Zoeken

 

In 2007 maakten Greetje en ik een rondreis door Iran. Vanaf Schiphol vlogen we in minder dan vijf uur naar Teheran. De sfeer in de Airbus van Iran Air (‘the airline of the Islamic Republic of Iran’) was wat ongebruikelijk. Op een videoscherm werden teksten uit de koran getoond en ten gehore gebracht alvorens het toestel opsteeg. Alcoholische dranken werden niet geschonken en evenmin te koop aangeboden aan boord.

   Er was geen amusement via koptelefoon of scherm mogelijk. Wél werd na verloop van tijd een Iraanse film vertoond met Engelstalige ondertiteling: ‘Under the Peachtree’, een komedie in Iraanse stijl. Alle vrouwen droegen overal en te allen tijde islamitische kledij, buiten en binnenshuis. Een vrouw in nood weigerde de hulp van de held, de hoofdrolspeler, omdat hij haar dan bij de hand moest vastpakken. En aanraken was klaarblijkelijk verboden. De vrouwen in de film maakten een huwelijks-lustige indruk. De sfeer, voor zover ik die kon oppakken, deed een beetje denken aan de naïviteit van minstens een halve eeuw geleden in het westen, het tijdperk van Snip & Snap.

   Greetje had gehoord dat ze de meegenomen hoofddoek moest omdoen zodra het vliegtuig het luchtruim zou kiezen, maar dat bleek niet het geval te zijn. Menige vrouw had zich evenwel vrijwillig aan het toekomstige protocol onderworpen. Ze compenseerden het dragen van de doek door zich nadrukkelijk op te maken. Vooral de ogen werden behoorlijk aangezet. Na de landing deed Greetje op eigen initiatief een lichtgroen hoofddoekje om. Ze kon niet anders.

 

Op het vliegveld van Teheran, in het noorden van het land, zagen we heel wat vrouwen in het zwart met zwarte hoofddoeken op banken zitten. We bereikten het land van onze bestemming op zondag 22 juli. We kwamen terecht in een lange rij van mensen die de paspoort-controle moesten doorstaan. Die werd zowel door mannen in het groen als door vrouwen in het zwart gedaan. Op borden was te lezen dat alle buitenlanders hun spullen moesten laten controleren, behalve die uit Caracas (Venezuela) gekomen waren – die hoefden alleen door de douane-controle. Venezuela (althans president Chavez) was een bondgenoot van Iran.

   Toen we aan de beurt waren werden we door een jonge vrouw in een open ruimte binnengelaten en vriendelijk behandeld. Gelukkig waren we niet kort daarvoor in Israel geweest want, zoals de Lonely Planet meldde: “Israelis and anyone with an Israeli stamp in their passport will be denied entry”.

   In de hal waar we vervolgens terecht kwamen hingen de portretten van de geestelijke leiders Khomeini (1902-1989) en zijn opvolger Khamenei. Ook zag je de symbolen van de oude Perzische koningen. De meegebrachte bagage werd niet gecontroleerd.

 

16 - Gate to Infinity
Hoes album Earth & Fire
 

Buiten was het, kort na middernacht, aardig warm. In een gerieflijke Zuid-Koreaanse bus (merk: Yutong) reden we samen met de andere deelnemers van de Koning Aap-reis de stad binnen. We passeerden al gauw het Azadi-monument, dat door popgroep Earth & Fire was gebruikt voor de hoes van het album ‘Gate to Infinity’. Bij de meeste stoplichten werd in getallen aangegeven hoeveel seconden het licht nog op groen of rood zou staan. Het systeem bevorderde een rustige doorstroming omdat je wist waar je aan toe was. We bereikten hotel Mashad. Gezien de stuc-decoraties met blote vrouwen op het plafond was dat ongetwijfeld nog van vóór de islamitische revolutie, waarbij de shah moest vluchten (1979).

