Zoeken

 

In het begin van de jaren zestig woonden Felix Meurders (geb. 1946) en ik op enkele honderden meters afstand van elkaar bij de Koepelkerk achter het station van Maastricht. In 1962 vertrok ik naar Utrecht om er te gaan studeren. Felix verhuisde in 1977 naar ‘Holland’. Op 15 november 2011 troffen we elkaar weer eens in Hilversum. Samen keken we terug op zijn activiteiten in de popmuziek. Die eindigden in 1986.

   “Ik had me altijd voorgenomen om op mijn veertigste te stoppen als deejay bij de omroep. Toen ik die zomer op vakantie was besloot ik dat inderdaad te doen. Meteen na terugkomst in Nederland nam ik contact op met Co de Kloet, op dat moment mijn chef bij de Vara. Ik deelde hem mijn beslissing mee. Afscheid nemen wilde ik niet. Mijn volgende programma werd meteen al door Rob Stenders overgenomen. In een uitzending van Frits Spits heb ik toegelicht waarom ik met onmiddellijke ingang bij radio drie gestopt was”.

 

***

 

Op jeugdige leeftijd luisterde Felix naar programma’s als ‘Tussen tien plus en twintig min’ (Avro, Jos Brink), ‘Tijd voor teenagers’ (Vara, Dick Duster, Herman Stok, productie: Co de Kloet) en het zaterdagmiddag-programma van Guy Mortier bij de BRT. Radio Luxemburg maakte, lijkt het, minder indruk op hem dan bij vele van zijn generatiegenoten. “De ontvangst ’s avonds was slecht”, aldus Felix. “Je had steeds last van die rare ‘Mexicaanse hond’. Op zondagmiddag werd de hitparade uitgezonden. Die werd gepresenteerd door Guus Jansen junior. Een ander programma dat ik me nog kan herinneren was de quiz ‘Alles of niets’ met Jef Burm.

   Thuis hadden we een pick-up met 78 toeren-platen. ‘Heimweh’ van Freddy Quinn is me bijgebleven, met ‘Heimatlos’ op de b-kant. Een van de eerste platen die ik zelf aanschafte was een coverversie van een nummer van Trini Lopez. De platenwinkel op de Grote Gracht [Woepen?] had het origineel niet. Jammer, maar bijkomend voordeel was weer dat de cover een stuk goedkoper was dan het origineel. Later haalde ik de meeste platen bij de Harp op de Spilstraat”.
 
90 - Lopez Trini
 

Toen de Engelse zeezenders in de lucht kwamen op de middengolf was Felix meteen geïnteresseerd. Vanuit het veraf gelegen Maastricht was het echter niet zo eenvoudig die stations te beluisteren. Maar als je inventief was kon je wel wat bereiken. Felix besloot zijn radiotoestel aan te sluiten op de tv-antenne van zijn ouders. “In Maastricht kon je vijf televisiezenders ontvangen in die tijd. Dat was heel wat. Maar makkelijk was het niet. De mast voor de Nederlandse zenders stond helemaal in Roermond. Als je naar de televisie wilde kijken moest je een metershoge antenne op je dak hebben. De daken van de stad waren ermee bezaaid. Als het goed stormde gingen er heel wat om. Het was een kostbare aangelegenheid.
    Maar dankzij zo’n antenne kon ik met enige moeite luisteren naar radio Atlantis, een Engels station dat vanaf juli 1965 uitzond. De hitparade bestond uit de top 65. Ik weet nog goed dat ‘Mr. Tambourine’ van de Byrds op die lijst vanuit het niets op nummer 19 binnenkwam. Een nummer geschreven door Bob Dylan, die het zelf ook zong. Dat vond ik een fantastische plaat. Ik ging hem meteen kopen.

   Op de duur luisterde ik meer naar Radio London. Die zender kwam beter door en de platenkeuze was een stuk vooruitstrevender. Het station kon ik ook goed ontvangen in Nijmegen waar ik na de HBS sociale geografie studeerde”.

