Zoeken

 

Op 2 mei 2011 was ik op bezoek bij Anton Witkamp (geb. 21 juni 1941, Haarlem). In artikel 72 op mijn site kun je een en ander lezen over zijn rol in de Nederlandse muziekindustrie. Bij die ontmoeting gaf Anton aan dat hij zich een aantal jaren bij PolyGram ingezet had om de compact disc in Nederland van de grond te krijgen. Ik stelde hem voor over dat onderwerp nog eens van gedachten te wisselen. Dat gebeurde op 2 juli 2012 in zijn tuin te Aerdenhout.
 
Het begin van de ontwikkelingen van de cd heeft Witkamp niet zelf meegemaakt. In de jaren zeventig werkte hij namelijk voor Ariola Benelux in Haarlem. Hij kan zich niet meer precies herinneren wanneer hij in dienst van PolyGram trad. Waarschijnlijk was dat in 1981.
  
Eerder, najaar 1976 of iets later, werd ik [HK] door technische mensen uit Eindhoven gebeld. Ik werkte voor Polydor in Rijswijk en trad in ons land op als contactman met de Zweedse groep Abba. Polydor was een werkmaatschappij van PolyGram (een samenvoeging van de woorden Polydor en Phonogram). Polydor behoorde eerder tot het Siemens-concern, Phonogram was een dochter van Philips. Siemens en Philips waren samen de aandeelhouders van PolyGram.

   Bij Philips was men bezig een beeldplaat te ontwikkelen, hoorde ik. Een ronde plaat met het formaat van een elpee. Op zo’n plaat kon je bewegende beelden met geluid zetten en die dan afspelen, in één keer of beeldje voor beeldje. De techniek was gebaseerd op de zogenaamde laser-straal, een sterk geconcentreerde lichtbundel. Dat klonk in de tijd van de Koude Oorlog nogal dreigend. Met die techniek was men bezig dodelijke wapens te maken. Blijkbaar was er ook een vreedzame toepassing mogelijk, de beeldplaat. In Eindhoven vonden ze het wel leuk om de film die Abba van het nieuwe album ‘Arrival’ gemaakt had als demonstratiemateriaal te gebruiken. Of ik dat niet kon regelen in Stockholm?

   Dat lukte, zelfs zonder enige vergoeding. In ruil voor mijn ‘dienst’ vroeg ik de Philips-technici een demonstratie te komen geven in Rijswijk. Dat gebeurde. De mogelijkheden bleken indrukwekkend. Het was een ware revolutie. Aan de twee mannen stelde ik nog een vraag: zou je die techniek ook alleen met geluid, muziek dus, kunnen toepassen?

   De Eindhovenaren schoten in de lach. Dat was toch niet relevant. Het ging immers fantastisch bij PolyGram. Nog nooit werden er zoveel albums en voorbespeelde musicassettes verkocht. Maar als het moest, kon het. Op een klein schijfje kon je een heleboel muziek zetten, legden ze uit.

 

114 - 1 beeldplaat
Beeldplaat

 

Enige tijd na die demonstratie werd Anton Witkamp bij Ariola gebeld door het Financieele Dagblad. Een redacteur legde hem uit dat Philips digitale technieken ging toepassen om de ‘mechanische’ grammofoonplaat te vervangen. Ook andere functionarissen in de muziekindustrie kregen de vraag voorgelegd, wat ze voor mogelijkheden zagen. “Het moet ergens aan het einde van de jaren zeventig geweest zijn. In alle eerlijkheid zag ik er niets in. Het waren de beste jaren die we met z’n allen in de platenindustrie meemaakten. Wie had nou behoefte aan een ander soort product”.

