Zoeken


In 2007 begon ik met het schrijven van een eerste boek over de geschiedenis van de popmuziek. Het zou later bij uitgeverij Conserve verschijnen onder de titel Money Money Money?. In het voorjaar van 2007 kreeg ik bezoek van Kick Klimbie. Zijn muzikale levensverhaal is een van de achttien hoofdstukken die in het boek werden afgedrukt. Het lijkt me een goed idee om het ook op deze website te publiceren.
 

Een (loop)baan in de popmuziek: Kick Klimbie (EMI Records)

 
Tijdens mijn werkzaamheden in de muziekindustrie had ik nooit persoonlijk contact met Kick Klimbie. Onze wegen kruisten elkaar nauwelijks. Daar kwam verandering in toen ik in 1995 in Leiden geschiedenis ging studeren. Een van mijn medestudenten was Els Bus. Zij is met Kick Klimbie getrouwd. De afgelopen jaren hebben Kick en ik regelmatig met elkaar gesproken over van alles en nog wat, ook over popmuziek. Op 26 april 2007 reisde Klimbie van Aerdenhout naar Oegstgeest om mij te vertellen over zijn leven in de muziekindustrie.
 

Achtergrond in Haarlem en Amsterdam

Kick is geboren in Haarlem in december 1945. Hij is dus anderhalf jaar jonger dan ik zelf ben. Ik ben de oudste, Kick niet. Hij had een broer die vijf jaar ouder was en Gerry Mulligan, het Modern Jazz Quartet en andere jazzmuziek draaide. Zijn moeder hield van de zang van Edith Piaf (‘Non, je ne regrette rien’) en Kathleen Ferrier. Voor zijn vader, accountant bij de Hollandse Bank Unie in de Amsterdamse Vijzelstraat, was muziek niet belangrijk. Hij kocht in een platenwinkel in de omgeving van zijn kantoor echter wel eens Bell-plaatjes en nam die voor zijn kinderen mee naar huis. Er stonden zes Amerikaanse hits op, goed gekopieerd door onbekende artiesten en ze kostten minder dan twee gulden.
 


Kick Klimbie op de Bronstee school, 1963 (staande derde van links)

 
De eerste popmuziek die Kick bewust hoorde (op de lagere school) was die van Bill Haley en Pat Boone; onder andere ‘April Love’ van Boone, een hit in de VS in december 1957. Eén van zijn klasgenoten was Ronnie Basart. Diens vader, Frans Basart, was oprichter en eigenaar van Basart, een muziekbedrijfje in Amsterdam dat bladmuziek en grammofoonplaten aan de man bracht. Het eerste plaatje dat Kick zelf kocht was ‘Buona Sera’, in 1958 een groot succes in Nederland voor Louis Prima  en zijn toenmalige echtgenote Keely Smith. Later vulde hij zijn collectie vooral aan met Erroll Garner, Jackie Gleason, Benny Goodman, Dutch Swing College Band, Eric Krans’ Dixieland Pipers, Miles Davis en andere jazzmuziek. Op zijn klarinet speelde hij ook zelf dixielandmuziek en hij bezocht regelmatig jazzconcerten.
 

Album met de hit  'Buona Sera'

 
Na de lagere school ging Kick naar het Coornhert Lyceum in Haarlem. Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh hoorden tot zijn vriendenkring. Zijn moeder overleed toen hij zeventien was. Om die reden heeft hij de HBS niet af kunnen maken. In plaats daarvan haalde hij de MULO. Met het diploma op zak zocht Kick werk in de detailhandel. In Amsterdam liep hij de winkels af en vond zijn eerste baantje bij de Nieuwe Muziekhandel in de Leidsestraat. Driekwart jaar later kon hij zich verbeteren door over te stappen naar het bedrijf van de vader van Ronnie Basart. Die had zijn muziekuitgeverij aan het Strengholt-concern verkocht en handelde in grammofoonplaten.
   Basart Records was gevestigd in een oud veem op de Houtmankade in Amsterdam. In die tijd, 1963, verdiende Kick 120 gulden per maand. Vader Klimbie hielp zijn zoon door de kosten van de bus naar het werk voor zijn rekening te nemen. Een andere medewerker van Basart was Rob Out. Out was vertegenwoordiger. Het was zijn taak platenwinkeliers te bezoeken en ze voor de producten van Basart te interesseren. Out had echter allerlei nevenactiviteiten, onder andere in Hilversum. Frans Basart zag het belang daarvan in en tolereerde dat. Toen hij echter ontdekte dat Out zijn klanten alleen nog maar telefonisch benaderde ontsloeg hij zijn onbetrouwbare vertegenwoordiger.
 