 

Activiteiten in Maastricht

 

Eerder al stond het voor Felix vast dat hij bij de radio wilde werken. Radio was voor hem onverbrekelijk verbonden met popmuziek en met sport. “Ik hoorde bij toeval van de oprichting van een lokale afdeling van Avro’s Minjon (Miniatuur Jeugd Omroep Nederland). Daar ontmoette ik Ad ’s Grasesande. Zijn vader, Hein ’s Gravesande (1916-1970), was muzikaal leider en dirigent van de Zuid-Nederlandse Opera in Maastricht.

   Het klikte direct tussen Ad en mij. Bovendien was de afdeling Maatricht meteen behoorlijk actief. We maakten reportages op band en stuurden die naar de AVRO op. Zo heb ik een keer diverse Sinterklazen geïnterviewd. In de Grote Staat liep ik naar V&D, de Hema en andere winkels en stelde de Sinterklazen een aantal vragen. Dat soort inzendingen werd in Hilversum flink ingekort en dan uitgezonden. Ik ben ook een keer naar de Minjondag geweest in het Gooi. Omdat de omroeper van dienst het liet afweten mocht ik voor het eerst live voor de Hilversume microfoon een aankondiging voorlezen”.
 
90a - Felix interviewt Sint 2
Sinterklaas staat AVRO's Minjon te woord

 

Felix maakte de opkomst van de popmuziek in de jaren zestig nadrukkelijk mee. Zijn studie maakte hij niet af omdat de muziek hem meer bezig hield. Dat gebeurde met heel wat jongelui in die tijd, inclusief ik zelf [HK]. Felix ging in Maastricht werken als deejay. In het begin waren er nauwelijks lokaties om de nieuwe jeugdmuziek buiten de huiselijke kring te (laten) horen. Elke kans die er was, lijkt het, greep hij. Zo was hij actief als samensteller van de jukebox in café de Paddock op Sint Amorsplein 2.

   “Ik zorgde ervoor dat Henri Barbier, de eigenaar, steeds de nieuwste platen in zijn zaak kon laten horen. Ik was geabonneerd op het popweekblad New Musical Express. Daarin stonden advertenties van zaken waarbij je platen kon bestellen. De meest interessante platen die ik hoorde op Radio London bestelde ik in Engeland. Na een week of twee, drie had ik ze dan in handen en konden ze de jukebox van de Paddock in.
    Eén mooi voorbeeld was ‘A whiter shade of pale’ van Procol Harum op Deram, het progressieve label dat platenmaatschappij Decca in 1966 opgezet had. Maandenlang deden ze erover om van die plaat een hit te maken. Wij hadden ‘A whiter shade of pale’ al maanden in de jukebox voordat hij überhaupt in Nederland te koop was. Met die singles uit Engeland had ik wel een klein probleempje. Omdat ze een kleiner gat (middenstuk) hadden pasten ze niet in de jukebox. Met een figuurzaag moest ik het gat elke keer groter maken”.
 
90a - Maastricht stadspark
Dansvloer, voormalige stadspark van Maastricht
 

In Maastricht kwamen geleidelijk aan steeds meer kansen om als een soort deejay op te treden. In het stadspark langs de Maas was gelegenheid tot dansen. In het begin van de jaren zestig, weet ik [HK] uit eigen ervaring dat de muziek nogal ‘conservatief’ was. Dansmuziek, foxtrot, Engelse wals etcetera, die aansloot op hetgeen in de dansscholen onderwezen werd. Victor Sylvester hoorde bij de dans-etiquette. Op de vloer in het park werd poeder uitgestrooid zodat er netjes gedanst kon worden. Een eindje van de dansvloer af was een schuur van waaruit de horeca functioneerde. Hier stonden ook twee platenspelers met versterker en microfoon om de muziek te laten horen en aan te kondigen. Wie de dansplaten opzette kon niet zien of de mensen op de muziek reageerden. De ‘deejay’ moest naar buiten lopen om de reactie te peilen. Rondom de vloer waren feestelijke lichtjes in het donker opgehangen. Achter de dansvloer was het donkere park. Wat daar gebeurde onttrok zich nog wel eens aan de waarneming.

