Zoeken

 
 
Als je tegenwoordig de top 40 bestudeert constateer je dat op steeds meer hits de computer in plaats van de gitaar dominant aanwezig is. Zijn we soms aan het einde van het (elektrische) gitaar-tijdperk?
   Vóór en na de Tweede Wereldoorlog was het allemaal anders. Grote orkesten zorgden voor vertier. In een hoekje zat wel eens een gitarist, die je meestal nauwelijks hoorde. In de eerste jaren van de popmuziek (rock & roll, jaren vijftig) was het de saxofoon die meestal voor de ‘opwinding’ moest zorgen. Jerry Lee Lewis en Little Richard introduceerden in die tijd de rockende piano.
   Natuurlijk had je goede gitaristen, met name in de jazz en (rhythm &) blues. Maar pas later werd de gitaar bepalend in de popmuziek. Eerst vanuit Amerika met Bill Haley (Danny Cedrone, Frank Beecher), Elvis Presley (Scotty Moore) en Eddie Cochran. Vanaf de jaren zestig, het tijdperk van de opkomst van vooral Britse ‘groepen’ is de gitaar bijna niet meer weg te denken. Hank B. Marvin, Keith Richards, Jimmy Page, Jeff Beck, Ritchie Blackmore, Rory Gallagher, Peter Green, Jimi Hendrix, Eric Clapton, Mark Knopfler, er is een eindeloze rij ‘gitaar-helden’, tot op de dag van vandaag.
   Maar zo lang het duurt. Zo zijn ook al die orkesten van vroeger (zoals Glenn Miller en de gebroeders Jimmy en Tommy Dorsey – in Nederland: de Ramblers) verdwenen. Dat was in de jaren dertig ondenkbaar.
   In deze tijd, de tijd van het individualisme, kun je met één persoon en één apparaat simpel doen waar vroeger een tientallen personen tellend orkest of een popgroep van een man of vier, vijf, voor nodig was. Als je in je eentje succes hebt, staan er soms honderdduizend mensen van je muziek te genieten en er op mee te springen.
 
 
Veranderingen en technische vooruitgang
 
 
269 1 Nat King Cole Natalie Cole.
 Nat en Natalie Cole
 
 
De techniek is nog op een andere manier voortgeschreden. Het is mogelijk om muziek van tientallen jaren geleden te bewerken. Zo nam Natalie Cole in 1991 een duet met haar in 1965 overleden vader Nat ‘King’ Cole op: ‘Unforgettable’.
   Een ander voorbeeld van de (technische) vooruitgang is ‘A little less conversation’ van Elvis Presley. Het korte nummer werd op 7 maart 1968 als opvullertje op tape vastgelegd met pianist Don Randi, bassist Larry Knechtel, drummer Hal Blaine en gitarist Al Casey – voor de film ‘Live a little, love a little’.  
   Veel indruk maakte ‘A little less conversation’ niet. Maar toch wel een beetje, toen het als b-kant van de single ‘Almost in love’ in september 1968 op de markt verscheen. De a-kant kwam niet verder dan positie 95, de b-kant bereikte op 17 oktober 1968 een 69ste plaats.
   In Europa was Presley op dat moment bijna vergeten, zeker bij de nieuwe jeugd. In de poll van Hitweek in 1968 werd Bob Dylan uitgeroepen tot beste zanger, vóór Otis Redding, Van Morrison, John Mayall en Mick Jagger. In de top 20 van die poll kwam het voormalige idool (in tegenstelling tot Cliff Richard) niet (meer) voor.
 
