De afgelopen jaren hebben Greetje en ik regelmatig door de VS kunnen reizen. Op diverse plaatsen vonden we interessante boeken, over de geschiedenis van de popmuziek en natuurlijk ook andere onderwerpen.
   Op 4 oktober 2017 bevonden we ons in Charleston, South Carolina. Vóór de haven van die stad ligt Fort Sumter midden in zee. In 1861 braken er gevechten uit tussen troepen uit het noorden, die het eilandje bezet hielden, en soldaten uit South Carolina, een staat die de onafhankelijkheid uitgeroepen had. Dat was het begin van de bloedige Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) die anno 2017 voortgezet is met het verwijderen, verbergen en vernielen van monumenten, opgericht voor zuidelijke militairen.
   Ons bezoek aan Fort Sumter en Charleston was een van de hoogtepunten van deze reis. Bovendien vond ik er in een winkeltje (Blue Bicycle) een boekje dat ik met veel belangstelling gelezen heb – het levensverhaal van Dion DiMucci, The Wanderer, in 1988 door hem zelf verteld.
 
 
312 1 boek
 
 
 
Hank Williams
 
 
Dion DiMucci is op 18 juli 1939 geboren in de Bronx (New York). Zijn belangstelling voor muziek werd aangewakkerd toen hij, tien jaar oud, ‘I’m so lonesome I could cry’ van de 26-jarige Hank Williams op de radio hoorde. “The voice was piercing and strong, forceful and very committed. He would attack a lyric and bit the end of his words off with a country twang that sounded like a foreign language”.
   Als je jong bent sta je meer dan ooit open voor iets totaal nieuws, legde Dion uit. Thuis hoorde hij heel andere klanken, van artiesten als Judy Garland, Peggy Lee, Lena Horne of Evelyn Knight, in 1948 beroemd geworden door haar vertolking van ‘Powder your face with sunshine (smile, smile, smile)’.
   Hank Williams was anders, liet Dion afdrukken. Dat bleek de volgende dag opnieuw toen het jongetje al zijn geld bij elkaar schraapte en dat op de toonbank van een lokale winkelier neerlegde. Zoveel indruk had Hank Williams gemaakt dat Dion naar eigen zeggen met vier platen van de country & western-zanger thuiskwam: ‘Move it on over’, ‘Lovesick Blues’, ‘Mind your own business’ en natuurlijk ‘I’m so lonesome I could cry’.
   Dion kocht later ook platen van andere C&W-artiesten, zoals Lefty Frizzell en Carl Smith. Maar voor hem bleef Hank Williams (1923-1953) een bron van inspiratie: “Without Hank Williams, I’m not sure I ever would have realized that music was my gift, too – my way of reaching people”.
 
Dion ging verder. Via de fanclub van de artiest kwam hij erachter wanneer zijn idool voor de radio optrad. Het verzamelen ging door. “By the time I was thirteen [in 1952] I had nearly everything he’d ever recorded”.
 
De muziek van Hank Williams zette Dion aan ook zelf te gaan zingen. De jongen ontdekte dat hij succes had met zijn interpretatie van songs als ‘Your cheating heart’, ‘Hey good lookin’’ en ‘Honky tonk blues’. “The kids in the neighborhood couldn’t get enough. Singing a song, I felt special”.
   Zijn ouders, van Italiaanse afkomst, pronkten graag met de talenten van hun zoontje. “They dressed me up in a straw hat and cowboy suit, sat me down on a bale of hay with my guitar around my neck”. Vader DiMucci zag Dion als zijn grote ontdekking en zorgde ervoor dat hij in het radio-programma van niemand minder dan Paul Whiteman mocht optreden. Overal om zich heen hoorde Dion dat er een grote toekomst voor hem was weggelegd.
   Het ging wel erg snel, vond hij. Een ontmoeting met zangeres Connie Francis was mooi, maar optreden met Tony Bennett, die een hit had met Hank Williams’ ‘Cold Cold Heart’ – dat deed hij zo maar niet. “I just stood there stubbornly, staring at them all in stony silence with my dad threatening to kill me if I didn’t open my mouth”.
 