   Dat hoorde ik van René Brouwers, die eerder dan Felix in het stadspark als een soort deejay opereerde. “Als je waarheidsgetrouwe verhalen wilt”, vertelde Felix, “moet je met René bellen. Die weet het beter dan ik”. Dat deed ik. Van hem hoorde ik wat zich in de sixties op deejay-gebied allemaal afspeelde in de stad en daarbuiten. “In het stadspark draaide ik steeds meer popmuziek. Soms ging ik in de ogen van de organisatie wel een beetje ver. Toen ik ‘River deep mountain high’ van Ike & Tina Turner opzette dachten ze dat ik gek geworden was.

   In februari 1967 organiseerde Wim Bary (1929-2010) in de Bonbonnière het eerste boekenbal. Ik was door hem gevraagd om beneden plaatjes te draaien en we zochten iemand voor de eerste verdieping. Felix was actief op dat gebied. Hij had al iets gedaan in Fort Sint Pieter. Ik vroeg hem om mee te doen. Kort daarna werkten we ook samen in het stadspark. Op steeds meer plaatsen in het centrum kwamen wat we later disco’s noemden. In het Höfke in de Bernardusstraat kwam een hangende discobar”. Maastrichtse deejays als René Brouwers, Felix Meurders, Hubert van Hoof, Theo Hentzepeter en Ferry Bak werden steeds actiever. Nieuwe lokaties waren D’n Hiemel (hemel) en ‘Tuf-Tuf’, eveneens in de Bernardusstraat, Kombi, de Berchmans Sociëteit, overal doken ze op.

   “In België, net over de grens in Smeermaas was Carlton. Daar waren de vergunningen een stuk soepeler dan in Nederland. Je kwam binnen als het nog licht was en je vertrok er als het weer licht was”. Ook Felix kan zich zijn ervaringen bij Carlton nog goed herinneren. “Op de Solex van mijn pa reed ik de grens over. Ik had een enorme hoeveelheid 45 toeren-platen achterop. Mijn brommer was wel een meter breed”.
 

René Brouwers: “Maastricht werd een stad met een heleboel deejays. Die gingen in een steeds groter gebied opereren. Harry Serpenti trad informeel op als organisator van ruim een dozijn platendraaiers. Onder de naam Diskoo Drive-in werkten we tot in de Britse legerbases Rheindahlen en Brüggen (Duitsland) toe. In Duitsland zaten we vier tot vijf avonden per week – strikt van half acht tot niet later dan elf uur. Want anders werden die Engelsen te dronken en onhandelbaar. Het vaste ritme van zo veel avonden per week op de legerbases en daarnaast van vrijdag tot en met zondag in allerlei discobars in Maastricht en verre omtrek vereiste wel de nodige planning. Want iedere discotheek en deejay had eigen wensen en voorkeuren. Daarnaast luisterden we veel modeshows op, o.a. ‘Alles voor Eva’, Petit Paris (in Maastricht) en andere evenementen. Kortom, een klein bedrijf met een wat coöperatieve opzet.

   Ons team werd nog versterkt door ene Janosh (Jan Marutiak, 1950-2008) uit Geleen. Henk Severs (1924-2008) van de Harp financierde een busje met geluidsinstallatie. Bij hem kochten we natuurlijk allemaal onze platen. Het geld dat hij in onze organisatie stopte werd bovendien keurig afgelost”.

