Zoeken


In de jaren zestig kwamen er steeds meer Nederlandse popgroepen. Grote platenmaatschappijen als Phonogram en Bovema hadden een eigen opname-studio. Maar het technisch personeel was vaak van een eerdere generatie. Dat gaf problemen. Ger Hali, de man achter de knoppen bij Bovema in Heemstede, was bijvoorbeeld niet populair bij de Motions. Omdat ze platen maakten voor Negram-Delta, eigendom van Bovema-baas Ger Oord, moesten ze wel in Heemstede opnamen.
  
Rudy Bennett, zanger van de Motions, legde in 2006 aan Peter Sijnke uit: “Met producer Cees de Man namen we [in 1965] ‘It’s gone’ op in de Bovema-studio. Maar technicus Ger Hali had het idee dat we hem kwamen pesten. Hij vond de muziek helemaal niets. In zijn oren was het herrie. Hij zat met een lang gezicht op te nemen. Hij moest wel, het was zijn werk”.
  
Motions-bassist Henk Smitskamp had onafhankelijk van hem een identiek verhaal. “We gingen naar de Bovema-studio’s in Heemstede, want platenmaatschappij Negram had geen eigen opnamefaciliteiten. Technicus Ger Hali vond onze muziek maar herrie. Hij dacht echt dat wij daar kwamen om hem te pesten”. Smitskamp vond dat mensen als Ger Hali ‘er niets van begrepen’. Daarom week de groep in 1966 tijdelijk uit naar Engeland voor een opname in de studio van de Engelse platenmaatschappij Pye Records.
  
Ook bij Phonogram waren de weerstanden tegen beatmuziek groot. Hans van Hemert vertelde me in 2010 dat hij gek was van de muziek van groepen als de Kinks, Beatles en de Who. Dat soort muziek wilde hij ook zelf produceren. Maar Reinier Klaassen, adjunct-directeur van het muziekbedrijf, stuurde een memo rond met een duidelijke boodschap: “Er worden vanaf nu geen beatplaten meer opgenomen”. Om popmuziek met een technicus van zijn eigen generatie op te nemen (Jan Audier) moest hij zelfs illegaal ’s nachts de studio van zijn eigen bedrijf inbreken. Bureaucratie vierde nogal hoogtij in de studio van Phonogram.

In diezelfde tijd begonnen popjongens ineens te praten over een onafhankelijke studio in Den Haag. Die heette GTB en was gevestigd in een statig huis op nummer 67 in de Jan van Nassaustraat. Daar moest je heen, hoorde ik in de sixties. Erik Bakker zat er achter de knoppen. Daar vond je als popmuzikant tenminste gehoor voor je muzikale ideeën.

 

 

135 - 1 GTB Ge houten speakers

Gé Bakker met zelf-gebouwde houten luidsprekers

 

Gé Bakker

 

GTB was geen nieuwe studio. De geluidsonderneming bestond al tientallen jaren. GTB was een afkorting van Geluids Technisch Bureau. Maar ook van Gerard (Gé) Theo Bakker. Die werd op 5 juni 1910 geboren in de stad Makassar op het eiland Celebes (nu Sulawesi, Indonesië). Zijn vader, Gerhardus, officier in het Indische leger, was getrouwd met een Indisch meisje, zoals dat wel vaker gebeurde. Als militair had Bakker senior niet altijd dezelfde standplaats. Gé volgde onderwijs op de Willem III-HBS in de Indische hoofdstad Batavia (nu Jakarta). Dat hoorde ik van zijn zoon Evert-Jan (geb. 13 december 1946), die samen met voormalig GTB-medewerker Theo Gründeken op 28 januari 2013 bij me op bezoek kwam. Hij had een map met oude artikelen en foto’s bij zich, waaruit ik veel gegevens heb kunnen putten. Jammer was dat de artikelen vaak niet compleet waren en ook niet altijd van verdere gegevens (naam krant, datum) voorzien waren.
  
Tropenjaren waren vroeger dubbele jaren voor je pensioen. Zodoende kwam het gezin in 1926 naar Nederland. Al in Indië zou Gé belangstelling gekregen hebben voor geluidstechniek. Het was het tijdperk van de radio en alles wat ermee samenhing. “In het tuinhuis onder de klapperbomen knutselde Gé gramofoons met steeds grotere toeters, zwengels en ruisende naalden. Maar vader Bakker had een hekel aan radio en gramofoon. Waarschijnlijk omdat hij [als officier] aan zijn eigen geluid meer dan genoeg had”, tekende een journalist later op.

