Zoeken


 
In 1971 had de Jackson Five een grote hit in Amerika met ‘Never can say goodbye’. Een notering voor die song bleef in Nederland uit. Dat veranderde toen een nieuwe zangeres hetzelfde nummer op de markt bracht. In de versie van Gloria Gaynor op het MGM-label bereikte ‘Never can say goodbye’ een hoge plek in de Veronica top 40.
   Aan deze plaat was een uniek verschijnsel verbonden. ‘Never can say goodbye’ verscheen in twee versies: het gewone 45-toeren plaatje natuurlijk. Maar ook, zoals het heette, in 12 inch-vorm. Het tijdperk van de disco-muziek was geboren. Naar die platen kon je niet alleen luisteren. Ze waren bovendien gemaakt om in disco’s op te dansen. Omdat al die horeca-zaken zich verplicht voelden zo’n 12 inch-schijf aan te schaffen, was het voor disco-muziek relatief makkelijk een klassering in de top 40 te verwerven. De lange versie, voor de discotheken, was een uitgerekte single met veel herhalingen en stukjes van de instrumentale ‘orkestband’.  
   Door ‘Never can say goodbye’ werd Gloria Gaynor in 1975 een ster. Weldra kreeg ze het predikaat ‘queen of the discos’ opgespeld.
 

Disco-muziek

 
Ogenschijnlijk was het een al glamour bij Gloria en al die andere disco-sterren. Bij de media vielen dat soort artiesten meestal niet in de smaak. Ondanks de grote verkoop-aantallen hadden die vaak geen hoge dunk van dat soort zangers en zangeressen. Of misschien juist wel ómdat ze met die muziek scoorden.
   In een artikel in 2005 omschreef Joost Zwagerman die zo populaire klanken als de ‘platst denkbare plastificatie van popmuziek’. In NRC Handelsblad schreef hij: “Disco werd synoniem van de breed uitgevente wansmaak van plateauschoenen, rolschaatsen, glitterbollen en hangsnorren. In breder verband vormden veel discohits het auditieve behang waarmee het ik-tijdperk werd gestoffeerd”.
   De gebroeders Gibb, die met de met de muziek voor ‘Saturday Night Fever’ letterlijk onvoorstelbare verkooprecords boekten gingen jaar in jaar uit gebukt onder de hoon die ze er in de pers mee oogstten. Het was een schande voor de Bee Gees om nummer één te staan met songs als ‘You should be dancing’. Het leek eervoller of beter om géén hit te hebben.
   Tijdens een interview met Benny Andersson van ABBA suggereerde Willem van Beusekom van de Vara-radio in 1976 dat de succesvolle Zweden ‘computermuziek’ maakten. Ik heb Benny nooit zo verontwaardigd zien kijken als op het moment dat hij op het punt stond die opmerking van een reactie te voorzien.
   Gloria Gaynor (geb. 7 september 1949), koningin van de disco,  had zo haar eigen ideeën over hoe het allemaal gegaan was. In 1995 publiceerde ze, met Liz Barr als ghostwriter, haar autobiografie, Soul Survivor.
 

 

Gloria Gaynor kijkt terug

 
Gloria Fowles, zoals ze in werkelijkheid heette, werd niet grootgebracht met het idee dat ze later een (disco)ster moest gaan worden. Ze was afkomstig uit een familie waar huwelijkstrouw niet hoog op het prioriteitenlijstje stond. Gloria groeide dan ook voornamelijk met haar moeder op. In 1995 liet ze noteren: “My fondest memory of my childhood is of my relationship with my mother. She was really my best friend. We were always very, very close, my mother and I. I looked up to her, I respected her, I probably idolized her. She was the one who loved me, no matter what”.
   Breed had haar moeder het niet met kinderen van al haar mannen. “My mother had one room, and my four older brothers slept in two sets of bunk beds on either side of what would have been the living room, with an old-fashioned floor-model radio in the middle. In the kitchen sat a chair-bed, which was where my younger brother, Arthur, and I slept when we were young”.
 

