Zoeken

 
 
Halverwege de jaren vijftig wist Bill Haley (1925-1981) met rock & roll-muziek Amerika en de rest van de wereld te veroveren. Met ‘Crazy Man Crazy’ bereikte hij in 1953 voor het eerst de top 20 van Billboard. Die hit volgde hij op met ‘Shake Rattle and Roll’ (1954), ‘Rock around the Clock’ (1955) en ‘See you later Alligator’.
  ‘Rock around the Clock’ werd dankzij de film ‘Blackboard Jungle’ een nummer één hit in Amerika en een sensatie elders. NRC-journalist Henk Hofland (1927-2016) duidde de single aan als de Marseillaise van de rock & roll – en daarmee van de rockmuziek.
 
In tegenstelling tot Elvis Presley (1935-1977), die zich kort na hem voor het eerst manifesteerde, beperkte Bill Haley zijn optredens niet tot de Verenigde Staten van Amerika. Integendeel, begeleid door de Comets, liet hij zich overhalen om concerten in bijvoorbeeld Australië, Engeland, Zuid-Amerika en het Europese continent te geven.
  Bovendien speelde Bill een toonaangevende rol in muziekfilms die iedereen in de westerse wereld kon bekijken. Vooral de film ‘Rock around the Clock’ (1956) trok niet alleen volle zalen maar zorgde tevens voor uitbundige reacties van een jeugdig publiek, waar de overheid in die tijd geen raad mee wist.
 
 
331 1 film poster
 
 
In de periode die vooraf ging aan de doorbraak van Bill Haley konden muziekidolen, die zich nog richtten op jong én oud, jaar na jaar de ene hit na de andere maken. Zo’n langdurige carrière leek ook Bill Haley te wachten. Maar dat was niet het geval. Na ‘See you later Alligator’, begin 1956, verschenen de singles van Bill Haley niet meer in de Amerikaanse top tien. Sterker nog: na ‘Skokiaan’ in 1960, die op nummer 70 van de Billboard hitlijsten eindigde, verdween de naam Bill Haley in Amerika van de lijsten met goed verkopende singles.
 
 
Kop van jut in 1956
 
 
In 1956 had Bill Haley een topjaar in Amerika. Wat de platen betreft kwam dat vooral door de cover van ‘See You Later Alligator’, die nog in 1955 was opgenomen. Volgens biograaf John Swenson had Bill Haley het origineel niet gehoord voor hij in de studio arriveerde.
  Producer Milt Gabler: “I had the record in my office. It was on the weekend. I wanted to play the record for him. I couldn’t get in my office so I borrowed a hammer and broke the glass on my office door to open the lock from the inside”.
  Volgende opnamesessies pakten minder goed uit. Singles als ‘R-O-C-K’, ‘Hot Dog Buddy Buddy’, ‘Rip it up’ en ‘Rudy’s Rock’ scoorden niet meer geweldig.
 
Over populariteit had Haley voorlopig echter weinig te klagen. In het blad Downbeat bijvoorbeeld werd hij door de lezers uitgeroepen tot ‘rhythm & blues persoonlijkheid van het jaar’. Daarmee eindigde hij boven Dinah Washington, Ruth Brown en Joe Turner.
  Maar tegelijkertijd was er bij de ouderen, de gevestigde blanke macht, verzet tegen de uitwassen van rock & roll-concerten. De blanke jeugd gedroeg er zich niet zoals het volgens de autoriteiten hoorde. In de New York Times werd rock & roll dan ook omschreven als een ‘besmettelijke ziekte’.
  Psychiater Francis Braceland met name poneerde in de krant dat de eerste popmuziek trekken van ‘kannibalisme’ had. Een comité van blanke burgers omschreef de nieuwe muziek als de ‘basic heavy beat of the negros – it appeals to the base in man, it brings out animalism and vulgarity’. Rock & roll zou een complot zijn om de blanke jeugd te besmetten met de muziek van kleurlingen.
 