Basart had een aantal activiteiten overgenomen van de gebroeders Stibbe, de oprichters van Odeon. Het piepkleine bedrijfje had daardoor voor enkele jaren een exclusieve overeenkomst voor de distributie van Parlophone, één van de labels (merken) van het Engelse EMI (Electric and Musical Industries). Basart had geluk. Op Parlophone verschenen juist in die tijd de eerste platen van The Beatles. De eerste hits van The Beatles (‘Love me do’, ‘Please please me’ enzovoort) werden dus door Basart in Nederland verkocht.
   Kick Klimbie was er bij toen de groep uit Liverpool in juni 1964 in Nederland was. In Treslong, Hillegom, traden The Beatles op voor de VARA-televisie, nadat de KRO eerder besloten had geen belangstelling te hebben. De VARA was bereid er 250 gulden voor op tafel te leggen. Het optreden in Hillegom werd voornamelijk bijgewoond door kinderen van VARA-medewerkers. “Treslong was pure routine. De mensen van de VARA realiseerden zich niet wat er gaande was, welke hectiek ze binnenhaalden”, aldus Klimbie nu. Kick was ook betrokken bij de voorbereiding van de boottocht van de Beatles door de Amsterdamse grachten, maar tot zijn verdriet mocht hij zelf niet aan boord zijn. Wèl was hij aanwezig bij het optreden in Blokker. Als medewerker van Basart verkocht hij er plaatjes en ansichtkaarten van de groep, totdat hij letterlijk moest vluchten toen zijn standje en dat van anderen door fans bestormd werd.
 


Beatles in Blokker

 

Bovema (EMI)

 
Bovema was een concurrent van Basart. Bovema is een afkorting van Bot-Oord Verkoop-Maatschappij. Bot had in eerste instantie voor de financiën gezorgd, maar hij kwam medio jaren vijftig bij een verkeersongeluk om het leven en Ger Oord nam al zijn zaken over. Bovema haalde in de jaren na de Tweede Wereldoorlog interessante omzetten door het leveren van 78-toeren platen aan de Nederlandse militairen in het opstandige Indië. Vera Lynn was een bestseller. In de jaren vijftig was Johnny Jordaan één van de best verkopende artiesten van Nederland en hij maakte zijn opnamen voor Bovema.
   Oord was een ondernemer pur sang, die er alles aan deed om belangrijke producenten aan zich te binden. Toen hij met een Japanse delegatie in zee wilde gaan liet hij speciaal Japanse Toyota-auto’s uit België overkomen om zijn gasten in te ontvangen. Boven de ingang van zijn bedrijf, het Gramophonehouse op de Bronsteeweg in Heemstede, liet hij een groot spandoek aanbrengen met daarin in het Japans een welkomstwoord. Het hele personeel moest ter begroeting aantreden. De Japanners voelden zich vereerd, maar moesten lachen toen ze ontdekten dat de Japanse tekst ondersteboven was opgehangen.
 