 
312 2 Hank Williams
 
Liefde en heroïne
 
 
Op sommige terreinen was Dion er vroeg bij. Zoals met de liefde. “Her name was Susan [Butterfield] and she’d moved to the Bronx in 1954 from Vermont”. Hij viel meteen op haar. “She came walking down the street, whispering and giggling with her friends, prim in her school clothes”. Susan zou de liefde van zijn leven worden.
   Er was meer. Op twaalfjarige leeftijd werd hij voor de eerste keer dronken. Al snel kwam er marihuana. Dat hoorde er bij in het wereldje waar hij opgroeide. “I was about twelve the first time I got drunk. A year later I smoked grass for the first time. Like drinking it was part of the scene, something you were expected to do. I smoked and drank because it showed I was a man”.
   Dion was nog geen vijftien toen hij overstapte op heroïne. Naar eigen zeggen ging ook dat vanzelf in de Bronx. “I don’t remember where I got the stuff. It had become so common on the streets and in the gangs”.
 
Dion had baat bij heroïne en andere ‘middelen’, liet hij afdrukken. Van nature was hij nogal onzeker. Maar met dat spul voelde hij zich sterk. “Heroin was instant courage. Smack [een ander woord] did for me what I couldn’t do myself. I wasn’t afraid any longer”.
   Hoe hij zich de eerste keer voelde, kon hij zich tientallen jaren later nog goed herinneren. “The first time I did it, I remember walking down Crotona Avenue in the middle of the street, on the white line, and looking up at the buildings. I felt like it all belonged to me”.
   Die eerste heroïne bepaalde bovendien zijn verdere leven. “The day I took heroin was the day I began dreaming really big, about my career, about Susan. The world was mine”.
 
 
Drugs en muziek
 
 
Drugs zorgden ervoor dat hij zich als zanger op het podium helemaal kon uitleven. “Junk enhanced my stage performance. I’d kind of slide into a song, hunch my shoulders over, close my eyes and feel the music well up from deep in the pit of my stomach. There was a weight and warmth to the notes that I’d never heard before”.
   Ondanks zijn jeugdige leeftijd besefte Dion ook de schaduwkant van het gebruiken. In 1955 trok de film ‘The man with the golden arm’, met Frank Sinatra in een hoofdrol, volle zalen. Door die film drong bij de jongeman door: “Once a junkie, always a junkie”.
   Dion, 16 jaar jong toen de drugs-film vertoond werd, probeerde zijn gewoonte onder controle te houden. Dat lukte evenwel niet. “I consciously regulated myself. I had a calender in my room and I charted the days I got stoned, which were usually on the weekend. At first I was able to keep it down to a couple of times a week. But after a while any thought of control was a joke”.
 
 
312 3 Frank Sinatra
Frank Sinatra in de film 'Man with the golden arm'
 
 
Belmonts
 
 
Dion viel op als zanger met drie Italiaanse kameraden die zich de Belmonts noemden. “I’d sung with them dozens of times on the front stoop or stopped on my way to take the lead on ‘Earth Angel’ [Penguins, 1995], ‘I love you so’ [Crows, 1953] or ‘Story Untold’ [Nutmegs, 1955] underneath the streetlight. The name they took was the Belmonts, after Belmont Avenue, and the music we made together was the pure sound of the neighborhood”.
   Dion: “We zongen omdat het ons blij maakte en we merkten dat we er ook anderen blij mee maakten. We werkten helemaal op gevoel, op instinct. Ik speelde de rol van ‘haantje de voorste’. Maar we waren met z’n vieren. One guy would start humming a melody, another would join in, and a song would take shape, something bigger and more satisfying than just the sound of four voices on the street”.
   Repeteren ging vaak in de trein. Daar was de akoestiek goed. “A lot of rehearsing was on the Sixth Avenue D Train, heading downtown. We’d grab a couple of seats and start banging out time on the floor. Trains had the greatest bass sound in the world”. Ook elders zochten Dion en de Belmonts plekjes op waar de vier stemmen voor hun gevoel optimaal tot z’n recht kwamen: “The back seats of Checker cabs, underneath the El, on the roof of a building, next to the pigeon coops”.
 
