Zoeken

 
 
Zeker de afgelopen paar weken heeft de mogelijke zaligverklaring van Mgr. Frans Schraven (1873-1937) heel wat media-aandacht gekregen. Vast staat dat de Nederlandse Lazarist en missiebisschop in oktober 1937 in China vermoord werd.
  Volgens de Mgr. Schraven Stichting werd hij om het leven gebracht omdat hij weigerde de vrouwen die naar de missiepost bij de stad Zhen Ding gevlucht waren als ‘troostmeisjes’ uit te leveren aan Japanse soldaten. Het bewijs voor die stelling heeft de stichting tot nog toe echter geheim gehouden. Blijft de vraag of dat bewijs wel bestaat. Waarom zou je het dan geheim houden?
 
   In hun eigen Annalen hebben de Lazaristen in 1938 een en ander over de moordpartij gepubliceerd. In een eerder artikel heb ik er aandacht aan besteed door lange verslagen kort samen te vatten.
 
 
45 1 dagboekdagboek van zuster Levallois (uit tijdschrift van de Lazaristen)
 
 
Een interessante historische bron over die woelige dagen in oktober 1937 is die van een van de vrouwen ter plekke. Zuster Levallois, overste van het huis op de missiepost waar de vrouwen zich verschansten, hield een dagboek bij.
  Die teksten zijn door de Lazaristen openbaar gemaakt. Ze geven een interessant inkijkje in wat zich afspeelde op de plaats waar een aantal westerlingen werd meegevoerd door waarschijnlijk mannen die in het kielzog van het Japanse leger meetrokken. Waarschijnlijk om indruk te maken droegen ze uniformen van Japanse soldaten.
 
 
7 oktober 1937
 
 
Op donderdag 7 oktober 1937 noteerde zuster Levallois (in het Frans): “Al verscheidene dagen hoorden wij vanuit de verte het gedreun van kanonnen. Wij wisten dat de stad zich voorbereidde op een krachtige verdediging. Steeds nieuwe vluchtelingen arriveerden. We hebben er 1.600 geteld, maar op het laatste moment is het aantal nog verdubbeld.
  Tegen vijf uur in de middag is het bombardement met een verschrikkelijke kracht begonnen. Wij bevonden ons tussen twee vuren. De granaten vlogen over onze hoofden en stortten tussen ons neer.
  Tegen half acht is een granaat op de veranda van de school gevallen. Als gevolg daarvan is een behoorlijk gedeelte ervan ingestort. Deuren, ramen, klaslokalen, slaapzalen, stukken van de muur, alles was vernield.
  Er brak paniek uit onder de arme mensen. Gelukkig waren er slechts drie lichtgewonden. Om acht uur was het weer rustig. ’s Nachts hoorde men het geschut opnieuw in de verte”.
 
 
45 2 zustergedeelte van het missietterrein
zustergedeelte van de  missie onder leiding van Mgr. Schraven
 
 
8 oktober 1937
 
 
“’s Morgens om zeven uur is alles in verhevigde mate opnieuw begonnen. Het leek erop alsof wij ons midden tussen de strijdende partijen bevonden. Zoveel granaatinslagen hadden we te verduren.
  Kort nadat we met eten begonnen waren viel een granaat pal naast de eetzaal. Het raam dicht bij de zuster die tijdens de maaltijd [religieuze] teksten voorlas werd verbrijzeld. Zuster Claire kwam helemaal vol te zitten. Maar ze is niet gewond.
  Gelukkig waren we uit angst weggevlucht. We hebben ons in de kapel weten te redden. De hele dag zijn we er niet uit geweest.
 
Toen vielen er onverwacht drie zeer grote granaten. Eén ervan kwam terecht op het kleine huis bij de gang achter de kapel van de Kinderen van Maria. De granaat heeft een vrouw en twee kinderen gedood. Een andere is gewond. Het zijn de enige slachtoffers uit de duizenden vluchtelingen die we onder onze hoede hadden.
  Een andere granaat is op het grote huis van de kinderen terecht gekomen. De [bovenste] verdieping was kort daarvoor ontruimd. Twee tussenruimtes zijn helemaal ingestort. Gelukkig was er niemand meer aanwezig. Vanaf de vroege ochtend zaten we in oude woningen bij elkaar met al die doodsbange kinderen.
 
Om u een idee te geven van hoe groot de ingeslagen projectielen waren (ons terrein zit helemaal onder de brokstukken) – we hebben een deel van een grote schroef gevonden die 1,9 kilo weegt, andere 500 en 600 gram, en zelfs een van 3,65 kilo. Alles bij elkaar weegt ongeveer 150 pond en men vindt nog meer”.
 
