In 1966 was ik [HK] werkzaam bij platenmaatschappij Negram-Delta in Haarlem. In het late najaar werd ik op kantoor gebeld door de mij onbekende Sylvio Samama. De man legde uit dat hij directeur was van een andere platenmaatschappij, Iramac in Bussum. Tot dan toe was het bedrijf vooral actief met eigen klassieke producties. Het was echter de bedoeling de koers te verleggen naar de populaire muziek. Willem van Kooten had Samama geadviseerd eens met mij te praten. Of ik die avond bij hem thuis in het Gooi wilde komen? Vanaf het station in Hilversum kon ik een taxi nemen, die zou later vergoed worden.
   Die avond wist Samama, vader van de huidige musicoloog Leo Samama, mij over de streep te trekken. Enerzijds was het een uitdaging te pionieren bij een tamelijk nieuwe firma. Bovendien was de honorering navenant. Mijn salaris werd verhoogd van 550 naar 1000 gulden per maand en Iramac stelde mij een auto ter beschikking.
   Bij Iramac waren begin 1967 drie vertegenwoordigers werkzaam. Een van hen was de in Loosdrecht wonende Armand André de la Porte, 26 jaar. Armand was, in tegenstelling tot zijn twee collega’s, een echte liefhebber van popmuziek. Hij was goed bevriend met Lau Ruyter uit Wormer in Noord-Holland, manager van de Teckels, een groep uit de Zaanstreek, die Iramac voor mijn komst onder contract genomen had. Bovendien bracht Armand de Sammy Soul Set uit Hilversum aan – helaas zonder het gehoopte succes.
 
 
 
 
Het begin van Sarasani
 
 
367 1 organisatoren
 
 
André de la Porte, bijgenaamd Pluto, had andere ambities, vertelde hij me toen ik een avondje bij hem thuis doorzakte. Hij was al sinds 1966 in de weer om iets voor jonge popliefhebbers op te zetten. Dat deed hij in een boerderij op het eiland Texel, voor de gelegenheid omgedoopt in Sarasani.  
   In een interview voor RTV Oost gaf Jan Blei, auteur van een boek over Sarasani (2014) de achtergrond. “Het is ooit begonnen in San Francisco, op de Amerikaanse westkust. De flower power kwam als stuifmeel de Oceaan over en daalde neer op een boerenschuur op Texel. Fred Brinkhorst en Armand André de la Porte zetten het op. Ze hadden de tijd mee. Je had de Vietnam-demonstraties, de opkomst van de jongerencultuur, het afzetten tegen de jaren vijftig, de studentenrevolte in Parijs – en je had natuurlijk de opkomst van de Beatles, Stones en daar achteraan de opkomst van de Nederbeat: Q65, Outsiders, Golden Earring, Motions, Les Baroques.
   Dat kwam allemaal samen op Texel. Het was een magma-kamer van zon, zee, vrijheid, jongens en meisjes die daar op vakantie gingen, los waren van hun ouders en die nieuwe tijd in zich opzogen.
   Op het moment dat je op de boot stapte naar Texel ontstond het gevoel. Je ging een ander universum binnen. Wat Texel bovendien speciaal maakte was dat er geen jongerencultuur was. Het was allemaal in opkomst. Het moest gevormd worden. Toerisme bestond bijna nog niet”.
 