 

16 - Plafond Mashad Hotel Tehran003
Plafond in de lobby van hotel Mashad in Teheran

 

De ontbijtzaal van het hotel was in de kelderverdieping. Op weg erheen zag ik een trap naar beneden en nam die. Ik belandde bij de openstaande kamer van een mevrouw die helemaal in het zwart gehuld was. Ze reageerde alsof ze op het punt stond aangerand te worden. Ik riep een paar verontschuldigende woorden, liep weer naar boven en vond een andere trap zodat ik alsnog in de ontbijtruimte arriveerde.

   Opvallend was de schaal met kersen waar je je aan te goed kon doen. Twee weken eerder kostten de kersen op de markt in Oegstgeest nog 3,95 euro per pond. Hier lagen ze gewoon als fruit bij het ontbijt. We aten tevens het niet-gegiste en platte Iraanse brood. Er was zoete jam van worteltjes om over het brood en de boter heen te smeren. Later ontdekte ik dat ze van worteltjes ook ijs maakten.

 

Bezoek aan het graf van Khomeini

 

Het bezoek aan Teheran begon met een uitstapje naar het graf van ayatollah Khomeini ver buiten de stad. Vanuit onze eigen bus keek ik om me heen. De gids attendeerde het gezelschap op het beeld van de nationale dichter Ferdosi (940-1020), de schrijver van het boek over de oude koningen van het land. Er reden overal stadsbussen. Ik constateerde dat alle vrouwen, met zwarte sluiers, achterin hadden plaatsgenomen. De mannen, die wel het eerst instapten, zaten voorin. In het midden waren er min of meer gemengde staanplaatsen.

   Buiten de stad waren borden die erop duidden dat we ons in de richting van de Perzische Golf en (de heilige stad) Qom begaven. Maar zover ging de rit niet. Het duurde niet lang of langs de weg stond aangegeven dat we niet ver verwijderd waren van de ‘Holy Shrine’. De reisbegeleidster van Koning Aap maakte vooraf duidelijk dat de graftombe van de in 1989 overleden Khomeini geen sombere plek was. Dat had de ayatollah tijdens zijn leven tot veler verrassing gezegd niet te willen. Het tegendeel was het geval. De ‘Holy Shrine’ en omgeving was een ‘kermis’ geworden.

   Natuurlijk was er een moskee – dat kon moeilijk anders – en er waren minaretten van 91 meter hoog (Khomeini was 91 jaar oud geworden), er was allerlei islamitisch onderwijs en andere religieuze activiteiten. Maar, hoorden we, het was vooral een plaats om er met de hele familie te picknicken. Vooral op vrijdag, de islamitische ‘zondag’, zou het er feestelijk aan toe gaan.

 

Bij aankomst viel me op dat er geweldig veel bouwactiviteiten waren. Op deze plek ten zuiden van Teheran was men begonnen met het graf van de geestelijke leider en daarna had men er van alles om heen gebouwd. Een proces dat steeds maar was doorgegaan.

   In de hal waren aparte ingangen voor mannen en vrouwen. Dat was nog wennen, op de eerste dag van het verblijf in dit land. Eenmaal binnen moest je je schoenen afgeven en op blote voeten verder lopen. Omdat je nu eenmaal dat graf bezocht. De ruimte waar we ons vervolgens in bevonden leek enigszins op een hangar. Een paar stevige betonnen palen steunde het plafond van ijzeren balken. De vloer bestond voor een groot gedeelte uit marmerachtige steen. Op sommige plekken lagen er tapijten over heen.

 

16 - 038 Imam Khomeini mausoleum008

Kijken naar het graf van Khomeini

 

 

Het graf van Khomeini bevond zich in een afgesloten glazen ruimte, die voorzien was van een netwerk van staal. Op sommige plekken van het glas was er wat ruimte. Vrouwen in het zwart duwden er papieren geld doorheen dat ‘binnen’ op de grond viel. Het graf lag op een voetstuk waarop een groene doek was gelegd. Het was met een rond kleed bedekt en daarop lag een boek, waarschijnlijk de koran. En een portret.

   Menig bezoeker – misschien was pelgrim een beter woord – stond te kijken en kuste het glas van de afgesloten ruimte aan de buitenkant. Vóór de ruimte was nog een portret van Khomeini met Iraanse teksten opgesteld. Er lagen heel wat tapijten waarop gebeden werd, en gewoon gepraat.

