Zoeken

 

Richard Penniman werd in Macon, Georgia, geboren op 5 december 1932. Op 23-jarige leeftijd had hij als ‘Little Richard’ zijn eerste hit met het liedje ‘Tutti Frutti’. In 1956 en 1957 volgden ‘Long Tall Sally’, ‘Rip it up’, ‘Lucille’, ‘Jenny Jenny Jenny’, ‘Keep a knockin’’ en ‘Good Golly Miss Molly’. Hij trad op in de rock & roll-films ‘Don’t knock the rock’ en ‘The girl can’t help it’. Little Richard was een van de eerste zwarte idolen van de popmuziek, of rock & roll zoals de popmuziek in die tijd genoemd werd.
   Geld verdienen was geen probleem, vertelde de zanger-pianist aan journalist Charles White, die in 1984 ‘The Life and Times of Little Richard’ publiceerde. “Ik verdiende minstens 2500 dollar per optreden, plus een percentage van de opbrengst. Meestal vertrokken we aan het einde van de avond met tien- tot vijftienduizend dollar. En dan te bedenken dat de prijs van een kaartje in die tijd nooit meer dan drie dollar en vijftig cent bedroeg”.
    Hoe Penniman (Little Richard) met het geld omging werd duidelijk gemaakt door Bobby Byrd (1934-2007), de rechterhand van James Brown: “We traden als de Famous Flames op in New Jersey. We zaten in dezelfde show als Little Richard, die de grote ster was. Onze gage was zo laag dat we niet genoeg geld hadden om naar huis te gaan. We vroegen hem of hij ons wat wilde lenen. Richard opende de achterbak van zijn auto en, zonder te kijken, haalde hij er een bundeltje dollars uit. De achterbak zat helemaal vol met papiergeld!”.
 

 033-1a Negro records, advertentie

 

Ondanks alle succes en de daarmee gepaard gaande inkomsten was Penniman niet altijd even gelukkig. Voortdurend was hij in conflict met Art Rupe, de eigenaar van platenmaatschappij Specialty Records. Die betaalde hem niet voldoende voor zijn prestaties. Bovendien riep rock & roll muziek, zeker als die door ‘negers’ werd uitgevoerd, in de Amerikaanse samenleving nogal wat weerstand op bij de heersende (blanke) klasse, met name de ouderen. In advertenties werd nog wel eens opgeroepen om die muziek te weren. Het voortdurend (moeten) rondreizen ging op de duur eveneens zijn tol eisen. En zo waren er nog veel meer problemen waar Little Richard mee van doen had.

   Menige artiest greep naar de fles, of wat dan ook. De zanger van ‘Tutti Frutti’ niet, althans volgens zijn drummer Chuck Connors: “He was a good guy. In the Fifties, Richard was not drinking anything but coffee. He wasn’t smoking no cigarettes, neither. The most I saw Richard drink was one half can of beer”.

 

De bijbel

 

Al heel snel had Penniman een villa in Hollywood gekocht. Voor zichzelf en zijn familie. Iedereen was welkom. “Virginia Road 1710 was open huis voor de grote namen in de rock & roll-wereld. Moeder kookte gigantische maaltijden voor Chuck Berry, James Brown, Jackie Wilson, Etta James, de Coasters”.
    Maar broer Marquette merkte dat Richard aan het veranderen was. “We hadden wilde feestjes. De mensen kwamen van alle kanten met de hoogste verwachtingen. Maar dan ging Richard op de grond zitten, haalde een bijbel te voorschijn en gaf een show voor iedereen die rondom hem had plaatsgenomen. Steeds opnieuw vertelde hij me dat hij de showbusiness wilde verruilen voor de kerk”. Chuck Connors had een soortgelijke ervaring: “Richard praatte er voortdurend over de rock & roll op te geven en zijn leven voor lange tijd aan God te wijden. Met name als hij in de put zat”.

 

‘Broeder’ Wilbur Gulley colporteerde begin 1957 in Hollywood met christelijke lectuur. Hij ging van deur tot deur. In de Virgina Road stond hij oog in oog met de vedette. Gulley had geen beter moment kunnen uitkiezen. Hij bracht Richard in contact met zijn medebroeder Joe Lutcher, die eerder saxofoon had gespeeld bij Nat ‘King’ Cole en Sammy Davis. Lutcher had nog nooit gehoord van ‘Tutti Frutti’ en ‘Long Tall Sally’: de muziek van de duivel had hij immers voorgoed afgezworen.
    “Op een avond belde Richard me op. Hij vroeg me naar mijn ervaringen met de Heer. Ik kon goed met hem overweg omdat ik zelf in de showbusiness gezeten had. We hadden een diepgaand gesprek. Richard vertelde me dat hij uit de showbusiness wilde stappen. Hij verdiende wel veel geld maar hij was toe aan een geestelijke heroriëntatie. Er ontbrak iets aan zijn leven”.

