Zoeken

 

Kees de Bakker is afkomstig uit Noord-Holland. In 1950 werd hij in Wieringerwerf geboren. Zijn ouders hadden een winkel in groenten en fruit. Kees voelde zich al snel aangetrokken tot de popmuziek. Hij kocht plaatjes van Elvis Presley en ‘Ramona’ van The Blue Diamonds. De muren van zijn kamer hingen vol met posters van tienersterren. Op het grasveld tegenover de winkel had hij op een zaterdagavond, toen hij de muziek moest omslaan van een plaatselijke fanfare (verkleed in een West-Fries boerenkieltje) op achtjarige leeftijd een lang gesprek met een slungelige conferencier die het programma van die avond aan elkaar praatte. De jongeman, Rudolf Kessenaar, werd later bekend als Rudi Carrell. Op twaalfjarige leeftijd verhuisde de familie De Bakker naar de grote stad Alkmaar.

 

Kees had er steeds meer zin in om over popmuziek te schrijven. Vanaf februari 1968, hij was zeventien jaar oud, mocht hij in het Noord-Hollands Dagblad elke week de rubriek Punt Uit verzorgen, met artikelen over popartiesten. Bovendien was Kees muziekmedewerker van het jongerenblad Pep. Met de familie Akkerman in de Amsterdamse Transvaalstraat, de broers Cocky en Jan Akkerman en hun moeder als manager, had hij een speciale band. Jan hielp zijn broer Cocky met optreden in zijn bandje The Revive. Zelf begon hij met Johnny and his Cellar Rockets. Daarna ging hij door, eerst in the Hunters, later in Brainbox en Focus.

 

Noorwegen

 

In 1969 trok Kees de Bakker van Alkmaar naar Bergen in Noorwegen. Hij verzorgde er een column in het Bergen Arbeiderblad, trad op als deejay in een hotel en ging zich bemoeien met Noorse popmuziek. Zo werkte hij samen met de groep Neither Nor. Tevens ontmoette hij er de van oorsprong Nederlandse zanger Cornelis Vreeswijk die in Zweden een topartiest was, maar intussen zwaar aan de alcohol en andere middelen geraakt was. De groep Orientals, met een sitar-speler uit India, doopte Kees om in Oriental Sunshine. Maar nog voor het album ‘Dedicated to the bird we love’ op het Philips label verscheen was hij terug in Nederland. Wel had Kees het concept voor de plaat met producer Michael Aas doorgesproken en de hoes laten ontwerpen door de Kunstacademie van Bergen. “Het plaatje ‘Mother Nature’ was een hit en werd in Nederland vaak gedraaid door Tineke op radio Veronica”.

 

Nederland was veranderd. Zelf gebruikte hij geen drugs. Kees dronk zelfs geen alcohol. Toch kreeg hij te maken met de laatste ontwikkelingen in de rockscene. Op 3 september 1970 kwam er een einde aan het leven van Al Wilson die met zijn groep Canned Heat nog op Woodstock had opgetreden. Korte tijd later was het restant van de groep in Nederland. Kees maakte een interview met ze. In die zelfde maand was er weer eens een optreden van Jimi Hendrix in Nederland gepland. De Bakker wilde er absoluut bij zijn. De gitarist-zanger kwam op 13 september echter niet opdagen, zoals hij eind 1968 ook al niet verschenen was bij ‘Flight of the Lowlands Paradise’. Vijf dagen later, op 18 september 1970, werd de sensatie van Wight (1970), Woodstock (1969) en Monterey (1967) in Londen levenloos aangetroffen.

