Zoeken

 
Gert Timmerman (geb. 8 juni 1935, Oldenzaal) was een van de meest populaire Nederlandse artiesten in de jaren zestig. Van zijn platen, singles en albums, werden onvoorstelbaar grote aantallen verkocht door platenmaatschappij CNR. In onze tijd kun je je daar nog maar moeilijk een voorstelling van maken. Muziekjournalisten besteden al lange tijd nauwelijks aandacht meer aan de zanger uit het oosten van het land. Langzamerhand wordt hij vergeten. Jammer. Niet omdat hij zo goed was. Maar hij was wel een van de grootste Nederlandse muziek-fenomenen een halve eeuw geleden.

Een belangrijke bron voor wat we kunnen weten over Gert Timmerman is te vinden in het boek Het ware verhaal, dat hij en zijn toenmalige echtgenote Hermien van der Weide (1943-2003) in 1993 het licht deden zien. René de Vos tekende op wat Gert en Hermien hem vertelden. Eddy Ouwens, producer en zanger, liet het boek bij Bruna verschijnen. Willem Duys (1928-2011) schreef een woord vooraf.
   Het lijkt me aardig het artikel over die succesvolle jaren vanuit het perspectief van Hermien te schrijven. Maar eerst laat ik Gert zelf aan het woord.
 

 

Inspiratie

 
“Er is niets dat mij gelukkiger maakt dan muziek”, met die woorden begon de zanger een van de hoofdstukken. “Toen ik een jaar of tien was spendeerde mijn vader het kapitale bedrag van ƒ 1,65 aan mijn eerste muziekinstrument: een occarino. Dat was een hardstenen soort mini-onderzeeëer met torpedogaten er bovenop en een periscoop opzij. Ik had de handleiding niet nodig om uit te vinden hoe je er muziek uit haalde”. Het moet kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog geweest zijn. Met andere jongens speelde hij ‘De uil zat in de olmen’.
   Door de komst van een circus kreeg Gert de kriebels om artiest te worden. “Ik voelde de opwinding die elke artiest voelt als hij zaagsel ruikt, het fonkelen van glitterkleding in schijnwerpers ziet, trommels hoort roffelen en trompetten hoort schallen”. Gert was anders dan zijn vriendjes. Die genoten van spanning die artiesten opriepen. Zij waren het publiek. “Mijn opwinding was die van de artiest zelf: midden in de schijnwerpers staan, het publiek ademloos maken, het beheersen van de magie om je gehoor in jouw ban te brengen. Artiesten genieten van die macht”.
 
In de jaren na de oorlog werd je van huis uit niet aangemoedigd de populaire muziek in te gaan. Werken als muzikant was niet bepaald eerbaar. Technische beroepen boden werkgelegenheid voor het leven. Het zag er naar uit dat Gert dat soort werk zou gaan doen. Maar zo ging dat niet.
   “Ik speelde fantastisch klarinet zonder dat iemand daar weet van had. Mijn oudere broer Joop was lid van de Enschedese harmonie ‘Kunst aan het Volk’. Voor 35 cent per week kreeg hij klarinetles en een instrument in bruikleen. Hij wist dat alles waar geluid uit kwam niet veilig voor mij was en dus borg hij zijn kostbare instrument in de meterkast weg. Dat het daar allerminst onbereikbaar was, werd hem duidelijk toen ik hem op een middag letterlijk een lesje gaf. Woest was hij. Maar later mocht ik de klarinetles overnemen”.
   Weldra zat Gert twee dagen in de week op het muzieklyceum, speelde bij de Burgerharmonie en had een eigen orkestje, de Skyscrapers. Gert kwam in dienst bij een drukkerij in Enschede. “Daar werkte een leerling-typograaf, Henkie Elsink, die aardig piano kon spelen. We hadden elkaar snel gevonden. Buiten werktijd verdienden we een bescheiden zakcentje door met z’n tweeën dansmuziekavonden te verzorgen in Tearoom Victoria: Henkie aan de piano, ik achter de bas”.
 