 
Interview met André de la Porte in 1967
 
 
In juni 1967 publiceerde Skip Voogd in het tijdschrift Wereldkroniek een interview met Armand André de la Porte. “Op 23 juni wordt de koeiestal weer garderobe en zitten we met de kassa en het kantoor in de paardestal”.
   Voogd: “Samen met Fred Brinkhorst (24) uit Enschede, de stad van Gert en Hermien, kwam Pluto vorig jaar op het idee Texel in de zomermaanden van beatmuziek te voorzien. ‘We huurden een boerderij, we maakten wat publiciteit en we zetten er Nederlands beste beatgroepen neer. Het liep allemaal als een trein’”.
   Het succes was mede te danken aan het alternatieve: popmuziek in een boerderij. Jan Blei verwoordde het anno 2014 als volgt: “In De Koog werd het ook geprobeerd in 1966. Daar werd een heldere tent neergezet. Daar speelde Jan Akkerman met de Hunters en er kwam geen kop. De jongeren van toen wilden geen nette schuur. Ze wilden gewoon weg kunnen duiken in ouwe banken”.
   Sarasani had volgens de vertegenwoordiger van Iramac wél succes: “Toen we vorig jaar van start gingen, waren er een heleboel mensen die dachten: dat loopt uit de hand. Maar al die zwartkijkers kregen ongelijk. Dankzij de medewerking van burgemeester en politie verliep alles ordelijk en kwamen er geen nare incidenten voor”.
 
 
367 2 Jan Blei
Jan Blei in 2014
 
 
Sarasani was volgens André de la Porte niet bedoeld om geld mee te verdienen legde hij in 1967 uit. “Het gaat om het spel, niet om de knikkers. We zijn geen impresariaten die beatgroepen uitbuiten. We doen het gewoon omdat we het zelf fijn vinden en als we uit de kosten komen, dan is dat voor ons al meegenomen”.
   Beatboerderij Sarasani, even buiten Den Burg, bood op achthonderd vierkante meter plaats aan duizend jongens en meisjes, die er elke avond vanaf half acht tot twaalf uur konden dansen of luisteren naar popmuziek. “Het entreegeld ligt dit jaar tussen de twee en drie gulden”, aldus Armand. “Ik ben momenteel bezig met The Jay Jays, The Shoes en met Ro-d-ys. En tussen de beatbedrijven door is er ook plaats voor solisten. Voor folk- en protestsingers”.
   Pluto vertelde aan Skip Voogd dat hij in 1967 bovendien weer ‘grote namen naar Texel hoopte te kunnen halen: Outsiders, Maskers, Bintangs, Cuby & The Blizzards: ze waren er allemaal vorig jaar. Zij en vele anderen’.
 
 
367 3 Maskers voor Sarasani
Maskers voor Sarasani
 
 
André de la Porte vond dat hij als Sarasani-man meer moest doen dan een onderkomen bieden aan de jeugd die van het vasteland van Nederland op het eiland op een alternatieve manier popmuziek wilde beleven. “We hebben ook sociaal werk gedaan op Texel. Zwemmen in zee is er vaak gevaarlijk. Er zijn al heel wat kinderen verdronken de laatste jaren. Maar voldoende geld voor een veilig zwembad is er niet. Dat geld moet er komen gewoon. Dit jaar hopen we weer een flinke duit in het zakje te doen”.
   Problemen met de overheid van Texel moesten zorgvuldig vermeden worden. “Het begin, vorig jaar, was het moeilijkst. We hebben er veel van geleerd. We gaan dit jaar nog strenger selecteren, want we willen een zo fijn mogelijk publiek houden. In Sarasani komt geen alcohol, geen LSD en geen marihuana. Met frisdranken kun je ook een leuke avond maken. Dat heeft 1966 wel bewezen”.
   Iedereen was dan ook tevreden, liet Armand in Wereldkroniek afdrukken. “Op de laatste avond dat we draaiden kreeg ik van de politie een uitstekend rapport en iedereen is blij dat Sarasani dit jaar weer open gaat. Al die tieners die ’s zomers op Texel zitten, voor vakantie of alleen voor de weekends, die moet je opvangen. Die moet je ’s avonds bezig houden, that’s all! En Sarasani doet dat op een goede manier”.
 
