Zoeken

 

Bij de meest recente presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten hebben de media veel aandacht besteed aan de rol die Martin Luther King (1929-1968) heeft gespeeld bij het opheffen van de rassensegregatie. Over de rol van zwarte artiesten hoor of lees je zelden iets. Veel eerder dan de vermaarde dominee waren de zwarte artiesten echter al actief in het opkomen voor de belangen van hun landgenoten met een donkere huidskleur. En daarmee van zichzelf.
 
Een mooi voorbeeld is te vinden in het boek Blue Monday, een recente biografie die Rick Coleman van Fats Domino schreef. In New Orleans, de geboortestad van Domino, vond in september 1947 een muzikale revolutie plaats, aldus Coleman.
   De ontwikkelingen werden in gang gezet door Vernon Winslow, die vanuit Chicago naar New Orleans overgekomen was. Het viel hem op dat er in het gebied geen enkel radiostation was dat zich richtte op de zwarte bevolking. Winslow, een niet-blanke kunsthistoricus, schreef brieven aan alle stations. Hij wees ze erop dat ze zo interessante advertentie-mogelijkheden lieten liggen.
 
Radiostation WJMR bevond zich in grote moeilijkheden. Winslow stapte er op af. Tegen alle rassenwetten van dat moment in liep hij het blanke hotel Jung binnen van waaruit WJMR opereerde. Door de voordeur. Dat moet in die tijd een moedige daad geweest zijn. Hij nam de lift en meldde zich bij directeur Stanley Ray. Het eerste wat deze aan hem vroeg was: “Ben je een nigger?” Winslow, met een tamelijk lichte huidskleur, bevestigde dat hij een neger was.
 
 
Poppa Stoppa
 
 
 
 004a Winslow en Thiele
Winslow & Thiele
 
 
WJMR had, waarschijnlijk noodgedwongen, belangstelling voor de ideeën van de zwarte voorman Winslow. Maar, zo kreeg deze te horen, het was ondenkbaar dat een kleurling zelf plaats mocht nemen achter de microfoon. Winslow was een pragmaticus. Hij creëerde de figuur ‘Poppa Stoppa’. Een blanke man, Henry Thiele, die de muziek aankondigde als een neger. Winslow schreef de teksten in het zwarte slang van die dagen. ‘Poppa Stoppa’ zelf was al zo’n uitdrukking. Zo werd een condoom genoemd. De blanke ‘Poppa Stoppa’ praatte op een manier die alleen voor de zwarte bevolking van New Orleans begrijpelijke taal was. Winslow deed zijn werk zo goed dat iedereen ervan overtuigd was dat ‘Poppa Stoppa’ een zwarte huid had.
 
Het nieuwe WJMR werd een succes. Voor het eerst hoorde de zwarte bevolking van New Orleans op de radio de muziek die ze eerder alleen kon beluisteren door een muntje in een jukebox te gooien. Allerlei lokale artiesten kregen kansen die ze nooit eerder gehad hadden.
   Het was een gouden tijd voor Roy Brown, Paul Gayten, Annie Laurie, Papa Celestin, ‘Fats’ Pichon en ‘Smiley’ Lewis. Ze mochten opnamen maken in de plaatselijke opname-studio J&M van Cosimo Matassa. Ook die profiteerde van de ontwikkelingen. DeLuxe Records (uit New Jersey) bracht platen uit New Orleans op de markt. De jonge trompetist Dave Bartholomew verzorgde met zijn orkest allerlei optredens voor het station. Hij ging op zoek naar nieuw muzikaal talent en vond later pianist-zanger Antoine ‘Fats’ Domino.
 
WJMR gaf een stevige impuls aan het muziekleven in de stad. Artiesten als ‘Big’ Joe Turner (uit Kansas City) en Clarence ‘Gatemouth’ Brown (uit Texas) kwamen in 1948 optreden en lieten zich begeleiden door het orkest van Dave Bartholomew. Duizenden ‘negers’ bezochten de concerten in San Jacinto, een grote danszaal in Rampart Street.
 
 
Amerikaanse presidentsverkiezingen
 
 
Vice-president Harry Truman had in 1945 de leiding in de Verenigde Staten overgenomen nadat Franklin D. Roosevelt overleden was. Populair was Truman niet. Het leek erop dat hij geen enkele kans had in 1948 gekozen te worden. Wat moest hij doen? De zittende president koos ervoor de zwarte bevolking voor zich te winnen. Op 26 juli 1948 maakte hij een politiek gebaar. Truman schafte formeel de segregatie in het leger af. Dat gaf nogal wat consternatie bij zijn partij, de Democraten. Blanke vertegenwoordigers van de zuidelijke staten stapten uit de partij. Ze richtten de Dixiecrats op. Strom Thurmond werd de onafhankelijk kandidaat bij de verkiezingen in het najaar. De kansen van Truman werden er niet groter op.
 
Die zelfde dag kwam ook Winslow in de problemen. Tijdens een radio-uitzending verliet Poppa Stoppa even de studio. De door hem aangekondigde plaat liep af. Poppa Stoppa was nog niet terug. Winslow nam daarom voor het eerst zelf even plaats achter de microfoon. Eigenaar Stanley Ray hoorde het en ontsloeg Winslow op staande voet. “Geen neger zou op zijn station ooit een aankondiging mogen maken”, aldus Coleman in zijn boek. De wetenschapper met de donkere huidskleur moest hotel Jung op een vernederende manier verlaten: via de goederenlift, door de keuken met zwart personeel en de dienstuitgang. En daar stond hij dan in de hitte van de staat Louisiana, midden in de zomer.
 
