Zoeken

 

Als je Julius Caesar had kunnen vragen in welke tijd hij leefde, zou hij zeker niet geantwoord hebben: “in de oudheid”. Evenmin kon je uit de mond van Karel de Grote horen dat hij keizer was ‘in de middeleeuwen’. Tijdperken worden door geschiedkundigen pas later afgebakend, gedefinieerd en van een etiket voorzien. In onze tijd is dat soms anders. Halverwege de jaren zestig begonnen de mensen zich te realiseren dat ze in een bijzonder decennium leefden. Het Amerikaanse Time Magazine bracht de eigen tijd in een lang artikel op 21 april 1965 onder de aandacht. Alles draaide om rockmuziek, was te lezen. Daarom heette het artikel ook: ‘The Sound of the Sixties’.
 

Van Muddy Waters en Elvis Presley tot de komst van de Beatles

 

De auteur, niet met naam genoemd, was van mening dat popmuziek een jaar of dertig jaar eerder ontstaan was. In het Diepe Zuiden, in de delta van de Mississsippi, schreef hij, had zich de zogenaamde rhythm & blues ontwikkeld, muziek van en voor negers.
   Veel zwarten waren later naar het noorden verhuisd. In Chicago hadden Muddy Waters, Bo Diddley, John Lee Hooker en Chuck Berry hun eerste opnamen gemaakt in een nieuwe stijl. Met elektrische gitaren, bas en drums. Alan Freed, diskjockey in Cleveland, had de nieuwe muziek rock & roll genoemd. Freed was een flamboyante man. Hij zong op de radio mee met de platen die hij draaide. Hij gebruikte het telefoonboek dan als drumstel door er met zijn hand op te slaan. In 1956 verscheen Elvis met zijn wilde haar, bakkebaarden en heupbewegingen. Miljoenen teenagers gingen voor de bijl. Er kwamen relletjes. Theaters werden vernield. Een commissie van de Amerikaanse Senaat deed serieus onderzoek naar de link tussen rock & roll en jeugd-criminaliteit.

 

021 Waters Muddy

Muddy Waters

 

De oudere generatie dacht opgelucht adem te kunnen halen. In 1959 werd Alan Freed veroordeeld omdat hij 30.000 dollar had aangenomen als steekpenningen van platenmaatschappijen. De omzet van rock & roll kelderde met dertig procent. Cello-speler Pablo Casals veroordeelde de teenagermuziek als ‘vergif, omgezet in geluid’. Andere vooraanstaande Amerikanen, zoals Frank Sinatra en vertegenwoordigers van de Kerk, uitten zich in soortgelijke termen. De vroeger zo populaire crooner Bing Crosby kreeg weer wat vertrouwen in de toekomst: “My kind of music is coming back”.

 

De rock & roll verjongde zich echter meteen al in 1960. Chubby Checker nodigde iedereen uit mee te doen: “C’mon, baby, let’s do the twist!”. De nieuwe dans was zo’n succes dat de mode wel moest volgen. “Fashion reacted dexterously. To provide freedom of motion, dress designers shortened skirts and loosened waists to turn out what soon came to be known as the discotheque dress”.
    En in februari 1964 kwamen de Beatles. “Toen ze in de Ed Sullivan-show verschenen keken maar liefst 68 miljoen mensen. Ze zagen vier vrolijke jongelui met een verfrissende en ontwapenende humor. “Ringo, waarom draag je zoveel ringen om je vingers? Omdat ik ze niet allemaal door mijn neus krijg”. Met de komst van de Beatles was een nieuw tijdperk aangebroken, aldus Time. Het tijdperk van de Big Beat. “The big beat is everywhere. It resounds over TV and radio, in saloons and soda shops, fraternity houses and dance halls. It has become, in fact, the international anthem of a new and restless generation, the pulse beat for new modes of dress, dance, language, art and morality”.

 

021 Sixties Den Haag 4.07
Sixties minimode

 

De revolutie van 1965

 

Iedereen was aan het dansen geslagen op de nieuwe muziek. Jong en oud. Dat vonden niet alle teenagers even leuk. “Niets is meer heilig. Zodra wij een nieuwe dans ontwikkelen nemen onze ouders die meteen over”, vertelde een van hen. Een oudere generatie, de jeugd van de jaren vijftig, had de merseybeat omarmd.
    In de loop van 1964 en begin 1965 waren er overal in de Verenigde Staten discotheken bijgekomen. Vele duizenden. In Milwaukee, Chicago, Washington, San Francisco, Atlanta, Los Angeles, San Antonio, tot in de kleinste steden toe. Popmuziek zette iedereen aan het dansen. “Its shrine is the discotheque, a place of sustained noise, smoky ambiance, and the generally disheveled informality that rock ’n’ roll inspires. In a discotheque, it’s all records and loudspeakers—since the beat is the thing, who cares about the subtleties of a trumpet solo, even by Miles Davis?”

