Zoeken

 

Oorlog en muziek horen bij elkaar. Heel wat volksliederen zijn uit oorlogen voortgekomen. Het ‘Wilhelmus’ uit de opstand van de Nederlanders tegen de Spanjaarden. De ‘Brabançonne’, het Belgische volkslied, uit de strijd van de Belgen tegen de Nederlanders. ‘God save the Queen’, het Britse volkslied, werd geschreven naar aanleiding van een militair optreden in Midden-Amerika. ‘The Star Spangled Banner’, het Amerikaanse volkslied, vond zijn inspiratie in een gevechtshandeling in de oorlog tussen de Amerikanen en Britten in 1812. De ‘Marseillaise’ was een strijdlied tijdens de Franse Revolutie.

  Soldaten hebben behoefte aan entertainment. Artiesten als Vera Lynn en de Andrews Sisters hebben dankzij de Tweede Wereldoorlog carrière gemaakt. ‘Lili Marlene’ (“Vor der Kaserne”) werd zowel een ‘schlager’ voor de Duitse als voor de Amerikaanse soldaten. Vanaf 1945 luisterden de Nederlanders naar de bevrijdingsmuziek van de voormalige soldaat, trombonist en orkestleider Glenn Miller die op 15 december 1944 verongelukte toen zijn vliegtuig in de Noordzee stortte tijdens een vlucht van Clapham, Engeland, naar Frankrijk. Millers grammofoonplaten ‘In the Mood’, ‘American Patrol’. ‘Moonlight Serenade’ en ‘Chattanooga Choo Choo’ maakten hem postuum tot de koning van RCA Records. In 1956 nam Elvis Presley die rol over. Totdat ook deze artiest in het Amerikaanse leger terecht kwam.

 

C&W-zanger Johnny Horton: ‘The Battle of New Orleans’
 
71-4 Horton Johnny
Johnny Horton
 

Als gevolg van het succes in de Tweede wereldoorlog was Amerika een superpower. Amerikaanse muziek werd populair in Nederland en andere Europese landen. Duitse amusementsmuziek, zo geliefd in het interbellum, verdween grotendeels van het toneel. De doorbraak van de Amerikaanse rock & roll, de popmuziek van de jaren vijftig, sloeg snel aan bij de Europese jeugd. In Amerikaanse muziek ontbrak het niet aan heroïsche songs over de Amerikaanse geschiedenis. Vooral in country & western en folk-songs. Het patriottische karakter hielp nog wel eens mee er een groot succes van te maken.

  Johnny Horton (1925-1960) groeide op in het oosten van de staat Texas. Op 23-jarige leeftijd deed hij in Longview (Texas) mee aan een talentenjacht. Country & western-zanger Jim Reeves was de presentator. Horton won de eerste prijs (een asbak op een voetstuk) en besloot ook country-zanger te worden. In september 1953 trouwde hij met Billie Jean, de jonge, tweede echtgenote van de op 1 januari van dat jaar verongelukte C&W-artiest Hank Williams. Die was beroemd als auteur én vertolker van liedjes als ‘You win again’, ‘Your cheating heart’, Cold cold heart’ en ‘Jambalaya’.

  Het duurde een hele tijd voor de muzikale loopbaan van Johnny Horton tot een hoogtepunt kwam. Eerder had hij waarschijnlijk een rolletje gespeeld in de Gary Cooper-film ‘Distant Drums’. In januari 1956 wist Horton de bassist van Elvis Presley, Bill Black, te strikken als sessiemuzikant bij een plaatopname in Memphis. ‘Honky Tonk Man’, bij die gelegenheid op de band gezet, werd zijn doorbraak op de country-hitlijsten. Johnny Horton was echter nog lang geen ster. Af en toe verscheen een van zijn singles in de C&W-charts.
 