 

Een digitaal product met een nieuwe naam: compact disc

 

Als employee van PolyGram hoorde ik zelf helemaal in het begin jaren tachtig van de vorderingen van Philips met de digitale muziekdrager. Het werd me duidelijk dat ons concern er mee te maken zou krijgen in de nabije toekomst. Een naam had het nieuwe product nog niet. Er werd me verteld dat zo’n laser-schijfje een enorme hoeveelheid geluid kon opslaan. Eén kant was al genoeg om de gewone elpee flink te overtreffen. Na enige tijd kreeg iedere PolyGram medewerker een schrijven van het hoofdkantoor in Baarn. Er was een prijsvraag uitgeschreven om een naam voor het schijfje te bedenken. Iedereen mocht meedoen. Dagenlang liep ik te piekeren. Ik bedacht: stel je voor dat het een succes wordt. Als ze mijn voorstel overnemen, kan ik later zeggen dat het mijn woord is. Maar hoe ik ook nadacht, de perfecte benaming kon ik niet bedenken. Dat werd ‘compact disc’. Een mooie definitie van een schijfje met een zeer grote hoeveelheid informatie. Ik meen me te herinneren dat Hans Gout de winnaar van de prijsvraag was. Wat dat ook betekende. Want deze man zou namens PolyGram de kar gaan trekken. Gout was eerder directeur van Phonogram in België.

   Een tijdje later werd er bij wijze van experiment een eerste compact disc gemaakt. Een verzameling bestaande nummers. De eerste popsong op het schijfje was ‘Blue Eyes’ van Elton John (1982). Dat was dus het eerste popnummer dat ooit op compact disc gezet is, begreep ik toen ik een exemplaar cadeau kreeg. De verpakking deed sterk denken aan die van een gewone elpee, maar dan in klein formaat. Een stuk stevig karton met een glanslaag erover.

 

Hans Gout

 

Lancering onder moeilijke omstandigheden

 

 

 

Anton Witkamp werkte eerder bij Phonogram als contactpersoon met de pers en als product manager. Na zijn jaren bij Ariola kwam hij terug bij het concern. In eerste instantie vroeg PolyGram hem de nieuwe Polydor-directeur Nico van Biemen als marketing manager terzijde te staan. Maar, zeker achteraf bezien, was dat een parkeerfunctie. Witkamp was voorbestemd voor een andere job: hij was aangewezen om in Nederland als spil op te treden bij de introductie van de compact disc. Omdat hij die rol speelde leek hij me de aangewezen persoon om in het kader van dit artikel herinneringen op te halen.
 

Anton benadrukte nog eens hoe slecht de omstandigheden waren in de tijd dat de compact disc ontwikkeld werd. Het waren de dagen van ‘hoe komt Jan Splinter door de winter’.

   “De westerse economie zat in een diepe recessie. De muziekindustrie had het extra moeilijk. Onverwacht kwam er een einde aan de disco-rage met geweldige verkoopcijfers. Veel van die successen waren soundtracks van films. Die hadden geen opvolger. Bovendien kwam er steeds betere apparatuur om albums en voorbespeelde cassettes eenvoudig te kopiëren. Bij PolyGram ging het extra slecht omdat men daar voor een belangrijk gedeelte op disco teerde. Zonder goed vooruit te kijken had PolyGram besloten in de VS gigantisch te investeren in de bouw van fabrieken en opslagruimte. Alsof de omzet min of meer vanzelf tot in de hemel zou doorgroeien.

   De neergang en bijbehorende verliezen waren astronomisch. Jan Cook, financiële topman van PolyGram, legde ons uit dat het eigen vermogen van het platenbedrijf gezakt was tot ongeveer 8 procent. ‘Zonder de steun van Philips zouden we failliet zijn’, stelde Cook. De succesvolle Nederlandse muziekondernemer Willem van Kooten deed met eigen vermogen een persoonlijk bod op het wereldbedrijf. Voor 80 miljoen gulden wilde hij de hele handel overnemen”.
 

Tijdens een bijeenkomst van topmensen uit de muziekindustrie in het voorjaar van 1982 verklaarde Bruce Lundvall (Warner Brothers): “The record industry is not down. It’s flat”. Met andere woorden: de omzet was minimaal. Lundvall uitte zich pessimistisch over de toekomst, zelfs als er snel een einde aan de recessie zou komen. De toenmalige WB-topman was van mening dat de platenmaatschappijen het contact met de consumenten volledig waren kwijtgeraakt.

