1 1 Daendels
Daendels
 
In de komende twee artikelen ga ik eerst heel kort in op revoluties en de ideeën van de Verlichting. Vervolgens de eerste activiteiten van Herman Willem Daendels en daarna zijn rol bij het tot stand komen van de Bataafse revolutie in Nederland in januari 1795. Hieronder deel een.
 
Elke dag is de wereld weer een beetje anders dan de dag ervoor. In veel gevallen merk je er weinig of niets van. De media besteden veel aandacht aan incidenten (soms ‘anecdotes’) en laten achterwege wat later van groot belang lijkt te zijn geweest.
   Soms gaan de veranderingen zo snel dat er sprake is van wat een revolutie genoemd wordt: een versnelling in de veranderingen. Grote revoluties zijn die in Rusland (1917), het tsarenrijk dat door het ingrijpen van Lenin c.s. veranderde in een communistische staat. Begin 1933 wonnen de nationaal-socialisten in Duitsland de verkiezingen. In 1979 wist imam Khomeiny in de oliestaat Perzië de macht van de shah over te nemen en het land om te zetten in een staat die voortaan op islamitische basis opereerde. Op 4 juli 1776 verklaarde een groepje onderdanen van de Engelse koning George III dat ze deze niet meer als zodanig erkenden. De Verenigde Staten van Amerika waren geboren, al duurde het nog zeven jaar van veel vechten voordat Londen dat in 1783 bij de vrede van Parijs wilde erkennen.
 
 
Versailles, 19 september 1783
 
 
Aan het einde van de achttiende eeuw, het tijdperk van de Verlichting, kwamen er heel wat nieuwe ideeën boven water. De ‘Amerikanen’ vonden het niet meer vanzelfsprekend dat ze gehoorzaamheid verschuldigd waren aan een vorst in Londen, helemaal aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. In Frankrijk waren de mensen eveneens op andere gedachten gekomen.
   In zijn boek Burgers. Een kroniek van de Franse Revolutie (1989) maakte Simon Schama melding van een bijzondere gebeurtenis, die plaatsvond op 19 september 1783. Bij het paleis van Lodewijk XVI, koning van Frankrijk, in Versailles, werd een enorme luchtballon opgelaten. In een mand zaten een schaap, een eend en een haan. Alle drie overleefden de acht minuten durende vlucht in de ‘ruimte’ boven Versailles. Er waren ruim 100.000 toeschouwers om deze sensatie mee te maken. De meesten van hen waren helemaal uit Parijs gekomen.
   Zoals bij het rockfestival van Woodstock in 1969 waren alle hoofdwegen (naar het paleis) verstopt – niet met Amerikaanse auto’s maar met koetsen. Simon Schama vergeleek hen met pelgrims die de ‘gebeurtenis van de eeuw’ niet wilden missen.
   Hoewel wetenschapper Montgolfier het experiment – een ballon die op gas de lucht in ging – in de tuin van het koninklijk paleis opgezet had, was er sprake van een nieuwe situatie. Alle mensen die toekeken waren in zekere zin gelijk. Of je nou koning, boer, keukenmeid of hoffunctionaris was, de een zag hetzelfde wonder aan zich voorbij trekken als de ander. De koning was niet beter dan wie ook. Een wetenschapper was de held.
   Drie maanden later werd Pierre Montgolfier tot de adelstand verheven. Was dat niet een achterhaald gebaar?
 