Armand wist zijn werk als verkoper bij de platenmaatschappij niet lang meer te combineren met zijn activiteiten in de popmuziek. Hij nam ontslag bij Iramac en ging andere dingen doen in de muziekwereld.
   Behalve bij Sarasani was hij, samen met onder anderen John Seine, bijvoorbeeld betrokken bij Lijn 3. Over die ‘beatkelder’ kon je in 2017 lezen: “Verborgen in het Amsterdamse Vondelpark, onder de brug waar tram 3 overheen denderde, ligt een oude atoomschuilkelder uit het jaar 1947. Een bijzondere, muzikale plek en culturele broedplaats.
   In januari 1968 werd in de atoombunker onder de Amsterdamse Vondelbrug een beatkelder geopend: Lijn 3, genoemd naar de tram die toen al over de Vondelbrug heenraasde. Vanaf dag 1 was het een zeer rumoerige plek, alwaar ‘jeugdig, langharig, werkschuw tuig’ hun vertier zocht.
   Artiesten als Tee-Set, Pink Floyd, Sammy Soul Set, Linda van Dijck en Thijs van Leer traden er op en er gaan zelfs geruchten dat de Rolling Stones er rondgehangen hebben, alhoewel niet bekend is of ze toen ook gespeeld hebben. Na nog geen twee jaar werd de stekker uit Lijn 3 getrokken en tegenwoordig zitten er in de hernoemde Vondelbunker oefenruimtes en een creatieve broedplaats”.
 
 
Herinneringen uit de beatwereld
 
 
In diverse artikelen en boeken werd over Sarasani geschreven. Zo citeerde Jerome Blanes in zijn boek over de Outsiders zanger Wally Tax: “Sarasani hebben we een aantal keren gedaan. Ze hadden een leuk oud huis waar we konden overnachten”. De Amsterdammers traden er voor het eerst in juli 1966 op. Blanes: “De entreeprijs was twee gulden vijftig. De band speelde twee of drie uur achter elkaar, want na het optreden konden ze toch niet meer terug. Er gingen namelijk maar tot een bepaalde tijd boten naar het vaste land. De fans overnachtten in een tentenkamp dat was onderverdeeld in een jongens- en een meisjesgedeelte.
   Outsider-fan Anne Klomp: “En dan kwam er een kerel met een zaklantaarn controleren of er niet iemand was verdwaald. In Sarasani stonden in de zaal stoelen uit oude bussen waarop iedereen zat te schommelen”.
   Een optreden van Q65 op Texel in 1970 bleek een bron van inspiratie te zijn voor de titel van een album. Drummer Beer Klaasse: “We gingen een plaat maken, ‘Afghanistan’. Het idee voor de naam kregen we op Texel. In het halletje van Sarasani zat een gozer hasj te verkopen die de hele tijd riep: ‘Afghanistan! Hele goeie Afghanistan!’”
   Blijkbaar was er na verloop van tijd sprake van een ander drugsbeleid.
 
 
367 4 Afghanistan
Afghanistan
 
 
Een nieuwe exploitant: Jacques Hetsen
 
 
Jacques Hetsen uit Wervershoof nam de exploitatie van Sarasani in 1972 over. In een interview met de Texelse Courant in 1990 vertelde hij: “Armand André de la Porte was een beetje moe toen hij de pacht eind 1971 in de aanbieding deed. Hij had het vijf jaar gedaan en was een beetje door zijn creativiteit heen, denk ik. Armand was een idealist. Als hij vier avonden een volle bak had bij een bepaald orkest, dan vertrouwde hij het niet. Dan werd het zo commercieel”.
   Ook Hetsen (1945-2007) deed het niet alleen. “Lau Ruyter [eerder manager van de Teckels] deed de horeca en ik de groepen. We hadden een vaste ploeg van zes man en daarnaast een legertje vrijwilligers, die altijd wilden helpen omdat ze er graag bij wilden horen. Iedereen vond het bijvoorbeeld prachtig om met de beschilderde geluidsbus over het eiland te gaan.
   Er was daar een sfeer. Dat was vooral de verdienste van De la Porte en Brinkhorst. Die hadden naam gemaakt met die schuur. Niets moest en er mocht veel. ’s Middags om vier uur zat het terrein voor Sarasani al vol met bezoekers”.
   Het boeken van groepen kostte weinig moeite. “Ze belden je vaak zelf op. Iedereen vond het bijzonder om op Texel te spelen. Alleen Jan Akkerman vond het niks. Die voelde zich nooit prettig omdat hij er ’s nachts niet af kon”.
   Voor de andere artiesten en hem zelf was de sfeer na het optreden juist aantrekkelijk, vertelde Jacques aan verslaggever Hans Oosterhof. “Je ruimde de troep op en dan ging je met z’n allen ‘even zitten’. Voordat je het wist werd het al weer licht. Dan nam ik de eerste boot naar de vaste wal”.
 
