Zoeken

 
Hoe ziet de toekomst eruit als je bijna volwassen bent. Je hebt een vriendinnetje. Een vrouw voor het leven, daar ben je van overtuigd. En dan komt er onverwacht een einde aan die relatie. Alles stort in. Je leven verandert definitief. Het Amerikaanse teenageridool Johnny Tillotson zong er in 1961 over. Na ‘Poetry in Motion’ werd ‘Without You’ zijn tweede top 10-hit. “Je maakte me gelukkig. Je liet me zingen. Maar nu, zonder jou, ben ik alles kwijt. Ik houd nog steeds van je. Ik droom van je en dat zal ik altijd blijven doen. Maar zonder jou zal ik verder moeten in het leven. Zonder jou. Without you”.
 
96 - Tillotson Johnny
 
Harry Muskee zonder Miep
 
Harry Muskee van Cuby & The Blizzards geraakte halverwege de jaren zestig in zo’n situatie. Er kwam een einde aan zijn eerste grote liefde, die met Miep Huisman. In een uitzending van van het tv-programma ‘Het Uur van de Wolf’, over Harry Muskee, vertelde Miep later: “Ik weet het nog heel goed. Toen stond er op het toneel The Old Fashioned Jazzband. Ik zag een hele grote bas. Achter die grote bas, daar stond dan iemand, zo intrigerend. Met een kwaaie blik stond hij dan zo achter die grote bas. Vanaf het eerste moment dacht ik: dat is een heel bijzonder iemand. Hij waarschijnlijk ook. Vandaar dat het zo begonnen was”.
   Muskee was niet het eerste ‘muzikale contact’ van Miep. Eerder ging ze met gitarist Eelco Gelling. “Eelco had maar één grote liefde. Dat was z’n gitaar. Daar kwam je gewoon niet tussen. Daar heb ik toen een punt achter gezet”.
   Eelco dacht er anders over. Diep voorover gebogen en terneergeslagen: “Op een gegeven moment zei ze: ‘Je moet kiezen tussen mij en je gitaar’. Als dames heren laten kiezen tussen zich zelf en hun instrument – onsmakelijk”.
   Na Eelco, de latere gitarist van Cuby & The Blizzards, viel ze voor Muskee. Maar ook aan die relatie kwam een einde. Miep: “Ik weet nog het moment dat mijn moeder zou verhuizen uit Norg, de boerderij, naar Amsterdam. Het was het laatste jaar dat ik met Harry was. Op dat moment zei ze: ‘Nou moet jij kiezen’. Harry zei: ‘Ze gaat verhuizen, maar dan ga jij bij mij wonen’. Hij woonde toen op een klein kamertje, in Assen ergens. Benauwd. Opeens werd het me helder. Kiezen? Ik ga gewoon naar Amsterdam”.
   Manager Jan Venhuizen: “Harry was helemaal gek op Miep. Hij was er echt helemaal kapot van. We hebben hem met z’n allen geholpen om er weer bovenop te komen”.
   Muskee: “Ik vond het wel erg. Ik weet het niet. We zouden op vakantie gaan. Ze hebben mij afgezet bij het station, haar moeder en zij. En ik heb nooit meer wat van haar gehoord. Dat was gewoon de eerste liefde. Het was heel erg. Vijf dagen heb ik op bed gelegen. Heb ik alleen ‘When a man loves a woman’ gedraaid. Van Percy Sledge. Later hoorde ik dat zij gewoon getrouwd was”.
   Aan Herman van der Horst van Oor vertelde Muskee in 1988: “Daarom ben ik verhuisd naar Grolloo. Ik wilde toen niet meer in de stad wezen. Ik dacht, ik kan beter een tijdje in de natuur rondlopen, dan krijg ik wat meer evenwicht. Dat heeft me ook wel geholpen. Het heeft alleen wat lang geduurd”.
   Aan Miep hield Harry nog wel een trui over. Die had ze gebreid. Jarenlang liep hij er in rond.
 
