Films over de missie zijn er niet zo veel. In zekere zin is dat jammer want in de brieven die de missionarissen schreven worden prachtige taferelen neergezet.
  In de jaren dertig was er een Nederlandse missiefilm, ‘Ria Rago’, gemaakt door de paters van Steijl bij Venlo. ‘The Mission’ (1986), met Robert de Niro en Jeremy Irons, was heel succesvol en viel in Cannes en andere filmfestivals in de prijzen. In ‘The Mission’, met muziek van Ennio Morricone, werd op dramatische wijze het optreden van de Jezuïeten in Zuid-Amerika in de achttiende eeuw uitgebeeld.
 
 
51 1 The Mission scene
Scène uit The Mission
 
 
Het was de Fransman Chateaubriand die de activiteiten van de Europese missionarissen daar op levendige wijze beschreven heeft in zijn boek Génie du christianisme. Het boek werd op 14 april 1802 in Parijs gepubliceerd. Op die dag, in het tijdperk van de Franse Revolutie, sloten het Vaticaan en consul Bonaparte, de latere keizer Napoleon, een belangrijk concordaat, waardoor de katholieke kerk aan een comeback kon beginnen. Het boek werd een bijbel voor alle priesters die in de loop van de negentiende eeuw de wijde wereld introkken.
  Je kon als missionaris niet opereren als je je Chateaubriand niet bij de hand had. Daar stond immers in hoe je missie in de praktijk behoorde te brengen.
 
 
Bekeren door middel van kruisbeelden en zang in Zuid-Amerika
 
 
Chateaubriand was vol lof over de zogenaamde missie van Paraguay – in  Zuid-Amerika ‘tussen de Orinoco en de Rio de la Plata’. Daar hadden de Jezuïeten immers een evangelische republiek gesticht. Een gebied dus waar de katholieke kerk het exclusief voor het zeggen had. Geen wereldlijke overheid kwam eraan te pas.
  Gemakkelijk was het bekeringswerk er niet geweest: de eerste missionarissen stierven van honger en vermoeidheid. Anderen waren vermoord en door roofvogels en kannibalen opgegeten. De indianen waren echter onder de indruk van de kruisbeelden die de paters overal opgericht hadden. Bovendien voelden ze zich aangetrokken tot de muziek en zang van de Europeanen, die zingend met hun bekeerlingen in hun kano’s over de rivieren trokken.
 
Volgens de auteur kwamen de indianen van hun bergen af naar de oever van de rivier om te luisteren. Sommigen wierpen zich in de golven en volgden zwemmend de bootjes die hun met muziek leken te betoveren.
  Chateaubriand kon het zelf bijna niet geloven. De verhalen van de paters leken wel fictie, schreef hij. Maar hoe dan ook, de missionarissen slaagden erin de oorspronkelijke bewoners voor het geloof te winnen.
 
 
51 2 kaart
 
 
Reducties: een christelijke republiek
 
 
De paters Maceta en Cataldino kwamen op het idee om naar Grieks voorbeeld een agrarische landbouwgemeenschap, een christelijke republiek, te stichten. Het was het eerste van vele dorpen, die de Jezuieten in Paraguay ‘reducties’ gingen noemen.
  Twee missionarissen hadden de algehele leiding. Een buitenstaander mocht er niet langer dan drie dagen blijven om geen inbreuk te maken op de zeden en gewoontes van de nieuwe christenen die er in ondergebracht waren. Onderwijs was belangrijk. In elke reductie waren twee scholen, één voor lezen en schrijven, de andere voor muziek en dans.
  Als een jongen zeven jaar oud geworden was bepaalden de priesters de toekomst van dat kind: een leven op het land, of in sommige gevallen in de techniek – als timmerman, slotenmaker, metaalgieter, wever enzovoort. De werkplaatsen hadden als eerste doel de belangen van de Jezuïeten te dienen want door de indianen technische vaardigheden bij te brengen hoefden zij niemand van buiten aan te trekken.
Vrouwen werkten gescheiden van de mannen. Aan het begin van iedere week kregen ze een hoeveelheid linnen en katoen om te bewerken, die ze dan op zaterdagavond moesten inleveren. Markten, ja elke vorm van commercie, was overbodig. Een van de twee paters deelde immers uit wat nodig was.
 