Eerste huwelijk van Gert Timmerman

 
Als je Gert Timmerman in 1993 hoorde praten had hij een enorme flair. “Als jongen met die occarino was ik al de orkestleider. Met een mindere plaats dan die van aanvoerder heb ik nooit genoegen willen nemen”.
   Zo ging het ook in andere facetten van zijn leven. “Ik had mijn scharrels, opvlammende verliefdheden, avonturen en hoogtepunten”. Tijdens zijn militaire dienst (in Den Haag) ondervond hij de consequenties van zijn voortvarende gedrag. “In de soldatenzaal opende ik een brief van de gemeente Enschede. Het was een oproep om me bij de burgerlijke stand in te schrijven voor ondertrouw. Dat moest een misverstand zijn: ik had totaal geen trouwplannen. Ik had wel een vriendinnetje. Ze was zestien en zwanger. Dus zouden we trouwen. Een andere keus was er eenvoudig niet. Evenmin was er discussie mogelijk over de vraag of ik werkelijk de vader was. Mijn vriendin vertelde haar ouders dat ik het was en dus was ik het. Ik gaf genoeg om haar om onze nieuwe status te accepteren. Maar als we vrij waren geweest om zelf te beslissen, was het waarschijnlijk nooit tot een huwelijk gekomen”.
   Gert Timmerman werd uit dienst ontslagen en nam een baan als verkoper in een modezaak. “Maar de muziek liet me niet los. Met een ensemble speelden we minsten twee avonden per week in Gronau [over de grens bij Enschede]. Op andere avonden repeteerden we of deden een schnabbel. Dat heeft het prille huwelijk, toch al niet zo stevig geworteld, geen goed gedaan. Mijn schoonouders en mijn vrouw vonden dat ik een keuze moest maken tussen het gezin en de muziek. Ik koos voor het laatste. Binnen een jaar waren we gescheiden. Ons zoontje is overleden toen hij twaalf was”.
 

Ontdekt als zanger

 


Silvio Francesco, Caterina Valente, Peter Alexander

 
Gert werd ontdekt in het Wiener Café van Enschede. “Het bandje waarmee we optraden bestond uit een drummer, een bassist, een accordeonist, ikzelf op klarinet en sax en de pianist Herbert Bannink. Inderdaad een broer van Harry Bannink [1929-1999]. Herbert zong ook. Een andere dansgelegenheid in Gronau kocht hem weg. Ze betaalden hem een rijksdaalder per avond meer”.
   Timmerman moest zo snel mogelijk de rol van Herbert Bannink overnemen, liet hij optekenen. “De mensen wilden de nieuwste liedjes van Peter Alexander, Vico Torriani, Freddy Quinn en Caterina Valente horen. Na lange dagen van naar de radio luisteren om tekst en melodie van de meest recente hits uit mijn hoofd te leren, maakte ik mijn debuut met ‘Dich werd ich nie vergessen’ [Caterina Valente]. Het Wiener Café was mijn opstapje naar het grote succes. Dat wist ik zeker. De liedjes die ik schreef, inmiddels ook in het Duits, deden absoluut niet onder voor die van Quinn en Valente. Ik had alles om een echte ster te worden. Ik moest alleen nog ontdekt worden”.
   Dat liet niet lang op zich wachten. “Zomer 1958 kwam Addy Kleyngeld [1922-1977], talentscout van CNR, het café binnen slenteren. In de pauze knoopte hij een praatje met me aan. Al gauw zei hij: ‘We gaan een plaatje met je maken. Duitse zangers liggen goed in de markt dus we noemen je Gerd Zimmerman’”. De opnamen werden in Helmond gemaakt. De single ‘Zwei kleine Sterne’ flopte.
   In het Wiener Café werd Timmerman tevens voor de tweede keer ontdekt, nu door een Duitser. “Herr Nehrkorn, een elegante man die eigenlijk advocaat was, werkte voor Duitse platenmaatschappijen als scout voor jong talent. ‘Wat dacht je van een platencontract’, zei hij. Ik glimlachte beleefd. Hij overhandigde me een indrukwekkend visitekaartje en zei: ‘Denk er maar eens over na’. Dat deed ik niet. Voor de avond voorbij was, was ik hem vergeten”.
   Als je Gert moet geloven gaven de Duitsers het niet op. “Veertien dagen later viel er een enveloppe in de bus. Een brief van Rolf Nehrkorn. ‘U wordt verzocht u dan en dan in Hotel Intercontinental te melden. U zingt twee liedjes en u wordt begeleid door het RIAS Tanzorchester van Werner Müller [1920-1998]. Ingesloten een vliegticket Amsterdam-Berlijn-Amsterdam’. Ik schudde aan de enveloppe en er viel inderdaad een ticket uit. Werner Müller was een van de beroemdste orkestleiders van dat moment. Repetities en opname verliepen fantastisch en de single ‘Blume von Tahiti’ werd met veel tamtam gelanceerd”.
   Het pakte anders uit. ‘Blume van Tahiti’ (op Telefunken) werd in Duitsland niet opgepakt. In Nederland wel. Gert mocht het liedje vertolken in een tv-programma van Pi Scheffer. Volgens Timmerman was dat voor Willem Duys aanleiding hem uit te nodigen ‘Blume von Tahiti’ te zingen in een programma over Overijssel, ‘Sterren & Streken’. Gert: “Het was een barbaars koude winter [1962/1963]. Buiten vroor het 22 graden, maar het werd ineens warm in Nederland! De stormloop op de platenwinkels de dag erna was ongekend. Binnen drie maanden waren er 100.000 singeltjes van ‘Blume’ [door CNR] verkocht. Ik had mijn eerste gouden plaat. Het was verbijsterend, die magie van televisie”.
 

