Zoeken

 
Toen Willem van Kooten in 1964 programmaleider van radio Veronica werd maakte hij plannen om elk uur nieuws uit te zenden. Onderhandelingen met het ANP hadden geen resultaat. Het persbureau, vertelde hij, wilde met de zeezender geen zaken doen. Veronica moest het nieuws zelf maar zien te regelen. In het begin verbleven de gewone deejays om beurten op het schip. Later werd dat werk aan anderen overgelaten. Eén van hen was Dick Klees, op 17 augustus 1947 geboren in Voorburg

Muziek op plaat en band

 
De vader van Dick was werkzaam bij Van der Heem, een bedrijf dat voor Erres (R.S. Stokvis) onder andere televisietoestellen en Solex-brommers produceerde. Hij hield zich er bezig met de inkoop van elektronica. Er was een piano in huis en een pick-up met een stapel platen. Toen ik Dick op 28 mei 2014 sprak herinnerde hij zich ‘Thank you for calling’ van Jo Stafford, ‘Mambo Italiano’ van Rosemary Clooney, Victor Silvester en later Harry Belafonte op 45 toeren.
   Toen Dick dertien jaar werd had hij al een eigen kristal radio-ontvanger in elkaar gezet en pianoles gekregen. In eerste instantie luisterde hij veel naar de muziek die zijn zeven jaar oudere broer Bert mooi vond. “Hij was van een andere generatie en hield vooral van jazz. Ik deed mijn best om zijn smaak een beetje over te namen. Maar toen ik Art Blakey en Lionel Hampton mooi begon te vinden was dat voor hem al weer te nieuw. Muzikaal was hij, vond ik, een beetje blijven stilstaan”.
   Voor zijn verjaardag mocht Dick in 1960 zijn eerste grammofoonplaat kopen. Samen met zijn broer ging hij er een uitzoeken. Dick wilde zich aan Bert aanpassen door een ‘volwassen’ single aan te schaffen. Misschien wel Pee Wee Hunt. “Waarom koop je geen muziek die je echt zelf mooi vindt”, liet Bert merken. Dick kwam thuis met ‘Itsy Bitsy Teeny Weeny Yellow Polkadot Bikini’ van Brian Hyland.
 

Radio

 

 
Tegenover het ouderlijk huis was een lagere school. Er werden buiten wel eens buurtfeesten georganiseerd. Klees senior zorgde niet alleen voor het geluid maar liet ook zijn platen over het schoolplein schallen, dixielandmuziek als ‘When the saints go marching in’.
   “Dat soort dingen vond mijn vader mooi. Zelf deed ik een paar jaar later ook zoiets. We hadden er de VAC, de Voorburgse Astronauten Club. Die jongelui, een stuk ouder dan ik, hielden regelmatig VAC-feesten. Ze wisten er zelfs nog eens subsidie voor te krijgen. Met een vriend deed ik hen een beetje na met de Fun Feesten, eens in de twee maanden of zo.
   Op een bandrecorder nam ik muziek van ‘Tijd voor Teenagers’ op. Ik monteerde de muziek zo dat ik, bij wijze van spreken, de nieuwste plaatjes kon afdraaien. Het was gewoon voor de gezelligheid en om op te dansen. Muziek van Trini Lopez bijvoorbeeld (in 1963) en de Beatles. Een nieuw nummer van de Beatles zette ik wel vier keer op een avond op. Maar helemaal in het begin maakte dat op mijn leeftijdgenoten nauwelijks indruk. Op mij wel, dat verschil is me altijd bijgebleven. We hebben ook nog een keer een avond lang naar een tv-show van Toon Hermans zitten kijken. Ik had het toestel (zwart-wit) van huis meegenomen naar de ruimte waar we met z’n allen bij elkaar kwamen. Er kwam op zo’n Fun Feest (bijna) geen drank aan te pas”.
   Op feesten van school, het Huygens Lyceum, was er levende muziek. “Aanvankelijk was dat vooral dixieland, de Dutch Swing College Band en Cees Slinger. Maar wat later traden groepen op zoals Johnny Lion met de Jumping Jewels, de Golden Earrings, Motions, InCrowd en uit Voorburg de Sandy Coast en de Limits. Een van mijn klasgenoten was trouwens Jerney Kaagman”.
 