 
367 5 Jacques Hetsen
Jacques Hetsen in 1990
 
 
Andere manier van programmeren
 
 
In het begin van de jaren zeventig waren popmuziek en een alternatieve manier van leven door de jeugd en de samenleving redelijk geaccepteerd. In 1970 kwam de film over het Amerikaanse Woodstock-festival in roulatie. In Europa kon je naar het Engelse eiland Wight voor hippiemuziek. In 1970 was de eerste aflevering van Pinkpop (met vooral Nederlandse groepen) en probeerde Mojo de sfeer van Woodstock over te brengen naar Rotterdam (Kralingen), met eveneens een film voor vertoning in de bioscopen. Sarasani had geen exclusief karakter meer. Voor Nederlandse groepen was inmiddels veel emplooi overal in het land en bij de platenmaatschappijen.
   In 1971, meldden Jip Golsteijn en Berry Zand Scholten in Popscore (Telegraaf), waren er optredens van onder anderen Moan, Cuby & The Blizzards, Q65, Earth and Fire, Livin’ Blues, Blue Planet, Rob Hoeke en Golden Earring. “Popscore heeft de activiteiten in Neerlands enige popboerderij altijd met het grootste plezier gevolgd, gepaard met een immense bewondering voor de organisatoren, die er jaar in jaar uit toch maar in slaagden honderden, soms duizenden, mensen van het vasteland naar Texel te krijgen”.
 
Jacques Hetsen was evenals Armand de la Porte een echte muziekliefhebber. Maar ook een ondernemer, is te lezen in het boek over Sarasani. “Een oom had een dancing in de Goorn, een dorp in de gemeente Koggenland: Café Bontje. Jacques boekte er Roek Williams & The Fighting Cats en de Hunters met Jan Akkerman. Zo is hij in de muziek terecht gekomen. Midden in de jaren zestig begon hij ook met BZN”.
   Hetsen had het lef om initiatieven te nemen. Hij zette de Sneekweek op, de Lemmerweek en festivals in Callantsoog, Zeeland en Terschelling.
   Jacques: “Het was voor mij een sport om groot in te kopen voor een zomer: tien optredens Focus, vijf keer Livin’ Blues, tien keer Kayak, acht keer Brainbox en ga zo maar door. Met Sarasani in de exploitatie kon dat. We draaiden cyclussen van 14 dagen. Na twee weken kwam een deel van dezelfde groepen weer terug. Dat gaf niet, want de meeste toeristen bleven niet langer dan twee weken”.
   Met dergelijke overeenkomsten lukte het Hetsen waarschijnlijk om de prijs enigszins bescheiden te houden.
 
Door de ontwikkelingen in de popmuziek stelde Jacques zich anders op dan zijn voorgangers. Volgens Hans Oosterhof haalden ‘Pluto’ en Brinkhorst alleen muziekgroepen naar het eiland die ze zelf goed vonden. “Hetsen zegt ‘iets ruimhartiger’ te hebben geprogrammeerd. ‘Ik was zelf weg van Focus, maar er was ook een publiek voor Livin’ Blues. Ik kocht alles wat in de mode was’”.
   Alleen zijn eigen groep BZN, in die jaren een hardrock-groep, programmeerde hij nauwelijks. Die kwam uit Volendam. Dat dorp stond bekend om een ander soort muziek. Hetsen: “BZN maakte wel de goeie muziek, maar ze kwamen uit de verkeerde hoek: Volendam, van de palingsound. Dat was verdacht. Het publiek had liever een bandje uit Amsterdam of Den Haag”.
   Het boeken van Nederlandse popgroepen was business geworden. De Golden Earring was het duurst: zesduizend gulden. Hetsen: “De Earring is altijd ietsje te duur geweest. Je verdiende nooit wat, want je moest ook een aggregaat huren. De stroom was een zwakte van Sarasani, daar hebben we [flink] in moeten investeren”.
   Een optreden dat indruk maakte was dat van Focus, waarschijnlijk in 1972. “Duizend kaarten in de voorverkoop. André de la Porte kwam [nog eens] kijken. Hij had mij gezegd dat de zon altijd scheen op Texel. Die avond kwam het water met bakken uit de hemel. Het hele voorterrein was een modderpoel”.
   Ook Earth and Fire maakte indruk bij menigeen. De Poppys, met een grote bus helemaal overgekomen uit Frankrijk, waren geen succes. “Daar was Sarasani niet voor bedoeld”.
 
