Zoeken


William ‘Smokey’ Robinson werd op 19 februari 1940 geboren in Detroit, Michigan. Als jongeman van zeventien kwam hij in contact met Berry Gordy. In die dagen was Gordy vooral actief als schrijver van liedjes voor zanger Jackie Wilson. ‘Lonely Teardrops’ bereikte de zevende plaats in de Billboard top 100.
   In het boek ‘Motown’ van Gerald Posner (2002) is te lezen over de eerste ontmoeting van Smokey met Berry. Gordy bevond zich in het kantoor van Nat Tarnopol, die de zakelijke belangen van Jackie Wilson behartigde. Een nieuwe groep, de Matadors, vier jongens en een meisje, arriveerde voor een auditie. Tarnopol was niet onder de indruk. “Jullie moeten meer als de Platters klinken”, stelde hij. De Matadors dropen af.
    Berry Gordy was het niet met Tarnopol eens. Hij liep de zichtbaar aangeslagen artiesten achterna. “Ik vond jullie heel goed”, vertelde hij aan een van de zangers.

    “Ik ben William Robinson, maar ze noemen me Smokey”, kreeg hij te horen.  
   
Berry vertelde dat hij nogal wat liedjes voor Jackie Wilson geschreven had.
    “Wie schrijft jullie songs?”
  
 “Ik”, zei Smokey. Tijdens het gesprek bleek dat Smokey meer dan honderd nummers op zijn repertoire had staan. Gordy was zo onder de indruk dat hij die allemaal liet zingen. Aan elke song ontbrak evenwel iets om ze echt commercieel te maken, vond hij. Dat was echt jammer. “Ik vind je songs geweldig”, hoorde Smokey van de man die de hits van Jackie Wilson uit zijn pen getoverd had.

 
Berry Gordy voor zijn 'garage'
 

Samenwerking Smokey & Berry

 

Berry Gordy was geen solist. Integendeel. Zijn hele familie was actief in het opzetten van Motown aan het einde van de jaren vijftig. Overal wist hij mensen te vinden die hun bijdrage aan zijn onderneming leverden. Hits maakte hij bijvoorbeeld met Marv Johnson. ‘You got what it takes’ en ‘I love the way you love’ (uitgebracht op het United Artists-label) haalden zowaar de Amerikaanse top 10 in 1959/1960.

   Gordy liet zich in de zomer van 1959 ook helpen door Janie Bradford, de receptioniste van het nieuwe bedrijfje in Detroit. Berry had het idee om een liedje te schrijven over geld verdienen. Janie kwam met “Your love gives me such a thrill, but your love don’t pay my bills, gimme some money, baby”. De studio bevond zich in de garage van het woonhuis van het echtpaar Raynoma en Berry Gordy. Ze konden dus meteen aan de slag. Barrett Strong, een verlegen artiest op zoek naar succes en geld, luisterde in de kamer ernaast naar wat het tweetal aan het uitproberen was. Hij stapte de omgebouwde garage binnen en ging naast Berry op de pianokruk zitten. Samen zongen en speelden ze ‘Now give me money, that’s what I want’. Strong stond formeel onder contract bij Gwen Gordy, de zus van Berry. Dat maakte niet uit. In de studio werd een opname van ‘Money’ gemaakt met Barrett Strong als zanger.

   Begin 1960 verscheen de single op het Anna-label in de Amerikaanse hitlijsten. ‘Money’ steeg door naar de 23ste plaats. Janie werd voor haar hulp beloond met de helft van het copyright. Dat was mooi voor haar. Het liedje werd later uitgevoerd door artiesten als de Beatles, Rolling Stones, Flying Lizards, Scissor Sisters, Kingsmen, Ike & Tina Turner, Jerry Lee Lewis, Led Zeppelin en de Who.

   Martha Reeves, een andere secretaresse bij het bedrijf, kreeg de kans zich als zangeres te etaleren. Samen met twee andere meisjes werd Mary omgetoverd in “Martha & the Vandellas’. Het trio werd succesvol met ‘Dancing in the street’, ‘Heat wave’, ‘Quicksand’, ‘Jimmy Mack’ enzovoort.

