Zoeken

 
 
Meteen al vanaf de stichting van hun ‘sociëteit’ (1534) waren de Jezuieten actief in de missie. Na enige tijd vond je ze op heel veel plekken in de wereld. Vanuit verre streken schreven ze naar het thuisfront. Een selectie van de brieven, rapporten en andere verhalen verscheen al eeuwen geleden in druk onder de titel Lettres édifiantes et curieuses: écrites des missions étrangères. Heel wat brieven hadden inderdaad niet alleen een religieuze, maar ook een interessante, soms merkwaardige inhoud.
 
Verslag van Pierre Cholenec SJ
 
 
40 1 Cholenec
Verslag Cholenec in de Lettres édifiantes et curieuses
 
 
Op 27 augustus 1715 schreef de Franse pater Pierre Cholenec (1641-1723) vanuit het hedendaagse Canada een lang relaas over een jonge indiaanse vrouw die gedurende enkele jaren gewoond had op die missiepost waarover hij de leiding had.
   De Fransen, maakte hij duidelijk, hielden verblijf in het grensgebied van Amerika en Canada. In dat gebied woonden Irokese indianenstammen. De indianen vonden het blijbaar maar niets dat de Fransen zich er permanent vestigden. Woonplaatsen van de Europeanen werden door de ‘wilden’ steeds aangevallen. Vergeefs.
   De Fransen hadden waarschijnlijk betere wapens en dwongen een verdrag af. Ze wisten te bereiken dat Franse missionarissen hun geloof onder de indianen mochten verkondigen. “Pater Jacques de Lamberville werd door de Voorzienigheid geleid naar het dorp van ons jonge Irokese meisje. Van zijn superieuren kreeg hij opdracht er te blijven”.
 
Het meisje, Tegakhouita, woonde niet vrijwillig in het indianendorp. Tijdens een oorlog tussen Irokese stammen was haar moeder buitgemaakt en meegenomen. Op de plek waar ze terechtkwam was ze getrouwd en had twee kinderen ter wereld gebracht, een jongen en een meisje.
   Tegakhouita, vier jaar oud, was als wees overgebleven toen de rest van het gezin in 1660 door ziekte kwam te overlijden. Zij wist nauwelijks te overleven en bleef gedurende haar leven gehandicapt. In elk geval had ze slechte ogen. De stam nam de opvoeding van het jonge kind over. Gelukkig was ze niet, volgens het verhaal. Ze leidde een nogal teruggetrokken leven.
   Voor de stam, lijkt het, was het van groot belang de populatie op peil te houden. Nogal wat mensen gingen in het hoge noorden dood aan allerlei ziektes, die misschien wel gedeeltelijk meegebracht waren door de Europeanen. Bovendien trokken, schreef Cholenec, nogal wat mensen weg naar de woonplaatsen van de Europese immigranten. Daar was het kennelijk goed toeven.
 
Tegakhouita moest snel aan een echtgenoot geholpen worden. Toen ze de huwbare leeftijd bereikte verscheen een jonge man ten tonele. Gewoontegetrouw bood hij een wild zwijn aan dat hij tijdens de jacht gedood had. Het meisje was echter niet gediend van hetgeen de mensen in haar omgeving met haar voor hadden. Volgens de pater gaf ze de voorkeur aan een leven van ‘zuiverheid’, geen seksuele omgang met mannen. Dus liet ze als smoes weten dat ze nog veel te jong was om aan een huwelijk te denken.
   Ook een tweede jongeman ving bot bij haar. En dan te bedenken dat, zoals gebruikelijk bij de Irokezen, buiten haar om al besloten was dat het tweetal met elkaar zou trouwen. De jonge indiaan stapte haar hut binnen en ging bij haar zitten. “Op die manier worden huwelijken bij onze wilden voltrokken”.    
 
Tegakhouita, aldus het verhaal, werd eerst rood. Vervolgens stond ze op. Vol verontwaardiging verliet ze de hut om er niet te willen terugkeren voor de jongeman die verlaten had. Die houding deed haar positie in de stam geen goed. Men had behoefte aan nageslacht. De vasthoudendheid van Tegakhouita om een ‘zuiver’ leven te willen leiden kon niet op veel begrip rekenen. Integendeel.
 