Oord had evenals Basart een contract voor de exclusieve vertegenwoordiging van een aantal EMI-merken. Hij had succesvolle artiesten in huis met Cliff Richard, The Shadows, Peter Koelewijn, het Kingston Trio, Lydia, Connie Francis, Louis Prima, Rex Gildo, Fats Domino en Ricky Nelson. Oord slaagde erin de band met het Britse bedrijf aan te halen door met gemeenschappelijk kapitaal een platenperserij op te zetten. Bovendien was hij bereid de Engelsen een aandeel in zijn bedrijf te verkopen. Toen het contract van EMI met Basart afliep, wist Oord het label Parlophone, inclusief The Beatles, bij Bovema binnen te halen.
   Kick Klimbie verhuisde met Parlophone mee van Amsterdam naar Heemstede en werd voorlopig assistent-exportmanager. Later werd hij verantwoordelijk voor labels als Columbia en Ember. Hij verdiende nu meer dan 750 gulden in de maand. Om die reden moest hij – dat waren de Bovema-regels – gratis overwerken. Oord verkocht intussen steeds meer aandelen van Bovema aan EMI, tegen een steeds hogere prijs. Het gevolg was dat Bovema geleidelijk aan volledig in handen van de Britten kwam. Bovema werd een dochterbedrijf van EMI en op de duur verdween zelfs de eigen merknaam.
 

Kansen voor Klimbie

 
Intussen werkte Kick Klimbie aan zijn toekomst. In die jaren was het nog nauwelijks denkbaar dat employees een opleiding bij hun bedrijf volgden. In 1976 zei het jeugdige popidool Albert West het als volgt: “Mijn vader is een man waar ik verschrikkelijk veel respect voor heb. Die is begonnen als fabrieksarbeider en heeft zich opgewerkt tot chef van de planning van een zeer groot bedrijf. Avond aan avond zat hij te leren. Met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Dat klinkt misschien wat ouderwets, maar ik heb er respect voor”.
   Dat was ook wat Kick deed: “’s Avonds volgde ik ISW-cursussen in reclame en marketing. Ik slaagde erin de bijbehorende diploma’s te halen. Dat moest ik overigens allemaal in mijn vrije uren doen. Het gaf me echter een voorsprong op mijn collega’s als er in een vergadering over campagnes voor de winkeliers en advertentiemedia gesproken werd. Ik had misschien het imago van een ‘wise guy’ in die dagen, maar ik was in staat marketingplannen te ontwikkelen en succesvol uit te voeren. Het ging bovendien goed in de business en je ging vanzelf omhoog in de organisatie, als je maar niet uit de kas stal. Het personeelsbestand van Bovema groeide in de loop van de jaren zeventig in Nederland tot ongeveer zevenhonderd man, inclusief twee juristen. Dat laatste was bijzonder in die tijd”.
 
Kick Klimbie bleef op afstand betrokken bij The Beatles, die in 1964 kort na hun bezoek aan Nederland naar Bovema waren overgestapt. In maart 1969 haalden John Lennon en zijn nieuwe Japanse echtgenote Yoko Ono alle voorpagina’s door in Amsterdam neer te strijken. “Drove from Paris to the Amsterdam Hilton, talking in our bed for a week. The news people said, ‘Hey, what you doin’ in bed. I said, ‘we’re only tryin’ to get us some peace’” – zo zong Lennon het kort daarna in de wereldhit ‘The Ballad of John and Yoko’. Collega Hans Boskamp had de organisatie voor zijn rekening genomen, Kick Klimbie droeg de koffers van Lennon. “Die hebben ze gewoon achtergelaten bij hun vertrek. Ik heb ze in de auto meegenomen en naar EMI in Londen opgestuurd”.
   In 1978 vond er een grote reorganisatie plaats bij EMI-Nederland en de door Oord gekochte Nederlandse platenmaatschappij Negram-Delta. Samen met Theo Roos kreeg Kick Klimbie de dagelijkse leiding over ‘Bovema-Negram’, een creatieve unit die zich ondermeer bezighield met de Nederlandse artiesten van beide maatschappijen. Klimbie had, achteraf gezien, nogal wat pech. Een andere nieuwe unit, de fabriek en het distributiecentrum in Uden, ver weg in Noord-Brabant, functioneerde niet. Als gevolg daarvan bereikte bijvoorbeeld de belangrijke single ‘Wet Day in September’ van de succesvolle groep Pussycat (doorgebroken met de nummer één hit ‘Mississippi’) nauwelijks de Nederlandse winkels. “EMI stelde te hoge eisen aan de kwaliteit van de persing”, zegt Klimbie in 2007. “Enorme hoeveelheden afgekeurde Pussycat-platen belandden in een afvalcontainer. Ze waren echter van behoorlijke kwaliteit. De platen werden uit de containers geroofd en doken overal in de winkels op, terwijl wij niet konden leveren. Het was een ramp”. Bovendien slaagde Phonogram, een onderdeel van Philips, erin de Volendamse topper BZN, die kort daarvoor met ‘Mon Amour’ voor het eerst de top van de Nederlandse hitlijsten had bereikt, los te weken van EMI. De nieuwe opzet van EMI was geen succes.
 

