Zoeken

 

Achtentwintig jaar geleden is het dat ABBA in de Polar studio was voor wat, achteraf, de laatste opname-sessie bleek te zijn. Het allerlaatste nummer in 1982, ‘The day before you came’, was een van de mooiste producties die de groep ooit maakte. Daarna zou de groep langzaam in de vergetelheid raken, zou je denken.
    Maar dat was niet het geval. Top op de dag van vandaag hebben de liedjes nog weinig aan kracht ingeboet. Het succes is navenant. Met name ‘Mamma Mia’, de musical, de film en de dvd, hebben menige aardbewoner gelukkige momenten bezorgd. Als de journalisten en muziekrecensenten het hadden mogen beslissen zou de wereld echter aanzienlijk minder van het Zweedse viertal vernomen hebben. Twee uitzendingen van de VARA-radio aan het einde van 1976 geven er een mooi beeld van hoe de media zich opstelden.

 

Met Willem van Beusekom naar Warschau

 

In Hilversum waren er niet veel radiomensen die ABBA echt de moeite waard vonden. Zeker nadat de Nederlandse overheid een einde had gemaakt aan radio Veronica, kostte het platenmaatschappij Polydor wel eens moeite de deejays enthousiast te houden. De ‘gewone’ mensen dachten er anders over. Een beetje airplay en een optreden in het tv-programma Top Pop of bij Eddy Becker was steeds voldoende om de grote aanhang in de winkels te krijgen. De deejays konden het zich om die reden ook niet permitteren een nieuwe ABBA-plaat te negeren. ‘Ring Ring’, ‘Waterloo’, ‘I do I do I do’, ‘S.O.S.’, ‘Fernando’ en ‘Dancing Queen’ vonden gemakkelijk een weg naar de top.

 

Willem van Beusekom

 

Willem van Beusekom (1947-2006) was in zekere zin een uitzondering. De toenmalige VARA-medewerker liet zich altijd positief uit over de muzikale kwaliteiten van de groep. Willem maakte een wekelijks programma, ‘Popreconstructie’, waarin hij muzikaal interessante groepen een uur lang aan zijn luisteraars presenteerde. In 1976 was ik bij Polydor in Nederland de contactpersoon met de Zweden. Die hadden een uitnodiging gekregen voor een bezoek aan het communistische Polen. Warschau zou op 7 oktober een regeringsvliegtuig naar Stockholm sturen om ABBA voor allerlei festiviteiten op te halen en de volgende dag weer terug te brengen. Het viertal mocht het vliegtuig ‘vullen’ met aanhang naar keuze. Ik had de eer het allemaal mee te mogen maken. Ik mocht nog iemand meenemen ook. Wie kon ik beter vragen dan Willem van Beusekom? Op 6 oktober vlogen Willem en ik naar Stockholm. Polydor nam alle kosten voor zijn rekening. De volgende dag landden we in Warschau. Willem genoot ogenschijnlijk met mij van hetgeen hij meemaakte: onder andere een optreden voor de televisie, een uitbundige receptie, een wandeling met ABBA door de oude stad en de mogelijkheid een uitgebreid interview te maken met Benny Andersson en zangeres Frida Lyngstad.

 

Aankomst ABBA in communistisch Polen

 

Van Beusekom wachtte met de ‘popreconstructie’ van ABBA. Pas aan het einde van het jaar ging zijn programma, in twee afleveringen, de lucht in. In die tussentijd had de Zweedse groep geweldig furore gemaakt. Op 19 november hadden ze opgetreden in het AVRO tv-programma ‘Een van de acht’ met Mies Bouwman. De albums ‘Arrival’ en ‘The Best of ABBA’ waren als gevolg daarvan niet aan te slepen. Ze gingen werkelijk met honderdduizenden over de toonbank in Nederland. En toen volgden de twee programma’s. ‘Wipe Out’ van de Surfaris was de herkenningsmelodie.