 
Komst van missionaris Jacques de Lamberville
 
 
De komst en het verblijf van de missionaris waren een zegen voor het meisje. Vanwege haar slechte lichamelijke conditie kon ze in 1675 niet met de andere vrouwen mee tijdens de oogst. Pater De Lamberville zocht haar bij die gelegenheid op. Eindelijk was Tegakhouita in staat haar hart eens goed luchten. De missionaris hoorde alle verdriet over de slechte behandeling door haar dorpsgenoten vol begrip aan.
   Tijdens het gesprek liet het meisje weten dat ze christen wilde worden. Ze liet zich door de Europese priester bekeren. In de daaropvolgende winter werd ze in de katechismus onderwezen. Op Paaszondag van het jaar 1676 ontving ze het sacrament van het doopsel. Bij die gelegenheid kreeg ze de Frans-katholieke naam Catherine.
 
 
40 2 kerst 1675 Kateri met missionaris
Kateri en Lamberville, kerst 1675 (boek Paponetti)
 
 
Tegakhouita was nu helemaal een buitenbeentje. Ze wilde geen man en ze had zich vereenzelvigd met de Europese binnendringers. Als ze naar de kapel van de pater ging werd ze nageroepen en soms met stenen bekogeld. Ze werd ook fysiek bedreigd. “Catherine had alles te vrezen in een land waar zich zo weinig mensen bekommerden om het evangelie. Ze wilde niets liever dan verhuizen naar een andere missie, waar ze God in vrede en in vrijheid kon dienen. Het was niet gemakkelijk om die wens te honoreren”. 
   Toch waren er mogelijkheden op basis van de verdragen die de indianen door de Fransen waren opgelegd. “Sinds kort wonen er bij de Fransen groepen Irokezen. De vrede tussen de twee volken geeft aan de wilden de vrijheid in ons gebied te komen jagen. Ze worden er opgevangen door de missionarissen. Op zulke momenten verleent God gunsten. Binnen korte tijd zijn de barbaren helemaal veranderd. Zonder al te veel moeite zweren ze hun voormalige vaderland af en komen definitief bij ons wonen. Ze ontvangen godsdienstonderwijs en worden gedoopt”.
 
 
Onderdak in Montréal
 
 
De Jezuieten besloten ‘Catherine’ uit haar lijden te verlossen. Tijdens het bezoek van een aantal Europeanen aan het indianendorp werd het meisje in het geheim meegenomen. Op de terugtocht van de groep naar de grote missiepost Sint Franciscus van Sault (in het huidige Montréal) vond nog een achtervolging plaats. Maar de groep met Catherine wist in de herfst van 1677 heelhuids te ontkomen.
   Het meisje was ervan overtuigd, aldus Cholenec, dat ze haar redding helemaal aan de Hemel te danken had. “Uit dankbaarheid besloot ze haar hele leven aan God te wijden, zonder enige terughoudendheid. Zoveel ze maar kon onderhield ze zich met Jezus-Christus aan de voet van het altaar. Als ze in gebed was scheen ze helemaal van de wereld afgesloten te zijn. De Heilige Geest bracht haar soms urenlang in intiem contact met God”.
 
 
Fatale zelfkastijding in koude noorden
 
 
Een gezond leven leidde Catherine niet in haar nieuwe woonplaats. Gedeeltelijk was dat haar eigen schuld. Het meisje deed namelijk aan zelfkastijding als boetedoening. Midden in de winter liep ze bewust op blote voeten over sneeuw en ijs. Aan de matten waaronder ze sliep had ze scherpe doornen vastgemaakt.
   Dat kwam haar gezondheid in het koude noorden niet ten goede. Catherina werd ziek. Ze was nauwelijks 24 jaar toen ze in 1680 kwam te overlijden. Pater Cholenec had haar op het allerlaatste moment nog het sacrament der stervenden kunnen toedienen. “Door haar ziektes en kastijdingen zag ze er altijd uitgeput uit. De wilden die haar na haar dood opzochten waren verwonderd over haar voorkomen. Wat is het meisje vreedzaam gestorven hoorde ik van twee Fransen. Ze konden bijna niet geloven dat zij het was. Ze vielen op hun knieën aan haar voeten”.
   De Franse missionaris eindigde en begon zijn relaas met de vaststelling dat steeds meer mensen haar na haar dood als een heilige vrouw gingen beschouwen. “Mensen die haar graf in Québec bezoeken, niet alleen wilden, worden vaak op een wonderbaarlijke manier van ziektes genezen”.
 
 
Levensverhaal aangepast
 
 
Pierre Cholenec, inmiddels 74 jaar oud, schreef het verslag in 1815. Dat was 35 jaar na het overlijden van de jonge Irokese vrouw. Na zoveel jaar was de kijk van de Fransman op het nogal wonderbaarlijke leven van Catherine waarschijnlijk enigszins bijgeschaafd. De uitstraling die ze in haar omgeving had, kan het relaas bovendien beïnvloed hebben.
 