 

Radio Luxemburg

 

90a - Bronshoes

Felix Meurders wordt gefeliciteerd door Henk Severs, René Brouwers kijkt toe
 

Onder de naam Bronshoes organiseerde Radio Luxemburg in 1968 een talentenjacht voor diskjockeys in Maastricht. In de jury zaten programmaleider Huub Terheggen, deejay/zanger Peter Koelewijn, journalist Wim Wennekes en platenwinkelier Henk Severs. Felix Meurders won de eerste prijs. Zijn beloning: een programma maken voor de Nederlandse uitzendingen van de zender. “Wat ik deed beviel zo goed dat ze me formeel als diskjockey in dienst namen. Als opvolger van Stan Haag werd ik presentator van het programma ‘Muziek voor Eva’. Zo zou je een programma tegenwoordig niet meer noemen. Een keer in de week reed ik naar Brussel waar ik op één dag achter elkaar zes uur op tape zette. In Luxemburg zelf hoefde ik niet te zijn. De programma’s werden niet rechtstreeks uitgezonden”.

   René Brouwers: “Radio Luxemburg had ook drive-in activiteiten, de Record Beat Show. Felix en Peter Koelewijn deden er aan mee. En wij in Maastricht ook regelmatig. Dankzij Felix werden wij zo bij de Record Beat Show betrokken”.

 

Het waren roerige tijden ook voor Felix Meurders. Van zijn studie in Nijmegen kwam niet veel terecht. Na zijn diensttijd ging hij terwille van zijn ouders opnieuw sociale geografie studeren, deze keer aan de Leergangen in Tilburg. Maar dat duurde niet lang. “Terwijl ik nog niet eens bij radio Luxemburg begonnen was werd ik opgebeld vanuit Hilversum. Door Ad ’s Gravesande die er een programma voor de NOS ging presenteren. Ad legde me uit dat hij wel verstand had van klassieke muziek, maar niet van popmuziek. Hij vroeg me of ik hem terzijde wilde staan met de samenstelling van zijn uitzendingen. Zo kwam ik bij Hilversum III terecht, eerst als producer, later ook als presentator. Ik werkte dus tegelijk voor de commerciële en publieke omroep”.

   Vijf jaar lang was Felix deejay bij radio Luxemburg. Daar kreeg hij voor het eerst te maken met een programmering waar hij geen zeggenschap over had. “Alle platen die ik draaide waren uitgezocht door programmaleider Huub Terheggen. Radio Luxemburg had een eigen muziekuitgeverij. Dat was bepalend voor wat op de zender kwam. Een nieuwe plaat van bijvoorbeeld de Rolling Stones was taboe. Ik moest wel de groep Focus (met Thijs van Leer en Jan Akkerman) interviewen toen die een album opgenomen hadden. Dat was een project van Luxemburg. De single ‘House of the king’ stond toen nog niet op het album.

   In het begin was ik apetrots dat ik diskjockey bij een vermaard station als radio Luxemburg geworden was. Dat had ik toch maar bereikt. Later ging het me steeds meer tegenstaan dat ik muziek moest aankondigen waar ik geen binding mee had. Zoals ‘De laatste dans’ van zangeres Anja (1969). Notabene een productie van de Maastrichtenaar Johnny Blenco. Ik probeerde er maar het beste van te maken. Als ik zo’n nummer op een dag in Brussel zes keer in de programmering had deed ik mijn uiterste best de aankondiging elke keer weer anders te doen. Daar werd ik nogal creatief in.

   Hetzelfde deed ik met de reclameboodschappen. Bij radio Luxemburg waren nauwelijks reclames op band. De meeste commercials moest je als diskjockey zelf doen. Je kreeg de tekst op een papiertje aangereikt en die moest je dan voorlezen. Reclame voor Contrexéville-bronwater. Of voor chocola van Côte d’Or. Zoals ik creatief omging met het presenteren van muziek begon ik dat ook met reclamespots te doen. Op eigen initiatief improviseerde ik bij de chocola: ‘Hier voor me ligt zo’n reep chocola van Côte d’Or. Ik laat hem rustig liggen. Alleen maar naar kijken. Als je er eenmaal aan begint kun je er niet meer van afblijven’. Of woorden van gelijke strekking. Iedereen vond het goed. Klachten kwamen er niet”.

   Tot in 1973 bleef Felix Meurders voor radio Luxemburg werken.