 
269 2 Almost in love A little less conversation
 
 
Tom Holkenborg
 
 
Elvis had niet alleen een Nederlandse manager (Dries van Kuik, uit Breda, die zich Colonel Tom Parker noemde). Het was onze landgenoot Tom Holkenborg (geb. 8 december 1967, Lichtenvoorde) die in 2002 met de tamelijk onbekende song ‘A little less conversation’ de in Tupelo geboren artiest weer eens terugbracht naar de top van de hitlijsten. Dat deed hij door de oorspronkelijke opname digitaal te bewerken.
   Aan Rob van Scheers vertelde Holkenborg dat hij de muziek van Presley al vroeg te horen kreeg. “Thuis in Lichtenvoorde werd ik door mijn vader doodgegooid met Elvis. Het zat er al vroeg in. Hij is nog eens bijna van school getrapt omdat hij zo’n kuif als Elvis had.
   Mijn liefde voor muziek heb ik niet van een vreemde. Mijn liefde voor Elvis ook niet. Wat mij altijd in hem heeft aangesproken, zelfs als klein jongetje, is dat je hoorde hoe hij de grenzen aan het verleggen was. Elvis wist zijn eigen geiligheid, zijn eigen mannelijkheid, in zijn muziek te leggen”.
   Tom had een duidelijke voorkeur: “Als het om Elvis gaat neig ik – net als mijn vader – naar liedjes als ‘Jailhouse Rock’ en ‘Heartbreak Hotel’. Toch kan ik ook kippenvel krijgen van ‘Love me tender’”. Allemaal liedjes uit de jaren 1956-1958.
   Vader Ben Holkenborg was niet alleen fan. Hij manifesteerde zich bovendien als dj, nog voordat die term in Nederland opgang maakte. “Met zijn vriend kocht hij in de jaren vijftig een bandrecorder. Op hun brommertje reisden ze daarmee feesten en partijen af in de Achterhoek”.  
   Een latere bron van muzikale inspiratie was de film ‘Saturday Night Fever’ (1977).
 
Tom had gevoel voor muziek, vertelde hij in 1999 aan Erik van den Berg – voor een artikel in Oor. “Ik kon achter de piano van mijn zusje gaan zitten. Na drie weken pielen kon ik goed piano spelen. Mijn moeder drukte me eens een viool in m’n handen. Ik oefende wat en toen ze me voor de lol meenam naar viool-les, zei de leraar: ‘Die jongen is een natuurtalent’. Toen ik elf was, kreeg ik een drumstel. Zelfde verhaal. Ik ging zitten en kon in no time drummen”.
   Naar eigen zeggen werd het jongetje ‘spartaans’ opgevoed. “Van buitenaf leek het een happy family. Mijn vader werkte in een gasfabriek. Maar hij kreeg een auto-ongeluk en werd arbeidsongeschikt. Mijn moeder had zo haar opvattingen over het leven. Ze verschafte zich een zekere vrijheid – ze had haar eigen vriendinnen. Dat leidde dat tot een scheiding.
   Door alle ellende thuis gingen de buren zich intensief met mij bemoeien. Om negen uur ’s avonds werd in mijn kamer de stroom afgesloten, zodat ik niet meer kon lezen, knutselen of naar muziek luisteren. Ik werd op allerlei manieren aan banden gelegd”.
 
De combinatie muziek en techniek ging een rol in zijn leven spelen. “Ik wilde graag naar de HTS. Ik was al veel bezig met solderen en zo. Radio’s, versterkers. Ik speelde nog geen gitaar maar had wel een versterker gebouwd. De HTS lukte niet. In Leeuwarden ging ik in een jeugdsociëteit werken, waar ook bands repeteerden. Zo kwam ik in aanraking met muziek op een ‘hoger’ niveau. Vervolgens in een muziekwinkel gewerkt, een jaartje conservatorium gedaan, rechten gestudeerd en ten slotte in Weekend at Waikiki terecht gekomen.
   Vanaf mijn zeventiende heb ik enorm alert geleefd: als het ene niet kon, dan maar het andere. Ik was constant bezig en heb zelf uitgezocht wat mijn waarde was”.
 
 
Popmuzikant
 
269 3 Weekend at Waikiki
Weekend at Waikiki
 
 
Als ‘teenager’ sloeg Tom dus een andere muzikale richting in dan zijn vader. Hij werd lid van de popgroep Weekend at Waikiki (opgericht in 1983), die zich liet inspireren door onder meer Frank Zappa, David Bowie, Devo en de Talking Heads. Hits kwamen er niet. Weekend at Waikiki maakte wel toernees in landen van het Warschau-pact. Dat werd en wordt in de media nog steeds met een positief kleurtje vermeld. Hetzelfde geldt voor acts die op Cuba, een andere communistische dictatuur, optraden.
   In de jaren negentig was Holkenborg bovendien actief in het digitaal bewerken van de muziek van anderen. Hij maakte zelfs een house-bewerking van de stem van de Dalai Lama, die door Chris Hinze was vastgelegd. Hinze in 1994: “Daar is hij specialist in, en op die manier bereik je toch eerder de jeugd. Dat wil de Dalai Lama ook. Hij ziet in dat je op deze wijze via de moderne media een generatie benadert, die anders zijn boodschap nooit hoort. Nu kan men in de disco’s housen op de woorden van de Dalai Lama”.
 