 

Interviews met mensen die geen plaat van ABBA kopen

 

Het ABBA-programma begon echter met ‘Money money money’. Willem, zo bleek, had een aantal mensen uitgenodigd om hun mening over de groep te geven. Peter Holland deed in een platenwinkel de zogenaamde straatinterviews. Je kunt dan allerlei mensen vragen wat je wilt en je zendt de ‘boodschap’ uit die je kwijt wilt. ABBA was populairder dan ooit op dat moment.
  Er kwam echter géén ABBA-koper aan het woord. Wat je wel hoorde was: “Ik ben niet zo’n ABBA fan. Nee, ik ook niet. Een vrij waardeloze groep. Ik vind ze geen goede muziek maken”. Een meisje: “Deze ABBA-plaat heb ik niet gekocht. ‘Fernando’ vond ik wel leuk en destijds bij het songfestival, dat winnende liedje. Niet alles vind ik goed van ze”. Een jongen: “Ik hoef de plaat niet te kopen. Ik neem het wel op met mijn cassette-recorder”. Een meisje dat platen in de winkel verkocht verkondigde: “Uit mezelf zou ik ABBA niet kopen. Ik houd niet zo erg van die hele commerciële platen. Nee, ik vind het erg leuk klinken om af en toe eens naar te luisteren, maar ik zou het nooit zelf kopen. Ik zou d’r niet altijd naar willen luisteren”. Voorafgaand aan de interviews werd steeds ‘Money money money’ in de uitzending ten gehore gebracht. De teneur was duidelijk.

 

Een journalist en een producer aan het woord
 

024 Winter, Jan-Maarten

Jan-Maarten de Winter
 

Behalve aan de ‘gewone platenkopers’ stelden de programmamakers een aantal vragen aan twee deskundigen. De eerste was Jan-Maarten de Winter, hoofdredacteur van Oor. De muziekkrant richtte zich met name op de aanhangers van albums met rock-muziek in die tijd. In de Oor-encyclopedie was te lezen dat ABBA ‘internationale bekendheid kreeg toen ze in 1974 het Eurovisie Songfestival wonnen met het pretentieloze nummer ‘Waterloo’’. Het succes van ABBA was ‘goeddeels te danken aan manager Stig Anderson’. Wat vond de hoofdredacteur van ABBA?

   “Status quo. Ik denk dan vooral aan stilstand in de popmuziek. Ik ga verder. Ik denk aan achteruitgang. Ik vind wel dat de producten van ABBA adequaat in mekaar gezet zijn. Er is zelfs af en toe sprake van een aardig deuntje. Het gemiddelde peil ligt soms hoger dan wat er wordt aangeboden in de top 40. Maar ik geloof dat het in de tijd redelijk irrelevant zal blijken te zijn”.

   De Winter hield niet van die muziek. Maar wat vond hij ervan dat ABBA twee jaar eerder het Songfestival gewonnen had?

   “Duidelijkheid. Twee vrouwen, twee mannen. Een blond, een donker, mooier kan het niet. Het is een carré, het ziet er heel aannemelijk uit. Het is hele witte muziek, hele witte muziek. Maar het blijft wel geschikt om in discotheken op te dansen. Dat is een tamelijk ideale formule. Europese muziek maar ook met een dansbeat erin. ABBA is er in geslaagd waar Teach In gefaald heeft namelijk door middel van een springplank, het Eurovisie Songfestival, door te gaan, door hard werken. ABBA oogst”.

   Echte toekomstverwachtingen had hij niet: “Het houdt een keer op. Je krijgt vermoeidheidsverschijnselen bij de consument. Die krijgt dan weer wat anders voorgeschoteld. Ik geloof niet dat ABBA het eeuwige leven beschoren is. Dat hoeft ook niet in de popmuziek. Gelukkig niet. Op een gegeven moment is het mooi geweest”.

 

Jaap Eggermont, de andere deskundige, was drummer van de Golden Earrings geweest. Tevens had hij met succes platen geproduceerd van Greenfield & Cook, Earth & Fire en de Swinging Soul Machine. Hij keek dus niet toe vanaf de zijlijn. Van Beusekom suggereerde dat Jaap jaloers zou kunnen zijn, gezien de formidabele verkoopcijfers. Hoe keek deze aan tegen het succes van ABBA?