Acker Bilk in het Kurhaus

 
Dick Klees: “Als ik als kind ziek thuis was werd er een radio bij mijn bed gezet. Dan luisterde ik intensief, zelfs naar ‘Moeders wil is wet’ en de waterstanden. Ik besefte dat zo’n programma niet zo maar uit het radiotoestel kwam. Er waren mensen van vlees en bloed mee in de weer. Op jeugdige leeftijd kwam bij mij het idee op dat ik later ook zo iets zou willen doen
   Thuis hadden we ‘Vrije Geluiden’ van de VPRO. Ik ging me voor het fenomeen radio interesseren. Zo ontdekte ik dat de omroepen om de zoveel maanden van zender (298 en 402 meter) wisselden. De ene Hilversumse zender was sterker dan de andere. Door deze ingreep kwamen alle omroepen aan hun trekken”.  
   Voor jongelui met belangstelling om radio te maken had je vroeger bij de Avro het programma ‘Minjon’ (Miniatuur Jeugd Omroep Nederland, vanaf 1953). Binnen een plaatselijke afdeling als in Den Haag (‘met o.a. Audrey van der Jagt’) kon je een reportage maken. Dan bestond de kans dat de AVRO die zou uitzenden.
   In 1961 maakte de Engelse dixieland-klarinettist Mr. Acker Bilk (vooral bekend van ‘Stranger on the Shore’) speciale opnamen voor Nederland. Hij arrangeerde een dixieland-versie van ‘Ik zag twee beren broodjes smeren’ en ‘Toen onze mop een mopje was’. Met zijn orkest trad hij op in het Scheveningse Kurhaus.
 

 
“Het leel me leuk hem voor Minjon te gaan interviewen. Samen met mijn vriend Rob Smit gingen we naar het Kurhaus. Maar kwam je daar wel zo maar de kleedkamers in? Mijn zus had een tip. ‘Je moet een paar sigaren meenemen voor de portier’. Dat deden we. Eerst lukte het niet. Maar na die sigaren te voorschijn getoverd te hebben, ik zou niet meer weten hoe, wisten we de kleedkamer van Mr. Acker Bilk te bereiken. Ik had me zo goed mogelijk op het gesprek voorbereid. Mijn Engels was best goed voor mijn leeftijd. Ik heb zelfs eens Engelse toeristen op een bus rondgeleid. Maar van de zenuwen gebruikte ik een verkeerd woord. Ik wilde hem vragen, hoe lang bestaat uw orkest al. ‘How long is your band existing?’ Toen ik de ingestudeerde woorden moest uitspreken zei ik: ‘How long is your band exciting?’ Acker Bilk begreep gelukkig wat ik bedoelde en we moesten er wel een beetje om lachen”.
   Ik vroeg Dick wat hij van het concert zelf vond.
   Het gesprek, zijn eerste interview, was voor hem zo belangrijk dat het niet bij hem was opgekomen om daar ook nog heen te gaan. “De band stuurde ik op naar de omroep. Maar van uitzenden kwam niets. Bij de AVRO was de klad er een beetje ingekomen. Toen heb ik contact met de VARA opgenomen. Tom Pauka was er een soortgelijk programma aan het opzetten. Maar ook daar hebben ze niets met onze Acker Bilk-opname gedaan”.
 

Naar de Beatles

 


Beatles in Treslong, 5 juni 1964  (Dick Klees in profiel links naast Herman Stok)