 

Bijna de helft van de omzet in ‘teenbeat’-grammofoonplaten, wezen statistieken uit, werd gekocht door personen ouder dan twintig jaar. Huisvrouwen luisterden fanatiek naar radiostations die uitsluitend rockmuziek lieten horen. Volgens Time was er een ‘underground’ van volwassenen die met Elvis Presley waren opgegroeid. Ze hadden dat nooit durven uiten, maar liedjes als ‘Hound Dog’ beheersten nog steeds wat ze in 1965 mooi vonden. Toen een deejay in Manhattan een nieuwe rockplaat onder schooltijd liet horen, belden niet minder dan 18.000 mensen het radiostation. De meeste waren huisvrouwen. Wat was er nog overgebleven van het generatieconflict dat eerder de westerse samenleving had beziggehouden?

 

Alleen al in Manhattan waren 21 discotheken. Allerlei beroemdheden leefden zich er uit op de klanken van de muziek van de Sixties: danser Rudolf Nureyev, ballerina Margot Fonteyn, Truman Capote, de auteur van ‘Breakfast at Tiffany’s’, zanger Sammy Davis, Ethel en Bobby Kennedy, senator voor de staat New York, Jackie Kennedy, de weduwe van de vermoorde president, televisiepresentator Walter Cronkite, de hertog en hertogin van Windsor, Peter, ex-koning van Joegoslavië, Adlai Stevenson, voormalig presidentskandidaat, Carol Channing, de ster van de musical ‘Hello Dolly!’. Enzovoort.

 

021 Kennedy, Ethel & Bobby
Ethel & Bobby Kennedy

 

Voorbij was de tijd dat de Kerk zich afzette tegen de muziek van de aanstormende generatie. Studenten van een seminarie, ‘gewapend met elektrische gitaren en bongo drums’, hadden een beat-mis georganiseerd in verscheidene kerken van Washington en omgeving. Zelfs de president, Lyndon Johnson en Lady Bird, zijn echtgenote, hadden er acte de présence gegeven. In Londen, aldus Time, had het Leger des Heils een rock & roll band gevormd, die op hoeken van de straat popmuziek voor het goede doel aan de man bracht. “De ouderwetse aanpak leverde ons niets op”, verklaarde ‘kapitein’ Joy Webb, tevens drummer van de ‘Joy Strings’.

 

Popmuziek beïnvloedde ook andere kunstvormen. De nouvelle vague films van Jean-Luc Godard ademden de ideeën van de Beatles uit, zo hadden wetenschappers vastgesteld. Kunstenaars als Robert Rauschenberg, Larry Rivers en Andy Warhol luisterden naar rockmuziek als ze aan het schilderen waren. Warhol zei het zo: “It makes me mindless, and I paint better”. Na het openen van een galerie ging het chique gezelschap vaak naar een discotheek. Wie niet meeging werd voor ouderwets en a-cultureel versleten.

 

Rock & roll was zelfs een westers wapen geworden in de Koude Oorlog. Het IJzeren Gordijn had de muziek niet kunnen tegenhouden. Vergeefs had de regering van Bulgarije posters opgehangen om langharige jeugd belachelijk te maken. Lang haar zou een bewijs zijn van de degeneratie van het kapitalisme. In Polen had een journalist vol minachting geschreven over ‘Beatlemania’. Er kwamen zoveel reacties dat de redactie zich publiekelijk van het artikel moest distantiëren. Honderden popgroepen verschenen er in het Oostblok, waaronder de ‘Beatmen’ in Bratislava en de ‘Hell Devils’ in Praag. De communistische dictators hadden geen antwoord op de muziek van de Sixties.

 

De popmuziek van 1965

 

021 Herman's Hermits
Herman’s Hermits
 
Vanzelfsprekend besteedde de auteur aandacht aan de opwindende muziek van het moment. De ‘man van het moment’ was Peter Noone, een zestienjarige jongen uit de Engelse Midlands. Noone was de zanger van Herman’s Hermits. In de week dat het artikel verscheen stond de Britse groep met maar liefst drie nummers in de top 20 van Billboard. ‘Mrs. Brown, you’ve got a lovely daughter’ was in de Hot 100 in één keer op 12 binnengekomen. Andere hits van Herman’s Hermits waren ‘Can’t you hear my heartbeat’ en ‘Silhouettes’. De nummer één van het moment was ‘I’m telling you now’ van Freddie & the Dreamers.