Via via kwam DiMucci junior terecht bij Bob en Gene Schwartz, eigenaren van een piepkleine platenmaatschappij die eerst Mohawk en later Laurie heette. Dion mocht zijn stem laten horen. “I auditioned, doing my version of ‘Wonderful Girl’ [Five Satins, 1956]”. Die keuze was heel bewust. ‘I’m in love with a wonderful girl’ was zijn favoriete song van dat moment (‘kind of a dedication to Susan’).
   Tot zijn verbazing wilden de broers het wel met hem proberen. Een trotse DiMucci senior vergeleek zijn zoon met de Nederlandse schilder Vincent van Gogh. “See, he’d say in de studio, pointing to a picture by Van Gogh. See, he doesn’t even wait to put the paint on the brush. It goes straight from the tube to the canvas. He’s expressing himself”.
   Dion: “I knew just how Van Gogh felt”.
  
 
‘I wonder why’ (1958)
 
 
Dion was zestien toen hij zijn stem opnieuw in de studio mocht laten horen, samen met de Belmonts. De platenmaatschappij had muzikanten ingehuurd die regelmatig in het Apollo-theater artiesten begeleidden. Onder hen Buddy Lucas: ‘the great one-eyed sax player. He was big – 250 to 300 pounds’.
   Gene Schwartz had de song ‘I wonder why’ in het Brill-gebouw ontdekt. Dion was verrukt. “‘I wonder why’ wasn’t anything more, or less, than the sounds we’d been doing on the street, rocking the cradle of that infant sound. In that way, it kind of reminds me of one of those African drum or Indian rain dance records. It’s like some explorer went into a strange subculture in the middle of the city and came back with the latest from the natives”, stelde hij in 1988 vast.
 
Dion en de Belmonts bleken een echte hit te pakken te hebben. Ze gingen uit hun dak toen ze de single de eerste keer op de radio hoorden. “We were so jazzed we bought spray paint and scrawled ‘Belmonts’ on the back of our leather jackets, running down the streets and bouncing off the bumpers of cars, like something out of a Broadway rags-to-riches story”. De single haalde een 22ste plaats in de hitlijst van Billboard.
   In mei 1958 leefden Carlo Mastrangelo, Fred Milano, Angelo d’Aleo en Dion DiMucci ‘in a whole different world’, zoals de artiest het later omschreef. Hij voegde er met zijn eigen woorden aan toe: “People say there’s no such thing as an overnight success. Maybe, but Dion and the Belmonts got pretty close. I guess that’s because for us, fame, money, and a real future all came as a complete surprise”.
 
 
Meer smack
 
 
312 4 Frankie Lymon
Frankie Lymon
 
 
Dion mocht optreden in het tv-programma ‘American Bandstand’, op 24 mei 1958. Doordat hij nu ook met andere bekende artiesten omging, ontdekte de artiest dat de verslaving aan heroïne de gewoonste zaak van de wereld was. “The more musicians and singers I met, the more I realized how much smack was a part of the scene”.
   Als voorbeeld vertelde Dion over zijn ervaringen met Frankie Lymon (1942-1968), die in 1956 op 13-jarige leeftijd succes had met ‘Why do fools fall in love’. “He was a lot deeper into drugs”.
   Voor Frankie was, vond Dion, een grote toekomst weggelegd, als hij maar van de drugs afbleef. “He knew just where he was going and just how to get there. Trouble was, heroin took him on a permanent detour. Years later, when I heard about Frankie’s overdosis, the end of another short, sad life, I felt a chill race up my backbone. It could’ve been me. It almost was me”.
 
