Zoeken

 

008 a Artone (Grand Hotel Funckler)

 
De omgeving van het station van Haarlem is niet bepaald een nette buurt. Als je naar het centrum van de stad loopt kom je door de Kruisstraat. Een eeuw geleden bevond zich daar een hotel. Niet zo maar een hotel. Een Grand Hotel. Grand Hotel Funckler. Aan de voorkant was een balkon en binnen in de ‘ballroom’ kon je regelmatig naar deftige muziekuitvoeringen luisteren. In de jaren vijftig was er voor dit soort gelegenheden onvoldoende emplooi. De nieuwe tijd was aangebroken, de tijd van de grammofoonplatenmaatschappijen. De gebroeders Casper en Wim (Bill) Slinger hadden geld verdiend in de olie. Het waren jazzliefhebbers en wat was er mooier dan een eigen bedrijfje op dat terrein te beginnen. Het was 1956. Ze noemden het Artone en opereerden onder de Franse slogan “C’est l’Artone qui fait la musique”. Na een jaar verhuisde de platenmaatschappij van de Parklaan naar Kruisstraat 10, het vroegere Funckler.

   De Slingers traden in Nederland nauwelijks naar buiten. Zelfs niet ten opzichte van hun personeel. Werknemers van het bedrijf zagen hen wel eens voorbijlopen. In het gunstigste geval kende men de directeuren onder hun voorletters. John J. Vis, geboren in 1929, trad op als boegbeeld. Peter Bouwens was verantwoordelijk voor de platenfabriek op industrietterein Waardeiland, bij Artone ‘de polder’ genoemd. Willem Ariëns had de leiding over alle activiteiten van het magazijn, waar in de jaren zestig een man of vijftien werkzaam was. De voormalige ballroom, het hart van de fysieke distributie, heette nu ‘platenkamer’. Toch nog een enigszins artistieke naam.

 

John Vis werkt samen met de gebroeders Slinger
 
008 b Artone
 

In een interview met Michel Terstegen van het blad Warm Sounds deed John Vis in maart 2001 een boekje open over de vroege geschiedenis van Artone. Naar eigen zeggen speelde hij een dominante rol. Om te beginnen had het bedrijf zijn oorsprong in zijn persoonlijke contacten met Norman Granz (1918-2001). Die was de organisator van jazzconcerten en oprichter van Verve Records. Vis over de taakverdeling: “Alles wat met muziek te maken had, zoals promotie en het aantrekken van artiesten, was mijn afdeling. Ik hield mij ook altijd bezig met de artistieke kant van de zaak. Al die hoesjes en zo zijn ontstaan onder mijn supervisie. Ik had het grafische vak aardig onder de knie. Wim was de man van de paperassen, de juridische kant. Cas was een harde werker en deed de eigenlijke bedrijfvoering”.

 

Artone was succesvol in het aantrekken van allerlei Amerikaanse platenlabels. In de eerste jaren van zijn bestaan wisten de jongens van de Kruisstraat te scoren met artiesten als Chubby Checker (Cameo Parkway), Sue Thompson (Hickory), Newbeats (Hickory), Everly Brothers (Heliodor, Cadence), Chuck Berry (Chess) en Ray Charles (ABC Paramount). Om maar een paar namen te noemen. Ook het Nederlandse repertoire leverde hits op. ‘Bittere tranen’ van Enny Denita (1958), ‘Sucu Sucu’ van Eddy Christiani. ‘Mexico’ van Willy Schobben en ‘Glaasje op’ van Sjakie Schram. De Nederlandse beatgroep Z Z en de Maskers maakte tal van goed verkopende singles op het Artone label.