   “Daar kijk ik niet tegen aan, daar kijk ik tegen op. Als succes is het iets unieks dat een groep die niet uit Engeland of Amerika komt met zo’n continuïteit wereldsuccesen haalt. Over een hele reeks facetten van entertainment schieten ze in de roos. Presentatie hartstikke goed. Liedjes hartstikke goed. Image prima. Alles. Een heleboel dingen waar je succesvol mee kan zijn, voldoen ze allemaal aan”. In tegenstelling tot de Oor-redacteur kreeg Eggermont niet de vraag voorgelegd of er voor ABBA nog een toekomst was.

 

Vragen aan Frida en Benny

 

Willem van Beusekom zelf had in Warschau van de gelegenheid gebruik gemaakt vragen te stellen aan Benny en Frida. Die waren soms wat ongebruikelijk. Zou Benny niet een song willen schrijven over een politieke situatie bijvoorbeeld?

   “Dat zouden we kunnen doen. Het hangt ervan af. De muziek die wij maken is zuiver entertainment. De woorden moeten bij de muziek horen. Maar als er iets is dat we echt aan de mensen zouden willen vertellen, zouden we dat kunnen doen. Hoe wij tegen de dingen aankijken. Maar volgens mij is het niet verstandig anderen te vertellen wat ze moeten doen en wat ze moeten vinden. Dat moet iedereen zelf weten”.

   Benny kreeg nog een andere vraag voorgelegd. Sommige critici vinden dat jullie computermuziek maken. Wat vind je daarvan?

   “We don’t! Dat doen we niet omdat het uitgangspunt altijd ons gevoel is en niet hoe muziek zou moeten zijn. Gelukkig hebben wij dezelfde smaak als de meeste mensen. Maar er zit niets van berekening achter, wat de mensen van dit of dat nummer zouden vinden. Dat kun je nooit zeggen. Dat zou het einde van elke artiest zijn”.

   Maar waarom zegt de (kritische) pers dan dat jullie zulke slechte teksten maken?

   “Onze teksten zijn niet slecht. De critici, met name in Scandinavië, willen maar dat wij andere teksten moeten maken. Je had het zelf al over politieke boodschappen. Je moet dit doen en dat laten. Dat is niet waar wij van houden. Dat zou een heleboel aandacht afleiden van de muziek zelf. Als de Beatles of de Beach Boys, mijn favorieten, over politiek zouden zingen, zou dat afbreuk doen aan de muzikale beleving. Bij mij in elk geval”.

   Andersson keek nog eens terug de tijd hoe hij begonnen was. “Ik begon toen ik zes jaar oud was. Ik speelde op de accordeon van mijn vader en mijn grootvader. Die speelden alletwee accordeon. Hun hele leven. Zweedse volksmuziek. Als een hobby. Ik was nooit van plan van de muziek mijn beroep te maken. Het gebeurde gewoon, op een natuurlijke manier. Ik speelde in allerlei groepjes, voor mijn plezier. Een band, de Hep Stars, werd in korte tijd heel populair. Alles gebeurde sneller dan dat ik er over kon nadenken of ik wel beroepshalve de muziek in wilde”.

   Van Beusekom was nog niet tevreden. Daarom stelde hij dezelfde vraag ‘voor de volledigheid’ aan Frida. Wat vond zij van de beschuldiging dat ABBA computermuziek maakte?

   “No, I don’t agree at all! We houden echt van onze muziek. Wat wij voelen vind je helemaal terug in de muziek. It’s kind of happiness that you feel everytime we go to the studio to record. You feel it by heart: this is right, I want to do that. It’s not complicated at all. As our listeners, they feel that too. The music is quite simple, they can sing together with it”. Je voelt je [dan] gelukkig? “Yes!”

 024 1976 Frida Money Money Money

Frida zingt Money Money Money (tv-clip)

 

Is de muziek van ABBA veranderd vroeg Van Beusekom aan Benny Andersson.