 
Dion met Mort Shuman en Buddy Holly
 
 
Laurie Records bracht Dion in contact met Mort Shuman, die samen met Doc Pomus heel wat sterke songs uit zijn pen deed vloeien. Een van die nummers was ‘Teenager in Love’, dat in eerste instantie belandde op het album ‘Presenting Dion and the Belmonts’.
   Dion was onder de indruk van de capaciteiten van Shuman, van Poolse afkomst. “He is a real original, the first professional songwriter that I ever hung out with and an amazingly talented guy. He had a photographic memory, spoke more than fifteen languages and sang in even more. He’d take a guitar and suddenly become a flamenco virtuoso, or sit down at the piano and transform himself into a Mississippi blues master”.
   Shuman schreef niet alleen ‘Teenager in love’ voor Dion en the Belmonts, maar ook bijvoorbeeld ‘Lonely Avenue’ (Ray Charles, 1956), ‘Turn me loose’ (Fabian, 1958), ‘Save the last dance for me’ (Drifters, 1960), ‘Surrender’ (Elvis Presley, 1961), ‘Little Children’ (Billy J. Kramer, 1964) en ‘Love’s just a broken heart’ (Cilla Black, 1966). In 1971 bracht Shuman ‘Le Lac Majeur’ zelf naar de top van de Nederlandse top 40.
   'Teenager in love’ was eigenlijk bedoeld voor het idool Ricky Nelson, als opvolger van diens hit ‘Poor Little Fool’, vertelde Dion in zijn autobiografie.
 
Door het succes stroomde het geld binnen bij Dion DiMucci: “More money than I’d ever seen in my life”. De 19-jarige zanger deed in het klein wat Elvis eerder in het groot gedaan had. “I bought my parents a big Buick and moved them into a beautiful split-level house in White Plains”.
   Drugs hielden hem in zekere zin op de been. “Smack was the silent partner in everything I did – a way to regulate and control a hectic scene. I depended on it to make things sane. Or just to make things go away. Although Susan and the Belmonts knew about my habit and I knew it worried them.
   I was using regularly, and not just heroin. Grass, pills, booze, they all had their purposes”.
   De kalender met aantekeningen over zijn ‘gebruik’ hing niet meer aan de muur, liet hij in 1988 afdrukken. “I didn’t want to remind myself of what I was doing anymore. Something that sounded like my mother’s voice kept whispering in the back of my brain. If you’ve got it so good, why are you a junkie?”
 
Begin 1959 ging Dion op toernee met Buddy Holly, Ritchie Valens en de Big Bopper. Hij was de enige topper die niet verongelukte, beschreef hij in een apart hoofdstuk van zijn autobiografie. Of Buddy Holly eveneens aan de middelen was, daarover geen woord in het boek. Wel dat hij en de drie jaar oudere artiest het goed met elkaar konden vinden. Ze kropen zelfs bij elkaar onder een deken als de verwarming in de bus het begaf. “Holly and I used to climb under a blanket together to keep warm. Through the dark hours we would tell each other stories. Him about Lubbock, me about the Bronx. I could always get a laugh out of him”.
 
 
Rehab
 
 
Dion was niet de enige artiest die best-sellers maakte voor het Laurie-label. Ook Rocco Granata (‘Marina’), Gary U.S. Bonds (‘New Orleans’), Jarmels (‘Little bit of soap’), de Chiffons (‘He’s so fine’) en anderen hadden er hun successen. Maar Dion was wel de meest constante hit-artiest voor het label. Daarom was het moedig dat directeur Alan Sussell, die besefte hoe erg het met DiMucci gesteld was, hem het advies gaf er een tijdje uit te stappen.
   In zijn boek vertelde Dion dat hij in 1960 met zijn drugs-probleem niet naar zijn vader durfde te stappen. “I couldn’t go to my own dad. He would never understand. So I picked someone else, someone I could respect like a father”.
   Na een plaatopname had het tweetal een lang gesprek. Sussell greep in. “That same night he got on the phone, making calls until he found out the best hospital around to take care of my problem: The Institute of Living in Hartford”.
 
 
312 5 Institute of Living
Institute of Living, Hartford
 
 
Sussell bracht Dion meteen zelf naar het rehab-centrum. Dion: “We were up first thing the next morning, driving up the lush Connecticut countryside. This is first, Alan said, as we pulled into the gates of this huge, well-tended estate, more like a country club than a hospital. Forget the records, forget the concerts. Forget everything. It’ll all be waiting for you when you get back. Just get well”.
   Dion DiMucci was niet de eerste ‘celebrity’ die zich er liet behandelen. Judy Garland en Bing Crosby waren hem vóórgegaan, wist hij.
 
