In de tweede helft van de negentiende eeuw probeerden diverse Europese staten de zeggenschap over grote stukken van Afrika te krijgen. De strijd ging vooral tussen Groot-Brittannië en Frankrijk. Henk Wesseling (1937-2018) publiceerde er in 1992 een prachtig boek over: Verdeel en heers. De deling van Afrika, 1880-1914. Het eiland Madagascar aan de zuidoostkust van het donkere continent ging niet voorbij aan het Europese optreden.
 
“Na de dood van koningin Ranavalona in 1861”, aldus Wesseling, “volgde een hevige machtsstrijd waaruit Rainilaiarivony als premier en sterke man te voorschijn kwam. Hij consolideerde zijn macht onder andere door te trouwen met drie achtereenvolgende koninginnen.
  De meest geïnteresseerde vreemde mogendheid was Frankrijk. Het bezat reeds het naburige eiland Réunion, een kolonie die vertegenwoordigd was in het Franse parlement, alsmede enkele kleine eilandjes voor de kust van Madagascar. Het imperialisme van de Réunnionais stond aan de basis van de Franse expansiezucht, die mede gevoed werd door de katholieke députés in het Franse parlement die zich bekommerden om de zorgen van de katholieke missie”.
 
 
64 1 Rainilaiarivony
Rainilaiarivony
 
 
Mislukte bouw van katholieke kerken
 
 
Het tijdschrift Katholieke Missiën, uitgegeven in Den Bosch, besteedde in de eerste jaargang (1874) heel wat aandacht aan de zorgen van de missie op het eiland, dat qua oppervlakte groter was dan Frankrijk zelf.
  De Britten waren de Fransen duidelijk voor geweest in hun pogingen de bewoners tot het christendom te bekeren. “Madagascar had het ongeluk door de ketterij [de protestanten] verpest te worden lang voor het door het licht van het ware geloof werd beschenen. Reeds in 1820 zond het Zendelingengenootschap van Londen predikanten. Vijftien jaar lang heeft de jeugd van Tananariva, de hoofdstad van Madagascar, geen ander onderricht ontvangen dan hetgeen van zulke leermeesters verwacht kon worden. De leerlingen, door hen gevormd, moesten vijanden zijn van de katholieke godsdienst en van allen die hem verkondigden. Mag men de verslagen geloven, welke de Engelsen in 1871 het licht hebben gegeven, dan hebben zij in die 15 jaren op hun scholen te Tananariva wel 15.000 leerlingen gehad. Onder hen bevonden zich de mannen, die thans aan het bestuur zijn”, was in het blad te lezen.
  Voor alle duidelijkheid: “Op Madagascar is Frans en katholiek hetzelfde, evenals Engels en protestant”.
 
 
64 2 Tananariva
Tananariva
 
 
Rome had de missie op het eiland uitbesteed aan Franse Jezuieten. Die zetten alles op alles om vaste voet aan de grond te krijgen. De missionarissen zetten zo veel mogelijk missieposten op. Dat lukte steeds beter.
  Meer problemen waren er bij de bouw van kerken. Zodra er een primitief kerkje verrees werd het door protestantse bekeerlingen weer vernield. Van een oecomenische gedachte in de strijd tegen het heidendom was totaal geen sprake.
 
Victoria, een jonge katholieke vrouw, probeerde verandering in de situatie te brengen. Victoria was niet de eerste de beste – ze was getrouwd met de zoon van de eerste minister. Aan haar schoonvader vroeg ze: “Wij zijn ongelukkig. Wij hebben geen kerk. Sta ons toe onze kerk te voltooien”.
  Rainilaiarivony maakte geen bezwaar. Victoria leverde bovendien zelf de financiële middelen voor de bouw. “Geheel verblijd zetten zich de christenen aan het werk. Maar zie, daar komen de geweldenaars van vroeger tegen de middag op het terrein, met een zelfvertrouwen dat de katholieken geheel uit het veld slaat. Niet tevreden met de gedane reparaties af te breken, halen zij het bedehuis geheel en al tegen de grond”.
  Een Franse missionaris kon niet anders stellen dan: “Engeland is vertegenwoordigd door vijf prachtige kerken in gehouwen steen, en Frankrijk door een bouwvallige schuurkerk”.
 
 
Succesvolle processies
 
 
Meer succes hadden de Jezuieten met het organiseren van processies. Op Sacramentsdag van het jaar 1870 gebeurde dat nog  op een flinke afstand van Tananariva.
  De consul van Frankrijk en zijn gezin hadden onder een troonhemel meegelopen. “Dit jaar [1871] heeft de processie van het Allerheiligste Sacrament met veel meer luister plaats gehad dan verleden jaar”, meldde een verslag dat pas drie jaar later in het Nederlandse missietijdschrift werd afgedrukt.
  “Meer dan 3.000 katholieken namen er deel aan, en men schat op meer dan 2.000 het aantal der protestanten, die de nieuwsgierigheid naar het feest lokte. Hun houding is zeer eerbiedig geweest”.
 