 

Philips en Sony vragen geld

 

Volgens Anton zagen muziekmensen nooit iets in nieuwe technieken (zoals eerder de 45 toeren-plaat en de langspeelplaat). Hij liet me het boek van Stan Cornyn over de geschiedenis van het muziekconcern Warner (2002) zien. Het hoofdstuk over techniek begon met: “When it comes to racing into new technology, the record business usually finishes just ahead of the Amish”. De Amish rijden meestal nog met paard en wagen.

   Het was Jan Timmer die in die tijd namens Philips de opdracht gaf de compact disc met succes te lanceren. Een man van de hardware, niet van de muziek zelf. “Philips zette torenhoog in. Men dacht terug aan de introductie van de musicassette in de jaren zestig. Uit concurrentie-overweging met 8-track (o.a. RCA Records) had ‘Eindhoven’ besloten het systeem gratis beschikbaar te stellen. De musicassette behaalde de overwinning op de muziekmarkt. Achteraf had men spijt. Stel je voor, was de gedachte, als we van elke cassette één cent hadden ontvangen. Dat was een kapitaal geweest.

   Bij het introduceren van andere technieken was Philips verre van gelukkig. De video bijvoorbeeld. Het superieure Video 2000 (van Philips en Grundig) moest het afleggen tegen de Japanse concurrenten Betamax (Sony) en VHS (van JVC). Zo’n fout wilde de Nederlanders niet opnieuw maken. Er kwam een samenwerking met Sony tot stand. De nieuwe compact-disc was voor tweederde gebaseerd op de patenten van Philips en voor een derde op die van Sony. Zo zou ook de verdeling van de inkomsten zijn. De techniek van het nieuwe product kwam niet vrij op de markt. Voor de productie van elk afspeelapparaat moest betaald worden. Philips en Sony eisten samen bovendien drie dollarcent voor elke compact disc.

   Ondanks de recessie vroeg Philips veel geld. Een afspeelapparaat kostte in Nederland 2.500 gulden. Een schijfje ging over de toonbank tegen de dubbele prijs van een gewoon album. Van budget compact discs was de eerste jaren geen sprake”.

 

114 - 3 IMIC 1982
Aankondiging van de conferentie in Billboard

 

Anton kon zich nog goed herinneren dat Jan Timmer de nieuwe technologie in 1982 in Athene formeel introduceerde tijdens een IMIC-bijeenkomst van de grote mensen uit de muziekbusiness. “De weerstanden waren groot”.

   Dat bleek ook uit het verslag dat het vakblad Billboard deed van het zogenaamde ‘presidents panel’ onder leiding van Chris Wright (Chrysalis) namens de platenmaatschappijen en Mike Stewart (CBS Songs) namens de uitgeverijen. Diverse deelnemers waren van mening dat de problemen in de business weinig met techniek te maken hadden. Het lag aan de muziek. Waar was de tijd van de goede artiesten gebleven. Wat had je nou aan zo’n rare plaat als ‘Stars on 45’ die zo goed scoorde. Evenals vroeger moest je werken aan de opbouw van goede muziek-acts.

   Timmer, op dat moment executive vice-president van PolyGram, werd flink belaagd. Het zou verplicht moeten worden, hoorde hij, dat er in alle afspeelapparaten iets ingebouwd werd om kopiëren te voorkomen. Het kopiëren van compact discs was een heikel punt. Verontwaardiging was er tevens dat je als platenmaatschappij moest betalen om een cd te vervaardigen. Dat was ongehoord. Uitgever Stewart draaide de zaak 180 graden om. Eigenlijk moesten de producenten rechten aan de auteurs betalen vanwege al dat gekopieer. Het werd tijd dat daar nu eens overeenstemming over bereikt werd. Anders zou de zaak voor de rechter uitgevochten worden, voegde hij er dreigend aan toe.

   Bob Summer, topman van RCA, vond dat de discussie de verkeerde kant uitging. “Niemand op deze conferentie vraagt zich af”, zei hij verzoenend, “of de nieuwe ontwikkeling muziek niet op een betere manier bij de mensen brengt”.