 

Vaarwel aan de rock & roll (4 oktober 1957)

 

033 -2 Little Richard

 

In het najaar van 1957 maakte Penniman een toernee door Australië. Voor het eerst zat hij in een vliegtuig. Dat was een verre van aangename ervaring. Op 4 oktober lanceerde de Sovjet-Unie de eerste Spoetnik. Op dat moment trad de zanger, samen met Eddie Cochran en Gene Vincent, voor veertigduizend aanhangers op in Sydney. Voor Richard leek het alsof de satelliet recht over het stadion vloog. “Ik stond op van de piano en zei: Dat is het, ik ben er doorheen. Ik verlaat de showbusiness om terug naar God te gaan”. Penniman liet de toernee voor wat die was en vloog terug naar de States.

 

Zus Peggie had geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat Richard zou ophouden met geld verdienen. “Onze hele wereld leek in elkaar te vallen. Het was vreselijk dat we niet de tijd hadden om ons voor te bereiden. We telden altijd al zijn geld, duizenden dollars. Hadden we maar wat van al dat geld apart gehouden”. Moeder Penniman was het daar niet mee eens. “Hij had altijd goed voor ons gezorgd nadat mijn man Bud overleden was. Dat was iets om nooit te vergeten. Richard moest in staat gesteld worden zijn eigen leven te leiden. Als hij besloten had andere dingen te doen en zich aan het geestelijke leven te wijden, wat moesten wij dan anders zeggen dan Amen!”

   Art Rupe, de eigenaar van de platenmaatschappij waarbij Richard onder contract stond, geloofde niets van wat zijn ster allemaal beweerde. Volgens hem waren er andere dingen aan de hand, zo ging dat altijd bij hem. Maar wat kon hij anders doen dan platen persen van de mindere opnamen die hij nog op tape had. “Little Richard was zo populair”, vertelde hij aan Charles White, “dat als hij niet meer deed dan zijn neus snuiten en wij dat konden opnemen, we het toch nog zouden verkopen. Zo groot was de vraag naar nieuw materiaal. We hebben een heleboel inferieur materiaal uitgebracht. Het was heel frustrerend”. ‘Oh my soul’, ‘Baby Face’ en ‘Kansas City’ waren de singles die Specialty op de markt bracht, terwijl Penniman zich met andere zaken bezighield.

 

Little Richard als dominee

 

Penniman probeerde zich zo goed mogelijk te gedragen. Omdat hij nu eenmaal dominee geworden was moest hij ook maar trouwen. Dat lag eigenlijk helemaal niet in zijn aard. “Iedereen zei me dat ik een vrouw nodig had. Ik was bang dat ik in de hel zou belanden als ik niet trouwde. Dus ging ik op zoek naar een vrouw”.

   Ernestine Campbell werd zijn echtgenote. “Ik ontmoette Richard in november 1957. Hij was naar Washington gekomen om er het woord te voeren. Zijn muziek kende ik wel en ik had hem in interviews op de radio gehoord en nu zag ik hem voor het eerst. Er was iets in hem dat me het gevoel gaf dat hij meer was dan een idiote rock & roll zanger. Ik ben op hem afgestapt en heb hem bij ons thuis voor het eten uitgenodigd”. Het is onduidelijk wat voor soort relatie ze hadden.

   Hoe dan ook, ze trouwden op 11 juli 1959 in Hollywood. Richard liet de bruid, de familie, de gasten en de predikant maar liefst zes uur wachten op het afgesproken tijdstip. Niemand wist waar hij was. Geen ideaal begin voor een huwelijk. Dat kon ook moeilijk anders. Penniman wist heel goed dat hij homofiel was. Hij was alleen maar getrouwd omdat hij zich als dominee verplicht voelde dat te doen. “Ik hield van haar alsof ze mijn zus was. Toen ik haar ontmoette was ik zeer op haar gesteld. Als echtgenoot heb ik haar verwaarloosd. I was gay and I wasn’t concerned. Als ik haar was zou ik ook nooit met mij getrouwd zijn. Ernestine was teveel vrouw voor mij”. Het huwelijk hield dan ook geen stand.