Naar het buitenland

 


Capitol Records, Hollywood

 
Capitol Records in Hollywood, de Amerikaanse tak van EMI, besloot in 1979 een internationale afdeling op te zetten. Capitol had kort daarvoor United Artists gekocht, inclusief de catalogi van Liberty en Imperial. Kick Klimbie en zijn Duitse collega Helmut Fest werden uitgenodigd om vanuit Californië de rest van de wereld met Amerikaanse producten te bedienen. Het was echter niet zo eenvoudig om vanuit de zonnige westkust van Amerika aan te voelen wat er in Europa op muzikaal gebied gaande was. De smaak van de mensen in Los Angeles verschilde nogal van die in Stockholm, Keulen en zelfs Londen.
   Klimbie deed wél interessante ervaringen op in de VS. “Een heleboel artiesten voelden er niet zoveel voor zich aan Capitol te binden. Capitol was niet groot genoeg om goed te kunnen functioneren op het Amerikaanse continent. Bovendien hadden ze geen joodse mensen. De business in de VS werd en wordt gerund door joodse ‘lawyers’. Op een feestje zei Helmust Fest tegen me: ‘We are the only non-jews here!’”
   In Amerika deed Kick ook ervaring op met drugs in de muziek. Op het jazzfestival in Loosdrecht had hij al meegeholpen om Stan Getz op het podium te zetten. Die had zoveel gedronken dat hij daar in zijn eentje niet meer toe in staat was. Toen Klimbie zich als gevolg van zijn internationale rol ging bezighouden met Blue Note Records (het jazzlabel van Liberty) kwam hij in de Village Vanguard in New York terecht. “Ik wist niet dat het zo erg was. Bobby Hutchinson, Dexter Gorden enzovoort, ze zaten in de kleedkamer te spuiten terwijl ik er bij stond”. In 1979 leek jazz niet heel belangrijk voor EMI. In 2007 is Blue Note-zangeres Norah Jones echter één van de best verkopende artiesten van het concern.
 


Roxette met Roel Kruize links, Kick Klimbie tweede van links
 

Om de band met Europa te verstevigen verhuisden Fest en Klimbie eind 1979 naar Londen. Dat was een goede zet. “We konden werken aan de Europese marketing van Kenny Rogers, Diana Ross, Dr. Hook, Kim Carnes, Ashford & Simpson, Crowded House, Talk Talk, Roxette, de soundtrack van ‘The Jazz Singer’ met Neil Diamond, en Tina Turner. Drie jaar lang waren we uiterst succesvol”.
 
 

Avonturen met Tina Turner, Diana Ross en Joe Cocker

 
Klimbie had zich persoonlijk sterk gemaakt voor het contracteren van Tina Turner (ware naam: Anna Mae Bullock). Nadat zij in 1978 gescheiden was van talentscout Ike Turner trad ze solo op in het Amsterdamse Carré. Klimbie was zeer van haar onder de indruk, en hij niet alleen. Het EMI-album ‘Private Dancer’ werd een wereldsucces met een verkoop van meer dan twintig miljoen stuks. De samenwerking tussen EMI en Tina Turner resulteerde zelfs in een huwelijk. De zangeres en de Duitse EMI-executive \Erwin Bach zijn al ruim twintig jaar bij elkaar.
 