 
Centrale rol van de kerk
 
 
De arbeidsduur was van zonsopkomst tot zonsondergang. Bij het eerste daglicht werd de kerkklok geluid. Mannen en vrouwen woonden de mis bij voor ze aan het werk gingen. Bij het vallen van de avond riep de kerkklok de nieuwe christenen terug naar het altaar en men zong gezamenlijk het avondgebed.
  Elke familie had zijn eigen stukje land om te bewerken, en er was ook een gemeenschappelijk veld, ‘het bezit van God’. Dat diende om een reserve op te bouwen in geval van misoogsten en oorlog, en om weduwen, wezen en zieken te onderhouden.
  Elke zondag, na de mis, doopten de paters, kondigden verlovingen af en voltrokken huwelijken in hun rijk-versierde kerk, die midden op het grote plein in de christelijke republiek gebouwd was.
 
 
Een succesvolle organisatie
 
 
Elke reductie had een strakke organisatie, met onder andere politie, justitie, een legerleider en een directeur van openbare werken. Alle functionarissen werden benoemd door een volksvergadering, maar er kon alleen gestemd worden op voorstellen van de missionarissen.
  Een tenicute, voorzien van een lange stok, bracht de kinderen naar de kerk en naar school. Hij hield de missionarissen op de hoogte van de vorderingen en gebreken van de kinderen.
  De Jezuïeten voorzagen de nieuwe christenen tevens van wapens. Er waren gieterijen voor kanonnen en fabriekjes waar kruit gemaakt werd. Wekelijks waren er exercities met prijzen voor de beste boogschutters, speerwerpers en musketiers.
  De christenen stonden klaar en waren bereid om elke aanval af te slaan.
 
Omdat de indianen van nature nu eenmaal traag waren en hun toekomst niet organiseerden, kreeg een landbouwchef opdracht er op toe te zien dat ze aan het werk bleven. Als de boeren niet deden wat hun was opgedragen werden ze in eerste instantie door de missionarissen berispt. Als dat niet hielp volgde een openbare boetedoening op het plein voor de kerk en, zo nodig, zweepslagen.
  Maar dat laatste kwam maar weinig voor, zo had Chateaubriand uit een brief begrepen: “Indianen zijn en blijven hun hele leven lang kinderen”.
 
Met zo’n aanpak, schreef de Fransman in 1802, was het geen wonder dat de nieuwe christenen zeer gelukkig waren. Wreedheid en wraakzucht, zoals bij andere volkeren, waren door de missionarissen omgezet in zachtheid, geduld en kuisheid. De aartsbisschop van Buenos Aires had dan ook gemeld: “Ik geloof niet dat hier ooit iemand een doodzonde doet”.
  Wij kennen echter alleen de mening van de geestelijken van wie de brieven bewaard gebleven zijn. Wat de bekeerlingen van de ‘reducties’ vonden kunnen we slechts vermoeden.
 
 
51 3 missiepost in Paraguay
restant van missiepost in het Paraguay van de Jezuïeten
 
 
Voorbeeld voor de rest van de wereld
 
 
Door de slag bij Waterloo (1815) kwam er definitief een einde aan het bewind van Napoleon. De katholieken kwamen in Frankrijk aan de macht. Er kwam een nieuw élan voor de missie in de hele wereld onder leiding van Franse missieorganisaties. De nieuwe ‘soldaten van God’, zoals ze zich noemden, kenden hun Chateaubriand. In hun correspondentie met het thuisfront vergeleken ze hun missiewerk met wat ze in het Franse boek lazen.
  Zoals de Nederlander Godfried Frederix, op 7 juli 1866 geboren in Afferden aan de Maas bij Boxmeer. Op 5 oktober 1922 bevond hij zich in Sandaohe, een missie-kolonie met ongeveer 10.000 bewoners aan de Gele Rivier in het noorden van China.
  In een brief aan een vriend legde hij vast: “In Sandaohe zijn het de reducties van Paraguay in het klein. De missionarissen zijn hier geestelijke boeren. We hebben 8.138 gedoopten en 1.214 catechumenen (bekeerlingen, die nog niet gedoopt zijn). Het verleden jaar beliep het getal biechten 38.400 en dat der communies 64.000; 114 volwassenen zijn gedoopt. Het is schoon en het bewijst voor den ijver der paters, allen met den besten geest bezield”.
 
Het boek van Chateaubriand was inmiddels 120 jaar oud, maar blijkbaar nog springlevend...
 
 
51 4 Genie du christianisme
 
Harry Knipschild
22 augustus 2008, 18 februari 2018
 
Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.katholiek.nl
 
 
Literatuur
Chateaubriand, Génie du christianisme, 1802
‘China-Kansu. Brief van Mgr. G. Frederix aan een vriend’, Annalen van Sparrendaal, 1923