Zoeken



 
In 2013 waren Greetje en ik samen in de stad New York. Ik was er niet speciaal vanwege (de geschiedenis van) de popmuziek. Maar als je eenmaal op het eiland Manhattan bent en je geeft je ogen de kost kun je er moeilijk om heen. Het begon al toen we er vanuit het noorden heen reden.
   In Bethel bezochten we het terrein van het Woodstock-festival (1969). Wat zuidelijker reden we op zondag 27 oktober over de Palisades Parkway. Hier was de grens van de staten New York en New Jersey. In 1962 had Freddy Cannon een hit met ‘Palisades Park’, een liedje over een pretpark daar, dat toen in trek was maar in 1971 gesloten werd.
   In Hoboken, langs de Hudson-rivier was Frank Sinatra (1915-1998) geboren en opgegroeid. Pat Boone was in 1955 de zanger van ‘Hoboken Baby’. Aan de overkant van de rivier zag je de skyline van Manhattan. Boven de stad maakten diverse helicopters hun rondjes, waarschijnlijk uit veiligheidsoverwegingen na 9/11.

 

Skyline Manhattan vanaf de andere kant van de Hudson, 27 oktober 2013 
 
 
Pennsylvania Hotel
 
 
We kwamen terecht op Penn Station bij Madison Square Garden. Er werden optredens verwacht, kon je lezen, van Elton John, John Fogerty en Rod Stewart. Bij de ingang zag je bovendien afbeeldingen van beroemdheden die er vroeger een show gegeven hadden, zoals Elvis Presley, Frank Sinatra en Simon & Garfunkel.
   Aan de overkant van de straat (7th Avenue) hadden we een kamer geboekt in het Pennsylvania Hotel – één van de 1700 kamers, zo bleek. Het reuschtige hotel, uit 1919 (herbouwd in 1963), speelde een rol in de muziekgeschiedenis. Heel wat orkesten traden er op: onder meer Tommy en Jimmy Dorsey, Duke Ellington en Glenn Miller, die met ‘Pennsylvania 6-5000’ het telefoonnummer van het hotel wereldfaam bezorgde. Doris Day, begeleid door het orkest van Les Brown, introduceerde hier in 1944 de song ‘Sentimental Journey’.
   Vanwege het grote aantal kamers moest je je bij een lange rij aansluiten om in te kunnen checken. Maar vervolgens kon je naar boven in een lift met een televisiescherm aan de wand. Tijdens de eerste tocht naar de zoveelste verdieping hoorde ik zo in de lift niet alleen dat zanger Chris Brown weer eens gearresteerd was maar ook over het overlijden die dag van Lou Reed.
 

 
Lou Reed (1942-2013)
 
 
 
 
 
De dood van Reed kwam niet helemaal als een verrassing. Al op 2 juni 2013 las ik: “De 71-jarige zanger Lou Reed is aan het herstellen van een levertransplantatie. Reed, die vroeger bekend stond om zijn zware drugsgebruik, werd vorige maand geopereerd in de Amerikaanse stad Cleveland. Lou Reed worstelde jarenlang met verslavingen aan heroïne en alcohol. Vooral tijdens zijn periode als zanger van de band Velvet Underground. Reed zei in april onverwacht vijf concerten af vanwege ‘complicaties’. De levertransplantatie was een zware operatie, vertelde zijn vrouw Laurie Anderson. ‘Het was zeer serieus. Hij was aan het sterven’”. Een paar weken er na was de vertolker van ‘Walk on the wild side’ alweer met spoed opgenomen in een ziekenhuis.
   De dood van Lou Reed werd door de media meteen opgepakt, zoals je kon verwachten. Zijn verleden, met Andy Warhol en de Velvet Underground, werd op tv uitgebreid belicht. Maar ook in New York zelf merkte je iets van zijn faam en populariteit. Reed was immers een icoon van de stad geworden. Een restaurant had een groot zwart bord op het trottoir uitgesteld, met daarop in duidelijk leesbare witte letterss: “My God is rock n roll. R.I.P. Lou Reed”. Rock & roll in plaats van religie?
 

 

Lou Reed herdacht bij de ingang van hotel Chelsea
 
Bij de ingang van het Chelsea Hotel waren gedichten, de hoes van het album ‘Transformer’ en foto’s van Lou Reed aangebracht en bloemen gelegd. Iemand (Pasquinato) had een met de hand geschreven gedicht opgehangen, ‘For Lou’.
 
   His words came to us from another world
   For we knew nothing of the underground
   He ridiculed our best of local bands
   Then ended up respected by them all.
 