   Veertig meter er vandaan zat een groep van tientallen ‘ingepakte’ teenagers. Na verloop van tijd mochten ze opstaan en naar het graf lopen. Ik werd aangeklampt door een pelgrim die vanuit Afghanistan (duizend kilometer ver in het oosten) naar deze plek was gereisd. In de hal hingen rijen lampen, soms met groene bollen alsof het vruchten waren. Ook zag ik er enkele grote kroonluchters en ramen van glas-in-lood. Erg indrukwekkend was het zeker niet. Maar zoals gezegd, er werd flink gebouwd en het zou me niet verbazen, bedacht ik, als er nog veel veranderde.

   Buiten boven de ingang hingen (zoals op ontelbaar veel plaatsen in de stad Teheran) de portretten van Khomeini en Khamenei, maar ook gezichten van andere geestelijken, die ik niet kende. Naast de ingang waren allerlei eenvoudige winkeltjes waar religieuze artikelen, voedsel en frisdranken te koop aangeboden werden. In een van die winkels ontwaarde ik een foto van president Ahmadinejad. Er liepen enkele vrouwen rond van wie het gezicht met een zwarte doek volledig bedekt was – ze hadden niet eens gaatjes om doorheen te kijken.

 

16 - 036 Imam Khomeini mausoleum006
Iraanse teenagers bij het graf van Khomeini

 

Het soldatenkerkhof

 

Dicht bij het mausoleum was het kerkhof waar enorme hoeveelheden gesneuvelde militairen uit de oorlog Iran-Irak begraven (1990-1988) lagen. We hadden gehoord dat het er 200.000 waren, alleen al op deze plek.

   Om bij de gevallenen te komen moest je eerst onder een welkomstbord door. Daarop was in twee talen een tekst afgedrukt, in het Iraans en het Engels. In het Nederlands vertaald: “Denk niet dat deze mensen, gesneuveld in de zaak van Allah, dood zijn. Ze zijn in leven. Allah zorgt goed voor ze”. In het middelpunt was een kleurige tekening (met veel bloemen) van waarschijnlijk een overleden soldaat met vogels erbij die naar boven vlogen. Het kon bijna niet anders of door middel van deze afbeelding werd uitgelegd dat de militairen, gesneuveld in de oorlog tegen Irak rechtstreeks in het (islamitische) paradijs terecht gekomen waren. Maar Irak was toch ook een islamitisch land? Er leek me iets kroms aan deze voorstelling van zaken.

   Het kostte overigens moeite deze entrée goed te bekijken. Onze bus reed gewoon door. Op de terugweg moesten we druk uitoefenen om even te mogen stoppen. Voor het bezoek aan het kerkhof was – in tegenstelling tot de bezichting van anderhalf uur van het graf van Khomeini – nauwelijks een kwartier uitgetrokken.

 

16 - 014 Behesht-e-Zahra001

De 'geruststellende' woorden bij de entree van het kerkhof (Beheshta Zhara)

 

De graven leken in grote haast aangelegd te zijn. Dat vond ik best begrijpelijk, gezien de oorlogssituatie. De meeste graven waren van steen en ze lagen onder grote afdaken van golfplaat. Voor zo’n graf stond meestal een houten kastje met een raam van glas ervoor. In de kastjes hingen foto’s van de gesneuvelde militair, soms ook van zijn vader, zijn vrouw en zijn kind. Er waren bovendien allerlei voorwerpen te zien, zoals bloemen (van kunststof), de koran, foto’s van Khomeini, metalen identiteitsplaatjes die soldaten altijd om hun nek droegen, waterflessen, olielampen met soms lucifers erbij, kaarsen, geld, geweren met soms kogels, dekens, bivak-kleding met bont gevoerd, foto’s van moskeeën, vlaggen, versierde spiegels en tekeningen van vredesduiven.