96 - miep
Miep Huisman
 
Begin van de carrière van Harry Muskee
 
Harry Muskee was ouder dan de meeste popmuzikanten die zich in de loop van de sixties in Nederland manifesteerden. Hij was al in 1941 geboren.
    In het boek van Lutgard Mutsaers over de ‘indo-rock’ vertelde hij: “Mijn vader werkte in het grootste Ambonezenkamp in Nederland, Schattenberg in Assen. Hij had vroeger vijf jaar in de Oost gezeten en sprak goed Maleis. Daarom is hij bij het commissariaat Ambonezen Zorg terecht gekomen. Ik kende een heleboel Ambonezen. In het kamp heb ik vaak gevoetbald tegen het Ambonese elftal. Ik hoorde daar echte Ambonezenmuziek, het ‘fluitorkest’ met instrumenten gemaakt van pvc-buizen. En iedereen speelde wel een beetje gitaar. Ik kan me één Molukse band herinneren uit die tijd, de band van Victor Mael en Idroes Manuputty en Jopie Teterissa. Met [meer] Indische Nederlanders ben ik op school in aanraking gekomen. Ik leerde Alfred Luyke kennen. Die drumde bij The Old Fashioned Jazz Band. Een andere Indische jongen, Andries van Leeuwen, speelde klarinet. Dixieland was in die tijd de mode. In Assen hielden alle middelbare scholen altijd samen schoolfeesten. Daar werd meestal dixieland gespeeld. Maar op een gegeven moment kwamen ze met rock & roll”.

Muskee kwam terecht in de sfeer van beatniks, nouvelle vague-films en jazz-muziek. Typisch de muziek van de generatie van vóór het rock & roll-tijdperk. “‘Les Tricheurs’ met Stan Getz erachter en ‘Ascenseur pour l’échafaud’ met Miles Davis. Op de fiets reed ik naar Groningen, naar platenwinkel Hemmes, voor albums van Charlie Parker of Ornette Coleman. Beatnik hoorde bij de jazz. We zaten ’s nachts uren te praten over het existentialisme, over Sartre, over mensen als Jack Kerouac. Kerouac was een enorme jazz-fan. Hij ging vaak bij Parker langs”.
  Volgens Muskee was er geen verschil tussen jazz en blues. “Zelfs de meest ingewikkelde bebop jazz is eigenlijk een bluesschema. Ze werken het alleen anders uit”. In de Telegraaf liet hij overigens in 2000 afdrukken: “Ik zou het je graag wijsmaken, maar ik ben niet met de blues begonnen. Ik zong nummers van Cliff Richard & the Shadows in The Rocking Strings, min of meer de band van Eelco. Latere Blizzards als Dick Beekman en Willy Middel hebben er ook in gespeeld. Ik was degene die de blues in het repertoire bracht, overigens parallel aan wat er in Engeland gebeurde. Ik had John Lee Hooker, Howlin’ Wolf, Sonny Boy Williamson en Jimmy Reed op precies dezelfde manier leren kennen als waarop Mick Jagger, Eric Clapton en Eric Burdon dat hadden gedaan, en niet veel later”.
  Harry was samen met Willy Middel en Eelco Gelling in de Haagse Houtrusthallen naar het American folkbluesfestival gaan kijken in 1964. Middel: “Daar zagen we voor het eerst John Lee Hooker, Buddy Guy, Memphis Slim, Eddy Boyd, Big Mama Thornton. Wij waren [geweldig] onder de indruk van die mensen en de muziek die ze maakten”.
  In 1966 verscheen ‘Desolation’, het eerste album van Cuby & The Blizzards. De single ‘Back Home’ wist een plaatsje onderaan in de top 40 te bereiken.
 
96 - C&B 1964 Middel Muskee Beekman  Kinds Gelling
Cuby & the Blizzards 1964 - Middel, Muskee, Beekman, Kinds, Gelling
 