 
Vijftig jaar geleden, juni 1964, waren de Beatles in Nederland. Dick was zestien. Een klasgenoot wist kaartjes voor het middagconcert in Blokker te bemachtigen. Er was namelijk een winkel in Voorburg die lakens verkocht. En als je maar genoeg kocht kon je er twee entreekaartjes bemachtigen. Dick wist zelf toegang voor de tv-opnamen in Treslong, Hillegom, te krijgen bij Jetske Mijs, scriptgirl van de VARA. Zo konden ze de Beatles twee keer meemaken.
   Dick: “Vooral Treslong heeft indruk gemaakt. Toevallig had ik vrij van school omdat mijn tante Tonie die dag begraven werd. Omdat alles in één ruk doorging ging ik daarom in nette kleding, met en zwarte stropdas, naar Hillegom. We hebben er nog een praatje gemaakt met VARA-tv-presentator Rudi Carrell die op de tribune zat.
   Wat me opviel was dat de tv-mensen ons te voren oppepten om ons vooral hysterisch te gedragen. Ze waren blijkbaar bang dat het anders maar een tamme bedoeling zou worden. Tijdens het laatste nummer, ‘Can’t buy me love’, moesten we naar voren komen en dan goed laten merken dat we fans van ze waren. Toen het zover was werden we opnieuw aangespoord om wild te doen. Het liep daarom zelfs een beetje uit de hand. Na afloop van de opname waren de Beatles meteen verdwenen. In de ‘studio’ liep een man rond met stapels exemplaren van het blad Romance. Die deelde hij uit en vroeg ons om die tijdens ‘Can’t buy me love’ hoog de lucht in te gooien. Waarschijnlijk wilde hij op die manier reclame voor het tijdschrift proberen te maken.
   Tijdens de opname viel me op hoe slecht John Lennon zag. Hij zette meteen een bril op als hij de kans kreeg. In een hoek van Treslong zag ik vier kisten met de namen van de vier Beatles erop. Daar zat de apparatuur in die ze zelf hadden meegenomen. Je hoorde gewoon de muziek van de plaat maar de microfoon stond open en ze zongen dus met de plaat mee. Omdat ik geïnteresseerd was in radio maken viel me dat op.
   In Blokker, herinner ik me, was overal reclame. Heineken, Joy (limonade) en Muziek Expres”.
 

Entree bij radio Veronica

 

 
In een schoolagenda hield Dick Klees zijn ervaringen bij. Hij kon me zo in 2014 laten zien wat in 1964, behalve de Beatles, zijn favorieten artiesten waren: Gerry & the Pacemakers, Billy J. Kamer & the Dakotas, Dave Clark Five, Freddy & the Dreamers, Searchers, Hollies, Applejacks, Swinging Blue Jeans, Brian Poole & the Tremeloes. Op maandag 28 maart 1966 luisterde hij op Hilversum 3 om vier uur naar ‘Holland Beat’, om vijf uur naar het Britse radio City (299 meter) met muziek van de Beatles en Rolling Stones (requests) en daarna ’s avonds om negen uur naar ‘Joost’ als presentator van de programma’s ‘Rock, Beat & Boogie’ en ‘R&B Hop’ op Veronica.
   Dick was zich niet bewust dat hij zelf nog eens bij radio Veronica zou gaan werken. Ook heeft hij nooit geweten dat de middagvoorstelling van de Beatles in Blokker een Veronica-initiatief was.
   Tijdens zijn diensttijd zat hij in Eindhoven bij de luchtmacht. Dick hield zich onder meer bezig met de internationale verbindingen binnen de NAVO. “In die tijd was je subversief. Voor belangrijke verbindingen was er een soort hotline. Dan konden boodschappen supersnel worden doorgegeven. Maar wij gebruikten die lijn ook om spelletjes te spelen, bijvooorbeeld om uit te zoeken tot hoever je die verbindingen kon uitrekken. Tot iemand in een ziekenhuis in Athene bijvoorbeeld. Ook zonden we via de NAVO-lijn protestliederen uit, zoals de songs van Bob Dylan of de muziek van Country Joe & the Fish.
   Het was een waardeloze tijd. Een kennis deed bewust verkeerde dingen en kwam in Veenhuizen terecht. Dat leek me beter dan gewoon soldaat spelen”.
  