   Opvallend waren de spullen die de indruk wekten dat ze de gesneuvelde soldaat op weg naar het hiernamaals moesten helpen, zoals lampen, opstijgende vogels en flessen water. In één kastje stond een soldaat trots als piloot voor zijn vliegtuig afgebeeld. Het vervolg zal minder vrolijk geweest zijn. Vóór een aantal graven waren houten bankjes opgesteld waar je op kon zitten om het graf en het kastje te bekijken. Op de graven zelf waren allerlei teksten in het Perzisch in rode letters gegraveerd.

   Er liep aardig wat personeel in oranje pakken rond om alles netjes te houden. Het was zeker geen verlaten oord.

 

16 - 018 Behesht-e-Zahra005
Een van de 'martelaren'

 

De kroonjuwelen

 

We gebruikten de lunch in een traditioneel Perzisch restaurant, midden in de stad. Bij de keuken hingen de huisregels voor het personeel aan de muur. De wanden waren voorzien van taferelen die nogal wat geweld uitstraalden. Zoals dat van een vader die zijn zoon van het leven beroofde. Bij navraag werd me uitgelegd dat in deze scènes de klassieke verhalen in het epos van Ferdosi in beeld gebracht waren.

   Na het verorberen van kersen en andere vruchten in het zuur, gevulde paprika’s, balletjes gehakt en diverse soorten pasta gingen we weer op stap. We werden afgezet in één van de panden van de Melli-bank, een ‘klassiek’ gebouw dat van oude Perzische symbolen voorzien was. In de kelder was in een grote kluis ruimte ingeruild voor de expositie van van de kroonjuwelen van de voormalige shah, Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980).

   Het was niet zo eenvoudig de juwelen te bekijken. Gepaste islamitische kleding was bijvoorbeeld vereist. “Please abide by islamic dress standards”, stond er in het Engels geschreven. Een jong Japans meisje dat het haar met een petje bedekt had in plaats van een hoofddoek werd zonder pardon weggestuurd. Zo kwam ze niet binnen. Pas nadat ze haar petje had afgezet en vervangen door een sluier, werd ze toegelaten. Aan de buitenkant van het gebouw waren tal van ‘huisregels’ op een koperen bord opgehangen. We maakten een foto van het bord met de regels. Onmiddellijk kwam er een man aangelopen die opdracht gaf de digitale foto te ‘deleten’.

   Eenmaal binnen werden de regels nog aangescherpt. Alles wat je bij je droeg moest je inleveren, kon je op een stuk papier lezen dat was opgeplakt: ‘mobieltjes, tassen, metalen voorwerpen, zakmessen, camera’s, wapens [!], aanstekers’. Aan het verbod was weliswaar het vriendelijke woord ‘please’ toegevoegd, maar de controle was streng. Ik mocht bijvoorbeeld mijn notitieboekje niet meenemen. Waarom was me niet duidelijk – het stond niet in de ‘regels’. Om problemen te vermijden gaf ik het maar af en kon het bij vertrek gelukkig weer meenemen. En dan ‘wapens’? Wapens om mee naar binnen te nemen? Liepen mensen dan zomaar met wapens rond? Kennelijk was het nodig een dergelijk verbod op deze plaats expliciet in te stellen.  

 

16 - 045 regels bezoek kroonjuwelen002
Bord met regels (buiten)
 

In een boekje, ter plekke gekocht, werd kritiek geleverd op de leiders van vóór de revolutie van 1979. “Aan de ene kant beeldt deze schatkist de cultuur en de beschaving van het Iraanse volk met zijn avontuurlijke verleden uit. Aan de andere kant herhaalt die de stille tranen van een onderdrukt volk, dat hard werkte. De heersers lieten met hun goud en juwelen juist hun macht en arrogantie zien”.

   Het uitstallen van de kroonjuwelen van de shah was dan ook niet zonder betekenis: “Met het presenteren van deze juwelen is het onze bedoeling u bekend te maken met de rijke cultuur en beschaving van Iran en u uit de geschiedenis op de hoogte te brengen van het lot van diegenen die macht nastreven en [onnodige] weelde vergaren”.