   Timmer probeerde de zaak te sussen. Nu hij de overstap van Philips naar PolyGram gemaakt had, stond hij aan de kant van de muziekindustrie, probeerde hij duidelijk te maken. Er zou meer overleg moeten komen. Dan zouden de problemen wel opgelost worden.

   Bij de IMIC-conferentie van platenbonzen liet EMI het afweten. Het bedrijf dat groot geworden was door de Beatles wilde niet meedoen. Topman Ken East verklaarde begin 1983 nog: “We have no intention of paying a three cent royalty for the privilege of making our repertoire available”. Toen was de verkoop van de compact disc al begonnen. Witkamp wist dat ook A&M Records, het bedrijf van Herb Alpert en Jerry Moss, op dat moment niets voelde voor de compact disc. Op dat label zaten acts als de Police, Herb Alpert en Supertramp.

 

114 - 4 Witkamp Alpert LA
Herb Alpert, Anton Witkamp

 

De rol van Herbert von Karajan

 

Philips verklaarde zich bereid het kwakkelende PolyGram terzijde te staan. De ‘gloeilampenfabriek in het zuiden des lands’ financierde de bouw van een fabriek in het Duitse Hannover om de schijfjes te produceren. Daar was een bedrag van enkele honderden miljoenen Duitse marken mee gemoeid. De andere aandeelhouder, het Duitse Siemens, deed niet mee. Anton: “Philips zat meer dan Siemens in dat marktsegment. Siemens was meer voor de keukens, Philips relatief meer voor de electronica. Bij Siemens voelden ze er niets voor om in het onzekere nieuwe product te investeren. Tijdens de besprekingen had Warner Brothers veel meer belangstelling. Siemens haakte af als aandeelhouder van PolyGram. Toen de fusiebesprekingen met Warner door de politiek werden geblokkeerd nam Philips de aandelen van Siemens over”.

   PolyGram moest ook zelf financieel bijdragen aan de ontwikkeling van het nieuwe muziek-medium. Het bedrijf verkocht al zijn publishing-activiteiten. Zo kwam Warner/Chappell tot stand.

   Norio Ohga (1930-2011) stond aan het roer bij Sony. Hij had muziek in Duitsland gestudeerd en was op jeugdige leeftijd bevriend geraakt met dirigent Herbert von Karajan. Na een tijdje de leiding gehad te hebben bij Sony/CBS Records in Japan kreeg hij namens het Japanse bedrijf de leiding over de compact disc-activiteiten. Eén van zijn wensen was dat er een schijfje zou komen, is het verhaal, met daarop ononderbroken de negende symfonie van Beethoven met Von Karajan als dirigent van de Berliner Philharmoniker. Op die wens zou de grootte van de compact disc afgestemd worden.

   Anton Witkamp kende het verhaal. Maar of het waar was kon hij niet bevestigen. Wel stond vast dat de dirigent een belangrijke rol speelde bij de lancering van de nieuwe technologie. Hij trad op als eerste visitekaartje van PolyGram. Onder een brief aan de andere artiesten van het muziekconcern liet hij zijn handtekening plaatsen. Vanwege de zeer hoge investeringen werden die verzocht genoegen te nemen met een lagere royalty. Ze zouden afgerekend krijgen op basis van de elpee-prijs (ongeveer de helft van de prijs van het schijfje). Bovendien was er een extra hoge mindering op hun inkomsten voor de verpakkingskosten en de te verwachten hoge uitval. Wie voor deze clausule niet tekende zou niet in aanmerking komen voor release op compact disc.

   Bij PolyGram intern hoorde je dat de enige artiest die niet onder die regeling viel Herbert von Karajan zelf was. Hij zou zich dus hebben laten gebruiken. Als dank voor zijn medewerking besloot Sony een compact disc-fabriek te bouwen in zijn geboorteland Oostenrijk.

   Anton: “Volgens mij heeft geen enkele artiest in die tijd bezwaar gemaakt tegen die paragraaf in het contract. Het was een eer om op compact disc te verschijnen. De andere platenmaatschappijen deden trouwens hetzelfde. Bij PolyGram liep in elk geval niemand weg vanwege die bepaling”.

