opgetekend wat hem emotioneel en zakelijk het meest aan het hart ging: het verhaal over de eigendomsrechten van ‘Marina’. Terwille van de promotie had hij zijn song in 1959 laten uitgeven door René van Hoogten (Class Music, Maxwell Music in de VS).
   Rocco: “Begin 1972 liet René van Hoogten me vanuit de VS weten dat hij de uitgaverechten wilde verkopen en dat een paar grote uitgevers er zeer in geïnteresseerd waren. René was een fair man en ik twijfelde er geen ogenblik aan dat hij eerst aan mij de kans zou geven om de rechten van mijn liedjes terug te kopen”.
   Het kostte Granata nogal wat moeite om de onderhandelingen tot stand te brengen, hoorde ik in Kapellen. Maar toen ze met z’n tweeën eenmaal in Antwerpen tegenover elkaar zaten, ging het snel.
   Rocco: “Het opplakken van een bedrag was erg moeilijk. Ik hakte de knoop door en gaf René een blanco cheque. ‘Zo, vul maar in. René Je weet toch, dat ik tegen elke prijs ‘Marina’ en al mijn andere liedjes wil terughebben’.
   Het waren enkele zeer spannende ogenblikken voor mij. René vulde een belachelijk lage prijs in. Ik was opgelucht, al had ik altijd geweten dat René een gentleman was”.
   Het bedrag op de blanco cheque heeft Granata nooit willen onthullen. Maar op 28 juli 2015 vertelde hij me dat zijn volgende afrekening van GEMA uit Duitsland drie keer zo hoog was als het bedrag dat hij voor het eigendom van ‘Marina’ moest overmaken. Zijn emotionele investering had hij dus meteen (met veel winst) terugverdiend.
 
Intussen is ‘Marina’ definitief een klassieke song geworden, een ‘evergreen’ zeiden ze vroeger. Het aantal vastgelegde uitvoeringen is niet meer bij te houden, zelfs niet door de componist. Op een recente cd van Universal zijn bekende nummers van Dean Martin en die van Rocco Granata te vinden. ‘Marina’ staat er twee keer op.
   ‘Marina’, geschreven door een jongeman, die in Calabrië op de zuidpunt van Italië geboren werd en er opgroeide, heeft een bijzondere betekenis gekregen in de Belgische diplomatieke geschiedenis, al is het dan een curieus incident.
   Rocco Granata: “In februari 2006 keek ik naar het avondjournaal van de VRT. Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken, was op bezoek in Congo. De waardigheidsbekleders stonden op een rij de minister op te wachten en de fanfare kwam in actie. Ik kon het niet geloven. In plaats van het Belgisch volkslied speelde men ‘Marina’”...
 
Harry Knipschild
13 augustus 2015
 
Clips

* Dion (DiMucci) & the Belmonts, Teenager in love, 1959 
* Connie Francis, Lipstick on your collar, 1959
* Ivo Robic, Morgen, 1959
* Rocco Granata en Fausto Coppi, 1960
* Rocco Granata, Manuela, in Duitse film 'Marina'
* Rocco Granata, La Bella, 1960
* Angelo Biondi, Buona Notte Bambino
* Belgische Speelfilm Marina, 2013
* Acteurs over Rocco Granata 2013
* Rocco Granta, André Rieu, Buona Notte Bambino, Marina, Vrijthof in Maastricht, 2014 

Literatuur
Rocco Granata, Rocco. De autobiografie, Antwerpen 2009