 
45 3 zusters en vluchtelingen getroffen
Tussen twee vuren, met alle gevolgen van dien
 
 
9 oktober 1937 (de dag dat de Europese missionarissen werden weggevoerd)
 
 
“Vanaf 3 uur ’s morgens begon het schieten opnieuw. Daarom kwamen enkele priesters om half vijf hun mis in onze twee kapellen opdragen. De kathedraal [kerk van bisschop Schraven] heeft nog weinig te verduren gehad. Er is een kleine granaat ingeslagen maar die is niet ontploft. Men is heel voorzichtig om die op te pakken en te verwijderen.
 
Om acht uur ’s morgens hoorden we van de Japanse overwinning, van de overgave van de stad. De Chinese troepen trokken zich naar het zuiden terug. Toen de Japanners de stad in kwamen was iedereen doodsbang. De mannen klommen over de stadsmuren en weken uit tot voor de kathedraal. We hebben heel wat te repareren. Bijna alle gebouwen hebben inslagen gehad. Wij hebben 814 granaten te verwerken gekregen.
 
De Japanse autoriteiten zijn door de notabelen van de stad begroet en uitgenodigd. Om vijf uur ’s middags zijn ze naar de residentie van Monseigneur Schraven gekomen die ze naar ons huis vergezeld heeft. De legerchef constateerde dat al onze kinderen bij elkaar in de kapel zaten te bidden. In slecht maar verstaanbaar Chinees heeft hij hun gezegd dat ze niet bang hoefden te zijn. De oorlog was afgelopen, enzovoort.
  Daarna maakten hij en zijn gevolg een rondje door het huis. Ze begaven zich naar het ziekenhuis waar ze enkele gewonde Chinese soldaten te zien kregen die wij er verpleegden. De Japanse chef leek welwillend ten opzichte van hen. Hij beloofde de soldaten de volgende dag de arts van het leger te sturen om hun wonden te verzorgen.
 
Na het verschrikkelijke bombardement dat wij gehad hadden dachten we dat er een eind gekomen was aan onze ellende. Het werd helaas alleen maar erger. Zaterdagavond tegen half negen kwamen vier gewapende soldaten kloppen op de poort van de weg naar de kathedraal. Onder voorwendsel dat ze op zoek waren naar verborgen wapens bevalen ze dat we zouden open doen.
  Anne-Marie, mijn medezuster, antwoordde dat men ’s avonds niet open deed. Dat er slechts vrouwen binnen waren en dus geen wapens.
  Door het kleine kijkraampje richtte een van hen een revolver op haar en dreigde haar te doden als ze niet open deed. Ze deinsde achteruit en kwam me waarschuwen. We zijn toen met z’n allen naar de kapel uitgeweken. Tot elf uur zijn we er gebleven. De schurken zijn nog lang doorgegaan met bonzen. Tegen half elf zijn ze vertrokken.
 
Het is echt een wonder hoe de Heilige Maagd ons beschermd heeft. Wij gingen slapen, maar bleven ongerust. Want men kwam ons vertellen dat men bij het vallen van de nacht twee priesters had zien vertrekken tussen vier gewapende soldaten in”.
 
 
10 oktober 1937
 
 
Ondanks het feit dat Mgr Schraven met een aantal westerse priesters de missiepost gedwongen hadden moeten verlaten werden de duizenden vrouwen en de zusters ongemoeid gelaten. De volgende ochtend kregen ze meer informatie. Langzamerhand werd het zuster Levallois duidelijk wat zich een dag eerder buiten het vrouwenverblijf had afgespeeld. Wat er met de verdwenen bisschop, Europese geestelijken en de Hongaar gebeurd was, wist niemand op dat moment.
 
“Op zondagmorgen, de volgende dag, kwam er om half zes geen priester om de mis op te dragen. Dat gebeurde pas om zes uur. De priester trilde nog helemaal. De vorige avond, vertelde hij, waren Monseigneur Schraven en de heren priesters nog maar net in de eetzaal aangekomen toen een twaalftal gewapende soldaten er ruw waren binnengevallen.
  Ze richtten hun geweren op Monseigneur en ieder van de priesters, verboden hen zich te bewegen, namen hun de servetten af en scheurden die in tweeën. De ene helft gebruikten ze om hun ogen te blinddoeken, de andere om de handen achter de rug vast te binden. Ze begonnen met Monseigneur en vervolgens met ieder van de priesters en Europese broeders. Vervolgens hebben ze hen meegevoerd. Ze lieten hen lopen zonder dat we konden zien waarheen.
 
