Zoeken

 
 
Er zijn van die klassieke Amerikaanse popsongs uit het ‘verre’ verleden, waarvan ik [HK] het de moeite waard vind er een en ander over op te tekenen. Zo schreef ik recentelijk over ‘Tip toe thru the tulips’ (Tiny Tim), ‘Oh Happy Day’ (Edwin Hawkins), ‘Please Mr. Postman’ (Marvelettes), ‘Blue Moon’ (Marcels), ‘Loco-Motion’ (Little Eva), ‘Kansas City’ (Wilbert Harrison) en ‘Good rocking tonight’ (Roy Brown). Deze week is ‘Sea Cruise’ aan de beurt.
    ‘Sea Cruise’ werd in de jaren vijftig geschreven door Huey ‘Piano’ Smith, uitgebracht door platenmaatschappij Ace en uitgegeven door Ace Publishing, de muziekuitgeverij van Ace Records.
    Er zijn tientallen versies van de song in omloop – bijvoorbeeld die van John Fogerty (Creedence Clearwater Revival), Glenn Frey (Eagles), Jerry Lee Lewis, Cliff Richard, Bruce Springsteen, Don McLean, Dion DiMucci, Status Quo, Beach Boys, Hondells, Freddy Cannon, Rory Gallagher en Johnny Rivers.
  
 
Huey Piano Smith
 
 
369 1 Huey Piano Smith
Huey Piano Smith
 
‘Sea Cruise’ was niet de eerste en evenmin de enige hit, die uit de pen vloeide van Smith, op 26 januari 1934 geboren in New Orleans. Huey was al op jeugdige leeftijd actief. Met een vriendje vormde hij het duo Slick & Dark. Wat later stond hij samen op het podium met Eddie Jones (Guitar Slim, 1926-1959).
    Op 18-jarige leeftijd was Huey op de plaat te horen in ‘You’re down with me’. Op die Savoy-schijf  is goed waar te nemen dat hij uit New Orleans afkomstig was. In de studio van Cosimo Matassa speelde Huey anno 1955 piano op ‘Those Lonely Lonely Nights’ (Earl King) en ‘I hear you knocking’ (Smiley Lewis). Bovendien was hij van de partij bij de muziek van Lloyd Price en Little Richard.
    Johnny Vincent Imbragulio (1927-2000) speelde een belangrijke rol in het leven van menige New Orleans-artiest, inclusief Huey ‘Piano’ Smith. Als talent scout en artiesten-manager voor Specialty Records was hij in New Orleans betrokken bij de muziek van onder meer Earl King, John Lee Hooker en Guitar Slim. In 1955 zette Vincent zijn eigen bedrijf op dat hij Ace noemde. Smith was een van de eerste artiesten met wie hij een contract afsloot.
 
In 1957 had Huey zijn eerste hit. Inspiratie vond de pianist in ‘Fever’, een hit voor Little Willie John in 1956. Intussen had de artiest een eigen combo dat hij de Clowns noemde. De zangpartijen werden gedaan door Bobby Marchan, die evenals Little Richard meer dan eens in travestie op de planken stond. Marchan was de zanger van ‘Rockin’ pneumonia and the boogie woogie flu’, een song van Smith. Op het label werd Vincent als mede-auteur vermeld. Hij zou de tekst geschreven hebben.
    Smith was geen eendagsvlieg. Met ‘Don’t you just know it’, wederom een eigen song, werd in 1959 zelfs de top 10 gehaald. Opnieuw was Bobby Marchan de zanger en dus degene die op de voorgrond trad.
    Marchan (artiestennam van Oscar Gibson, 1930-1999) werd niet voor niets vereenzelvigd met Huey Smith. De muzikale leider van de Clowns hield er bovendien niet van het land door te trekken. “Huey didn’t travel, he wouldn’t fly, and he didn’t care to get in the station wagon. The piano player was James Booker and he would travel with the group”.
 