Dick bedacht wat hij na zijn diensttijd verder wilde in het leven. De School voor Journalistiek leek hem wel wat. Maar je wist niet of je er terecht kon. Er was maar beperkt plaats en het aanbod was groot. In elk geval stuurde hij een sollicitatiebrief naar die school. Als je solliciteerde kreeg je sowieso een dag vrij van dienst. Zonder dat hij ergens een afspraak had maakte Dick van de mogelijkheid gebruik om vanuit Eindhoven een dag naar Hilversum te reizen.
   In de radiostad begaf hij zich naar het gebouw van de VARA. Daar aangekomen vroeg hij om een gesprek met iemand van personeelszaken. “Dat lukte. Ik kwam terecht bij een meneer aan wie ik vertelde dat ik na mijn diensttijd bij de radio wilde werken. Zo simpel was dat niet, werd me geduldig uitgelegd. Je moet maar een sollicitatiebrief schrijven en die komt dan in deze la terecht. Onderaan, wees hij. De man deed een la open die vol lag met brieven van sollicitanten. Dat was niet bemoedigend”.
   In Hilversum deed Dick die dag nog een tweede poging om aan een baan te komen. In Voorburg werkte hij altijd met een bandrecorder van het merk Amroh (uit Muiden, met Handy-Sound). “In het blad van Amroh had ik gelezen dat er bij radio Veronica plaats was voor een zender-technicus. Ik was toch in Hilversum dus waarom er niet even heen gelopen. Diskjockey of technicus wilde ik niet worden maar omroeper aan boord, dat leek me wel aardig. Ik meldde me bij de studio op de Zeedijk. Na een tijdje wachten werd ik te woord gestaan door Jan van Veen. Na het vertrek van Willem van Kooten als programmaleider bij het zendschip had die de touwtjes in handen gekregen. Jan vroeg me of ik wat teksten wilde voorlezen in een van de studio’s. Ik stelde hem voor om wat op papier te zetten en dan terug te komen voor de test. Dat was goed. Bij V&D in Hilversum werkte ik een en ander uit, was een uur later terug en las voor wat ik had opgeschreven.
   Ik vond het natuurlijk spannend om te weten hoe ik het er afgebracht had. Dus ik probeerde Van Veen te pakken te krijgen. Maar die was altijd in een opname. Toch kreeg ik al gauw antwoord. ‘Kun je aanstaande dinsdag naar het schip?’ Ik was aangenomen en werd meteen voor de leeuwen gegooid. Typisch Veronica. Later heb ik begrepen dat deejay Eddy Becker bij het station verdwenen was. Nieuwslezer Tom Collins mocht zijn ochtendprogramma meteen overnemen. En ik nam aan boord de plaats van Tom in. In Hilversum was er wat geduw en getrek wie Tom zou opvolgen. Familieleden of kennissen van het personeel werden naar voren geschoven. Jan van Veen wilde zich echter laten gelden en nam juist mij aan. Jan en ik waren beiden uit Voorburg afkomstig, misschien heeft dat ook nog een rol gespeeld”.
 

Aan boord

 