 

Buiten zijn familie had Berry Gordy met niemand een sterkere band, lijkt het, dan met Smokey Robinson. Smokey was een medewerker van het eerste uur. Bijna een volwaardige partner. Zijn groep, de Miracles (een nieuwe naam voor de Matadors), maakte in 1959 een piepklein hitje met ‘Bad Girl’ (op het Chess-label). Een jaar later kwam de doorbraak met ‘Shop Around’. Dat nummer hadden Berry en hij samen geschreven. ‘Shop Around’ was de eerste Motown-plaat (op het eigen Tamla-label) waarvan in Amerika meer dan een miljoen exemplaren verkocht werden.

   Smokey Robinson voelde zich zozeer verbonden met zijn broodheer dat hij zijn zoon Berry Robinson en zijn dochter Tamla Robinson noemde.

 

Tamla, Smokey en Berry Robinson, 2007
 

Ook de andere Miracles werden ingezet bij het muziekbedrijf. Bobby Rogers trad op als producer. Pete Moore luisterde naar liedjes die van alle kanten werden aangeboden. Ronnie White werkte bij Jobete, de muziekuitgeverij van Berry Gordy. White was tevens actief als liedjesschrijver voor het groeiende concern, meestal in samenwerking met Smokey. Samen schreven ze bijvoorbeeld ‘You beat me to the punch’ (Mary Wells), ‘Don’t look back’ (Temptations), ‘Ain’t that peculiar’ (Marvin Gaye) en ‘My Girl’ (Temptations). Grote Miracles-hits waren “I second that emotion’, ‘You’ve really got a hold on me’ en ‘The tears of a clown’.

   In 1961 werd Smokey Robinson formeel benoemd tot vice-president van Motown, rechtstreeks onder Berry Gordy. Zolang Motown een zelfstandige onderneming was (tot 1987) bleef hij die titel houden. Wat kon je nog meer bereiken…
 

Dreamgirls (film over de Supremes en Berry Gordy)

 

Als vice-president was Robinson ongetwijfeld op de hoogte van het wel en wee binnen de platenmaatschappij. Zo lang de artiesten bij Motown onder contract stonden werd ze geleerd wat ze wel en wat ze niet naar buiten moesten brengen. Lang niet alle producers, liedjesschrijvers, zangers en zangeressen waren tevreden over de inkomsten die ze aan hun plaatsuccessen overhielden. Ze verlieten het bedrijf uit Detroit, Michigan, en zochten hun heil elders. Dat gold voor de producers Holland-Dozier-Holland, en artiesten als de Four Tops, Mary Wells, Marvin Gaye, Diana Ross, Gladys Knight, Jackson Five enzovoort. Daarna konden ze vrijuit praten en dat deden ze dan ook. Er werden dikke boeken geschreven vol met schandalen. Als klap op de vuurpijl verscheen in 2006 de film ‘Dreamgirls’, een fictief verhaal over wat er achter de schermen gebeurd zou zijn met de Supremes, de succesvolle glamour-act van Motown. De film, met Jamie Foxx in de rol van Berry Gordy, was goed voor twee Oscars.

 

65-2 Dreamgirls


Smokey Robinson voelde zich geroepen Berry Gordy en Motown te verdedigen. Het is onmogelijk na te gaan in hoeverre Amerikaanse krantenjournalisten zijn woorden correct hebben weergegeven. Smokey voerde echter ook het woord op de televisie. Dankzij YouTube kun je hem recht in het gezicht kijken als hij het woord neemt, bijvoorbeeld in het programma ‘Showbizz Tonight’.

   Waarom ben je zo van streek?

   “Ik erger me niet aan de acteurs. I love all of them. Ik ben gek op Beyoncé (Diana Ross in de film), Jamie Foxx, Eddie Murphy, Jennifer Hudson. Ik heb helemaal niets tegen hen. Ik heb wel problemen met de makers van de film. Met name over de manier waarop zij Motown, Berry Gordy en de Supremes meenden in beeld te moeten brengen.