 
Doorbraak
 
 
Eind jaren negentig opereerde Holkenborg onder de naam Junkie XL (XL: expanding limits). Dat sloeg volgens hem onwaarschijnlijk snel aan. “Ons derde optreden was meteen al voor 12.000 man. In het voorprogamma van The Prodigy. Op twee concerten na was de complete Junkie XL-toernee uitverkocht. Dat was bijzonder. Gewoonlijk heb je eerst een aanloopperiode en vervolgens breek je door. Of niet”.
   Het leek wel of het allemaal vanzelf ging. Dat was schijn liet Tom in Oor afdrukken. In zijn studio, waar hij Erik van den Berg te woord stond, wees Tom naar de leren driezitsbank: “Je moest eens weten hoe vaak ik daar compleet naar de klote heb liggen gaan en het helemaal niet meer zag zitten”. Gelukkig was dat niet altijd het geval. “Op andere momenten hoorde ik een track van mezelf en kon ik de hele wereld weer aan. Het gaat voortdurend op en neer”.
   De studio van Holkenborg was niet erg inspirerend, bekende deze later: “In Amsterdam werkte ik in een kelder en zag ik de hele dag geen zonlicht”. Hij kreeg hartklachten.
   De onzekerheid was in 1999 niet weg. “Ik heb er nog steeds last van. Het probleem is: van kind af aan heb ik altijd het gevoel gehad dat ik niks kon. Terwijl iedereen zei: ‘Man, je hebt zo veel talent en je kunt zo veel’”.
 
 
269 4 Junkie XL 1999.
 Junkie XL in 1999 (Oor)
 
 
Holkenborg begreep dat het soort muziek, dat hij maakte en gebaseerd was op computer-techniek, iets extra’s nodig had. Hij was altijd op zoek naar emotie, naar harmonieën: “Mooie ontroerende harmonieën. Ook in andermans werk. En dan maakt ’t niet uit of het om ‘Appetite’ van Prefab Sprout, ‘Love like blood’ van Killing Joke, ‘Penny Lane’ van de Beatles of iets van Pink Floyd of Helmet gaat.
   Teksten zijn heus wel belangrijk, maar niet in mijn luisterervaring. Ik hou meer van de intentie waarmee iets gezongen wordt. In mijn eigen muziek probeer ik daar ook op te letten. Er moet warmte in zitten”.
 
 
WK voetbal 2002
 
 
Aan Rob van Scheers vertelde Holkenborg hoe het verder ging. ‘A little less conversation’ van Elvis Presley was dankzij David Holmes opgedoken in de film ‘Ocean’s Eleven’. Tom: “Je hoort dat verhaal zelden, maar de componist van die film, David Holmes, verdient veel krediet voor de herontdekking van ‘A Little Less Conversation’”.
   Het internationale reclamebureau Wierden + Kennedy pakte het estafette-stokje op. “Glenn Cole van dat bureau kwam naar mijn studio in Los Angeles en vroeg om advies. Bij het bureau speelden ze met het idee om het nummer te gebruiken voor een reclamespot van Nike.
   De aanleiding was het WK voetbal van 2002. Regisseur Terry Gilliam had een spectaculair filmpje gedraaid met beroemde voetballers, onder wie Thierry Henry, Frencesco Totti, Roberto Carlos, Ronaldo en Luis Figo. Eric Cantona trad op als spreekstalmeester. Ze hadden verschillende muziekstukjes geprobeerd, maar die werkten niet. Vervolgens kwamen ze bij mij aankloppen. Nike en ik hadden al enige tijd een werkrelatie. Ik was benaderd voor muziek bij hun commercials voor de Olympische Spelen van 2000, en dat was allemaal goed gegaan.
   ‘O, maar met die track kan ik wel iets’, riep ik in mijn overmoed.
   Nou, dat wilden ze wel eens zien.
   Het was een uur of twee in de middag, en ze vroegen me of ik nog vóór het avondeten al iets af kon hebben. Ik heb al mijn werk voor die middag terzijde geschoven, en ben als een waanzinnige aan de slag gegaan.
   Om zeven uur stonden ze weer op de stoep. De duimen gingen omhoog, ze waren hartstikke blij. Zo is dat hele proces gestart”.
 