Dick Klees leest het nieuws

 
Klees maakte een opvallende start. “In het programma ‘Help, er zit een olifant in de tram’ wilden Henk van Dorp (eigenlijk: Bongaarts) en Roland van Pareren wel eens een reportage maken over hoe het leven aan boord van het schip was. Op mijn eerste werkdag, in 1969, ging Roland met me mee over zee. Het was slecht weer. Ik was dan ook behoorlijk zeeziek, de eerste maar gelukkig ook de laatste keer.
   Op het schip moest ik zelf ontdekken hoe het allemaal ging. Inwerken was er niet bij. Alles moest ik bovendien in mijn eentje doen. Ik had wat kranten bij me maar dat was al gauw oud nieuws. De berichtgeving van Hilversum nam ik op een bandje op. Wij hadden het nieuws vóór het hele uur en Hilversum meteen er na. Dus na mijn afkondiging moest ik de recorder meteen starten. Dan had ik een uurtje de tijd om wat ik interessant vond uit te tikken op een typemachine aan boord. En dan las ik voor wat ik ervan gemaakt had.
   Na een tijdje wilde ik er meer van maken. Ik zocht allerlei zenders af voor origineel nieuws. Ook wist ik draadloze telexberichten op te vangen. Een van die berichten meldde dat het eindelijk weer mogelijk was als toerist naar China te reizen. Ik vertelde het meteen in de uitzending. Daarmee was ik mijn collega’s bij de officiële omroep voor.
   Vóór we een studioband op het schip afspeelden luisterden we naar het begin ervan. Een programma van Henk van Dorp begon onverwacht met het antwoord op een vraag. Maar de vraag zelf was er niet. Die heb ik toen maar zelf bedacht. Deze aanpak was in zekere zin het begin van een traditie, een spelletje. Elk programma van Henk begon met een ‘raar antwoord’. Dan bedacht ik een gekke vraag. Henk en ik hebben er nooit over gesproken. Het gebeurde gewoon.
   Af en toe was het zwaar weer. Dan kwam er geen aflossing aan boord, dus ook geen nieuwe banden met muziek, die op de Zeedijk in Hilversum waren opgenomen. We wisten welke reclamespots er geprogrammeerd moesten worden. Die zorgden immers voor de inkomsten. Voor de rest mocht je als nieuwslezer dan zelf de muziek uitzoeken. De platen haalden we van de banden die nog aan boord waren. Precies zoals ik vroeger muziek van ‘Tijd voor Teenagers’ gekopieerd had. Ik hield van de Bonzo Dog Doo Dah Band. Die was vooral bekend van het album ‘Gorilla’ (1967) en de Britse hitsingle ‘I’m the urban spaceman’ (1968). Ze hadden een parodie gemaakt op dixieland-muziek: ‘Jazz (delicious hot, disgusting cold)’. De muzikanten luisterden, bij wijze van spreken, niet naar elkaar en gingen steeds zogenaamd in de fout. Dat vind ik een prachtig nummer. Als er zendruimte was vanwege een storm liet ik regelmatig de Bonzo Dog Doo Dah Band horen.
   Naarmate het slechte weer langer duurde, werd het aantal ‘lege uren’ steeds groter. Bovendien werd je moe van de storm en het heen en weer gaan van het schip. Maar live en vrij op de zender zitten gaf een flinke shot adrenaline. Dat compenseerde alles dus weer. Ik heb nooit meegemaakt dat er helemaal geen uitzend-banden meer waren. En dan kwam er via radio Scheveningen ineens bericht dat er een bootje onderweg was naar het schip. Even later kwam de aflossing aan boord. Dat duurde niet lang.
   Vanaf het Veronica-schip zagen we Radio Noordzee Interntionaal, onze concullega, liggen. We konden de ontploffing op zaterdag 15 mei 1971 goed horen (en de brand zien). Aanvankelijk begrepen we er helemaal niets van. Door naar radio Scheveningen te luisteren kwamen we erachter wat er gebeurd was. De volgende dag kwam er een bootje langs varen met aan boord Jaap van Meekren, van AVRO’s Radio Journaal. Ons werd om een reactie gevraagd, maar wat moesten we zeggen? Ook wij waren verbijsterd. Vanuit de gevangenis in Utrecht, waar hij een jaar verbleef, stuurde Bull Verwey een rondschrijfbrief. Een fotokopie ervan werd aan boord opgehangen”.
 

Interviews

 
Dick Klees was min of meer onverwacht nieuwslezer geworden. Nog vóór hij de eerste keer aan boord ging ontving hij bericht dat hij (ook) was aangenomen bij de School voor Journalistiek. Wat moest hij doen? Journalist William Rothuizen adviseerde hem dat hij het vak beter in de praktijk kon leren. Ook hoorde hij dat het een rommeltje op die school was met al die voor democratie vechtende docenten en slappe docenten. Het waren immers de roerige jaren zestig. Dick bleef daarom gewoon aan boord bij Veronica werken.
   Hij had wel meer ambities dan alleen het nieuws voorlezen. Overigens vond iedereen in Voorburg dat hij een goeie baan gekozen had. Een job zelfs zonder pensioenopbouw. Een werkkring bij een werkgever die (tijdelijk) profiteerde van de mazen in de wetgeving, zo werd het hem soms uitgelegd. Later besefte hij dat er een wet uit politieke overwegingen gemaakt moest worden om medewerking aan het legale zendschip strafbaar te maken.
   Mede vanwege het zware en langdurige werk aan boord ontving hij meteen een goed salaris, 900 gulden netto. Dat ging daarna nog regelmatig omhoog. “Van mijn eerste geld, bijna mijn hele eerste maandsalaris, 725 gulden, kocht ik een Uher-recorder. Omdat mijn vader bij Van der Heem werkte kon ik die voordelig aanschaffen”.
 