Op jeugdige leeftijd besloot Bakker junior van die nieuwe techniek zijn beroep te maken. “Hij wilde niets worden wat zijn vader graag wilde. Dus geen baan met pensioen, geen titel op het naambordje, maar gewoon wat frummelen met radio’s en pick-ups”. Dat was zeer tegen het zere been van zijn vader. Zijn eerste baantje was bij een radiozaak, waar hij de smaak van het knutselen aan geluidsapparatuur te pakken kreeg. Zijn eerste pick-up was van eigen fabrikaat, evenals zijn eerste versterkers. Nieuwe waren immers veel te duur en zeldzaam. Maar al spoedig zag hij zijn baantje niet meer zitten.
  
Op 18-jarige leeftijd, 29 mei 1929, begon Gé een eigen geluidstechnisch bedrijfje dat hij GTB noemde. Als je afgaat op de gegevens waar ik kennis van heb kunnen nemen, hield hij zich de eerste jaren vooral bezig met het weergeven en versterken van geluid. Als iemand een toespraak hield en die moest gehoord worden, zette Bakker zijn zelf-gebouwde apparatuur in om dat mogelijk te maken. Al gauw kwam er een GTB-logo, dat altijd hetzelfde bleef. Dat embleem bevestigde Gé steevast aan een van zijn microfoons. Als er dan een foto van de toespraak gemaakt werd zag je altijd dat logo. Ook op de luidsprekers werd de naam GTB in grote letters afgebeeld. Gé Bakker had blijkbaar een goed gevoel voor wat nu marketing heet.
  
Muziek en amusement speelden eveneens een belangrijke rol in die beginjaren. De oprichter zei het later (1954) zo: “In 1929 was er duidelijk behoefte aan het werk, dat ik zo graag deed. Iedereen wilde toen al een soort versterkende geluidsapparatuur hebben, maar er was niets op de markt. Je moest alles met de hand maken. Transformatoren, draaitafels, opnameknoppen. Noem maar op! We begonnen met platen draaien op feestavondjes en zo. Daarna zijn we overgestapt op het versterken van orkestjes. De zang bijvoorbeeld maakten we harder met megafoons. De musici wilden zélf wel een eigen installatie kopen, maar alle fabrieken hielden alles vast voor professionele doeleinden. Alleen Philips kwam toentertijd met een versterker voor amateurs op de markt, maar dat kreng was zo allemachtig groot, dat het haast niet te vervoeren viel.
  
Toen we met eigen microfoons gingen werken, ging het steeds beter. Maar het bleef behelpen. De installatie werd vervoerd met een taxi, maar het werk verwerven moest allemaal met de fiets gebeuren”.
  
De GTB-toeter werd een bekend verschijnsel bij evenementen. En een noodzakelijk element, want zonder geluidsinstallatie ging het niet. Bakker was regelmatig present op locaties als de Rijswijkse wielerbaan, Houtrust en Duindigt.

 

135 - 2 Beck Pia

Pia Beck

 

De eigenaar van het eenmansbedrijf verzorgde niet alleen het geluid, hij begon het ook vast te leggen. In die tijd werd nog niet met bandrecorders gewerkt. In plaats daarvan waren er glazen schijven met een laag was erop. Door middel van een naald werd het geluid in de was vastgelegd. Als de opname niet bewaard hoefde te worden verwarmde je de was en kon je het materiaal opnieuw gebruiken. Later werd de was vervangen door schellak – die kon je maar een keer gebruiken. Voor proefopnamen gebruikte Gé daarom een proefplaat, met diverse stukjes van verschillende artiesten. Deze platen bewaarde Bakker. Later bleken die van historische waarde te zijn.
  
In 1936 verzorgde Bakker het geluid toen koningin Wilhelmina de verloving van haar dochter Juliana met de Duitser Bernhard zur Lippe-Biesterfeld bekend maakte. De toespraak werd vastgelegd en bevindt zich in het Haags gemeeente-archief.
  