   Een aantal medewerkers van PolyGram kregen in die tijd een compact disc-speler cadeau. Dan konden de artiesten zien en horen waar ‘hun bedrijf’ mee bezig was. Het was een loodzwaar ding, enigszins te vergelijken met de ongeveer even zware video-recorder. Als je er een cd op afspeelde kon je de volgorde van de titels niet vastleggen. Je begon bij track één en zo verder. Eventueel kon je een titel overslaan, dat was alles. Anton: “Ik heb nog zo’n ding boven staan. Het werd met de hand in België gefabriceerd”.  

 

114 - 5 Karajan BB 1982 07 10
Herbert von Karajan, Jan Timmer, 10 juli 1982, Billboard

 

Met behulp van Herbert von Karajan moesten de artiesten dus over de streep getrokken worden. Er waren meer dan voldoende weerstanden, niet in het minst bij de marketing-mensen in het concern.

   Jan Timmer (in 1983 benoemd tot ‘president’ van PolyGram) en Hans Gout kwamen derhalve tot een besluit. In elk land moest er één speciale persoon komen om de kar te trekken voor alle PolyGram-werkmaatschappijen. In Nederland werd Anton Witkamp in die functie benoemd.

   “Labelmanagers vonden het aanvankelijk niet prettig om mee te werken. Ze hadden twijfels over de haalbaarheid van het project. Bovendien moest er van alles gebeuren om elpees in compact discs om te zetten. Banden moesten gedigitaliseerd worden, de hoezen verkleind, andere bestelnummers aangevraagd. Ze vonden het een vervelend gedoe dat niet alleen tijd maar ook geld kostte. Met dat laatste heeft men op het hoofdkantoor in Baarn geholpen. Al dat soort kosten konden ze doorbelasten. Dat scheelde weer”.

   De tegenzin intern bij PolyGram haalde zelfs de vakpers. “The PolyGram group has been burdened with development costs for the CD digital disk system”, was in een Billboard-overzicht over de slechte ontwikkelingen op de Duitse muziekmarkt afgedrukt. Geen plezier, alleen maar ‘lasten’.

  

De lancering

 

Langzamerhand werd de consument warm gemaakt voor de compact disc en de voordelen ervan. In het Leidsch Dagblad schreef Frits Bromberg: “De voordelen van de compact disc zijn inmiddels wel bekend: geen beperkingen door mechanische contacten, geen slijtage aan wat bij de conventionele platenspeler maar kan slijten, ‘eeuwige’ levensduur van plaat en afspeler, opvallend verbeterde weergave, geen gerommel met doekjes en schoonmaakvloeistoffen, stampvrije afspeler en niet te beschadigen plaat(je). Dat plaatje komt in een handzaam, niet stuk te krijgen doosje dat desgewenst plaats biedt aan een toelichtend boekwerkje dat 24 pagina’s zal kunnen bevatten”.

   Wie de nieuwste ontwikkelingen wilde horen en zien, was welkom op de Firato in Amsterdam. “De bezoeker zal ontdekken, dat de fabrikanten over de hele wereld het zoeken in klein en plat, met opvallend veel of opvallend weinig oplichtende frutseltjes. De weergave-kwaliteit zal de uitvoering in de concertzaal tot op de drempel benaderen, technisch zijn de grenzen van het weergeven wel ongeveer bereikt, of het nu de meest verfijnde klassieke muziek betreft of de grootst mogelijke rommel”.

   Nog vóór die tijd (zomer 1982) liet J.C. Westdijk, commercieel directeur van de All Wave-groep zich al enthousiast uit: “Ik beschouw de conventionele LP als een ouderwets raar ding, de zwakste schakel in de hele audioketen. De vraag naar de compact disc als geluidsbron, dus ook voor de omroep en voor overname op cassettes, zal snel groeien, dat zullen de platenhandelaren wel merken. Als de klant iets van zijn geluidsapparatuur wil vervangen, dan zal dat als eerste zijn platenspeler zijn”.