Hermien van der Weide

 
Hermien van der Weide (geb. 25 juli 1943, De Krim, Hardenberg) begon al op jeugdige leeftijd met zingen. “In De Krim speelde [in 1959] een jeugdbandje op bruiloften en partijen. Ze hadden één zangeresje, maar daar moest voor het oog nog een tweede bij. Omdat mijn broer en ik accordeon speelden, werd ik uitgenodigd. Ach, wat was dat mooi – alsof je in een andere wereld stapte. In je mooiste jurk op een podium. Het zaaltje helverlicht en langs de muur de tafeltjes waar de feestgangers achter hun glaasje zaten. Ik proefde het sterrenleven, en dat mijn jongemeisjesstemmetje dun en ongeschoold klonk, deerde niemand, mijzelf al helemaal niet”.
   Achter haar naaimachine in een confectie-atelier droomde Hermien over het leven van een zangeres en de liefde. “We brachten de populaire songs van dat moment zoals ‘I’m gonna knock on your door’ [Eddie Hodges]. Eén nummer week duidelijk af van het traditionele repertoire en dat was ‘Whispering Hope’. Het was ons grootste succes. Ik vond het ook veruit het mooiste liedje dat we deden.
   Een ander nummer waar ik helemaal kapot van was heette ‘Blume von Tahiti’. Het stond in de Nederlandse hitparade en werd gezongen door een artiest uit onze buurt, ene Gert Timmerman. Ik wist helemaal niets van hem, laat staan hoe hij er uitzag. Maar ik volgde gespannen welke plaats ‘Blume’ in de hitlijsten bezette.  Wat had ik nou met dat plaatje? Zou het de aantrekkingskracht zijn die van die bronzen stem uitging?
   In de plaatselijke krant stond dat het trio van Gert zou optreden in een café in Vriezenveen. Ik klampte een oudere neef van me aan en wist hem te bewegen om me die avond bij het café van Fokko de groenteman af te zetten. Hij wilde me daar niet achterlaten en dus besloot hij mee naar binnen te gaan en me tegen elven weer naar huis te brengen”.
 

Eerste ontmoeting van Gert en Hermien

 
Hermien van der Weide vertelde René de Vos nauwkeurig hoe het duo Gert & Hermien in 1963 tot stand kwam. “We kozen een tafeltje niet ver van het podium en ik leunde voorover om eens goed naar die jongen achter de piano te kijken: dat was de beroemde Gert Timmerman. Nou, dat kon slechter. Sterker nog: na een minuut wist ik zeker dat het niet beter kon. Helemaal mijn type. Donker, mooi gebit, gevoelige handen, ondeugende ogen en heel levendig. Ik was verliefd en wel op slag.
   Wauw, wat een stuk, dacht ik. Daar zou ik wel iets mee willen beginnen. En tot mijn opwinding zag ik dat hij ook mij had opgemerkt. Hij begon zich waarachtig uit te sloven, draaide steeds zó aan de piano dat hij mijn richting uitkeek. In die opwelling gaf ik hem een geraffineerd knipoogje. Oh, die jongen ging helemaal uit zijn bol”.
   Hermien stapt op Gert af. “Ik zei dat ik een fan was en vroeg of ik een foto met handtekening mocht. Gert griste er een van de piano en zette niet alleen zijn handtekening, maar schreef op de acherkant ook zijn telefoonnummer.
   ‘Kun je zingen?’, vroeg hij.
   ‘Natuurlijk, toevallig zing ik zelf in een bandje’, antwoordde ik brutaal.
   ‘We zoeken een nieuwe zangeres’, vertelde hij en hij struikelde bijna over zijn woorden. Het meisje dat ze hadden mocht van haar vader niet meer. Of ik zo gauw mogelijk wilde bellen. Dat soort verhaaltjes had ik eerder gehoord, dacht ik. Toch vertelde ik hem dat ik was komen kijken omdat ik ‘Blume von Tahiti’ zo fantastisch vond en dat mijn neef zo lief was geweest mij te brengen”.
 