Muziek

 
In 1995 kon Gloria Gaynor zich nog goed herinneren dat ze altijd al had willen zingen. Maar aanvankelijk wist niemand het. Van huis uit had ze die aandrang meegekregen liet ze vastleggen. Haar vader zong immers in nachtclubs als onderdeel van de act ‘Step and Fetchit’. Haar moeder had gewoon een prachtige stem. Iedereen zong trouwens. “You couldn’t live for long in our house without singing. My brothers sang, my mother sang, [zusje] Irma sang, I sang, but nobody paid any attention, or said anything about it”.
   Gloria was tevens lid van het schoolkoor. Tijdens een uitvoering werd ze uitgekozen om in haar eentje een aria uit de Messiah van Händel te zingen. Dat ging de eerste keer zo goed dat ze opnieuw gevraagd werd om tijdens een concert van de school, met alleen piano-begeleiding, een lied te zingen. Vol zelfvertrouwen stapte ze het podium op. “Ik stond naast de piano. De muziek werd ingezet. Ik opende mijn mond. Maar er kwam geen geluid uit. Het leek wel eeuwig te duren. Mijn lerares speelde de inleiding opnieuw. Ook nu wist ik geen geluid voort te brengen.
   Vanaf het podium keek ik de zaal in. Een miljoen ogen waren op mij gericht. Ik stond daar maar en was tot niets in staat. De lerares wachtte even en begon voor de derde keer. Ik sloot mijn ogen en haalde diep adem. Met alles wat in me was slaagde ik er nu in om de eeste woorden te zingen. Het lukte. Na korte tijd had ik mijn zelfvertrouwen terug en zong steeds beter. Het applaus na afloop moet overweldigend geweest zijn, maar ik kan me er niets meer van herinneren”.
   Een bijzonder optreden zou Gloria nooit vergeten. Dat was nadat haar moeder aan haar keel geopereerd was en zelf nauwelijks meer kon zingen. Eén van haar favorieten was ‘Lullaby of the leaves’, een song uit de jaren dertig (in 1961 opnieuw een hit, nu voor de Ventures). “Omdat ze het zelf niet goed meer kon zong ik ‘Lullaby of the leaves’ speciaal voor haar. Ze scheen het prachtig te vinden”.
   Ook anderen reageerden positief op de zangkwaliteiten van Gloria. “Ik was dertien en verscholen onder de trap zong ik ‘Why do fools fall in love’ van Frankie Lymon [1942-1968]. De bovenbuurvrouw kwam naar beneden en zei: ‘Ik dacht dat beneden de radio aan stond!’ Dat was voor mij een bevestiging dat ik met mijn stem meer kon dan alleen een beetje voor mezelf en mijn directe omgeving zingen. Op die dag stond besloot ik zangeres te worden”.
 

 
Als je Gloria mag geloven was die bovenbuurvrouw niet de enige die haar onder de trap hoorde zingen. Samen met haar broertje Arthur bezocht ze in 1966 de Cadillac-club omdat het orkest van Eddie McClendon er optrad.
   “Met een glas cola zaten we aan een tafeltje te luisteren. Toen ‘Save your love for me’ van Nancy Wilson ingezet werd zong ik spontaan mee. Even later werd de muziek stopgezet. De orkestleider richtte zich tot het publiek. Onder het publiek, legde hij zijn gehoor uit, bevond zich een meisje met de naam Gloria. Als de mensen in de zaal applaudiserden zou ze misschen wel wat bij het orkest willen zingen. Ik keek om me heen.
   Tot mijn verbazing glimlachte het publiek in mijn richting. Ik kwam overeind. Doodsbenauwd stapte ik het toneel op. Ze vroegen me wat ik wilde zingen. Ik wist dat ik ‘Save your love for me’ kon brengen in de toonsoort die ik zojuist gehoord had - dus die song [van Buddy Johnson] koos ik uit. Er kwam een flink applaus toen ik uitgezongen was. Ik kroop vervolgens weer snel weg bij mijn broertje”.
   Met dat gastoptreden was het niet afgelopen. “De manager van de club had me onder de trap horen zingen. Toen ik binnen kwam had hij me herkend. Hij was er tevens achter gekomen dat ik Gloria heette. Die avond gebeurde er nog meer. De mensen van het orkest liepen op me toe en vroegen of ik als zangeres bij hen wilde komen. Ik riep meteen: ‘Ja!’. De volgende avond was ik al de vaste zangeres”.
   Gloria legde uit hoe dat mogelijk was. “Op dat moment was ik zeventien. Al vier lang had ik al mijn spaargeld aan party-jurken uitgegeven. Niet omdat ik zo graag naar parties wilde maar om ze, als ik de kans kreeg, op het toneel te dragen. Bovendien had ik in mijn schoolagenda de titels van songs opgeschreven, die ik uit mijn hoofd geleerd had. Dat waren er al tweehonderd. We gingen meteen repeteren zodat ik met het orkest, de Pacesetters, als professionele zangeres kon meedraaien”.
   Het jonge zangeresje reisde naar Ontario in Canada en van daar naar New York en New Jersey. Maar na korte tijd hield het orkest op te bestaan. Misschien was het aantrekken van Gloria wel een laatste poging om overeind te blijven.
 