 
.269 5 David Holmes
 David Holmes
 
 
Stoeien met Elvis
 
 
Even leek het er nog op dat een andere producer/artiest het project namens de platenmaatschappij van Elvis zou afmaken. Daar kwam echter niets van terecht. “Na twee weken kwamen ze al bij mij terug”.
   Er waren nog meer belanghebbenden. De familie van Elvis Presley (1935-1977) natuurlijk. De zanger, die formeel gescheiden was van Priscilla Beaulieu, had een dochter bij haar verwekt. De twee vrouwen hadden het na het de dood van Dries van Kuik (Col. Tom Parker, 1909-1997) voor het zeggen. De twee componisten van ‘A little less conversation’, Mac Davis en Billy Strange, moesten er eveneens mee instemmen dat een Nederlandse jongen hun song radicaal en digitaal bewerkte voor een Nike-commercial.
   Tom had een goede zakelijke begeleider. “Mijn toenmalige manager Barbara Biernat heeft zich over alle haken en ogen gebogen. Ik kon mij dus gelukkig op de creatieve kant van de zaak concentreren”.
 
Holkenborg: “De oorspronkelijke versie van ‘A Little Less Conversation” duurt precies 1 munuut 15. Het enige wat ik had was een opname in mono, de track van de sessie van 7 maart 1968. Daar moest ik het mee doen. Ik zag wel in dat het een boel geknutsel zou worden om Elvis naar de 21ste eeuw te brengen.
   Ik heb die oorspronkelijke opname helemaal aan stukken geknipt en er allerlei dingen omheen gebouwd. Met studiotrucs heb ik er stereo van gemaakt. Ik zette een ritme-track eronder en heb vrouwelijke vocalen toegevoegd. Blazers ook, en veel, heel veel gitaren. Met name die gitaar-lick uit het begin heb ik benadrukt. Daar boven op heb ik nog een handvol gekke spacegeluiden gelegd. En steeds maar weer testen of de stem van Elvis niet tenonder ging in deze zee van elektronisch geweld.
   Waar ik wel mazzel mee heb gehad is de opnamefilosofie uit die tijd [1968]. Ze knalden de zangstem altijd keihard in de mix, de band zelf werd naar de achtergrond gedwongen. Zo kon ik Elvis’ zangstem uit het origineel lichten, al was het met kunst- en vliegwerk.
   Stel je het als volgt voor. Je zat achter een mengtafel, en ieder schuifje vertegenwoordigde een ander element van de mix. Drums, bas, gitaren, blazers, vrouwelijke vocalen. En dan ging het schuifje van Elvis omhoog en hoorde je zijn stem. Prima, maar vervolgens kreeg je toch weer flarden van die vroege muziektrack er doorheen. Gekmakend irritant.
   Wat ik ontzettend leuk vond is dat Elvis op het origineel eerst in de lage registers bleef hangen en vervolgens bij het derde couplet helemaal losging. Dat swingeffect is natuurlijk hartstikke mooi. Ik heb dat moment ook keer op keer gebruikt, want ik moest mijn versie enorm oprekken. Stoeien met Elvis”.
 
 
269 6 Al Casey
Al Casey, gitarist op ‘A little less conversation’
 