Herman Brood
 
Herman Brood (geb. 1946, Zwolle) was ruim vijf jaar jonger dan Harry Muskee. In zijn ‘Pophandboek’ schreef Theo Stokkink: “Toen de rock in de vijftiger jaren ook in Nederland begon door te dringen en zijn vijf jaar oudere zus met platen van Fats Domino en Little Richard thuis kwam, graaide Herman als 12-jarige in de portemonnee van zijn moeder om ook zijn eerste rock ’n roll singletje te kunnen kopen. Bij het beluisteren hiervan bleef het niet. De piano in huize Brood moest het ontgelden. Vrijwel dag en nacht was Herman bezig met rock en jazz”.
  In 1964 ging Herman naar de kunstacademie in Arnhem. Hij werd er lid van een beatgroep die zich de Moans noemde. De naam was afgeleid van ‘Moanin’’, een nummer van Art Blakey & The Jazz Messengers. Op 4 november 1964 werd de groep tweede tijdens een talentenjacht. De Moans speelde er repertoire van de Rolling Stones (‘Empty Heart’, ‘Walking the Dog’, eerder van Rufus Thomas), Chuck Berry (‘Roll over Beethoven’) en het bluesnummer ‘Nicotine Blues’. In een interview aan het einde van jaar werd Herman afgeschilderd als het brein achter de groep. Zelf verklaarde hij: “Ik houd voornamelijk van Chuck Berry en Jerry Lee Lewis. Wij spelen muziek met meer inhoud dan de gepolijste rotzooi uit Liverpool. Ik zoek oude bluesnummers uit, verander het tempo, verkort de tekst en dan spelen we dat nummer improviserend. Eigen werk maak ik ook. ‘Nicotine Blues’ bijvoorbeeld. Een verrekt goed nummer, al zeg ik het zelf”.
  In zijn Brood-biografie maakte Jan Eilander duidelijk dat Herman als student niet ver kwam. Eind 1964 werd hij van de academie verwijderd vanwege zijn ‘ongeregelde gedrag’. De artiest kon de feiten altijd handig naar zijn hand zetten. In het gesprek met de redacteur legde hij uit dat hij ‘de wijze raad’ gekregen had de academie te verlaten omdat hij niet met kleur overweg kon.
 
In 1965 kreeg Herman Brood het voor het zeggen in de groep. Regelmatig traden ze op in Duitsland. Op zijn negentiende verjaardag, 5 november 1965, waren zijn ouders er getuige van dat hun zoon aan de middelen was. ’s Avonds zochten ze hem op bij een optreden. “Er zaten heel wat Amerikaanse soldaten in het publiek. Op een gegeven moment zag mevrouw Brood dat een Amerikaan iets op de piano legde, en dat Herman gelijk ophield met spelen en ermee naar achteren liep. Ze vertelde het voorval aan haar man. Toen Herman een keer thuis was vroeg die wat dat nou geweest was.
  Oh, had Herman gezegd, dat was een opkikkertje. Die Amerikanen wilden dat ze de hele nacht doorspeelden en met zo’n pilletje kon je langer wakker blijven. Mevrouw Brood en haar man geloofden dat. ‘Maar die Amerikanen hadden zoveel van dat spul. Zo raakte hij er meer en meer aan verslaafd’”.
  In een interview met Hans Dulfer bij de VPRO was het gebruik van drugs een belangrijk thema. Brood was er heel open over. “In Duitsland nam de hele band dat pilletje. Vanaf de eerste keer was ik zeer enthousiast. Toen ik dat eerste pilletje kreeg was het leven een stuk aanzienlijk leuker dan daarvoor. Ik heb het als een behoorlijke, ja ingrijpende ommekeer beschouwd. Ik voelde mij een stuk beter. Het bracht mij over diverse drempels. Wanneer je muziek maakt komt dat zeer gelegen. Echt zin om nummers te schrijven, om überhaupt muziek te maken”.
 
Na de Moans kwam Brood terug in Nederland. “Speed was [hier nog] zeer onbekend. Ik ben naar andere dingen gaan zoeken. Dus toen verzeilde ik in de opium, en heroïne. Dat was allemaal een soort compensatie. Heroïne is echt zwaar spul. Ik vind het moeilijk om ermee te werken. Hetzelfde geldt voor cocaine, als je het spuit tenminmste. Dat is echt heel ingrijpend. Coke snuiven vind ik zo’n vage bedoening. Maar het ergste vind ik hasjiesj. Ik heb wel eens op een feestje per ongeluk hasjcake naar binnen gekregen. Toen wou ik net die dag clean blijven, omdat ik een kerstdineetje had met de familie. Halverwege begon het te werken. Gillend ben ik de straat op gegaan. Soft drugs noemen ze dat. Ik snap niet dat die kinderen daar hun huiswerk op kunnen maken”.
  Brood bleek een ervaringsdeskundige te zijn. Ook op het terrein van de alcohol. “Ik ben altijd bang dat ik dronken word in het openbaar. Dat is het nadeel, als je geen drugs inneemt, dat je dan sneller dronken wordt. En dik. Dat is het ergste”.
  Jan Eilander gaf tal van verdere gegevens. Elke dag nam Herman twee gram speed. Maar: “Speed alleen, zegt hij, maakt hem te waakzaam, te gespannen, te tense, weet je wel. De drank versoepelt dat. Hij grinnikt: ‘Het is allemaal één grote poging om drugs in te nemen, maar tegelijkertijd met mensen om te gaan. En plezier in het leven te hebben’. Zijn lichaam is een mengvat. Een beetje van dit, een beetje van dat: op zoek naar de perfecte chemische balans. Naar het ultieme geluksgevoel. Het fenomeen ‘in de put’ zitten hoeft nooit langer te duren dan een uur. Want dan verhoogt hij de doses gewoon een beetje”.
 