2 1 luchtballon spiegelen
Belangrijke gebeurtenis in Versailles
 
 
Herman Daendels, een jonge jurist
 
 
 
Als gevolg van dat soort nieuwe ideeën broeide het in de wereld, Nederland niet uitgezonderd. Een jonge inwoner van Hattem, in Gelderland, was Herman Willem Daendels, op 21 oktober 1762 geboren. Hij was dus 20 jaar toen die gasballon in Frankrijk de lucht in ging.
   Mede omdat hij van goede afkomst was, kon Herman studeren, met name rechten op de universiteit van Harderwijk. Op 10 april 1783 promoveerde hij tot doctor na de verdediging van zijn proefschrift De compensatione.
   Tijdens de colleges kreeg de jonge rechten-student de theorie van de Verlichting met de paplepel ingegoten door hoogleraar Pieter Roscam. In zijn standaardwerk (uit 1910) over de Hattemer schreef Isidore Mendels: “De lessen van de hoogleraar zullen veel bijgedragen hebben om in Daendels die geest van ontevredenheid met het bestaande te wekken, waarmee dikwijls het beste deel van de natie vervuld was.
   De hogescholen wakkerden de zucht naar verandering aan. Daar legde men zich bij voorkeur toe op het natuurrecht. Daar verdiepte men zich in de stelsels der speculatieve Franse wijsgeren. Men oefende kritiek, naar het voorbeeld van de mannen van de Grote Encyclopedie [Diderot en d’Alembert]. Men keerde terug tot de oorsprong van maatschappij en regeringsvorm en bouwde zich een ideaalstaat”. [M 3]
   De aanhangers van de nieuwe ideeën gingen als ‘patriotten’ door het leven. Ze wilden bovendien de ‘vrijheid’ terugbrengen die verloren gegaan was in ons land.
 
 
Daendels in opstand tegen stadhouder Willem V
 
 
Terug in Hattem paste de jonge doctor toe wat hem in Harlingen bijgebracht was. In navolging van zijn vader probeerde hij op lokaal niveau een rol in de politiek te spelen. Vergeefs. Van democratie was geen sprake. Stadhouder Willem V, die in Gelderland veel macht verworven had, benoemde een ander in Hattem.
   Herman kwam in verzet en wist heel wat stadgenoten met zich mee te krijgen. Willem V greep in. Begin september 1786 stuurde hij troepen zodat zijn tegenstanders, inclusief Daendels, weinig anders konden doen dan ontsnappen naar de nabijgelegen provincie Overijssel. In 1787 moest Herman zelfs het land uit vluchten toen Pruisische troepen (na het incident bij Goejanverwellesluis) Willem V en zijn echtgenote, de Pruisische prinses Wilhelmina, te hulp schoten en de patriotten verjoegen.
 
 
2 2 aanval op Hattem
 Illustratie uit boek Peereboom
 
Daendels in Frankrijk
 
 
Samen met Aleida van Vlierden, negentien jaar, met wie hij in het huwelijk getreden was, vestigde Herman zich in het uiterste noordwesten van Frankrijk. In 1788 vernam hij dat men hem in Gelderland voor eeuwig verbannen had, op straffe des doods als hij het ooit mocht wagen terug te komen. Van Willem V had Herman dus niets te verwachten.
   In Frankrijk brak in 1789 de revolutie uit. Koning Lodewijk XVI raakte zijn macht kwijt. Op 21 januari 1793 kwam hij zelfs onder de guillotine terecht. Voortdurend waren er machtswisselingen met vaak dodelijke afloop (of verbanning naar verre landen met een ongezond klimaat) voor de verliezers. Frankrijk raakte mede daardoor in oorlog met de omringende landen. Engeland was sowieso de aartsvijand.
   Zoals vaak bij revoluties voerden de nieuwe machthebbers een expansieve politiek. Hun republikeinse idealen wilden zij over de grenzen ingevoerd zien te krijgen. Bovendien hadden de Fransen van alles nodig: voedsel, soldaten en geld. Bondgenoten konden daar goed bij helpen.
  
Sommige Nederlandse patriotten, die in Frankrijk zaten toen de revolutie uitbrak en nu ‘Bataven’ genoemd werden, wilden wel een rol spelen in het nieuwe Frankrijk. Ze hoopten dat de revolutionaire ideeën ook in eigen land overgenomen zouden worden en zij het er voortaan voor het zeggen zouden krijgen. Daendels was zo iemand. Hij was bereid om met de Fransen mee te vechten.
   Zonder dat hij een militaire opleiding ontvangen had, sloot Herman zich aan bij het Franse leger. Op zijn instigatie werd in augustus 1792 een Bataafs legioen opgericht, dat bestond uit 1822 man en 500 paarden. Als luitenant-kolonel in Franse dienst kreeg hij op 12 oktober van dat jaar het commando over het vierde bataljon infanterie.
 