Geld verdienen was er volgens Hetsen nog steeds niet echt bij, hoorde de journalist van de Texelse Courant in 1990. “Maar dat was toen ook niet zo belangrijk. Je moest er net kunnen uitspringen. In 1972 hielden we iets over. In 1973, zonder Lau Ruyter, draaide ik met een beetje verlies”.
   In 1974 was er volgens hem geen toekomst meer voor Sarasani.
 
 
367 6 Sarasani iedereen samen
Iedereen samen bij Sarasani
 
 
Sarasani minder geaccepteerd op het eiland
 
 
Als je afgaat op wat Hetsen achteraf liet afdrukken was niet iedereen in 1973 meer blij met wat er op en in de omgeving van de boerderij gebeurde.
   De eigenaresse, mevrouw Keijser-Van Kamp bezocht de plek een enkele keer (‘ze vond het maar een rare toestand’). In plaats daarvan liet ze haar schoonzoon Hans Jimmink ‘buurten’. Hetsen: “Hans vond het wel leuk. Die kwam regelmatig even langs om te vragen of het naar wens liep. Hij was tevens een soort controleur op de achtergrond. Je wist het en het personeel wist ook dat hij een oogje in het zeil hield. We konden er dus geen janboel van maken, als we dat al hadden willen doen”.
   Het opkomende Nederlandse gedoogbeleid maakte de relatie van de exploitant met de overheid er niet beter op. “Er werd vrolijk geblowd. Formeel mocht dat natuurlijk niet, maar het hoorde bij die tent. Ik voelde niet de behoefte om die shaggies te controleren. Alleen verkopers werden naar buiten gestuurd”.
   Volgens Jacques had hij geen echte problemen als dat ter plekke gecontroleerd werd. “De politie kwam heel af en toe eens kijken en dan vroegen ze of het goed ging”.
   Controle was er af en toe wel op de verkoop van de entreekaartjes. Werd er wel voldoende belasting betaald? Col. Tom Parker, manager van Elvis Presley, is vaak bekritiseerd omdat hij betaalde entreekaartjes terugnam en opnieuw in de verkoop deed. Parker (Dries van Kuijk uit Breda) was echter geen uitzondering. In Nederland gebeurde dat eveneens in beatzalen.
   Toen Jacques Hetsen in 1990 terugkeek op de eerste jaren van de seventies stelde hij vast: “De gemeente was huiverig voor ons. Dat merkte je aan alles. De ambtenaren deden zeer argwanend. Ze vertrouwden ons niet helemaal”. Met de bevolking had de organisator evenmin een goed contact. “Het sfeertje was progressief en veel Texelaars hadden er weinig mee op. Sarasani stond [bij hen] voor de verkeerde dingen des levens”.
 