 

Tina Turner met Kick Klimbie

 
Ook Diana Ross, uit The Supremes gestapt, scoorde de ene solo-hit na de andere. In de VS stond ze onder contract bij RCA, in Europa bij EMI. Alleen het eigenzinnige Frankrijk wilde maar niet lukken. Met de grootst mogelijk moeite slaagde EMI er echter in de Amerikaanse diva te plaatsen in ‘Samedi Matin’, een tv-programma dat voor de doorbraak moest zorgen. Diana Ross, die volgens Klimbie in haar nadagen zwaar aan de alcohol is geraakt, bleek echter niet beschikbaar om in het live-programma acte de présence te geven. Geen nood. EMI slaagde erin de Franse televisie zover te krijgen dat die voor één keer een uitzondering maakte en het programma op maandagochtend op video wilde opnemen. EMI legde bovendien 25.000 dollar op tafel om allerlei technische voorzieningen aan te brengen waaronder een speciale bühne voor Diana Ross. EMI had alles op alles gezet – deze keer zou het lukken.
   De zangeres arriveerde op zondag en werd op kosten van EMI ondergebracht in het uiterst luxueuze hotel Crillon in het hartje van Parijs. Ze dineerde met Pierre Cardin. Die gaf haar meer details over het programma. Hoe groot was de ontgoocheling toen Diana Ross midden in de nacht een briefje onder de deur van Kick Klimbie schoof met daarop: “I won’t do the show tomorrow. The show is too bourgeois”.
   Ross leek zich van geen kwaad bewust, zegt Kick. “Ze wilde de volgende ochtend samen gezellig ontbijten en met me gaan winkelen. Ik heb gepraat als Brugman, ze was niet te overreden”. De weigering van Diana Ross had niet alleen gevolgen voor haar eigen loopbaan. Maandenlang werden alle EMI-artiesten in het belangrijke programma geweerd.
 
Jaar na jaar zette Kick Klimbie zich in om internationale successen te creëren. Dat ging vanzelfsprekend met vallen en opstaan. Eén van zijn bestsellers was een campagne voor een album met gregoriaanse muziek, door Spaanse monniken gezongen. Er werden er zes miljoen van verkocht, weet hij.
   Soms moest je ook investeren om pas later te kunnen oogsten. “Placido Domingo had een nieuwe cd gemaakt en keurde de foto’s voor de inlay af. Hij kende een fotograaf in Florida die het vast beter zou doen. Dat kostte ons 40.000 dollar. Maar een tijdje later wist ik hem te overreden de plaat ‘Spanish Love Songs’ op te nemen. Op eigen kosten vloog hij in zijn privévliegtuig rond om promotie te bedrijven. We verkochten in korte tijd 650.000 exemplaren”.
   Moeilijker was het Kenny Rogers tot medewerking te bewegen. “Ik ben naar hem toe gereisd. Eerst zat ik in het vliegtuig van Los Angeles naar Nashville en daarna moest ik nog drie uur rijden om de plaats te bereiken waar hij samen met Dottie West elke dag drie optredens verzorgde op een feestterrein. Dat leverde hem 75.000 dollar per dag op. Hij was in Europa met een groep wel eens op tournee geweest en had in kleine hotelletjes moeten slapen. Wat hebben jullie me te bieden, vroeg hij vriendelijk”.
 