Ook aan de leden van Cuby & The Blizzards werd wel eens gevraagd of ze iets ‘gebruikten’. LSD bijvoorbeeld. Bij een optreden in Apeldoorn kwamen ze in contact met Bert Jansen. Die stuurde de tekst van het gesprek op naar Hitweek. Op 28 oktober 1966 werd het zowaar afgedrukt.
  Bert: Men zegt dat jij LSD gebruikt. Is dit zo? Hoe denk je over het gebruik hiervan?
  Het antwoord van Muskee was enigszins ontwijkend. “Ik? Eh – nee. Over het gebruik van dat spul? Persoonlijk vind ik dat als een mens door evoluerend denken op een gegeven ogenblik tegen het plafond zit, hij het mag gebruiken, maar alleen op een deskundige manier, bijvoorbeeld als er een derde bij is die dus nuchter is, of onder medische controle”.
  Bert hield vol. Hij zag bassist Willy Middel aan komen lopen en stelde hem dezelfde vraag: Gebruik jij LSD? Diens antwoord was verrassend: “Ik weet het niet”. Eelco Gelling drukte zich in vage termen uit: “Moet het eerst ondervinden”.
  Harry Muskee praatte meer open over muziek. Donovan en John Lee Hooker waren zijn favorieten. “Ik zing graag blues. Dan schreeuw ik m’n eigen problemen lekker de zaal in. Ik heb het publiek nodig”.
 
Herman Brood naar Grolloo
 
In een radio-interview met Hans Schiffers (AVRO) vertelde Harry Muskee over zijn relatie met Herman Brood. Daarbij verwees hij naar de boerderij in Grolloo die hij gehuurd had nadat hij door liefdesverdriet uit Assen vertrokken was. “De titel van een van onze songs is ‘Appleknockers Flophouse’. Samen met mij en Herman Brood bedacht. Dat betekent eigenlijk een goedkoop herenlogement. Dat was het eigenlijk ook wel. Iedereen viel daar maar binnen. We speelden veel in Fantasio en Paradiso. We hadden veel contacten in Amsterdam. Die zag je dan ’s zomers allemaal binnenvallen met slaapzakken en zo. Het was wel leuk. ’s Winters was het te koud. Ik woonde daar alleen. De andere jongens woonden in Assen.
  Ik ben uit Assen weggegaan. Ik had een beetje een moeilijke periode. Dan wil dat wel, de blues. Een relatie was kapot. Dat was niet zo fijn. Wat dat betreft is de blues wel een ‘healer’”.
  Wat heeft Herman Brood voor het album ‘Groeten uit Grollo’ betekend? Die kwam uit de Moans, was de vraag van Schiffers.
  “Herman heeft een tijdje in die boerderij bij me gewoond. Ik kende Herman al heel lang van Zwolle. Herman z’n vader had verkering gehad met de moeder van Hans Lafaille, onze drummer. Ik kende [zijn ouders] tante Bep en ome Joop [Brood] heel goed. Voor mij was Herman heel iets anders dan later voor andere mensen. Hij begon toen net met die dope. In Frankfurt had hij een maandcontract. Dan moet je heel lang doorspelen. Dan kwamen die jongens van de radar. Die hadden allemaal dexedrine. ‘Hey man are you tired? I got something for you!’ Herman, die lustte dat wel. Zo is hij aan de speed gekomen”.
  Bracht hij dat over bij jou?
  “Nou, ja. Natuurlijk. Hij gebruikte dat. Maar dat was toen heel anders dan later. Daar kon je gewoon een paard mee omleggen. Toen was hij echt een superjunk, en was hij ook niet meer zo goed te vertrouwen. Maar [eerst] was het nog een jongen met een lange gabardine regenjas, Vrij Nederland onder zijn armen en Clarks-schoenen”.
 
