Zoeken

 

William (Bill) Haley werd op 6 juli 1925 geboren in Highland Park, Michigan. Begin 1954 tekende hij een contract met de Amerikaanse platenmaatschappij Decca. Milt Gabler (1911-2001), die eerder had opgetreden als producer van Billie Holiday, Lester Young en Louis Jordan, nam op 12 april 1954 twee liedjes met de nieuwe Decca-artiest op. ‘Thirteen Women’ was bestemd voor de a-kant. Voor de achterkant werd het nummer ‘Rock around the clock’ geselecteerd. Op 10 mei werd de plaat op de markt gebracht. Er werden 75.000 exemplaren van verkocht.

   Een jaar later werd de muziek van ‘Rock around the clock’ gebruikt als opening van de speelfilm ‘Blackboard Jungle’. Dat sloeg in als een bom. In de zomer van 1955 stond Bill Haley, inmiddels dertig jaar oud, op de bovenste plaats van de Amerikaanse hitparade. De plaat bleef 29 weken, langer dan een half jaar, genoteerd in de bestsellerlijst van het blad Billboard.

 

034-1a Haley 1955.07.30 Billboard

 
Billboard 30 juli 1955

 

Producer Sam Katzman besloot een film te maken waarin Bill Haley zelf optrad. Die heette ‘Rock around the clock’, genoemd naar de grote hit. Haley en zijn begeleiders, de Comets, waren intussen zo populair dat ze tal van nummers in de film mochten uitvoeren, zoals 'See you later, alligator', ‘Rock-a-beatin’ boogie’ en Razzle Dazzle’. Andere artiesten waren de bekende diskjockey Alan Freed, Freddie Bell en de Platters die ‘The great pretender’ en ‘Only you’ ten gehore brachtten. De opnamen werden in januari 1956 gemaakt. Op 21 maart kwam de film in de Amerikaanse bioscopen.

 

Rock around the clock

 

De Amerikaanse autoriteiten hadden grote problemen met Bill Haley en andere rock & roll-artiesten. Hun muziek gaf voortdurend aanleiding tot relletjes, veroorzaakt door teenagers. Daarbij werden allerlei vernielingen aangericht. In de New York Times van 10 juli 1956 was te lezen dat Bernard Berry, de burgemeester van Jersey City, voor de tweede keer een ‘rock-and-roll’ verbod had afgekondigd. Om die reden was een optreden van Bill Haley in het Roosevelt-stadion niet toegestaan. Daarbij verwees hij met name naar recente rellen in San Jose (Californië).

 

034-2a Haley Bill & Alan Freed
Alan Freed & Bill Haley

 

In de zomer van 1956 begon de roulatie van ‘Rock around the clock’ in Nederland. Een verslaggever van de Nieuwe Leidsche Courant was verre van enthousiast. Het was allemaal de schuld van de Amerikanen, schreef hij op 25 augustus.
   “Men probeert in de States, waar de amusementsindustrie een enorme omvang heeft aangenomen, het publiek te blijven behagen met nieuwe stijlen op het gebied van zang en muziek. De koortsachtige activiteit in deze richting heeft aanwinsten, maar ook excessen gebracht. De film ‘Rock around the clock’ geeft de opkomst weer van een nieuwe jazzstijl, die men ‘rock and roll’ noemt. Bij het spelen van deze muziek plegen zich dezelfde tonelen af te spelen, die men dit jaar ook in Amsterdam heeft kunnen zien in het Concertgebouw, waar een lid van de band van Lionel Hampton in vervoering van woeste muziek op de grond ging liggen spelen. Dergelijke dingen doen het in Amerika en het is geen wonder, dat de ‘rock and roll’-stijl daar zoveel succes heeft.
   Vooral bij de teenagers, zoals men de jeugd beneden de twintig daar noemt. Naarmate mensen ouder dan twintig worden zullen ze wel tot het besef komen, dat ‘rock and roll’ muzikaal bezien beslist niet het ‘non plus ultra’ der nieuwe stijlen is. En eerlijke teenagers zullen wel willen toegeven, dat ‘rock and roll’ meer appelleert aan sexuele dan aan muzikale gevoelens. Het ordinaire wordt hier tot norm verheven. De nieuwe jazzstijl zal hopelijk geen muziekgeschiedenis maken”.

 

Rock-rellen

 

Op 12 september plaatste de New York Times twee artikelen waarin melding gemaakt werd van rellen bij de vertoning van de film. “At a showing in Minneapolis, youngsters marched out and snake-danced down a leading thoroughfare, breaking store windows. The police quelled the disturbance. Police intervention also was necessary to quiet disorderly juveniles in a theatre at La Crosse, Wisconsin”. In Engeland was het volgens de krant veel erger.