 
331 2 Francis Braceland
 
Aan Bill Haley, op dat moment koploper in en afhankelijk van rock & roll, de taak om zijn muziek te verdedigen. “Rock and roll does help to combat racial discrimination”, verklaarde hij. “We have performed to mixed groups all over the country and have watched the kids sit side by side just enjoying the music while being entertained by white and negro performers sharing the same stage”.
  De leider van de Comets probeerde de ouderen gerust te stellen met de woorden: “We will continue to cut lyrically clean records”.
  Maar mede door de regelmatig voorkomende ongeregeldheden bij zijn concerten bleef hij als een kop van jut fungeren.
 
Ook zich afzetten tegen de opkomende jonge Elvis Presley hielp niet. Zelf zwaaide Bill beslist niet met zijn heupen liet hij duidelijk weten. Dat hoefde ook niet. “A lot depends on how the entertainer controls the crowd. The music is stimulating enough without creating additional excitement”.
  Volgens Swenson wilde Haley, al 30 jaar in 1955, bewust ‘square’ (ouderwets) overkomen. Daarmee verloor hij hoogstwaarschijnlijk een gedeelte van zijn jonge aanhang – ten faveure van Elvis Presley. Ondanks die meegaande opstelling nam de gevestigde orde het hem, de voormalige jodel- en countryartiest, nog steeds kwalijk dat hij zich met rock & roll-muziek bleef bezig houden.
 
 
Kerst 1956
 
 
Bill Haley ging er vanuit dat de dollars nog lange tijd zouden blijven binnenstromen. Hij legde daarom geen geld op zij voor mindere tijden en nog te betalen belastingen. In 1956 liet hij een luxueus pand bouwen met alle technische snufjes die op dat moment voorhanden waren. In een grote garage kon hij al zijn Cadillacs parkeren. Vóór de villa plaatste hij een kippenren. Het landhuis, Melody Manor, was omringd door bossen en grensde aan de kleine woning waar hij was opgegroeid en het schooltje waar hij vroeger voor zijn klasgenoten gitaar gespeeld en gejodeld had.
  In zijn persoonlijke leven was 1956 evenals 1955 een moeilijk jaar geweest. Te midden van zijn successen waren zijn moeder, zijn vader en zijn laatste nog levende zus overleden. Dat had hem zeer aangegrepen. Maar aan het einde van 1956 wilde hij de bloemetjes eens goed buiten zetten.
 
 
331 3 1956
 poster optreden 5 februari 1956
 
 
Op een groot feest in zijn nieuwe onderkomen werden de Cadillacs van de Comets en anderen in de sneeuw gezet. Binnen werd een film vertoond voor familie, vrienden en bekenden, die Haley in kleur had laten vervaardigen van de Galaxy of the Stars-toernee die hij en zijn begeleiders onder leiding van promotor Irving Feld door de VS gemaakt hadden. Op een draagbare platenspeler werden de Decca-platen van de rockgroep op hoog volume afgespeeld. De bar was goed gevuld. Haley en zijn manager, Lord Jim Ferguson, lieten zich de Schotse whiskey goed smaken.
  John Swenson: “It must have been a sight – Melody Manor with Christmas decorations, all the Cadillacs in the snow”.
 
 
Naar het buitenland
 
 
Meteen na de jaarwisseling 1956-57 vertrokken Bill Haley & His Comets naar het buitenland, eerst Australië en na terugkeer en een korte pauze snel door naar Groot-Brittannië. Waar mogelijk vermeed Bill het vliegtuig (Swenson: “Haley was extremely apprehensive about flying”). Even thuis om bij te komen, noteerde de wereldster: “Bad flight. Home at last. Thank God”.
  De overtocht naar Engeland maakten hij en zijn Comets dan ook per boot. Terwijl Haley in het thuisland met steeds meer argwaan gevolgd werd, onthaalde men hem in Engeland nog met open armen – de fans dan. Ook in dat land hadden de autoriteiten de grootste moeite om de orde – de rust – te handhaven.
  In het boek van Swenson werd geen melding gemaakt van Jo Olivier. Deze muzikant, afkomstig uit Maastricht in Nederland en naar Amerika geëmigreerd, was bij enkele buitenlandse toernees als lid van de Comets van de partij, zoals foto’s, filmbeelden en YouTube-clips aantonen.
 