   Behalve trouwen moest Richard nog meer concessies doen. “Ik mocht geen koffie meer drinken of vlees eten. Ik at alleen nog groente, bereid in vegetarische olie, zoals de kerk het voorschrijft”.

 

33-3a dominee
Dominee Penniman in gebed
 
Charles Penniman, een andere lid van de familie, was van mening dat de kerk het huwelijk geforceerd had. Volgens hem werd zijn broer alleen maar gebruikt om anderen, speciaal entertainers, aan te trekken. Charles White concludeerde: “The church realized that in him they had a very hot property indeed – a man who could well have the messianic powers that would bring thousands of people to the church. So they set about grooming him for his new role in life”.

   Richard werd voor een degelijke opleiding naar het Oakwood College in Huntsville, Alabama, gestuurd. Hij werd geacht een studie van drie jaar te volgen. Maar daar kwam niet veel van terecht. Om te beginnen kwam de voormalige rock & roll ster voorrijden in een van zijn extravagant gekleurde Cadillacs. Heel wat lessen sloeg hij gewoon over of hij arriveerde als het onderwijs al lang begonnen was. Zijn gedrag bracht heel wat onrust in het geordende leven van een College. Dat bezorgde zijn leraren nogal wat frustratie. Toch deed de kerk er alles aan om hem als predikant te behouden. Want preken kon Penniman als geen ander. Je hoefde hem maar een passage uit de bijbel voor te leggen. Dominee Penniman zette die in simpele retoriek om. In een mum van tijd had hij zijn gehoor helemaal in trance.

 

Omdat hij tot de kerk was toegetreden kwam Richard Penniman in contact met vooraanstaande gospel-vocalisten. Mahalia Jackson bijvoorbeeld. “Ik bewonderde haar in hoge mate”, vertelde hij aan de auteur van het boek over zijn leven. “Ik had haar echter nog nooit ontmoet voor ik me tot de Heer gewend had. Ze gaf een concert in Los Angeles. Ik zag haar op straat lopen, liep op haar af en nodigde haar uit naar me te komen luisteren in de Mount Maria Baptist Church”.
    Mahalia Jackson (1911-1972) was aanvankelijk nogal terughoudend. “Ik wist niet wat ik moest verwachten. Richard had als rock & roll zanger de reputatie van een wildeman. Het deed me genoegen te horen dat hij gered was. Hij was teruggekeerd tot de muziek die hij in de kerk als jongetje gehoord had, de muziek van de Heer. Hij was fantastisch. Hij zong de gospels zoals ze gezongen moesten worden. Richard had eindelijk zichzelf gevonden, als mens en als zanger”.
 
 033-4a Jackson Mahalia Presley
Mahalia Jackson en Elvis Presley
 
Terugkeer naar de showbusiness

 

Terwijl Penniman naar buiten trad als predikant begon hij, lijkt het, steeds meer te twijfelen of zijn beslissing wel juist geweest was. Hoe dan ook, in 1960 had hij een ontmoeting met de Upsetters, het orkest dat hem in het verleden altijd op de bühne bijgestaan had. De muzikanten waren nu de begeleiders van Little Willie John. De zanger verklaarde zich bereid mee te werken aan plaatopnames, als zijn naam maar niet vermeld werd.

   Van het een kwam het ander. Little Richard had de smaak opnieuw te pakken. Als gospel-zanger nam hij twee albums op. Quincy Jones was de arrangeur-producer van ‘Little Richard, king of the gospel singers’. Jones was geweldig onder de indruk. “Tijdens de opname van het liedje ‘It’s real’ beseften we hoe bijzonder het was wat we aan het doen waren. Richard zong het nummer niet alleen, hij preekte het. Eén ‘take’ was genoeg. Ja, dit was Richard Penniman, Little Richard, de rock & roll-lieveling. Maar dit was een andere man. Weg waren zijn hoog kapsel en zijn maniertjes. Vergeten waren ‘Tutti Frutti’ en ‘Long Tall Sally’. Hier was een serieuze jonge gospel-zanger. ‘Do Lord, remember me’, schreeuwde Richard uit. Wij in de studio waren zeer onder de indruk. Het was een ervaring die bewees dat diep religieus gevoel en hartstocht hand in hand kunnen gaan”.