Tweede ontmoeting

  


Gert en Hermien

 
Hermien was ondernemend. Maar ze stelde zich enigszins terughoudend op. “Ik wist dat hij onder de indruk van me was en wat wilde. Toch wachtte ik expres nog twee weken met hem te bellen. Elke dag moest ik aan hem denken. Maar ik wilde niet te gretig overkomen. Laat hem maar even hangen, dacht ik.
   Eindelijk greep ik de telefoon en zei: ‘Hoi Gert, met Hermien van der Weide, ik zou je terugbellen’.
   Het bleef een tijdje akelig stil aan de andere kant van de lijn. Ik friste zijn geheugen op en vroeg of het aanbod nog gold.
   ‘Zou je morgen langs kunnen komen? Dan doen we meteen een repetitie’.
   ’s Ochtends stapte ik op de trein voor een afspraakje met de man die mijn hart sneller deed kloppen.
   Hij was lief, hij was echt zó lief. Ik twijfelde er niet aan: er waren geen andere meisjes, hij wilde mij. Maar hij sprak er met geen woord over. We repeteerden een paar liedjes in een zaaltje dat Gert er speciaal voor had afgehuurd. Mijn repertoire was hopeloos beperkt. Afgetrapte feestliedjes en ons succesnummer ‘Whispering Hope’. Er bleven drie titels over. Voor Gert was het geen probleem, hij vond mij een prachtige zangeres.
   ‘We werken vanavond’. Voor ik het wist waren we de stad in. We gingen de modezaken af alsof we al maanden verloofd waren. Het gemak waarmee Gert zich tussen japonnetjes en verkoopsters bewoog was indrukwekkend. Gert wist precies wat hij deed. Hij kocht een nieuw jurkje voor mj: een wit eigentijds ding met oranje balletjes.
   Mijn debuut was een doorslaand succes. Voor Gert. Zelf had ik al gauw in de gaten dat het allemaal een beetje te snel ging en onrijp was. ‘Die Liebe ist ein seltsames Spiel' [Connie Francis] zong ik. En daarna nog twee titels. De zenuwen gierden door mijn keel”.
   De baas van de tent was minder enthousiast over Hermien dan de zanger. Er moest nog maar eens flink gerepeteerd worden. “Dat ging niet als ik elke dag op en neer zou moeten reizen tussen mijn woonplaats Slagharen en Enschede. Gert sprak met zijn ouders af dat ik daar zou komen inwonen. Ik belde mijn ouders dat ik niet meer thuis zou komen. Ik belde ook mijn werk dat ik niet meer zou terugkomen. We oefenden en boekten snel vooruitgang.
   De doorbraak kwam toen Gert een liedje voorzong terwijl hij zichzelf op de piano begeleidde. Als vanzelf begon ik de tweede stem te zingen. Het schijnt een soort talent van me te zijn. Ook in het bandje deed ik de tweede stem. Het is iets wat vanzelf in mijn hoofd komt als ik muziek hoor. Gerts moeder, die meeluisterde, riep: ‘Ja! Zo moeten jullie het doen!’ Het duo Gert en Hermien was geboren”.
  