 
331 4 Jo Olivier
 Jo Olivier (tweede van links), Caterina Valente, Bill Haley
 
 
Het lijkt er een beetje op dat de buitenlandse optredens, die voor Haley ongetwijfeld financieel aantrekkelijk gepresenteerd werden, steeds meer prioriteit kregen in de jaren 1957-1958. Gedeeltelijk was dat misschien een vlucht uit het land waar hij zo bekritiseerd werd door de conservatieve media en overheid.
 
In Argentinië ging het mis. Manager Jim Ferguson, onervaren in de popmuziek, werd in Buenos Aires van al zijn geld beroofd. “A pick-pocket lifted my entire roll”, liet hij in de krant afdrukken. Al Rex, bassist van de Comets die met zijn instrument vaak capriolen uithaalde, vertelde aan de biograaf: “We went through South America, to Rio de Janeiro, Buenos Aires, all over the place. When we came home, I went down to the office to get my salary and there was no goddamned money”.
  Ondanks waarschuwingen was het gebeurd, bekende de manager. Samen met een vriend zat hij op een terras buiten en haalde zijn geld tevoorschijn. “I reach in my pocket to pull out a couple of pesos”.
  Dat kun je hier beter niet doen, hoorde hij. “He advised me not to carry my loot that-a-away, all mixed up with expense receipts, adresses etc”.
  Wat een onzin, antwoordde Ferguson. “Look son, I’ve travelled the seven seas, I am widely recognised in thirty-seven capital cities and I’ve never lost a buck out of my pocket yet”.
  Drie uur later dacht hij er anders over. “All records are made to be broken, and mine was broken about three hours later, in front of the Metropolitan Theatre, same city”.
 
 
Lord Jim Ferguson, manager namens Bill Haley
 
 
In het boek van John Swenson speelde Ferguson, al in 1904 geboren, een dubieuze rol. Bill Haley, onervaren in een heleboel zaken, had zich door hem laten helpen toen hij nog niet bekend was. Volgens Swenson was Jim een kleurrijke figuur, een collega bij radiostation WPWA, waar Haley muziek maakte en Ferguson zich met sportzaken bezig hield. “He liked Haley’s band and did what he could to help promote them”.
  Jim deed meer, hoorde de auteur. Toen de artiest besloot om geleidelijk aan over te stappen van country & western muziek naar wat later rock & roll werd genoemd gaf hij kledingadviezen.
  “They wanted to make the change from a totally country & western style, but they didn’t want to get away from it altogether. So when they came up with this new beat he told them to just change their way of dressing, not be extreme, and got them into the rock & roll bit. He got them out of bars, got them down to the seashore and got them going”.
  Met zijn ideeën zette de aankondiger en sportcommentator zijn radio-collega dus op het goede spoor.
 
Het duurde niet lang of Ferguson werd de nieuwe manager van Bill Haley, als opvolger van Jack Howard. In het land der blinden is/was eenoog koning. Popmuziek stond nog in z’n kinderschoenen.
  Al Rex: “Jim knew a guy down in Stone Harbor, New Jersey and he sold Haley to this guy who owned the Stone Harbor cafe the summer. This was the first time they had a hillbilly band down there. They played down there all summer”.
  Nadat de groep op advies van de manager in nieuwe kleding gestoken was, kon deze ook elders gaan werken aan boekingen. “They were trying to break into another circuit, the Philadelphia band circuit. They wanted to break out of the hillbilly circuit. How the hell can Bill Haley go to lounges dressed in a cowboy hat? So he finally got into tuxedos”. Maar: “He was still a hillbilly at heart”.
 