 

Nana Mouskouri

 

In het najaar van 1982 verschenen de eerste apparaten en schijfjes tegelijk op de markt. Niet in Europa, niet in Amerika, maar in Japan, de thuisbasis van Sony. Amerika kwam als laatste. In het voorjaar van 1983 waren Nederland en enkele andere Europese landen aan de beurt.

   Op 23 februari 1983 vond de officiële lancering in Londen bij Sony plaats. Hans Gout voerde er namens PolyGram het woord en verklaarde: “Hoe eerder de compact disc de conventionele zwarte vinyl-elpee vervangt, des te beter wat mij betreft”. De op dat moment nog gewone platen wenste hij toe aan het museum. Toch besefte ook Gout dat het invoeren van de nieuwe geluidsdrager langs de geleidelijke weg zou plaatsvinden. Bij het begin bestond de totale catalogus uit niet meer dan hooguit 150 cd’s. Dat was alles. Het was de bedoeling dat er dan twintig of meer nieuwe compact discs per maand zouden bijkomen.

   “De eerste cd-catalogus bestond uit standaard repertoire. Bij Phonogram bijvoorbeeld Nana Mouskouri en de Dutch Swing College Band. Veel klassiek ook. Weinig of geen nationaal repertoire. Die enkele cd die leverbaar gesteld werd moest overal verkocht kunnen worden. Het eerste repertoire was niet erg ‘spannend’”.

   Bij de officiële start waren enkele vertegenwoordigers van de industrie en artiesten aanwezig. Ian Anderson van Jethro Tull en Midge Ure van Ultravox waren er samen met Chris Wright van Chrysalis Records. In het PolyGram-kamp werden behalve Hans Gout onder anderen John Lodge van de Moody Blues en drummer Kenney Jones van The Who (opvolger van de jong-overleden Keith Moon) opgemerkt. Namens de muziekindustrie uitte Wright opnieuw zijn bezorgdheid voor het kopiëren: “I am very worried about the possibility of a compact disc player being incorporated into a music center with an integrated circuit and a cassette recorder”.

  Hoe ging het met de vrijwel gelijktijdige lancering in Nederland vroeg ik Anton Witkamp.

   “Van een formele lancering was geen sprake. We maakten een stencil van wat we op de markt brachten. De belangstelling was voorlopig immers minimaal. Dat was alles”. Het gebruikelijke platenfeest met champagne bleef dus achterwege, maakte Witkamp duidelijk.

 

Anton Witkamp deed er alles aan om de compact disc geaccepteerd te krijgen. Pieter Strooker op het hoofdkantoor in Baarn hield hem op de hoogte van de verkopen van apparaten. Elke koper van een cd-speler, was de verwachting, zou binnen een jaar wel een dozijn schijfjes aanschaffen. Dus hoe meer apparaten, hoe hoger de omzet van de cd’s. Je zou je zelfs af kunnen vragen of het niet handiger was dat de compact discs niet beter bij de hardware verkocht kon worden. Bij CBS in Amerika was men dat van plan.

   In Nederland gebeurde dat niet. PolyGram deed er alles aan om de verkoop langs de reguliere weg te laten plaatsvinden. “De winkeliers wisten niet welke plaats ze de cd’s in hun zaak moesten geven. Ze zetten ze soms tussen de langspeelplaten in. Omdat die een klein formaat hadden vielen ze er dan uit. Cd’s waren vanwege de geringe omvang bovendien extra gevoelig voor diefstal. Al snel haalde men de schijfjes uit de doosjes en bewaarden die achter de toonbank. Voor de handel lieten we speciale cd-bakken fabriceren. Die kregen de handelaren gratis aangeboden.

   Wij van PolyGram deden er alles aan de consumenten voor te lichten welke muziek op compact disc beschikbaar kwam. Na enige tijd maakten we brochures met het complete repertoire. Zelfs inclusief het repertoire van onze concurrenten. De acceptatie van de compact disc was immers van groot belang. Daarom ook reisde ik enkele keren met platenhandelaren en mediamensen naar Hannover. De mensen liepen er in een soort maanpakken rond. Je kon zien hoe die techniek nog in zijn kinderschoenen stond. Voorlopig leverde een persmachine niet meer dan een paar exemplaren per minuut af. Bovendien was de uitval hoog. Omdat de cd’s goed gecontroleerd werden kwamen er zelden foute exemplaren in de winkels.

