Zoeken


Toen ik in 1995 in Leiden ging geschiedenis ging studeren werd ik automatisch lid van de HSVL, de Historische Studenten Vereniging Leiden. De vereniging organiseerde elk voorjaar een reis voor studenten, informeel vergezeld door enkele docenten. Nadat ik in 2000 afstudeerde en op verzoek van Leonard Blussé zelf docent geschiedenis werd, zijn Greetje en ik diverse malen met de jonge studenten op reis geweest naar interessante plekjes in Europa. In het voorjaar was Andalusië aan de beurt. Zoals gebruikelijk schreven de deelnemers ieder een kort artikel in een boekje dat ter gelegenheid van die reis werd gedrukt.
   Ik herinnerde me dat ik de streek al eens eerder bezocht had. Op 22 april 1978 was ik als employee van Polydor in Parijs voor het Eurovisie Songfestival. Nederland deed mee met de groep Harmony en het liedje ‘’t Is Okay’, een productie van Eddy Ouwens voor Polydor. Eddy had in 1975 gewonnen met de groep Teach In (‘Ding-a-dong’). Harmony werd niet meer dan een klein succesje.
   Het winnende liedje in 1978 was ‘A-ba-ni-bi’ van Itzar Cohen en de groep Alpha Beta, eveneens op Polydor. De winnende artiesten waren afkomstig uit Israel.
   Vanuit Parijs reisde ik over Franse en Spaanse snelwegen door tot in het hartje van Granada. Mijn Spaanse reis was een mooie bron van inspiratie voor die in 2004, tien jaar geleden al weer. Hieronder mijn reisverhaaltje zoals afgedrukt in het HSVL-boekje.
 
Harry Knipschild
24 april 2014
 

 

De romantiek van het Alhambra

 
 
Precies 26 jaar geleden, eind april 1978, heb ik een maand door het binnenland van Spanje gereisd. Tijdens die tocht bezocht ik onder meer Madrid, Segovia, Toledo, Avila, de oude universiteit van Salamanca en op de terugweg de Spaanse Pyreneeën.
   Maar mijn eerste doel was Andalusië. Na drie dagen van auto rijden arriveerde ik rond het middaguur in Granada, op zoek naar een hotel. Ik volgde de borden naar het Alhambra, omdat ik in mijn reisboek, James Micheners Iberia (1968), gelezen had dat op die plek een parador was. Paradores, zo schreef de Amerikaanse auteur, zijn herbergen, ‘established by the government in recent years to help meet the sudden and enormous influx of tourists. Where practical, the paradors are housed in ancient buildings, such as old convents, monasteries and castles no longer in use’.
   Volgens Michener waren de prijzen ‘unusually low’, zelfs in het hartje van het Alhambra. En hij had het bij het rechte eind: niet alleen was er nog een zeer luxueuze kamer vrij, ik kon er logeren voor een bedrag van rond de tien euro, en een volledige maaltijd, inclusief een karaf Spaanse wijn, kostte niet meer dan vier euro. Het was bijna te mooi om waar te zijn.
 

Reis te paard van Sevilla naar Granada in 1829

 


Washington Irving

 
In de parador van het Alhambra was één boek te koop: Tales of the Alhambra van Washington Irving, een reisverslag waar de romantiek letterlijk vanaf druipt. Irving, geboren in 1783, had in 1809 succes als schrijver van verhalen over voormalige Nederlanders in de staat New York. In 1829 was Martin van Buren, een politicus van Nederlandse afkomst, de Amerikaanse ambassadeur in Spanje en de auteur, tevens jurist, was één van zijn medewerkers in Madrid. Maar in het voorjaar maakte Irving, vijfenveertig jaar oud, samen met een collega van de Russische ambassade een reis te paard van Sevilla naar Granada.
   Het landschap was ‘melancholy, destitute of trees and indescribably silent and lonesome’. Irving werd getroffen door het ontbreken van zangvogels; adelaars en gieren zag hij daarentegen voortdurend boven hun hoofden cirkelen.
   De twee vrienden waren op hun hoede. Hun bagage was al vooruit gestuurd, maar toch hadden ze nog een buidel dollars bij zich om bij een overval door eventuele struikrovers nog iets in de aanbieding te hebben om excessief geweld te voorkomen.
 