In 1936 ook vestigde GTB zich op Thomsonplein 8. In de studio daar werden opnamen volgens ‘een elektrisch procédé’ vastgelegd. In het plakboek van Evert-Jan Bakker vond ik GTB-platen met op het etiket Thomsonplein 8 en artiesten als Scholte en van ’t Zelfde (‘Red sails in the sunset’) en het Miller Sextet met zang van Sanny Day (‘Liefde in rhythme’). In het boek ‘Ongewenschte muziek’ schreef Kees Wouters over de plaatopnamen die de Moochers, het combo van Frans Vink jr., de Swing-Papa’s en het Miller Quartet er maakten.

In een interview (1969) vertelde Gé dat heel wat artiesten zich aanmeldden om in de studio eigen opnamen te maken. “Neem een Maria Zamora, een Cees de Lange, een Pia Beck of een Toby Rix. Toch stuk voor stuk namen die een goede plaats veroverden in de amusementswereld. Zij kwamen meestal bij ons als puur amateurtje, die op eigen kosten een plaatje wilde maken. Dat kostte toen zes hele guldens en ze kregen de plaat direct mee naar huis. Eerst op de band opnemen was er niet bij, er waren niet eens bandrecorders. De liedjes werden rechtstreeks op een plaat gezet. Wat nu een lakplaat heet, bestond toentertijd uit glas met gelatine. Later werd het glas met lak en nog later het huidige aluminium met lak. Die platen bewaarden we altijd in een speciale kist. Onderin zat water, bovenin hing een hygrometer. De vochtigheid werd constant op 80 procent gehouden”.
  
 Als er nieuwe ontwikkelingen waren, lijkt het, was Gé Bakker steeds alert. Toen bijvoorbeeld de geluidsfilm zijn intrede deed schafte hij apparatuur aan om van de partij te kunnen zijn.

 

Tweede Wereldoorlog

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest ook GTB zien te overleven. Op 16 september 1936 was Gé Bakker getrouwd met Cornelia ‘Willie’ Stenstra, een ‘blank’ meisje dat in 1911 in Menado (Nederlands-Indië) geboren was. Op 21 maart 1939 werd hun zoon Erik geboren. Bakker had nu een gezin te onderhouden.

In 1944 vierde Gé Bakker het 15-jarig bestaan van zijn bedrijf. Dat moet kort voor D-Day geweest zijn. Ter gelegenheid van het jubileum werd Gé in een krant met ‘ing’ betiteld. Ten onrechte, hij was autodidact. In het artikel was te lezen: “Directeur Bakker heeft thans vijftien jaar lang zijn verantwoordelijk werk verricht en ziet terug op jaren, die rijk waren aan gebeurtenissen en daden. Tot de voornaamste daarvan behoren de opnamen, die hij geregeld in opdracht van de omroep vervaardigde en de talloze grammofoonplaten die hij voor de fa. Polydor vastlegde”. Polydor was een Duitse platenmaatschappij, een dochter van het Duitse Siemens-bedrijf. Evert-Jan meent zich te herinneren dat zijn vader in die tijd ook opnamen voor het Duitse Telefunken maakte.

 

135 - 3 Polydor 1942 01 27 Rott  Nieuwsbl

27 januari 1942, Rotterdamsch Nieuwsblad

 

“Lange reeksen van beroepskunstenaars en vrijwel alle amusementsmuziek-amateurs in Nederland zijn hem in de loop der jaren gepasseerd. De GTB-studio op het Thomsonplein heeft velen geherbergd en de bekende rood-gele geluidswagen heeft voor de meeste muziekzalen in ons land wel eens geparkeerd”.
  
De niet met name genoemde journalist wees in 1944 nog eens op het belang van Gé Bakker en zijn GTB. “Het is een merkwaardig bedrijf, deze versterking van het geluid, dit vastleggen van klanken op grammofoonplaten. Het vereist kennis op tweeërlei gebieden en een ervaring waarmede boekdelen zouden zijn te vullen. Er zullen altijd ongelovigen zijn, die menen dat al dat gescharrel met gummikabels en microfoons met de kunst als zodanig niets heeft uit te staan. Het is een dwaling. Want de man, die geroepen is het muzikale geluid te conserveren op platen of te versterken in zalen, kan de musische kunst maken of breken. Het hangt af van zijn technische beheersing en van zijn goede kunstsmaak of hij muziek op verantwoorde wijze tot de massa brengt”.