In 1959 kwam zijn glorie. Eerder had het Kingston Trio met de folksong ‘Tom Dooley’ Amerika en de rest van de wereld veroverd. Johnny Horton zette vervolgens het nummer ‘The Battle of New Orleans’ op de plaat. Dat was een patriottisch lied over de Brits-Amerikaanse oorlog van 1812-1815. Op 8 januari 1815 kwam het bij New Orleans tor een veldslag die door Amerikaanse troepen onder leiding van Andrew Jackson gewonnen werd. Jackson was een held en werd van 1828 tot 1836 president van de Verenigde Staten. Het heldenlied leverde Johnny Horton de nummer één-positie in de pop charts van 1959 op. Negen weken lang, van 30 mei tot 1 augustus 1959, bezette ‘The Battle of New Orleans’ de bovenste positie van de Cashbox Top 100.

  Dankzij de muzikale herdenking van de Amerikaanse militaire glorie was Johnny Horton ineens een ster geworden. Horton werd de succesvolle vertolker van strijdliederen als ‘North to Alaska’ en ‘Sink the Bismarck’. Hij leek een lange en succesvolle carrière voor de boeg te hebben, maar dat was niet het geval. Op 5 november 1960 kwam hij bij een verkeersongeluk om het leven. Billie Jean werd binnen acht jaar voor de tweede keer weduwe.

 

C&W-zanger Marty Robbins: ‘Remember the Alamo’

 

Marty Robbins (1925-1982) kreeg belangstelling voor muziek toen hij als soldaat aan de oorlog tegen de Japanners deelnam. Op de Solomon-eilanden leerde hij gitaar spelen en liedjes schrijven. In 1952 had hij zijn eerste hit met ‘I’ll go alone’. Robbins balanceerde met zijn repertoire vaak op het raakvlak van de popmuziek en country & western. In 1955 had hij bijvoorbeeld grote country successen met zijn vertolkingen van de pop-hits ‘That’s allright mama’ (van Elvis Presley) en ‘Maybelline’ (van Chuck Berry). Een jaar later, in 1956, zette hij zelf als eerste de song ‘Singing the Blues’ op de plaat. ‘Singing the Blues’ werd een grote country-hit.

  Mitch Miller, verantwoordelijk voor het beleid bij Columbia Records, maakte er snel een pop-versie van met Guy Mitchell. Zo haalde ‘Singing the Blues’ niet alleen de hoogste klassering in de C&W-lijsten maar ook op de ‘gewone’ hitparades in Amerika en de rest van de westerse wereld in 1956.

  De eerste echte pophit van Marty Robbins was ‘A White Sport Coat’ in 1957. Maar ook Robbins werd gegrepen door de folksongs die aan het eind van de jaren vijftig in zwang kwamen. In september 1959 verscheen zijn album ‘Gunfighter Ballads and Trail Songs’. Eén van de songs, zijn eigen compositie ‘El Paso’, bereikte eind 1959 de Top 100 van Billboard en steeg door naar de hoogste klassering. Ook ‘Don’t worry ’bout me’ en ‘Devil Woman’ waren grote successen.
 

In zijn eigen liedjes bezong Marty Robbins veelal historische momenten. In ‘Ballad of the Alamo’ verhaalde de singer-songwriter van de gebeurtenissen in 1836. Texas had zich losgemaakt van Mexico. De Mexicaanse generaal Santa Anna trok met zijn leger op om de opstandelingen tot de orde te roepen. In de voormalige Spaanse missiepost ‘The Alamo’ bij San Antonio wisten de ‘Amerikanen’ van geen opgeven. Dertien dagen lang hielden ze stand tegen het leger uit Mexico. Op 6 maart 1836 sneuvelden de verdedigers alsnog. De kreet “Remember the Alamo” heeft tot op de dag van vandaag standgehouden, al wordt die wel eens vervangen door “Remember 9/11”. Het lied van Marty Robbins over ‘The Alamo’ was er een in een reeks van songs over de helden van de Amerikaanse geschiedenis.

  De liedjeszanger had een zwak hart. Marty Robbins werd niet oud. Maar vergeten is hij zeker niet. Op de website Martyrobbins.net wordt extra aandacht gegeven aan zijn rol als patriot. Het artikel begint met de tekst van een van zijn songs: “I’m a flag wavin’ patriotic nephew of my Uncle Sam, a rough ridin’, fightin’ Yankee man!”.