Ontdekt door Johnny Nash

 
Als je leest wat Gloria over zich zelf vertelde ben je geneigd niet alles te geloven wat ze op papier liet zetten. Dat was onder meer het geval bij haar ontdekking. In de autobiografie is te lezen dat ze in die tijd samen met een andere zangeres meedeed aan een talentenjacht. Die andere zangeres was volgens haar niemand minder dan Dionne Warwick. Gloria: “Dionne had een fantastische stem en zong een mooie ballad. Ik was meteen na haar aan de beurt”.
   Gloria voelde zich niet de mindere van Dionne Warwick. “I thought I could probably sing as well as she did”. Maar om indruk te maken selecteerde ze ‘Something’s got a hold on me’ (van Etta James) om daarmee de zaal op z’n kop te zetten. Dat lukte is in Soul Survivor te lezen. “The whole place was jumping. Everyone had a great time and they all remembered me. So I won the contest”.
   Gloria moet zich ‘vergist hebben’. Wat ze beweerde is onmogelijk. Dionne Warwick, negen jaar ouder, maakte al hits vanaf 1962: ‘Anyone who had a heart’, ‘Walk on by’, ‘Message to Michael’ en ‘Trains and boats and planes’. Het is dus ondenkbaar dat Dionne in 1967 aan een talentenjacht meedeed. Ghostwriter Liz Barr had Gaynor hierop moeten wijzen.
  


Johnny Nash (rechts) in de studio met Bob Marley

 
Volgens Gloria kwam ze als gevolg van die talentenjacht in contact met Johnny Nash. Nash had als zanger, liedjesschrijver en producer al een lange carrière. In 1957 scoorde hij zijn eerste succes ‘A very special love’. Nash werkte bovendien samen met popidool Paul Anka, dat hem de hit ‘Teen Commandmants’ opleverde. In de sixties trad Johnny op als soul-zanger en bereikte de hoogste regionen van de zwarte lijsten met ‘Let’s move and groove’ in 1966. Die single verscheen op het eigen label Jo-Da van Nash en enkele familieleden, die tevens zijn zakenpartners waren.
   Nash was steeds op zoek naar talent en ideeën. Hij was degene die in een vroeg stadium het talent van de Jamaicaanse artiest Bob Marley onderkende. In 1968 ging hij ook aan de slag met Gloria Fowles. Dat leverde haar een echte artiestennaam op: “Johnny Nash vond dat Gloria Fowles niet geschikt was. Hij zei: ‘Waarom kies je niet een achternaam die ook met een ‘G’ begint. De mensen zullen je dan ‘G G’ (Gigi) noemen. Zo’n naam blijft hangen’.
   Ik vond het een goed idee. Maar ik kon zo gauw geen naam met een G bedenken. Johnny Nash wel. Als voorbeeld gaf hij: ‘Well, you know, like Gaynor’. Vóór hij met nog meer mogelijke namen op de proppen kwam, liet ik hem al weten dat ik ‘Gaynor’ een goede artiestennaam vond”. Gaynor werd het dus voor altijd.
   Johnny Nash produceerde het plaatdebuut van Gloria Gaynor, de single ‘She’ll be there’. Die verscheen in de VS op het Jocida-label (en dus niet op Josida, zoals Gloria in haar boek beweerde). Een hit werd het niet. Gaynor en Nash gingen ieder huns weegs.
   Johnny Nash scoorde vervolgens met ‘Hold me tight’ (1968), ‘Cupid’ (1969), ‘Tears on my pillow’ (1975) en vooral ‘I can see clearly now’ (1972).
 