 
331 5 Jim Ferguson en Bill Haley 
 Jim Ferguson en Bill Haley
 
 
Door de film ‘Blackboard Jungle’, die opende met ‘Rock around the Clock’, kwam voor Haley en zijn manager in sneltreinvaart de grote doorbraak. John Swenson: “Virtually overnight, Lord Jim and the others went from small time hustlers to moguls”.
  Voor de buitenwereld leek het zo goed te gaan dat Ferguson zelfs opgebeld was door Colonel Tom Parker, toen die nog geen manager was van Elvis Presley. Volgens Bill Haley zou Parker tegen hem gezegd hebben: “Look, I’ve got this kid. I can take him over. But I want him to get some experience. Would you let me take him on tour with Bill?”
  Dat gebeurde inderdaad omdat Ferguson en Parker, de voormalige Nederlander Dries van Kuik, goede vrienden van elkaar waren.
 
Als je afgaat op wat Swenson schreef slaagde Ferguson er niet in mee te groeien met het wereldsucces van zijn artiest. Daar had hij waarschijnlijk de opleiding niet voor gehad. Ook andere beroemde managers, zoals Brian Epstein en Stig Anderson, maakten soms overeenkomsten die je, achteraf, als simplistisch kunt definiëren. Nogmaals: achteraf.
  Voor Bill Haley en zijn manager, die geen grote voorbeelden hadden, was het nog moeilijker om perfect met de financiën en de organisatie om te gaan.
  Drummer Ralph Jones omschreef de manager als ‘a hustler in the true sense of the word’. Maar hij vond hem verder wel een aardige en genereuze man die niemand schaadde berokkende.
 Producer Milt Gabler was helemaal niet op hem gesteld. “I never took to Jim Ferguson”, verklaarde hij later. “He was a big loud-mouthed guy and I always objected to the fact that while I was recording he’s on the phone trying to make a deal with the publisher”.
  In zijn boek oordeelde John Swenson als volgt: “Haley’s biggest problem was that he was surrounded with poor management. Ferguson was a smalltimer from the same radio station Haley came out of. He was not sharp enough or experienced enough to be a top show business manager. Haley was apparently content to use Ferguson because he knew him long enough to consider him a trusted friend”.
 
 
Wat deed Lord Jim verkeerd?
 
 
In de biografie, met tal van feiten die de auteur na de dood van Haley optekende uit de monden van (teleurgestelde?) betrokkenen, werd Ferguson, de vriend die voor de artiest de kastanjes uit het vuur moest halen, regelmatig uiterst negatief neergezet. Zo lieten Ferguson en Haley allerlei zeer goed betaalde optredens schieten. Anderzijds ging het tweetal in financieel oninteressante zaken, waar bovendien weinig of niets van terecht kwam. 
  In het boek is bijvoorbeeld te lezen. “Ferguson gambled big in business deals, and everyone of them was a disaster. At one point he invested the Comets’ money in a steel business.
  ‘It wasn’t a big steel mill’, says Al Rex, ‘it was just a small fabricating shop. Five or six people worked there – I think they were making urinals or something like that. The deal came through Lord Jim. These guys were friends of Lord Jim and they got him to buy in. I remember them coming on the jobs and talking to Lord Jim and Haley and the guys. They needed more money to keep the ball rolling. It went under and the partners lost x amount of dollars”.
 
Haley en Ferguson zetten tevens een internationaal management- en boekingskantoor op. Jim Feddis, de man die ze voor dat werk aantrokken, moest het ontgelden. Vanuit Zuid-Amerika, waar Ferguson al het geld was kwijtgeraakt, hadden ze een pianist meegebracht, die het helemaal zou gaan maken. Feddis: “They came back with a piano player, that they thought was a genius. I heard him and Haley said, ‘You’re going to book him, right?’
  I said, ‘I can’t book that guy. He stinks’”.
  Voor Feddis was de pianist een blok aan het been. Maar wat kon hij doen? “He had a year’s contract”.
 