 
369 2 Bobby Marchan
Bobby Marchan
 
 
Frankie Ford
 
 
Dat laatste vertelde Frankie Ford (Francis Guzzo, 1939-2015) in een interview. Ford, afkomstig uit Gretna bij New Orleans, speelde een bijzondere rol in de carrière van Huey Piano Smith.
    Frankie, de geadopteerde zoon van een havenwerker in New Orleans, voelde zich evenals de vijf jaar oudere liedjesschrijver en pianist tot de muziek aangetrokken. Maar hij wilde – in tegenstelling tot Huey Smith – van jongs af aan juist op de voorgrond treden, blijkt uit interviews. Op de website One Hit Wonder is bijvoorbeeld te lezen: “Frankie was raised to be a performer”. Aangemoedigd door zijn moeder deed Frankie met succes mee aan talentenjachten, waar hij bovendien in aanraking kwam met beroemde artiesten als Sophie Tucker.
    Frankie: “In August of 1952, I was on the ‘Ted Mack Amateur Hour’. I won, but it was the last show of the season and I was never brought back”. Frankie was helemaal naar New York gereisd om er ‘Wheel of Fortune’ van Kay Starr te zingen.
 
In 1954, nog op school, deed Guzzo mee met een amusementsorkest, de Syncopators. Een van hun songs was ‘I’m in the mood for love’. De jongelui schakelden tijdig over op de nieuwe muziek, de rock & roll, toen die Amerika veroverde.
    Tijdens een optreden werd Frankie ontdekt. “I was out working, one time, with Buck Baker and the boys when this guy [Joe Caronna] came to me saying he’d like to talk to me about recording for Ace Records. We met again at rehearsal and about a month later he had me come in to Cosmo’s to record ‘Cheatin’ Woman’ and ‘Last One to Know’. That was my first record”.
    Tijdens de opname in de studio van Cosimo Matassa (1958) traden Huey Piano Smith, Frank Fields (bas), Charlie Williams (drums) en Robert Parker (saxofoon) als begeleiders op.
  
369 3 Frankie Ford
Frankie Ford (Francis Guzzo)
 
 
‘Sea Cruise’
 
 
Francis Guzzo was Frankie Ford geworden en op een enigszins hoger plan terecht gekomen. De Syncopators bleven op amateurniveau verder functioneren. Frankie, de entertainer, maakte van de gelegenheid gebruik om met een eigen orkestje rond te trekken. Een van zijn begeleiders, de Skyliners, was een familielid: Mac Rebennack, meer bekend als Dr. John. “Mac’s grandmother on his mother’s side and my grandmother on my father’s side were sisters”.
    Frankie reisde naar diverse staten om zijn debuutsingle onder de aandacht te brengen. “I was in Philadelphia promoting ‘Cheatin’ Woman’ and singing at the George Wood Show at the Uptown Theatre”.
    Johnny Vincent, directeur van Ace Records, had vertrouwen in een ondernemend iemand als Frankie Ford. Bij terugkomst in New Orleans, september 1958, vernam de zanger dat hij de volgende dag meteen in de studio verwacht werd. Deze keer waren er geen begeleiders nodig. Sterker nog, er was al een kant-en-klare opname gemaakt door Huey Piano Smith en de Clowns, met Bobby Marchan als zanger. De song, geschreven door Smith, heette ‘Sea Cruise’.
 
Marchan maakte geen deel meer uit van de Clowns, is een van de verhalen achteraf. Een andere verklaring later is dat Smith op dat moment geen nieuwe single nodig had. In de New York Times schreef Peter Keepnews dat Ace Records wilde voorkomen dat er van de zwarte uitvoering van ‘Sea Cruise’ meteen een blanke versie gemaakt zou worden, zoals eind jaren vijftig gebruikelijk was, bijvoorbeeld bij ‘Tutti Frutti’ en ‘Ain’t that a shame’. Om dat voor te zijn kon je die beter meteen zelf produceren.
    Maar hoe dan ook, de eigen, originele versie van ‘Sea Cruise’, kwam niet op de markt.
 