‘The palace is at your service’

 

 
De reizigers logeerden onderweg in herbergen (posadas). Daar hoorden ze de plaatselijke liederen, over smokkelen, roven, guerilla-oorlog en de tijd van de Moren. Maar ondanks al die dreigende taal kwam Washington Irving veiling in Granada aan. Daar werd hij, moe van de inspannende reis, naar de ‘beste herberg’ van de stad geloodst. Toen hij de volgende dag wakker werd, was de rekening veel te hoog en bovendien was hij beland in ‘one of the shabbiest posadas in Granada’.
   Maar diezelfde dag gingen de reizigers op bezoek bij de gouverneur van het Alhambra, om de brieven te bezorgen die ze hadden meegenomen. De gouverneur woonde zelf in de drukke benedenstad en was verbaasd over het enthousiasme van Washington Irving over de mooie ligging van het oude Moorse kasteel.
   De schrijver kon zijn oren niet geloven toen deze zei: “If you think a residence there so desirable, my apartments in the Alhambra are at your service”.
   Even nog dacht hij aan een Spaans gebaar van beleefdheid, maar de gouverneur verontschuldigde zich dat de kamers wat kaal waren ingericht, maar als dat geen probleem was, kon hij zich meteen installeren. “The palace of king Chico is at your service”…
 

Verhalen uit het Alhambra

 


Het Alhambra

 
Washington Irving logeerde dus in wat wij vandaag de dag een van de mooiste plekjes van Spanje zouden noemen. Drie maanden lang kon hij ongestoord door de beroemde zalen lopen waar de laatste Moorse koning Boabdil nog gewoond had, waar de ‘reconquista’ in 1492 was voltooid, waar Ferdinand en Isabella hun gesprekken met Columbus hadden over zijn plannen om langs een westelijke route Indië te bereiken.
   In de tuinen van het Generalife, in de Leeuwenhof, met al die prachtige fonteinen, zocht hij verkoeling, zoals ook de Moren dat eeuwenlang gedaan hadden. In de parador logeren is prachtig, maar een hele zomer doorbrengen in het Alhambra zelf, daar zijn geen woorden voor. En zo vond Washington Irving inspiratie om een indrukwekkend boek te schrijven, dat niet alleen een internationale bestseller werd, maar ook grote invloed ging uitoefenen op de meningsvorming in het Westen over de Moren, de Oosterlingen, de zigeuners en het mysterieuze Spanje.
 

Het vervolg

 


Hier schreef Washington Irving zijn boek

 
De ‘Nederlandse’ ambassadeur in Spanje, Martin van Buren, werd in 1837 de achtste president van de Verenigde Staten. Washington Irving schreef nog boeken over Columbus, over de verovering van Granada en over het leven van George Washington. In 1842 werd hij zelf ambassadeur in Madrid.
   Zijn reisroute van Sevilla naar Granada is inmiddels omgedoopt tot de Washington Irving route. Als je door het Alhambra loopt hangt er, zo zag ik althans in 1978, een eenvoudig bordje in een van de kamers: “In these quarters Washington Irving wrote his Tales of the Alhambra in the year 1829”. En de paradores zijn intussen onbetaalbaar geworden voor een eenvoudige student in de geschiedenis.
 
 
Harry Knipschild
14 maart 2004

Clips

Washington Irving in het Alhambra (1829)
* Harmony, 't Is Okay, 1978
* Itzhar Cohen & Alpha Beta, A ba ni bi, 1978
Alhambra, 2012