 
“Ik vond dat ik meer moest doen dan alleen maar vanaf het schip werken. Bijna elke dag was ik in Hilversum, hoewel dat niet hoefde. Het kwam zelfs niet bij me op om vergoeding te vragen voor mijn benzine. Lex Harding was altijd op zoek naar nieuwsitems voor zijn Lexjo, elke werkdag tussen zeven en acht ’s avonds. Lex gaf aan waar hij belangstelling voor had en dan trok ik er op uit, vaak in het gezelschap van iemand van de platenmaatschappij.
   Twee interviews zijn me speciaal bijgebleven. Eén ervan was met Ike & Tina Turner die in Nederland waren voor een concert. Ike liep in een grijze onderbroek. Zelf had ik net een steenpuist gehad dus ik wist maar al te goed hoe pijnlijk dat was. Tina Turner bleek op dat moment een steenpuist op haar wang te hebben. Dat moet heel vervelend voor haar geweest zijn. Bij haar optreden als zangeres en danseres was van haar pijnlijke ongemak echter niets te merken. Van de steenpuist was niets te zien. Daar was kunstig haar pruik over gedrapeerd. Wat me tevens opviel was dat de jonge danseressen, de Ikettes, keihard werden aangepakt. Ike hield de regie streng in de hand.
   Overigens was ik niet de enige interviewer. Ook jazzkenner Michiel de Ruyter (1926-1994) was vanuit zijn rolstoel in gesprek met het artiestenpaar. Maar toen ik binnenkwam met mijn Uher-recorder werd De Ruyter zonder enige uitleg meteen ‘weggereden’. Een verslaggever van radio Veronica was blijkbaar een stuk belangrijker.
   Als reporter van het station kwam ik bovendien terecht bij Frank Zappa, die een mooie kamer in het Amsterdamse Hilton had afgehuurd. Zappa was leider van de Mothers of Invention, een groep die met ‘We’re only in it for the money’ een bijzonder album had gemaakt. Het was een parodie op ‘Sgt. Pepper’ van de Beatles. Tot mijn verbazing gedroeg Zappa zich als een heer. Hij liet thee op zijn kamer brengen en schonk het voor mij en zichzelf in. Het moest een uitermate serieus gesprek worden. Ik maakte een grapje, waarbij ik verwees naar het album. Dat vond hij helemaal niet leuk. Geen lachje kon eraf. Zappa werkte in het Hilton aan een nieuw project dat hij ‘200 Motels’ noemde. Vanuit zijn hoofd, zonder muziekinstrument, was hij de partituur aan het schrijven. Dat vond ik heel indrukwekkend, kan ik me nog goed herinneren”.
   Zo was Dick Klees min of meer als vrijwilliger in de weer. Niets hoefde. Het was gewoon leuk. Hij maakte voor Veronica een praatje met drummer Ginger Baker (Cream, Blind Faith) en ‘zanger’ Rod McKuen, die in 1971 twee keer de top van de Nederlandse hitlijsten veroverde (‘Soldiers who want to be heroes’, ‘Without a worry in the world’).
 
In die tijd had elke deejay zijn eigen hittip, die resulteerde in een plek op de tipparade. Had een man die het nieuws vanaf het zendschip presenteerde ook invloed op de muziekkeuze, vroeg ik hem.
   “Ik heb er een keer met Rob Out over gesproken nadat die Jan van Veen als programmaleider opvolgde. Rob vroeg me wat mijn favoriete plaat was en ik gaf aan: ‘Ain’t no sunshine’ van Bill Withers. De week erna werd de single regelmatig gedraaid en verscheen korte tijd later in de top 40.
   Zo voelde ik me betrokken bij de gang van zaken. Omdat ik me op allerlei terreinen manifesteerde kreeg ik zelfs een wekelijks programma, de ‘Goed Nieuws Show’ dat op het weekend uitgezonden werd.Zo kon ik lekker experimenteren met mijn ideeën”.
 

Vertrek bij Veronica

 