 
331 6 Bassist Al Rex in actie
 Al Rex onder de bas
 
 
Al Rex was het met Feddis eens. Haley en Ferguson, die namens hem handelde, hadden uit goedheid de gewoonte om mensen die elders ontslagen waren in dienst te nemen terwijl ze in de eigen organisatie niet nodig waren.
  Al Rex: “Haley was stupid. He used to pick up these goddamned bums and take them out on the road. Like Charley Lavinia. He was with Frankie Lymon and the Teenagers. He got fired. Haley says, ‘I’ll give you a job’”.
  Zo werden er volgens Rex onnodig kosten gemaakt. “We were seven guys in the band and we would go out with an entourage of about eighteen or nineteen people, and most of these guys all they did was go get coffee for us. Haley would pick up a stray dog”.
  Al Rex verwees bovendien naar een muzikant die mee mocht spelen in de Comets. Was dat de Maastrichtenaar Jo Olivier? “He met one guy down at the shore. He was a Belgian kid that used to sing. He was a good singer but he was no rock man. And all of a sudden Haley just said ‘C’mon with us’, and gave him the job”.
 
De uiterst gedegen Milt Gabler, die Bill Haley bij Decca Records bracht en al zijn hits produceerde, was steeds uitgesproken negatief over Ferguson. Hij zou hem in de vernieling geholpen hebben. “I think he destroyed him. It takes a strong manager to deny things to the stars. Bill knew what Ferguson was doing and approved it and believed that what he was investing in was going to be good.
  But a manager to me is not just the guy who gets you to the bus and the hotel reservations. He’s also the guy who advises you financially and if you’re in the fifty per cent tax bracket he banks it so that he earns interest on it because you know darn well that on 15th April he’s gonna have to pay taxes.
  Ferguson didn’t have the know-how, and he didn’t get the advice from the proper people”.
 
 
Publishing
 
 
Een van de essentiële fouten (achteraf vastgesteld) was dat Haley en Ferguson een eigen muziekuitgeverij opzetten. Waarschijnlijk hadden ze ontdekt hoeveel geld je daarmee kon verdienen.
  Swenson: “Song publishing is one of the most lucrative aspects of the music business, which is why Haley was so insistent on controlling the rights to material he recorded”.
  Frank Beecher, gitarist van de Comets, belichtte de schaduwkant. “When you write the song yourself then it’s all yours”.
  Maar als je geen goede liedjesschrijver was, zoals Bill Haley (en Elvis Presley), kon je beter op het repertoire van anderen steunen. Je moest niet te ‘hongerig’ zijn. “It’s better to give it all away. It’s better just to have a hit record. What’s the difference who owns it? You go out and make money on personal appearances. Let somebody else write the song”.
 
Vanwege de auteursrechten distantieerde Haley zich bijvoorbeeld van Jim Myers, die hem geholpen had aan songs als ‘Rock around the Clock’, ‘Mambo Rock’ en ‘Rock A Beatin’ Boogie’. Zelfs toen Myers hem een lucratief tv-contract aanbood dat hem, naar eigen zeggen althans, tenminste 400.000 dollar zou opleveren, liet de zanger het afweten.
Het gevolg van dit alles was dat Haley steeds meer inferieur materiaal vastlegde. Bovendien: als Milt Gabler met een idee kwam, probeerde Ferguson (in opdracht van Haley?) alsnog de publishing-rechten af te dingen. Zelfs tijdens of na de opname. Die aanpak deed Bill’s muzikale loopbaan geen goed.
 