 
71-2 Alamo
Remember the Alamo
 

Barry McGuire: ‘Eve of destruction’

 

De Amerikanen waren, achteraf gezien, niet altijd even verstandig met militair optreden overal in de wereld. John F. Kennedy en Lyndon B. Johnson, presidenten van de Democraten, lieten zich op basis van de zogenaamde Domino-theorie verleiden eerst adviseurs en vervolgens soldaten naar Vietnam te sturen. Jonge Amerikanen kwamen al na een paar jaar in het geweer.

  Uit protest tegen de hypocrisie van het Amerikaanse optreden componeerde P.F. Sloan de song ‘Eve of destruction’. In het boek ‘Grijsgedraaid’ van Leo Blokhuis (2006) is te lezen: “Sloan was als songwriter in vaste dienst bij het label Dunhill van Lou Adler. In één nacht schreef hij vier nummers. ‘Dat was de meest bijzondere ervaring in mijn leven als liedjesschrijver. Ik hoorde een soort innerlijke stem die me zei wat ik op moest schrijven’. Die nacht schreef Sloan ook ‘Eve of Destruction’. ‘Ik schreef dat nummer als een gebed, gericht aan God. Toen ik het klaar had, ging ik naar de slaapkamer van mijn ouders. Mijn moeder was wakker en ik zei dat ik een prachtig gedicht geschreven had. Ssst, zei ze. Straks wordt je vader nog wakker’”.

  Dunhill-baas Adler was verre van enthousiast. De kans dat zo’n nummer op de radio gedraaid zou worden was niet groot. Toch werd ‘Eve of Destruction’ opgenomen door de Turtles. Die versie belandde op hun eerste album. Leo Blokhuis: “Tijdens een concert van The Byrds zag Lou Adler een grote langharige man in vervoering dansen. ‘Ben jij niet Barry McGuire?’ McGuire had zojuist The New Christy Minstrels verlaten, een grote en zeer succesvolle folkgroep. Barry schreef de hit ‘Green Green’ voor de Minstrels, maar was intussen uitgekeken op de behoudende muzikale koers van de groep. Adler vroeg wat McGuire op dat moment deed. ‘Niets’ antwoordde hij naar waarheid, waarop Adler hem uitnodigde om voor zijn Dunhill-label op te gaan nemen. Adler zag in McGuire een artiest die folkrock kon maken zoals The Byrds dat zo succesvol deden.

  Op het kantoor van de platenmaatschappij maakte Barry kennis met P.F. Sloan en zijn composities. “‘Eve of Destruction’ vond hij geen goed nummer. Tijdens een opname-sessie van drie uur van vier liedjes werd het toch, als vierde liedje, opgenomen. Dat gebeurde aan het einde van de sessie. Er waren nog maar twintig minuten over. Sloan speelde zelf gitaar, Larry Knechtel bas en Hal Blaine drums. Voor de vocalen was maar tijd voor één take. McGuire: ‘Ik had de tekst op een papiertje in mijn zak zitten. Soms was ik even kwijt waar ik was gebleven. Ik kon gewoon de woorden niet vinden’. Het was de bedoeling dat de stem later opnieuw werd opgenomen”.
 
71-5 McGuire Barry
Barry McGuire
 
Volgens Leo Blokhuis werden er wat proefpersingen gemaakt van twee nummers, beide door P.F. Sloan geschreven. ‘Eve of Destruction’ stond op de b-kant. “Radiopromotor Ernie Farrell speelde beide nummers op een feestje van de programmadirecteur van het populaire radiostation KFWB. De aanwezige jongeren wilden de b-kant steeds opnieuw horen. Het nummer werd de week erna ‘pick of the week’ bij KFWB en Dunhill moest in allerijl de single uitbrengen. McGuire was niet in de stad. Hij kreeg nooit de kans het nummer opnieuw in te zingen. Binnen twee maanden stond het op de eerste plaats in de Billboard-hitlijst”.