   De groei van de omzet in compact discs ging geleidelijk. De Bijenkorf was meteen enthousiast, en ook de (andere) zaken die zich richtten op de bovenkant van de muziek markt. Klassieke muziek had een geweldig marktpercentage, soms wel meer dan 40 procent. Hans Puls (uit Den Bosch), verantwoordelijk voor alle geluidsdragers bij het Vroom & Dreesmann-concern, op dat moment marktleider in Nederland, had voorlopig geen belangstelling. ‘Wij verkopen aan vrouwen in bloemetjesjurken’, was zijn uitspraak. Het duurde een aantal jaren voor V&D meedeed”.

 

Op weg naar de doorbraak van de compact disc

 

Als je kranten en tijdschriften uit die tijd naleest vind je tal van kleine berichtjes die wijzen op een stapsgewijze voortgang. Er kwamen radiopgrogramma’s met klassieke muziek op basis van cd’s. Bibliotheken gingen proefdraaien met het in voorraad nemen van de schijfjes. De tweejaarlijkse Firato (RAI, Amsterdam) trok grote aantallen bezoekers, die geïnteresseerd waren in al die technologische ontwikkelingen. Sony, uitvinder van de walkman (met musicassettes), ontwikkelde de discman. Die woog overigens nog een halve kilo (zonder batterijen).

   Zelfs EMI besloot compact discs op de markt te brengen. Het probleem was alleen dat alle fabrieken ‘vol’ met orders zaten. EMI raakte behoorlijk achterop. De activiteiten met cd’s hielpen PolyGram ook met het binnenhalen, begin 1985, van het A&M label. Mike Hennessey van Billboard: “One factor which it is thought may have helped Polydor clinch the deal is the PolyGram compact disc manufacturing facility in Hanover, West Germany. A&M product, including the Windham Hill Line, is considered particularly suitable for CD release”. PolyGram, van de andere kant, kon zich veroorloven dieper in de buidel te tasten omdat het bedrijf voorop liep in cd’s.

   Voor ons, mensen van PolyGram, was het spannend de ontwikkeling van de omzet te volgen. Bij Polydor zat productmanager Tom Steenbergen er bovenop. Elke dag hoorde je de laatste stand van een aantal interessante releases. Zeer opvallende verkopen waren er in 1985 voor ‘The Dream of the blue turtles’ (Sting, A&M) en een compilatie, speciaal voor compact disc, met een heleboel hits van de niet meer bestaande groep Creedence Clearwater Revival. Dat soort cd’s kostten nog steeds rond de veertig gulden in de winkels.

   Als A&R-manager van Polydor in de jaren tachtig ging ik regelmatig een dagje met vertegenwoordigers mee op pad. Zo hoorde je wat er leefde in de branche. Een bezoek aan Caminada in Den Haag, samen met verkoper Theo Boxtart (voorjaar 1985), ben ik niet vergeten. De winkelier was dolenthousiast. De compact disc was bezig het helemaal te maken, verkondigde hij. Er zijn twee soorten mensen die de schijfjes in grote hoeveelheden kopen, oud geld en nieuw geld. Eén groep bestaat uit notarissen, advocaten, accountants, hoge ambtenaren, zei hij. Die kochten vooral klassieke cd’s. Een andere groep, de nieuwe rijken, bestond voor een niet onbelangrijk gedeelte uit ‘pooiers’, verkondigde hij. Die kopen cd’s om te laten zien dat ze zich kunnen permitteren die te kopen. “Dat zijn mijn belangrijkste cd-klanten”, maakte de man van Caminada duidelijk. Door zijn winkel schalde de cd ‘Songs from the big chair’ van Tears for Fears, met ‘Shout’ en ‘Everybody rules the world’.