Aan Wayne Jancik vertelde Frankie Ford: “When I got home, they said ‘Well, let’s try Frankie’s voice on it’. Huey had heard me one night in a club and said, ‘Hey, he sounds like Bobby [Marchan]’.
   So, I agreed and went into the studio, not knowin’ the song. I still have the piece of paper that Huey had written the words on for me, misspellings and all.
   Now, we recorded it on this two-track Ampex. There was no punch-in. If you made a mistake it was just there. We did about 13 takes on ‘Sea Cruise’, I think.
   My manager [Joe Caronna] and the owner of the label [Johnny Vincent] said, ‘Huey, you don’t need a record now. Let’s put it out on Frankie’.
   And it was set. I was to be the new lead singer with his group, too. I was there when the agreement was made. Huey was to be listed producer and as to what was his deal with Ace Records, I don’t know”.
 
Als je dit leest zou je denken dat ‘Sea Cruise’ zou worden uitgebracht onder de naam Huey Piano Smith en de Clowns, maar nu met Frankie Ford als zanger. Maar zo ging het niet. Op het label van Ace Records werd Smith alleen vermeld als songwriter en orkestleider.
 
 
369 4 Ace Records
  
 
Een hit voor Frankie Ford
 
 
 Uit een ander interview, met Anthony Musso, blijkt waarom ‘Sea Cruise’ niet opnieuw opgenomen werd. De a-kant zou namelijk ‘Roberta’ worden. ‘Sea Cruise’ was een goedkope opvuller, waarvoor geen extra muzikanten betaald hoefden te worden. Zoals wel vaker pakte het anders uit. De spontaniteit van een b-kantje komt soms beter over dan de strak-geplande a-kant.
   Bijzonder aan de opname was dat er behalve piano, bas, sax en drums geen gitaar gebruikt werd. “Huey hated guitars”, legde Ford uit. “Guitars were amplified and his piano was not, so the guitars would drown him out”.
   Als Frankie het voor het zeggen had gehad, zou ‘Roberta’ bewaard blijven voor een volgende single. Maar dat gebeurde niet. “I was seventeen years old. Do you think that they would listen to me?”
 
Huey Smith en de Clowns waren zwarte muzikanten. Hun platen werden snel opgepakt door radiostations met belangstelling voor rhythm & blues. ‘Sea Cruise’, zonder de zwarte zanger Bobby Marchan, kreeg aandacht bij de liefhebbers van die muziek. De eerste maanden werden er dan ook geen foto’s van de blanke zanger verspreid. Dat kwam de verkoop ten goede. ‘Sea Cruise’ brak in eerste instantie door op de zwarte platenmarkt.
   Toen naar buiten kwam dat Frankie Ford niet de gewenste huidskleur had zakte de verkoop bij het zwarte publiek, maar begon aan een opmars onder de gewone liefhebbers van popmuziek. Aan Anthony Musso liet Frankie over de R&B-aanhangers weten: “They found out I was white and it fell from number one to number nothing”. Daarbij citeerde hij een uitspraak van Ray Charles. “Soul is not only black and prejudice is not only white”.
 
Zoals gezegd, ‘Sea Cruise’ kreeg meer radio-aandacht op de popstations dan ‘Roberta’. Het duurde even voordat tot hem doordrong wat er aan de hand was. “I was coming back from somewhere in Mississippi, and I was sleeping in the back seat when I first heard it. I remember, I said, ‘Oh yeah, they’re playing ‘Sea Cruise’’.
   And someone in front seat said, ‘No, it’s not they’re playing, it’s Hose Allen on WLAC out of Nashville’. At that time, airplay on that station meant a lot of exposure.
   Then, Bill Randle at WERE in Cleveland picked it up. Bob Greene in Miami. And then Howard Miller in  Chicago”.
   Dat waren echte smaakmakers op de Amerikaanse radio in die tijd.
 