 
45 4 Europeanen weggevoerd
Europeanen worden weggevoerd
 
 
Ze voerden de volgende slachtoffers met zich mee: Monseigneur, de paters Charny (overste), Ceska, Bertrand (procureur), Wouters, pater Emmanuel, Trappist, een Nederlandse en een Poolse broeder evenals een Hongaarse leek die in juni gekomen was om de orgels te repareren en die niet naar Peking had kunnen terugkeren omdat er geen treinen meer waren. Charny en Bertrand werden als eerste weggevoerd.
 
Alvorens hun slachtoffers, die al geblinddoekt waren, met zich mee te voeren vroegen ze aan een Chinese priester wie van de paters over het geld ging. [De Chinese priesters konden gewoon blijven zitten].
  Deze antwoordde dat hij dat niet wist.
  Heel brutaal sloegen ze hem.
  Pater Ceska zei tegen de priester dat hij pater Bertrand moest noemen. Maar pater Bertrand was er niet meer. Hij was al eerder weggevoerd.
  De schurken begaven zich naar zijn kamer. Ze vernielden de ruiten en gingen door de ramen naar binnen, openden de laden en namen het geld mee dat ze er aantroffen (weinig, lijkt me). De procureur [Bertrand] was afwezig en had zijn sleutels bij zich. Ze konden de brandkast gelukkig niet openen!
 
Het was na deze heldendaad dat vier van hen bij ons op de deur kwamen slaan. De bescherming van de Heilige Maagd is nog meer tastbaar want wij hebben vernomen dat ze de goede priester Tchang hadden meegegenomen. Pater Tchang komt iedere morgen [hier] de heilige mis opdragen. Hij moest hen de weg wijzen en ons de deur laten openen.
  Meer dood dan levend, met vier geweren op zich gericht, zonder te weten wat hij deed, zoals hij ons later gezegd heeft, bracht pater Tchang hen naar ons toe. Even later is hij weggevlucht. Als we hem hadden gezien, hadden we misschien wel open gedaan.
 
 
 45 5 bonzen op de deurBonzen op de deur
 
 
Op zondag, de volgende dag, waren we constant in angst. We dachten dat men elk moment kon komen om ons te vangen. Die zelfde dag kwam de Japanse chef echter vragen onze vluchtelingen te zien. Hij wilde ze allemaal vóór de kathedraal verzamelen om met hen te praten.
  Verscheidene duizenden vrouwen vulden elk leeg plekje van ons grote huis. De arme vrouwen durfden echter niet naar buiten te gaan. We wisten enkele honderden van hen zo ver te krijgen dat ze er heen gingen. De chef heeft hen verzekerd dat de orde binnen enkele dagen helemaal hersteld zou zijn. Dan zouden ze in vrede naar hun huis kunnen terugkeren.
 
Om één uur begon het schieten opnieuw en in nog heviger mate. We konden het extra goed horen omdat het kanon in de pagode achter de residentie van Monseigneur Schraven geplaatst was. De Japanners vuurden op het Chinese leger waarvan een gedeelte over de grote rivier getrokken was en in onze richting vuurde.
  Ik geloof niet dat men nog dichter bij kon komen. Bij elk schot trilden alle huizen. Het was oorverdovend. In deze zeer verontrustende toestand vonden we steun en kracht in het gebed. Wij christelijke vluchtelingen met z’n allen. De heidenen baden met ons mee”.
 
 
11 oktober 1937
 
 
De zuster ging er nog steeds van uit dat Mgr Schraven en zijn Europese helpers op 9 oktober alleen maar gevangen genomen waren.
 
“Een goede pater Trappist, oud en zwak, die uit de handen van de schurken bleef, is deze ochtend, maandag 11 oktober, om half vijf gekomen en vroeg om gastvrijheid. De goede pater was de vorige week gekomen met de zieke pater Emmanuel, een zieke seminarist en een broeder. [Er was een klooster van de Trappisten niet ver van de missiepost].
  Tussen de abt van de Trappisten en Monseigneur Schraven was overeen gekomen dat alle Trappisten naar de bisschoppelijke residentie zouden zijn gekomen op het gevaarlijke ogenblik van de veldslag. Gelukkig zijn ze niet kunnen komen. Het aantal gevangenen zou nog groter geweest zijn. Het is onmogelijk nieuws over hen te vernemen”.
 