 
Goedkeuring
 
 
Hoe zou het nu verder gaan?
   Holkenborg: “Ik kreeg het gevoel, dat ik iets aan het doen was wat niet door de beugel kon. Een vorm van moderne piraterij, want Elvis was immers niet fysiek aanwezig in de studio”.
   Toen zijn werk erop zat, was volgens Tom nog volstrekt onduidelijk wat er zou gaan gebeuren. “De erven Presley wisten van niets. Er waren al vaker elektronische muzikanten geweest die een remix van een Elvis-liedje hadden gemaakt, maar al die pogingen waren vervolgens rigoureus afgewezen.
   Ik had op dat moment bepaald niet het gevoel van: aan mij de eer om Elvis nieuw leven in te blazen. Het moest nog maar blijken of mijn remix wel goedgekeurd zou worden. De kansen daarop waren niet groot”.
   Gelukkig voor de jongeman uit de Achterhoek kwam het goed. “De eindversie van mijn reclame-remix werd eerst ter goedkeuring aan de directie van Nike voorgelegd. Pas daarna zijn ze naar de erven Presley gegaan om toestemming te vragen. Die is er gekomen, want de erven Presley bleken tot ons aller opluchting heel gelukkig met de remix. Dat was natuurlijk een enorme overwinning”.
 
 
269 7 Lisa Marie en Priscilla
Lisa Marie Presley en moeder Priscilla
 
 
De hit
 
 
De wereldkampioenschappen voetbal in 2002, gehouden in Japan en Zuid-Korea, werden gewonnen door Brazilië, dat Duitsland in de finale versloeg. Ronaldo maakte de winnende doelpunten.
   Nike werkte intensief met de commercial. “Die was”, hoorde Rob van Scheers, “op alle mogelijke tv-stations gaan draaien. Maar al snel nam de muziek het over van het filmpje. Er ontstond een enorme vraag naar de single. maar die single bestond nog helemaal niet. En dus begon het zakelijke getouwtrek weer van voren af aan. Ik maakte een aparte remix voor de plaat. Twee weken na de lancering van het filmpje verscheen mijn cd’tje op 25 juni 2002 in de winkels.
   Het effect was verpletterend, werkelijk verpletterend. Van Zuid-Amerika tot aan Japan, en van Europa tot aan Amerika, bijna overal kwam het plaatje in no time terecht op nummer 1 – in 24 landen om precies te zijn. Heel bizar. Van de single werden zo’n 2,5 miljoen exemplaren verkocht. Bovendien kwam het nummer eind september 2002 ook als bonustrack terecht op het album ‘Elvis 30 # 1 Hits’, waar wederom miljoenen exemplaren van zijn verkocht, want die cd schopte het tot nummer 1 in de Billboard Album Chart. Zo is het een van de grootste hits uit vijftig jaar popmuziek geworden.
   Alles kwam samen. De opwinding over het WK voetbal. De campagne van Nike, die een van de grootste ooit was. Dat filmpje moet wereldwijd duizenden malen zijn uitgezonden. Het feit dat Elvis precies 25 jaar dood was. En dat het nummer zo swingde in de nieuwe versie”.
 
 
Twee generaties
 
 
De digitale bewerking van de oude muziek van Elvis Presley gaf Tom Holkenborg mijns inziens [HK] terecht een zeldzaam gevoel van magie. “Het begon tot mij door te dringen dat het toch wel heel bijzonder geweest was om Elvis als eerste te mogen remixen. Het plaatje bleek generaties bij elkaar te brengen. De oudere Elvis fans vonden het prachtig, dat merkte ik vooral in Amerika. Maar in de rest van de wereld ging ook bij een hele generatie jongeren plots het dak eraf voor Elvis”.
   Misschien is het een kwestie van woorden, maar Tom had meer gedaan dan remixen. Aan de oorspronkelijke opname had hij van alles toegevoegd. In feite was hij zelf muzikant en zelfs mede-componist geworden. Junkie XL speelde een rol bij het inluiden van een nieuw tijdperk, dat van de digitale benadering van popmuziek. Met zijn aanpak van Elvis Presley stond hij, zou je kunnen zeggen, op een kruispunt van twee muzikale wegen.
   Historisch gezien is dat interessant.
 