  Het succes van ‘Eve of Distruction’ was heel bijzonder in de geschiedenis van de Amerikaanse popmuziek. Het nummer was geen heldenepos, maar juist het tegendeel. De tekst zoals Barry McGuire die uitschreeuwde (“The eastern world, it is exploding. Violence flarin’, bullets loadin’. You’re old enough to kill, but not for votin’”) raakte het hart van de nieuwe jeugd. Die was al voorverwarmd met de songs van Bob Dylan. Het tijdperk van de protestsongs was aangebroken.

 

Barry Sadler: ‘Ballad of the Green Berets’

 

Het revolutionaire ‘Eve of Destruction’ riep vanzelfsprekend nogal wat reacties op bij ‘ouderen’. Hoe kon je dat nou maken, een lied met zo’n negatieve tekst. Van het een kwam het ander.

  Op 4 juni 1966 publiceerde Aaron Sternfield op de voorpagina van Billboard een artikel met de titel ‘The Vietnam conflict spawning heavy barrage of disk tunes’. “De 300.000 Amerikanen die in Vietnam vechten hebben een grote impact op de Amerikaanse muziek-scene. Sinds januari zijn er meer dan honderd platen uitgebracht met Vietnam als centrale thema. Vijf hebben de Hot 100 van de Billboard gehaald. Een dozijn [meer dan het dubbele! HK] is verschenen op de country & western hitparade. Vorige week zijn er twee nieuwe platen op de markt gekomen, ‘Day for Decision’ van Johnny Sea en ‘Day of Decision’ van Bobby Starcher”.

  Volgens de auteur had het allemaal met politiek te maken. “Bij andere oorlogen stond heel Amerika achter de troepen. De Vietnam-oorlog heeft het publiek echter in twee kampen verdeeld – aan de ene kant de aanhangers, de meerderheid, de andere kant, een zich nadrukkelijk uitsprekende minderheid, is tegen deelname van Amerika aan de oorlog. De songs over Vietnam vallen dan ook in twee categorieën uiteen – het patriottische lied, vooral gericht op de country & western-markt, en de protest-song, in het algemeen gericht op jongeren die hun dienstplicht nog moeten vervullen en belangstelling hebben voor folk-songs. De eerste categorie heeft de meerderheid, zowel in aantal releases als in totale verkoop.

  Veel van de pro-Vietnam songs geven in feite antwoord op de protestliederen. Een onderzoek van de titels geeft een religieus-patriottisch beeld: ‘Dear Uncle Sam’, ‘Keep Flying’, ‘What we’re fighting for’, ‘It’s for God and country and you mom’ en ‘Soldier’s prayer in Viet Nam’. De anti-Vietnam songs gaan meestal niet over oorlogshandelingen, maar verwerpen het concept van oorlog voeren in het algemeen. Uitstekende voorbeelden hiervan zijn twee recente pop-platen, ‘Eve of Destruction’ van Barry McGuire en ‘Cruel War’ van Peter, Paul & Mary”.

 

71-3 Sadler Barry
 

Hét grote voorbeeld van een plaat die pleitte vóór het ingrijpen van Amerika in Vietnam dateerde van begin 1966. Op 22 januari plaatste platenmaatschappij RCA een advertentie van een hele pagina in Billboard. “Hier is een nieuwe single bestemd voor een bereidwillige markt, bestaande uit miljoenen mensen die het boek ‘The Green Berets’, de grote bestseller, gelezen hebben. Het lied ‘The Ballad of the Green Berets’ is gecomponeerd en gezongen door sergreant Barry Sadler die diende bij de Green Berets in Vietnam. Hier is de glorie en het heldendom van de mannen die zo’n belangrijke rol spelen in het Amerikaanse leger. Sadler zal op 30 januari [1966] optreden in de tv-show van Ed Sullivan. Watch for staff sergeant Barry Sadler – and watch for the Green Berets – coming soon!”

 

De mensen van RCA wisten hoe je geld kon verdienen aan het optreden van soldaten. Met Glenn Miller en Elvis Presley hadden ze meer dan voldoende ervaring. Vrijwel tegelijk met de single verscheen ook een album, volgezongen door de sergeant.