Achteraf bekeken ging het wel erg snel. Dion zag zijn verblijf als een gedwongen uitje, een ‘enforced vacation’. Ontspannen was er niet bij. “Below the calm surface I was still totally out of control. There was a raging blindness inside me, making me walk through walls and over people like they didn’t exist”.
   Het was een onwerkelijke situatie voor het tieneridool. “There I was, sitting in a lawn chair in pajamas and slippers, while nurses and attendants made sure I was comfy, learning to play chess with the other ‘patients’, and all the time ready to explode".
   De explosie liet niet lang op zich wachten. “One night some aide looked at me the wrong way and before I even knew what I was doing, I decked him with a punch that knocked out a dozen teeth. The guy never had a chance”.
 
Terwijl Dion probeerde zijn gezondheid in het reine te brengen, bracht Laurie Records achter elkaar singles uit van het eerder opgenomen album ‘Presenting Dion and the Belmonts’. Hun versies van ‘In the still of the night’ en ‘When you wish upon a star’ werden hits.
   ‘Where or when’ haalde zelfs een top 3 notering in Amerika. Dat was beter dan ‘I wonder why’ en ‘Teenager in love’! ‘Where or when’, een Rodgers & Hart-song uit 1937 had Dion min of meer tegen zijn zin op instigatie van Laurie Records gezongen. Op 27 februari 1960, kort voor zijn verblijf in het instituut had hij het samen met de Belmonts nog geplaybacked in het populaire tv-programma van Dick Clark.
 
 
Solo
 
 
Als je de autobiografie leest, kwam er maar weinig terecht van de behandeling. Toch werd Dion na enige tijd genezen verklaard. “Weeks passed in a kind of haze before the guys in the white coats finally pronounced me cured. I walked out of the institute clean for the first time in years”.
   Binnen een mum van tijd verviel de zanger van de grote hit ‘Where or when’ in zijn oude levensstijl. “Inside of a week I was polluted again, making up for lost time and back into the whirlwind that was waiting for me, just like Alan Sussell said".
   In feite was hij er eerder op achteruit gegaan, moest Dion bekennen. “Nothing had changed except some part of me deep inside, that maybe grew a little colder, a little more alone”.
  
Op de andere leden van de groep was Dion, inmiddels 21 jaar, uitgekeken. “The Belmonts and I had been together day and night for almost a year and even though I spent a lot of time with them, we weren’t really close”.
   Dion besloot op de solo-toer te gaan. “It was time for me to step out on my own”. Contractueel was dat niet moeilijk. “Leaving the group would be no legal hassle. When I’d first brought them off the streets I had them signed to a contract separate from mine”.
   Het viel echter niet mee om afscheid van zijn Italiaanse makkers te nemen. “There were ties between us stretching back to the neighborhood. I knew how good they really were and had come to count on their polish. It was scary to think about leaving all that behind me”.
   Toch hakte hij de knoop door. “I knew we were going in different directions. And there were lots of other people around telling me the same. All of them very persuasive”.
 
Door met de Belmonts te breken was Dion ook van het zoete repertoire af. Hij wilde geen nieuwe Frank Sinatra worden. “I preferred rock & roll”, waren zijn woorden.
   Om zijn zaken te regelen trok de zanger bovendien een manager aan: Sal Bonifetti uit Brooklyn, jong, ambitieus en een echte vechter.
 
 
Inspiratie van Bobby Bland en Del Shannon
 
 
In 1961 ging Dion samen met zwarte artiesten op toernee – onder hen Little Willie John (‘Fever’, 1956) en Bobby Bland (‘Turn on your love light’, 1961). Vooral van die laatste was hij onder de indruk. “Man, I really dug Bobby’s action. He hired a guy to comb his hair, another one to do his nails. Everything about the guy was an acknowledgement that, yes, it was good to be a star. Very good, indeed”.
   De blanke artiest Del Shannon inspireerde hem om zelf zijn repertoire te schrijven. Del was doorgebroken met ‘Runaway’. Hij had zo zijn ideeën over hoe je de tekst van een song moest schrijven. “Del said you had to get girls feeling sorry for you, make them want to lay your head on the shoulder”. Met dat voor ogen had hij ‘Hats off to Larry’ gecomponeerd als opvolger van ‘Runaway’.
   Dion, die met Shannon optrok en hem bewonderde, wilde bewijzen dat het ook anders kon. “I wrote ‘Runaround Sue’ to prove it. It was the winter of 1961 and I had my first number one hit”.
   DiMucci schreef ‘Runaround Sue’ niet alleen. In die tijd werkte Dion samen met Ernie Maresca, evenals hij zelf uit de Bronx in New York afkomstig. In de studio werkte Dion met de Del Satins als koortje – eveneens uit de Bronx. 
   ‘The Wanderer’ uit 1961, uit de pen van Maresca afkomstig, leverde de solo-zanger opnieuw een superhit op. De hits volgden elkaar nu voor Dion en zijn platenmaatschappij Laurie: ‘Lovers who wonder’ en ‘Little Diane’ in 1962, ‘Love came to me’ en ‘Sandy’ een jaar later. Manager Bonifetti organiseerde tevens promotie-toernees in Zuid-Amerika, Australië en Europa.
 