 

008 c Artonedirectie
C.D. Slinger, Enny Denita, W. Slinger, John Vis
 

Doorbraak van Artone-Funckler-CBS

 

In de vroege jaren zestig groeide het succes verder uit. Naast Artone kwam er een afdeling die Funckler genoemd werd. Pete Felleman kreeg er de leiding over. Onder zijn supervisie werden de nieuwe aanwinsten Reprise (van Frank Sinatra) en Motown geëxploiteerd. Het succes kon niet op toen Artone de distributierechten van Columbia Records van Philips wist over te nemen. Columbia (in Europa: CBS) was de oudste en meest gerenommeerde platenmaatschappij van Amerika.

 

In 1965 was ik zelf korte tijd werkzaam bij Artone. Ik raakte er bevriend met André Ceelen. Afgelopen maand had ik opnieuw contact met hem en hij vertelde mij zijn verhaal. André was een liefhebber van muziek. Liedjes als ‘Diana’ van Paul Anka en Amerikaanse folk music. Hij werkte in het buurthuis naast het Teylermuseum. Conferencier Rients Gratama attendeerde hem erop dat Artone op zoek was naar jonge aspirant-vertegenwoordigers. Ceelen besloot te solliciteren en werd aangenomen. Tijdens zijn opleiding bij het bedrijf belandde hij in de ‘platenkamer’. Het beviel hem daar zo goed dat hij er enkele jaren bleef werken. Hij werd verantwoordelijk voor het op peil houden van de voorraden. “Ik bepaalde hoeveel we er voor de komende week nodig dachten te hebben. Dat was gebaseerd op de snelheid waarmee onze voorraad in de platenkamer terugliep, informatie van de vertegenwoordigers en verder een ‘gevoel’ dat een bepaalde single of LP wel eens een succes zou kunnen worden”.

 

De platenkamer

 

De voormalige ballroom was in zekere zin het hart van het bedrijf. “De meeste bestellingen kwamen per post binnen. De vertegenwoordigers schreven de bestellingen op en verstuurden die naar het kantoor. Daarna werden ze afgeleverd bij mij of bij meneer Ariëns. Vervolgens werden bestellingen door medewerkers van de platenkamer ‘uitgelopen’. De platen stonden per 25 stuks in de vakken. Aan beide kanten van de platenkamer stonden er zes rijen met vakken. Elke plaat die werd gepakt werd als bestelling afgevinkt en dan werd de volgende plaat uit het vak getrokken. Op een soort verdieping in de platenkamer stond de voorraad. En wanneer een vak leeg was werd er naar boven geroepen voor nieuwe voorraad”.

 

008 dd Ceelen André 66
André Ceelen, 1966
 

Het ging er soms hectisch aan toe. “Iedere dag was er een soort van paniek voordat Van Gend & Loos kwam om de bestellingen op te halen”. Hoe ging het als er grote hits waren, of voor de feestdagen, vroeg ik hem. Werd dan extra personeel ingehuurd? Dat was niet het geval. “Er werd gewoon harder en langer gewerkt”.

 

Voeling met de markt

 

Op vrijdagavond kwamen de vertegenwoordigers naar Haarlem. Ze legden verantwoording af van hun bevindingen en hadden overleg met Vis, Felleman en Hemmy Wapperom, die labelmanager van CBS geworden was. Ariëns en Ceelen waren dan eveneens van de partij om zich te laten informeren. Op die manier werd André met informatie van de winkeliers gevoed. Dat hielp hem om op maandagochtend de juiste bestellingen bij Peter Bouwens te plaatsen. Andere personen op zo’n avond waren Aat Baars, een dikke veertiger die de platen bij radio en televisie aan de man moest brengen, en Hans Blomsma, die op zoek naar talent het land doortrok.