 
 64 3 missionaris op Madagascar
missionaris op Madagascar
 
 
In 1871 had de processie plaats op een centrale plek in de hoofdstad: ‘het exercitieveld, waar het leger verscheidene malen in het jaar zijn gelederen ontplooit’.
  Pater Caussèque verhaalde: “Wij vatten het plan op het beeld van de Koningin des Hemels in zegepralende optocht op dat veld rond te dragen. De woningen der inboorlingen, aan alle kanten op de hellingen van het gebergte gebouwd, vormen daar een onmetelijk amphitheater; en boven van haar balkon kan de koningin van Madagascar, zo dachten wij, het rondtrekken van de processie aanschouwen.
  Op 15 augustus, één uur in de middag, verscheen het kruis op het exercitieveld. Het werd gevolgd door de kleine kinderen van de scholen, twee aan twee met vaantjes in de hand. Hierop volgden de vrouwen, de leerlingen, de mannen en de misdienaars. Het beeld van de allerheiligste Maagd [Maria] werd op een baar gedragen, omringd door zeven missionarissen. De consul van Frankrijk volgde in officieel kostuum aan de zijde van pater Jouen die in een palankijn gedragen werd.
  Het schouwspel van de twee à drie duizend christenen [katholieken] die in lange rijen statig voorttrokken, hun lofzangen of de rozenkrans baden, de vrolijke tonen van de muziek, of de vaantjes en banieren, die in de wind fladderden, het lieflijke beeld van Maria, dat boven alles uitstak als om over haar kinderen de zegen des hemels af te smeeken – dit alles was een schouwspel, vertroostend voor onze katholieken en een welsprekende les voor de inwoners van Tananariva. Want bijna allen zijn getuige geweest van de verheerlijking van onze Moeder.
  Een ontelbare menigte was in de vlakte afgedaald om de processie van dichtbij te zien, anderen beschouwden haar van de hoogten van de stad. Moge de Moeder van Jezus de arme bewoners van Madagascar verlossen van de [protestantse] dwaling waarvan zij de slachtoffers zijn”.
 
De missionarissen hadden een basis om hun geloof verder uit te dragen. Dat deden ze door bekeerlingen met veel luister ten grave te dragen. Caussèque gaf een mooi voorbeeld: “Wij deden alles wat het ritueel voorschrijft of toelaat. Het afhalen van het lichaam, het zingen van het officie in de kerk, de processie tot aan het graf, niets werd verzuimd.
  Al de kinderen van onze acht scholen en het merendeel van de katholieken woonden de plechtigheid bij. Twee malen trok de processie het marktplein over, twee malen werd het kruis langs de straten en wegen der stad gedragen. De katholieke gezangen en het gemurmel der gebeden ruisten te midden van dit oord, het bolwerk van het protestantisme. Op de lijkkist zag men de rozenkrans en het scapulier, het schild van de christen tijdens het leven, en het onderpand van hoop na het overlijden”.
  “Gelukkig”, zei men, “gelukkig de katholieken, die zulke eerbewijzigen na hun dood ontvangen!”
 
 
Zorg voor gevangenen
 
 
Caussèque stuurde nog een verslag. Daarin maakte hij duidelijk dat de missionarissen veel aandacht hadden voor de armsten in de samenleving. Ze gaven onderwijs aan de melaatsen en aan de gevangenen. Pater Roblet wist enkele geketende gevangenen zelfs over te halen zich te laten fotograferen. “Natuurlijk tegen contante betaling, want die heren waren er maar weinig op gesteld om in zulk een kostuum hun portret te doen maken”.
 
 
64 4 gevangenen op Madagascar
foto van gevangenen op Madagascar
 
 
Pater Landes zette zich speciaal in bij deze groep. Regelmatig bezocht hij de veroordeelde ‘inboorlingen’ die binnen een omheining werden vastgehouden. “Enige snufjes [cadeaus], met een paar goede woorden, hebben hem toegang tot hun hart verleend. Hij verenigt ze twee- of driemaal per week in hun omheining, om hen les te geven in de catechismus en geestelijke liederen te leren zingen”.
  Het aantal deelnemers liep in korte tijd op van veertig tot zeventig personen. “Hun houding was geheel naar wens”, aldus de missionaris die zijn reportage naar Europa zond.
 
 
***
 
 
De Fransen gingen zich steeds meer voor Madagascar interesseren. In 1894 bezette de Franse marine een aantal havensteden. Een leger van 15.000 soldaten en 6.000 man hulptroepen trok op naar Tananariva, 400 kilometer in het binnenland. Madagascar werd eerst een Frans protectoraat en later zelfs geannexeerd.
  “Joseph Gallieni en Hubert Lyautey zouden het eiland later pacificeren”, zo besloot Wesseling zijn relaas van de Franse bemoeienis in het zuidoosten van Afrika.
 
 
Harry Knipschild
31 mei 2010, 21 november 2018
 
 
Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.katholiek.nl
 
 
 
Literatuur
 
‘Madagascar’, Katholieke Missiën, 1874, 35 en 55
H.L. Wesseling, Verdeel en heers. De deling van Afrika, 1880-1914, Amsterdam 1992