 

Om zich van de Beatles te onderscheiden hadden de Rolling Stones er alles aan gedaan het imago van ‘angry young men’ te krijgen. Dat moest hun handelsmerk zijn, aldus Andrew Loog Oldham, de manager. Vol trots had hij verklaard: “The Stones are the group that parents love to hate”. De Britten zongen Mersey-Mississippi rhythm & blues. Hun gitaar- en harmonicaspel riep, zo was te lezen, de sfeer op van het katoen plukken in het zuiden. Een meisje van zestien, gevraagd naar de aantrekkingskracht van Mick Jagger c.s., had zonder aarzelen geantwoord: “Sex, maar laat dat niet afdrukken. Mijn moeder zou me een pak slaag geven”. Time drukte de tekst af van ‘I’m your king bee’, een nummer van bluesartiest Slim Harpo dat de Stones op hun repertoire hadden staan: “I’m your king bee, buzzing ’round your hive. I can make honey, baby, let me come inside. I can buzz better, baby, when your man is gone”. Het liedje liet aan duidelijkheid weinig te wensen over.

 

Ook de Righteous Brothers vonden inspiratie in zwarte muziek. ‘Neger diskjockeys’ prezen het duo uit Californië en noemden Bobby Hatfield en Bill Medley ‘our blue-eyed soul brothers’. Hun naam hadden ze zelfs ontleend aan een kreet tijdens een zwarte kerkdienst: “Man, that was really righteous, brothers”. Met ‘Just once in my life’ had het duo een nieuwe hit.

 

Blank en bruin

 

Sinds het verdwijnen van de Weense wals was in feite alle succesvolle popmuziek op de een of andere manier geassocieerd met de ritmes van de neger. Dat gold zeker ook voor het geluid van de Beatles. John Lennon gaf er deze draai aan: “We can sing more colored than the Africans”.

 

021 Lennon, John
John Lennon

 

Het echte ‘bruine geluid’ werd natuurlijk door negers gezongen. Chuck Berry werd speciaal genoemd. Time wees echter vooral op het succes van Berry Gordy, 35 jaar, die eerder bij Ford in Detroit aan de lopende band gewerkt had. In 1964 had Motown niet minder dan 42 grote hits afgeleverd. In totaal had het bedrijf van Gordy twaalf miljoen 45 toeren-platen verkocht. “Next to the Mersey sound, the ‘Motown sound’ currently dominates the rock ’n’ roll market. It is a swingy city blues sound, propelled by a driving beat, tambourines, violins (from the Detroit Symphony), hand clapping and an ever-present ‘Oh yeah, oh yeah’ refrain from the chorus”. Gordy’s grootste troeven waren de Supremes met vier nummer één hits achter elkaar. “Zij zijn de heersende vrouwelijke rock & roll-groep, op de voet gevolgd door Martha & the Vandellas, ook van Motown. Diana Ross, 21, solo-zangeres van de Supremes, heeft een geheim: ‘Ik zing door mijn neus’”

 

Toch hadden ook de blanke Amerikanen alle reden om trots op hun muziek te zijn. Uit Californië kwam immer de blanke surfmuziek. Jan & Dean hadden al diverse hits op hun naam gezet. De Beach Boys zouden gezegd hebben: “We’re not colored; we’re white. And we sing white”. Dat hadden ze zo goed gedaan dat Jack Good, producer van het succesvolle rock & roll tv-programma Shindig, zelfs verklaard had: “De liedjes van de Beach Boys klinken bijna alsof ze door eunuchen in de Sixtijnse kapel gezongen zijn”.

 

***

 

Nog niet alle Amerikanen waren om voor het geluid van de Sixties. Maar zelfs de meest recalcitrante ouders moesten inmiddels toegeven: “Well, some of it is okay”. Popmuziek was dan ook de laatste jaren flink beter geworden. “For the first time rock ’n’ roll can boast a host of singers who can actually sing. The music, once limited to four chords, is now more sophisticated, replete with counterrhythms, advanced harmonics, and multivoiced choirs”. De toonaangevende jazzcriticus Ralph Gleason was van mening dat rock-platen een stuk interessanter waren dan het gemiddelde jazz-album. En Leonard Bernstein liet zich lovend uit over de Beatles: “They are very intelligent, and they have made songs which are really worthwhile. ‘Love Me Do’ is really stirring and very reminiscent in some ways of Hindu music”.

 

Time gaf een mooi inkijkje precies halverwege het decennium. De Sixties waren goed op gang gekomen. In het nieuwe tijdperk was nu het ‘wachten’ op ‘Pet Sounds’ (Beach Boys, 1966), ‘Sgt. Pepper’ (Beatles, 1967), ‘Electric Ladyland’ (Jimi Hendrix, 1968) en ‘Crosby, Stills & Nash’ (1969).  

 

Harry Knipschild

17 maart 2010
 
Clips
 
Literatuur
'The Sound of the Sixties', Time, 21 april 1965
David Farber, The age of great dreams. America in the 1960s, New York 1994
David Farber (red.), The Sixties. From memory to history, The University of Carolina Press, 1994
Hans Righart, De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconflict, Amsterdam 1995
Arthur Marwick, The Sixties, Oxford 1998