In 1492 reisde Columbus vanuit Spanje naar het Westen. Hij belandde in een gebied dat weldra Amerika werd genoemd. De Europeanen wisten een einde te maken aan het rijk van de Azteken. Mexico werd Spaans gebied. Helemaal in het noordwesten bevond zich een streek die na verloop van tijd bekend werd als Californië. De Amerikaanse historicus Walter A. McDougall publiceerde in 1993 een boek over de geschiedenis van het noorden van de Stille Oceaan (Let the sea make a noise). Daarin schreef hij een aantal interessante hoofdstukken over Californië, waarin de missie aan de orde kwam. Het optreden van de Franciscanen in de achttiende eeuw was volgens McDougall van eminent belang geweest.
 
In het begin van de achttiende eeuw veroverden de Russen grote gebieden in Siberië. In 1741 staken ze de Bering-straat over en bereikten aldus het Amerikaanse continent. Vanuit Alaska trokken ze steeds verder naar het zuiden.
  De Spaanse koning Carlos III (1716-1788) kwam tot de conclusie dat de onderdanen van de tsaar zijn bezittingen aan de overkant van de Atlantische Oceaan bedreigden. Hij gaf opdracht in noordelijke richting langs de kust van ‘Californië’ op te rukken en overal forten te bouwen. Missionarissen, Franciscanen, zouden de troepen een handje helpen. Junipero Serra werd benoemd tot hoofd van de missie.
 


Carlos III, Madrid

 

Van Majorca naar Mexico

 
Miguel Serra, geboren in 1713, was al op gevorderde leeftijd toen hij in 1767 naar het onontgonnen gebied gestuurd werd. Hij was opgegroeid op Majorca. Op het Spaanse eiland in de Middellandse Zee woonden slechts 140.000 mensen. Er waren echter 317 kerken, vijfhonderd priesters en vijftien kloosters.
  Als tamelijk arm jongetje werd hij opgevoed door de Franciscanen. Soms mocht hij meezingen in het koor van de priesters. Dan keek hij uit over de spaarzaam verlichte kapelletjes in de zijbeuken van de kerk. Die waren toegewijd aan Santa Clara, Santa Barbara, Santa Rosa, San Gabriel, San Rafael, San Diego de Alcalá, San Francisco en de andere heiligen die door de Franciscanen vereerd werden. Serra wilde niets liever dan zelf Franciscaan worden.
  In 1737 mocht hij toetreden tot de orde. Bij deze gelegenheid werd hij pater Junipero.
 
Serra maakte in Spanje carrière als hoogleraar aan een universiteit. Maar toen een afgezant uit Mexico de ronde deed om missionarissen te werven liet hij alles en iedereen in de steek. Tijdens de overtocht kwam hij in een zware storm terecht. Junipero en de andere paters baden met succes tot Santa Barbara. Ze wisten de Spaans-Amerikaanse kust levend te bereiken.
  De meeste missionarissen probeerden zo gerieflijk mogelijk door het binnenland te reizen. Dat gold echter niet voor Miguel. De Majorcaan was een late flagellant. Zelfkastijding gaf hem voldoening. Zijn ijver maakte hem beroemd. Hij probeerde zo weinig mogelijk te eten en te slapen. Als Serra rondtrok was het altijd te voet. Gewoon lopen, geen rijdier. Tijdens een van zijn tochten werd hij zodanig in zijn voet gebeten dat hij er zijn hele leven last van bleef houden. Dat deerde hem echter niet. Hij bleef gewoon doorlopen. Bovendien sloeg hij met stenen tegen zijn borst en hield hij hete kolen tegen zijn lichaam, dat alles om zijn zieleheil te bevorderen.
 
Pater Junipero zette zich, fanatiek als hij was, in voor de bekering van de indianen tot het ware geloof. Een man als hij kon je zonder al te veel problemen de wildernis insturen. En zo ging het ook. Acht jaar lang was hij actief in het verre Sierra Madre. Alsof dat nog niet wild genoeg was liet hij zich vervolgens naar de Mexicaanse provincie Texas sturen.
  Serra was een missionaris waar je op kon rekenen. Hij leerde de taal van de indianen waar hij mee in aanraking kwam en begon dan met succes te preken. Bovendien vertaalde hij de catechismus in hun taal. Op die manier wist hij menige ‘inlander’ tot het doopsel te brengen.
 


Junipero Serra, kerkraam in San Francisco (foto Margaretha Suman, 2006)

 

Op expeditie naar het noorden

 
Was er één man meer geschikt om leiding te geven aan de missie-activiteiten in het door indianen beheerste, wilde en onbekende Alta California, zoals de Mexicanen het gebied langs de Stille Oceaan noemden?
  Blijkbaar niet, want Junipero Serra werd aangewezen als eerste ‘padre presidente’. Op 12 maart 1768 vertrok de missionaris vanuit San Blas per schip naar het noorden. De pater reisde niet alleen. Hij vergezelde gouverneur Gaspar de Portola, die een militaire expeditie in de streek leidde. Op 1 juli 1769 bereikten de troepen de plek die ze San Diego noemden, naar de Spaanse heilige Sint Didacus. Serra was onderweg ziek geworden. Hij had zo’n hoge koorts dat hij het stadje in zijn correspondentie ‘heel koud’ noemde.
  De militairen bouwden er een fort, pater Junipero stichtte de missiepost San Diego de Alcala. Het was een succesvolle onderneming. Niet veel later hadden meer dan 1400 nieuwe gelovigen hun vaste verblijfplaats bij de paters.
 