Over hoe Herman Brood bij Cuby & The Blizzards gekomen is doen verschillende verhalen de ronde. In 1988 vertelde Herman in Oor: “Ik trok naar Drenthe met een Hohner pianetje en kon gelijk overnachten in de bedstee van Harry Muskee. En dan meteen de hele nacht over van alles liggen lullen; dat was heel vanzelfsprekend. Dat we elkaar vonden op ’t gebied van muziek”.
  De groep heeft andere herinneringen. Slaggitarist Hans Kinds: “Ik was de enige die nog in dienst moest. Eelco was afgekeurd. Dick Beekman was afgekeurd. Willy Middel had broederdienst. Harry Muskee was er al in geweest. Voor mij in de plaats kwam Herman Brood”.
  In ‘Het Uur van de Wolf’ vertelde Herman Brood: “Hoe hij van mij gehoord had is nooit echt duidelijk geworden”. Bij die gelegenheid zei Muskee: “Ik weet nog wel dat toen Herman kwam hij via het stelen van een microfoon onze aandacht trok”. Volgens Eelco waren het zelfs drie microfoons: “Eerst kwam die toen kijken. Toen speelden we in Gasselte (glazen dansvloer). Toen was hij weer weg en toen misten we gelijk drie microfoons”. Volgens Harry was het in Groningen, in concertzaal De Jong, Verlengde Hereweg: “De mensen wezen aan: die jongen heeft het gestolen. Toen gingen wij er later op af. Hij zei: ‘Ik wil wil wel bij jullie spelen’”.
 
Cuby & The Blizzards met Herman Brood
 
In Elsevier liet Brood in 1978 afdrukken: “Ik werd door Cuby uitgenodigd om pianist in zijn band te worden. Ik rotzooide maar wat aan in die tijd, leefde in een roes”.
  Eelco: “Herman Brood was toen een vrij dik scheel ventje, met z’n Hohner pianetje. En hij kon nauwelijks spelen”. Maar dat gaf niet moest Gelling bekennen: “Dat was geen enkel bezwaar. Dat is het gekke. Hij wist altijd goed waar het om ging”.
  Harry Muskee had zijn uitgebreide platencollectie met jazz en blues meegenomen naar Grolloo. Bovendien resulteerde zijn verdriet in het schrijven van songs. Aan Herman van der Horst vertrouwde hij toe: “Bijna al die eerste nummers hebben heel direkt met Miep te maken: ‘Window of my eyes’, ‘Too blind to see’, ‘Somebody will know someday’, dat kun je wel zeggen. Het schrijven van zulke nummers is een soort therapie. Op een gegeven moment wordt het een noodzaak. Door die songs probeerde ik de ellende van me af te zingen”.
  Het resultaat van het grote verdriet is terug te horen op het album dat Cuby & The Blizzards in 1967 opnamen in de Hilversumse Honingstraat, de studio van platenmaatschappij Phonogram. Jazz-saxofonist Tony Vos (geb. 1931, Eindhoven), eerder werkzaam als omroeper en programmaleider bij radio Veronica, was de producer. Op initiatief van Phonogram-vertegenwoordiger Joosten was Vos samen met Hans van Hemert naar het noorden afgereisd om een optreden van de groep mee te maken. In tegenstelling tot de meer op commercie gerichte Hans van Hemert zag hij Cuby wel zitten.
  Vos zat goed in zijn vel in die dagen. Met Boudewijn de Groot had hij begin 1967 een nummer één-hit gescoord: ‘Het land van Maas en Waal’. Een andere succesvolle artiest onder zijn hoede was Rob Hoeke. Die maakte aanvankelijk als pianist boogie woogie-muziek. Tijdens zijn verblijf in Zweden ontdekte hij de blues. Onder productionele leiding van Tony Vos brak Hoeke in die tijd door met bluesachtige nummers als ‘Margio’.
 