 
12 oktober 1937
 
 
“Dinsdag. Vanwege de verschrikkelijke dingen die zich buiten afspelen arriveren er elke dag en op ieder moment nieuwe vluchtelingen. Zo goed als mogelijk, maar met moeite kon men iedereen voeden. De vijf of zes keukens van het huis waren de hele dag in bedrijf. Men moest die arme mensen op rantsoen zetten, evenals ons hele personeel.
  Het is meelijwekkend te zien hoe vermagerd de vrouwen zijn. De kinderen hebben grote ogen van de honger. We probeerden de orde er zo goed mogelijk in te houden.
  Heren van de stad, vluchtelingen van de jongensschool komen helpen en geven iedereen een vel papier dat men moet overhandigen bij het in ontvangst nemen van een kopje met gierst of sorgo, terwijl onze zusters twee keer per dag de distributie voor hun rekening nemen.
  Het moet niet te lang duren, anders zouden er zeker mensen van de honger dood gaan”.
 
 
13 oktober 1937
 
 
“Ik vergiste me niet toen ik zei dat we ons midden in het gevecht bevonden. Pater Ramakers die zaterdagavond afwezig was op de residentie en zo aan gevangenschap ontsnapt is, is gisteren hier gekomen. Hij heeft ons verteld dat hij vernomen had dat men de missionarissen beschuldigde dat ze Chinese soldaten en zelfs de cavallerie een onderkomen bij zich geboden hadden.
  Alles is onjuist maar daardoor kregen we te maken met al die kanonnen en vliegtuigen. Het scheen zelfs dat wij minder te verduren hadden dan we hadden moeten hebben. De Japanners waren verbaasd, schijnt het, nog zoveel mensen in leven te zien.
  Toch schat men dat in de eerste dagen van de bezetting van de stad ten minste tweeduizend arme mensen, mannen en vrouwen, woest vermoord zijn.   
 
De notabelen van de stad hebben aan de chef al om de bevrijding van onze arme gevangenen gevraagd. Ze hebben weinig hoop, want men begint in te zien, schijnt het, dat de beschuldigingen tegen ons vals zijn.
 
Deze ochtend is men de vluchtelingen komen vragen terug te keren. Buiten, verzekert men, is de orde hersteld. De meesten zijn nog bang. We doen wat we kunnen om hen te overtuigen dat er geen gevaar meer is. Als deze arme mensen wantrouwen tonen en niet vertrekken zou dat niet goed voor ons zijn. De eerste dagen van de bezetting zijn er bovendien veel gedood omdat ze angst toonden toen ze hen zagen komen”.
 
 
14 oktober 1937
 
 
“De heren van het comité van de stad hebben gisteren tweehonderd zakken meel (achtergelaten door de Chinese soldaten) laten brengen om de vluchtelingen te helpen voeden. Men heeft er kleine broodjes (mouo mouo) van gemaakt en men heeft er aan ieder van de arme vluchtelingen een overhandigd”.
 
 
Einde van het gepubliceerde dagboek
 
 
Zuster Levallois bleef schrijven. Voedsel was een groot probleem, ook voor de Chinese priesters die evenals de vrouwen ongedeerd waren gebleven. Het op de missiepost aanwezige vee moest gedood worden om de hongerige monden zo goed mogelijk te voeden. Na enkele dagen dwongen de Japanse autoriteiten de meeste vrouwen om naar hun woningen in de stad terug te keren. Dat vonden de zusters in zekere zin jammer. Heel wat heidense vrouwen waren ‘vatbaar voor bekering’ geworden.
 
Op de missiepost waren nauwelijks slachtoffers gevallen. Het wegvoeren van Mgr Schraven had, zo lijkt het, weinig of niets met deze gang van zaken te doen gehad te hebben. Het duurde nog tot 12 november voor de verkoolde lijken van de Europeanen, inclusief Mgr. Schraven, gevonden werden.
 
De complete en originele Franse tekst van het verslag van zuster-overste Levallois is op de website Via Sapientiae te lezen. Het gepubliceerde dagboek loopt door tot 25 oktober 1937.
 
 
45 6 bewijs
Het bewijs van de toedracht?, 18 juli 1946
 
 
Harry Knipschild
12 januari 2014, 2 juni 2017
 
De tekeningen zijn afkomstig uit het door de Mgr. Schraven Stichting gepubliceerde boek Post uit China, uitgegeven in 2012 (tekst Geert De Sutter)
 
 
Dit artikel werd eerder gepubliceerd op de website www.katholiek.nl