 
Een nieuw contract, nu bij Columbia (CBS) Records
 
 
Het succes maakte Dion niet gelukkiger. Integendeel zelfs, als je de autobiografie leest. Ver van huis voelde hij zich eenzaam en gefrustreerd. Vooral zijn verblijf in Montevideo (Uruguay) maakte hem depressief.
   Dion was niet altijd trouw. Bovendien verdacht hij Susan ervan wat te intiem te zijn met de zanger Tony Orlando (‘Halfway to Paradise’, 1961). Zijn huwelijk, op 25 maart 1963, was een soort vlucht. Susan had maar twee mensen uitgenodigd, een tante en vader Jack. Van de kant van DiMucci was de hele Italiaanse familie van de partij. “I had five hundred relatives on my side”.
 
Over geld hoefde Dion zich geen zorgen te maken. En al helemaal niet toen de grote platenmaatschappij Columbia (CBS) hem onder contract wilde nemen. CBS had tot dan toe weinig binding met rock-muziek. Ze hadden Elvis Presley aan zich voorbij laten gaan. Het opzetten van eigen acts leverde nauwelijks iets op. De lancering van de Collins Kids bijvoorbeeld ging ongemerkt voorbij. Dan maar een grote act kopen, dat was/is vaak de redenering bij conservatieve platenmaatschappijen. DiMucci kwam in beeld.
   Dion: “Columbia was the top recording label in America, accustomed to starting their new artists with a breakthrough and building from there”. Dat was het bedrijf niet gelukt met popmuziek. “I was the first rock & roll artist signed to the label. As Laurie Records’ biggest star, I sometimes got the feeling I was carrying the company. There was no question who was on whose shoulders at Columbia”.
   Goddard Lieberson, de grote baas van Columbia, was bereid een veelvoud te betalen van het bedrag waarmee zijn bedrijf eerder Elvis Presley had kunnen binnen halen. Dion: “This was the big time. I was getting $ 100,000 a year guaranteed, whether I sold a record or not”.
 
 
312 6 Dion met Goddard Lieberson
 Dion met Goddard Lieberson (uit autobiografie)
 
 
In het begin ging het fantastisch bij Columbia. Dions versies van de Drifters-hits ‘Ruby Baby’ en ‘Drop Drop’ stegen door tot aan de top van de Amerikaanse hitlijsten. Dat gold ook voor ‘Donna The Prima Donna’, een song uit de pen van hem zelf en opnieuw Ernie Maresca.
 
 
Ommekeer
 
 
In 1964 kwam de ommekeer. De Beatles, Rolling Stones en andere Britse groepen namen de dominante positie van Amerikaanse rockers over in de VS. De eigen idolen verdwenen uit de top van de charts. Dat gold eveneens voor Dion.
   Amerikaanse artiesten schakelden over op middle-of-the-road repertoire. Of ze gingen op zoek naar een nieuwe aanpak. Bob Dylan kwam voor de dag met ‘protest songs’. De Byrds lanceerden West Coast country-rock. Grace Slick, de nieuwe zangeres van Jefferson Airplane, veroverde de wereld met drugs-georiënteerd repertoire als ‘White Rabbit’.
   Dion zocht zijn heil in een eigen bewerking van blues en rhythm & blues. Dat leverde weinig op voor hem zelf en zijn platenmaatschappij. De aandacht daar die naar hem was uitgegaan toen hij zijn contract tekende, verdween onmiddellijk toen verder succes uitbleef. Veel van het materiaal dat hij er opnam werd zelfs niet meer uitgebracht. Ondanks het hoge voorschot dat jaar in jaar uit aan hem werd uitbetaald gebeurde er weinig of niets.
 