  De campagne van de platenmaatschappij was uiterst succesvol. Een paar weken later, op 5 maart 1966, meldde Billboard: “De platen van sergeant Barry Sadler gaan steeds beter verkopen. Zowel de single- als de LP-versie. Van de single ‘Ballad of the Green Berets’ zijn al meer dan twee miljoen exemplaren verkocht en het album ‘Ballads of the Green Berets’ is al over het miljoen. ‘De verkoop van zowel het album als de single gaan steeds sneller’, zei een woordvoerder van RCA. ‘We moeten onze schattingen en prognoses voortdurend bijstellen. Als we de media te woord staan en we leggen de telefoon neer zijn zowel het album als de single al weer een paar honderd duizend exemplaren verder’. Het album is op 19 januari uitgebracht. Binnen vijf weken ging de verkoop over het miljoen. De single was een week eerder op de markt”.

 

In het late voorjaar van 1966 leek het er volgens Billboard op dat het pro-Vietnam-lied van Barry Sadler (1940-1989) een voorbeeld was van hoe het moest, hoe het behoorde te zijn. ‘Eve of Destruction’ uit 1965 zou niet meer dan een vervelend incident geweest zijn.  

 

Cindy Walker en Jim Reeves: ‘Distant Drums’

 

71-1 Walker, Cindy
Cindy Walker
 

Het artikel van Aaron Sternfield eindigde met de opmerking dat RCA nóg een oorlogslied in roulatie had gebracht, ‘Distant Drums’ van wijlen Jim Reeves. “The record, cut several years ago, is at the top of the country chart”.

   ‘Distant Drums’ was geschreven door Cindy Walker (1918-2006). Op jeugdige leeftijd danste en zong de vrouw die geboren was in Mart, niet ver van Dallas (Texas). Het schrijven van liedjes lag haar beter. Het moesten geen gewone liedjes zijn, die waren snel vergeten. Liedjes moesten een ‘gezicht’ hebben. “(Best tunes) are songs with a face. You recognize them. You know them. It’s like a person. They have a face that’s outstanding. Other songs don’t have a face; you just hear them, that’s all. The really good ones are few and far between”, was een van haar uitspraken.

   In 1954 schreef Cindy Walker de country-song ‘Thank you for calling’. Het nummer werd door tal van artiesten op de plaat gezet. Maar de versie van crooner Jo Stafford vereeuwigde ‘Thank you for calling’. Het was meer een verhaal dan een song en dat gaf er een speciaal cachet aan.

   Nog zo’n nummer was ‘You don’t know me’, het lied dat zo belangrijk was voor de loopbaan van country-zanger Eddy Arnold, en later opnieuw een hit werd voor Ray Charles. In een biografie van Eddy Arnold (Michael Streissguth, 1997) is het ontstaan van de hit uit de doeken gedaan. “Ik had de titel al jaren in mijn hoofd. Op een dag ontmoette ik Cindy Walker. Ik legde uit, ‘het gaat over een jongen die verliefd is op een meisje. Hij durft het haar niet te vertellen. Hij heeft de moed niet haar te vertellen dat hij echt verliefd op haar is. Daarom trouwt ze met een ander en hij blijft achter. Die jongen, dat ben ik zelf’. Voor Cindy Walker was het niet moeilijk dat thema in een compositie om te zetten. ‘The song just started singing. It just sort of wrote itself’”. Evenals ‘Thank you for calling’ werd ‘You don’t know me’ een evergreen. Het werd door een honderdtal vocalisten op de plaat gezet, onder wie Elvis Presley, Bette Midler en Michael Bublé.

   Nog zo’n beroemd lied van Cindy Walker was ‘Dream Baby’, een van de beste singles van Roy Orbison.

 

Veel van die artiesten waren uit Texas afkomstig. Dat gold voor Roy Orbison en ook voor Jim Reeves. Cindy Walker en Jim Reeves konden het goed met elkaar vinden. Jim bracht enkele nummers van haar met succes uit, zoals ‘This is it’ en ‘Anna Marie’. In de dagen van ‘The Battle of New Orleans’ en ‘The Ballad of the Alamo’ schreef Cindy Walker een song die ze RCA aanbood voor een opname door Jim Reeves. Het liedje heette ‘Distant Drums’ – het was misschien wel geïnspireerd door de film met die titel, waarin Gary Cooper de hoofdrol en zanger Johnny Horton (wellicht) een bijrol speelde.