In een interview met Cor Gout vertelde Skip Voogd (geb. 1936, Den Haag): “Ik groeide op in de oorlog en mijn enige ervaring met het amusement van die jaren was dat mijn moeder mij verbood naar Duitse films te gaan, omdat je dan iets steunde dat typisch Duits was. Later begreep ik dat de behoefte aan vertier groot was geweest in de oorlog en dat je het bijwonen van een concert van een Nederlands orkest niet mocht vergelijken met een bezoekje aan een Duitse film. De Nederlandse bands voldeden aan de vraag naar amusement en de meeste waren alles behalve Duitsgezind.
  
Vergeet niet dat de mensen door moesten, er moest brood op de plank. En dan was er het gevaar opgepikt en vervolgens doorgestuurd te worden naar Duitsland om daar te moeten werken voor de oorlogsindustrie.
  
Dick Willebrandts heeft met zijn orkest voor de Duitse omroep in Berlijn en in Hilversum gespeeld. Dat is waar. Maar tijdens een concert in K&W, vlak voor de spoorwegstaking, speelde hij swingnummers van alle bekende Amerikaanse bigbands, van Benny Goodman, Artie Shaw en ga zo maar door. Gé Bakker van de GTB-studio heeft er nog opnamen van gemaakt. Nee, je kunt deze zaken niet zwart-wit zien. Er is een groot grijs middengebied”.
   In JazzFlits schreef Lex Lammen dat het Willebrandts-concert op 23 juli 1944 door Gé Bakker georganiseerd was.

Evert-Jan Bakker vertelde me hoe het mogelijk was dat mensen als Willebrandts die Amerikaanse muziek konden uitvoeren in de oorlog. Via de door de Duitsers gecontroleerde draadomroep hoorde je die muziek niet. En je eigen radio had je moeten inleveren. Dat had de vader van Evert-Jan niet gedaan. Zijn toestel had hij op het Thomsonplein onder de vloer. Dankzij de opname-apparatuur waar hij over beschikte legde hij de Amerikaanse amusementsmuziek, die hij opving, vast op wasplaten. En met behulp van die platen kon je nieuwe arrangementen maken.
  
Bakker zat bovendien in de organisatie van orkesten. Zo was hij vanaf 1942 secretaris van de Nederlandsche Vereeniging van Amateur-Dansmusici.

 

135 - 4 Dick Willebrandts, orkest

 

GTB geeft ’t beste – Kwaliteit wint

 

Na de bevrijding ging Gé Bakker op zoek naar een ruimere locatie voor zijn studio. Van zijn zoon hoorde ik dat hij het liefst een onderkomen dichtbij bioscoop Metropole wilde hebben. Maar de panden in die buurt waren te duur. “De Jan van Nassaustraat was spergebied in de oorlog. Je kwam er niet in. In 1945 waren de mooie huizen helemaal vervallen. De kelders stonden half onder water. Mijn vader kon het pand Jan van Nassaustraat 67 dan ook voordelig huren”.
  
Er viel waarschijnlijk heel wat op te knappen en te installeren,. Maar op 1 juli 1946 stuurde Gé Bakker een verhuisbericht aan zijn relaties: “Na 10 jaar exploitatie van onze studio aan het Thomsonplein 8 is het thans mogelijk geworden onze reeds lang gekoesterde wensch ten uitvoer te brengen. Uw waarborg: 17 jaar ervaring op het gebied van geluidstechniek. Onnoodig te vertellen dat onze nieuwe studio aangepast is aan de moderne eischen. Komt U zich persoonlijk overtuigen en U zult met ons zeggen: GTB geeft ’t beste”.
  
Op 15 juli 1946 werd de nieuwe GTB-studio feestelijk geopend. Zijn zoon Evert-Jan werd enkele maanden later in de Jan van Nassaustraat geboren. De woonruimte was boven de studio.