 

Het bestellen van platen was soms een riskante onderneming. Je wist nooit of je het wel bij het goede eind had. “Er werd veel naar de radio geluisterd”, dat was belangrijk. André liet zich ook meeslepen door de gedrevenheid van de labelmanagers. Hij herinnert zich nog dat Pete Felleman helemaal weg was van ‘Where did our love go’. “Op een gegeven moment was de hele wand van de platenkamer gevuld met die plaat van The Supremes. Dat moest een hit worden”. ‘Where did our love go’ bereikte de top tien in het najaar van 1964. Gelukkig maar. Bleven er wel eens grote partijen over, vroeg ik Ceelen. Had hij een voorbeeld? “Natuurlijk is dat ook gebeurd. Maar de missers blokkeer je meestal in je geheugen. Ik kan geen voorbeelden geven van missers. Wel weet ik dat er elk jaar wel een soort opruiming plaatsvond. Meneer [Theo] Vilters [een belangrijke winkelier, in de Damstraat, Amsterdam] kwam dan langs en kocht een hele partij op”.

 

Hoe gaat dat bij een platenmaatschappij? Heb je veel binding met de muziek en de artiesten? “Soms kwamen er artiesten in de platenkamer kijken hoe hun single werd verkocht. Meestal vergezeld door de labelmanager”.

 

Simon & Garfunkel

 

André luisterde zelf veel naar allerlei muziek. Door het werk ging hij zich in muzikaal opzicht steeds breder opstellen. Hij begon zich ook met het repertoire te bemoeien. “Via Cobi Schreijer had ik gehoord over Paul Simon en ik heb toen gezocht in de catalogus van CBS. Daar vond ik toen de EP van Simon & Garfunkel, ‘Wednesday Morning 3 AM’. Ik [André] heb Ariëns daarop gewezen en gezegd/gevraagd om de EP te importeren. Daarna is het balletje voor Simon & Garfunkel in Nederland gaan rollen”.

 

008 ee Simon Paul 1965 Waag Sinterklaas
Sinterklaas op bezoek bij Paul Simon en Cobi Schreijer
 

Eind 1965 kwam Paul Simon over naar Nederland. Op 5 december trad hij op in De Waag en zong er niet alleen ‘Sound of Silence’ maar ook de nog onbekende composities ‘Homeward Bound’ en ‘I am a Rock’. De belangstelling was minimaal. Behalve André en ik waren er nog geen twintig toehoorders. Maar wij waren onder de indruk van zijn zang en van de zelfverzekerdheid, ja bijna arrogantie, van zijn performance. We waren niet verbaasd van de snelle carrière van Simon, en zijn compagnon Art Garfunkel. Simon was Cobi Schreijer, bij wie hij thuis gratis mocht overnachten, en zijn Nederlands gehoor lang dankbaar. “Een jaar later, toen hij al wereldberoemd was, is hij nog een keer met Art Garfunkel teruggeweest. Toen hebben ze voor niets opgetreden, omdat ik als allereerste vertrouwen in hem had”, vertelde Schreijer op 15 februari 2003 aan Peter Bruyn van het Haarlems Dagblad.

 

André Ceelen kijkt met voldoening terug op zijn tijd bij Artone. Het was een ‘swingend’ bedrijf. “We hadden veel lol en werkten toch hard om alles op tijd de deur uit te krijgen. We werkten regelmatig over en hadden veel plezier”. Een collega van André in de platenkamer was Rein van den Broek . Die zat toen nog in een skifflegroep. Samen met Rik van der Linden richtte hij later Ekseption op. Maar de meeste bewondering heeft Ceelen voor John Vis. “Die vond ik het creatiefst van de labelmanagers. Hij stak zijn nek uit voor bijvoorbeeld Louis van Dijk en Chris Hinze”.