Op 9 februari 1959 verscheen ‘Sea Cruise’ voor het eerst in de toonaangevende Hot 100 van Billboard. Op nummer 89. Een week later leek de doorbraak al afgelopen te zijn. ‘Sea Cruise’ zakte van 89 naar 92. De top van de hitlijst, met Lloyd Price (‘Stagger Lee’) op nummer één - met ‘16 Candles’ (Crests), ‘Donna’ (Ritchie Valens) en ‘Smoke gets in your eyes’ (Platters) – leek wel heel erg ver weg.
 
 
369 5 adv 2 maart 1959 BB
advertentie in Billboard – 2 maart 1959
 
 
Op 2 maart plaatste Billboard een introductie-artikel – met foto van de blanke zanger. Naar Huey Piano Smith en de Clowns werd niet gerefereerd. Wel was te lezen: “Frankie Ford is a 5 foot 8 inch 150-pounder from Gretna, Louisiana. A graduate of the Holy Name of Mary High School, he planned to work for a year following his graduation and then come to New York to try to break into show business.
   However, he won a music scholarship to Southeastern College in Hammond, Louisiana, where several other members of his teen-age band had enrolled.
   Local record man Joe Caronna attended one of the band’s rehearsals and liked what he heard. Thru him the youngster was pacted by Ace Records. His first waxing was a success, and personal appearances and TV dates followed.
   The lad now has his first national hit, ‘Sea Cruise’”.
 
Stapje voor stapje begon de single van Frankie Ford op de weg naar boven. Op 16 maart – met ‘Venus’ van Frankie Avalon aan de top, steeg ‘Sea Cruise’ van 35 naar 33 in Billboard. Op 21 maart 1959 mocht Frankie Ford voor de eerste keer optreden in het tv-programma van niemand minder dan Dick Clark. Daar kon hij laten zien dat hij een echte showman was. Dat maakte indruk op de jonge Amerikaanse platenkopers. Frankie deed het zo goed dat Clark hem uitnodigde zijn hit nog een keer playback te komen uitvoeren.
   Twee weken later schoot zijn 45 toeren-single alsnog door naar nummer 14. Volgens de New York Times werden er meer dan een miljoen exemplaren verkocht.
  
369 6 Frankie Ford Dick Clark show
Frankie Ford in de Dick Clark tv-show
 
 
Geen grote nieuwe hits voor Frankie Ford
 
 
Het duurde een half jaar voor een nieuwe Frankie Ford-plaat op de markt kwam. Dat was (te) lang. ‘Alimony’, opnieuw uit de pen van Huey Smith, kwam niet verder dan 97 in de Billboard lijsten.
   In wezen was Ford meer een entertainer dan een rocker. Met zijn volgende opnamen haakte hij dan ook meteen in op een nieuwe trend, het opnemen van songs van weleer. Met zijn versie van ‘Mack the Knife’ liep Bobby Darin hierin voorop. Ford volgde met ‘Time after Time’. Veel haalde het niet uit – opnieuw kwam hij niet verder dan de onderste hit-regionen.
   In een interview legde Frankie uit: “I was trained to be a crooner. I was getting a bit older and the trend then seemed to be going that way – you know, Bobby Darin, Bobby Rydell. So I recorded ‘Time After Time’  and ‘Chinatown’; stuff like that. I looked old enough and I could start working at the nightclubs, which was a lot better, believe me, than those rock ’n’ roll road tours”.
   Frankie’s plaats als blanke popzanger bij Ace Records was al gauw overgenomen door Jimmy Clanton die begin 1960 scoorde met ‘Go, Jimmy Go’, later gevolgd door ‘Venus in Blue Jeans’.
   Frankie Ford: “The owner of Ace Records was going out recording other people and he was neglecting me”. Bovendien kwam hij er achter dat hij van Ace nauwelijks royalties te verwachten had. Frank omschreef de afrekening van ‘Sea Cruise’ als ‘hilarious’.
   Samen met zijn manager en tal van andere Ace artiesten stopte Ford met opnamen voor het bedrijf. Op het Spinett-label maakte hij onder pseudoniem allerlei singles, waaronder een duet met Smith als de Cheerleaders (‘Chinese bandits’) en een duet met Mac Rebennack (‘True Love’). Succes bleef echter uit.
 