Gert & Hermien

 
De samenwerking beperkte zich niet tot de muziek. “Op een avond dat we niet hoefden op te treden nam Gert me mee uit naar een gezellig barretje in Enschede. We maakten kennis met pianist-entertainer Fred Gaasbeek [Freddy Golden]. Gert kon het niet laten: hij moest zijn eigen kunsten vertonen achter de piano. Later dansten we samen op de muziek en ineens nam Gert me vaster in zijn armen en fluisterde in mijn oor: ‘Ik hou van je’.
   Ik zei zachtjes: ‘Ik denk dat ik verliefd op je ben’.
   Hij zoende me en precies zoals dat hoort werden mijn benen ineens heel slap. Het was maar goed dat Gert me zo stevig vast hield. Je zou denken dat dit soort romantiek alleen op papier bestaat, in boekjes uit de Bouquet-reeks. Maar de werkelijkheidheid overtreft vaak de fantasie.
   Ons geluk had die avond zijn grens nog niet bereikt. Fred vertelde Gert dat hij een liedje had geschreven dat hem geknipt leek voor een duo: ‘In der Mondhelle Nacht’. Dat moesten we eens proberen. Gert zei ja. Omdat het zo’n gezellige boel was of omdat hij er zelf in geloofde? Een paar weken later hadden we ons eerste plaatje. Op de a-kant ‘Mondhelle Nacht’ en op de b-kant ‘Der bunte Hochzeitswagen’. Die ‘Hochzeit’ liet maar een paar maanden wachten. Want inmiddels begon in mijn buik Sandra te groeien”.
 

 

Ik heb eerbied voor jouw grijze haren

 
Hermien maakte nu kennis met allerlei beroemdheden, zoals Willem Duys. In de inleiding van Het ware verhaal poneerde Willem: “In juli 1963 was ik chef d’equipe tijdens het Knokke-songfestival, destijds een jaarlijkse grote gebeurtenis. Ik had een leuke ploeg samengesteld met Rob de Nijs, Ciska Peters, Edwin Rutten, Ansje van Brandenberg en Gert Timmerman.
   De Twentenaar met de bronzen stem en duidelijke dictie vroeg mij ietwat verlegen of hij een vriendin mocht meenemen. Dat leek mij afleidend. Maar och, vrijheid, blijheid en zo arriveerde de toen 27-jarige zanger met de 19-jarige Hermien van der Weide, die niet alleen mooi maar ook erg aardig bleek te zijn. Tijdens zijn laatste laatste optreden zong Gert ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’, welk fraai lied door de Hilversumse zenders geboycot werd. Dankzij de BRT kwam het lied toch in de Nederlandse huiskamers en een gigantische hit was geboren”.
   Hermien: “In Knokke mocht ik niet meezingen, maar ik was wel actief. We waren zó verliefd, hadden enorme pret. Uitgaan, drinken, vrijen: alles wat leuk is”.
 


Knokkeploeg 1963: vlnr Gert Timmerman, Ciska Peters, Edwin Rutten, Rob de Nijs, Ansje van Brandenberg

 
‘Blume von Tahiti’ was uitgebracht op het Telefunken-label dat in Nederland door CNR gedistribueerd werd. Zo kwamen Gert & Hermien terug bij het bedrijf waar hij zijn eerste single had opgenomen. Addy Kleyngeld nam hem opnieuw onder zijn hoede.
   Gert: “Addy kwam bij me met een liedje dat hem geknipt voor me leek. Het was geschreven door ene Bobbejaan Schoepen [1925-2010] uit België. Ik las de tekst en gaf hem bijna brakend terug: ‘Jesses Addy, dat is absoluut mijn genre niet. Dat kan ik niet zingen’. Maar Addy drong aan en ik zwichtte”.
   Naar eigen zeggen voelde de zanger zich tijdens het zingen geïnspireerd door zijn moeder die op dat moment in het ziekenhuis een zware ingreep moest ondergaan. “Uit het diepst van mijn hart zong ik ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’. Mijn eerste Nederlandstalige plaat en direct al het absolute kassucces uit mijn carrière. Binnen een jaar waren er 350.000 platen verkocht. Bobbejaan Schoepen heeft er zijn Bobbejaan Park van gebouwd”.
   Niet alleen Gert Timmerman, ook Hermien kon zich enorm opwinden dat die hit zo negatief in de media behandeld werd. Misschien kwam het wel omdat het zo enorm aansloeg bij het publiek.
   “Het begon met de recensies in de kranten. ‘Grijze haren’ werd heel snel een ongeloflijke hit en de kranten stonden vol van Gert. Ineens dook overal het woord smartlap op. Het lied was om een of andere reden voor een aantal mensen net te sentimenteel en daarom dus een smartlap. Het effect van het geschrijf in de kranten bleef niet uit. Drommen kinderen fietsten langzaam langs ons huis en schreeuwden: ‘Smartlapzanger!’ Of: ‘Hee, grijze haren!’ In het holst van de nacht kon een groep aangeschoten cafégangers voor ons huisje samenstromen om een meerstemmige – kattengejank-achtige – versie ten beste te geven.
   Niet iets waar we vreselijk mee ingenomen waren. Onze buren trouwens nog minder. Toen het verschijnsel na een paar maanden nog niet was afgenomen besloten we te verhuizen”.
 