 
Geld, muziek en eer
 
 
Veel geld verdiende Tom met het zo succesvolle project niet. Geen royalties bijvoorbeeld. “Financieel ben ik er niet enorm uitgesprongen. Ik schat dat ik er in totaal 100.000 euro voor heb gekregen, voor de muziek bij het filmpje, het cd’tje en een extra bonus achteraf incluis. Dat is niet veel voor zo’n wereldwijd succes. Maar ja, de rechten lagen elders, ik kreeg de eer.
   De bulk is vooral naar de muziekuitgeverij en de schrijvers gegaan, vermoed ik. Daar zou ik heel verbitterd over kunnen zijn, maar dat ben ik niet. Mijn naam werd ermee gevestigd, dat is net zo goed belangrijk”.
   Wat die eer betreft, had hij een mooi verhaal over het onmiddellijke effect van zijn hit. “Een van de gekste neveneffecten was dat Britney Spears tijdens haar grote Las Vegas show het programma opende met een cover van de Junkie XL-versie, in plaats van die van Elvis. Een cover van een cover zogezegd”.
   De naam Junkie XL begon iets te betekenen. “Prompt kreeg ik het aanbod om een heel album met Elvis-remixen te doen. Daar heb ik voor bedankt. Dan word je een zakenman. Het gaat mij in de eerste plaats om de muziek. Vervolgens werd ik benaderd voor een remix van ‘Strawberry Fields’. Ook niet op in gegaan. Voor mijn gevoel kwam dat te vroeg. Ik wilde daar liever nog vijf jaar mee wachten. Dan is dat Beatles-nummer bijna vergeten, en kun je er een hele nieuwe generatie mee verbazen.
   Ondanks zijn hit besloot Tom ‘A little less conversation’ niet meer live uit te voeren. “De impact van de Elvis-single was zo gigantisch dat ik daar liever even vandaan blijf. Ook al daarom raak ik het nummer bij mijn live-optredens niet meer aan. Ik zoek het nu meer in persoonlijke muziek”.
   Een bijzondere gedachte. Hoeveel topartiesten brengen hun ‘klassiekers’ jaar na jaar. Het publiek zit erop te wachten. Zelfs Neil Young, die er in zijn loopbaan niet voor terugschrok om zich steeds te vernieuwen bracht vorige maand in de Amsterdamse Ziggo Dome oude successen als ‘After the Goldrush’ en ‘Heart of Gold’. Als Paul Simon optreedt vraagt zijn gehoor om ‘Sounds of Silence’ (uit 1965), een song die recentelijk dank zij Disturbed opnieuw in de hitlijsten verscheen.
   Tom Holkenborg had andere gedachten. Zelfs het re-mixen van andere Elvis-nummers en Beatles-repertoire leek taboe te zijn. Maar dat kan ook een zakelijk karakter hebben.
 
Holkenborg vond het wel degelijk spannend om gevraagd te worden voor het maken van remixen. Uit zijn mond noteerde Van Scheers: “Vooralsnog reserveer ik de remixen nu voor meer actuele dingen. Ik heb ‘And then we kiss’ gedaan voor Britney Spears. En ‘Talk’ van Coldplay, en ik heb gewerkt met Depeche Mode aan ‘Enjoy The Silence’. Voor de Scissor Sisters heb ik het nummer ‘Mary’ onder handen genomen, en voor Fat Boy Slim de single ‘Weapon of Choice’”.
   De lijst van remixen is intussen verder uitgebreid met namen als Coldplay, Thé Lau, Tiesto, Madonna, Justin Timberlake en de Trammps. Ook de lijst met commerciële campagnes is gegroeid, met o.a. Heineken, Opel, Adidas, Grolsch en Visa. Tom maakte bovendien muziek voor computergames als ‘Need for Speed’, ‘The Sims’ en ‘SSX’.        
   De artiest werkte tevens aan een politiek doel. In 2006 schreef hij samen met Henny Vrienten het campagnelied ‘Neem mijn hand’ van de PvdA voor de Tweede Kamer-verkiezingen. Met de slogan ‘Samen sterker – werken aan een beter Nederland’ manifesteerde zich Wouter Bos.
 
 
Eigen biografie, anno 2016
 
 
269 8 Junkie XL foto bij biografie op eigen website
Junkie XL, zoals hij zich op zijn website anno 2016 presenteert
 
Als je anno 2016 naar de website van Holkenborg zoekt is die louter Engelstalig JunkieXL. Zijn Nederlandse naam wordt in zijn biografie wel genoemd. De naam van Elvis Presley is echter verdwenen.
   “Tom Holkenborg, aka Junkie XL, is a Grammy nominated and multi platinum producer, musician, and composer whose versatility puts him on the cutting edge of contemporary music, as well as in the vanguard of exciting new film composers.
   He is able to draw on his extensive knowledge of classical forms and structures while keeping one finger planted firmly on the pulse of popular music.
   When this eclectic background is paired with his skill as a multi-instrumentalist (he plays keyboards, guitar, drums, violin, and bass) and mastery of studio technology, a portrait emerges of an artist for whom anything is possible”.
 