 

114 - 7 Dire Straits Philips

Samenwerking Philips en Dire Straits

 

Terecht wees Anton Witkamp me op de onvoorstelbaar hoge verkoopcijfers van de Dire Straits. Wat Herbert von Karajan was voor klassieke muziek, waren de Dire Straits voor de popmuziek. “Ed Bicknell, de manager, maakte een bijzonder gunstige deal met Philips. De groep zal ongetwijfeld een uitstekende royalty bedongen hebben. Zij werden hét paradepaardje voor PolyGram en de compact disc. De verkoopcijfers van een album als ‘Brothers in arms’ leek geen plafond te hebben.

   In 1984 had ik een bijzondere ervaring. Een platenwinkelier in Amsterdam-West liet weten dat hij al zijn elpees de deur uit deed. Voortaan wilde hij alleen nog maar compact discs in zijn zaak hebben. Op dat soort indicaties zaten wij te wachten. We hebben de man op alle mogelijke manieren geholpen. Met cd-bakken en met drie maanden crediet. Maar dan moest hij wel het hele cd-repertoire in voorraad nemen. Het was een groot succes. Van heinde en verre, bij wijze van spreken uit het hele land, kwamen de mensen naar die winkel om er te grasduinen in wat er allemaal beschikbaar gekomen was.

   Langzamerhand was er geen houden meer aan. Zelfs Hans Puls trok na verloop van tijd aan de bel. Onze cd-bakken hoefden ze bij V&D niet te hebben, die maakten ze zelf wel. In ruil voor de inkoop van grote aantallen cd’s hebben we pittig met Puls onderhandeld. Dat gebeurde bij hem wel eens in ‘stevige taal’. En toen, in het najaar van 1987, kwamen de eerste cd’s met een lagere prijs. De komst van het midprice-repertoire wisten we tot het laatste moment (voor de concurrentie) geheim te houden. De handel kocht zeer grote aantallen in. Het ging echt om honderdduizenden cd’s. De compact disc was gearriveerd!

   Wellicht zijn enige cijfers interessant. In 1983 werden er in totaal 200.000 cd’s verkocht (en 18,5 miljoen lp’s). In 1984 500.000 cd’s, in 1985 1.400.000 cd’s. Ter vergelijking: in 1990 maar liefst 35 miljoen cd’s en 2.600.000 lp’s”.

 

 

114 - 8 Compact-Disc digital audio

 

In 1987 was het voor PolyGram niet meer nodig een speciale cd-man te hebben. De compact disc was mainstream geworden. Anton Witkamp werd algemeen marketing manager van Phonogram, de grootste platenmaatschappij van Nederland. Phonogram, dat intussen volledig in handen van Philips gekomen was. De problemen in de muziek business waren uit de wereld. Voorlopig...

 

Harry Knipschild

8 juli 2012
 
Clips
 

Literatuur

Alan Penchansky, ‘Philips seeks royalty on compact disc’, Billboard, 26 september 1981

Frits Bromberg, ‘Compact disc’, Leidsche Courant, 1 april 1982

‘IMIC ’82. Presidents panel puts spotlight on compact disc’, Billboard, 5 juni 1982

‘Karajan honored with cd’, Billboard, 10 juli 1982

Is Horowitz, ‘Momentum builds for U.S. CD bow. CBS and Sony speed way’, Billboard, 18 december 1982

Radcliffe Joe, ‘Winter CES. Competitors preparing as CD takes center stage’, Billboard, 8 januari 1983

Mike Hennessey, ‘Compact disc launched in U.K. PolyGram, Sony, formally present system in London’, Billboard, 5 maart 1983

‘Bibliotheken gaan proefdraaien met compact disc’, Leeuwarder Courant, 10 september 1984

‘Firato RAI trok recordaantal van 326.905 bezoekers’, Leeuwarder Courant, 10 september 1984

‘Sony heeft miniatuur compact disc-speler’, Leeuwarder Courant, 16 oktober 1984

Mike Hennessey, ‘A&M cuts European ties with CBS. New license deal with Polydor”, Billboard, 9 februari 1985