Zoeken

 

Kees Becker werd in 1944 in Baarn geboren. Op jeugdige leeftijd zong hij in een jongenskoor. Kees werkte zelfs mee aan enkele plaatopnamen, onder andere samen met het meisjeskoor Sweet Sixteen en het Bussumse koor Pro Musica, beiden toen onder leiding van Lex Karsemeijer. Later werd hij ‘opgevoed’ met Radio Veronica en de Engelse uitzendingen van Radio Luxemburg. Elvis Presley, de Everly Brothers, Roy Orbison en Cliff Richard & the Shadows rekende hij in die tijd tot zijn favorieten. Zijn vader had een transportbedrijf, Becker Transport, dat door de broers van Kees is voortgezet en nog steeds met succes in Nederland opereert. Zijn broers kwamen in het familiebedrijf terecht. Kees kreeg de kans om te studeren. Hij haalde eerst het mulo-diploma (1960) en in 1962 dat van de HBS. Als de familie Becker het had kunnen bepalen was hij daarna samen met zijn vader en broers gaan werken aan de uitbouw van de transportonderneming, maar zover is het niet gekomen.

 

Kees wilde graag met mensen werken, vertelde hij me op 2 februari. Om die reden stapte hij op een dag in 1966 naar zijn overbuurman, de heer Oldenburger, die personeelschef was bij Philips Phonographische Industrie (PPI) in Baarn. Na een psychologische test werd hij aangenomen als leerling-vertegenwoordiger bij Phonogram, de verkoopmaatschappij van PPI in Amsterdam. Hij begon er met een bruto salaris van 450 gulden in de maand. Het was het begin van acht jaar werken in de platenbusiness. Kees maakte de tweede helft van de Sixties mee als verkoper van grammofoonplaten.

 

Phonogram

 

Phonogram was in die tijd de grootste platenmaatschappij van Nederland. Het bedrijf trok er flink wat tijd voor uit om nieuwe personeelsleden goed in te werken. Door een tijdje in het magazijn te werken kon hij zich zo de namen eigen maken van artiesten als de Rolling Stones, Tom Jones, Them, the Walker Brothers, Rob de Nijs, Karin Kent, Anneke Grönloh enzovoort. Phonogram had bovendien een uitgebreide catalogus van klassieke muziek.

 

Spicks and Specks
 

 


Na een tijdje werd hij ingezet op de afdeling telefonische verkoop. Enkele keren per week was er telefonisch contact met de meeste platenwinkeliers. Het was zaak om naast de hits en het bekende repertoire tevens nieuwe plaatjes mee te verkopen. Volgens Kees ging dat niet altijd even netjes. Hij gaf een mooi voorbeeld. In het voorjaar van 1967 braken de Bee Gees door met het zelfgeschreven ‘Spicks and Specks’. Zoals wel vaker liep Nederland voorop in Europa. Phonogram bracht een namaakversie uit. Bijna niemand had nog van de Bee Gees gehoord. De ‘cover’ moest en zou in de Nederlandse platenwinkels terecht komen.
    De telefonische verkoop kreeg opdracht de namaakversie te verkopen alsof die het origineel was. “Ik kreeg een platendealer aan de telefoon. Die bleef maar doorvragen of onze versie wel het origineel was. Hij bleef maar aandringen en wilde een eerlijk antwoord. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen onze versie te noteren en vertelde dus de waarheid. Ik werd op het matje geroepen bij het hoofd van de binnendienst. Mijn eerlijkheid werd niet in dank afgenomen. Later zou ik gaan begrijpen dat over commercie bedrijven nog wel eens verschillend wordt gedacht”.