   In een filmpje op YouTube is te zien en te horen hoe het de vrouw uit Texas verging. “Jim was gek op het nummer. Maar ‘Distant Drums’ werd afgewezen door Chet Atkins, de verantwoordelijke persoon van platenmaatschappij RCA. Natuurlijk was ik er helemaal kapot van. Maar vóór ik terug naar huis ging [van Nashville naar Texas] werd ik samen met mijn moeder door Jim en zijn vrouw Mary bij hun thuis uitgenodigd. Na het eten zei Jim: ‘Cindy, ik heb een verrassing voor je’. Op zijn stereo-installatie hoorde ik ‘Distant Drums’, uitgevoerd door Jim Reeves en de Blue Boys. Het was een prachtige opname. Jim zei: ‘Ik heb het dan wel niet op de plaat gezet, maar omdat ik het zo mooi vind heb ik er speciaal voor jou een demo van gemaakt’. Ik was er helemaal ondersteboven van. De grote Jim Reeves had voor mij een demo gemaakt.

   Bijna vijf jaar later en de dood van Jim Reeves gingen voorbij na dat bezoek. Op een dag ging de telefoon. Chet Atkins vroeg of mijn moeder en ik naar de RCA-studio wilden komen. Een van mijn liedjes zou die middag opgenomen worden. Toen wij de controle-kamer binnenliepen zagen we Chet Atkins en Mary, de weduwe van Jim Reeves. Ik hoorde Jim Reeves zingen: ‘I hear the sounds of distant drums’. In de studio zaten 20 of 25 musici. Ze completeerden de demo die Jim gemaakt had en die avond thuis voor mijn moeder en mij gespeeld had, zo lang geleden. De tranen schoten in mijn ogen. Chet, Mary, moeder en ik, we zaten daar te luisteren en probeerden onze tranen te bedwingen”.

   Cindy Walker wist van elke gebeurtenis een mooi verhaal te maken.

 
71-1
Aankomst op Schiphol: Jim Reevs, Chet Atkins, Bobby Bare, Anita Kerr, 17 april 1964
 

Kort voordat hij op 31 juli 1964 verongelukte was Jim Reeves in Den Haag. Ik was student wis-, natuur- en sterrenkunde in Utrecht, twintig jaar oud. Omdat ik artikelen schreef voor het blad Hillbilly Hayride trok ik in april van dat jaar de stoute schoenen aan en nam de trein naar Den Haag. Het kostte behoorlijk wat moeite om Reeves te spreken te krijgen. “Joost de Draayer stond er met een draagbare recorder, Ben Steneker de Nederlandse zanger met een C&W repertoire en nog enkele anderen. Joost gaf de moed al gauw op en blies de aftocht. Even later werd ons geduld toch beloond. Paul Acket kwam naar buiten en wij werden gastvrij onthaald. Jim Reeves zat in de loge van de koningin. We hebben een hele tijd zitten praten over de country & western muziek van deze tijd waarover Jim bijzonder tevreden was”, noteerde ik.

   Jim was samen met Bobby Bare, Chet Atkins en de Anita Kerr naar Nederland gekomen om propaganda te bedrijven voor de Nashville Sound. In Den Haag zong hij ‘I love you because’, ‘Four Walls’, ‘Mexican Joe’, ‘Bimbo’, ‘He’ll have to go’, ‘Welcome to my world’ en liedjes uit Zuid-Afrika. Tijdens het interview vertelde ik hem dat ik ‘Adios Amigo’ een mooi nummer vond. “Dan zal ik dat zo dadelijk zingen. Een ander nummer schrap ik dan wel”, zei Reeves. En dat deed hij. Hij gaf mij ook zijn adres. “We moeten contact houden”, stelde de zanger voor. Omdat hij verongelukte is daar niets van terecht gekomen.