   Ik zelf bracht de Supremes bij Motown. Diana Ross en ik waren al vrienden toen ze elf jaar oud was. Ze nam contact met me op. Bij mij deed ze auditie. Never ever was Florence Ballard [1943-1976] de leadsinger van de Supremes. Wij allemaal hielden heel veel van Florence, God hebbe haar ziel. Ze maakt deel uit van de Motown-familie. We hebben een echte Motown-familie. Die bestaat nog steeds. Die sfeer hebben we altijd gehad. Berry Gordy bouwde Motown op basis van integriteit, eerlijkheid, eer. Daarom is het bedrijf al vijftig jaar een succes. Dat we nu op een andere manier worden afgebeeld, raakt me”.  
  
De figuur, die Jamie Foxx uitbeeldt, gebaseerd op Berry Gordy, geeft dus niet het juiste karakter van Gordy weer?

   “Absoluut. Zo was het geschreven. Jamie schreef het niet. Het was voor hem geschreven. Ik heb het moeilijk met diegenen die de film gecreëerd hebben. Mensen gaan naar de bioscoop. Ze denken: zo was het. Dat is helemaal verkeerd. Zo was het helemaal niet. Wij zijn Motown, wij zijn één grote familie. Wij houden van elkaar. Diegenen van ons die nog in leven zijn zien elkaar tot op de dag van vandaag”.

   Het filmpje op YouTube is inmiddels ruim 46.000 keer opgeroepen. Veel kijkers zijn woedend op Smokey Robinson.

   In hun commentaar is onder meer te lezen: “Smokey, ik ben gek op je muziek. Maar je bent een leugenaar. Het was wel degelijk Florence Ballard die [de Supremes als] de Primettes opzette. Ze traden in Detroit op lang voor ze bij Motown onder contract kwamen en hun naam veranderden in de Supremes. Berry was jouw vriend. Alles draaide om geld. Berry betaalde je goed voor elk liedje dat je schreef. Natuurlijk verdedig je hem. Jij ontvangt nog steeds cheques. Anderen bij Motown zijn gestorven met alleen maar schulden”.

   Meer van dit soort reacties vergezellen de clip. “Florence was de leadsinger van de Supremes. Diana Ross wilde in de schijnwerpers staan. De waarheid maakt Smokey kwaad. Hij weet dat het waar is. Hij was erbij. Diana bereikte de top in bed. Ze heeft zelfs een kind van Berry Gordy. Kom op, dat is geen geheim. Er was altijd spanning in de groep. Florence had een fantastische stem. Ik weet zeker dat de film de waarheid verkondigt”.

   Eén kijker vatte de boodschap kort samen: “Je hebt een fan verloren, Smokey. Je liegt”.
 

Smokey over Vietnam

 

Smokey Robinson kon zijn gedachten goed onder woorden brengen. Dat deed hij niet alleen door Motown-liedjes van interessante teksten te voorzien. In interviews, zoals te zien op YouTube, was hij eveneens een boeiende spreker.

   In 2004 publiceerde de Leidse historicus Chris Quispel het artikel ‘Brothers in arms. Zwarte soldaten in Vietnam’ (Leidschrift). “Zwarten wilden alleen nog maar naar muziek luisteren waarin zij hun roots herkenden, muziek met soul. James Brown verwoordde dat het meest duidelijk: ‘Say it loud I’m black and I’m proud’”, aldus Quispel. “In Saigon gingen zwarte soldaten naar de bars rond Trinh Minh waar muziek van Otis Redding en Wilson Pickett werd gedraaid in plaats van ‘goddamn hillbilly music’. Volgens de geruchten durfde de militaire politie de zwarte uitgaanswijk niet meer binnen te gaan, tenzij onder begeleiding van een gewapend konvooi. Zwarte soldaten ergerden zich niet alleen aan de blanke muziekkeuze, ze misten ook zwarte kranten en tijdschriften als Jet en Ebony en konden in de legerwinkels geen ‘zwarte’ producten krijgen”.

   In een interview voor YouTube met het blad Time ging Smokey Robinson in op de rol van zwarte muziek bij de militairen die in Vietnam tegen de communisten vochten.