Joe Cocker in Wenen, 1984

 
Na een aantal jaren in het middelpunt van de muziekbusiness te hebben gestaan werden Kick Klimbie en zijn vrouw in 1982 naar Wenen overgeplaatst. Dat lag toen nog helemaal buiten West-Europa, dicht bij het IJzeren Gordijn. Regelmatig kwam de Chopin-Express aan, met vluchtelingen uit communistisch Oost-Europa die in Amerika hun vrijheid kregen. Oostenrijk was in de jaren tachtig wat popmuziek betreft een achterlijk land. Er was maar een half uur per maand pop op de televisie. Een artiest als Herbert Grönemeyer trad er in Luxor voor niet meer dan vijftig mensen op. Kick beloofde zich voor hem in te zetten en tot zijn genoegen kon hij later nog meemaken dat Grönemeyer in een vol stadion de show stal.
   Een bijzondere herinnering heeft Klimbie aan het bezoek van Joe Cocker aan Wenen. Na een carrière vol drugs was Cocker met een nieuwe manager begonnen aan een tweede loopbaan in de popmuziek. Hij was nog steeds populair in Duitsland. De Oostenrijkse socialistische partij had Cocker weten over te halen om onder socialistische vlag in Wenen op te treden in de Stadthalle. Manager Michael Lang, één van de organisatoren van Woodstock in 1969, incasseerde de gage, enkele tienduizenden dollars, en vertrok.
   Toen Joe Cocker arriveerde ontdekte hij dat de apparatuur wel geschikt was voor bruiloften en partijen, maar niet voor popmuziek. De zanger weigerde dan ook op te treden. Prompt werd hij gearresteerd en opgesloten. In de New York Times was op 3 mei 1984 te lezen: “Joe Cocker arrested over fee in Vienna”. De Oostenrijkse kranten gingen nog een stapje verder. Ze haalden een foto tevoorschijn waarop te zien was dat Joe Cocker een glas bier dronk en stelden dat Cocker ‘zu betrunken war’ om te spelen. Klimbie voelde zich verantwoordelijk en belegde een persconferentie met een massale opkomst. Daarin legde hij uit hoe de zaak in elkaar zat. Na twee dagen werd Joe Cocker vrijgelaten.


Kick Klimbie met Frank Zappa, Wenen september 1984

 

Terug in Nederland

 
In 1985 werd Kick Klimbie benoemd tot directeur van EMI in Nederland en later was hij ook enkele jaren voorzitter van de NVPI, de vereniging van grammofoonplatenmaatschappijen. Toevallig stond ik naast hem en Els Bus toen hij in 1985 tijdens een receptie in Den Bosch kennismaakte met de succesvolle artiest Robert Long.
   In de jaren negentig zette hij zich in Londen bij EMI Classics in voor de internationale marketing van klassieke artiesten. In die hoedanigheid had hij in 1997 ook contact met Paul McCartney, die een klassiek project had opgezet. “Linda McCartney was toen al ernstig ziek. Ik reisde met de trein naar Zuid-Engeland. Ik werd door zijn chauffeur opgehaald en naar zijn studio in Hastings gebracht, met een windmolen. McCartney is een autodidact, hij kan geen muziek lezen. Hij deed alles op het gehoor. Hij had de beste arrangeurs uitgekozen en werkte daarmee. Als hij de muziek op zijn keyboard speelde, kwamen de muzieknoten door middel van een software-programma op papier te voorschijn.
   Paul McCartney was zeer sympathiek. Hij speelde me de muziek voor en vroeg me wat ik ervan vond. Dat maakte een geweldige indruk. Paul McCartney vroeg mij, Kick Klimbie, wat ik van zijn nieuwe compositie vond! De ex-Beatle had één speciale wens: de opnames moesten niet alleen op cd uitgebracht worden, maar ook op een dubbel-elpee. Toen ik hem vertelde, dat dat vreselijk duur was en er geen markt voor was, stelde hij: dan stuur je ze toch naar India!”.
   Klimbie eindige zijn loopbaan met het uitbouwen van Disky, een bedrijf, gevestigd in Hoorn, dat voor Europa de budget-cd’s van EMI uitbracht. Sinds zijn pensioen geeft hij als vrijwilliger op een hogeschool in zijn geboorteplaats aan jongemensen les over allerlei zakelijke facetten van de entertainment-industrie.
 