 
Aanpak van Jacques Hetsen
 
 
Over de bezoekers is in het boek van Jan Blei te lezen: “Het publiek was alternatief. Bouwvakkers hoorden daar niet bij. Sarasani trok voornamelijk schoolgaande jongeren. Het hing ook af van de band. Wanneer de Golden Earring er was, had je een beetje een mix. Maar wanneer CCC Inc. geprogrammeerd stond was er een heel ander publiek”.
   In het begin van de jaren zestig kregen Britse beatgroepen als de Beatles de kans om in Hamburg ervaring op te doen. Tien jaar later gebeurde hetzelfde op Texel door middel van een ‘huisorkest’. In 1973 was dat Threshold uit Doetinchem, met zanger Bert Heerink. In het boek deden de leden verslag van hun ervaringen.
   Popliefhebber Peter Groeskamp had het contact tot stand gebracht. “Als jong ventje bracht ik mijn vakantie vaak door op Texel. Daar had ik de beatclub Sarasani leren kennen, waar alle bekende Nederlandse groepen optraden. De jongens van Threshold zouden pas echt kunnen doorbreken als ze meer ervaring hadden. Ik zocht contact met Jacques Hetsen, de baas van Sarasani”.
   Groeskamp wist Hetsen te overtuigen. Zes weken, avond aan avond, speelde de groep op het podium, als voorprogramma van bekende bands, soms als avondvullende act.
   Veel geld was er niet. “We leefden op bier, zware shag en goeie gehaktballen. Soms een blik tomatensoep, dat kostte een gulden. Met het geld dat we verdienden, een gulden 25 per dag [de man?], haalden we een liter melk en daar konden we dan van leven”.
   Sfeer was er wel. “’s Ochtends maakten de schapen ons wakker”. En ervaring deden de jongens op. “Het was geweldig om te doen. Je zag het aan de reacties van het publiek. Alle mensen blij”.
   Bert Heerink, die later internationaal furore maakte (o.a. Vandenberg, met ‘Burning Heart’), keek met heimwee terug op die weken op Texel, toen hij en de andere leden van Threshold in zekere zin het vak leerden.
 
 
Van beat naar disco
 
 
Hetsen had goede contacten met radio Veronica. Terwille van de relatie en de (mogelijke) publiciteit boekte hij de Veronica Drive-In show in Sarasani. Daarmee haalde hij het paard van Troje binnen. Een programma met een paar ‘platendraaiers’ en geluidsjongens was een stuk goedkoper dan een professionele rockgroep met een grote hoeveelheid dure apparatuur. Niet alleen op Texel, maar in het hele land kregen popgroepen het voor hun kiezen.
   In het interview voor de krant, anno 1990, verklaarde Jacques Hetsen het naderende einde van Sarasani (1976) dan ook met de woorden: “Het was bekeken. De disco’s kwamen op”.
   Niet alleen waren er disco’s en drive-in shows, vaak een leuke schnabbel voor de presentatoren van de omroepen. De hippiemuziek werd bovendien gedeeltelijk verdrongen door twaalf-inch grammofoonplaten met disco-muziek. Een nieuwe generatie had er minder behoefte aan om op versleten banken in een oude boerderij stil te zitten luisteren. Er werd weer gedanst, nu op de klanken van Gloria Gaynor, O’Jays, George McCrae, KC & The Sunshine Band, Bee Gees, James Brown, Silver Convention, Donna Summer en vele anderen. Voor groepen die de boel op stelten zetten kwam je terecht in de Engelse punk-muziek, vooral de Sex Pistols. Sarasani hoorde niet meer thuis in het nieuwe tijdperk.
 
Met zijn aanpak had Jacques Hetsen goed verdiend, al merkte je er niets van in zijn houding en gedrag hoorde ik onlangs van een familielid – of het nu goed ging of juist niet. “Toen hij begin jaren zeventig experimenteerde met een Nederlandse toernee van Fleetwood Mac ging hij flink het schip in. ‘Ik heb een half jaar voor niets gewerkt’, was de enige opmerking waar Jacques mee liet merken dat hij flink verlies geleden had”. Het hoorde nu eenmaal bij het ondernemen.
   Als manager van BZN, omgeturnd tot een popgroep met gevoel voor Nederlands entertainment, concentreerde hij zich met enorm succes op muzikaal amusement voor alle leeftijden, in de steden maar ook op het platteland. De Volendamse groep, met basgitarist Jan Tuyp, zanger Jan Keizer en de zangeressen Annie Schilder en Carola Smit, geproduceerd door Roy Beltman, wist vanaf 1976 tot 2007, ruim dertig jaar, volle zalen te trekken en enorme hoeveelheden albums te verkopen.
 