   “Ik ontmoette Oliver Stone toen hij voor het eerst terug kwam uit Vietnam. Hij had ‘Platoon’ geregisseerd. Stone had een paar van mijn liedjes in de film gebruikt. ‘Tracks of my tears’ en nog een song. Hij vertelde hoe belangrijk de muziek van Motown voor de troepen geweest was. Als iemand naar zo’n trauma gaat, waar dagelijks mensen om je heen sterven, je vrienden, mensen die je hebt leren kennen. Als een van de manieren om je in die sfeer op te beuren het luisteren naar mijn muziek is – man, dat is prachtig, dat is overweldigend. Het is een grote eer te denken dat die jongens door mijn muziek getroost werden”.

 
Smokey over drugs

 

Smokey Robinson en Leon Kennedy
 

Geen onderwerp ging de artiest uit de weg. In de jaren tachtig raakte hij aan drugs verslaafd. Dat had hem zijn huwelijk gekost. In 1989 legde hij in een interview met CBN (Christian Broadcasting Network) uit hoe het in 1984 gegaan was.

   “Ik dacht altijd dat mij zoiets niet kon overkomen. Daarom ga ik naar scholen, naar ‘rehab places’ [instituten om af te kicken], naar plaatsen waar jonge mensen bij elkaar komen. Ik vertel over mijn eigen levensloop. Ik had alles bereikt wat je maar wilde. Het ging fantastisch in mijn leven. Dat maakte me soms bang. En juist ik viel in de val van de drugs. Zoals het bij mij ging, gaat het bij de meeste mensen.

   Als je begint denk je dat je plezier hebt. Het is ‘fun’. Je denkt nooit dat je op een punt aankomt waar het serieus is, dat het iets kapot maakt of wat dan ook. Je denkt: ‘This is fun, you’re having a great time’. Op een dag wist ik niet meer wie ik was, wie ik geworden was. Ik had niet in de gaten hoe schadelijk het was. Fysiek en geestelijk. Totdat het te laat was. Toen ik opkeek was het te laat. I had gone over the deep end. Voor mij was dat vreselijk. Ik was nooit een drugsverslaafde geweest. Ik schaamde me diep.

   Ik wilde niemand vertellen wat me gebeurd was. Ik was bang en beschaamd. Want het was iets waarvan ik nooit gedacht had dat ik er mee te maken zou krijgen. Bovendien, mijn dierbare vriend Marvin Gaye was pas gestorven omdat hij zo zwaar onder de drugs zat. Ik was juist een van de mensen die Marvin probeerde te overtuigen om af te kicken. En toen zat ik er zelf ineens midden in. Een totale verrassing voor mij. Daarom weet ik dat de meeste mensen die er mee beginnen aanvankelijk veel plezier hebben. Wat ze denken dat plezier is.

   Leon Kennedy heeft me geholpen. Ik ontmoette hem toen hij vijftien jaar oud was. Hij was stiekem een nachtclub binnengeslopen waar ik met de Miracles optrad. We zijn hele goede vrienden geworden. Hij is iemand die alles van me weet. Alles van mijn leven. We zijn nooit een onderwerp uit de weg gegaan. [Vanwege de drugs] ontweek ik zelfs hem. Dat maakte hem ongerust. Onverwacht klopte hij aan mijn deur. Toen ik open deed zei hij: ‘Je ziet er verschrikkelijk uit. Ik weet wat je doet. Ik laat je niet zitten’.

   Hij begon voor me te bidden. Hij bleef de hele nacht bij me. ‘Morgen is het maandag’, zei hij. ‘Dan breng ik je naar een Prayer Service. Zodat je kunt genezen’.

   Ik zei: ‘Okay, fine. That’s great’. We gingen er heen. Jean Perez sprak me toe. Ik voelde me verschrikkelijk. Ik had hartkloppingen, ernstige maagklachten, het koude zweet brak bij me uit, ik was helemaal in de war en nog veel meer. Aan niemand had ik dat durven vertellen, niet aan de dokter en aan mijn vrienden.

   Perez riep me naar voren en vertelde me precies wat ik allemaal had meegemaakt. Ze zei dat ze al een jaar lang voor me aan het bidden was. Ze wist dat ik een keer zou komen opdagen, omdat de Heer van me hield en me wilde redden. Ze hielp me van de drugs af. Het kost me bovendien niet de minste moeite ervan af te blijven. En dan te bedenken hoeveel cocaine ik eerder gebruikte. Ik kocht op het laatst steeds een ‘eighth of an ounce’. Dat is een heleboel cocaine”.