   Als ik gewild had, had ik met hem over het liedje van Cindy Walker kunnen praten. Maar ik wist van niets, en misschien was het bij Jim intussen ook wel uit zijn bewustzijn verdwenen. Pas in de dagen van ‘Eve of Destruction’ en ‘Ballad of the Green Berets’ kwam het in de handel. De plaat van Jim Reeves deed geen uitspraak over de betrokkenheid bij het Vietnam-conflict. Jim had zijn stem op de band gezet tijdens het presidentschap van ‘Ike’ Eisenhower.

 

‘Distant Drums’ was het lied van de onbekende, de universele soldaat. De soldaat die opgeroepen wordt om te vechten. Of hij het er levend van af brengt weet hij niet. Hij is verliefd. Voor hij vertrekt wil hij trouwen. Een lied van alle tijden.

 

I hear the sound of distant drums Far away, far away And if they call for me to come Then I must go and you must stay. I hear the sound of bugles blow Far away, far away And if they call, then I must go Across the sea, so wild and grey. So Mary marry me, let’s not wait Let’s share all the time we can before it’s too late Love me now for now is all the time there may be If you love me Mary, Mary marry me

 

***

Het oorlogslied ‘Distant Drums’ werd de grootste hit die Jim Reeves ooit gehad heeft, zeker in Europa. In Billboard schreef Graeme Andrews op 22 oktober 1966: “De carrière van Jim Reeves is op een absoluut hoogtepunt, al is het al twee jaar geleden dat hij overleden is. De hitlijsten geven het niet aan, maar hij is een van de best verkopende artiesten op de Britse markt. ‘Distant Drums’ staat al vier weken nummer één. Een andere single, ‘I love you because’ is op weg naar het miljoen, alleen al in dit land”. Bas Hageman, correspondent van Billboard in Nederland, legde vast: “Within one year, Dutch record buyers bought one million records (both singles and albums) by late C&W singer Jim Reeves”.

   Hitweek, het blad voor de ‘progressieve’ jeugd, had op 28 oktober een heel andere kijk: “Slapte in de vermaarde beatscene van swinging England. Jim Reeves al tijden nummertje een, een plaats die de voortreffelijke laatste Stones-plaat niet eens haalde”. Hitweek keek vooruit. Er kwamen andere tijden. Het duurde niet lang of de tijden van sergeant Barry Sadler waren voorbij. De nieuwe jeugd kreeg het voor het zeggen. Country Joe McDonald zette in 1969 Woodstock op stelten met zijn anti-Vietnam lied. Het werd weldra gevolgd door ‘Give Peace a Chance’ van John Lennon (1970) en nog weer later, in 1983, door ‘Goodbye Saigon’ van Billy Joel.

   Richard Nixon en Henry Kissinger slaagden erin de kwestie Vietnam enigszins op te lossen. Toen ik zelf in oktober 2000 door Vietnam reisde zag ik op het vliegveld van Ho Chi Minh-stad (Saigon) Amerikaanse legertoestellen. En als je in het land wat wilde kopen kon je beter met dollars dan met de ‘dong’ terecht. En wat die ‘distant drums’ betreft, die zijn verplaatst naar andere streken op de aardbol…

 

Harry Knipschild

29 april 2011
 
Clips
 
Literatuur
'Johnny Horton, 'Battle of New Orleans'', Time, 25 mei 1959
'Reeves: a talent forever stilled', Billboard, 15 augustus 1964
Advertenties in Billboard voor 'Ballad of the Green Berets', 22 januari en 5 maart 1966
''Berets' keep mopping up on sales front, Billboard, 5 maart 1966
'The Vietnam conflict spawning heavy barrage of disk tunes', Billboard, 4 juni 1966
Harry Knipschild, 'Twee jaar na z'n dood nog steeds aan de top: Jim Reeves', Tuney Tunes, juli 1966
Graeme Andrews, 'Reeves' disks at peak in Britain', Billboard, 22 oktober 1966
'Jim Reeves', Hitweek, 28 oktober 1966
Michael Streissguth, Eddy Arnold. Pioneer of the Nasville Sound, New York 1997
'Barry McGuire, Eve of Destruction', 9 oktober 2005, website Barry McGuire