 

90a - Meurders Muziek voor Eva
Felix Meurders presenteert 'Muziek voor Eva'
 

Hilversum

 

Wat Felix voor Luxemburg deed was ook van invloed bij zijn activiteiten in Hilversum. Daar zat hij vanaf 1969 eveneens als diskjockey op de zender. Bij het commerciële radiostation mocht hij dan wel niet de platen draaien die hij het beste vond, maar ze waren er wel. Zeker in de studio’s in Luxemburg zelf. Op eigen initiatief reed de diskjockey naar de hoofdstad van het groothertogdom. Hij legde er contacten met mensen als Tony Prince, een van de spraakmakende deejays in Luxenburg, voorheen werkzaam bij de zeezender Radio Caroline.

   “In Luxemburg beschikten ze steeds over de allernieuwste Engelse en Amerikaanse popplaten. Dat kwam goed van pas in Hilversum. Meestal gingen de primeurs in Nederland naar de commerciële zeezender Veronica. Maar als ik nou eens een lijnverbinding met Luxemburg tot stand kon brengen, dan kon ik Veronica de loef afsteken. In Hilversum slaagde ik erin Imre Somogyi mee te krijgen. Dat was iemand van mijn generatie. Imre werkte bij de afdeling verbindingen van de NOS. We wisten dat je gemakkelijk een lijntje van Luxemburg via Brussel kon krijgen. Maar dan had je veredeld telefoongeluid.

   Imre ontdekte dat het nog op een andere manier mogelijk was om contact met Luxemburg te maken. Het was een ingewikkelde verbinding, via Luik, Venlo, Arnhem en Utrecht. Maar de kwaliteit was in dat geval uitstekend. Zo kon ik dankzij mijn werkzaamheden en contacten bij radio Luxemburg belangrijke pop-platen als eerste op Hilversum 3 laten horen. Platen als ‘Imagine’ van John Lennon, ‘Exile on Main Street’ van de Rolling Stones en ‘Fulfillingness First Finale’ van Stevie Wonder (juli 1974). Toen ze mijn methode bij Veronica in de gaten kregen ontstond er een moordende concurrentie om de première van zo’n plaat. Ik heb meegemaakt dat Veronica een helicopter met de tape van een popplaat naar het schip op de Noordzee liet vliegen om niet voor ons onder te doen”.

 

Felix maakte nog op andere manier gebruik van zijn werkzaamheden elders. “In de studio van Luxemburg in Brussel werkten ze met compressors. Daarmee kreeg je een veel krachtiger stemgeluid. In Hilversum waren ze zo ver nog lang niet. Ik nam zo’n apparaat dus gewoon mee uit Brussel. Zo kon ik de nieuwe technieken van Luxemburg bij Hilversum III introduceren.

   Als deejay in Maastricht had ik nog een andere techniek onder de knie gekregen. In de Carlton in het Belgische Smeermaas draaide ik in de nachtelijke uren vaak een ultralange versie van ‘Je t’aime moi non plus’ van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Dat laatste nummer kon niet lang genoeg duren. Ik had twee exemplaren bij me. Door van de tweede plaat het eerste refrein op het juiste moment te crossen met het tweede refrein van de plaat die draaide, kon ik de speelduur zo lang maken als ik maar wilde. Diezelfde techniek paste ik later in Hilversum toe bij het presenteren van de hitparade, de Daverende Dertig. Pas tijdens de uitzending hoorde je dat de STER-tijd langer was dan gepland. Het programma was dus net iets korter dan de bedoeling was. Door ook hier met twee exemplaren van dezelfde plaat te werken kon ik een single met een refrein en een couplet korter maken zonder dat de luisteraar dat hoorde”.

   Toen zeezender Veronica uit de lucht was gehaald stemden op vrijdagmiddag meer dan drie miljoen luisteraars af op de Daverende Dertig. “In het land der blinden was eenoog koning. Dat is nu ondenkbaar, ook al gezien de enorme hoeveelheid radiostations”.