Jay Ellis Leberman

 
Gloria moest maar zien te overleven. Haar moeder en haar oma overleden. Een tijdje trok ze op met de Soul Satisfiers. Over haar persoonlijke leven schreef ze: “I did try to keep male friends by becoming sexually active. I wanted to find a relationship that would carry me throughout my life. I went from one relationship to another. I had short-term relationships, less than six months, trying to hold on to men by giving in to their lust. My boyfriends were nearly always the bandleaders of whatever groups I was working with at the time”.
   Gloria raakte naar eigen zeggen twee keer zwanger. In beide gevallen pleegde ze abortus.
   Na een mislukte samenwerking met Johnny ‘Hammond’ Smith en een heleboel andere engagementen belandde de zangeres in de Wagon Wheel, een club in New York. Er werd topless gedanst. Het was een plek waar zich nogal wat mensen uit de muziekindustrie vertoonden. Gloria wist waarom: “Probably because of the topless dancers”.
   Eén van de mannen die ze op 22-jarige leeftijd in de club ontmoette was Jay Ellis Leberman. Die werd haar manager. Gloria: “The dazzling decade of disco was about to begin and I was never going to say goodbye!”
 

‘Honey Bee’

 


Paul Leka

 
Gaynor was op het juiste tijdstip op de juiste plek. “New York werd plotseling het middelpunt van het muziek-universum en de hoofdstad van het nachtleven, met ruimte voor allemaal nieuwe sterren.
   Jay Ellis Leberman bracht me in kontakt met boekingsagent Norby Walters. Door hem werd ik de zangeres van de groep City Life. We werden geboekt onder de naam ‘City Life with G.G’. Jay Ellis introduceerde me bovendien bij Paul Leka (1943-2011), op dat moment werkzaam bij platenmaatschappij Columbia Records in New York”.
   Leka had eerder liedjes geschreven en geproduceerd als ‘Green Tambourine’ (1967, Lemon Pipers) en ‘Na Na Hey Hey Kiss Him Goodbye’ (1969, Steam). Hij was bovendien de producer van Harry Chapin’s hit ‘Cat’s in the cradle’.
   Gloria kwam dankzij Paul Leka terecht bij de hoogste baas van Columbia – niemand minder dan Clive Davis, de man die Janis Joplin, Johnny Winter, Donovan, Carlos Santana, Sly Stone, Bruce Springsteen en vele anderen aan het bedrijf wist te binden.
   Davis bood Gloria Gaynor een kontrakt aan. Maar voor de groep City Life had de platenbaas geen belangstelling. “Dat maakte mijn zaken er niet gemakkelijker op. De jongens van City Life zeiden steeds dat ik er zonder hen nooit gekomen was. Dat deed pijn. Maar wat kon ik anders doen solo met Columbia Records in zee gaan. De platenmaatschappij liet me samenwerken met Mervyn en Melvin [Steals] die voor mij de song ‘Honey Bee’ schreven”.
   Producer was de al eerder genoemde Paul Leka, arrangeur: Norman Harris (1947-1987). In de autobiografie worden de twee broers ‘Steel’ in plaats van ‘Steals’ genoemd.
 
Volgens Gloria Gaynor was ‘Honey Bee’ een plaat met een historische betekenis. “Na de release werd ‘Honey Bee’ bekend als ‘disco national anthem’. Alle discotheken draaiden het nummer keer op keer. Met City Life deden we ‘Honey Bee’ waar we maar konden. De song werd uiterst populair in alle disco’s. Iedereen danste erop. De deejays van de radiostations besteedden echter totaal geen aandacht aan de single. De fans hoorden het nummer in de club, ze hoefden het dus niet te kopen. Pas na lange tijd werd ‘Honey Bee’ opgepakt”.
   Door ‘Honey Bee’ kwamen er wel veranderingen. “Eerst stonden we op het podium als ‘City Life, featuring G.G’. Dan werkten we van tien uur ’s avonds tot vier uur ’s nachts. Veertig minuten op het podium, twintig minuten pauze. En dan weer opnieuw de bühne op. Toen we met een nieuw contract in Fudgy optraden veranderde dat. Nu werden we voorgesteld als ‘City Life, featuring Columbia Recording Artist Gloria Gaynor, singing her hit song ‘Honey Bee’’. We traden nog maar een uur op. Bovendien moesten de mensen dertien dollar  neertellen om binnen te mogen komen”.
   Gloria Gaynor was ervan overtuigd dat de mensen achter haar veel te hoog gegrepen hadden. “This place is usually full on a Saturday night, but tonight it’s going to be empty! There’s no way these people are going to pay $13 to see an act performed for one hour that they’ve been seeing performed six hours a night – free! – for the past two years!”
   Gloria was te pessimistisch. “De club was bestemd voor maximaal 187 personen. Er kwamen echter meer dan zevenhonderd mensen opdagen. We werden als echte sterren behandeld. Voor het eerst kwam een jongeman mij om mijn handtekening vragen. Hij was zenuwachtig en ik nog veel meer. Ik zal het nooit vergeten”.
 