Smokey over muziek

 

In het interview met CBN vertelde Smokey ook over zijn muzikale achtergronden.

   “In de buurt waar ik opgroeide was er overal muziek. Op elke hoek van de straat was er wel een groep. Op een dag liep ik met een vriend mee naar zijn huis. Zijn zusje was drie jaar oud. Ze zat aan de piano te spelen. Dat was Aretha Franklin”.

   Ook in 1989 stak hij de loftrompet over Berry Gordy. “Bijna alle mensen hebben wel een of ander talent. Maar niet iedereen krijgt de kans dat te ontwikkelen, met name in de showbusiness. De meeste mensen kunnen zingen. Wat Detroit bijzonder maakte was Berry Gordy. Hij was de man die een droom had. Gordy zette zijn droom in daden om. Door dat te doen maakte hij de droom van heel wat jonge mensen waar. Dat was het voordeel dat we in Detroit hadden”.

 

In 2009, bij het beantwoorden van de vragen van het blad Time, borduurde Smokey er nog op door. Hij keek nog even helemaal terug naar het begin van Motown.

   “Op de dag dat Berry Gordy met Motown begon waren er vijf mensen. Hij had een plan. ‘Wij gaan geen zwarte muziek maken. We gaan muziek voor mensen maken, muziek voor de wereld. We gaan muziek maken met een geweldige beat en goeie verhalende teksten’. Niemand van ons durfde te beseffen dat Motown zou worden wat het geworden is. Er moesten een heleboel barrières gesloopt worden.

   We zaten in de tijd van de civil rights movement. Speciaal in het Zuiden werd het blanke publiek van het zwarte gescheiden. Blanken aan de ene, zwarten aan de andere kant. Blanken boven, zwarten beneden, of omgekeerd. Toen we een jaar of zo bezig waren gingen we naar dezelfde plekken terug. We troffen dezelfde mensen aan. Nu was er geen scheiding meer. Sterker nog, ze dansten met elkaar. Ze hadden het geweldig met elkaar. Ze hadden een ‘common love, common joy’ – de muziek van Motown. Niemand durfde te dromen dat het zou worden als het geworden is”.

 

Wat was de favoriete muziek van Smokey Robinson?

   Tijdens het interview met Time had hij een duidelijke voorkeur. “Ik wil niemand iets te kort doen. Ik heb met fantastische artiesten gewerkt. Maar toch: Marvin Gaye. Hij is een van die artiesten die altijd zullen blijven. Als hij naar de studio kwam zat ik aan de piano. Dan speelde ik een nummer, liet hem een song horen. Vervolgens zong hij dat op een manier alsof hij het al langer kende. Alsof hij het zelf geschreven had. Ik zei altijd: ‘Je marvin-izde mijn song’. Want dat deed hij nu eenmaal. Great singer! Daarom staat hij bovenaan mijn lijst”.

   In 2010 kreeg Smokey dezelfde vraag voorgelegd bij de uitreiking van de Grammys. “Ik luister naar iedereen”, zei hij bij binnenkomst. Marvin Gaye werd niet genoemd deze keer. “Je zou mijn iPod of cd-speler eens moeten zien. In mijn auto heb ik Mantovani, Muddy Waters, Nelly, Alicia Keys, de Temptations”.

   Mantovani? ‘Greensleeves’, de herkenningsmelodie van Jan van Veens ‘Candlelight’? Die muziek had ik nooit achter Smokey Robinson gezocht.

 

65-4 mantovani
Mantovani
 

Je beste liedjes zijn vaak heel droevig. Heb je een advies voor jonge mensen?