 

CBS Records (1971-1974)

 

014 - Cash, Johnny & June Carter
June Carter en Johnny Cash
 

Vanaf 1 januari 1971 werkte Kees de Bakker op de persafdeling van CBS Records in Haarlem. Hij was in een nieuwe wereld gekomen. In plaats van in de krant te publiceren, organiseerde hij nu dat popjournalisten stukjes over zijn artiesten gingen schrijven.
    Wat hem uit die tijd vooral is bijgebleven, vertelde hij op 4 februari, was dat de artiesten die voor promotie uit Amerika overkwamen zich
geweldig professioneel opstelden. CBS had ze uitgenodigd en de Amerikanen hadden er alle vertrouwen in dat de Nederlandse vertegenwoordigers van hun platenmaatschappij wisten wat ze aan het doen waren. En zo behartigde Kees de Bakker de belangen van beroemde artiesten als The Byrds, The Soft Machine, The New Riders of The Purple Sage, Colin Blunstone, Loggins & Messina, Carlos Santana, Vikki Carr, Poco en Andy Williams. Speciaal Johnny Cash en June Carter, zijn vrouw, maakten vanwege hun professionele houding grote indruk op de persman. Daar stond de jonge twintiger dan naast de legendarische country & western ster. “Zeg maar wat we moeten doen”, hoorde hij uit de mond van Cash. Op dat moment besefte hij dat het weliswaar zijn ‘dagelijkse’ taak was om dat soort artiesten bij de media te begeleiden, het was echter wel heel bijzonder werk.

 

Het intermediëren tussen pers en artiesten ging meestal wel goed in die dagen. Maar niet altijd. Een van de uitzondering, weet hij nog goed, was een interview van Elly de Waard, journaliste bij de Volkskrant en Vrij Nederland, met Dave Mason die Traffic verlaten had en een solo-carrière opgestart had. Alles was tot in de puntjes geregeld. Chris van Geel, de partner van De Waard, was echter zo ernstig ziek, dat zij hem op dat moment niet alleen wilde laten. Het interview kon geen doorgang vinden. “Mason had er alle begrip voor”, aldus De Bakker, “maar het was toch een pijnlijke zaak voor mij”.

 

Keytone Records

 

Helemaal tevreden was Kees niet bij CBS. Hij had meer noten op zijn zang. Als muziekman pur sang wilde hij ook andere activiteiten bij de platenmaatschappij ontwikkelen zoals een eigen poplabel opzetten. Het lukte hem evenwel niet zijn ambities in Haarlem te realiseren. Chris Hinze, die als artiest bij CBS onder contract gestaan had en vervolgens het eigen label Keytone begonnen was, bood De Bakker per 1 maart 1974 een baan aan bij zijn nieuwe bedrijfje in Den Haag. Die kans greep Kees met beide handen aan. Een misrekening, ontdekte hij binnen niet al te lange tijd. Keytone stelde nauwelijks iets voor. Bovendien vertrok Hinze weldra met een subsidie van het ministerie van CRM voor lange tijd naar het verre oosten. Geld om te investeren, zelfs om het salaris van De Bakker te betalen, was er nauwelijks. Van de beloofde baan als A&R-manager kwam weinig terecht. Hinze probeerde zijn rechterhand nog ‘te verhuren’ aan Dureco, de distributeur van Keytone. In dat geval zou hij drie dagen per week activiteiten moeten verrichten voor Pierre Kartner (Vader Abraham) en diens Nederlandstalige repertoire. Gelukkig, legde hij me uit, duurde dat niet lang. Maar wat dan wel? Het zou, stelde Hinze aan Kees voor, het allerbeste zijn als deze zich meldde voor een WW-uitkering. Dan zou de muzikant het ontbrekende deel van het salaris aanvullen. Kees was in feite, vond hij, van de regen in de drup terecht gekomen.

 

Polydor

 

014-4 kees de b Rory Gallagher
Met Rory Gallagher
 

Een andere grote platenmaatschappij, Polydor, bood uitkomst. De functie van perschef was er vrijgekomen, hoorde hij. Het sollicitatiegesprek met directeur Freddy Haayen eind september 1974 liep zeer voorspoedig. Binnen acht dagen had De Bakker een prima functie bij een bedrijf met succesvolle en goede popgroepen. Hinze accepteerde echter niet dat Kees ‘hem in de steek gelaten had’. Er volgde nog een periode van twee jaar procederen alvorens de lucht geklaard was. Kees, gesteund door zijn vrouw Ingrid, won.