Aan boord van Veronica, 31 augustus 1974

 
Ondanks al die leuke dingen was Dick Klees na drie jaar uitgekeken op zijn werk. Er zat geen vooruitgang meer in. Je zat nu eenmaal lange tijd op het schip, deed je werk en dat was het dan. Klees verbreedde steeds zijn horizon en besloot daarom in 1972 te solliciteren bij de Wereldomroep. Hoewel men daar niet twijfelde aan zijn capaciteiten had een en ander toch nogal wat voeten in de aarde. Was iemand van een ‘piratenzender’ wel welkom bij de publieke omroep? Na veel vijven en zessen werd hij aangenomen. Opnieuw las hij het nieuws, maar nu goed geoutilleerd in een Gooise studio.
   “Mijn vriendschap met de mensen van Veronica bleef. Ik ben op 31 augustus 1974 zelfs mee naar boord gegaan toen Veronica in een bijzondere uitzending afscheid nam van luisterend Nederland. Mijn voormalige collega’s waren vreselijk emotioneel. Er kwam een einde aan hun bestaan”.
   Voor Dick dus niet. ‘Bij de Wereldomroep zette hij Nieuwslijn Europa op’ is in een artikel op Mediapages te lezen. “Intussen ging ik door met het maken van interviews. Dat deed ik voor het programma ‘Poster’ van Tom Mulder op de TROS. Mijn stem werd weggeknipt. In de uitzending hoorde je alleen wat de artiesten vertelden”.
   Bij de publieke omroep, waar hij in eerste instantie gesolliciteerd had in 1969, kreeg hij heel ander werk. Bij de Wereldomroep was hij vijf jaar in vaste dienst. Daarna dertien jaar bij NOS en tien jaar bij de AVRO. Voor de VPRO-televisie was hij vele jaren de stem van programma-aankondigingen en stationcalls. Bij de NOS eindredacteur van het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’ (vanaf 1985) en nieuwslezer. Bij de AVRO presentator van AVRO’s Radiojournaal, maar ook van programma’s als ‘Radiocafé’, ‘Weekendcafé’, ‘NOS Radio 1 Journaal’ en ‘Opium’. Op 1 december 2005 kwam er een einde aan zijn vaste dienst-verband. Als freelancer kwam hij in 2007 onder andere terug bij de Wereldomroep om er tot in 2012 het programma ‘Nieuwslijn’ te presenteren.
 
Op zijn eigen website is te lezen wat hij anno 2014 doet: “Dick Klees presenteerde veel discussieprogramma’s, zoals ‘Avro Radiocafé’. Die ervaring zet hij in als dagvoorzitter op bijeenkomsten waarbij alles draait om het uitwisselen van informatie. Dat zijn bij hem geen taaie, strenge lessen. Dick bezit het talent om er een levendig evenement van te maken, dat recht doet aan de kennis en belangstelling van het gezelschap.
   Dick Klees beschikt over een eigen digitale opnamestudio, zodat een opdracht snel kan worden uitgevoerd, vaak nog dezelfde dag. Per e-mail of ftp-server kan de opname worden verzonden, zodat u het resultaat snel binnen hebt. U kunt uw teksten mailen of faxen, hij spreekt ze voor u in. De audio kunt u als WAV- of mp3-bestand downloaden of per e-mail ontvangen. Opsturen per post op cd of inspreken in uw studio kan natuurlijk ook. Ook voor mediatraining en PR-adviezen kunt u terecht bij Dick Klees”.
   Popmuziek is evenwel nooit uit het leven van Dick Klees verdwenen. Aan het einde van het gesprek dat ik met hem mocht hebben, haalde hij nog een mooie herinnering boven water. “Bij de NOS-radio moest ik onverwacht een uur zendtijd live vullen. ’s Middags had ik Raymond van het Groenewoud bij Frits Spits gehoord. De Vlaming was er om zijn nieuwe plaat te promoten. Ik wist Raymond nog in Hilversum te traceren en nodigde hem uit om samen met mij over zijn muziek te praten. Ik was een bewonderaar van hem omdat hij zich steeds weer wist te vernieuwen. Aan die uitzending met Raymond van het Groenewoud denk ik nog steeds met het beste plezier terug”.

 
Reina en Dick Klees, op vakantie in Thailand, februari 2014

Harry Knipschild
2 juni 2014

Mr. Acker Bilk is op 2 november 1214 overledem.

Clips
* Rosemary Clooney, Mambo Italiano, 1954
* Mr. Acker Bilk, Stranger on the shore, Praag, 1964
* Beatles, optreden in Treslong, Hillegom, 5 juni 1964
* Ike & Tina Turner, Proud Mary, Italiaanse tv, 1971
* Bill Withers, Ain't no sunshine, 1971
* Raymond van het Groenewoud, Liefde voor de muziek, 1992
* Dick Klees interview met Ad Bouman, 2013
  
Literatuur
‘Dick Klees stopt ermee’, Mediapages, 8 november 2005
Auke Kok, Dit was Veronica. Geschiedenis van een piraat, Amsterdam 2008
website Dick Klees, mei 2014
website Beeld en Geluid, mei 2014
website stichting Norderney, mei 2014