‘Groeten uit Grollo’
 
96 - Naamloos
De plaat zoals bedacht door Cees Wessels (Phonogram)
 
Honderd procent tevreden over het album was Harry Muskee niet. In het interview met Hans Schiffers liet hij weten dat hij het vervelend vond naar die plaat te luisteren omdat er vanwege het snelle opnemen nogal wat foutjes in zaten. Bij platenmaatschappij Phonogram dachten ze er anders over. Het was 1967, het jaar van de ‘Summer of Love’. In Amerika stond hippiestad San Francisco in Californië centraal. In die omgeving werd dat jaar het Monterey-festival georganiseerd met optredens van onder anderen Jimi Hendrix, Simon & Garfunkel, Eric Burdon, Byrds, Buffalo Springfield, Jefferson Airplane, Country Joe & the Fish, Grateful Dead en Big Brother & the Holding Company.
  Een nieuwe generatie was op zoek naar nieuwe waarden. De ongerepte natuur, het nog onbedorven eenvoudige platteland, sprak aan. Het nieuwe album van de bluesband kreeg dan ook een nogal ongebruikelijke titel. De opvolger van ‘Desolation’, bepaalde labelmanager Cees Wessels, werd met de titel ‘Groeten uit Grollo’ in de handel gebracht. Met één ‘o’. Waarschijnlijk gewoon een foutje. Op de hoes een romantische afbeelding van het Drentse platteland met schapen, herder en een houten hut met rieten dak. Cuby & The Blizzards waren in hippie-kleding gezet. Boven alles uit een gevleugelde fee, ook een soort hippie. De hoes van ‘Grollo’ was het Nederlandse antwoord op de hippie-rage in Amerika.
  Willem de Ridder, hoofdredacteur van Hitweek, liet zich verleiden platenmaatschappij Phonogram van dienst te zijn met een tekst: “De groeten uit Grollo hoor! Het is hier lekker rustig en het avondzonnetje schijnt lustig. Ik schrijf deze kaart terwijl ik heerlijk op een boomstronk zit. Voor me een landschap waarlangs enkele bonkige boerderijen. Een eenzame boer loopt sjokkend naar de horizon. Op het land een ploegende figuur. De zoele wind voert klankflarden langs mijn oor. Ik neem de verrekijker ter hand en tuur naar de akker. Cuby zingt. De vogels houden de adem in en de zon zakt mediterend naar de andere landstreken waar Cuby’s songs over gaan. Herman [Brood] zit nors zwijgend voor zijn boerderij naar het vredige tafereel te staren. Hij trekt aan zijn knoestige pijp en voelt zich één met zijn land. Hans laat de hooivork rusten. Willy jaagt de kippen in het avondhok zodat de stilte tastbaar wordt.
  Cuby’s gezang wordt duidelijk hoorbaar. Het lijkt wel of de wind ongemerkt gedraaid is om de weemoedige klanken in de richting van de boerderij te sturen. Eelco staat op en spuugt een krachtige straal tabaksap op het erf en haalt de gitaar van de deel. Een wonderlijk mooie muziek bloeit op. Cuby laat het werk op de akker rusten; de lange werkdag zit er weer op. Hij zingt.
  Ergens in de van geuren bezwangerde avondlucht ontmoeten Eelco’s gitaar en zijn stem elkaar. Ook de Blizzards hebben nu hun instrumenten voor de dag gehaald. Naarmate Cuby dichter bij huis komt wordt de muziek duidelijker en voller. Meisjes houden de pas in, huisvrouwen laten de was in de tobbe rusten, de waard zet de deur van zijn herberg op een kier en de koster vergeet de klok te luiden. Het is heerlijk. Willem de Ridder
  P.S. Het geluid van Cuby and the Blizzards is sinds de eerste fantastiese elpee [Desolation] nog veel beter geworden. In het kleurige vuurwerk van de ondergaande zon zit ik er ademloos naar te luisteren. Ik weet zeker dat ook jullie dat zullen doen. Neem snel de plaat uit de hoes en zet hem op. Ziezo, mijn briefkaart is vol. De groeten uit mooi Grollo”.
 