In de verhalen uit die tijd in de autobiografie van Dion ontbreekt het dan ook niet aan referenties over zijn activiteiten als gebruiker. “By 1964 I was using every day, mainlining smack and dabbling in amphetamines, doing lots of grass, lots of wine. I was in an underground parking lot acting like a junkie”.
   Het ging van kwaad tot erger. “As suddenly as they’d come, the hits dried up. Musical tastes were changing. I was starting to drift further and further out on the tide of drugs. It happens to the most careful addict – after a while you start to nod and mumble and forget what it was you ever wanted in the first place”.
   Bij optredens ging het wel eens fout. Je kon er niet van op aan dat hij zou komen opdagen, en zo ja, in welke staat. Dion trok zich steeds meer terug in wat hij met een ‘Swiss chateau’ omschreef. Daar kwamen zijn ‘vrienden’ met het meest geavanceerde spul. “I’d invite all the musicians from the Village, along with the local painters, sculptors, and writers and, more than not, they’d bring along the hip new drugs – LSD, mescaline, magic mushrooms. The days of 1966 were the bleakest in my life”.
 
Langzaam maar zeker besefte Dion dat er echt iets moest gebeuren. Het kostte de voormalige ster echter zeer veel moeite om ergens behandeld te worden. “The pros refused to take me on. I made the rounds of hospitals, looking for someone, some program, to build a bridge over the abyss. But no one in their right mind would accept a junkie in my advanced state of decay”.
   Toch werd hij nog geholpen. “When I finally talked Mount Sinai Hospital into admitting me, I was on the far side of desperate”.
  
 
Geslaagde come-back: ‘Abraham, Martin and John’
 
 
Dion vond hernieuwde kracht in zijn  geloof. Hoofdstuk 15 van zijn boek begon de artiest met: “They say God works in mysterious ways, His wonders to reveal. Who am I to argue? He could have grabbed me by the collar and jerked me into reality any time He wanted. He could have short-circuited my selfishness and turned me into a saint on the spot, right here in the psycho ward or on the road to Nyack. Let’s face it. He could have done anything He wanted. But what He chose to do was what worked the best. I guess that’s why He’s God and we’re us”.
 
Dion kwam er weer boven op, liet hij in 1988 afdrukken. “Angels were waiting in the wings. I’d swear it was true”. Het gevallen idool wist zich los te maken van multinational Columbia/CBS en ging terug naar het kleine bedrijfje waar hij begonnen was. “Phil Gernhard, a producer for Laurie Records, brought me a song by a writer named Dick Holler, who was looking to get his music recorded”.
 
 
312 7 Abraham Martin and John
Abraham, Martin & John (uit autobiografie)
 
 
In eerste instantie zag Dion ‘Abram [Lincoln], Martin [Luther King] and John [F. Kennedy]’ niet zitten. Zijn schoonmoeder wist hem evenwel te overtuigen dat hij met dat nummer een comeback moest maken. “‘That song is the truth, Dion’, she said, and the strength of that conviction brought me back to listen again”.
   Dion na afloop: “There was no big fanfare, no five-year contract for six-figure sums. Like in the old days, we just agreed to let it out, work it a little, and see what happened. By November [1968], ‘Abraham, Martin and John’ had reached number four on the charts. It was my tenth Top Ten single”.
   Dion DiMucci vond zijn geluk in zijn gezin (Susan, zijn vrouw, en dochters: Tane, Lark en August) en, zoals gezegd, in zijn geloof. “I started seeing singing, writing, and playing, as my unique gift from God, meant to be used”.
 