   He beckoned like the piper in the tale
   Toward ruination, he informed the youth.
   There was a fascination to the wail
   That drew us to the hard core of the truth
 
   The medium was surely message here
   A downtown urban animal on stage.
   If any one of us did grow a heart,
   We knew it was a shame to turn and break it.
   If ever we were called to play a part
   We sure as hell would never turn and fake it!

 
 
Een ander zelf-geschreven gedicht heette ‘The death of an artist’. Het hotel zelf wees sinds 21 september 2009 door middel van een bord op de song ‘Chelsea Hotel’ (1974) van Leonard Cohen, ‘poet, novelist, singer-songwriter’, met daarin geciteerd een stuk van de tekst: “I remember you well in the Chelsea Hotel”.
   Cohen had de song, is het verhaal, ‘opgedragen’ aan Janis Joplin. Tijdens de wandeling door Manhattan zag ik op 5th Avenue in een etalage een foto van de hippie-zangeres uit Port Artur, Texas. Janis stond er niet alleen op. Met haar roze zonnebril, kettingen om haar lijf en iets om te roken in haar hand was ze afgebeeld te midden van Jimi Hendrix, Bob Marley, Jim Morrison, Mick Jagger, Bob Dylan en John Lennon. Boven al die portretten een opvallende slogan: “Not made in China”. Topartiesten in de rock-muziek waren (nog) niet uit Azië afkomstig.

 

Rock-muziek, een westers produkt?
 
 
Buddy Holly in New York: Brevoort
 

Op die zelfde 5th Avenue, nummer 11, liepen we bovendien langs een appartementencomplex met de naam ‘Brevoort’. Hier woonde Buddy Holly in de maanden na zijn huwelijk met Maria Elena Santiago (15 augustus 1958) en zijn vroegtijdige dood op 3 februari 1959. In een artikel, een dag na het vliegtuigongeluk werd Maria Elena, afkomstig uit Puerto Rico, aan het woord gelaten. Daarbij kwam aan het licht dat ze er wellicht waren gaan huren vanwege haar tante Provi Garcia. Die woonde namelijk op nummer 33 van 5th Avenue.
   In het interview vertelde de 26-jarige weduwe: “We met at the Southern Music. Co. about a year ago. I guess you could call it love at first sight”. De tante kon zich nog herinneren dat de verliefdheid wederzijds was. Buddy had volgens haar aan zijn vrienden gezegd: “I’m going to marry that girl”.
   De journalist van de plaatselijke krant (Journal American) legde aan de lezers uit: “She was a receptionist at the music company, 1619 Broadway. Holly was a rising name in the rock ’n’ roll field”.
   Provi en Maria Elena ontvingen de verslaggever samen in de Brevoort op nummer 11. “Maria sat at a round table in her stylishly modern apartment”.
 


Krant in New York, 4 februari 1959.

 
In de krant kon je lezen wat ze met zachte stem vertelde. De huwelijksreis (samen met Peggy Sue en haar man Jerry Allison) had maar kort geduurd. Want Holly moest meteen op toernee. Volgens haar was ze er altijd bij, behalve die ene, fatale keer.
   Maria Elena: “It’s always been tours. We had planned to settle down and have a family, but we had first to pick a spot. New York was only temporary. In the meantime there were the trips. I’ve been on all but this one. He was going to drive me on this one, but the weather was bad. I can’t drive so we decided against a car trip”.
   Op 1 februari hadden ze elkaar voor het laatst per telefoon gesproken. “I talked to him Sunday night for about an hour”, zei Maria met trillende lippen. “He was to call again Monday, but he didn’t. I don’t know whether that was the reason, but I couldn’t sleep that night. I cried. Maybe it was a premonition”.
   Tante Provi beschreef het leven van het jonge echtpaar. “Miss Garcia filled in the domestic picture, one Holly’s fans didn’t know. The storybook romance was followed by quiet evenings at home, stretched on the wall-to-wall gray carpeting with his guitar and a song for Maria alone”.
   Dat was het beeld zoals geschetst in de Brevoort, 11 Fifth Avenue, op 4 februari 1959.
  
Buddy Holly, bleek later, had inderdaad gezongen in de Brevoort. Hij maakte er in december 1958 zelfs opnamen. Op een Scotch-tape werden zes gloednieuwe songs gevonden. Maria Elena was geen aantoonbaar onderwerp van een van die liedjes – in tegenstelling tot Peggy Sue Gerron. Na ‘Peggy Sue’ had Buddy Holly de song ‘Peggy Sue got married’ geschreven en in de Brevoort opgenomen, al dan niet in het bijzijn van Maria Elena. De andere Brevoort-songs waren ‘Crying, waiting, hoping’, ‘That’s what they say’, ‘That makes it tough’, ‘What to do’ en ‘Learning the game’.
 