 
Haley op z’n retour
 
 
Terwijl Bill Haley in diverse continenten triomfen vierde, en soms goed geld verdiende, werd hij in eigen land als idool verdrongen door een groep nieuwe, veelal jongere ambitieuze artiesten: vooral Elvis Presley, maar ook Jerry Lee Lewis, Carl Perkins, Buddy Holly, Chuck Berry, Pat Boone, Ricky Nelson, Paul Anka, Everly Brothers, Fats Domino – noem maar op.
  Je zou kunnnen zeggen dat de rock-pionier de eigen muziekmarkt behoorlijk verwaarloosde. De teenagers zaten niet per se op hem te wachten. Weldra bleven de echte hits uit. Haley moest bij optredens vooral op zijn oude repertoire teren.
Voor Decca Records was Bill Haley een belangrijke artiest geweest in het tijdperk van eerste rock-muziek. De platenmaatschappij bleef dan ook hoopvol in hem investeren. Gitarist Frank Beecher: “They were struggling with the music. They were struggling for good material. They were trying to come up with hit records and they were trying to do it on their own, trying to write songs themselves. None of them were professional songwriters, so they started to run out of ideas. Some of the stuff they came up with was actually ridiculous”.
  Milt Gabler kreeg waarschijnlijk opdracht van hogerhand om zich in te spannen. “I drove down there [in Chester, van waaruit Haley opereerde]. I killed a lot of time going down there. I went down to try to get them to get things ready before they got to [de studio in] New York – and the songs weren’t strong enough”.
 
Wat moest je doen als het niet meer ging? Terugvallen op waar je lang geleden mee begonnen was?
  Swenson: “When the first 1957 sessions failed to produce the kind of results Haley and Gabler had hoped for, Haley decided to revive the country and western material he’d been working on with the Saddlemen before they turned to rock & roll. Haley had never forgotten the days when he imitated Hank Williams [1923-1953] and when things went wrong he’d return to the idea of playing that kind of material.
  Gabler zag er niets in, maar liet hem zijn gang gaan. “To keep him happy, I let him do it. He didn’t have a voice for country music. He figured that country music could sell, especially in Europe”.
  Zo werd ‘Move it on over’ van Hank Williams vastgelegd met een gitaarsolo van Frank Beecher.
 
 
331 7 Rockin around the world
 
Vanwege het succes elders in de wereld had Bill Haley een ander idee, dat plichtmatig uitgevoerd werd – een album met rock-versies van veertien bestaande melodieën uit diverse landen. Van een aantal kon hij waarschijnlijk de auteurs- en publishing-rechten claimen. Zo verschenen ‘Me Rock A Hula’, ‘Pretty Alouette’, ‘Oriental Rock’, ‘El Rocko’, ‘Rockin’ Matilda’ en zelfs ‘Wooden Shoe Rock’.
  Toen Swenson het album tijdens het schrijven van zijn boek beluisterde wist hij niet wat hij hoorde. “The band apparently took the whole thing as an elaborate joke as some of the near-hysterical backing vocals indicate”. Hij omschreef de liedjes als ‘camp material’ en begreep waarom het ‘rock around the world’-concept uitliep op een ‘dismal failure’.
 
 
Zinkend schip
 
 
Al Rex was de eerste die uit de boot stapte bij de Comets, op 18 juni 1958. Tijdens de toernee door Engeland in 1957 had hij Haley al gewaarschuwd dat ze te lang op het oude stramien doorgingen. Terug in Amerika constateerde Al dat de boekingen terug liepen en er minder platen verkocht werden. “I told Haley, ‘Let’s play for what we can and wait for our sales to go up’. Haley didn’t want to hear it”.
  De rock & roll artiest had zich een boot aangeschaft waar het voor hem goed toeven was. Hij wilde volgens Rex alleen nog maar optreden als het niet te ver weg was. “He didn’t want to work”. Al Pompilli, broer van saxofonist Rudy Pompilli, nam de plaats in van de vertrekkende bassist.
 