Contract bij MGM Records levert hits op

    
Clive Davis, president van Columbia Records, had een goede naam in de muziekbusiness. Als hij wat in je zag was de kans groot dat je succes had. Maar Gloria had pech. Op het moment dat ‘Honey Bee’ op doorbreken stond, werd Davis op staande voet ontslagen wegens (mogelijke) financiële malversaties. Clive Davis maakte later een comeback als president van Arista Records, met artiesten als Whitney Houston (een nichtje van de eerder genoemde Dionne Warwick).
   Volgens Gloria had de nieuwe leiding van Columbia weinig belangstelling voor haar. Hulp kwam er echter van platenmaatschappij MGM. Bruce Greenberg van dat bedrijf was niet alleen bereid om haar een contract aan te bieden. Bovendien wilde hij ‘Honey Bee’ opnieuw uitbrengen. MGM kocht de master van de Columbia disco-hit. Voor de tweede keer werd ‘Honey Bee’ als single op de markt gebracht.
   Deze keer kwam er ‘erkenning’ in de vorm van een hit-notering. Het blad Billboard had in 1974 een soul-hitparade. Op 11 mei van dat jaar bereikte Gloria er de 55ste plaats met haar MGM-single. Meer succes had de zangeres in Nederland. In de top 40 van Veronica wist ‘Honey Bee’ op nummer 22 te komen. De basis voor een echte doorbraak was gelegd.
   Volgens Gloria was het duidelijk wat de opvolger moest worden. Al jaren bracht ze ‘Never can say goodbye’ op het podium, zelfs nog vóór Leberman haar manager werd. Met de groep Unsilent Minority zong ze het nummer van de Jackson Five in een lange uitvoering, een beetje in de stijl van Isaac Hayes (‘a whole new funky disco version’). Met die aanpak had ze bij optredens nog meer respons dan met ‘Honey Bee’, vertelde ze in de autobiografie.
   Gaynor: “Ik nodigde de mensen van MGM uit om naar mijn performance van ‘Never can say goodbye’ te komen luisteren. Ik was ervan overtuigd dat het de volgende single moest worden. Omdat ‘Honey Bee’ een cult-hit voor MGM was geworden deden ze dat. Ze zagen hoeveel succes ik met mijn versie van ‘Never can say goodbye’ op de bühne had. They saw I was right, and they agreed”.
   MGM was bereid om flink te investeren. Er deden wel veertig sessiemuzikanten mee tijdens de opname. City Life was deze keer eveneens van de partij. Maar haar vaste begeleiders konden geen muziek lezen bleek al snel.  “When they came into the studio and were given their parts to play, they walked out”.
   ‘Never can say goodbye’ (een copyright van Jobete, de muziekuitgeverij van Motown) werd een echte knaller. In de algemene hitlijst van Billboard bereikte de single een negende plaats.
   Inmiddels had het vakblad erkend dat er iets bijzonders aan de hand was in de muziekindustrie. Op de voorpagina in een hoofdartikel legde Radcliff Joe op 19 oktober vast: “An increasing number of record retailers in the New York area are discovering a strong source of new revenue from the sale of discotheque records.
   Still largely a singles business, thousands of these disks are being sold every week, many of them exclusively on the strength of the play they receive in discotheque-type nightclubs”. Airplay op de radio was dus niet per sé nodig om een disco hit te hebben.
   Een week later, op 26 oktober 1974 publiceerde Billboard de eerste disco hitlijsten – één gebaseerd op de reacties in de discotheken, de tweede op basis van verkopen in New York. Beide lijsten werden aangevoerd door ‘Never can say goodbye’ van Gloria Gaynor op MGM Records.
 