'Nederlands' tafereel in de entree van The Brevoort

  
Op 28 oktober 2013 liepen Greetje en ik over Fifth Avenue. Weldra stonden we voor de ingang van de Brevoort, dat er behoorlijk luxe uitzag. Een portier hield in de gaten wie er binnen wilde komen. Eenmaal binnen was er een receptie.
   In de ronde hal waren op de wanden schilderingen aangebracht van deze regio uit de tijd dat de Hollanders (van de West-Indische Compagnie) het hier voor het zeggen hadden. Het complex, werd ons verteld, was in 1953 gebouwd en dus behoorlijk nieuw toen Buddy er een onderkomen huurde in 1958. De schilderingen dateerden van 1955. Vanaf 1973 moesten de mensen hun appartement hier kopen vertelde de portier met wie ik een praatje maakte.
   Er waren afbeeldingen van hoe de Brevoort (toen een groot hotel) er vroeger uitzag. Van binnen was er steeds verbouwd werd me uitgelegd. De portier liep mee naar buiten om de plek aan te wijzen op de vierde verdieping (voor Nederlandse begrippen de derde etage). Mijn belangstelling, werd duidelijk gemaakt, was verre van uitzonderlijk. Doorlopend arriveerden er belangstellenden, uit de hele wereld. Dagelijks, hoorde ik.
   De Brevoort, las ik na terugkomst op de website van Marilyn Weigner Associates, was van Nederlandse oorsprong. Henrich van Brevoort had in 1714 een groot stuk land gekocht, bestemd voor de landbouw. Henry Brevoort, een van zijn nazaten, bouwde er een huis. “This Brevoort sat with his gun pointed at city officials, when they tried to extend 11th Street for Grace Church through his land, even though the Grace Church architect, the renowned James Renwick, Jr., was related to the Brevoorts”.
    Washington Irving, die regelmatig schreef over de Nederlanders in de staat New York (en over zijn tocht naar Granada, Spanje) kwam er regelmatig. Het Brevoort Hotel werd in 1854 gebouwd en bleef er dus een eeuw staan. Heel wat beroemde Amerikanen, onder wie vlieger Charles Lindbergh en schrijver John dos Passos, verbleven er. En na de nieuwbouw dus Maria Elena en Buddy Holly.


Fifth Avenue 11, The Brevoort

 

Buddy Holly: Broadway 1619

 
De volgende dag, 29 oktober 2013, vonden we Broadway 1619, de plek waar Buddy en Maria Elena elkaar voor het eerst onmoetten, op het kantoor van muziekuitgeverij Peer-Southern. We stonden voor de ingang van het blinkende Brill Building. Over het gebouw schreef Henk van Gelder in 2005:
   “Er was eens, eind jaren vijftig en begin jaren zestig, een hoog kantoorgebouw in New York, op nummer 1619 aan Broadway. Het werd The Brill Building genoemd, naar de eigenaren van de herenmodezaak die voor de oorlog op de begane grond was gevestigd. Op negen van de tien verdiepingen waren kleine kamertjes ingericht, waarin slechts een piano, een bureau en twee rechte stoelen konden staan. Ramen ontbraken doorgaans. En in elk van die kamertjes zaten een tekstdichter en een componist liedjes te maken. Soms konden ze elkaar door de muur horen.
   Dag in dag uit schreven ze daar de hits van de dag, die nooit voor de eeuwigheid waren bedoeld, maar intussen toch tot de hoogtepunten in het klassieke poprepertoire behoren. Nummers als ‘On Broadway’, ‘Up on the roof’, ‘Be my baby’ en honderden andere.
   De liedjesmakers in The Brill Building kwamen precies op tijd. In de loop van de jaren vijftig was, allereerst in Amerika, langzaam maar zeker een lucratieve jongerenmarkt gegroeid. Sinatra’s volwassen verfijning was aan die jongeren niet besteed. Hun eerste zakgeld wilden ze veel liever aan iets opwindenders uitgeven. De eerste doorbraak kwam met de rock & roll, die voor rebellie stond.
   Maar al na een paar jaar raakte de rock zijn helden kwijt. Elvis Presley ging het leger in, Buddy Holly verongelukte, Little Richard vond het geloof en Jerry Lee Lewis en Chuck Berry vielen uit de gratie wegens hun hang naar minderjarige meisjes.
   Er moest iets anders komen, dat bovendien niet alleen zou lonken naar de grootste durfallen onder het jeugdige publiek, maar ook miljoenen brave scholieren in het hart kon raken. En dat kwam. Punctueel als een fabriek leverde The Brill Building de liedjes waarin vooral de peilloze pieken en dalen van de puberliefde werden bezongen.
   De makers waren beginnende twintigers, dus nog volop vertrouwd met de romantiek van de middelbare school, en van veel kanten beïnvloed. Ze waren verzot op de simpele rockakkoorden en op de hitsigheid van veel zwarte muziek. Maar inmiddels hadden ze ook kennis gemaakt met de grote songs uit het Broadway-repertoire en met de wulpse ritmes uit Latijns-Amerika. Bovendien waren ze bijna allemaal enigszins klassiek geschoold, want in de joodse middenklasse van New York – waar de meesten vandaan kwamen – vormden pianolessen een gebruikelijk onderdeel van de opvoeding. Met als gevolg dat ze in hun popliedjes voor het eerst violen lieten meespelen, terwijl ook een xylofoon, een klokkenspel of een celesta welkom waren. De instrumentatie maakte niet uit, zolang het effect maar optimaal was”.