 
Officier in Franse krijgsdienst
 
 
Franse troepen – de Bataafse soldaten waren er een onderdeel van - trokken in noordelijke richting. Mendels: “Daendels was vol hoop dat binnenkort de slag zou vallen, die aan zijn vaderland de vrijheid moest hergeven. Onder generaal Charles-François Dumouriez hielp hij op 6 november 1792 de overwinning bij Jemappes bevechten, welke zegepraal België in de macht der Fransen bracht”. [M 30] Ook de Schelde, door de Nederlanders om economische redenen bewust geblokkeerd voor de Belgen, kwam in Franse handen.
   De eclatante overwinning van de revolutionairen – ten westen van Bergen (Mons) in België – vergrootte het Franse grondgebied in het noorden. De troepen hadden verder kunnen doortrekken en het in hun ogen rijke Holland aanvallen. Maar dat deden ze niet. Het ontbrak Parijs aan een consequente buitenlandse politiek. Ruim een jaar later schreef Daendels: “Verleden jaar zouden onze vrienden na de bataille van Jemappes zeer gemakkelijk ons vaderland hebben kunnen verlossen”. [M 30]
   De terechtstelling van Lodewijk XVI op 21 januari 1793 gooide roet in het eten. Heel Europa beschouwde Frankrijk als een vijandige staat die aangevallen moest woden. De Franse troepen die in België gelegerd waren, kwamen in het defensief.
 
 
2 3 slag bij Jemappes 6 november 1792
Slag bij Jemappes, 6 november 1792
 
 
Eerste aanval op Nederland
 
 
Dumouriez deed desondanks nog een inval verder naar het noorden. “Op 17 februari 1793 trokken de Fransen de Nederlandse grenzen over. Achtereenvolgens vielen Breda, Klundert en Geertruidenberg in hun macht. Begin maart werden aanstalten gemaakt het Hollands Diep over te steken”. [M 36] Op 22 februari sommeerde Daendels namens Dumouriez vanuit Oudenbosch aan de commandant in Willemstad om zich met zijn garnizoen over te geven. Anders zou iedereen, tot de laatste man ‘gemassacreerd’ worden, dreigde hij. Na de val van de vestingstad Bergen op Zoom (op 25 februari) vond de overgave inderdaad plaats.
   De Fransen zagen van de tocht over het Hollands Diep af omdat meer dan honderd schepen de weg naar het noorden versperden. Ondanks dat kreeg Daendels bevel van Dumouriez om met acht honderd man een aanval op het eiland Dordrecht uit te voeren. De Bataafs-Franse aanvallers werden echter met verlies teruggedreven door de troepen van Willem V, die door diens bondgenoten, de Engelsen, kort te voren met tweeduizend man versterkt waren. Van nieuwe noordelijk militaire activiteiten kwam in 1793 niets meer. De Fransen kwamen dat jaar internationaal in moeilijk vaarwater.
 