De allereerste disco hitlijst

 
In de nasleep van haar Amerikaanse disco-hit trok Gloria Gaynor grote delen van de wereld door om haar repertoire in populaire tv-shows aan de man te brengen. Zo belandde ze ook in de Verrijn Stuartlaan te Rijswijk, ten kantore van Polydor, die het MGM-label distribueerde. Ze zag er een stuk molliger uit dan op de artiestenfoto’s die vanuit de VS gestuurd waren. Een erg pientere indruk maakte ze niet. Maar dat deed er niet toe. Haar platen gingen als broodjes de toonbank over. ‘Never can say goodbye’ haalde de zevende plaats in de Nederlandse top 40. ‘Reach out I’ll be there’, oorspronkelijk van de Four Tops, kwam zelfs op nummer vier, terwijl de single in Engeland niet verder dan 14 en in Amerika zelfs niet hoger dan 60 kwam. Over de voortrekkersrol die Nederland in haar carrière speelde vind je in haar autobiografie niets terug.
 

Gloria Gaynor moet leven als een ster

 
Als er één land was waar de MGM-hitmachine van Gloria Gaynor bleef doordraaien was het Nederland wel. Ook ‘Walk on by’ (eerder van Dionne Warwick en Isaac Hayes), ‘Do it yourself’ en ‘How high the moon’ wisten in ons land de discotheken en hitlijsten makkelijk te vinden.
   In Amerika, lijkt het, was het voor de artieste niet gemakkelijk om te gaan met het succes dat haar ten deel viel. In haar boek is Gloria niet helemaal duidelijk over de samenwerking die ze had met haar manager. Vóór ze het maakte was de omgang met haar zakenbehartigers behoorlijk intiem (met zelfs zwangerschappen tot gevolg). Over Leberman schreef ze: “We young artists were impressed by his audicity. Jay and I quickly became friends, and I trusted him absolutely. I thought of him as my very best friend”.
   In Leberman had ze naar eigen zeggen een naïef en blind vertrouwen. Als er een handtekening gezet moest worden deed ze dat zonder zich ook maar enigszins af te vragen waar het om ging, liet ze in de autobiografie opnemen. “Jay took care of all the money. He made some mistakes. But I still trusted him”. Totdat het mis ging.
   Gaynor, inmiddels 25 jaar, was een grote ster geworden. Maar tegelijk voelde ze zich eenzaam. Ze verhuisde naar een apartement in het zelfde complex waar ook haar manager woonde en zijn zaken runde. “Als ik van een optreden thuis kwam sliep ik meestal in het kantoor van Jay. Ik rolde dan een matras op de grond uit. I didn’t want to go into my own lonely, empty apartment. My personal life was pathetic. My career was beginning to take off – and so was my weight!”
  
Het succes maakte haar steeds eenzamer. Ze was, schreef ze uitvoerig, aan een man toe. Na alle wederwaardigheden in het verleden wilde het jonge meisje geen fouten meer maken bij de keuze van een levenspartner. Op papier stelde ze lijsten samen van haar eigenschappen en hoe haar toekomstige man moest zijn. “Then I prayed over those lists and asked God to send me this man, or one as near to my lists as he could find for me!”
   De leden van City Life stelden steeds nieuwe kandidaten aan haar voor. Iedereen wees ze af. Totdat de meisjes van haar begeleidingskoortje, de zusjes Sondra, Cynthia en Tera Simon (samen: Simon Said) haar foto’s van de familie lieten zien. “Ik zag een foto van hun broer Linwood. Meteen riep ik: ‘Dat is hem. Met die man ga ik trouwen”. Voor alle zekerheid keek ze nog even na of zijn sterrenbeeld paste bij het hare. Toen die combinatie volgens haar juist bleek te zijn, was haar keuze gemaakt. Op de dag in 1975 dat Gloria en Linwood elkaar voor het eerst ontmoetten was elke twijfel weggenomen door zijn verschijning: ‘a bronzed god!’
   Linwood had een wit pak aan. Het kostte hem moeite om de kleedkamer van Gloria binnen te komen. Alvorens toegang te verlenen vroeg een bewaker hoe lang hij haar dan wel kende.
   “All my life” – dat was het antwoord dat Gloria hem hoorde geven.
   Linwood en Gloria bleven de hele nacht bij elkaar. Op Coney Island, New York, zagen ze samen de zon opkomen. Linwood werd niet alleen haar echtgenoot maar meteen ook haar nieuwe manager. Dat vroeg om problemen zou je denken. Aan de samenwerking met Leberman kwam inderdaad een moeizaam einde, met tal van onaangename verwikkelingen.
 