De troepen van Portola, 63 man, trokken intussen verder. Ze gingen langs de kust op zoek naar het legendarische Monterey. Na ruim twee maanden bereikten ze die plek maar vonden er geen geschikte haven. Over land trokken ze verder naar het noorden. Op 31 oktober deden ze een geweldige ontdekking. Ze kwamen bij een mistige baai aan de voet van een verhoging. San Francisco was geboren.
  Wat ze niet vonden was voedsel om van te leven. Daarom moesten ze naar San Diego terugkeren. Onderweg waren ze zelfs genoodzaakt hun muilezels op te eten.
  In San Diego zelf was de situatie in eerste instantie niet veel beter. Het wachten was op de ‘San Antonio’. Zou dat schip wel op tijd komen? Serra nam het initiatief. Negen dagen lang moest er hartstochtelijk gebeden worden. Op de negende dag van de noveen arriveerde de beloofde bevoorrading. Opnieuw, dat was toch wel duidelijk, waren de gebeden van Serra c.s. verhoord.
 


Houten missieklok in Ventura (foto Margaretha Suman, 2006)

 
De Mexicanen, soldaten en paters, gingen opnieuw op zoek naar Monterey. Nu met succes. Portola liet meteen een fort (presidio) bouwen ‘om de haven te verdedigen tegen de gruweldaden van de Russen’. Serra zette een nieuwe missiepost op, die hij later naar Carmel verplaatste. En zo ging het door. Overal stichtte hij nieuwe missies. Hij gaf ze de namen die hem zo dierbaar waren: San Gabriel, San Buenaventura (Ventura), San Luis Obispo, Santa Barbara, Santa Clara, San Juan Capistrano en San Antonio de Padua.
  Op den duur hadden de Franciscanen 21 bezittingen, meestal op een dagreis van elkaar verwijderd. Serra liep duizenden kilometers heen en weer om alles in goede banen te leiden. Zijn route werd ‘camino real’ genoemd, de weg van de [Spaanse] koning. De meest noordelijke missieplaats was ten noorden van de baai van San Francisco, even ten zuiden van ‘Fort Ross’, het meest ver gevorderde Russische fort.
 


Fort Ross (1828)

 
 

Bekeringen

 
Vanzelfsprekend konden de Franciscaner vestigingen niet bestaan zonder de plaatselijke bevolking, de indianen. Chumash, Costanoan en andere stammen vestigden zich in de onmiddellijke omgeving van de Europese priesters. De indianen leerden nieuwe technieken op het terrein van landbouw en veeteelt. De producten die ze maakten werden soms naar Europa verscheept. De missionarissen legden boomgaarden aan en plantten de wijnstok. Maar ongewild verspreidden ze tevens allerlei ‘westerse’ ziektes waardoor heel wat indianen het leven verloren.
  Op 28 augustus 1784 overleed Junipero Serra in San Carlos Borromeo, de missie die hij eigenhandig in Carmel gesticht had. Tegen het einde van de achttiende eeuw hadden zich tweeduizend kolonisten in Californië gevestigd. In totaal 5.800 nog levende indianen waren tot het katholieke geloof overgegaan.
 


Oude kaart van de Camino Real langs de kust van Californië

 
 

***

 
Overal in de wereld schreven de missionarissen lange verslagen. Daarin beschreven ze hoe ze zich gevestigd hadden en hoe hun verblijfplaats eruit zag. Ik heb duizenden brieven uit de missie bestudeerd. Zeker sinds de dekolonisatie is er van de huisvesting van de paters niet veel meer te zien.
  In Californië is dat anders. Dat kon ik zelf constateren toen ik er in 2006 rondtrok over de ‘camino real’ van Junipero Serra. Vooral La Purisima bevond zich in een uitstekende conditie. In de jaren 1930, tijdens de grote depressie, werden evenals elders in de wereld mensen zonder een baan aan het werk gezet in sociale projecten. Grote groepen jonge mensen uit Los Angeles werden à 30 dollar per maand ingezet om de oude missie in volle glorie te herstellen. Soms waren er wel duizend man aan de slag.
  Na zeven jaar van keihard werken werd La Purisima op 7 december 1941 opnieuw geopend. De oude gebouwen stonden weer overeind, en ze waren er nog steeds toen ik er rondtrok. Voor mij was het een geweldige ervaring om met eigen ogen te zien wat ik in zoveel brieven gelezen had.
 


De kapel in La Purisima (foto Margaretha Suman, 2006)

 
Harry Knipschild
15 maart 2010

23 september 2015. Junipero Serra heilig verklaard door paus Franciscus.
  
Dit artikel werd in het voorjaar van 2010 gepubliceerd op de website die nu www.katholiek.nl heet.
6 september 2013

Clips

* Ink Spots, When the swallows come back to [missiepost] San Capistrano, 1940
* Donnie Brooks, Mission Bell, uit 1960
* Russische reportage over Fort Ross
* La Purisima, een historische rondleiding
* Junipero Serra en de missie van Californië
* Paus Franciscus, heiligverklaring Junipero Serra, 23 september 2015