Bobbejaan Schoepen, componist van "Ik heb eerbied voor jouw grijze haren"

 
Daarmee was het probleem nog niet opgelost. In hun nieuwe woning werden ze gebeld door de plaatselijke VVV, vertelde Hermien. “Onze bekendheid werd op een ergerlijke, doortrapte manier uitgebaat. Een medewerkster informeerde opgewekt of ze een paar foto’s met handtekening mocht afhalen. Dat was geen probleem, het hoorde bij ons werk. Maar ho, het was de bedoeling om dat elke week te doen. Of eigenlijk een paar keer in de week. En liever nog moesten Gert en ik die foto’s zelf uitreiken.
   Wat was dat nou? Na veel vijven en zessen was het verhaal compleet. Het plan was om bussen met bejaarden langs ons huis te laten rijden. Dan zou een stop gemaakt worden en Gert en ik moesten dan de bus in om de bejaarde passagiers te voorzien van foto’s met handtekening.
   Gert legde beleefd uit dat dat onmogelijk was.
   Een week later kregen we een folder in handen. ‘Bezoek aan Gert & Hermien’. Geïnteresseerden moesten zich aanmelden bij de VVV, kosten acht gulden, vertrek vroeg in de morgen.
   Woest belde Gert de VVV: ‘Daar doen wij dus niet aan mee, dit soort schandalige praktijken’.
   Het haalde niets uit. Een paar dagen later al stopten de eerste bussen. We hadden de keuze tussen twee mogelijkheden: ons niet laten zien of de bejaarden geven waarvoor ze te goeder trouw betaald hadden. In beide gevallen zouden we fout zitten. We waren weliswaar nergens voor ingehuurd, maar als we niet naar buiten kwamen zouden we voor de busreizigers – die tenslotte niets van de achtergrond wisten – een harteloos onbetrouwbaar duo zijn. En als we wel naar buiten kwamen had de VVV ons als onbetaalde poppetjes aan een touwtje.
   Gelukkig zorgden die knuppels van de VVV zelf voor de oplossing. Het was ze eigenlijk te veel om .die toer bij ons huis uit te halen. Er werd heel even gestopt en dan weer doorgereden. De kassa had immers al gerinkeld. De bus was vol dank zij het lokkertje van Gert & Hermien”.
   In een tv-uitzending vertelden hun dochters Sandra en Sheila later, verontwaardigd, dat ze nooit in de voortuin mochten spelen.
   Hermien, zo lijkt, maakte een voorproefje mee van hoe jaren later artiesten als Britney Spears, Amy Winehouse, Chris Brown en Justin Bieber aangepakt werden. Of je wilde of niet, je werd gek gemaakt. Probeer daar maar eens mee te leven. Enerzijds door de manier waarop je door de media gevolgd werd, en aan de andere kant door nieuwsgierigen en ‘aanhang’.
 


 Kaalgeschoren Britney Spears, februari 2007

 