   Vooral in Londen was het vreselijk. Honderden jongens en meisjes dansten en zongen op straat nadat ze de film gezien hadden. Ze belemmerden het verkeer, sloegen op deuren en daken van auto’s en gooiden met flessen. In een bioscoop had een jongen niet alleen naar de film gekeken. Hij was voor het scherm gaan staan en had “rock-rock-rock” geroepen. Andere bezoekers waren in plaats van op hun stoelen te blijven zitten aan het ‘jiven’ geslagen. “We want Bill, we want Bill” hadden ze geroepen. In diverse steden van Engeland (met name Manchester en Bootle bij Liverpool) had de jeugd zich op zo’n manier geuit.
  De politie was met honden de straat opgegaan en had nogal wat jongelui gearresteerd. Er werden boetes uitgedeeld van soms meer dan vijftig gulden. Steden als Blackburn en Preston wilden de film niet vertonen. In Parijs was het eveneens onrustig.

   Ook in Ierland, Indonesië, de Filippijnen en Australië was de film volgens de krant inmiddels in roulatie gebracht. De eerste reactie kwam van een bioscoopeigenaar in Singapore: “We blijven kalm. Het temperament van de mensen hier is anders dan dat van de Britten en Amerikanen”. Een woordvoerder van Columbia Pictures was enthousiast: “‘Rock around the clock’ is doing fantastic business”.

 

Burgemeester van Apeldoorn verbiedt vertoning van ‘Rock around the clock’

 

034-3a Tombe AL des
Burgemeester Des Tombe

 

De Apeldoornse website Waterloo Station toont een en ander over wat zich oktober 1956 in die stad afspeelde. Op de site zijn artikelen te lezen die in de Gelderlander en de Nieuwe Apeldoornse Courant verschenen waren. Bioscoop Minerva zou de Bill Haley-film vanaf 26 oktober vertonen. Een aankondiging was al in de vitrines opgehangen.

   Burgemeester Des Tombe greep evenwel in. Het lijkt erop dat hij zonder overleg een verbod op vertoning uitvaardigde. Onder de titel ‘Geen rock and roll in Apeldoorn’ rapporteerde een redacteur van de plaatselijke krant: “De burgemeester kan demonstraties, optochten, vergaderingen en filmvertoningen verbieden als hij meent dat de openbare orde verstoord dreigt te worden. Een dergelijk besluit, dat slechts zelden wordt genomen, is van het persoonlijk inzicht van de burgemeester afhankelijk. Een verantwoording behoeft niet te worden gegeven, noch tegenover het dagelijks bestuur der gemeente – de burgemeester treedt in dit geval als hoofd van de politie op – noch tegenover de raad.
  Bij informatie is ons gebleken, dat de burgemeester over aanwijzigingen beschikte, die de vrees voor ordeverstoring wettigden. Op grond hiervan is het besluit genomen. De burgemeester acht de film niet van zodanig belang, dat het risico van relletjes met alle daaraan verbonden gevolgen mag worden genomen”.

 

Een jongeman reageerde met een ingezonden brief: “Over het algemeen zijn de Nederlanders en speciaal de mensen op de Veluwe zeer nuchtere mensen. Dat de jeugd, waartoe ik zelf ook behoor, het in sommige steden van ons land te bont heeft gemaakt, is bekend. Men vergeet echter maar al te dikwijls, dat dit slechts enkelingen zijn. Als de directie van het Minerva-theater zelf het risico durft te lopen om deze film in haar theater te vertonen, dan is het besluit van de burgemeester zeer teleurstellend te noemen.
   Door het verbod treft men niet alleen de herrieschoppers, maar ook het overgrote deel van het publiek, dat omdat het van deze muziek houdt, deze film wil zien. Het is jammer, dat deze film in steden als Amsterdam, Arnhem en Nijmegen wél vertoond mag worden, maar in het dorp Apeldoorn niet. Op dit gebied zal men de stadse sfeer in Apeldoorn wel altijd blijven missen”.
 
