Eind 1965 was de nog onbekende folkzanger Paul Simon in Nederland. Hij mocht slapen ten huize van Cobi Schreyer (1922-2005) en optreden in de Waag, in Haarlem langs het Spaarne, waarvan de artieste op dat moment de uitbaatster was.
   In Nederland wist hij dat zijn song ‘Sound of Silence’ die week de hitlijsten van Billboard was binnen gekomen. Omdat platenmaatschappij CBS met de door hem gemaakte opname ‘geknoeid’ had was Simon verre van blij om zo in de top 100 te komen. Wat ik in 1965 uit zijn mond optekekende kun je hier lezen.
 


Art Garfunkel en Paul Simon bij het Amstel Hotel 

 
Een half jaar later was Paul Simon terug in Nederland, deze keer in het gezelschap van Art Garfunkel en manager Mort Lewis. Lewis verzorgde eerder de zakelijke belangen van onder anderen Dave Brubeck en de Brothers Four. Ze maakten opnamen voor de NCRV-tv (regie: Andries Roest) en traden met z’n tweeën opnieuw op in de Waag. Cobi Schreyer vertelde dat ze dat gratis deden. Deze keer sliep Simon in het Amstel Hotel (Amsterdam).
 
In juni 1966 was ik [HK] er opnieuw bij. Voorafgaand aan het optreden had ik een gesprek met het duo, dat inmiddels na ‘Sounds of silence; (hoogste notering: 1) hits had met ‘Homeward Bound’ (nummer 5) en ‘I am a rock’ (nummer 3), liedjes die Simon in z’n eentje in 1965 al in de Waag zong.
 
Het interview werd in het maandblad Teenbeat afgedrukt onder de titel: ‘Simon & Garfunkel – vraag en antwoord spel. Harry Knipschild in gesprek met Simon & Garfunkel’.
 

***

 


Simon & Garfunkel bij het Spaarne in Haarlem

 
Datum: dinsdag 28 juni 1966, ong. 18.00 uur. Plaats: De Waag, Haarlem
 
HK: “Iedereen heeft het er over dat jullie zo veel commentaar hebben op je eigen platen. Je kunt bijvoorbeeld geen krant in Engeland meer tegenkomen of er staat een verhaal vol zelfbeklag van de heren Simon & Garfunkel in”.
   Paul Simon: “Niet te geloven! We zijn geweldig trots op wat we doen, maar zoals ik je in december [1965] al vertelde zijn de heren van onze maatschappij vaak wat scheutig met het toevoeren van overbodige begeleiding, waardoor de plaat wel eens de mist in gaat, dat wil zeggen volgens onze artistieke smaak. Vooral met ‘Sounds of Silence’ was dat het geval”.
 
HK: “Hoe zit het met het coveren van jullie songs?”
   Art Garfunkel: “Dat is nogal wisselvallig. ‘Someday one day’ van The Seekers vinden we alle twee een geweldige plaat en het is een uitgesproken raadsel dat hij zo slecht verkocht heeft. Met ‘Red Rubber Ball’ is het nogal gek gegaan. Een van de mensen van The Cyrkle speelde bij ons in de begeleidingsgroep. Wij hadden ‘Red Rubber Ball’ toen op ons repertoire staan, maar vonden het nummer gewoon niet sterk genoeg om het zelf op de plaat op te nemen. Gauw werd toen The Cyrkle opgericht en ‘Red Rubber Ball’ staat nu op de hitparade. Wat niet afdoet aan het feit dat we het een zeer slechte plaat vinden”.
 
HK: “Zijn er nog meer platen op het ogenblik die je uitgesproken slecht vindt?”
   AG: “O, genoeg. Wat mij bijvoorbeeld niet zo bevalt is het succes van ‘Strangers in the night’ [Frank Sinatra] . Maar om het niet negatief te houden: ik ben gewoon weg van de Stones LP ‘Aftermath’”.
 


HK in gesprek in de Waag

 
HK: “Kun je iets vertellen van je volgende platen?”
   PS: “We zijn op het ogenblik bezig met een nieuwe LP. We hebben al zes nummers opgenomen waarvan waarschijnlijk ‘Dangling Conversation’ als volgende single zal gelanceerd worden. Maar ook ‘A poem on the underground war’ of ‘Patterns’ (van de ‘Paul Simon Song Book’ LP) komen in aanmerking. Je weet nooit van te voren wat je maatschappij doet, maar ze zullen wel het beste met ons voor hebben”.
 
HK: “Wat zien jullie als de grote belofte van de toekomst?”
   AG: “Persoonlijk zie ik enorm veel in een gloednieuwe Engelse zanger die min of meer op de folk-toer werkt. Hij heet Bert Jansch en als je hem binnenkort op de hitparade ziet, verbaas je dan niet. Wat me ook van het hart moet is dat Donovan nog eens helemaal zal doorbreken, zeker in Amerika”.
 
HK: “Ik heb het gevoel dat de belangstelling voor beat definitief aan het verflauwen is. Zie je een echte opvolger?”
   AG: “Je wilt het misschien niet geloven, maar ik heb sterk het idee dat het Franse lied het over de hele wereld zal gaan doen in de nabije toekomst. Je voelt het in Amerika gewoon aankomen. Ik zou geen artiest willen noemen die nu speciaal zal gaan meetellen, maar na de Britse sound komt de Franse sound. Overigens zal de beat nooit verdwijnen, ik geloof zelfs niet dat hij tanende is”.
 
HK: “Wat vind je van je verdiensten?”
   AG: “Je moest eens weten wat wij verdienen. We kunnen gewoon vragen wat we willen en de mensen betalen maar. Als je het eerlijk bekijkt verdienen we veel en veel meer dan we werkelijk verdienen, zelfs als je er rekening mee houdt dat het misschien over enige tijd helemaal afgelopen zal zijn. Maar laten wij blij zijn dat het zo lekker gaat financieel”.
 
HK: “Wat vind je van Bob Dylan?”
   AG: “We zijn het er allemaal over eens dat hij wel aardig veranderd is. Zo’n jaar of drie geleden, voelde hij zich en was hij de grote voorloper van een heel nieuwe generatie – zijn manier van dichten, zingen en denken zou een revolutie te weeg brengen. Die revolutie heeft plaats gevonden en Bob Dylan heeft er het nodige voordeel aan gehad. Hij hoeft zich niet meer druk te maken, hij hoeft niet meer te protesteren en dat doet hij ook niet. In Amerika is hij enorm populair, maar ik geloof dat de kritieken hier niet mals zijn en daar willen we ons zeker bij aansluiten”.
 
HK: “Hoe lang zou het succes nog duren?”
   PS: “Zeker nog een dag of drie”.
 


Mort Lewis met Simon & Garfunkel

 
 
Harry Knipschild
28 juni 1966, 4 juli 2015
Met dank aan Peter Voskuil voor het aanleveren van het artikel uit 1966

Clips

* Donovan, Colors
* Cyrkle, Red Rubber Ball, 1966
* Seekers, Someday, one day, 1966
* Simon & Garfunkel, Homeward bound, Canada, 1966
* Rolling Stones, album Aftermath, 1966
* Simon & Garfunkel bij de NCRV, juni 1966
* Bert Jansch, Blackwaterside, 1973
* Art Garfunkel zingt songs van Paul Simon in Haarlem, 2015