 
Terugblikken op Sarasani
 
 
367 7 Sarasani februari 1990
Sarasani na de orkaan in februari 1990
 
 
Begin 2012 werd ik [HK] benaderd door Jan Blei, in de weer met een boek over wat zich in 1966-1976 had afgespeeld. Blei had Texel en Sarasani meegemaakt, suggereerde hij, was er met zijn ouders en oom en tante geweest. “Mijn buurjongens zaten jaloers te kijken”, vertelde hij bij RTV Oost.      
   Van de oude boerderij was niet veel meer over, schreef Oosterhof in 1990. “De popboerderij werd een stallingsruimte voor caravans. Op 26 februari kreeg de voorgevel door een orkaan de genadeklap. De forse flower power letters [van Ger Marsman uit Enschede] verdwenen verbrokkeld in het puin. Er werd een nieuwe voorgevel geplaatst. De naam kwam erop terug, maar niet in de originele vorm”.
   In het tv-programma werd Sarasani, mijns inziens niet ten onrechte, vergeleken met Oerol op Terschelling. “Ook zo’n eiland. Dan heb je daar het [jaarlijkse] festival. De bezoekers gaan een hele week op in die omgeving, die zorgt voor theater en spanning”.
 
 
367 8 graf
Maarten Tiggeler
 
 
In april 2016 waren Greetje en ik op Texel. We logeerden in het Havenhotel van Oudeschild, waar vroeger de VOC-schepen vertrokken. In het plaatselijke museum, Kaap Skil, was de japon te zien van Jean Ker (1583-1643), gravin van Roxburghe, verbonden aan het Britse hof. In 1642 reisde de gravin met prinses Mary (1631-1660) naar den Haag, toen ze in het huwelijk trad met de latere stadhouder Willem II. Op de terugweg verongelukte het schip met haar rode jurk. In 2014 was die boven water gekomen en bleek in prima staat te zijn. In het museum kon je hem bijna aanraken.
   Op het ‘Russische kerkhof’ vonden we het graf van de Amsterdamse gitarist Maarten Tiggeler (van Black Snake).  
   Natuurlijk gingen we op zoek naar sporen van de voormalige beatboerderij, waar ik in de sixties een keer geweest was. Op de nieuwe voorgevel was in duidelijke maar kleine letters het woord ‘Sarasani’ vastgemaakt. Dat was alles…
 
 
367 9 Sarasani april 2016 Sarasani, april 2016
 
 
Harry Knipschild
28 februari 2019
 
Clips
* Q65, Afghanistan, 1970
* Nostalgische terugblik op Sarasani
* Maarten Tiggeler, 2013
* Interview met auteur Jan Blei, 2014
 
 
Literatuur
Skip Voogd, ‘Beat op Texel – Sarasani nu geen experiment meer’, juni 1967
Ton de Klerk, ‘Beat kalmeert Texel’, De Tijd, 15 juli 1967
‘Een lange, hete zomer voor Texel?’, Groot Vlaardingen, 1968
‘Sarasani’, Leeuwarder Courant, 13 juli 1968
‘Sarasani was jarenlang gevaar voor jeugd’, Texelse Courant, 7 mei 1971
Jip Golsteijn, Berry Zand Scholten, ‘Neerlands top op Texel, Telegraaf, 4 juli 1971
‘Les Poppys op 25 juli in popboerderij Sarasani’, Texelse Courant, 20 juli 1973
Hans Oosterhof, ‘Sarasani 1966-1976’, Texelse Courant, 15 september 1990
Jerome Blanes, Outsiders door insiders, 1997
Pim Scheelings, Q65. De ultieme biografie, 2009
Jan Blei, Sarasani. Geschiedenis van een beatlegende, 2014
Website Paradiso, z.j.