Het album opende met ‘Another day, another road’, een compositie van Herman Brood en Harry Muskee. Voor het eerst bereikte de groep de top 20. Andere nummers waren van bluesartiesten John Lee Hooker, Big Joe Williams en Eddie Boyd.
  Verreweg het beste nummer vond ik het lange ‘Somebody will know someday’. Ik was niet de enige. Indertijd verzorgde ik bij radio Veronica een programma met rhythm & blues muziek. Steeds opnieuw kreeg ik brieven en kaartjes om ‘Somebody will know someday’ te draaien. Het nummer was geschreven door Eelco Gelling en Harry Muskee. Maar het indringende pianowerk van Herman Brood, ben ik gaan beseffen, gaf de finishing touch aan de song.
  Voor zijn medewerking aan ‘Window of my eyes’ kreeg Herman Brood wél credits als een van de auteurs.
 
In 1967 was het volstrekt uniek dat een platenmaatschappij een vliegtuig charterde om een groep journalisten te vervoeren. Dat was wat Phonogram deed bij het lanceren van ‘Groeten uit Grollo’. Een unieke investering. In Grolloo overhandigde John Mayall, de koning van de ‘witte blues’, het ‘eerste exemplaar’ aan de groep. Phonogram organiseerde bovendien dat Cuby & The Blizzards een album opnamen met pianist/zanger Eddie Boyd. Die had Muskee een paar jaar eerder nog zien optreden tijdens het American folkbluesfestival. In datzelfde jaar ging de groep ook nog op toernee met Van Morrison, de uit Them gestapt was. Het kon niet op, zou je zeggen.
 
Het einde van de samenwerking van Harry Muskee met Herman Brood
 
Hermand Brood en Harry Muskee
 
In 1988 deed Herman van der Horst overal navraag naar het hoe en waarom van Cuby & The Blizzards. “We stoppen bij het café van Harm Hofsteenge [in Grolloo]. Een doodgewoon boerencafé met een biljart, dat echter in de jaren zestig met de regelmaat van de klok de landelijke en hippe pers (Hitweek) haalde, omdat Harry Muskee er deel uitmaakte van de inventaris. Trots wijst Harm ons de op een steenworp afstand gelegen boerderij. De bewuste boerderij, die Harry zes jaar bewoonde (huurde) en waar de Blizzards regelmatig repeteerden. Die boerderij had veel te maken met de waas van geheimzinnigheid en romantiek die door de buitenwacht rond de groep werd opgetrokken. Over het verloop van Cuby & The Blizzards heeft Harm zo z’n eigen ideeën. Het is allemaal mis gegaan toen dat vreemde volk (Herman Brood) met hun drugs in de groep kwam”.  
  In ‘Het uur van de Wolf’ deden Harry en Eelco verslag van hun ervaringen bij een toernee midden in de winter door Polen. Een gezellige reis was het niet volgens Eelco en Harry. “Bij Helmsted moest je de grens met Oost-Duitsland over. Gingen ze onder je auto kijken met spiegeltjes. Honden, kalaznikovs, wachttorens. Onderweg stond een man met een lamp te kijken naar de tijd wanneer je gepasseerd was. Als je niet op tijd was gingen ze kijken. Auto uit, auto in, auto uit, auto in. Erg irritant, die etterbakken. En Herman Brood lag achterin. Die had griep”.
  Achteraf bleek dat Brood helemaal geen griep had. Muskee: “Bij Frankfurt an der Oder werden we opnieuw gecontroleerd. Door de Russen. Herman had geen griep. Wat wij niet wisten dat hij een zak met speed bij zich had. Verder had hij drie onderbroeken, een tandenborstel en een lading Playboys. Die Russen waren gek op bijna naakte vrouwen, dat mocht niet. Dus die werden onmiddellijk in beslag genomen. Wij mochten door. Toen ineens. Brood stootte mij aan [liet de speed waarschijnlijk zien]. Ik zei, man, we hadden wel in Siberië terecht kunnen komen. Dat was echt een linke boel”. Muskee kon er achteraf nog om lachen. “Aan de andere kant, als we gearresteerd waren hadden we het helemaal gemaakt in Nederland”.
 