 

Felix Meurders werd een van de coryfeeën van Hilversum III. Vol verve prees hij popplaten aan als hij ze goed vond. Bij radio Luxemburg kon hij eventuele kritiek op de kwaliteit van een single niet uiten, bij de publieke omroep in Nederland wel. Dat deed hij dan ook zonder al te veel terughoudendheid.   Ook ik [HK] had ermee te maken. Eind jaren zestig ontdekte ik het liedje ‘Both sides now’, geschreven door Joni Mitchell. Een prachtig nummer vond ik. De vertolking van Joni werd geen hit. De uitvoering van Judy Collins bereikte de toptien in Amerika in 1968, maar bleef onopgemerkt in onze regionen. Toen ik de uitvoering van Bing Crosby hoorde dacht ik: dat is een geschikte song om door een Nederlandse artiest te laten zingen. In 1970 namen we ‘Both sides now’ voor Polydor op in Brussel (studio Jack Say) met zanger Julio Bernardo Euson. De meeste mensen vonden het mooi. Felix niet. Toen ik een keer van Den Bosch naar Vught reed hoorde ik Meurders op de radio in mijn auto, weet ik nog. Zonder al te veel omhaal maakte hij duidelijk dat de versie van Euson niet kon tippen aan het origineel. Gelukkig, voor mij althans, wist de plaat van Euson zich na korte tijd in de top tien van Nederland te nestelen. Daarmee was de doorbraak van de zanger uit Aruba eindelijk een feit. “Vergeet dit verhaal niet in je artikel te zetten”, zei Felix lachend op 15 november. 

   Bij het presenteren van de Nationale Hitparade had Meurders opnieuw geen stem in de samenstelling van zijn programma. De plaatkeuze werd nu eenmaal bepaald door de hitlijst. Toch kon hij niet nalaten zijn mening over het gebodene te geven. Vooral volkse Nederlandstalige hits konden zijn goedkeuring meestal niet wegdragen.

   Een speciaal geval, dat de voorpagina van menige krant haalde, was zijn commentaar op ‘I remember Elvis Presley’. Opgenomen door de Rotterdamse producer Eddy Ouwens meteen na het overlijden van de rock & roll-zanger. Meurders noemde dit lijkenpikkerij. Ouwens liet het aankomen op een rechtszaak die Felix verloor. Al die extra aandacht heeft zeker bijgedragen aan het succes van de single in Nederland. En daar bleef het niet bij. Danny Mirror (pseudoniem voor Ouwens) drong door tot de top van vele Europese hitlijsten.
 
90a - Meurders Radio Tour de France
Radio Tour de France, Felix omringd door
Theo Koomen, Willem van Kooten, Peter Post, Herman Stok, Eddy Becker, Vincent van Engelen en Jean Nelissen
 
 

Op de eigen website van Felix Meurders is een overzicht te lezen welke programma’s Felix allemaal gepresenteerd heeft. Niet alleen als deejay van grammofoonplaten, maar ook als sportpresentator.

   “Voor de NOS maakte Meurders onder andere ‘De Daverende 30’ (later de Nationale Hitparade, laatste uitzending door hem van commentaar voorzien: 3-1-1982), ‘De Meurders Methode’ en ‘Rock & Roll Methode’. In de periode van 1970-1972 heeft hij voor verschillende andere omroepen programma's gepresenteerd. Voor de VPRO was dat ‘De Felix Meurders Show’, voor de BRT ‘Melodieradio’ en voor de KRO ‘Goal’ (samen met Theo Koomen).
    In 1974 werd Felix Meurders door Jan Nagel van de VARA benaderd met de vraag of hij als presentator/interviewer zijn medewerking wilde verlenen aan ‘In de Rooie Haan’ (later ‘De Rooie Haan’). Eind 1973 stopte hij met zijn werkzaamheden bij Radio Luxemburg (Eerst ‘Muziek voor Eva, later ‘De Felixtalige Uitzendingen’).
   Naast zijn werk bij de VARA versloeg hij vanaf 1974 zo nu en dan voetbalwedstrijden voor ‘Langs de Lijn’ (NOS) en van 1982 tot 1987 heeft hij dit programma, samen met Koos Postema, op de zondagmiddagen gepresenteerd. Later deed hij dat ook op de woensdagen en zaterdagen. Hij werkte lang mee aan speciale NOS projecten zoals ‘Radio Tour de France’.
   