 
Overleg met Amsterdam
 
 
Bij de opzet van het Bataafse legioen was vastgelegd dat alle kosten om Nederland te ‘bevrijden’ later verrekend zouden worden. Het was dus zaak, besefte Daendels, om zo veel mogelijk zelf te doen. Achterover blijven wachten op de komst van de Fransen was volgens hem niet gewenst. Daendels zal zich er ongetwijfeld in verdiept hebben hoe hard de Fransen omgingen met andere regio’s die ze, dichter bij huis, onder hun controle wisten te brengen.
   De Nederlandse militair in Franse dienst wist contact op te nemen met een revolutionair comité dat vanuit Amsterdam opereerde. Mendels: “Zijn bedoeling was duidelijk. De omwenteling moest van Holland zelf uitgaan. In geen geval mochten de Fransen als overwinnaars binnenkomen”. [M 37]
   Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Na de verdrijving van de patriotten in 1787 hadden Willem V, zijn aanhangers en bondgenoten (Engelsen, Pruisen) het in Nederland nadrukkelijk voor het zeggen.
   In zijn recente biografie van Cornelis Kraijenhoff, die samen met Daendels in Harderwijk de patriotse ideeën had opgesnoven, maakte auteur Wilfried Uitterhoeve duidelijk dat de aanhangers van de nieuwe politieke ideeën in Amsterdam weinig in te brengen hadden. Hun sociëteit Doctrina et Amicitia in de Kalverstraat werd nauwelijks getolereeerd door de autoriteiten. In het openbaar praten over politiek was al helemaal uit den boze.
   Namens het revolutionair comité liet Willem van Irhoven van Dam dan ook op 31 januari 1794 weten dat een revolutie van binnenuit geen schijn van kans had. Zonder hulp van de Fransen zou die nimmer iets goeds opleveren. “Holland moet overmeesterd worden. De Republiek [Nederland] moet gewapenderhand veroverd worden. En dat is nog niet genoeg. Wanneer wij na een invasie aan ons zelf overgelaten worden om een vrije regering te vormen, zal er nooit iets goeds verricht worden. De Franse wapens moeten tegelijk met de overwinning ook de opzet van de revolutie meebrengen en invoeren”. [M 37]
   Daar kon Herman Willem Daendels het voorlopig mee doen.
 
2 4 boek Kraijenhoff
 
 
Daendels speelt een rol bij het oprukken van de Fransen
 
 
Tijdens de militaire operaties van de Fransen in het westen en midden van de Oostenrijkse Nederlanden (België) wist Daendels zich positief te onderscheiden. Bovendien communiceerde hij zorgvuldig met de Franse autoriteiten. Florent Guyot, vertegenwoordiger van Parijs bij de troepen, evenals generaal Souham, lieten zich derhalve in lovende zin over hem uit. De voormalige jurist Daendels had tactisch inzicht en lef in de strijd. Hij zorgde goed voor de soldaten die aan hem waren toevertrouwd. Aan wapens en voedsel was bijvoorbeeld geen tekort. Zo kon hij tevens de discipline er goed in houden. Van wanorde en plunderingen was bij hem geen sprake. De ene overwinning volgde op de andere in de maanden februari-maart 1794.
   De regering in Parijs, het Comité de Salut Public, was zo tevreden over de militaire rol die Daendels in Franse gelederen speelde, dat hij in april 1794 als brigade-generaal aangesteld werd. Een tijd lang voerde hij het bevel in Oostende.
   Op 26 juni 1794 leden de Oostenrijkers een essentiële nederlaag bij Fleurus (ten noordoosten van Charleroi). België werd door de Fransen geannexeerd. Zoiets kon Nederland, dat na Fleurus open lag, ook overkomen. Mendels: “Kwamen de Fransen als overwinnaars in een veroverd gebied, dan stond Holland een gelijk lot te wachten als nu België trof. Het behoud der onafhankelijkheid zou dan ten minste twijfelachtig zijn”. [M 45]
   In Frankrijk kwam er in juli een einde aan het leven van Robespierre. Op de 28ste maakte de guillotine een einde aan zijn leiderschap van het Comité de Salut Public. In Frankrijk kon het bestuur, en daarmee ook de politiek, snel veranderen. Ook als generaal moest je op je hoede zijn. Menige legerleider werd ingerekend als hij niet deed wat van hem verlangd werd. Zo kwam generaal Alexandre de Beauharnais eveneens in juli 1794 onder de guillotine terecht.
 