Ook na de oorlog bleef Gé Bakker actief met het versterken van geluid. Dat gebeurde soms op hoog niveau. Toen de geliefde Britse oorlogsleider Winston Churchill in 1946 naar Den Haag kwam was het GTB die voor een goede kwaliteit van het geluid zorgde. Een zelfde rol vervulde hij toen Vera Lynn, de ‘sweetheart of the forces’, in Nederland kwam optreden. Bakker werd tevens op paleis Soestdijk uitgenodigd. Samen met onder anderen prins Bernhard en admiraal Helfrich verzorgde hij eind 1949 een radio kerst-uitzending voor de jongens overzee, in wat nog Nederlands-Indië was, vier dagen voor het gebied aan de regering Soekarno werd overgedragen op 29 december.
  
Gé Bakker was niet alleen op Soestdijk, hij trok het hele land door met zijn reportage-wagen. “In alle delen des lands werd het geluid van de bekende kerkklokken en carillons op de gevoelige plaat vastgelegd; de microfoon was present op de ‘kerst’-bijeenkomsten, welke in verschillende plaatsen werden belegd. Bekende orkesten en koren deden zich horen en bekende figuren uit de verschillende provincies hielden toespraken. Uit al deze flitsen moest een lopend programma worden samengesteld, voorzien van een verbindende tekst, een nauwkeurig werk, dat geschiedde in de GTB-studio in Den Haag”, meldde de Haagsche Courant.
  
Bakker verzorgde het geluid toen op 9 januari 1967 in het Circustheater een feestelijke voorstelling werd gegeven ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Margriet met Pieter van Vollenhoven. Ook bij het jaarlijkse défilé op Soestdijk (30 april) was hij present met zijn reportagewagen.

 

135 - 5 GTB Juliana

Koningin Juliana achter de GTB microfoon, Soestdijk

 

Het gewone werk ging door in de Jan van Nassaustraat. Maar in het voorjaar van 1954 werd opnieuw uitgebreid stilgestaan: de GTB-studio bestond een kwart eeuw.
  
Er werd een feestcomité opgericht. De receptie bij ‘geluidentovenaar’ Gé Bakker had een grote opkomst, was in diverse kranten te lezen. Een groep artiesten bood de jubilaris een feestavond aan in het Kurhaus van Scheveningen. Tussen 10 uur ’s avonds en vier uur ’s nachts op 5 juni 1954 traden solisten, koren en orkesten op tijdens wat een ‘glorieuze avond’ genoemd werd. “Een van de hoogtepunten van de avond was wel het moment toen het Dutch Swing College en de Dixieland Pipers [van Eric Krans] gezamenlijk een waarlijk grootse vertolking van het het oud New Orleans-nummer ‘When the Saints go marching in’ gaven. Zeer goed praatte ‘klussies-man’ Cees de Lange twintig minuten vol met dollere verhalen dan ooit”. Ook de Downtown Jazzband van Roefie Hueting en de Kilima Hawaiians waren van de partij,
  
De muzikanten waren dankbaar, schreef het Haagsch Dagblad. “Veel beroemde artisten hebben hun eerste optreden te danken aan Gé Bakker en dit is wel een bewijs van de organisatietalenten die deze geluidstechnicus bezit”.

 

135 - 6 GTB 1954 Ge  Willie

Willie en Gé Bakker, mei 1954

 

In een artikel (Binnenhof) ter gelegenheid van het jubileum was te lezen: “In zijn studio is Gé Bakker er steeds op uit een en ander te vervolmaken. ‘Kwaliteit wint’, zegt hij dan”.
  
Een belangrijke element in die kwaliteit waren de Neumann-microfoons (U47, U67, U87, KM54) die Gé aanschafte. “Die kostten ruim vijfduizend gulden per stuk. Bakker had er een heel stel van in voorraad”, aldus Theo Gründeken. “Dat was uniek”.
  
Om kwaliteit te kunnen blijven leveren, om mee te kunnen gaan met de ontwikkelingen in de markt, de concurrentie voor te blijven, moest je steeds blijven investeren. En steeds meer. In 1969 (GTB bestond toen 40 jaar) liet hij in de krant noteren: “Juist toen we lekker begonnen te draaien, maakte de minigroef zijn grote opmars. Alle machines, die afgesteld stonden op 78 toeren, moesten weer omgebouwd worden tot 45 en 33 toeren. Eigen vindingen, die we in die tijd aan de lopende band deden, hebben we nooit gepatenteerd, omdat anders de concurrent er gebruik van zou maken. Bovendien waren ze na luttele weken al weer verouderd, omdat de techniek zo ontzettend hard ging. Bijna iedere maand moesten de versterkers herbouwd worden”.
  