 
40 3 boek Paponetti
 
Twee eeuwen later, in onze tijd, is Tegakhouita, Catherine, nog lang niet vergeten. Tegenwoordig wordt ze meestal Kateri genoemd. Haar levensverhaal, zoals vastgelegd door de Jezuieten, is aan de moderne tijd aangepast. Het lijden en onverzettelijk geloof van het meisje zijn sterk benadrukt. Over de problemen van de indianenstammen wordt niet gerept.
   Haar karakter en handelen is met een nogal romantische saus overgoten. Deze informatie vind je op tal van internetsites en in het recente boekje van Giovanna Paponetti, een kunstenares uit Taos, Nieuw Mexico, die zich gespecialiseerd heeft in de cultuur van de indianen van de streek. 
   Kateri is een icoon geworden voor de bekering van de indianen in heel de Verenigde Staten. Dat geldt in het bijzonder in de staat Nieuw Mexico, de ‘hete’ staat op drieduizend kilometer afstand van het ijskoude gebied waar Kateri haar dagen sleet.
   Op 3 september 2011 was ik in de hoofdstad Santa Fe. Franciscaanse missionarissen onder de pueblo-indianen hadden er anderhalve eeuw geleden een kathedraal gebouwd. In het jaar 2002 liet aartsbisschop Michael Sheenan een levensgroot bronzen standbeeld van Kateri bij de ingang plaatsen. In zijn opdracht was het monument vervaardigd door Estella Loretta, een pueblo-indiaanse vrouw.    
 
 
Zalig- en heiligverklaring van Kateri
 
 
40 4 Kateri Santa Fe 2011
Standbeeld in Santa Fe (foto: Margaretha Suman)
 
 
In 1943 heeft paus Pius XII toestemming gegeven een onderzoek te beginnen dat kon leiden tot de zalig- en heiligverklaring van Tegakhouita. Paus Johannes Paulus II verklaarde haar in 1980 zalig. Onder het standbeeld van Kateri is te lezen: “First Indian of North America to be promoted a saint”. Giovanna Paponetti loopt al vooruit op de feiten. De titel van haar boek is: Kateri, native American saint. The life and miracles of Kateri Tekakwitha.
   Jongstleden maandag, 5 december 2011, tekende paus Benedictus XVI het decreet waarin een wonder op voorspraak van Kateri wordt erkend, waarmee de weg naar heiligheid concreet nabij is.
 
Harry Knipschild, 7 december 2011 
 
Het verhaal van Kateri lijkt een ‘never ending story’. Maar steeds vind je een andere benadering met ‘nieuwe feiten’. Bovenstaand artikel was nog maar kort gepubliceerd op de website www.katholiek.nl of er volgde een aankondiging vanuit het Vaticaan dat de heiligverklaring een feit was. Op 21 oktober 2012 berichtte de NOS:
 
“Paus Benedictus heeft voor het eerst een indiaan heilig verklaard. Kateri Tekakwitha werd samen met zes anderen heilig verklaard in een ceremonie op het Sint-Pietersplein.
   Tekakwitha werd in 1656 geboren in wat nu de Amerikaanse staat New York is. Op 4-jarige leeftijd verloor ze haar vader, moeder en broertje aan een pokkenepidemie, die ook haar tekende en gedeeltelijk blind maakte.
   Ze ging wonen bij een oom uit de Mohawk-stam, waar ze door missionarissen werd gedoopt. Door haar nieuwe geloof werd ze door stamgenoten verstoten.
   Tekakwitha ging bij Jezuïeten in Canada wonen en wijdde haar leven aan haar nieuwe geloof, wat haar bijnaam ‘Lelie van de Mohawks’ opleverde. Ze stierf op 24-jarige leeftijd.
 
Benedictus zei tijdens de ceremonie dat Tekakwitha als voorbeeld voor moderne gelovigen kan dienen. ‘Moge haar voorbeeld ons helpen Jezus lief te hebben zonder onze identiteit te ontkennen’.
   De heiligverklaring werd mogelijk dankzij een wonder dat aan Tekakwitha wordt toegeschreven: op haar voorspraak zou een indiaans meisje onverklaarbaar zijn genezen van een vleesetende bacterie. Bij de mis in het Vaticaan waren ook indiaanse gelovigen aanwezig, gekleed in traditionele kleren met veren en kralen”.
 
 
40 5 heiligverklaring
Indianen bij heiligverklaring
 
 
Harry Knipschild
2 december 2016
 
Clips