   “Wij zijn afhankelijk van de stemmen van Agnetha en Frida. Als je luistert naar de muziek van 1971 toen we begonnen en je vergelijkt die met het nieuwe album [Arrival] hoor je dat er verschil is in onze manier van werken en ook van schrijven. Zonder dat je het in de gaten hebt, luister je naar een heleboel goeie muziek. Er is zoveel goeie muziek in de wereld. Daardoor verander je automatisch je werkwijze”. Benny noemde John Lennon en Paul McCartney (‘vanaf het allereerste begin’), Brian Wilson, Jim Webb, Burt Bacharach. “Alles wat zij schrijven is goed. Ze zijn heel kritisch ten opzichte van zichzelf”.

   Wat vond Frida ervan. Hadden de zangeressen enige invloed op het geluid?

   “Ik denk dat Agnetha en ik zeer grote invloed op de muziek hebben. Het geluid van onze stemmen is heel belangrijk voor de melodieën. Ik hoef zelf geen eigen liedjes te schrijven. Ik zou het ook niet kunnen”.

 

Bleef de vraag over, hoe ABBA zelf tegen de toekomst aankeek. Volgens Van Beusekom was er alleen maar een weg terug. Benny zei het zo:

   “Ik ben niet bang. Er is wel een beetje ‘pressure’. Als je weet dat acht miljoen mensen je nieuwe album gekocht hebben, dan weet je dat ze iets verwachten. Maar we proberen te doen wat we willen doen. Wij willen vooruitgang, we willen steeds iets nieuws doen. En dat maakt het nog moeilijker. Elk nieuw album vraagt steeds meer tijd. We praten er veel over wat we hierna gaan doen. Dat geeft druk van binnen én van buiten. Maar toch, het meest belangrijke is dat we doen waar wij van houden en dat we niet gaan nadenken wat andere mensen leuk vinden”.

   En daarna, wat zou er na ABBA gebeuren?

   “Dan zal ik er genoeg van hebben, na nog eens vijf jaar. Dan is het mooi geweest. Dan blijft het belangrijk dat je doet waar je plezier in hebt. Als je het je kunt permitteren. Wij zijn in die gelukkige situatie. Ik hou zowel van het liedjes schrijven als van het optreden – dat zijn wel twee totaal verschillende dingen. We can afford exactly what we want to do, as far as it comes to music. We will continue with ABBA as long as it’s fun”.

 

024 1976ArrivalCD

 

***

 

Willem van Beusekom had er een behoorlijk kritische uitzending van gemaakt. Dat leverde juist daarom interessante informatie op. Misschien kon Willem zich niet anders permitteren bij de VARA op dat moment. Verstandig, handig als hij was, wendde hij tijdig de koers en gaf een nieuwe draai aan zijn muzikale smaak. “ABBA is niet de grootste muzikale ontdekking van de jaren zeventig, is mijn conclusie”, verkondigde hij. “Wel is ABBA de groep die op onnavolgbare wijze de communicatiemogelijkheden van deze tijd heeft weten te benutten. Plaat, film, televisie enzovoort. En vooral daarom zal ABBA pophistorie worden. De appreciatie voor ABBA’s muziek is wat mij betreft iets minder groot, hoewel ik bewondering heb voor het knappe uitbuiten van de lekker in het gehoor liggende formule”.

 

In 1983 werd Van Beusekom benoemd tot directeur radio van de VARA, in 1995 werd hij directeur van de Nederlandse Programma Stichting (NPS). En Benny Andersson: niets heeft hem er ooit van weerhouden de muziek te maken waar hij zelf van houdt. Als je hem op YouTube ziet spelen straalt van hem af dat hij geniet. Een muzikant in hart en nieren…
 

 

Harry Knipschild

8 april 2010
 
Literatuur
Mick Farren, 'ABBA: Oompah?', New Musical Express, 24 april 1976
'ABBA: Goud, platina en de hitkrant. Drievoudig feest', Hitkrant (?), november 1976
Harry Eddington, Peter Himmelstrand, ABBA Made in Sweden, Bussum 1977
Andrew Oldham, Tony Calder, Colin Irwin, Abba. The Name of the Game, Londen 1995