2 5 executiie van Robespierre
Robespierre, kort na zijn overlijden op 28 juli 1794
 
 
Revolutionair Comité in Amsterdam
 
 
Op 7 augustus 1794 legde Daendels' secretaris Gerrit Paape in Oostende vast: “Daendels is vol ijver en vuur om de grote zaak voort te zetten”. De brigade-generaal had echter twee petten op. “Hij zal het plan moeten volgen, waardoor hij én de belangen van de Franse republiek én de belangen van zijn vaderland op de beste en voordeligste manier bevorderen zal”. [M 46]
   Het Nederlandse revolutionair comité was op 31 juli 1794 bij elkaar gekomen in de Haarlemmerhout. Besloten werd een deputatie te zenden naar de Franse volksvertegenwoordigers. Op 15 augustus ontving Daendels Gogel en Irhoven van Dam in Frans Antwerpen. Nog dat zelfde jaar zou Nederland van het stadhouderlijk bestuur ‘bevrijd’ kunnen worden als er maar snel militair ingegrepen werd. En dan te bedenken dat Nederland van strategisch belang zou zijn voor de strijd tegen de Engelsen.
   Daendels toonde zich bereid naar Parijs af te reizen voor overleg op hoog-politiek niveau. Op 1 september 1794 kwam hij terug in België. Het was feest bij de aanhangers van een mogelijke revolutie. De orders voor het voortrukken waren inmiddels gegeven.
   Pichegru had opdracht gekregen opnieuw Breda aan te vallen en dan verder over de Maas op te rukken. “La nation française offre loyauté et protection au parti patriote”, las Daendels in een verklaring van Lacombe, vertegenwoordiger van Parijs bij de troepen. Het doel was de bevrijding van Amsterdam. [M 47] De Fransen hadden al duidelijk gemaakt dat er dan een verklaring moest worden opgesteld waarin de vriendschap met Frankrijk benadrukt werd.
 
Bij het oprukken naar het noorden waren twee Franse legers betrokken. In het oosten werd Maastricht op 4 november 1794 ingenomen door de troepen van Jean-Baptist Kléber. De stad aan de Maas, die in 1629 door Frederik Hendrik voor Holland was ingenomen en als een soort kolonie bestuurd was, werd samen met de (gedeeltelijk in de Oostenrijkse Nederlanden liggende) omgeving door Frankrijk ingelijfd en uitgeroepen tot hoofdstad van het Franse departement Meuse Inférieure.
 
 
Verovering van Den Bosch
 
 
2 6 Pichegru
Pichegru
 
 
Daendels was opnieuw actief in het westen. Na tal van schermutselingen in België in 1794 trokken de troepen, waarover hij de leiding had, door naar Den Bosch, de stad die evenals Maastricht sinds 1629 tot de zogenaamde generaliteitslanden behoorde, en wisten die in een verrassend korte tijd tot overgave te dwingen. Heel wat Bossenaren waren blij dat ze eindelijk van de Hollanders verlost waren.
   Legerleider Jean-Charles Pichegru was verbaasd over de gang van zaken. Mendels: “Op 27 sepember 1794 verscheen Daendels met een kleine schaar Franse troepen voor fort Crèvecour en begon het met lichte veldkanonnen te beschieten. Spoedig liet de verdediger, overste Tiboel, de witte vlag hijsen en capituleerde. Het zwaar geschut dat Daendels er vond werd nu tegen Den Bosch gericht. Op 10 oktober gaf de prins van Hessen-Philipsthal de stad over”. [M 49]
   Met de verovering van deze belangrijke stad had Daendels het helemaal gemaakt, dacht hij. Zijn bondgenoten in Amsterdam liet hij weten dat de definitieve doorbraak nog maar een kwestie van tijd was.
   Als overwinnaar overschatte hij zijn positie. Na de terechtstelling van Robespierre was er bovendien verwarring in het Parijse machtscentrum. Dat had consequenties voor het optreden van de Franse troepen in Nederland. Er werd pas op op de plaats gemaakt.
   Een aanhanger van stadhouder Willem V, de jurist Caspar van Breugel, maakte van de gelegenheid gebruik om met de aanvallers in onderhandeling te treden. Van Breugel uitte zich positief over zijn politieke tegenstander. Hij noemde Daendels ‘hoffelijk, ernstig en bescheiden’. Van wraakzucht was, constateerde de jurist, bij de Nederlander in Franse dienst geen sprake. “Zijn doel was alleen de rust en het geluk van het Nederlandse volk te verzekeren. Grootheid begeerde hij niet. Wanneer de revolutie eenmaal voltooid was zou hij niets liever willen dan in zijn geboorteplaats Hattem stil te gaan leven en daar in vrede zijn aardappelen te poten”. [M 50]
 