Eén van de hoogtepunten voor Bakker was de opname, in het Amsterdamse Concertgebouw, van een elpee van de Militaire Kapel. “Die werd de standaard-testplaat voor het high-fidelity systeem”. Maar kort daarna ‘maakten we onze eerste loonpersing voor het beatfront. Dat was een plaat van Peter and the Blizzards’. Een nieuw tijdperk, dat van de popmuziek, was ook voor GTB begonnen.

 

Gé Bakker, 50 jaar in 1960, moet ongetwijfeld moeite gehad hebben met de nieuwe ontwikkelingen in de muziekbusiness. Van zijn zoon hoorde ik dat hij zelf vrijwel uitsluitend naar klassieke muziek luisterde. Vooral de platen van componist Tsjaikovski werden opgezet in de huiskamer boven de studio. De muziek van George Gershwin kon hem eveneens bekoren. Theo Gründeken: “Ray Conniff draaide hij vaak bij recepties, afsluitende feestjes van de Nederlandse Televisie Stichting (NTS), na een serie geslaagde tv-uitzendingen, maar ook bij het uittesten van een door hem opgestelde geluidsinstallatie”.
  
Bakker deed nog een andere investering om bij te blijven. Zelf was hij autodidact. Maar zijn zoon Erik liet hij op de HTS elektrotechniek studeren. Als het aan hem had gelegen had Bakker junior zelfs op academisch niveau gestudeerd. Maar dat wilde deze zelf niet. Erik wilde immers zo snel mogelijk in de zaak.

 

Verdeling van taken

 

In de tweede helft van de jaren zestig kwamen er werkafspraken tussen vader en zoon. Erik zou de studio gaan runnen, ‘Pa Bakker’ hield zich vanaf die tijd voornamelijk bezig met het geluid in zalen en bij concerten. In het plakboek van de familie vind je foto’s en stukjes van belangrijke optredens waarbij Gé Bakker functioneel van de partij was. Vera Lynn heb ik al genoemd. Andere namen waren die van Billie Holiday, Gretha Keller, Edith Piaf, Danny Kaye, Tom Jones, het Grand Gala du Disque (1963, met o.a. Marlène Dietrich, 1972 met o.a. Johnny Cash, Charles Aznavour, Bee Gees en Beach Boys).
   Evert-Jan mocht wel eens mee. Hij kon zich nog goed herinneren hoe klein Edith Piaf was. En dat de zaal ontruimd moest worden als Marlène Dietrich repeteerde.

 

135 - 7 GTB Dietrich

Gé Bakker met Marlène Dietrich, 1963

 

Ook in de popmuziek zorgde GTB voor het zaalgeluid. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens het concert dat Aretha Franklin gaf in het Concertgebouw (1968). Bakker verzorgde tevens het geluid voor de Beatles in Blokker (juni 1964). In enkele kranten-artikelen is te lezen dat hij dat ook deed bij het ‘concert’ van de Stones in Scheveningen (augustus 1964). Dat is onjuist. GTB was ingehuurd voor de zaalversterking van een uitzending van de Rudi Carrell-show hoorde ik van Theo en Evert-Jan. Dat was in het Circustheater tegenover het Kurhaus.
   Evert-Jan: “Anneke Grönloh was die dag getrouwd met Wim Jaap van der Laan. In haar trouwjurk trad ze op bij Carrell”. Later die avond bekeken ze wel het ‘slagveld’ in het Kurhaus. “De fauteuils van de loge hingen in de kroonluchters aan het plafond. De stoelen beneden, vastgeklonken aan de vloer, waren desondanks losgerukt. Het was een onvoorstelbare chaos”, aldus Evert-Jan en Theo.
  
Bij de aanschaf van steeds nieuwe en duurdere opname-apparatuur werd eind jaren zestig besloten een BV op te richten. Erik en zijn vader waren de aandeelhouders. Aan het eind van de jaren zeventig nam Hans Vermeulen, voormalig leider van de Sandy Coast die producer geworden was, de studio over. Zo wist Gé Bakker toch nog een pensioen te verwerven. Aan de GTB als pop-studio onder leiding van Erik Bakker zal ik mijn volgende artikel wijden.