 

Bij Polydor had Kees de Bakker het naar zijn zin. Voor het eerst had hij alle vrijheid om te opereren. En als het nodig was om het belangrijke artiesten, hun managers en de pers naar de zin te maken stelde het bedrijf altijd wel ‘een zak geld’ ter beschikking. Kees liet me foto’s zien waar hij tussen de artiesten van Polydor opgesteld stond. Zoals met James Last naar wie een kweker in de Noordoostpolder een speciale tulp vernoemd had. Met Rory Gallagher, de sympathieke bluesman uit Cork in Ierland, die na enkele televisieoptredens bij de VPRO (‘Picnic’) en de VARA (‘Popgala’) al snel een publiekstrekker geworden was. Zijn dubbelalbum ‘Live in Europe’ verkocht in korte tijd meer dan tienduizend stuks.

 

014-5 kees de b The Osmonds Met Donny Osmond en fans
 

Ook met leden van de familie Osmond staat De Bakker op de foto. De Osmonds hadden in 1972 opgetreden in het tv-programma ‘Een van de acht’. Pas nadat Mies Bouman de zingende familie bij het Nederlandse volk geïntroduceerd had en ‘Crazy Horses’ de bovenste plaats in de top 40 gehaald had waren de radio deejays bereid de plaatjes van de diverse leden van de groep te draaien. Het resultaat: onder andere ‘Young love’ van Donny op 6, ‘Long haired lover from Liverpool’ van Little Jimmy op 2 en ‘Paper roses’ van Marie op 9. In de Leidse Groenoordhallen traden de Osmonds voor een grote groep uitzinnige fans op.

 

Perikelen bij Polydor

 

Ook bij Polydor ging het leven van de perschef niet altijd over rozen. In 1976 maakten The Walker Brothers een comeback met hun versie van ‘No regrets’. In het voorjaar zouden ze optreden in Top Pop. Kees de Bakker regelde een persbijeenkomst in het Hilversumse etablissement De Jonge Graef van Buuren. Belangstelling was er genoeg. Kees was present in Hotel Marriott (Amsterdam) om de sterren met een limousine op te halen en persoonlijk af te leveren. The Walker Brothers bleven echter op hun kamer. Ze brachten hem tot grote wanhoop. Steeds leek het erop dat ze naar Hilversum zouden vertrekken. “We komen eraan” liet Kees telefonisch aan het etablissement weten. Maar dat gebeurde nooit. Het bezoek van de artiesten resulteerde alleen in het opnemen van een filmpje. De pers kwam er niet aan te pas.

 

Tijdens een optreden van Eric Clapton in Rotterdam vroeg het management aan de vertegenwoordiger van Polydor of hij even wilde regelen dat er in het Hilton hotel voor dertig personen een copieus diner gearrangeerd zou worden. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Urenlang was Kees in de weer. Trots liet hij weten dat hij voor mekaar had gekregen wat de manager zo graag wilde. Vervolgens vernam hij dat de plannen intussen veranderd waren. Eric had er geen zin meer in. Zelfs geen bedankje kon er af.

 