Naar eigen zeggen werd Ford benaderd door Imperial Records op de Amerikaanse westkust. Die zou bereid geweest zijn hem flink te betalen als hij naar dat platenbedrijf overstapte. “Lew Chudd gave me a lot of money to sign with Imperial. I was the first New Orleans act to get front money to sign, and Dave Bartholomew was my producer. He had like thirty or forty million-selling records [meestal opnamen gemaakt met Fats Domino, eveneens uit New Orleans]. Could you say no?”
   Bij het tekenen van het contract zou de zanger van ‘Sea Cruise’ al tienduizend dollar rijker geworden zijn.
   Ford was behalve entertainer ook zakenman geworden. Voor Imperial in Los Angeles aan de andere kant van het Amerikaanse continent werkte hij als talent scout, zoals Joe Caronna dat eerder voor Art Rupe van Specialty had gedaan.
   Een van de artiesten die Ford bij Imperial bracht was Huey Smith, vertelde hij. “We remained friends. We worked together and collaborated on a lot of compositions. And when things got as they did, I was instrumental in bringing him over to Imperial Records”.
   Zo verscheen ‘Behind the wheel’ van Huey Smith in 1962 op Imperial, een song van hem zelf en Dave Bartholomew (1918-2019).
 
In zijn Imperial-tijd maakte Frankie zelf nog twee kleine hits, te weten ‘Seventeen’ en ‘You talk too much’. Dat laatste nummer werd met name bekend in de uitvoering van Joe Jones. Die single bereikte in 1960 een derde plaats bij Billboard.
   Volgens Frankie Ford leverde zijn uitvoering van ‘You talk too much’ hem meer geld op dan de hit ‘Sea Cruise’. “Joe Jones could talk himself into and out of any deal”, liet Frankie vastleggen. “He had out ‘You Talk too Much’ for Roulette and then turned around and recorded it for Ric.
   When it started hitting the charts on Ric, Roulette realized that they had the record, too. So, they slapped an injunction on each other. My producer, Dave Bartholomew, called and asked, ‘Can you sound like Joe Jones!’
   I said, ‘Yeah.  Sure’.
   With the exception of one guy, we used the very same musicians that Joe had used. His was a turntable hit, but I sold a million on it”.
   Die laatste uitspraak is voor rekening van de blanke zanger.
   
Aan de platencarrière van Frankie Ford kwam een einde toen hij in dienst moest. Diverse jaren vertoefde de artiest in Vietnam, Korea en Japan, waar hij de troepen vermaakte. Na zijn afzwaaien in 1965 was er een nieuwe scene – de British Invasion. Ford werd gewoon entertainer en kwam in het oldies-circuit terecht. Bovendien werd hij manager. Als directeur van ‘Sea Cruise Productions’ bemoeide hij zich met de carrières van onder meer de ex-idolen Paul & Paula, Johnny Preston, Troy Shondell, Matt Lucas en de Dixie Cups.
   Bij zijn overlijden in 2015 schreef Spencer Leigh: “Ford was as camp and as extrovert backstage as he was up front, and the audience loved him, even applauding his scarf, which was covered with piano keys. He played bars and lounges, eventually opening his own bar in New Orleans.
   He always saw himself as a star, having a licence plate with ‘Ooo-Wee’, his catchphrase from ‘Sea Cruise’”.
   
 
369 7 auto
  
  
 
Huey Piano Smith
 
 
Bij Ace Records waren ze natuurlijk blij geweest met de goedkope en succesvolle bewerking van de ‘Sea Cruise’ opname van Huey Smith. Dat vroeg om meer. Diverse andere Smith-opnamen werden op een soortgelijke manier aangepakt, nu met de stemmen van Johnny Williams, Gerri Hall en Billy Roosevelt – maar zonder het gewenste resultaat.
   Na het vertrek van Ace Rcords bevond niet alleen de platencarrière van Frankie Ford zich in een neergaande lijn, maar ook die van Huey Piano Smith. Hits bleven uit. Maar veel van zijn songs waren een lang leven beschoren. Toen de inkomsten stagneerden bood Johnny Vincent hem in 1972 een bedrag van twintigduizend dollar voor zijn songcatalogus. Smith accepteerde het aanbod. Desondanks wachtte hem een failissement.
 