Paul McCartney op de klassieke toer

 

Een terugblik: Nederland en popmuziek

 
Volgens Kick Klimbie is Nederland jarenlang een belangrijk land geweest in de muziekindustrie. Nederland stond bekend als de ‘gateway to Europe’. Het was een open land. Een internationaal succes brak in heel veel gevallen eerst in Nederland door en daarna volgden de andere landen. Zelfs Britse groepen waren soms eerder bekend in ons land dan in Engeland. Een goed voorbeeld daarvan noemt hij Talk Talk in de jaren tachtig. De kansen voor allerlei soorten nieuwe muziek in Nederland werden volgens hem vooral mogelijk gemaakt door de positieve opstelling van Radio Veronica. Lex Harding en Erik de Zwart van Veronica wisten dat natuurlijk wel, zegt hij, en ze maakten er vanzelfsprekend ook wel eens gebruik van om hun eigen positie te verbeteren.
   Het gevolg van de speciale positie van Nederland was dat er in internationale EMI-vergaderingen altijd goed geluisterd werd naar wat de Nederlanders vonden. Als die zich sterk maakten voor bepaalde pop-acts, dan kregen ze al snel de steun van hun collega’s. Bovendien, zegt Kick, hoorde Nederland lange tijd bij de top tien van best verkopende platenlanden in de wereld. “Ik heb me bijvoorbeeld ingezet voor The Little River Band uit Australië. Er zat een Nederlandse jongen in uit Zaandijk. Die was geëmigreerd en kwam als een succesvolle popartiest terug in Europa”.
 
In dat kader is het wellicht een beetje vreemd, dat ons land maar betrekkelijk weinig internationale acts heeft opgeleverd. ‘Venus’ (Shocking Blue) en ‘Stars on 45’ zijn de enige Amerikaanse nummer één hits. Onder de successen in de VS is nauwelijks Nederlands EMI-materiaal te vinden. Klimbie wijt dat vooral aan het steenkool-Engels van de meeste Nederlandse pop-artiesten. Bovendien waren ook niet alle namen van de Benelux-groepen even gelukkig gekozen. “Neem bijvoorbeeld ‘Soul Sister’ uit België, waar we ons voor hebben ingezet. De naam was fout. Ze hadden niets met soul te maken en sister was in de VS identiek aan homo. In Nederland was de naam Pussycat onschuldig maar in Amerika zagen ze het als porno”.
 
Als je over Nederlandse muziek praat heeft vooral André Hazes indruk op hem gemaakt. EMI had honderdduizenden platen van hem verkocht. Muziek is emotie, en die wist Hazes over te brengen. Maar na verloop van tijd leek zijn carrière toch voorbij. Een album van Hazes verkocht geen 350.000 exemplaren meer, maar nog maar 20.000 stuks. “Hij had problemen en zag zelfs zijn eigen kinderen niet meer. In het tv-programma van Tineke (de Nooij) in 1990 mocht hij zijn single ‘Kleine jongen’ zingen. Tijdens het interview barstte hij van puur verdriet in tranen uit. Kun je nog een liedje zingen, vroeg Tineke. Hij deed het en werd tijdens het zingen opnieuw door emoties overmand. We konden de platen niet aanslepen, we verkochten honderdduizenden cd’s. Het was weer menselijk en daar draait alles toch om!”, aldus Kick Klimbie
 


Kick Klimbie, boekpresentatie 'Money, Money Money?' boekhandel De Kler, Leiden, oktober 2010

 
Harry Knipschild
3 mei 2007
7 februari 2014

Clips

* Louis Prima, Buona Sera
* Beatles in Nederland, 1964
* John Lennon & Yoko in Amsterdam, 1969
* Pussycat, Wet day in September
* Roxette, It must have been love, 1990
* Tina Turner, Private Dancer
* Diana Ross in Frankrijk, 1994
* Paul McCartney over Bach
* Joe Cocker, Unchain my heart
* Kick Klimbie en anderen bij presentatie boek Money Money Money?, oktober 2010   

Literatuur
 
The Beatles in Nederland (website)
‘Joe Cocker arrested over fee in Vienna’, New York Times, 3 mei 1984
Boud van Doorn, 10 bekende Nederlanders in gesprek met 10 bekende landgenoten, Den Haag 1976
‘Hitparade’, diverse advertenties van N.V. Bovema, Gramophonehouse Heemstede, in Muziek Parade, begin jaren zestig