   “Tijd – dat is mijn advies. Tijd geneest alle wonden. Na verloop van tijd verandert tragedie in komedie. Soms denk je dat iets ondragelijk is. Daar kun je nooit van herstellen. Tien jaar later zul je er om lachen. Ook wij hebben ellende meegemaakt, met name in het Zuiden, waar ze ons niet wilden bedienen in een restaurant. We zaten soms een uur te wachten voor iemand naar ons toe kwam en zei; ‘What do you want?’ Nu kan ik er om lachen. Dat was stom van ze. Ik ben blij dat ik het heb meegemaakt. Als ik er nu op terugkijk doe ik dat met een glimlach”.

 

Smokey Robinson, die een grote rol speelde bij het opzetten van Motown, is inmiddels een veteraan. Is hij niet het niet moe om steeds weer die liedjes van weleer te moeten zingen?

   “Ik zeg altijd: ik geef nooit een optreden vóór mensen. Ik treed op mét mensen. We hebben samen een feestje, een goeie tijd. Ik ben aan het werk, maar we hebben plezier. Sommige van die songs heb ik wel duizenden keren gezongen. En iedere avond, iedere keer, zijn ze ze gloednieuw voor mij. Het verveelt me nooit”.

 

***

 

Tijdens de memorial service voor Michael Jackson in 2009 kreeg Smokey Robinson het publiek diverse keren aan het lachen. Hij vertelde dat hij het liedje ‘Who’s loving you’ geschreven had.

   “Berry had een heel bijzondere ontdekking gedaan. Hij stelde me voor aan vijf jonge mensen. Een van hen was een tienjarige jongen. Ze zongen en dansten op een fantastische manier. Een paar weken later namen ze mijn song op. Door de manier waarop Michael de tekst vertolkte kon ik onmogelijk geloven dat hij zo jong was. Ik ben op hem afgestapt en ik heb hem naar zijn geboortebewijs gevraagd. Michael zong het met een inzicht en gevoel wat voor iemand van zijn leeftijd eigenlijk onmogelijk was. Als liedjesschrijver was ik apetrots op zijn interpretatie.

   Als ik nu concerten geef zing ik ‘Who’s loving you’ zelf. Jonge kinderen komen dan naar me toe en zeggen: ‘Weet je wel dat je een nummer van Michael Jackson zingt?’’

   Smokey Robinson bevond zich op een paar meter afstand van de kist met daarin de overleden ster. Hij noemde Michael ‘my little brother’. Eén ding wist hij zeker. “He is going to live forever, and ever and ever”. Smokey ging verder: “I’m glad I live in an era when I got a chance to see the greatest entertainer of all times. I’m glad that I live in this era. Ik ben er trots op dat ik de gelegenheid had je te kennen. De wereld zal Michael Jackson nooit vergeten”.

 

Een paar maanden later, tijdens de uitreiking van de Grammy’s trad Smokey Robinson op. Samen met Celine Dion, Usher, Jennifer Hudson en Carrie Underwood zong hij mee met Michael Jacksons ‘Earth Song’. Dat deed hij niet zomaar. “Michael Jackson schreef het lied. Het heeft een belangrijke boodschap. De aarde is het enige dat we op dit moment hebben. We verkennen de ruimte, maar we hebben geen andere plek dan de aarde. Laten we daar goed zorg voor dragen. Daar gaat de song over”.

 

Motown-artiest Smokey Robinson heeft zich ontpopt als een ware filosoof.

 

65-6 Robinson Smokey, Berry Gordy, 2011 White House 24 feb
Smokey Robinson en Berry Gordy in het Witte Huis, 24 februari 2011
 

Harry Knipschild

9 maart 2011
 
Clips
 
Literatuur
 
Loraine Alterman, 'The other Smokey Robinson - songwriter', Detroit Free Press, 14 oktober 1966
Bill Gray, 'Smokey says good-by', Detroit News, 25 januari 1972

Victoria Balfour, ‘Claudette Robinson’, in Rock Wives, New York 1986

Berry Gordy, Motown, Amsterdam 1995
Gerald Posner, Motown. Music, money, sex, and power, New York 2002
Chris Quispel, ''Brothers in arms'. Zwart soldaten in Vietnam', Leidschrift, september 2004
Ken Sharp, 'More love for Smokey Robinson', Goldmine, 13 mei 2008
Lisa Sweetingham, 'Smokey Robinson interview', Daily Telegraph, 21 oktober 2009