I will survive


Anneke en Freddy Haayen in Rijswijk

 
Bij de internationale organisatie waar Gloria Gaynor haar platen maakte, PolyGram, veranderde er een en ander. MGM Records werd opgeheven als zelfstandig bedrijf en ondergebracht bij Polydor. De nieuwe president in New York was de Nederlander Freddy Haayen (1941-2007). Ook hier was Gaynor onnauwkeurig in haar boek. Ze duidde hem aan met ‘Hayan’.
   Freddy had zich binnen PolyGram in recordtijd weten op te werken tot een van de topmanagers. In 1968 produceerde hij plaatjes van de Golden Earrings, Shoes, Sandy Coast en Bojoura. Tien jaar later mocht hij zich vice-president van Polydor International noemen en ging om met mannen die soms bijna twee keer zo oud/ervaren waren als hij. Op jeugdige leeftijd werd hij vanuit het hoofdkantoor in Baarn eerst als directeur naar Londen gestuurd en vervolgens naar New York. Gloria Gaynor was een van zijn artiesten.
   Gloria was anno 1978 langdurig in het ziekenhuis beland. Ze bracht er de tijd voornamelijk door met het bestuderen van de bijbel, vertelde ze in 1995. Na het verlaten van het ziekenhuis bezocht ze meteen de International Disco Convention. Donna Summer, de nieuwe queen of disco, was zo aardig haar voorgangster, die nog in een rolstoel zat, op het toneel uit te nodigen en haar aan te kondigen als ‘the first lady of disco’. Gloria: “I got a standing ovation. It really touched me. Because by then they were calling her queen of disco. She was saying, OK, I’m queen this year, but this is still the first lady”.
 


Donna Summer en Glaria Gaynor

 
Aan Haayen de taak om Gloria Gaynor een comeback te bezorgen. Freddy had een idee. In Engeland en elders in Europa had de Zuid-Afrikaanse (blanke) meidengroep Clout een gigantische hit met ‘Substitute’ (een paar jaar daarvoor op de plaat gezet door de Righteous Brothers). Met dat sterke nummer, met bewezen hitpotentie, zou Gloria het zeker opnieuw kunnen maken was de veronderstelling van Haayen.
   Besloten werd om de single te laten produceren door Freddie Perren. Die was al betrokken geweest bij hits van de Jackson Five, Sylvers, Tavares en Peaches & Herb. Voor de b-kant stelde Perren het nummer ‘I will survive’ voor, een song van de Griekse Amerikaan Dino Fekaris, waarvan hij volgens Gaynor muziekuitgever was.
   Gloria Gaynor: “Dino kwam naar de studio. Hij had niets bij zich. De tekst schreef hij ter plekke op een stuk papier. Toen we het lazen keken Linwood en ik elkaar aan en zeiden: ‘Hoe kun je dat op de b-kant zetten. Dat moet onze nieuwe hit worden. We hadden nog niet eens de melodie gehoord.
   Bij Polydor in New York dachten ze er anders over. Niemand wilde Freddy Haayen, de nieuwe president, laten vallen. ‘Substitute’ was zijn baby.
   Linwood zei: ‘Wat doet het er toe. Bij elk optreden eindigen we gewoon met ‘I will survive’. We laten het publiek beslissen. Met behulp van een advocaat wisten we Dick Kline en Rick Stevens van Polydor zo ver te krijgen dat ze ‘I will survive’ onder de aandacht van de invloedrijke deejay Ritchie Rivers (van Studio 54) brachten. Ritchie draaide het nummer enthousiast.
   Linwood slaagde erin ‘I will survive’ door deejays te laten draaien als we ergens optraden. Eindelijk, in 1979, besloot Polydor ‘I will survive’ als a-kant aan de man te brengen. Het werd een nummer één hit in Amerika en Groot-Britannië. Er werden in de eerste maanden 14 miljoen exemplaren verkocht. Een jaar later ontving ik een Grammy in de categorie ‘Best Disco Record’”.
   Gloria Gaynor was even weer helemaal terug, al wist ze het succes niet te bestendigen. Alleen met ‘I am what I am’ kreeg ze nog een en ander voor elkaar.
 