Over zijn verleden meldt hij nu: “Holkenborg’s illustrious career started in the 1993 when he started industrial rock band Nerv and was also producing hardcore and metal bands like Sepultura and Fear Factory.
   Drawn by electronic breakbeats, he started Junkie XL in 1997 debuting with the album ‘Saturday Teenage Kick’. Holkenborg went on to produce 5 more albums under the moniker while playing headline shows all over the world.
   In 2002 the producer remixer scored a number 1 hit in 24 countries with his rework of ‘A Little Less Conversation’”.
 
 
Zaken, muziek en film
 
 
De prioiteiten van Holkenborg als zakenman lijken nagenoeg geheel te liggen op het terrein van de film. Als je afgaat op hetgeen hij in 2008 aan Arjan van Sorge vertelde over zijn Amerikaanse activiteiten is hij wel degelijk een zakenman georden: “Ik ben heel klein begonnen, in een studiootje van drie bij drie meter, met een computertje en twee speakertjes, echt heel low key. En dat is nu uitgegroeid tot een groot bedrijf met vijf mensen in dienst. Vijf studio’s”.
   “In 2013, Holkenborg created the music for the Relativity Media film, ‘Paranoia’. Shortly after, he was brought in by Zack Snyder, producer of ‘300: Rise of an Empire’. The momentum continued as Lionsgate, recognizing his talent, hired him for their new young adult film ‘Divergent’, based on Veronica’s Roth’s successful trilogy. Both movies gave Tom the honor of having worked on two worldwide box office Number 1’s in the span of two weeks of their release.
   Following the successful completion of ‘300’ and ‘Divergent’, Oscar winning director George Miller and his team hired Tom for the brand new installment of the Mad Max franchise. Tom was also called in to score the small UK independent film ‘Kill Your Friends’ and the Liam Neeson Action Thriller ‘Run All Night’ (March, 2015). While working on these two films, his long friend and mentor Hans Zimmer asked him to take care of the Batman music parts in the upcoming ‘Batman vs Superman’”.
 
Holkenborg heeft nu zowel een Nederlandse manager (Michiel Groeneveld) als een Amerikaanse vertegenwoordiger (Amos Newman, William Morris Endeavor).
   Van zijn grote onzekerheid, zoals in 1999 kenbaar gemaakt in het blad Oor, is in het levensverhaal waarmee Tom zelf naar buiten treedt, niets meer te merken.
 
Harry Knipschild
25 augustus 2016
 
Clips
 
 
Literatuur
 
Henk van der Meyden, ‘Chris Hinze’, Telegraaf, 5 november 1994
Erik van den Berg, ‘Junkie XL’, Oor, 16 oktober 1999
‘Junkie XL Dials Up A New ‘Broadcast’’, Billboard, 2 maart 2003
‘Junkie XL gaat terug naar de basis’, Metro, 2 april 2006
Joey Guerra, ‘Junkie XL takes a new direction’, Houston Chronicle. 10 mei 2006
‘Junkie XL maakt remix voor Madonna’, Dag, 21 maart 2008
Arjan van Sorge, ‘Junkie XL: ‘Dit is een van de mooiste tijden!’’, Fret Magazine, april 2008
Rob van Scheers, Elvis In Nederland, Amsterdam 2010
Harm Goustra, ‘’Saturday Night Fever’ was belangrijk voor Junkie XL’, Nu.nl, 30 mei 2012
Ralph-Hermen Huiskamp, ‘Junkie XL: ‘Het gaat erom of de regisseur vindt dat ik de spijker op zijn kop sla’’, 3 voor 12, 24 maart 2016
Peter Douma, ‘Neil Young in de Ziggo Dome’, Lust for Life, 10 juli 2016
‘Weekend at Waikiki’, website Poparchief Groningen, gedownload augustus 2016
Biografie Junkie XL, op zijn website, gedownload augstus 2016