 
Roy Brown
 
 
In ‘Blue Monday’ is te lezen dat zwarte artiesten zich gingen inzetten voor het presidentschap van Harry Truman. Ze gaven benefiet-concerten ter ondersteuning van de NAACP (National Association for the Advancement of Colored People). Roy Brown, de componist van ‘There’s good rocking tonight’, was één van hen. Voor het eerst lieten zwarte kiezers zich in grote aantallen registreren. In Louisiana mocht dat niet baten: de Dixiecrats wisten de kiesmannen te winnen. Maar tegen alle verwachtingen in werd Harry Truman gekozen. Een bekende foto van die dagen is er een van een lachende president met de Chicago Tribune in zijn hand. Op de voorpagina was (ten onrechte) te lezen dat niet hij maar de Republikein Thomas Dewey het presidentschap veroverd had.
   In 2009 trad soulzangeres Aretha Franklin op tijdens de inauguratie van Barack Obama. In 1949 was het de zwarte boogie-woogie pianist Albert Ammons bij Truman.
 
 
New Orleans na de overwinning van Truman
 
  
004c Truman
 
 
In New Orleans had het bezoeken van concerten in het Municipal Auditorium al jaren voor consternatie gezorgd. Toen de zwarte opera-zangeres Marian Anderson er in 1940 optrad, kregen de ‘negers’ met veel moeite toestemming om vanaf het balkon toe te kijken. Van gewoon in de zaal zitten was geen sprake. Een ‘I am an American’-dag tijdens de Tweede Wereldoorlog was zelfs helemaal verboden terrein voor niet-blanken.
 
Kort na de overwinning van Truman trad Louis Jordan op in het Auditorium. De ‘blanke’ zaal was maar gedeeltelijk gevuld. Het ‘zwarte’ balkon zat barstensvol met enthousiaste aanhangers. Jordan, zanger, liedjesschrijver, saxofonist en orkestleider, bevond zich op het hoogtepunt van zijn carrière. Hij was beroemd dankzij nummers als ‘Choo Choo Ch’Boogie’, ‘Let the good times roll’ en ‘Ain’t nobody here but us chicken’.
   Aan het einde van zijn optreden in New Orleans deed Louis Jordan een markante uitspraak. Hij wees naar het balkon en zei: “De volgende keer dat ik hier speel wil ik jullie allemaal beneden zien. Anders speel ik hier niet meer”. Jordan had gearresteerd kunnen worden, maar dat gebeurde niet. Zijn opmerkingen werden met luid gejuich begroet.
 
Na het optreden zat de kleedkamer van Louis Jordan vol met bewonderaars, die hem kwamen bedanken voor zijn dappere woorden. De zanger antwoordde: “Jullie mogen me wel bedanken, maar als je echt iets wilt doen moet je een beetje politiek mengen met entertainment”. Winslow pakte de uitspraak van Louis Jordan op en schreef er in propagandistische taal over in de krant.
 
 
Saturday Night Fish Fry
 
 
 004d Jordan
Louis Jordan
 
 
De zaak kreeg een vervolg. In december 1948 verklaarde Louis Jordan dat hij ‘geen Jim Crow optredens’ meer zou doen. Zanger Nat ‘King’ Cole en trompetist Dizzy Gillespie sloten zich bij de boycott aan. Inwoners van New Orleans, blank en zwart, werden wegens ‘samenscholing’ gearresteerd. Een week later deed de politie een inval in een nachtclub. Het resultaat was de volgende dag in de Louisiana Weekly te lezen: “Achtenzestig personen werden in goederenwagons geladen en afgevoerd”.
   Louis Jordan haakte op de gebeurtenis in door er een liedje over te schrijven, ‘Saturday Night Fish Fry’. Het nummer bereikte in oktober 1949 de bovenste plaats van de Billboard rhythm & blues hitlijsten.
 
De Lesseps Morrison, burgemeester van New Orleans, vond dat hij in actie moest komen om de rust te herstellen. Aan Louis Armstrong bood hij de sleutels van de stad aan. Het was de eerste keer dat de burgervader een zwarte Amerikaan eer bewees. ‘Satchmo’ speelde tijdens de Mardi Gras van 1949 een belangrijke rol. Hij trad op als koning van de Zoeloes. Dat was nationaal nieuws. Armstrong haalde zelfs de omslag van Time magazine. Zwarte inwoners van de stad vierden feest op straat. Waren het niet de zwarte Zoeloes geweest die de blanke Britten in Zuid-Afrika verslagen hadden? Louis Armstrong gaf een groot concert in New Orleans. Dave Bartholomew en hij, twee trompetisten, stonden bij die gelegenheid samen op het podium te swingen.
 
 
Martin Luther King
 
 
De acties van de zwarte artiesten hielden een vorm van ‘non-violent’ protest in. Dat was ook de politiek van Martin Luther King. Aan het einde van de jaren vijftig kwam deze in het nieuws. In 1963 organiseerde de dominee de mars op Washington en hield er zijn toespraak ‘I have a dream’. Dat was ruim vijftien jaar na de gebeurtenissen in New Orleans. In 1968 werd King vermoord.
 
Harry Knipschild
10 november 2009
 
Clips
 
 
Literatuur
Eddy Determeyer, Backbeat. De gouden jaren van de rhythm & blues, Den Haag 1991
David McCullough, Truman, New York 1992
Rick Coleman, Blue Monday. Fats Domino and the lost dawn of rock 'n' roll, Cambridge, Ma., 2007