 
De proclamatie van Daendels
 
 
De onderhandelingen leverden niets op. De Hattemer voelde zich opnieuw opgejaagd. Daendels liet zijn Nederlandse belangen nu duidelijk prevaleren boven die van Franse militair. Wellicht was hij behalve overmoedig ook gefrustreerd door weer een stilstand in de strijd. Op zijn 32ste verjaardag, 21 oktober 1794, stelde hij een proclamatie op en stuurde die in gedrukte vorm in een oplage van honderden exemplaren naar het gebied waaruit de autoriteiten hem zes jaar eerder voor eeuwig verbannen hadden. Al zijn gedachten en gevoelens zaten erin.
   “Daendels, generaal majoor (van de brigade) bij het Franse leger, aan zijn Gelderse en Overijsselse landgenoten! Ontwaakt waarde landgenoten. De tijd is gekomen dat wij ons zelf moeten verlossen van de slavernij waaronder het land zo lang gezucht heeft.
   Aarzel niet de wapens op te pakken. Ontdoe u van uw drosten, hoofdschouten, rechters, ambts-jonkers, schouten, collecteurs, pachters en andere beulen en bloedzuigers. Gelderse en Overijsselse jongens zoals ik, die onder Franse leiding het kunstje van de oorlog geleerd hebben, staan klaar. U zult binnenkort zien hoe die mooi-gepoederde officiertjes en soldaten [aanhangers van de prins van Oranje] op de loop gaan voor boerenjongens en in hun boerenkielen”.
   De Franse Nederlanders hadden heel wat te bieden legde Daendels vast. Vanuit Nederland waren hun miljoenen guldens overgermaakt. “Straks kunnen wij iedere man 35 Hollandse stuivers per week geven”. Aan goede wapens geen gebrek in het Franse leger. “Wij hebben er reeds vele duizenden en het nodige kruit en lood”.
 
 
2 7 de vijand
 De vijand: stadhouder Willem V, zijn familie en aanhangers (boek Koch)
 
 
In de magazijnen van de aanhangers van Willem V zou nog wel meer te vinden zijn. Daendels gaf nauwkeurige aanwijzingen. “Begin maar met jachtgeweren, met pieken, hooivorken of ander lang en scherp gereedschap. Formeer compagnieën van 124 man en kiest voor aanvoerders [kapiteins]. Dat hoeven niet de rijkste mannen te zijn (die het mooist gekleed zijn en/of het beste praten kunnen) maar diegenen die het meest geschikt zijn voor de strijd”.
   Daendels keek alvast vooruit. Het vechten zou maar even duren. “Wees niet bang dat u jaren soldaat moet blijven. Niemand hoeft langer de wapens te dragen dan de zaak het vereist, dat wil zeggen totdat Oranje met zijn ‘vergulde’ knechten het land uit zijn”. Bovendien beloofde de Geldersman in Franse dienst dat hij voor deskundige bevelhebbers zou zorgen, ‘die de oorlog kennen’.
   Daendels beloofde ook voedsel aan de opstandelingen: “Anderhalf pond brood en een half pond vlees per dag, zoals ook de Franse vrijwilligers [in het leger] hebben”.
  