   De indruk werd gewekt, vond ik, dat in tegenstelling tot het tijdperk van vóór 1980 de hedendaagse generatie leiders het volk niet onderdrukte en géén geld verspilde aan activiteiten die alleen maar geld kostten – in plaats van ervoor te zorgen dat het volk kreeg wat het toekwam. De leiders hadden de juwelen na de revolutie overigens kunnen verkopen om de armoede in het land te bestrijden. Dat hadden ze niet gedaan.

 

 

16 - 25-05-2008 14;51;37
De ‘kroon’ van de shah

 

Binnen in de ‘kluis’ kreeg onze groep uitleg van een gids die ons met getallen overspoelde. Ze gaf bijvoorbeeld aan dat bij een pronkstuk 5731 edelstenen verwerkt waren. Tevens hoorden we wat voor stenen er precies gebruikt waren en uit welk land ze afkomstig waen. Het ene zwaard was een cadeau van tsaar Nicolaas I of Alexander II, het andere van de Britten. Eén van de leden van de groep vroeg mij hoeveel al die juwelen en sieraden wel waard zouden zijn. In het boekje was het antwoord te lezen: “Niemand kent het antwoord op deze vraag. Want de collectie bevat edelstenen die uniek zijn in de wereld. Zelfs de grootste experts van de wereld zijn niet in staat gebleken de waarde van deze verzameling uit te rekenen”.

   We zagen de troon van de shah, een wereldbol die helemaal van blauwe, rode en groene edelstenen gemaakt was en de sieraden van de voorlaatste shah die zich op een foto met sommige voorwerpen liet afbeelden. Interessant was natuurlijk de vraag waarom de shah al deze kostbare spullen niet mee had genomen toen hij het land verliet. Had hij niet meer de macht om dat te ‘regelen’ of dat hij nog eens zou terugkomen om verder te regeren? Of waren er andere motieven?

 

De Duitse ambassade in Teheran

 

Terwijl we vanuit de kluis terug liepen naar de plaats waar onze bus geparkeerd stond, zagen we ineens een groot groen bord langs de doorgaande weg. Op deze opvallende plaats, tegenover de Duitse ambassade in Iran, werd de Duitse regering in twee talen van oorlogsmisdaden beschuldigd. En niet zomaar oorlogsmisdaden. Impliciet werd Berlijn verweten dat men er niets geleerd had van de misdaden die de nationaal-socialisten tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) in de vernietigingskampen hadden begaan (zie de foto). De naoorlogse Duitse regering was dus verre van brandschoon, dat was de boodschap die in het openbaar gepubliceerd stond op het bord.

 

 

16 - 023 en dat tegenover de ambassade001
De 'wandaden' van de Duitsers
 

Hoe zou Iran (en de rest van de wereld) reageren, vroeg ik me af, als de Duitsers voor de Iraanse ambassade in Berlijn een dergelijk bord zouden aanbrengen, waarbij de Iraanse regering er bijvoorbeeld op gewezen werd dat zij Iraanse ballingen in het Berlijnse restaurant Mykonos had laten ombrengen (17 september 1992)? Of de Fransen in Parijs naar aanleiding van de moord op voormalig premier Bakhtiar, door afgezanten van de Iraanse regering op 7 augustus 1991?

   De relatie tussen Duitsland en Iran was op een ander punt ook nogal eigenaardig bedacht ik op dat moment. Op 15 februari 1987 maakte de Nederlander Rudi Carrell (1934-2006) op de Duitse televisie een grap over Khomeini. Als gevolg daarvan werden Duitse diplomaten het land uitgewezen. Bovendien moest het culturele Goethe-instituut in Teheran gesloten worden. Twintig jaar later, in 2007, was het instituut nog steeds niet open.

   Braun, de Duitse fabrikant van scheerapparaten, was blijkbaar van dit alles niet onder de indruk. Juist op deze plek zag ik een reclame van het bedrijf.

   Voor we in de bus stapten zag ik een jongeman voorbijlopen met een geel t-shirt aan. Met daarop het woord ‘danger’ en eronder twee elektrische gitaren. Op zo’n eerste dag in een land met een andere cultuur werd je met heel wat opvallende indrukken overspoeld.