 
Dion DiMucci nu
 
 
Dion, inmiddels op gevorderde leeftijd is nog steeds actief als artiest. Op YouTube kun je dat goed volgen. Met Paul Simon maakte hij onlangs een nieuwe single, ‘New York is my home’.
   De opnamen die Columbia toentertijd niet wilde uitbrengen verschijnen alsnog op de muziekmarkt. Steve Marinucci in Billboard over ‘Kickin’ Child: The Lost Album 1965’: “The 15 songs on the album were recorded during Dion’s time at Columbia Records in sessions that started in spring of 1965 and intensified during September and October with a group called The Wanderers, which included The Belmonts’ Carlo Mastrangelo of drums. Columbia didn’t release the full album but put out a few songs, including the title track, as singles.
   Dion, 77, tells Billboard that hearing the full album again recently erased a lot of negative feelings about it being passed over by the label. ‘I just forgot about this album’, Dion says. ‘There were a lot of bad relationships that got very convoluted up at Columbia with me, what they expected from me’”.
   Het album was geproduceerd door Tom Wilson, die eveneens werkte met Bob Dylan en Simon & Garfunkel. Op de cd, behalve eigen repertoire, ook drie songs van Bob Dylan en ‘All I want to do is live my life’, een nummer van Mort Shuman.
 
In het Billboard-artikel gaf Dion, nu 78 jaar, zijn mening over een en ander. “Dion says he looks back with fondness on the Laurie Records songs, like ‘A Teenager in Love’, ‘The Wanderer’ and ‘Runaround Sue’. ‘Those were fun making and they’re still fun to listen to. I think they’re great records, I really do. They’re perfect records, in spite of all the flaws’, he says.
    I can’t tell you the first time we put that together acapella, a rendition of it. It was like heaven. It was like four guys singing four different things. And it was like a carousel in heaven. It was unbelievable. It was a defining moment in my life. I was 17 years old. It was incredible. So I have very fond memories. That’s all good. I love that people received it, appreciated it and enjoy it till this day. I’m happy about all that. I’m a blessed man. Singing is like praying twice’.
    And he’s very glad the public will now get to hear ‘Kickin’ Child’. ‘I’m just happy that they decided to release it in its original form. It just kind of slipped through the tracks and was sitting there. I’m just grateful to Sony [kocht CBS] and Norton [die het album op de markt bracht] for rediscovering it and putting it out as is. It was like a piece of me that was lost back there in a way. And it kind of puts the diary in place. It fills in the movie, the story’, he says”.
 
In de kluizen van Sony [Columbia] bevindt zich, dat is inmiddels duidelijk, nog veel meer materiaal van Dion uit die tijd.
    Dion is nog niet uit de picture...
 
 
312 8 Dion met Susan Kickin Child
 
Harry Knipschild
22 november 2017
 
Clips
 
* Hank Williams, I'm so lonesome I could cry, uit 1949
* The man with the golden arm, speelfilm , 1955
* Frankie Lymon & the Teenagers, Why do fools fall in love, 1956
* Dion & the Belmonts, I wonder why
* Dion & the Belmonts, Teenager in love, 1959
* Dion & the Belmonts, Where or when, 1960
* Dion, Ruby Baby, 1963
* Dion, Abraham, Martin & John, 1968
* Lou Reed, Rock & Roll Hall of Fame: Dion DiMucci, 1989
* Paul Simon en Dion DiMucci, Runaround Sue
* Fort Sumter, 2011
* Institute of Living, Hartford, 2013
 
Literatuur
 
‘Tragedy fails to halt GAC ‘Winter Show’’, Billboard, 9 februari 1959
‘Dion & the Belmonts, op blote voeten’, Tuney Tunes, juli 1960
‘Laurie shows higher gross’, Billboard, 13 januari 1962
June Harris, ‘Dion and Buzz [Clifford] have a swinging day in Britain’, Disc, 15 september 1962
‘Dion single as anti-drug pitch’, Billboard, 13 juni 1970
Sam Howe Verhovek, ‘A wanderer. Dion returns to his roots’, New York Times, 19 juni 1987 
Dion DiMucci, David Seay, The Wanderer. Dion’s Story, New York 1988
Harry Knipschild, 'Dion DiMucci over Buddy Holly', website Harry Knipschild, 237, 21 september 2015
Steve Marinucci, ‘Dion Talks Lost 1965 Album & His Decision to Release It 52 Years Later’, Billboard , 20 maart 2017