Niet iedereen reageerde louter met de pen. De Gelderlander wijdde zijn voorpagina op 22 oktober aan wat zich eerder in Apeldoorn had afgespeeld: “Een aantal opgeschoten jongens hield zaterdag- en zondagavond een protestdemonstratie tegen het verbod van de burgemeester om ‘Rock around the clock’ te vertonen, waarbij zich later, toen de politie zich met het geval bemoeide, honderden anderen aansloten. Zaterdagavond trokken enkele tientallen jongeren, gewapend met een bord ‘Wij willen rock ’n roll’, door de binnenstad met de bedoeling om voor de woning van de burgemeester een protestdemonstratie te houden. Toen zij echter vernamen, dat de burgemeester nogal ver van het centrum woont, keerden zij terug.
  Talrijke verkeersborden moesten het voor het produceren van zoveel mogelijk lawaai ontgelden. Tenslotte pakte de politie twee onruststokers in de kraag. Achter de politiemannen en hun arrestanten vormde zich direct een snel aangroeidende groep joelende jongelui, die het politiebureau met stenen en bierflesjes begon te bekogelen. Tenslotte dreef de politie de onruststokers met gummistokken uiteen. Tot ver na middernacht bleef het zeer onrustig.
   Zondagavond ontstonden opnieuw rellen. Opgeschoten vlegels hadden kans gezien met koeien van letters op het gemeentehuis de woorden ‘Rock ’n roll’ te kladden. Een optocht van talrijke rock ’n roll-ers moest door de politie, die versterkte surveillance hield, met de gummistok uit elkaar worden gedreven. Daarbij ging het er warm aan toe. Verscheidene politieagenten werden gewond en talrijke ruiten van het politiebureau sneuvelden onder een regen van stenen en straatklinkers. Ook passerende auto’s moesten het ontgelden.
  De jongelui probeerden met brandende sigarettenpeuken de vacht van politiehonden, die inmiddels op de hysterische horde waren losgelaten, in brand te steken. Verschillende opgehitste vlegels kwamen op het politiebureau terecht. Ook in het huis van de burgemeester sneuvelde een ruit”.

 

 034-4a Apeldoorn jeugd 1956.10 rock
Apeldoornse teenagers
 

De Nieuwe Apeldoornse Krant gaf behalve reportages tevens achtergrondinformatie. Op 26 oktober 1956 verscheen een lang artikel met de titel ‘Wat is deze rock ’n roll?’

   De verboden film van Bill Haley had een en ander in beweging gezet: “Rock, everybody, roll everybody… In extase bewegen zich dansers over de vloer. Plotseling klinkt een wild geluid: de saxofonist neemt het monotone thema over. Het publiek raakt in vervoering. De chaos is op de dansvloer losgebroken. De jongens en meisjes zijn niet meer te houden. Dat is het beeld van de razernij, die zich voor de ogen van de van de verbaasde toeschouwer afspeelt bij de rock ‘n’ roll, de rage die thans ook in Nederland vele volgelingen heeft.

  De muziek bestaat uit een eenvoudig thema van twaalf maten, dat eindeloos wordt herhaald in een opdringerig ritme. De melodie wordt gespeeld door een saxofoon en een elektrisch versterkte gitaar en wanneer deze saxofoon speelt, dan zorgt de gitaar voor schrille akkoorden. Het hoogtepunt ervan – wat voor velen een muzikaal genot is – wordt bereikt als de zanger het thema overneemt en daarbij een niet bepaald indrukwekkende tekst produceert: ‘Shake rattle and roll, shake rattle and roll’. Dat gaat zo voort in een eindeloze herhaling met hier en daar een kleine variatie. Maar deze zingende heer heeft aan gewoon zingen niet genoeg. Hij zucht, snikt, kreunt, schreeuwt en maakt bovendien allerlei zotte gebaren.

  De monotone herhaling van een en dezelfde dreun, die op de duur de dansers bedwelmt, is een bedwelming, waaraan ze zich overigens gaarne overgeven, want daarvoor zijn ze immers gekomen. Daarna raken de dansers in trance, schreeuwen en zuchten met de zanger mee, klappen in de handen, stampen en moedigen de band aan. En zodra de muziek zwijgt, ontstaat er een kleine revolutie: er moet opnieuw begonnen worden, opnieuw ‘rock rock rock everybody’. Dat smeken om nieuwe muziek is verklaarbaar, want de dansers zijn bang dat de ban verbroken wordt en dat mag niet. Dan zouden deze jongelui immers tot zichzelf komen en dan zouden ze elkaar en zichzelf zien in een malle houding.

  De ‘rock ’n’ roll business’ is zonder meer commercieel. De klant is koning en deze koning moet zijn zin hebben. Eén van de eersten in deze sector, die dit inzag was Bill Haley, die onlangs in de Verenigde Staten tot king of rock ’n’ roll werd uitgeroepen. Sinds de eerste grammofoonplaat van Bill en zijn ‘Comets’ zijn er een dikke dertig opnamen op de markt verschenen, waarvan het meerendeel ’n recordverkoop heeft. De rockziekte heerst thans in Nederland. Hopelijk zal men de epidemie snel kunnen bedwingen”.