 

Herinneringen aan de laatste shah

 

Het was een volle dag. De bus bracht ons naar het noordelijk gedeelte van Teheran. We gingen omhoog een berg op en hielden halt bij een van de verblijven van de laatste shah. Op deze plek hoog boven de hoofdstad van het land was het opmerkelijk koeler.

   Op een groot terrein bevonden zich twee paleizen, het groene en het witte. Op deze plek had een groot bronzen beeld van de Perzische vorst gestaan. Alleen de laarzen, meer dan twee meter hoog waren overgebleven en uitgestald. Voor het ‘witte’ paleis waren bovendien twee Mercedessen zichtbaar. Die waren het bezit van Mohammed Reza Pahlevi. De meeste banden van de Duitse auto’s waren geroofd zodat ze onmogelijk konden wegrijden. De ene auto was met een zeildoek bedekt, bij de andere kon je naar binnen kijken. Vóór de achterbank was een paneel geïnstalleerd met een aantal knoppen. Door er gebruik van te maken kon de shah wellicht communiceren of naar de radio luisteren.

   Met een klein busje werden we eerst naar het groene paleis gebracht omdat dat niet veel later gesloten zou worden. Een oude man ging in het overvolle vervoermiddel op twee plaatsen tegelijk zitten zodat ik als enige moest blijven staan. Ik deed enkele pogingen om naast hem plaats te nemen. Hij wilde echter niet opzij gaan. Pas nadat de chauffeur hem nadrukkelijk opdracht gaf een zitplaats vrij te geven maakte hij een plekje voor me vrrij. Ik gaf hem vriendelijk een hand, die hij accepteerde, en ging naast hem zitten.

   Het busje passeerde een open stuk grasveld. Op een groen bord was dat aangegeven als ‘prayer site’. Een foto van Khomeini was erbij afgebeeld.

 

We werden op een parkeerplaats afgezet. Op een pad met mooie plavuizen liepen we naar het groene paleis. Een man in legeruniform hield een oogje in het zeil. Binnen werd ons verzocht stoffen schoenen over onze eigen schoenen aan te trekken om de vloeren niet te beschadigen. Veel was er binnen overigens niet te zien, noteerde ik. Waarschijnlijk was ik op dat moment verzadigd van alles wat ik gezien had in zo’n korte tijd. De meeste indruk maakte een slaapkamer in een ruimte van kristal. Binnen onze groep werd een opmerking gemaakt in de sfeer van, ‘als ik hier moest slapen deed ik geen oog dicht’. Vanaf het terras was er een mooi uitzicht op de bergen en op het drukke stadsgewoel ver beneden. De onderdanen waren hier echte onder-danen.

 

 

16 - Sa'd abad museum complex - witte paleis001
'Overblijfselen' van de shah

 

Het witte paleis was een stuk groter. In de eetzaal was een servies van Rosenthal opgesteld met kristallen glazen uit het Franse stadje Baccarat. Charles de Gaulle, las ik, was de laatste staatsman die hier als gast van de shah aan tafel gezeten had.

   In wat de privé-vertekken van de shah geweest moesten zijn stond nog een oud televisietoestel opgesteld. Op diverse plaatsen hingen er Europese schilderijen aan de muur, waar je eerder Perzische doeken zou verwachten. Volgens de Lonely Planet was er overal ‘royal junk’ te vinden. Indrukwekkend maar tegelijk gewelddadig waren de Perzische jachttaferelen die op de bovenste verdieping geschilderd waren. Het viel me op, mij althans, dat zoveel afbeeldingen in de stad met wapens getooid waren. Het leek er die dag op, noteerde ik, alsof geweld, of de dreiging van geweld, in deze samenleving ingebakken was.

 

Uit in Teheran

 

Na de bezichtiging van de paleizen werden we naar een bazaar gebracht, die naast een grote moskee te vinden was. Aan het begin van de avond was het er heel druk. Zo druk dat het busje niet eens mocht stoppen om de passagiers gelegenheid tot uitstappen te geven. Onze chauffeur probeerde het toch. Een politieman maakte het gebaar van een bon uitschrijven. Ali, de man achter het stuur, koos eieren voor zijn geld en reed verder. Even later probeerde hij het opnieuw. Aan een andere agent die meteen kwam aanlopen legde hij uit dat we toeristen waren.