 

Na Artone

 

Na een paar jaar werken in het voormalige Grand Hotel Funckler hield André Ceelen het voor gezien. Hij ging andere dingen doen, in en buiten de muziek. In Engeland kwam hij in contact met de jonge zanger Al Stewart. “Ik ontmoette hem in ‘Bunjies’. Hij had liedjes van Bob Dylan leren zingen. In die folksong-club begon hij wekelijks met een avondvullend programma”. Terug in Nederland liet André me Stewarts eerste plaatje ‘The Elf’ (op Decca) horen. Het lukte hem niet Stewart aan de man te brengen. Tijdens een later optreden, in de Marquee zag Stewart zijn Nederlandse vriend in de zaal zitten. “Hij verwelkomde me met de woorden: ‘Hey, there’s the guy that’s going to make me famous in Holland’”. In 1977 bereikte Al Stewart hoge verkoopcijfers in Nederland met zijn album ‘Year of the Cat’ en de single ‘On the Border’.
    André was tevens betrokken bij de carrière van Chi Coltrane. Op zijn eigen label Good Time Records bracht hij twee albums uit van de zangeres, die in 1972 met ‘Thunder and Lightning’ (CBS) de bovenste plaats van de top 40 bereikt had.
  Ceelen had nog andere noten op zijn zang. Hij ging zich inzetten tegen de vervolging van christenen en joden in de islamitische republieken en in Rusland.

 

Artone had met het inlijven van CBS-Columbia het paard van Troje in huis gehaald. Het Amerikaanse bedrijf was op zoek naar eigen distributiekanalen. In Engeland kocht het Oriole Records op, in Nederland het bedrijf in Haarlem. Als je nu door de Kruisstraat loopt vind je op de plek van Hotel Funckler een ‘gewone’ vestiging van Albert Heijn. Aan de gevel kun je nog sporen terugvinden van de grandeur van weleer. De fysieke distributie van platenalbums, later cd’s, is de laatste jaren sterk teruggelopen. Mensen die legaal naar muziek van CBS, nu BMG Sony, willen luisteren doen dat steeds meer in de vorm van digitale downloads. Daar komt geen platenmagazijn aan te pas, en al helemaal geen ballroom.

 

Harry Knipschild

2 december 2009

29 maart 2014
Peter Bartlema schreef me dat hij vergeefs gespeurd had naar de twee albums van Chi Coltrane op Good Time Records. Ik vroeg een reactie van André Ceelen.

André: “In 1983 ontmoette ik Chi Coltrane op een bijeenkomst, georganiseerd door de Billy Graham Organisatie. Poppenspeler Aad Peters maakte me er attent op de aanwezigheid van Chi. Na enige telefoontjes heb ik haar in Amsterdam geïnterviewd voor het Youth for Christ jongerenblad ‘Aktie’. 
   Zo hebben we kontakt gekregen en dat leidde tot de beslissing om met Teldec in Duitsland te bellen.  Daar werd me verteld dat RCA Nederland niet geïnteresseerd was in het uitbrengen van de elpees ‘Chi Coltrane Live!’ en ‘Ready To Roll’. Daaruit bleek dat ik de elpees via hun kon importeren en op de markt brengen”.
   Ceelen zette zich bovendien in voor de Coltrane-single ‘I’m gonna make you love me’ b/w ‘On My Own’. Hij liet me weten dat het materiaal nu te koop is via de website van Chi Coltrane. De zangeres is regelmatig op toernee in ons land.
www.chicoltrane.com
   

Clips

Literatuur
Harry Knipschild, 'Paul Simon, commercieel tegen wil en dank?', Teenbeat, februari 1966
Fonografiek, 'Allerwege waardering voor pijlsnelle levering Artone', Fonografiek, december 1967
Michel Terstegen, 'Het was eigenlijk waanzinnig. Exclusief interview met John J. Vis over Artone in de jaren 50 en 60', Warm Sounds, maart 2001
Laura Jackson, Paul Simon. The definitive biography, Londen 2002
Peter Bruyn, 'Veertig jaar folk aan het Spaarne', Haarlems Dagblad, 15 februari 2003
André Ceelen, Geef nooit op. Gedenk de gevangenen, Woudenberg 2004
Harry Knipschild, 'Vriendinnen voor het leven dankzij Artone', op deze website, 16 april 2010