Er waren meer problemen. Brood speelde soms verkeerde akkoorden. De band moest zich dan maar aanpassen. En hij werd opgepakt. Brood had van alles uitgehaald. Hij had ondermeer platen uit een winkel gestolen. Brood: “Een klassieke winkel. Daar hadden ze blues-elpees die verder nooit iemand kocht. Ik vroeg de verkoper om iets waarvan ik zeker wist dat hij het niet had. Dan ging hij de kelder in. Voorzien van bluesplaten kon ik zo het pand verlaten”. 
  Bij een inval van de politie werden een aantal artiesten opgepakt. Onder de arrestanten bevonden zich onder anderen Jay Baar (Q 65), Polle Eduard en Herman Brood, aldus Oor. Herman werd vanwege de drugs veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf.
  Platenmaatschappij Phonogram was in die tijd bezig de groep over de grenzen te verkopen. Amerika had belangstelling. De Amerikaanse zustermaatschappij van Phonogram was bereid flink te investeren. Maar met zo iemand als Herman Brood in de gelederen was dat riskant. Anton Witkamp van Phonogram reisde naar Drenthe om met Harry Muskee te overleggen. Herman Brood werd uit Cuby & The Blizzards gezet. Voor de tv-camera’s verklaarde Muskee: “Hij is bij ons weggegaan doordat hij op een bepaald moment opgepakt werd. Moest hij zitten – vanwege dope en het stelen van ik weet niet hoeveel elpees. Herman heeft uiteindelijk maar twee jaar bij ons gespeeld”.
  Helmig van der Vegt werd de nieuwe pianist in de Blizzards.
 
***
 
96 - Groeten uit Grollo
Een eigen standbeeld in Grolloo
 
In 1976 werd de samenwerking nog weer even hersteld. Vervolgens startte Brood met zijn Wild Romance. Bij het Hilton van Amsterdam kwam er in 2001 een einde aan zijn leven. Muskee bleef verknocht aan de blues. Hij werd steeds meer geëerd. Relus ter Beek onthulde in 1997 een beeld van de bluesartiest. Bij de uitvaart van de commissaris van de koningin in Drenthe zong Cuby zittende à la Solomon Burke, begeleid door Helmig van der Vegt en gitarist Erwin Java, nog één keer ‘Somebody will know someday, when you walked out on me’ en ‘Through the window of my eyes, looking for the way I am, to be the one I am’. Dat waren de twee liedjes die uit verdriet van zijn gedwongen afscheid van Miep Huisman tot stand gekomen waren en waarin Herman Brood een belangrijke rol gespeeld had. Zou hij bij die gelegenheid nog aan de oorsprong van die songs gedacht hebben?
  De boerderij die Muskee bewoond had werd omgebouwd tot museum voor Cuby & The Blizzards. Niet veel artiesten maken dat mee tijdens hun aardse bestaan. Muskee werd zeventig jaar oud. Bij zijn overlijden op 26 september 2011 werd hij in alle toonaarden nog eens geprezen om zijn ‘legendarische’ elpee ‘Groeten uit Grollo’. Naar Herman Brood werd niet (meer) verwezen.
 
96 - Muskee 2011.09.30 Grolloo museum
Afscheid van Harry Muskee in 'zijn' museum, september 2011
 
Harry Knipschild
21 januari 2012
 
Clips
 
 
Literatuur
Bert Jansen, 'Cuby en de Blizzards', Hitweek, 28 oktober 1966
'Groeten uit Grollo', Hitweek, 13 september 1967
'Boetes voor beatgroepen. Impresario's treden op tegen 'stuff'-gebruik, Leeuwarder Courant, 25 januari 1968
Theo Stokkink, Pop Handboek, Bussum 1978
Herman van der Horst, 'Blues is sorry. De legendarische Cuby & The Blizzards', Oor, 30 januari 1988
Lutgard Mutsaers, Rockin' Ramona. 'n Gekleurde kijk op de bakermat van de Nederpop, Den Haag 1989
Jip Golsteijn, 'Harry Muskee', Telegraaf, 6 mei 2000
Jan Eilander, Rock 'n roll junkie. Over Herman Brood, Amsterdam 2006 (1994)
Leo Wubbolt, 'Interview met Cuby', Muziek.nl, 29 juni 2009
Ellis Ellenbroek, 'Eerbetoon aan Harry Muskee', Trouw, 1 oktober 2011