 

A whiter shade of pale
 

013 whiter-shade-749003

 

Een paar maanden later had Becker betere ervaringen. Ineens gonsde het in de handel over een volkomen onbekend nummer. “Hebben jullie een plaat van iemand met een orgeltje? We hebben het niet in huis. We weten niet waar het zit”, kreeg hij te horen toen hij een aantal winkeliers bezocht. “Ik dacht in eerste instantie aan Feike Asma of een andere bekende klassieke organist. Zou die op de populaire toer zijn gegaan? Had die soms iets bijzonders gedaan?” Na ruggespraak met de zaak bleek het te gaan om ‘A whiter shade of pale’ van Procol Harum. “Het nummer zat zowaar bij ons”.
    De vraag was meteen overstelpend. Het nummer, uitgebracht op Deram, een sublabel van Decca, werd een nummer één hit voor Phonogram in Nederland. De ervaring met Procol Harum was niet helemaal uniek. Regelmatig zaten platenwinkeliers met hun handen in het haar om te voldoen aan de wensen van de opgroeiende jeugd. De jonge Phonogram-vertegenwoordiger maakte af en toe mee dat zijn klanten een nieuw nummer in de winkel voorzongen in de hoop dat hij wel zou weten welk plaatje daarmee bedoeld was.

 
Billboard, 1 juli 1967
 

In die maanden, benadrukt hij, maakte Kees de doorbraak van de stereoplaten mee. “Radio en televisie werden in mono uitgezonden. Veronica zat alleen op de middengolf. Om echt te kunnen genieten van de laatste technische ontwikkelingen moest je wel albums kopen. Hoewel het mijn werk was kocht ik de nieuwste albums. Het stereogeluid in die tijd was helemaal links-rechts. We vonden het prachtig dat de ene helft van het geluid uit de linker speaker kwam en de andere helft uit de rechter speaker. Zo was ook bijvoorbeeld de eerste versie van ‘Sgt Pepper’ van The Beatles. Later hebben ze de mix veranderd”.
    Vanwege het stereo-effect, aldus Becker, kochten de mensen in grote aantallen albums van orkesten als James Last en Herb Alpert.

 

Hoe kom je in de top veertig?

 

Voor Phonogram was popmuziek van het grootste belang. De maatschappij was er alles aan gelegen hits te maken. Om nieuwe platen te laten doorbreken werden allerlei aanbiedingen aan de handel gedaan. Een winkelier die bijvoorbeeld van een nieuw plaatje van Tom Jones twaalf stuks inkocht kreeg er drie gratis. Bij een doosje van vijfentwintig waren dat er vijf of meer extra. In sommige gevallen ontving de handelaar zelfs een doosje ‘in consignatie’: Alles wat hij niet verkocht mocht hij later retourneren.
 
De bedoeling was duidelijk. Als er veel plaatjes in de bakken stonden was het voor de winkelier van belang die te verkopen. Elke week op een vast tijdstip werd hij immers door Radio Veronica gebeld in verband met de samenstelling van de top veertig.
    De belangrijkste winkels hadden een lijstje met de best verkochte vijftien singles in volgorde klaar liggen. In grote lijnen klopte dat lijstje heel aardig. Bepaalde detaillisten maakten er een sport van eigen hits te creëren. Daar konden ze dan later mee pronken. Ook zonder al te veel verkoop kwamen die plaatjes dan ongemerkt in de eigen ‘hitlijst’ terecht. Bovendien, als ze een flinke voorraad van een single in huis hadden, was het zaak dat die in de top veertig kwam. Dan kwamen de muziekliefhebbers, handelaren in jukeboxen en caféhouders ze vanzelf wel kopen. Met andere woorden: door zoveel mogelijk singles ‘weg te zetten’ was de kans op het maken van een hit een stuk groter. Dat was wat je als verkooporganisatie kon bereiken.

 

Iramac
 

013 sandy coast

 


Tegen het einde van 1967 stapte Kees Becker over van Phonogram naar het Iramac in Bussum. Hij verdiende nu opeens het dubbele van zijn eerdere salaris. Het nieuwe bedrijfje had Willem Duys aangesteld als directeur. Duys presenteerde voor de AVRO ‘Voor de vuist weg’ op de televisie en ‘Muziek Mozaïek’ elke zondagmorgen op de radio. Iramac had vanaf 1966 succes met artiesten als Martine Bijl en de Outsiders. Latere bestsellers waren afkomstig van the Sandy Coast (met Hans Vermeulen), Toon Hermans, Christine Deutekom en de Hep Stars, de voorlopers van ABBA. Kees Becker werkte in het verkoopteam samen met onder meer Maurice Hermans, de zoon van Toon, en Frank Muyser, die als lid van Les Baroques de hit ‘Such a cad’ had gemaakt.