Andere VARA-radioprogramma's die Meurders in de loop der jaren heeft gepresenteerd zijn: nieuws en actualiteiten op Radio
1 in de ‘Woensdag- en Vrijdagedities’, het mediaprogramma op Radio 1 ‘Het Circuit’ (hiervan was hij ook de eindredacteur), op Radio 2 het zaterdagochtendprogramma ‘De Opening’ en op Radio 3 ‘Gesodemeurders’, ‘Zoekplaatje’, ‘Het VIP Spel’ en ‘Paviljoen 3’
. Meurders was ook de drijvende kracht achter ‘VARA’s parlementaire medewerker’ Dolf Brouwers.

   Tegenwoordig presenteert hij elke werkdag tussen 11.00 u. en 12.00 u. ‘degids.fm’ op Radio 1 en elke zaterdag, samen met Dolf Jansen, ‘Spijkers met Koppen’, van 12.00 u. – 14.00 u. op Radio 2”.

 

Muziek na 1986
 
90 - Mumford and Sons
Mumford & Sons


Het is inmiddels een kwart eeuw geleden dat Felix Meurders na zijn verjaardag in 1986 onverwacht een punt zette achter zijn werkzaamheden als deejay bij Radio Drie, nu 3 FM. Hij bracht min of meer in de praktijk wat Pete Townshend van de Who in 1965 aan de orde stelde in ‘My Generation’. “People [een oudere generatie] try to put us down, just because we get around. Things they do look awful cold. Yeah, I hope I die before I get old”. De generatie van de jaren zestig had zich zo zeer afgezet tegen de ouderen dat ze niet het verwijt wilde krijgen een jongere generatie in de weg te staan. In 1995 pakte Frits Spits (geb. 1948), een andere gezichtsbepalende deejay van radio 3, het anders aan. Hij verkaste naar radio twee, een zender die zich op een wat ouder publiek richtte.

   Felix Meurders bleef bij de publiek omroep. Maar vanaf 1986 wilde hij zich op het journalistieke werk concentreren, zoals hij op zijn website vastlegde. Dat wil niet zeggen dat popmuziek uit zijn leven verdwenen is. Volstrekt niet constateerde ik toen ik dat onderwerp aansneed. Hij had zo zijn eigen mening over de muzieksamenstellers bij de publieke radio. “Ach ja, de muziekpolitie”. In zekere zin deed hem dat denken aan de voorgeprogrammeerde uitzendingen die hij enkele tientallen jaren geleden zelf presenteerde. Dat de huidige deejays niet zelf hun muziekkeuze mogen bepalen stemt hem niet vrolijk. Maar ook nu constateerde hij dat sommigen van hen er het beste van maken door met de keuze van een ander zo creatief mogelijk om te gaan.
 

Ondertussen doet Felix Meurders wat vele andere muziekliefhebbers ook doen. Zij zoeken hun eigen weg. Felix luistert bijvoorbeeld veel naar het niet-commerciële internetstation Radio Paradise. Een andere muziekbron voor hem is het in 2006 door Zweden opgezette Spotify. Op zijn mobieltje, waarmee hij tijdens het gesprek snel en effectief naar informatie zocht, liet hij me de muziek zien die hem in november 2011 bezighield: nummers van onder anderen Fink, Spinvis, De Dijk, Ryan Adams, SuperHeavy, Black Dub, Mumford & Sons, Wilco en Snow Patrol. Kom met dit soort namen eens bij andere mensen van 65 en ouder. Dan hoor je steeds: “Tegenwoordig zijn er geen goede nieuwe artiesten meer”. Die zijn van de generatie van ‘My Generation’. Maar evenals in de jaren zestig draait de wereld gewoon door...

 

 

Harry Knipschild

23 november 2011
 
Clips