 

Gé Bakker kijkt terug

 

Op 10 januari 1985 keek Gé Bakker in de Haagsche Courant nog eens terug op zijn leven als geluidstechnicus. Aan de journalist liet hij opnamen uit zijn archief horen. Voor hem was het teleurstellend dat de nieuwe generatie er geen gebruik meer van maakte. “Soms hoor ik radioprogramma’s met oude opnamen, zoals het jubileumprogramma van de Kilima Hawaiians. Platen uit oude archieven. Terwijl ik hier toch puntgave opnamen heb liggen”. Bakker senior, inmiddels 74, zette de plaat ‘Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur’ op. “Bijna geen geruis te horen op die 78 toeren, opgenomen in 1948”, was in de krant te lezen.
  
Bakker greep opnieuw terug naar zijn ervaringen in de oorlog. In het voorjaar van 1945, op 16 maart, maakt hij nog enkele opnamen van de Millers. “In de studio stonden kaarsen, de stroom werd geleverd door een hulp-aggregaat in het schuurtje”.

 

GTB038

Gé Bakker blikt terug in de kelder, Jan van Nassaustraat, januari 1985

 

In de kelderruimte van het oude pand werd de verslaggever gebombardeerd met opnamen die enkele tientallen jaren daarvoor gemaakt waren. Steeds hoorde hij: “Luister. Hoe vaak heeft hij dat woord ‘luister’ al gezegd in zijn 75-jarig leven?”
  
“Hier hoor je het kinderkoor van de lagere scholen in Voorschoten onder leiding van Jan van Santbrink. Met op één kant van de 78 toeren-plaat ‘Wij weten een land’, een danklied aan het Zweedse Rode Kruis. Opgenomen in 1945 in een Voorschotense kerk”. Een prima geluidsweergave moest de journalist constateren. “Daarvoor stond de geluidsstudio van Bakker tientallen jaren lang garant”. Gé haalde nog een plaat tevoorschijn. “Wat ik hier heb – de eerste opname van Rita Reys. In K & W in 1955. Live. Zoals je hoort is de stemming nogal gemengd”.
  
Maar Gé Bakker was vergeten. Terwijl hij zich toch nog zo nuttig zou kunnen maken voor de omroep. “Het is zo jammer dat bij het herdenkingsprograma van Kees Manders geen muziek van hem kon worden gedraaid. Er was geen muziek, zei men. Sorry, ik heb hier toevallig vijf opnamen liggen”.
  
Gé Bakker maakte een berustende indruk. “Hij dwaalt tussen herinneringen. Draait er nog vele voor me. De jaren wentelen terug. Soms weet je niet wat je hoort. Maar je weet nooit wat je hoort, bij Gé Bakker”.
  
Gerard Theo, ‘Pa Bakker’, zoals hij in navolging van Erik door de popjongens genoemd werd, overleed op 20 januari 1989. Tijdens zijn werkzame leven liet hij zich bij vele jubilea in het zonnetje zetten. Maar in de rouwadvertentie van 24 januari werd gesteld: “Overeenkomstig de wens van de overledene heeft de crematieplechtigheid in besloten kring plaatsgehad”.

 

Harry Knipschild
1 februari 2013

 

 

Literatuur
 

'Vijftien jaar met de microfoon. GTB jubileert', Onbekende krant, 1944
'Radio-Kerstprogramma van de NIWIN voor de jongens Overzee', Haagsche Courant, 26 november 1949
'Bij Gé Bakker elke knop een functie', Binnenhof, 1954
'Drukbezochte receptie bij geluidentovenaar Gé Bakker. 25 jaar GTB', onbekende krant, 1954
'Artisten bieden Gé Bakker feestavond aan', Haagsch Dagblad, 1954
'Unieke nachtelijke show in hoog tempo in Kurzaal', onbekende krant, 1954
'Pa Bakker (GTB) al 55 jaar in geluid', Haagsche Courant, 10 januari 1985
Kees Wouters, Ongewenschte muziek, Den Haag 1999
Peter Sijnke, Nederpophelden, Zaltbommel 2006
F. van der Helm, 'Benoordenhout kende eigen platenstudio', Wijkblad Benoordenhout, juni 2011
Lex Lammen, 'The Jazz Connection. Dick Willebrandts en zijn radio-dansorkest', JazzFlits, 12 september 2011