Bill Haley kwam anno 1959 in financieel gevaarlijk vaarwater. Hij had geen of onvoldoende rekening gehouden met de fiscus. Omdat hij niet in staat was zijn inkomstenbelasting te betalen legde de Amerikaanse overheid beslag op zijn royalties bij Decca Records. Vrijwel alles wat daar uitbetaald moest worden ging naar de belastingdienst.
  Ondanks het tanende succes wilde Decca de artiest onder contract houden, misschien wel in de hoop dat er betere tijden zouden aanbreken. De platenmaatschappij was zelfs bereid om hem bij het verlengen van de overeenkomst een flink voorschot te betalen. Maar wat had dat voor zin als het geld dan niet in zijn lege portemonnee zou vloeien?
 
In november 1959 maakten Bill Haley en de Comets hun laatste opnamen voor Decca. Tijdens die sessie werden covers van onder andere ‘Mack the Knife’ en ‘Music Music Music’ op band gezet. Milt Gabler: “He still had to work out his contract”.
 
Zonder dat de overheid op de hoogte was besloot Bill Haley, in elk geval om fiscale redenen, te stoppen bij Decca. Er was namelijk een nieuwe, rijke platenmaatschappij, Warner Brothers, die om snel te scoren bereid was flink te investeren in het aantrekken van bekende artiesten. Zo wist Warner de Everly Brothers weg te kapen bij Cadence, het goed functionerende bedrijfje van Archie Bleyer dat ook de Chordettes, Andy Williams, Link Wray en Johnny Tillotson onder contract had.
  Met Bill Haley haalde Warner een grote naam in huis. De artiest hapte toe omdat hij op die manier de fiscus tijdelijk op een zijspoor kon zetten. Het advies om dat te doen kwam van zijn producer, die hem wilde helpen.
  Gabler: “I was a friend. I said, ‘Go to Warner Brothers’. I told him the governement should get the money, but here was this guy that came from the top of the hill and was sliding down to the bottom fast”.
 
 
Van de regen in de drup
 
 
331 8 Warner Bros
Advertentie in Billboard, 1 februari 1960
 
 
Bij Warner Brothers hadden ze geen idee wat ze met Bill Haley moesten doen – zo lijkt het althans als je het boek van John Swenson leest. Na korte tijd liet nu Ralph Jones het moede hoofd hangen en verdween.
  De teleurgestelde drummer uitte zijn frustratie later. “Bill knew what records he wanted to make and what sound he wanted to get but he didn’t have enough musical knowledge to produce what he wanted. So he got with people that were exploiting him or non-musical people that couldn’t put the records together. It’s sad. He could have hired responsible people. Poor man. To have it in his hands and just let it go”.
  Tijdens een optreden in de Canadese stad Toronto werd het Jones duidelijk dat er geen toekomst meer was. “They always had police to lead Bill up to the stage and off the stage. Well they led him off the stage this one night, we had a good crowd, nice show. Rudy [Pompilli, de saxofonist] and I were walking behin him. There wasn’t a goddamned soul come up and ask him for an autograph or even try to get near him.
  I said, ‘Rudy it’s over’”.
 
 
American Graffiti
 
 
Terwijl Haley en Warner vergeefs ploeterden om een comeback te bewerkstelligen, wist Decca de artiest nog één keer in de hitlijsten te krijgen, met het instrumentale ‘Skokiaan’. Na korte tijd werd Haley bij zijn nieuwe bedrijf aan de kant gezet. Hij was van de regen in de drup geraakt.
 
 
331 9 American Graffiti
 
Het duurde nog tot 1974 voor de rock & roll-pionier opnieuw goed in de belangstelling kwam – dankzij de film ‘American Graffiti’ (1973) kreeg ‘Rock around the Clock’ als onderdeel van een rock & roll-revival alle aandacht en bereikte dankzij een nieuwe generatie teenagers voor de tweede keer de hitlijsten in diverse westerse landen. Dat zal Bill Haley een heleboel voldoening gegeven hebben.
 
 
Harry Knipschild
17 juni 2018
 
Clips