   “Uit welk land”, werd gevraagd.

   “Uit Holland”.

   Dat gaf de doorslag. We mochten uitstappen.

 

In de bazaar vol met winkeltjes zag ik een groot langwerpig bord waarop de bezoekers duidelijk gemaakt werd dat de handel niet ten koste mocht gaan van geloof en gebed. Een man had zich onder deze spreuk opgesteld met een microfoon in de hand en zong de oproep om naast de bazaar aan de gebedsdiensten deel te nemen. Dat meende ik althans uit zijn houding en uitingen op te maken.

   Diverse vrouwen in onze groep kochten islamitische (zwarte) kleding om op gepaste wijze voor de dag te komen. Na een tijdje liepen we terug naar de bus op het nauwkeurig afgesproken tijdstip. Zodoende hielden we de chauffeur uit de problemen. Het was intussen donker geworden. De moskee baadde in een groen licht.

 

We doken het netwerk van straten in. Bij stoplichten zag je vaak Gatsometers (flitspalen), die we al van Nederland kenden. Onze tocht eindigde voor de smalle ingang van een restaurant met een enorme oppervlakte erachter. In het hete weer was menigeen uit onze groep wel aan een biertje toe. Er was volop Bavaria-bier, maar zonder alcohol. Je kon kiezen uit de smaken ‘appel’ en ‘citroen’. Of niet gekoelde cola van het Iraanse merk ‘Zam Zam’. Die was vernoemd naar een bron in Mekka dichtbij de Ka’ba. Alles beter dan alcohol-vrij bier vond ik. Met een grote hoeveelheid ijsblokjes werd het drinken van de cola dragelijk gemaakt.

   Ze hadden een uitstekende salad-bar in Sofre-Khaneh Sonatee Alighapoo. Ik maakte een vergelijking met de Amerikaanse Shoney’s restaurant-keten. Tevens werden er grote schotels met kebab, forel, rijst en zelfs patat voor ons neergezet. Ieder moest zijn eigen deel maar pakken.

   Terwijl we aten nam een viertal muzikanten plaats op een podium. We werden getracteerd op traditionele Iraanse muziek, op Iraanse instrumenten gespeeld. Er was ook een zanger en het hoogtepunt was een stuk muziek dat eindigde in een langdurige trommelpartij van alle muzikanten.

   Het restaurant leek een plek te zijn waar de bovenlaag van de stad kwam eten. De mensen zagen er welgesteld uit en de vrouwen hadden zich onder hun hoofddoek flink opgemaakt. Om half elf, minder dan 24 uur na de landing op het internationale vliegveld van Teheran, werden we voor de tweede keer in hotel Mashad afgezet.

 

***

 

Het begin van de reis door Iran zat erop. De volgende ochtend was vrij te besteden. Met een voormalige promovendus van de Universiteit Leiden, en zijn gezin, bezochten we het tapijtmusem. Ergens in het centrum op een piepklein grasveldje op een plastic kleedje, midden tussen het aan twee kanten voorbijrazende autoverkeer, picknickten we in de schaduw van een boom. Ik kreeg zelfgemaakte yoghurt-drank aangeboden met mint en gedroogde rozenblaadjes erin.

   ’s Middags werden we naar een vliegveld gebracht. Om er binnen te komen waren er opnieuw aparte ingangen voor mannen en vrouwen. Met een Nederlandse Fokker 100 van Iran Air vlogen we boven de woestijn naar de bedevaartsstad Mashhad dicht bij de grans met Afghanistan. Een nieuw (religieus) hoogtepunt tijdens deze bijzondere reis. Het eerste wat ik zag toen ik er aankwam was een bord met daarop in het Engels: “Imam Reza said: by Allah, I swear that this place (my shrine) is one of Eden’s gardens. He who visits me in this shrine is like the one visited the holy prophet of Allah and my ancestors and I will be his intercessor in the day of resurrection”. Dat deden we op woensdag 25 juli 2007...

 

Harry Knipschild

27 november 2012
 
Clips