In navolging van zijn moeder verliet Huey de muziekwereld en werd Jehova-getuige. In 1980 verliet hij zijn geboortestad en verhuisde naar Baton Rouge, de hoofstad van Louisiana. Sinda die tijd laat hij nauwelijks iets van zuch horen. “The icon of fun disappeared from the public eye’, schreef Alex Rawls anno 2014 in The Advocate.
   In dat jaar verscheen de biografie van Smith, geschreven door John Wirt. Het tweetal was in 2000 met elkaar in contact gekomen toen bekend werd gemaakt dat Huey een ‘pioneer award’ zou ontvangen van de Rhythm and Blues Foundation. Wirt was benaderd door Margrette, de vrouw van Smith.
   De kennismaking maakte een verpletterende indruk op de auteur. “He unleashed a torrent of information. The meeting might have lasted three hours. I was totally blown away. He had so much to say. It’s like it was pent up in him”. De twee kwamen twaalf jaar lang vrijwel elke donderdagmorgen bij elkaar op bezoek zodat Wirt een volwaardige en opzienbarende biografie kon schrijven.
   In de recensie van het boek is te lezen: “Smith’s story is a sadly common one for African-American musicians of his generation. He never received proper royalties for his songs”.
 
Opnieuw kwam naar buiten dat Huey Piano Smith zich het beste voelde als hij vanuit de achtergrond kon opereren. “Smith was like a member of the band. He sat in the back. Huey wasn’t the front man. He’s not a guy who wants to bring attention or glory to himself. Huey gives all glory to God. He doesn’t worship the works of men”.
   Bij het verschijnen van het boek bleek dat Huey ook om andere redenen nog maar moeilijk kon functioneren. Hij was zwaar reuma-patiënt. “Smith is now 80 and dealing with severe arthritis that impairs his ability to walk and stand for periods of time”.
   Ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag, op 26 januari 2019, wijde Blake Pontchatrain in Gambit nog een kort artikel aan de man die de klassieke popsong ‘Sea Cruise’ schreef. De journalist eindigde zijn stukje met de woorden: “Smith not only played the blues but lived them, with creative disputes, financial troubles and legal wrangling over the profits from his work. In later years, he tried several comebacks but never duplicated his earlier success. He now lives in Baton Rouge”.
 
 
369 8 Sea Cruise label
 
 
Harry Knipschild
5 juli 2019
 
 
Clips 
 
 
Literatuur
 
‘Frankie Ford’, Billboard, 2 maart 1959
Pete Wingfield, ‘Ace Records: Dealing Aces Vols. 1 and 2’, Melody Maker, 13 januari 1979
Wayne Jancik, ‘Sea Cruise’, One Hit Wonders, 1990 (?)
Anthony Musso, Setting the record straight, deel 2, Bloomington, Indiana 2009
‘A Gender Variance Who’s Who: Bobby Marchan (1930-1999) singer, impersonator’, Zagra, 7 oktober 2009
Alex Rawls, ‘New biography tells La. rock pioneer’s story [Huey Smith]’, The Advocate, 12 juli 2014
Spencer Leigh, ‘Frankie Ford: Singer who rode the wave of 1950s rock ’n’ roll and had his biggest hit with ‘Sea Cruise’, Independent, 28 september 2015
Peter Keepnews, ‘Frankie Ford, singer of ‘Sea Cruise’, dies at 76, New York Times, 30 september 2015
Blake Pontchatrain, ‘Rhythm and blues pioneer Huey ‘Piano’ Smith turns 85’, Gambit, 21 januari 2019