Ingang Brill Building

 
In het gebouw, dicht bij Times Square, was dus niet alleen muziekuitgeverij Peer-Southern gevestigd. Don Kirshner runde er, samen met Al Nevins, Aldon Music. In de kantoortjes schreven Carole King, Gerry Goffin, Neil Diamond, Neil Sedaka, Howard Greenfield, Tommy Boyce, Bobby Hart, Shadow Morton, Hugo & Luigi, Pomus & Shuman, Jeff Barry en vele anderen hun liedjes.
   Neil Sedaka zou er bijvoorbeeld ‘Oh! Carol’ gecomponeerd hebben omdat Carole King (toen nog: Klein) tegenover hem zat en hij nu eenmaal een ‘onderwerp’ moest hebben. “Oh Carol. I am but a fool. Darling I love you, but you treat me cool”. Producer was Al Nevins, Don Kirshner en hij de uitgever (Aldon). Sedaka’s Platenmaatschappij RCA vond je, bij wijze van spreken, om de hoek. Zo dicht zat alles bij elkaar.
   In Brill Building was ook het kantoor van waaruit Paul Simon werkte – vaak onder het pseudoniem Jerry Landis. Met Art Garfunkel vormde hij een duo dat aanvankelijk Tom & Jerry heette, later Simon & Garfunkel.  
   Binnen constateerde ik verbaasd dat Paul Simon hier nog steeds een kantoor had. Het was duidelijk te lezen: “Paul Simon Music. PS Broadway Holdings”. Ik moest denken aan de twee keer dat ik Paul Simon in de Waag in Haarlem geïnterviewd had, eind 1965 alleen, een half jaar later met zijn compagnon Art Garfunkel. Je wist het maar nooit. Is Paul Simon toevallig in het gebouw informeerde ik. Dat was, jammer genoeg, niet het geval. “Je zag hem regelmatig, maar niet vandaag”, wist een persoon die een kantoor naast het zijne had.

 
 

Er was oktober 2013 nog veel meer te zien in New York.
Wordt vervolgd...
 
Harry Knipschild
10 april 2015

Foto's Margaretha Suman 

Clips

* Pat Boone, Hoboken Baby, 1955
* Buddy Holly, Crying waiting hoping, The Brevoort, 5Th Avenue 11, 14 december 1958
* Freddy Cannon, Palisades Park, uit 1962
* Simon & Garfunkel in Nederland, NRCV, juni 1966
* Leonard Cohen, Chelsea Hotel, 1985
* Doris Day, Les Brown, Sentimental Journey, 1985
* Liedjes schrijven in Brill Building, Broadway 1619
* Pennsylvania 6-5000
* Het kantoor van Paul Simon, 2009
* Don McLean interviewt Maria Elena Santiago, 2009
* Lou Reed in het nieuws, 27 oktober 2013    
* The Brevoort, New York, 2013

Literatuur
 
‘And now Buddy is gone. ‘My only thing left’. Beauty almost went on tour’, Jounrnal American, 4 februari 1959
Henk van Gelder, ‘Brill Building’, NRC, 9 december 2005
Ann Henkel, ‘Zanger Lou Reed heeft levertransplantatie ondergaan’, Elsevier, 2 juni 2013
‘‘Lou Reed met spoed naar ziekenhuis’’, Nu.nl, 1 juli 2013
Website ‘Marilyn Weigner Associates’, april 2015