 

Op 1 december plaatste de Gelderlander een brief uit Amerika. De zestienjarige W. Peters, die begin 1956 uit Nederland vertrokken was, liet aan de redactie weten: “Ik las in een Hollandse krant dat ze gewoonweg de boel afbreken. Zo erg is het hier nog niet hoor. Ik vind de rock ’n roll best fijn. Hier is Elvis Presley de afgod van de teenagers”. Peters woonde in San Jose. De rock-rellen daar hadden in juli de kolommen van de New York Times en andere Amerikaanse kranten gehaald.

 

Bill Haley toch nog in Apeldoorn

 

Op 11 januari 1957, werd “Rock around the clock’ alsnog in het Minerva-theater vertoond. De volgende dag plaatste de plaatselijke krant een recensie. “Het verhaaltje is ongelooflijk kinderlijk. De film is volmaakt onschuldig. Animerend is het optreden van een paar bijzonder behendige dans-acrobaten die de rock ’n roll als danswijze demonstreren, in een stijl overigens, waartoe geen rock-fan zich zal kunnen opwerken. Was dit dan nieuw? De vooroorlogse tapdancers hadden vaak hetzelfde repertoire”.

  Voor rock & roll had de redacteur, waarschijnlijk een jazz-liefhebber, geen goed woord over: “Er is volstrekt niets nieuws aan deze muziek. Ze bestaat uit goedkope effecten, bijeengeraapt uit alle stijlen verkeerd begrepen jazz, tot een dof-kloppend systeem samengebracht, uitsluitend bestemd voor de oren van hen, die nog niet aan werkelijke jazz toe zijn. We herinneren ons de tijd dat de ‘Tiger Rag’ opgeld deed op de kermis, gespeeld door dorpse jongelieden, die na een paar biertjes tot dezelfde geluids- en showprestaties kwamen die we allemaal netjes op een rijtje gezet en zeer commercieel uitgebuit terug vinden in wat dan nu rock ’n roll heet”.

  De meeste aanwezigen waren jong. Ouders waren er bijna niet. Ze keken rustig toe bij de ‘verhalende gedeelten van de film. Ze kwamen in beweging als ‘Bill Haley en diens rock-kornuiten ’n nummertje weggaven. Dat bewegen bestond meestal uit ritmisch mee-applaudisseren met een enthousiaste kreet. Van werkelijke opwinding was geen sprake’.

 

034-5a Platters

The Platters

 

***

 

Mieterse muziek

 

De redacteur van de krant vroeg naar de mening van het jonge publiek. Hij tekende op wat een meisje van zeventien zei. “Dris eigenlijk niks an. Die film bedoel ik. De muziek is natuurlijk wel mieters”. En dat meisje had de toekomst…
 

Harry Knipschild

9 juni 2010

 
 
Literatuur
'Rock around the Clock', Nieuwe Leidsche Courant, 25 augustus 1956
Thomas P. Ronan, 'British rattled by rock 'n' roll', New York Times, 12 september 1956
Thomas P. Ronan, 'No stir in New York', New York Times, 12 september 1956
'Jeugdige Britse jazz-dwazen volkomen van de kook. Wat er ook nog gebeurde door een rock 'n roll film', Leeuwarder Courant, 12 september 1956
'Geen rock 'n roll in Apeldoorn. Burgemeester verbiedt vertoning van de film', Gelderlander, 19 oktober 1956
'Geen rock and roll in Apeldoorn', Nieuwe Apeldoornse Courant, 20 oktober 1956
'Rock and roll', Nieuwe Apeldoornse Courant, 22 oktober 1956
'Rock 'n roll-rel in Apeldoorn. Ook Leeuwarden in rep en roer', Gelderlander, 22 oktober 1956
'Wat lezers schrijven. Rock and Roll', Leidse Courant, 23 oktober 1956
Titus van Ballegooy, 'Platenmiljonair' [Bill Haley], Gelderlander, 28 oktober 1956
W. Peters, 'Brief uit Amerika, Gelderlander, 1 december 1956
Arnold Martens, 'Rock 'n roll', Gelderlander, 31 december 1956
'Films in Apeldoorn. Rock around the Clock: nog altijd hetzelfde liedje', Nieuwe Apeldoornse Courant, 12 januari 1957
John Swenson, Bill Haley, Londen 1982