Als iedereen een beetje meewerkte zag de toekomst er prachtig uit. “Hoe gelukkig zullen wij zijn als ons land gezuiverd is van al dat adellijk en aristocratisch ongedierte. Als er geen drostendiensten [herendiensten] meer zullen zijn. Als ieder vrij zal mogen jagen en vissen. Als de belastingen niet meer voornamelijk door de armen opgebracht moeten worden. Als ons land geregeerd zal worden door brave burgers en boeren, die door algemene stemmen gekozen zullen worden”.
   De bewoners van diverse steden sprak hij persoonlijk aan, maar in het algemeen riep Daendels op: “Toon aan dat er nog Gelders bloed door uw aderen stroomt. Wacht vooral niet tot de Fransen u vrij komen maken. Want iedere rechtschapen Nederlander zal met mij wensen dat wij zelf, met de wapens in de vuist, onze rechten terug krijgen. Dan kunnen wij onze bondgenoten, de Fransen, tonen dat wij niet zo verachtelijk zijn als Willem V ons heeft afgeschilderd”.
 
De inwoners van Gelderland en Overijssel die, verklaarde Daendels vanuit Den Bosch, zo’n voortreffelijke rol hadden gespeeld in patriottentijd (1786-1787) moesten zich haasten. “Want het gewenste ogenblik is daar en moet niet verloren worden.
   Daendels, de banneling, kwam er zelf aan, schreef hij op zijn 32ste verjaardag, met een groot aantal vrijwillgers uit de onlangs veroverde stad Den Bosch. “Ik zal mij in korte tijd bij u voegen, met enige duizenden Bossenaren, die wij op dit moment aan het werven zijn. Van de vertegenwoordigers van het Franse volk heb ik al verlof gekregen om mij voor een paar maanden los te maken van het Franse leger”.
   In Franse stijl eindigde Herman Willem Daendels zijn proclamatie: “Groeten en broederschap! Lang leve de vrijheid en onze onvervreemdbare rechten”. [M 53-55]
   Het was 21 oktober 1794 – maar ook 30 Vendemiaire in het derde jaar van de Franse republiek...
 
In het tweede deel van dit artikel zal ik behandelen hoe de Nederlandse revolutie zich in de maanden daarna, november 1794 – januari 1795, metterdaad voltrok.
 
Harry Knipschild
2 juli 2016
 
De citaten zijn afkomstig uit het standaardwerk van Isidore Mendels. Ik heb ze, zo nodig, bewerkt en hertaald.
 
Literatuur
 
Isidore Mendels, Herman Willem Daendels vóór zijne benoeming tot gouverneur-generaal van Oost-Indië (1762-1807), Den Haag 1890
Simon Schama, Burgers. Een kroniek van de Franse Revolutie, 1989, Amsterdam
F. Peereboom, H.A. Stalknecht (redactie), Herman Willem Daendels (1782-1818). ‘Een gulhartig Geldersman, even zo vif als buspoeder’, Kampen 1989
Francien van Anrooy, ‘Herman Willem Daendels (1762-1818)’, in Francien van Anrooy (e.a., redactie), Herman Willem Daendels 1762-1818. Geldersman – patriot – jacobijn – generaal – hereboer – maarschalk – gouverneur. Van Hattem naar St. George del Mina, Utrecht 1991
Harry Knipschild, Een Bataaf in Batavia, 1808 – 1811. Herman Willem Daendels en zijn Franse connectie, Leiden 2000
Wilfried Uitterhoeve, Cornelis Kraijenhoff 1758-1840. Een loopbaan onder vijf regeervormen, Nijmegen 2009
Annie Jourdan, ‘Buitenbeentje tussen de zusterrepublieken. De Bataafse Republiek in internationaal perspectief’, in Frans Grijzenhout, Niek van Sas, Wyger Velema (redactie), Het bataafse experiment. Politiek en cultuur rond 1800, Nijmegen 2013
Jeroen Koch, Koning Willem I, Amsterdam 2013