Dino Fekaris

 

Op zoek naar het ware geluk

 
In haar autobiografie uit 1995 keek Gloria Gaynor tevreden terug op haar carrière. “I heb over de hele wereld gereisd. Ik ben in meer dan 75 landen geweest. Prachtige landen als Australië, Nieuw Zeeland, Japan, Singapore, Indonesië, de Filippijnen, het Midden Oosten, Zuid-Amerika, sommige landen uit het Oostblok en elk land in West-Europa”. Engeland was haar het beste bevallen liet ze afdrukken in het boek, dat in Engeland uitgegeven werd.
   ‘I will surive’ was inmiddels haar lijflied geworden.
   Gloria Gaynor: “When I first sang ‘I will survive’, in 1978, I sang it from the heart. I wanted to encourage everybody – including myself – to believe that we could survive. I had a lot of heartache and suffering.
   It has taken me a very long tome since I first sang that song to learn its lesson for myself. In the end I have survived, but not through any power of my own. I have survived because after long years of loneliness, insecurity and lack of self-esteem, I learned to hand all my burdens to the Lord. And now I survive in His strength”.
   In 2009 was Gloria opnieuw aan het woord. Het ging haar goed liet ze Lisa Irizarry weten. Aan haar huwelijk met Linwood Simon was inmiddels een eind gekomen. Maar Gloria was blijven wonen in hun landhuis met een waarde van bijna een miljoen dollar. “I’ve got country-style neighbors. We borrow cups of sugar from each other. We pick up each other’s mail, but we’re not in each other’s face all the time”.
   Gaynor: “I had come to a place in my life that everyone would call success, yet I felt unfulfilled. I had cars, houses, jewels, furs, and a husband who loved me, and a career I was happy with. But I found fulfillment in my relationship with Christ.
   The best way I can describe it is when you’ve had a huge meal - soup to nuts - yet you’re not satisfied. Something didn’t quite do it for me. Christ does not fulfill the human element, but he certainly fulfills every other need in your life. As far as I’m concerned, there’s no better love affair”.

Op 16 mei 2015 werd Gloria Gaynor tot 'doctor in de muziek' benoemd door Dowling College (Long Island, New York).
  
Harry Knipschild
12 juni 2015

Clips

* Frankie Lymon, Why do fools fall in love
* Gloria Gaynor, Honey Bee 
* Gloria Gaynor, Never can say goodbye, 1975  
* Jackson Five, Never can say goodbye
* Bee Gees,You should be dancing, 1977
* Etta James, Something's gotta hold on me 
* Clout, Substitute, Top of the Pops, 1978
* Gloria Gaynor, I will survive, 1979
* Gloria Gaynor, I am what I am, 1984
* Gloria Gaynor interview, 2009
* Gloria Gaynor, eredoctoraat, mei 2015

Literatuur
 
David Nathan, ‘Gloria Gaynor: Her ‘Hello’ Is Her Goodbye’, Blues & Soul, oktober 1974
Radcliffe Joe, 'Discotheque wave spreads to campus, dealers' bins', Billboard, 19 oktober 1974
David Nathan, ‘Gloria Gaynor: Come What May, ’79 Was Going To Be Gloria’s Year!’, Blues & Soul, december 1979
Gloria Gaynor met Liz Barr, Soul Survivor, Londen 1995
Joost Zwagerman, ‘Ontaarde disco. Hoe de dansmuziek van de homoscene in de mainstream belandde’, NRC, 7 oktober 2005
Lisa Irizarry, 'Gloria Gaynor: She has survived', NJ.com, 19 maart 2009
Jessica Mazzola, 'Gloria Gaynor visits N.J. abuse center, addresses fellow 'survivors', N.J.com, 20 maart 2015