   Little Richard was ook zelf aangedaan. “Dat album bracht me terug in business. Het was het soort muziek dat ik altijd wilde opnemen. Nadat de plaat was uitgebracht werd ik uitgenodigd overal gospel-concerten te komen geven, in het hele land”.

 

Aanbiedingen voor concerten kwamen er ook uit Engeland. De Britse impresario Don Arden, die eerder toernees voor Jerry Lee Lewis, Gene Vincent en Brenda Lee had opgezet, nam contact op. Arden liet Penniman weten dat zijn platen nog steeds succesvol waren in Europa. Hij stelde hem in 1962 voor samen met Sam Cooke op toernee te gaan. De zanger liet zich overhalen en zei ‘ja’. Hij zou zich op orgel laten begeleiden door de zestienjarige Billy Preston. “Ik wilde naar Engeland gaan”, vertelde Little Richard in 1984. “Don Arden deed alsof iedereen mijn platen kocht en ik wilde terug naar de showbusiness. Mijn hele leven was ik entertainer geweest. Maar ik accepteerde het aanbod van Arden omdat ik geloofde dat het het een gospel-tour betrof”.

   Don Arden (1926-2007) adverteerde voor de show van Cooke en Penniman. Daarin liet hij ondermeer opnemen: “Little Richard has been booked purely as a rock artist, and his repertoire WILL consist of old favorites like ‘Rip it up’ and ‘Long Tall Sally’. Little Richard is back in business and has chosen Britain as the base from which he will launch his comeback bid”.

 

In Engeland met Sam Cooke

 

Het eerste optreden van Penniman was in het mijnwerkersstadje Doncaster bij Sheffield. Het vliegtuig van Sam Cooke was niet tijdig gearriveerd. Little Richard moest dus alleen optreden, begeleid door organist Billy Preston. Het publiek keek uit naar een spectaculaire rock & roll-show. Het orgel zette in. Richard kwam als een dominee tevoorschijn. Hij zong ‘Peace in the Valley’ en ‘I believe’. Er speelden zich chaotische taferelen af, is in het boek van Charles White te lezen. Het zag er naar uit dat de concerten van Little Richard en Sam Cooke op een fiasco zouden uitlopen.

   Arden probeerde Richard te overtuigen over te schakelen op werelds repertoire. Hij liet allerlei mensen op hem inpraten. Diskjockey Jimmy Savile bijvoorbeeld en J.W. Alexander de manager van Sam Cooke, die belang had bij de toernee. “We waren laat vanwege de mist en moesten naar de show gereden worden”, aldus Alexander, “en we misten de eerste voorstelling. Toen we arriveerden was Don Arden in alle staten. Richard had opgetreden, met religieus repertoire. Arden wilde weten of we Richard er toe konden brengen zijn rock & roll-songs te zingen”. Alexander maakte zich geen zorgen, zei hij later. “Ik vertelde Arden dat Sam Cooke de zaal wel plat zou krijgen. En dat Little Richard niet de mindere van Sam zou willen zijn. Daar zou hij zelf wel voor zorgen”.

 

Bij de tweede voorstelling ging Sam Cooke als eerste het toneel op. Hij zong al zijn hits en eindigde met ‘Twisting the night away’. Er leek geen einde te komen aan het applaus. Daarna bracht Gene Vincent nog even ‘Be bop a lula’. Nu was het de beurt aan Little Richard. Het podium bleef een minuut lang in het donker gehuld. En daar stond Richard Penniman ineens achter een vleugel in het centrum van het toneel. Hij was gekleed in een wit kostuum. In plaats van ‘Peace in the valley’ zette hij ‘Long Tall Sally’ in. De zaal stond op z’n kop. Little Richard zwaaide met zijn heupen, maakte dolle sprongen en bracht al z’n hits: ‘Lucille’, ‘Good Golly Miss Molly en ‘Tutti Frutti’. “De koning was terug op zijn troon”, zo vatte White het samen. Little Richard was voorlopig opgehouden dominee te zijn.

 

 

033-5a Little Richard, Jet Harris, Gene Voint, Sam Cooke
Jet Harris, Little Richard, Gene Vincent, Sam Cooke

 

Harry Knipschild

3 juni 2010
 
Clips
 
Literatuur
Charles White, The life and times of Little Richard. The authorised biography, Londen 2003