De keerzijde van het succes

 
Succes hoeft niet gelukkig te maken. Bij Gert & Hermien moet dat het geval zijn geweest. Ze waren tegelijk verrschrikkelijk populair en gehaat. Bovendien kon Gert blijkbaar totaal niet omgaan met het geld dat al dan niet binnenkwam.
   Dat was al het geval toen ze uit hun eerste huis moesten wegvluchten. Hermien: “We kochten voor 120.000 gulden een aardig huisje buiten, dat we volgens onze berekeningen net zouden kunnen opbrengen. Daarom noemden we het ook ‘Con Amper’, met een C in plaats van een K. Op de dag van onze verhuizing kregen we een volkomen onverwachte belastingaanslag in de bus voor precies het bedrag dat het huis kostte. De enige manier om eruit te komen was twee keer zo hard te werken. Een ‘oplossing’ die we nog heel vaak in ons leven zouden moeten toepassen".
   In de tweede helft van de jaren zestig was Gert Timmerman misschien wel de meest succesvolle zanger van Nederland. Hermien in 1993: “Hij was twee jaar de best verkopende artiest van Nederland. Dat red je niet met bejaarden alleen. Gert was waanzinnig populair bij juist de tieners en de twens: de generaties die platen kopen”.
   In het boek noteerde René de Vos uit de mond van Hermien: “Voor mij is Gert alles. Hij heeft alles. Op één ding na. Gert is zo onzakelijk dat hij nog kans ziet om de hoofdprijs in de lotto binnen een uur om te toveren in een schuld van twee ton. Dat is heel lastig, soms is het zelfs om gek van te worden. Gerts onzakelijkheid heeft te maken met twee van zijn mooiste eigenschappen: hij is niet zelfzichtig en hij ziet altijd het beste in de mensen. Anderen heeft hij vaak enorm goed uit de put kunnen helpen”.
   Hermien had met name geen goed woord over voor Ben Essing, de burgemeesterszoon uit Blokker, die de Beatles in 1964 nog eens had laten optreden. “Toen we echt waren doorgebroken, hadden we die fantastische manager: Ben Essing. Die was toch zo bezorgd om ons welzijn en onze toekomst. ‘Gert’, had hij gezegd, ‘nu gaat alles op rolletjes’.
   Voor hem ja, wat hebben wij ervan gezien?
   ‘Jongen’, je moet aan je toekomst denken. Voetballers zijn ook vroeg opgebrand en die beginnen op tijd een sigarenwinkel. Jij moet nu een platenzaak starten’, adviseerde Essing.
   We geloofden hem, liepen compleet vast, werden bestolen en bleven met een kapitaal verlies zitten”.
   Hermien noemde het ene voorbeeld na het andere.

Hoe dan ook, als je de verhalen mag geloven werkte het tweetal zich te pletter. Bovendien deed Hermien haar best om twee dochters op te voeden. Op het laatst ging het, ondanks de successen, steeds meer de verkeerde kant op. De druk werd te groot. Sonja Barend wist niet wat ze hoorde toen het tweetal hun levensverhaal bij haar kwam vertellen.
   Hermien op tv: “Op het laatst gaat het zo dat wanneer je wilt beginnen, dan heb je echt een drankje nodig. Tenminste dat denk je. Dat doe je dan. Eerst knap je daar ook van op. Maar dat loopt toch heel snel op. Dat gaat heel snel. Bij mij was het zo dat ik binnen een jaar vóór de pauze twee flessen sherry echt op had”.
   Gert Timmerman vulde haar aan: “Ik had trouw altijd een fles Franse cognac bij me. Die nam ik trouw mee. Ik ging niet de deur uit zonder een fles Franse cognac. Die was ook al voor de pauze burgemeester gemaakt. We dronken als het ware over een bepaald level heen. En dan was je erdoor. We zaten achter het stuur. We reden van Alkmaar naar huis met 40 glazen bier op. Het is ongelooflijk”.
   Na de drank kwamen ook nog eens de pilletjes, de drugs, gaven Gert & Hermien volmondig toe. Het publiek tijdens de uitzending van Sonja Barend lachte, bleef lachen.
   Toen ik het op YouTube bekeek moest ik denken aan Keith Moon (1946-1978), drummer van de Who. Die ging minstens even ver. Omdat hij lid was van een succesvolle internationale rockgroep kon hij zich dat, zakelijk gezien, permitteren. Voor sommige fans klonk dat nog mooi ook. In de rock & roll kan zoiets. Bij Gert & Hermien Timmerman niet.
   Het huwelijk van Gert & Hermien hield op den duur niet stand. Op 23 mei 2003 overleed Hermien bovendien aan een nierziekte.

 

Harry Knipschild
26 februari 2014

 

Gert Timmerman is op 28 oktober 2017 overleden.

Clips

* Vico Torriani, Kalkutta liegt am Ganges
* Addie Kleijngeld, 1963
Gert Timmerman, Ik heb eerbied voor jouw grijze haren 1963
* Gert Timmerman, Nimm deine weisse Gitarre, 1963
* Gert & Hermien Timmerman, Alle duiven op de Dam
* Britney Spears in de problemen
* Gert & Hermien documentaire
* Amy Winehouse in Belgrado
  
Literatuur:
Gert & Hermien. Het ware verhaal. Opgetekend door René de Vos, Utrecht 1993

20 maart 2015
Op deze dag ontving ik een e-mail van de zoon van Gert Tmmerman, Gert jr., woonachtig in Dedemsvaart. "Mooi stukje over mijn ouders. Er staat alleen in het laatste gedeelte dat mijn moeder haar best deed om twee dochters op te voeden. Maar ze had ook nog een zoon, ik dus! We waren met drie kinderen en ik was de middelste".