De grootste problemen had De Bakker met Jack Bruce. Bruce was een ster geworden dank zij zijn samenwerking met Eric Clapton in Cream. Na het uiteenvallen van die ‘supergroep’ in 1968 zocht hij zijn eigen weg. Met Leslie West en Corky Laing van de groep Mountain vormde hij het trio West, Bruce & Laing. Op 19 mei 1975 trad Jack Bruce met een eigen groep, onder wie Carla Bley en Mick Taylor, op tijdens het Pinkpop Festival. Een paar dagen daarvoor was er een persbijeenkomst in het Bel Air Hotel in Den Haag na een optreden in de Vliegermolen in Voorburg. Heel wat journalisten wilden graag met hem praten. Bruce, die bekend stond als een lastig mens, bleef echter in zijn eentje op de hotelkamer zitten. De Bakker wist de leden van de groep te bewegen Jack Bruce te voorschijn te toveren, zodat de pers alsnog te woord gestaan kon worden. Min of meer onder protest gaf de Schotse bassist gehoor aan de verlangens van de media. De sfeer tussen de artiest en de vertegenwoordiger van Polydor was echter zo grimmig geworden dat Kees, toen het gezelschap in een limousine op weg was naar het sportpark in Geleen, onderweg besloot een einde aan de reis te maken. Bij het station van Sittard liet hij zich afzetten en ging per trein terug naar huis. “Jack mocht het zelf uitzoeken op Pinkpop. Ik was ervan overtuigd dat ik de volgende dag ontslagen zou worden, maar tot mijn opluchting had mijn werkgever alle begrip voor wat ik gedaan had”.

 

014-2 kees de b Jack Bruce
Met Jack Bruce
 

Kees was een gevoelige jongeman. Dat bleek bijvoorbeeld toen hij op stap was met de Bee Gees in Amsterdam. De gebroeders Gibb nodigden hem uit voor een Japans etentje in hotel Okura. Terwijl ze gezellig aan tafel zaten kreeg Kees een telefoontje van zijn vrouw Ingrid. Die was helemaal van streek. Haar poesje, Kruimel, was uit een auto gesprongen en terstond overreden. Kees leefde helemaal met haar mee. Hij verontschuldigde zich tegenover de beroemde artiesten en vond Jos van Vliet (van Lois spijkerbroeken) bereid hem meteen naar huis te brengen. De volgende dag was de situatie er niet beter op. De broertjes wilden die avond eens lekker gaan stappen waarbij tevens een bezoek aan het Amsterdamse ‘red light district’ op het programma stond. Kees had een paar andere dingen aan zijn hoofd dan het vergezellen van de vertolkers van ‘Jive talking’ en ‘Nights on Broadway’. Hij wist nog te regelen dat collega Cor Schoumans (van distributiebedrijf Phonodisc) zich met de jongens het Amsterdamse nachtleven in stortte. Opnieuw, zei Kees, was er ‘een zak geld’ beschikbaar. Twee weken later ontving hij een prachtige brief van The Robert Stigwood Organisation uit Londen waarin hij uitvoerig bedankt werd voor zijn inzet. “Die brief heb ik tot op de dag van vandaag bewaard”, vertelde hij op 4 februari.

 

***

 

Na twee jaar hield De Bakker het voor gezien als perschef. Hij begon aan een nieuwe toekomst. Kees ging studeren. Hij twijfelde nog tussen geschiedenis en Nederlandse letteren. Zijn liefde voor de literatuur won het. Enkele jaren later begon de voormalige muziekman een eigen uitgeverij, Conserve. “Mijn ouders zaten niet voor niets in groente en fruit”, zo legde hij die naam nog eens uit. “Er is de naam conserve van het blikje, de eerste roman van Willem Frederik Hermans heet zo en als uitgever ben je ook een soort conservator. Je hoopt boeken uit te geven die interessant zijn voor het nageslacht”.

 

Kees slaagde erin steeds met interessante uitgaven te komen. Naast een veertiendelige NOS-correspondentenreeks is hij onder andere trots op de vuistdikke autobiografie die Rudi Carrell kort voor zijn overlijden in 2007 bij Conserve liet verschijnen. Ook zorgde hij voor een beeld van Rudi in Alkmaar. In 2008 vierde de uitgeverij in Alkmaar het vijfentwintigjarig bestaan. Later dit jaar zal Kees de Bakker mijn boek met verhalen uit de geschiedenis van de popmuziek op de markt brengen.

 

Harry Knipschild

6 februari 2010