 

Meer nog dan bij Phonogram kreeg Becker met alle soorten handelaren te maken. Het makkelijkst, vertelde hij, ‘deed je zaken met De Bijenkorf in Den Haag en Van Leest in Eindhoven. Die wilden alle repertoire in huis hebben. Dat paste bij hun imago. Zij wilden de trend zetten. Andere winkeliers waren een stuk kritischer. Max van Praag in Utrecht kocht alleen plaatjes in als er vraag was in zijn winkel. Geen vraag, geen verkoop’. Dat was het andere uiterste. Hein Staffhorst, eveneens in Utrecht, had een positieve benadering. Zijn winkel was er een voor ‘toffe jongens’, maakte hij steeds duidelijk.
    Staffhorst wilde een actieve winkel hebben en stond dus voorop als er nieuwe interessante releases waren. Zo waren er in het hele land van dat soort zaken. Dankers en Radio Modern bijvoorbeeld in Rotterdam. De inkoper van dat laatste bedrijf vond de Sandy Coast ‘de beste beatgroep van Nederland’ en zette zich in voor singles als ‘I see your face again’ en ‘Capital punishment’. De groep uit Voorburg verdiende het volgens hem om hoog in de hitlijsten terecht te komen.

 

Speciale handelaren waren Rob Out in Amsterdam en Lex Harding in Gouda. “Die verkochten niet alleen platen, maar waren tegelijk diskjockey bij Radio Veronica en direct betrokken bij het samenstellen van de top veertig, en later tevens de tipparade. Lex was geboren in Boskoop en had een winkel in Gouda. Als ik bij hem op bezoek ging had ik meer dan één doel. Ik ging er heen om platen te verkopen, maar tegelijk wist ik dat Lex een belangrijke smaakmaker voor popmuziek bij Veronica was. Dat gaf een speciaal cachet aan mijn activiteiten als vertegenwoordiger”.

 

Bij Iramac waren Kees Becker en ik collega’s. Hij was een goede verkoper, ik hield me bezig met het pop-repertoire en de promotie ervan. Wat voor contacten had hij met de artiesten vroeg ik hem. “Evenals bij Phonogram waren die nihil. Zo ging dat niet. De een hield zich met het verkooptraject bezig, de andere met de artiesten en het repertoire. Ik zag wel eens bekende artiesten rondlopen. Af en toe kreeg ik een hand van ze, maar daar hield het mee op. Een groep als de Hep Stars, met wie we de hit ‘Sunny Girl’ gemaakt hadden, zag ik alleen op afstand”.

 

***

 

In 1969 hield Iramac op te bestaan. Kees vond een nieuwe job bij Miller, een maatschappij met louter budget-repertoire. Tegelijk volgde hij een studie personeelszaken op HBO-niveau. Na enkele jaren ging hij werken bij Organon in Oss. Zijn 35-jarige carrière in het personeelswerk was begonnen. “Enkele malen heb ik geprobeerd een baan te zoeken in het personeelswerk in de platenbranche. Daar lag mijn hart! Helaas bleken er geen functies op het door mij gewenste niveau”. En zo nam Kees Becker definitief afscheid als verkoper van grammofoonplaten.
    Maar met voldoening kijkt hij terug. "Het was letterlijk en figuurlijk een swingende en levendige periode. De Sixties zijn oh zo belangeijk geweest voor de popmuziek. Met hitjes die men floot en zong op straat, de top 40 van Veronica, jukeboxen in de cafés, en niet te vergeten de jaarlijkse hoogtepunten op het Grand Gala du Disque. De opkomst van de stereomuziek gaf er nog een extra impuls aan. De Sixties waren van grote invloed op mijn persoon en mijn verdere toekomst".
 
013-1
Kees Becker, 2010
 
Harry Knipschild
2 februari 2010
 
Clips